Buiten de lijntjes kleuren.

Buiten de lijntjes kleuren.

Buiten de lijntjes kleuren.

Voor de meivakantie werd ik gebeld door Joëlle Poortvliet. Of ik mee wilde werken aan een artikel over ‘onderwijs van de toekomst‘ in Kader Primair van de AVS.

De uitspraak: mijn doel is dat mijn beroep over 20 jaar niet meer bestaat triggerde haar. Zij las deze in de visuele notulen van het Festival of Solutions. Een leuk telefoongesprek volgde. Over het waarom dat ik dit doel wil bereiken. Maar ook de hoe kwam aan bod. Zij vatte dit gesprek samen:

Vorig jaar heb ik een opleiding gedaan tot autismespecialist, maar eigenlijk ben je dan nog niks. Daarmee bedoel ik: iedere persoon is anders. Het gaat er om specialist te zijn van dat ene individu, samen een leerproces aangaan. Mijn missie is om vanuit de stem van de leerling het speciaal onderwijs zo op te rekken dat het op termijn niet meer nodig is. Buiten de lijntjes kleuren. We moeten kinderen de tools mee geven om te aarden in deze maatschappij. Dat zij zelf kunnen aangeven: dit ben ik, dit kan ik en dit zijn mijn talenten. Niet alleen de focus op het negatieve, op de labels.

Ik denk dat het overgrote deel van de so-leerkrachten is lamgeslagen door alle protocollen en regels. Ons onderwijs is heel strak vormgegeven. Neem de positionering in de klas. In het protocol voor klassenmanagement staat hoe je je leerlingen groepeert, maar voor mijn groep vond ik die opstelling op een bepaald moment niet werken en koos daarom voor een carré. Dat doe ik dan gewoon. En het werkte supergoed: de leerlingen kunnen elkaar aankijken, leren van elkaars mimiek en van de sociale interactie.

‘Mobieltjes’ is een ander voorbeeld. Officieel moeten die in de kluis, terwijl de devices van de leerlingen over het algemeen veel sneller zijn dan de drie computers in ons lokaal. De basis is vertrouwen. En als er dan iets mis gaat, is dat een uitgelezen kans voor een les over ethiek.

Ik ben wel een luis in de pels voor onze organisatie, denk ik. Maar ik doe niks sneaky en gooi alles in de teamvergaderingen. Voorheen had ik nog geen dikke huid, de kracht om ergens te blijven en ideeën door te drukken. Nu lukt dat beter en sta ik er ook positiever in, minder cynisch. Ik houd alle ontwikkelingen bij en haal veel inspiratie uit contacten met gelijkgestemden. Onderwijsmensen die door alle sectoren heen werken en elkaar zowel on- als offline weten te vinden. Wat voor mij werkt is met de luiken open de wereld in. Niet die tunnelvisie van vijf dagen op dezelfde plek focussen.

Zoals ik voor de groep sta, zou ik zelf ook een leidinggevende willen. Iemand die voedt, die coacht en afstemt. De samenwerking met onze voormalige locatieleider was wat dat betreft heel inspirerend. Zij kon me ook inkaderen: ‘Prima dat je een carré-opstelling wilt doen, maar zet de onderbouwing eerst op papier’. Dat deed ik natuurlijk niet meteen – mijn prioriteit ligt bij de leerlingen – maar ik snap wel waarom het voor de organisatie belangrijk is. Dat ‘spel’ speelde zij heel goed.

About the Author

Leave a Reply