Blog : dromen

geDEELd LEIDERSCHAP

Vorig weekend mocht ik tijdens Leraren Met Lef spreken over de pijler ‘gedeeld leiderschap’, een thema waar ik/wij binnen ons team volop mee bezig ben/zijn. Het is een zoektocht…een – individueel – proces! 

Vele verhalen en opgedane kennis passeerde in gedachten de revue. Waar moest ik beginnen? Ik wist het niet… En het niet weten besloot ik eens te accepteren!

Langzaam naderde de deadline. Door het niet weten te accepteren voelde ik geen ‘druk’. Een opluchting, gevoel van ruimte en vertrouwen. En tegelijkertijd wist ik nog steeds niet wat ik precies wilde delen… Tot die dag op Vlieland waar een plevier naast mij een stuk met mij mee vloog. Zijn bijzondere manier van vliegen – het kort aanzetten, zweven op de wind en langzaam zakken – deed alles op zijn plek vallen. De keynote ontvouwde zich. Transit, dat tijdens het mountainbiken in mijn oor rockte, zette de metafoor wat kracht bij. De lagen van de muziek werden woorden. Ineens wist ik het! Het werd een persoonlijke reflectie van mijn pad naar gedeeld leiderschap:

Gedeeld leiderschap is eigen leiderschap delen.

Toen ik startte in het onderwijs merkte ik al snel dat het onderwijs als een traag en moeizaam systeem opereerde. Als jonge leraar kabbelde ik de eerste jaren mee op het bijna stilstaande water. Mijn leerlingen zorgden voor de meeste reuring. Zij spiegelden precies dat waar ‘wij’ als school in gebreke bleven! Dijken werden verhoogd en verzwaard met protocollen en regels … Bang om buiten de oevers te treden.

Om mij heen zag ik dat leerlingen wilden ontwikkelen, ruimte wilden om te spelen en op zoek te gaan naar wie ze zijn en wat ze zelf kunnen. Ik werd onrustig. ‘Experimenteren om af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van leerlingen die anders leren’ werd mijn verlangen naar de zee!

Het deed pijn om mijn leerlingen te zien worstelen. Ik wilde verantwoordelijkheid nemen, werken aan een betere school, werken aan een context die ‘goed’ is en dacht dat ik dat deed!? Al schreeuwend probeerde ik een stroming in gang te zetten. Collega’s in beweging te krijgen.

Alleen de echo van dat wat ik riep beantwoordde mijn wens. ‘Autoriteitsprobleem’ en ‘schoppen’ als oordeel naar mij. Binnen de kaders bleef het windstil. Ik dacht dat ik leiding nam over mijn onderwijspraktijk, maar als een baksteen zonk ik naar de bodem. Een gebrek aan zuurstof als gevolg!

De onderstroom bracht me naar een nieuwe school. Het zware, gezonken gevoel schudde ik af door naar mezelf kritisch te zijn en mijn handelen te reflecteren. Vastberaden het anders te doen probeerde ik het gras groener te zien… Maar ook hier leerlingen en leraren die hun hoofd boven water probeerden te houden.

Ik werd stiller en soms een vinger op de zere plek. Stukken van mijn steen met kennis en vaardigheden brak ik af en gooide deze in het water, wederom hopend dat ik een stroming in gang zou zetten… ‘Relschopper’ veranderde in ‘betweter’, de sluis sloot voor mijn neus en werd een dijk.

De klas werd mijn eiland en ik experimenteerde in stilte. Onderbouwde mijn proces en innerlijk kompas met de stem van de leerling, deskundigheidsbevordering en input vanuit mijn netwerk buiten de school. Ik bouwde een uitkijktoren om over de dijken te kijken, verder bleef ik stil. Alleen wanneer het belang van de leerling in het geding kwam voegden zich donkere wolken samen boven het water. De druppels zorgden voor een schijnbeweging.

Het water kwam zo hoog te staan dat de dijken een overstroming niet konden voorkomen. Drie maal is scheepsrecht. Nieuw vaarwater. Rustiger werd het er echter niet op. Maar mijn ervaringen en vele oefenmomenten waren niet voor niets geweest. Het werd tijd om grenzen te verleggen. In mijn kracht te gaan staan. Tegelijkertijd te spelen met het water.

Het was hier dat ik de ruimte kreeg om mijn experimenteren en mijn legitimeren verder te brengen. Delen werd vermenigvuldigen. Er ontstond als vanzelf een beweging richting de zee.

Het begon te stromen en ik liet het toe om te volgen. Genoot van het ‘win-win’-denken en de keuze voor eigen kracht van mijn collega’s! Wachten op de vraag. Niet de beweging forceren, maar de rust van vertrouwen zijn werk te laten doen. De zon verscheen en de sluis ging langzaam weer open. Voor het eerst voelde ik echt verantwoordelijkheid en nam leiding over mijn handelen.

