Blog : introspectie

De roos fluistert

De roos fluistert

Zo’n ‘day after’. Gister een dag ziek. Thuis.
Vandaag gaf een leerling mij een roos. Opbloeien als metafoor.
Zij miste mij. Ik hen. Sterker, ik soms zelfs mezelf.
En dus korte break. Een nood.
Mijn baas vroeg of ik migraine had. Nou, mijn hoofd voelde niet goed, zover was zeker.

Lees verder

Is er een juiste vraag?

Vijf weken op school en bijna iedere dag minimaal één keer naar de achtervang, onze Time Out. Het niet kunnen functioneren in de groep is reden voor het dagelijks uitstapje. Wat zou dit met de mindset van een leerling doen? Wat zegt dit over zijn welbevinden? Voelt hij zich welkom in de groep, bij zijn medeleerlingen en op school? Hoe is de relatie met de leerkracht en hoe verloopt de communicatie? Als hij bijna iedere dag ontglipt, vraagt dit een pedagogische uitdaging. Ik zoek de dialoog.

“Het lukt me bij hem niet om de juiste vraag te stellen…”

Een pijnlijke constatering. Edoch, de moed zich kwetsbaar op te stellen maakt de duidelijke hulpvraag van de leerkracht tot een bewustwording. De onmacht groeit. De verbinding met Michael is verder weg dan ooit. Samen staan zij voor een opdracht. Beide met hetzelfde verlangen; inzicht op en vertrouwen in hun eigen kunnen. Samen elkaar iets leren. Hun (leer)kracht zien en accepteren te mogen zijn wie ze zijn. De sleutel zit ‘m in de relatie!

Als ik het lokaal binnen loop om de groep te voorzien van hun proefwerk wiskunde zie ik hem achter in de klas zitten, Michael. Te vaak in de achtervang verbleven en nu, als tussenstap, ondergebracht in een andere klas. 

Ik knipoog. Hij knikt terug. 

Wanneer het proefwerk is uitgedeeld en de leerlingen aan het werk zijn pak ik een pen en ga naast Michael zitten. Hij kijkt me afwachtend aan. Ik zie een proefwerkblad liggen waarop een dagrooster staat. Mijn eerste gedachte: niet meer welkom in de groep vandaag. 

Op de achterkant schrijf ik: ‘Wat is er gebeurd waardoor je nu hier zit?

“Ik had gister veel problemen!”

We zijn vertrokken. Ik teken een cirkel om ‘problemen’, een prachtig woord dat bij mij direct de vraag ‘Wat dan?‘ oproept. Ik vraag het niet. Als een woordspin trek ik alleen lijnen. Ik weet en vertrouw dat hij mijn vraag wel voelt. 

Ik schuif het blad naar hem toe en aan het einde van de lijnen komen ‘ik was veel kinderen aan het uitschelden’, ‘brutaal’, ‘door de gang lopen’ en ‘druk’ te staan. Een mooie opbrengst, evenals zijn evaluatie én vanuit de ‘ik’ geschreven. Verantwoordelijkheid! 

Als stroomschema ga ik al vragend verder. Wat ik krijg is waardevolle informatie, zijn informatie!

Het ‘uitschelden’ zou zijn ontstaan toen twee leerlingen hem aan het knijpen waren geweest. Volgens hen was Michael te druk. De oorsprong van zijn gevoel ‘druk(te)’ kon hij niet goed beschrijven. Wel kon hij aangeven zich in een leeg lokaal veilig te voelen.

“Gewoon, als ik even alleen in een kamertje ben, bijvoorbeeld het muzieklokaal.”

Als ik doorvraag komt er een duidelijke “Ja!” op de vraag of hij het alleen zijn als prettig ervaart. Is het veiligheid? De rust? Kan hij de vele impulsen en/of het overzicht in de klas reguleren? Vragen te over.

Zelfinzicht lijkt Michael verder te helpen. Bewustwording van de momenten waarop hij ‘druk’ ervaart. Hij weet al wat hij nodig heeft… Alleen in een lokaal is een mogelijkheid om tot rust te komen. Een afgeschermde werkplek, een kaart die hij kan laten zien aan de leerkracht zodat die weet dat hij druk is, observeren en noteren wanneer hij druk wordt zijn andere mogelijke oplossingen. De start is het eigen proces! Wil hij weten waardoor hij druk wordt?

Gehoord en gezien worden hoeft niet altijd verbaal. De signalen zijn non-verbaal vaak sterker. Even een knipoog. Vanuit daar een verwachting fluisteren, gebaren of een chat op papier!? Het vertrouwen geven en de veiligheid bieden waardoor een ogenschijnlijke afstand minimaal wordt. De verbinding aangaan. Voelen wat in het moment het juiste is om te doen. De vraag zal opborrelen. En dan het lef ‘m te stellen!?

Schrijven/tekenen werkt, altijd! Pak een A4, schrijf de vraag die je bezig houdt op en leg het blad op de tafel van de leerling. Het is al een reflectie op jezelf. Een uitnodiging te antwoorden. Alleen al het denken over de vraag is voldoende beweging. Door te vertrouwen dat het antwoord volgt geef je alle ruimte die nodig is het denken voelbaar te maken en over te gaan tot doen, het schrijven! Vervolgens nodigt het de ander uit tot vervolgacties en zo ben je samen in beweging…

Door met Michael de conversatie aan te gaan, door hem te bevragen en hem het gevoel te geven er volledig voor hem te zijn, kon ik de brug zijn tussen hem en de leerkracht. Nu is het aan mij om te vertrouwen dat de leerkracht van Michael het verder oppakt. Dat ze vanuit haar kracht gaat handelen en dat wanneer het niet lukt, ze zal komen met de vraag!


Deel 1: “Een glimlach in plaats van een correctie!
Deel 2: “Ik luister niet!

“de beste wense en een gelukig nieuwjaar!”

Vakantie! Om eerlijk te zijn was ik er aan toe. Het verlangen naar ‘even geen school’ groeide de laatste maand met de dag. Opgezogen door werkdruk, of was het de drukte die ik er zelf van maak?

Vlak voor de vakantie hoorde ik Frank Van Massenhovespreken over ‘Het Nieuwe Werken’ en wat het onderwijs hiervan zou kunnen leren. In zijn bedrijf werkt 67% van het personeel voornamelijk thuis. Dit om hen het gevoel van autonomie en familieliefde niet te ontnemen. “Mensen werken wanneer zij willen en gemotiveerd zijn,” legt Van Massenhove uit. Het levert dus ook nog eens motivatieop. Wat wil je nog meer? Mensen die willen gaan ‘voor de zaak’ en dat terwijl ze gelukkig zijn met wat ze doen. Alleen, verbonden aan een school lijkt thuiswerken voor onderwijsgevenden erg lastig. En toch werken er veel thuis… Ik deed dat in ieder geval:

Toen ik net startte in het voorgezet speciaal onderwijs kwam er veel op mij af. Zo is er in het VSO – en mijn ervaring is nog niet anders – een systeem waarin alle kennisvakken door één en dezelfde leerkracht wordt gegeven. Dit omdat leerlingen moeilijk kunnen omgaan met leerkrachtwisselingen, zo werd mij verteld. Het riep het bij mij de nodige vragen op. Is het onderwijs op deze wijze een afspiegeling van de maatschappij? Hoe leren ‘speciale’ leerlingen wel? Wat hebben ze nodig? Voedt deze werkwijze niet juist het gevoel van ‘speciaal’? En wat vraagt deze aanpak van leerkrachten en de kwaliteit van het onderwijs?

Thuis was ik ijverig lessen aan het voorbereiden, toetsen aan het nakijken, handelings-/groepsplannen en kerndocumenten aan het schrijven en alle ouders iedere dag aan het updaten wat betreft de ‘ontwikkeling’ van hun kind. Vaak ging dat ‘ontwikkelen’ over gedrag, want ook in dit systeem lieten leerlingen zich niet kaderen! Om mij heen zag ik het iedereen doen, ik volgde braaf. Zelfs in het weekend had ik regelmatig contact met collega’s over werk.

Met de jaren werd ik ongelukkiger. De antwoorden op mijn vragen waren niet congruent met wat ik in de groep ervoer. Eigenlijk was ik alleen maar dingen aan het doen waar ik het nut niet van inzag of waarvan de opbrengsten niet opwogen tegen de inzet.