Gedeeld leiderschap start voor mij in de eerste plaats bij eigen leiderschap, het kennen van jezelf en het proces naar authentiek leraarschap van waaruit je verbindt en inspireert! 

Gedeeld leiderschap is vanuit verantwoordelijkheid samen met collega’s én leidinggevenden naast elkaar, als het ketsen van stenen op het water. Samen verder komen, een golfbeweging van ‘delen is vermenigvuldigen’ inzetten. 

Gedeeld leiderschap is samen een context creëren waar je gezien wordt en talenten er mogen zijn. De golven van de skipping stones die blenden.

Dit alles zal leiden tot een gezamenlijke en gedragen visie over en op onderwijs én opvoeding. Samen de school steeds opnieuw uitvinden. Samen staan, verantwoordelijkheid nemen, voor de simpele maar o zo complexe vraag of we het juiste doen in de vorming van de leerling!?

De pijler ‘gedeeld leiderschap’ was de middelste van vijf pijlers! De andere waren: ‘positieve pedagogiek’,’lerende school’, ‘gebruiken van verschillen tussen leraren’ en ‘baas over eigen tijd’. En aan het einde van het betoog was het de bedoeling dat iedere pijler hetzelfde zou sluiten:

Ik wens dat op alle scholen in Nederland, en in ieder geval op de scholen waar jullie actief zijn, er nog meer werk gemaakt wordt van deze pijler GEDEELD LEIDERSCHAP. Leraren met Lef en Directeuren zonder Vrees kunnen daarmee een groot verschil maken”.

Normaal gesproken zou ik voorgestelde en opgelegde ‘stukjes’ lastig kunnen reproduceren. Dit einde raakt echter mijn verlangen: Ik wens mensen deze wens ook echt toe en hoop dat iedere leraar samen met zijn/haar leidinggevende(n) de ruimte vindt en neemt om te bouwen aan goed onderwijs voor iedere leerling!

Mijn jaarwoord voor 2014: dOEN!

Eigenlijk wist ik het in 2013 al, dus lang hoefde ik niet over een jaarwoord voor 2014 na te denken. Bevestiging vind ik in het getal veertien. De veelheid van zeven, het getal dat staat voor inzicht, zelfkennis, introvert, lichamelijk, rusteloos, intuïtief, en volheid. Op zoek naar antwoorden. Soms in stilte… 

De optelling van 2+0+1+4 is ook zeven. Twee zevens naast elkaar maakt 77, dat staat voor het verkrijgen van een dieper inzicht, wijsheid en kennis door openbaringen. Dat sluit gevoelsmatig naadloos aan bij de optelling van mijn geboortejaargetal, vijf (1+6+0+8+1+9+7+9, 4(+)1) dat staat voor levendig, blij, impulsief, heetgebakerd en ondernemend. En wat te denken van mijn verjaardag dit jaar, 1+6+0+8+2+0+1+4. Je krijgt tweeëntwintig, een meestergetal dat staat voor grootste plannen en haarscherpe intuïtie.

Zoveel herkenning. Dankbaar voor de vele inzichten van het afgelopen jaar! Afijn, genoeg gegoochel met getallen. Het is tijd voor actie. Het omzetten van de inzichten in concrete handelingen, dat waar ik in 2013 mee startte: waarmaken. Mijn woord voor 2014 is dOEN*!

Voor ik mijn dOEN-lijst van 2014 opschrijf eerst een terugblik. Terug naar Op de lijn van twijfel en verwonderen‘. Minimaliseren in 2013. Mijn hart volgen was het motto. De bedoeling was minder te piekeren en te twijfelen, minder ‘ja!’ te zeggen en minder energie naar ‘binnen de lijntjes’!? Of dat nu helemaal gelukt is…?

Nope! De waan van de dag en oude patronen hebben er voor gezorgd dat ik op sommige momenten toch weer meer mijn denken heb gevolgd in plaats van mijn hart. En toch nog gericht op de buitenwereld. Het voedde mijn onzekerheid en twijfels. Het grootste inzicht kwam eind 2013. Het besef dat ik echt mag vertrouwen op mezelf. Op mijn gevoel en talent!


Vertrouwen op mijn gevoel, ofwel mijn hart volgen betekent luisteren mijn hart! Dat ‘moet’ ik dan wel dOEN. Regelmatig vergeten door mijn denken. Keuzes gemaakt zonder eerst even stil te staan. Niet geluisterd naar wat mijn hart vaak fluisterde. Mijn onderbuikgevoel als trouwe partner genegeerd.

Het wordt tijd om nog meer loyaal te zijn aan mezelf, niet te snel te willen gaan, ruimte creëren voor dat wat zich aandient, minder snel ergens enthousiast induiken en achteraf voelen dat het eigenlijk niet de richting is die ik op had willen gaan. Eerlijk te zijn, te horen én voelen welke volgende stap ik ga zetten. 

Ik heb geoefend met minder energie ‘binnen de lijntjes’. Met succes! En ik heb me verwonderd over hoe mijn Openheid mensen verbindt en op mijn pad heeft gebracht. Ook het loslaten van verantwoordelijkheden die niet van mij zijn geeft lucht. Problemen daar laten waar ze horen en ingaan op zaken waar ik het verschil kan maken.

Nieuwsgierig blijf ik. Naar mijn vragen en gedachten. Maar ook naar de ander en die wondere wereld waarin we samen leven. Neem geen genoegen met ‘het kan niet’! Deze overdenkingen voeden mijn ontwikkeling. Dat maakt me blij!

In 2013 heb ik regelmatig een spiegel voorgehouden gekregen van lieve, fijne mensen**. Of het nu op school, lopend over straat, om de keukentafel, in een bovenkamer, het bos of in een werkplaats was, er ontstonden altijd fijne gesprekken met bijzondere inzichten. Vertrouwen en het loslaten van onzekerheden is wat me uit mijn comfort zone haalt. Spannend en nieuw. Een einde maken aan flowkillers. Dit dOEN voelde als een overwinning!

Het lijstje van vorig jaar blijf ik koesteren. Ik houd het nog even vast, om het vervolgens weer los te laten. Bewustwording als doel. 2014 is nu! Mijn hart vertelt me samen met mijn onderbuik welke richting ik op ga. En die richting wordt steeds concreter. Ruimte geven aan dat wat zich ontvouwt. Tijd nemen en pakken. Het resulteert in de volgende toe-dOEN-ers voor dit jaar:

  • onderwijziger, samen met mijn leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs bouwen aan een onderwijs voor iedereen. Dat dOEN met het statement ‘Ieder kind IS zichzelf, voelt zich geZIEN en ont-wikkelt’.
  • ronaldheidanus.nl, mijn eigen onderneming. Wat ik ga dOEN? Kennis delen. Mijn expertise verder brengen. Samen op weg naar open en inclusief onderwijs. MiO als eerste partner.
    En verder blijf ik schrijven. Mooie, krachtige maar ook kwetsbare en reflecterende verhalen en teksten de wereld in zetten. Ter inspiratie, maar ook als ‘ondertitelen’ van mijn handelen.
  • leerKRACHTkijken, een co-creatief platform waar iedereen kan participeren, samenwerken en wil LEERen KRACHT te zien door te KIJKEN naar de mogelijkheden. Een mix van omdenken, kennisbank en delen van good practice. Doen wat werkt als filosofie. (leer)Kracht zit in iedereen. In onze kinderen, in mij als leraar en opvoeder en in JOU! Er valt genoeg te dOEN nu passend onderwijs als een tsunami ONS onderwijs binnen komt denderen. Een uitnodiging volgt dus snel…
  • Poeheej, een te gekke werktitel voor een project met een fantastische missie! Initiatiefneemster Marieke Zwinkels heeft een fijne groep mensen bijeen gebracht. Dit gaat het dOEN! Daar heb ik alle vertrouwen in…
  • HighGainBoys, een tijdelijke naam voor een nog naamloze band. Vier vaders. Een wekelijkse ont-moeting. Versterkers op elf! Punk. Wat hen staat te dOEN: een eerste plaat uitbrengen in 2014. In welke vorm en onder welke naam is nog geheel onduidelijk…maar die plaat gaat er komen!
  • ROETS, een ambitieus en mooie project van Bianca Blom. Als side-kick mag ik mijn visie dOEN laten spreken. Leuk!
  • ……
  • ……
  • ……dat wat zich aandient.

    * Nee, #dOEN is niet verkeerd geschreven. De ‘OEN’ heb ik overgehouden aan mijn laatste opleiding. Het is een afkorting voor Open, Eerlijk en Nieuwsgierig (wie een bronvermelding heeft…ere wie ere). De ‘d’ staat voor mij voor Durven, Dromen en natuurlijk Doen! Dat alles vanuit een nieuwsgierige, explorerende en open houding. Eerlijkheid start bij mezelf, trouw en eerlijk naar wat ik voel zorgt voor eerlijk en open handelen naar anderen. De drie-eenheid straalt een positieve energie uit met een naïef karakter. Door dromen en durven te doen ontstaat genieten van het leven!