In die tijd werd ook mijn eerste zoon geboren. Mijn gedachte dat ik mijn leven nog kon blijven leven zoals ik dat deed was wat te naïef. Naast de slapeloze nachten werd de roep meer thuis te zijn groter. Geheel begrijpelijk, maar hoe moest dat met mijn werk? Mijn eerste spiegel: de balans was ‘een beetje’ zoek…

Ooit vroeg ik tijdens een vergadering om meer tijd op school om handelings-/groepsplannen en kerndocumenten te schrijven kreeg ik enkel verontwaardigde blikken. Het bleef stil. Achteraf werd ik zelfs als ‘oncollegiaal’ weggezet!? Hoe zou de inspectie tegen deze tijdrovende taak en manier van werken aankijken?

Van Massenhove vertelde ook over blank-agenda-dagen, dagen waarop er niets op de agenda stond en je zelf je werk kon inplannen. Zo heb je als fulltimer niet meer dan voor ongeveer 80% werk. Ik dacht terug aan mijn handelingsplannen! Van Massenhove vervolgt met dat er natuurlijk altijd onvoorziene taken bij kunnen komen, maar dat je door blank-agenda-dagen je taken – of zoals hij ze noemt ‘targets’ – goed kan halen. Een mooie uitdaging: de targets van een leerkracht in kaart brengen, daar 80% van nemen en die opnemen in een NJT. Natuurlijk begrijp ik ook wel dat het onderwijs een proces is dat niet zomaar in percentages gevangen kan worden. Het statement echter is mooi: geef ruimte! Binnen mijn groepen was en is dit ook één van mijn statements, ruimtevoor ontwikkeling. Mijn wens is dat dit ook door mijn leidinggevenden wordt uitgedragen…

Het deed me ook denken aan Google Friday. Bij Google mogen werknemers 20% van hun tijd aan bedrijfsverwante zaken werken vanuit hun eigen interesse en talenten. Dat betekent dat wanneer je een goed idee hebt er altijd tijd is om die ideeën uit te werken. Wat als leerkrachten deze ruimte zouden krijgen? Denk aan peerreview, deskundigheidsbevordering, praktijkonderzoek, maar ook aan het ontwikkelen van eigen lesmateriaal… Mijn wens zou het ondersteunen van collega’s in het regulier onderwijs zijn! Twee sporen trekken: zelf het speciaal onderwijs onnodig maken en andere leerkrachten empoweren.

Ooit startte ik met een VSO-groep van 8 leerlingen. Een mooi aantal om een geweldig proces mee te doorlopen. Hen verder brengen. Dit jaar staat de teller op 13, een stijging van ongeveer 61,5%! In het SO kreeg je er een assistent bij. In het VSO, daar waar de leerlingen in één van de belangrijkste levensfases zijn beland, is geen klassenassistent te vinden. Voor de zomer van 2014 wordt binnen mijn stichting het onderwijs ondersteunend personeel grotendeels wegbezuinigd! Het Sociaal Plan heet dat!? Dit betekent toch echt een hogere werkdruk, of moet ik me niet zo druk maken? Alleen lukt het mij echter niet om het werk voor meer dan 100% te doen…

Vakantie! Een mooie periode om het werk te doen dat is blijven liggen. Toch? Voor mij tijd voor bezinning. Reflectie. Koers(her)bepalen. Nadenken. En dat laatste kan ik beter laten… Het brengt me aan het twijfelen. Twijfel over of ik met het juiste bezig ben. Doe ik hetgeen waar ik echt gelukkig van word? Wie wil ik om me heen hebben en waar wil ik werken? Hoe en waar kan ik het verschil maken?

“Onderzoek beïnvloedt je handelen!” spreekt Van Massenhove tenslotte. Het is een half jaar geleden dat ik besloot op onderzoekte gaan. Eén dag ontslag. Wat een vrijheid. Wat een ruimte. Op (onder)zoek samen met mijn vragen. En ja, dat heeft mijn handelen en visie op onderwijs veranderd! Het heeft me veel moois gebracht in 2013: de Ontdekkingsreis, de Innovatieklas, de eerste opdracht via Meesters in Onderwijs, de start van Pedagogische Tact, mooie en nieuwe ontwikkelingen rondom leerKRACHTkijken en Poeheej én de ontmoetingen met bijzondere en lieve mensen!