    ** Mijn grote dank gaat uit naar mijn liefste vrouw Inge die me in alles support! En ook naar iedereen die mijn verhalen las/leest, deelt en met me werkt en/of heeft gewerkt. Mijn extra dank gaat uit naar: Miriam, Esther, Wendy, Petra, Jetske, Helmer, Marieke, Rob, ErikRusz, Harriët, Marije, Sandra, Edith, Karin en Han, voor wie – en omdat – jullie zijn!

    note: wellicht groeit dit blog nog in de loop van het jaar door inzichten en waarde(n)volle gesprekken.

    Op (onder)zoek!

    Het startte allemaal na de zomer van 2006, mijn diploma van de PABO was eindelijk binnen. Ik had wat meer tijd genomen om mijn studie af te ronden. Waarom? Omdat ik altijd het gevoel had dat de schoen ergens wrong. Om na te denken over de ontwikkeling van mezelf, over onderwijs, over opvoeding en specifiek die van mensenkinderen die als ‘anders’ te boek staan. Een intrigerende mix waar vele meningen en visies elkaar ontmoeten. Ik miste de verbinding tussen visies, een bovenliggend paradigma, de samenwerking tussen scholen en (naar wat ik later een woord kon geven, dankzij een inspirerende ‘master’) het principe ‘apprenticeship’!

    Voor de lerarenopleiding heb ik een jaar gewerkt bij zeer moeilijk lerende kinderen en daar is mijn ‘liefde’ voor leerlingen die anders leren gegroeid. Bij hen, en bij welk kind niet trouwens, is het aangaan van de relatie van groot belang! Op de lerarenopleiding werd er naar mijn mening veel te weinig aandacht besteed aan leerlingen die (zeer) moeilijk leren. Met een aantal docenten en medestudenten kon ik daar overigens wel over ‘sparren’, over speciaal onderwijs, andere onderwijsvormen, wat dit nu precies inhoudt voor elke individuele leerling, de omgeving en wat daar voor nodig zou zijn om leerlingen verder te brengen in de samenleving. Andere perspectieven hebben mij altijd getrokken, omdat in mijn beleving gestandaardiseerd onderwijs niet bestaat. Iedere dag, iedere leerling en iedere leerkracht is anders. Het is constant balanceren tussen ‘dat wat moet’ en ‘dat wat de leerling echt nodig heeft’.

    Mijn diploma binnen en dus solliciteren. Vele brieven de deur uit in Brabant en beet, een VSO school in ’s-Hertogenbosch. Het gesprek was goed, ik had er een goed gevoel bij, het was de doelgroep waarvoor ik me graag voor wilde inzetten. In januari 2007 startte ik met een eigen groep. In een half lokaal zat ik met vijf leerlingen en een diversiteit aan ‘zijn’ en specifieke noden. Niets was op orde en ik moest van ‘scratch’ af aan bouwen om de klas te vullen met materialen en uitdagende activiteiten. Al snel had ik door dat de erfenis van het vroegere speciaal onderwijs (dagbesteding en ‘de bank en het dartbord in de klas’) plaats diende te maken voor resultaten en opbrengsten. Een slag die overigens, door verschillende variabelen, nog steeds niet gedegen uit de verf komt. Met een aantal collega’s hebben we de eerste vertaalslag gemaakt om de organisatie in de school voor de leerlingen te verbeteren. Wat voor mij de eerste anderhalf jaar duidelijk werd, mede dankzij de vele gesprekken met leerlingen en collega’s, was dat het samenvoegen van leerlingen ‘die graag willen leren maar niet weten hoe’ en de ‘ik ga niet leren, waarom zou ik, waar heb ik het überhaupt voor nodig’-leerlingen geen perfecte ‘match’ was. We hebben twee stromingen gerealiseerd, aan veiligheid en vertrouwen gewerkt en daarna ons toegelegd op de volgende missie: reguliere examens! De school werkte met IVIO, echter was er in de omgeving van ’s-Hertogenbosch op een enkeling na geen examen-/toelatingscommissie van het MBO die ervan gehoord had. En daarbij, ook deze leerlingen hebben ‘gewoon’ recht op staatsexamens! Nadat dit stond en mijn derdejaars leerlingen in de startblokken stonden om aan hun eerste examens te beginnen heb ik samen met een collega voorgesteld om vakoverstijgend te gaan werken, je als leerkracht vakbekwaam te maken en a.d.h.v. doelen methodes aan te passen op de cognitieve stijl van deze groep leerlingen. Die stap was blijkbaar een brug te ver en zorgde voor een zeer verassende wending. Na dit voorstel kwam de focus op persoonsbehoud te liggen. Mijn visie op onderwijs leek zich te verplaatsen naar mensvisie. Al jaren (en nog steeds) werkte ik met een piercing door mijn lip. Ineens moest die uit of ik “moest maar een school zoeken waar dit wel mocht..”!? Hoe motivatie en passie om het best mogelijk onderwijs te realiseren ineens heel persoonlijk kan worden, bijzonder. Als gevoelsmens was ik niet opgewassen tegen het ‘regeltjesgeweld’ en de wijze van benadering. Na ruim drie jaar bleek mijn huid niet dik genoeg en ben ik op zoek gegaan naar een school waar de menselijke maat wel hoog in het vaandel stond.

    Een kleine SO-school in Breda moest de uitkomst worden. In het gesprek leek het gras groener, want (zo werd gezegd) alleen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling zou nog een slag gemaakt moeten worden. Nou, perfect, dat was juist waar ik in ’s-Hertogenbosch op had ingezet. Niets bleek minder waar en na een maand besefte ik (en werd gelukkig ook bevestigd) dat ze ‘gewoon’ iemand nodig hadden en dat het verhaal tijdens het gesprek vele malen mooier was gemaakt dan de werkelijkheid liet aftekenen. Liegen kun je dat ook wel noemen… Er moesten wel meerdere slagen gemaakt worden… Ok, ‘daar gaan we weer’, schouders eronder en in combinatie met een studie ‘Autismespecialisme’ voor de boeg zouden er veel veranderingen voor de leerlingen op komst zijn…dacht ik…hoopte ik… Een deceptie bleek achteraf. Van ‘boven’ werden lijnen uitgezet en naar de vloer werd minimaal geluisterd. Ook het team waar men zich zeer onveilig voelde en waar zelfs een psycholoog aan te pas diende te komen, kon niet voorkomen dat velen de school weer verlieten. ‘Proberen te bouwen op beton dat niet hard wordt’ heb ik het beleid op deze school altijd genoemd. Zelfs een ‘motie van wantrouwen’ werd achteraf door de overige initiators niet ondertekend. Met “…maar we hadden een biertje op…” werd het afgedaan. Van transparantie was vanaf het sollicitatiegesprek weinig te merken. De druppel was toen mijn toenmalige integraal directeur mij op het matje riep en na een situatie (eenzijdig conflict) en zonder alle partijen te horen mij als ‘betweter’, ‘negatieveling’ en ‘roddelaar’ wegzette. De grens was bereikt. Mij werd langzaam duidelijk hoe ‘het spel’ gespeeld werd en dat deze gesprekken er dus voor zorgen dat mensen bang zijn en klein gehouden worden. Later heb ik nog wel een gesprek aangevraagd. Insteek was een vraag die me bezig hield; of zijn beeld van mij (het door hem benoemde ‘laisser faire’ aanpak en ‘experimenteren’) van invloed zou kunnen zijn als hij met deze ‘bril’ mij be(/voor)oordeelt? “Dat zou best eens kunnen!” was daarop het antwoord. Eerlijk van hem en voor mij een positieve afsluiting van een relatief korte samenwerking.

    Ruim een jaar geleden startte ik op mijn huidige school. Met een gedreven locatieleider had ik alle vertrouwen dat ik met mijn kwaliteiten en mogelijkheden zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlingen en de school. En ja, van haar heb ik mogen aanpassen voor en (onder)bouwen (van/)aan beter onderwijs en het motiveren en empoweren van leerlingen! Het eerste half jaar was top. Een klas waarin mijn geliefde ‘apprenticeship’ bewaarheid werd. Ik voelde me als een vis in het water en had zin om vol het nieuwe jaar gaan. Een nieuwe, frisse groep. Maar het liep anders. Voor het eerst sinds vier jaar kreeg ik weer een gemixte groep, een groep waarin de noden zo ver uiteen liepen dat van ‘binding’ nooit sprake is geweest, laat staan ‘bridging’. Ja, individuen verder brengen is me gelukt, echter groeit het besef dat op ‘deze wijze’ het speciaal onderwijs in stand gehouden wordt. En natuurlijk ging ik er voor de volle 100% in, maar in december werd ik verkouden (dat ik niet vaak ben) en dat hield aan tot eind januari. Tussendoor werkte ik ‘gewoon’, maar na een beginnende longontsteking en anderhalve week op bed te hebben gelegen is er een periode aangebroken van nadenken en ‘finetunen’ van gedachten, mijn visie op dit type (speciaal) onderwijs en het echt benutten van mijn kwaliteiten. Het voelde als het eerste half jaar van mijn ‘korte’ loopbaan. Ik werd terug in de tijd gesmeten en het turbulente jaar koste me veel energie.