En toch, de twijfel bleef. Het denken… En net nadat ik tegen mijn vrouw uitsprak dat ik misschien het speciaal onderwijs beter zou kunnen verlaten, kreeg ik een kaart binnen. Van Fanny!

hooi meneer ronald, de beste wense en een gelukig nieuwjaar! groetjes Fanny

Wensen…die heb ik genoeg! In het ontvangen van haar lieve woorden flitst 2013, de mooie verhalen en alle ontmoetingen voorbij. Ik ben nog niet klaar in het onderwijs! Dat is wat helder is. Er staat me nog wat te #dOEN! Mijn woord voor 2014. Een nieuw jaar vol nieuw werk(en), nieuwe uitdagingen, wensen en verlangens concretiseren. Mijn Ronaldheidanus Thursday heb ik al. Mijn (onder)zoektocht wordt vervolgd. Een open sollicitatie aan dat wat zich aandient. Een warm welkom aan dat wat zich ontvouwt…

Ik koester de nieuwjaarskaart van Fanny! Ik ontvang en deel, wens haar, alle leerlingen & onderwijsmensen in het (speciaal) onderwijs “de beste wense en een gelukig nieuwjaar”!!

Een bolletje wol

Na een aantal weken stak hij zijn vinger op: Didier, een jongen ‘van de straat’. “Wat vindt u eigenlijk van mij?” Wat stotterend en onwennig stelde hij me de vraag. Op een wat stoere toon. Ik merkte dat hij zijn best ervoor deed. Toch was Didier erg benieuwd. Op zoek naar bevestiging?

Van het woord ‘stoer’ moest Didier trouwens niets hebben. Stoer had volgens hem een negatieve lading. Hij vond zichzelf ook absoluut niet stoer. Vreemd eigenlijk! Zijn omgeving zag hem wel zo. Hij had veel volgers. Soms stootte hij deze ook wel eens af, als ze in zijn ogen ‘domme dingen’ deden. 

Soms leek het alsof hij een beetje stiekem gedrag vertoonde. Een aantal mensen betichtte hem zelfs wel eens van leugens. Wanneer er een conflict ontstond, kon hij zeer agressief uit de hoek komen. Klasgenoten voelde zich onveilig bij hem, in fysieke zin. Maar ook omdat zij hem onbetrouwbaar en niet congruent vonden. Wat hij zei, deed hij soms niet. Grenzen leken voor Didier namelijk nog niet aanvaard.

Hij was op zoek.

Aan een afspraak hield hij zich vaak niet. Het was als  ‘oeps, vergeten’ en dan echt, althans zo leek het. Soms duwde hij de ander onverwachts weg. Dan deed hij eerst aardig, maar zette hij even later diezelfde persoon in de zeik. Anderzijds vond hij het verschrikkelijk als iemand hem niet mocht.

Voor vele een bijzondere jongen, voor mij een jongen met een iets te zware ‘rugtas’. Een rugtas vol met opgedane en onverwerkte ervaringen! Zijn verleden kleurde zijn heden. Hij was open, dat zeker! Je kon met Didier over alles in gesprek. Met de juiste vragen en soms wat doorvragen tekende hij zijn leven al aardig uit. Er ontstonden dikke en dunne lijnen, maar ook stippellijnen. 

Didier was als leerling mijn uitdaging, vooral om eigen waarden te ontdekken en grenzen op te rekken. Samen leren, van en met elkaar.  Dankzij Didier kon ik de juiste lijn vinden…

Na een maand of drie zei Yco tegen Didier dat hij onbetrouwbaar was. Op zijn beurt was Didier niet te houden! Zeker niet toen Yco hem – onwetend, al leek het wat wijselijk – negeerde.

Op zo’n moment weet ik dat ik heel scherp te zal moeten zijn, het juiste te zeggen en tegelijkertijd ‘de taal’ af te stemmen op zowel Didier als Yco.

Nadat Didier rustiger was geworden, heb ik hem verteld wat ik dacht dat Yco met zijn opmerking bedoelde. Yco bevestigde mijn verhaal. Hierdoor werd Didier nieuwsgierig. Het was nog steeds niet duidelijk wat en vooral waarom Yco zo dacht, maar een lading vragen volgde.

De twee – in opvattingen, achtergronden en waarden de meest uiteenlopende leerlingen in de groep – gingen vervolgens met elkaar in gesprek! Ik nam zelf letterlijk en figuurlijk afstand en gaf Didier het vertrouwen dat hij ook rustig een gesprek kon voeren. 

Wat ontstond was een prachtige, eerlijke conversatie. En begrip! Door te luisteren, over en weer samen te vatten en door te vragen.