    Tijd voor bezinning! De afgelopen weken/maanden heb ik veel nagedacht over wat ik wilde. Ik mis het onderzoeken en de tijd om hier aan te werken. Er zijn veel thema’s die me bezighouden, waaronder diversiteit, ‘bonding and bridging’ op micro- en macroniveau en de verbinding en transitie van speciaal en(/naar) regulier onderwijs. Maar ook de inzet van nieuwe media/vormen binnen onderwijs. Ik weet ook dat er al zoveel mooie dingen gedaan worden in het onderwijs en ik wil ook dit onderzoeken en eventueel uitzetten in mijn praktijk. Mijn huidige context is zeer complex (klassen met 13 leerlingen (vroeger 9!), problematiek en niveau gemixt in één groep, één groepsleerkracht geeft alle (!!) vakken, volgt de leerling ook sociaal-emotioneel, onderhoudt oudercontacten, schrijft verslagen (ongoing proces) op basis van gedegen observaties). Om mijn onderwijspraktijk te verrijken wil ik graag vooruit. Ik wil op zoek en schrijven over mijn dagelijkse praktijk, good practices delen en bouwen aan goed onderwijs. Binnen mijn eigen werkcontext is hier te weinig ruimte voor. Ik heb het idee dat er ook niet echt geluisterd wordt en dat beperkt mijn gevoel van autonomie en remt mij op een onnatuurlijke wijze. Dat maakt dat ik deze ruimte ga pakken door een dag ontslag te nemen om ideeën/vraagstukken uit te werken, om te onderzoeken en om het onderwijs in mijn klas, voor mijn leerlingen en vele andere leerlingen die anders leren en/of thuiszitten te verbeteren!

    Here I go, plons!

    Waarom thuis zitten als je op school welkom bent?!

    Probleemleerling als risicofactor”, zo kopt het Reformatorisch Dagblad vandaag! Een bijzondere kop, daar waar leerlingen gezien blijven worden als ‘probleem’… Verder in het artikel wordt zelfs nog eens de denigrerende uitspraak van die politicus herhaald. Blijkbaar had de schrijfster even een blind ‘vlekje’. 

    Laten we stoppen met stigma’s in leven houden… Waar het om gaat is namelijk veel belangrijker: leerlingen die thuis zitten omdat zij en hun ouders geen plek vinden in het onderwijs, iets waar zij wel RECHT op hebben! Om dan eenzijdig naar de leerling te wijzen is veel te kort door de bocht.

    In mijn vorige blog doe ik een voorstel om scholen voor regulier en speciaal onderwijs samen te brengen onder één dak. Vanuit de visie ‘gebruik maken van elkaars kwaliteiten’ zou je mogen stellen dat er binnen het speciaal onderwijs specialisten werken die weten hoe te werken met leerlingen die andere onderwijs leer-/zorgbehoeften en vragen.

    Er wordt op de weg naar ‘passend’ onderwijs – die al sinds 2004 is ingezet – veel te weinig gebruik gemaakt van elkaars expertise. En ondanks – leg dit in het buitenland eens uit – dat ‘we’ speciaal (basis)onderwijs hebben, blijft het natuurlijk nog steeds verwonderlijk dat er ongeveer 16.000 ‘onderwijswezen’ zowel kort- als langdurig thuis zitten.

    We hebben toch speciaal onderwijs in het leven geroepen om… Ach, laat ook maar!
    Op zoek gaan naar oplossingen biedt wellicht meer perspectief…

    Samenwerken en op (onder)zoek!In het stuk dat vandaag verscheen benoemt Katinka Slump ‘schaalvergroting’ en de ‘professionalisering van de schoolbesturen’ als belangrijke oorzaken voor de toename van het aantal thuiszitters.

    Zelf ben ik werkzaam binnen een stichting voor speciaal onderwijs en is de schaalvergroting – mede door een fusie – duidelijk voelbaar! Inzoomen op de noden en behoeften van individuele leerlingen wordt mij als leerkracht steeds moeilijker gemaakt. Door verschillende (achterhaalde) protocollen en nauwe kaders wordt ook in het (voortgezet) speciaal onderwijs van mij als leerkracht verwacht dat na vier jaar een leerling met dezelfde bagage als in het regulier onderwijs wordt afgeleverd! Dit schijnt opgedragen te zijn door de inspectie, zo zegt men!? Het doel: hetzelfde uitstroomperspectief als reguliere leerlingen. 

    De voorwaarden die daar voor nodig zijn worden minimaal geschapen. Faciliteren is een vies woord. Dus ook in het speciaal onderwijs is de druk voor leerkrachten en leerlingen zeer hoog! Dat kan een verklaring zijn dat er zelfs leerlingen uit het cluster4 onderwijs thuis komen te zitten en/of doorstomen naar interne opname…

    Volgens mij zou de visie in het speciaal onderwijs dienen te zijn dat er gekeken en gewerkt wordt naar wat van belang is voor de leerling, op zowel pedagogisch als didactisch vlak. Dit om vervolgens – waar nodig – de (directe/familie-/leef-)omgeving aan te passen! Dit om het aanleren van vaardigheden te vergemakkelijken, waardoor moeilijkheden overwonnen kunnen worden. Vervolgens kan gezorgd worden dat de transitie naar het regulier onderwijs, ook wel bonding and bridging genoemd, plaats kan vinden! Speciaal onderwijs zou een tijdelijke pitstop – stilstaan, kijken wat nodig is, nieuwe brandstof en GO! – dienen te zijn!

    Het grote geheel ingezoomdMet ‘professionalisering van de schoolbesturen’ doelt Slump op het feit dat er steeds meer professionals zonder onderwijsachtergrond in besturen plaatsnemen. Daar zou je aan toe kunnen voegen dat prioriteiten en doelen van bestuurders anders (kunnen) liggen dan die van de leerkracht op de vloer. Dat is al merkbaar wanneer je een inhoudelijk gesprek voert met de laag/lagen tussen de leerkracht en het bestuur. Het gaat niet meer over de leerling en diens specifieke en individuele onderwijsbehoefte(n), maar om (opbrengstgerichte) doelen die gerealiseerd dienen te worden.

    Wanneer je als leerkracht ziet dat in de dagelijkse praktijk aanpassingen nodig zijn, dient dit inhoudelijk via verschillende kanalen onderbouwd te worden. De leerkracht wordt op deze wijze in mindere mate als professional gezien, opgezadeld met onnodig veel werk en niet de ruimte geboden om ‘good practices’ te delen. Het gaat ten koste van de ontwikkeling van leerlingen! Leerkrachten voelen zich niet gehoord en de ruimte om bij/met leerlingen echt ‘onder de ijsberg’ te gaan en te investeren in de totale ontwikkeling van deze leerlingen komt in het gedrang.

    De oplossing is dus simpel: een heldere visie en missie voorleven, praktisch uitvoeren met de noden van leerlingen met speciale/andere onderwijsbehoeften voorop! De vakinhoudelijke kennis volgt! En wie kan dit beter organiseren dan de professional ‘op de werkvloer’? Zij werken dagelijks met de leerlingen. En ja, een wetswijziging is zeker een belangrijke stap en biedt kansen voor veel leerlingen, want zoals Slump stelt: “…het gevolg is dat nieuwe wetten nu alleen getoetst worden aan de vrijheid van onderwijs, een recht dat wel in de Grondwet staat. Of het recht op onderwijs in het geding is, wordt onvoldoende onderzocht.” 

    Er ligt dus een grote verantwoordelijk bij leerkrachten zelf. Deze dient ook genomen te worden! Beleid dat zonder enig overleg top-down wordt opgelegd maakt mensen juist lui en onverantwoordelijk. Dat leidt tot nog meer willen toetsen en controleren! 

    Het is juist de leerkracht die het verschil maakt, een open deur lijkt me. Het is dan ook aan leerkrachten om duidelijke grenzen te stellen en beleid mee te ontwikkelen, met oog voor de leerling en eigen professionaliteit. En ja, soms is het nodig om burgerlijk ongehoorzaam te zijn!

    En dan natuurlijk de belangrijke vraag: is iedere leerkracht toegerust op leerlingen met andere onderwijs-/zorgbehoeften? Op twitter volgt een dialoog met Hannes Minkema waarin hij aangeeft niet het gevoel te hebben bij machte te zijn om zijn onderwijs echt passend te maken. Zelfs vanuit mijn context een herkenbaar gevoel! Als hoofdzaak noemt hij tijdgebrek, te volle klassen en veel lesuren waardoor er weinig tijd per leerling overblijft voor aandacht en differentiatie. Ook zegt Minkema dat het aantal leerlingen toeneemt waarbij ouders individuele aandacht, begeleiding en traject-op-maat verwachten. En natuurlijk heeft hij gelijk dat het een te grote verantwoordelijkheid is voor een leerkracht om het alleen te doen.

    Daarom pleit ik voor gedeelde verantwoordelijkheid, het nemen van autonomie, kennis delen als eerste stap en SAMEN met leerlingen, ouders, leerkrachten én bestuurders de verbinding maken om samen te bouwen aan goed onderwijs!

    Minkema stelt voor om in de provincie Drenthe proef te draaien met ‘passend’ onderwijs. Een goed idee, een pilot, kinderziektes eruit en door… Graag zou ik een berekening willen zien van alle onderwijsuitgaven en scholen/klassendeler/zorgleerlingen/thuiszitters nu en daar tegenover een berekening van alle onderwijsgelden bij elkaar, het speciaal onderwijs opheffen en een concept neerzetten waar zowel vrijheid als recht op onderwijs een plek vinden binnen scholen.
    Ontstaan er dan niet automatisch kleinere klassen?
    Kan er dan niet extra begeleiding per school ‘ingekocht’ worden? 

    En daarbij, je creëert automatisch een andere mindset. Dit omdat alleen een SAMENleving als geheel dit kan dragen. En natuurlijk betekent dit een hoop praktische ‘bezwaren’, bijvoorbeeld dat er schoolgebouwen zijn die niet toegerust zijn op het leerproces maar op klassen van max. 32 leerlingen. Of dat lesuren anders ingedeeld dienen te worden (flipping, lesuren van 70-90 min., …), opleidingen wellicht anders vormgegeven dienen te worden… Het moet kunnen!

    Het gaat er om dat we op de lange termijn in Nederland goed onderwijs bieden waarbij iedere leerling zich op school welkom voelt, gezien wordt en zichzelf – vanuit vertrouwen en zijn/haar gehele zijn – maximaal kan ont-wikkelen! Het is onze taak als samenleving en aan leerkrachten – changemakers – om iedereen in te sluiten door gebruik te maken van elkaars talenten. Het start bij jezelf als opvoeder! Voorleven…

    Een utopie?

    Dacht het niet!

    De tijd is daar!

    Bloggen vind ik best lastig. Dat komt omdat het in woorden en zinnen duidelijk maken van wat in mijn hoofd zo ontzettend snel gaat, ik niet snel en (voor mijn gevoel) duidelijk genoeg op papier krijg. Leuke dingen, ervaringen, reflecties, maar ook zaken waar ik tegenaan loop, wat ik moeilijk vind en wat me soms frustreert. Soms lees ik wat ik geschreven heb wel 40x over en over om er zeker van te zijn dat wat ik graag zou willen schrijven (mijn overdenkingen) juist beschreven staan. Onzekerheid, een zoektocht naar de juiste zinnen en woorden en mijn (snelle) gedachten…voor mij ‘no perfect match’! Ook besef ik maar al te goed dat mijn biografisch perspectief en huidige werkcontext mijn beeld op onderwijs en ontwikkeling van mensen (met andere onderwijsbehoeften) kleurt. Ik voel, doe en bereik! En dat wil ik graag delen.

    De tijd is daar! De tijd om mijn sprong te maken. Vele signalen zijn op mijn pad gekomen, vele initiatieven (nog) niet (genoeg) geslaagd. Getriggerd door ervaringen en gesprekken met mijn vrouw, mijn kinderen, leerlingen, mensen uit mijn (directe) omgeving, gesprekken met (naaste) collega’s, mensen die ik via sociale media heb ontmoet of zelfs volstrekt vreemden, hebben mij gebracht tot waar ik nu sta. Daar, op het einde van die plank, een horizon voor me…geen geplaveide wegen, geen strak blauwe zee onder me, geen eiland dichtbij om rust te vinden. Turend naar de spiegeling van bergtoppen in het water. 

    De tijd is daar! De tijd om te doen wat ik denk dat belangrijk is. Dat wat er toe doet. Langzaamaan krijgt mijn beeld contouren en kleur. En ja, ook buiten die contouren ontstaan kleuren. Binnen de lijnen is het niet altijd de plek waar ik me het meest prettig voel. Daarbuiten is het regelmatig koud, kil en eenzaam, maakt het mij onzeker en toch…ook daar wordt het langzaam warmer en begint de zon te schijnen. Het eiland wordt beter zichtbaar. Vanaf mijn plank besef ik dat de weg die ik neem doorgaans niet vaak gekozen wordt. Toch weet ik, door de beweging om mij heen, dat de weg die ik heb in geslagen de juiste is. Ik kijk naar beneden, zie mijn benen, voeten en plank, omringd door water. Misschien is het wel niet zo diep als dat mijn angst denkt dat het is… 

    Als de dag van gisteren herinner ik me de klim naar die bergtop die nu vanuit het troebele water naar me knipoogt. Een mooie dag, de zon en een warm begin van de klim. Eenentwintig en een halve kilometer later had ik alle weersomstandigheden mogen begroeten en begon aan een heroïsche afdaling. Van in de dichte mist met hagel en sneeuw beklede top naar regeldruppels die steeds warmer en groter werden totdat het voelde als een krachtige waterval. In vertrouwen en volle snelheid naar beneden suizend. In het moment hangend, bewust van de snelheid en het doordringen van de warme druppels op mijn huid. Zou mijn sprong ook zo voelen? Ik zal het gaan ervaren…de tijd is daar…

    Verschil in begrip

    Zie, er is een verschil tussen ‘onderwijs’ en ‘educatie’! Wij zijn in Nederland goed in het anders verwoorden van begrippen en verliezen daardoor de inhoud..

    “Education is everything.. Education is not preparing for life, education is life itself! It’s about things that matters to us as individuals..learn skills to negotiate, to exspress, to analyze and to respect, respct ourselves and respect diversity. Education should help us reflect upon where we come from, who we are and what we want to be. It should empower us to follow our dreams!”

    Lijkt me duidelijk..niet?