De ‘wat-maakt-vraag’ heeft Didier het hele jaar zeer geboeid. Het heeft hem ook veel opgeleverd, zowel inzichten als nieuwe frustraties! “Ik krijg stress als mensen deze vraag verkeerd gebruiken!” 
Hij had gelijk! Enerzijds. 
Anderzijds zag hij niet in dat deze mensen het deden om te ‘toetsen’ of om Didier ‘terug te pakken’! Wat voor hem stress opleverde, was voor de ander een ‘cadeautje’!? Kreeg hij terug (gespiegeld) hoe hij met anderen omging?

Het moeilijke (of de uitdaging) van empoweren is dat het van mij vraagt mezelf kwetsbaar op te stellen! Dat ik voorleef wat de leerling (en dus ook ik) te leren heeft. Het gaat om practice what you preach. En ja, de ander kan misbruik maken van die kwetsbaarheid. Het is dé test om te ervaren, waar je zelf in dit proces bevindt. Elkaar te ondersteunen. 

Ben ik (/jij) sterk genoeg om dicht bij mezelf (/jezelf) te blijven?

Didier liep over een dun lijntje, zo werd hem en iedereen duidelijk. Hij viel snel in oude gewoontes en gedrag terug. Maar hij kende ook veel mooie momenten! Vol trots vertelde hij iedereen over zijn inzichten en opbrengsten. Over de band met zijn moeder, de communicatie met verscheidende vriendinnetjes, zijn voetbalcoach en team. Maar ook over de ‘bijna ruzies’ en “achterlijke” acties op straat van zijn vrienden. Didier wist hier en daar conflicten en voorvallen te voorkomen door de ‘wat-maakt-vraag’ aan zijn vrienden te stellen! “Het werkt echt!

De ‘wat-maakt-vraag’ kreeg pas echt ‘gelaagdheid’ op het moment dat ik hem koppelde aan ‘de ijsberg’! Gedrag is maar het topje van de ijsberg.  Wat drijft iemand om juist dat gedrag in te zetten en wat wil het eigenlijk zeggen? 

Het vraagt soms een lange adem en geduld om erachter te komen wat er bij iemand – onder water – speelt. Anderzijds is er lef nodig om contact te maken met datgene wat er onder het oppervlakte zit. Om onduidelijkheden te benoemen en onzekerheid toe te laten, daarvoor is kwetsbaarheid nodig. 

Didier begreep het, met een verzuchtende ondertoon uitte hij zich: “Maar dan kun je alles wel verklaren met zo’n ijsberg!?

Voor Didier bleef het lastig om zich kwetsbaar op te stellen. Was het zijn biografisch verleden? Zijn cognitieve stijl? Het lag voor de hand dat hij een dergelijk ‘antwoord’ nooit had gezien of geleerd te geven. En toch, ergens leek het ook weer van wel.

Na een week of vijf kwam Didier tijdens het zelfstandig werken al dansend voorbij. Het dansen leidde een aantal leerlingen af en ik vroeg hem een plek te zoeken waar hij wel de rust kon vinden om te werken. Ik sprak hem – voor de derde keer – op zijn verantwoordelijkheid aan.

Didier ging volledig uit zijn plaat! 

Hij riep dat ik loog, dat hij niets deed en dat hij gewoon op zijn eigen plek in de klas wilde werken. Mijn zijn armen gespreid stond hij met zijn gezicht op drie centimeter van mij te schreeuwen! Zijn houding – maar vooral de kracht waarmee het plaatsvond – maakte de situatie onveilig. 

Met hetzelfde volume en zonder blikken of blozen stuurde ik hem naar ‘de achtervang’ om rustig te worden. Met een klap smeet hij de deur achter zich dicht!

Minder dan tien minuten later kwam Didier vragen of ik met hem in gesprek wilde gaan. We liepen naar buiten. Voor hem. Hij wilde dat niemand ons kon horen. Met oprechte excuses voor zijn agressieve houding startte hij het open gesprek. In navolging op zijn verontschuldiging kwam hij met zijn eigen verklaring: “Ik deed een soort van dansende bewegingen om Ben af te leiden, dus u heeft dat kunnen zien als dansen.

Knap staaltje evaluatie, reflectie én verantwoordelijk nemen! 

Duidelijk werd dat Didier van ‘de taal’ is. Dansen is dansen en ‘dansende bewegingen’ is nog niet per definitie dansen… In zijn ogen. Of was het een verdediging? Hem meenemen in de ontwikkeling van schaamte. Didier stond er voor open!

Het voorval tussen ons maakte de relatie tussen ons als stippellijn tot een dikke, stevige lijn! Het zelf geïnitieerde evaluatiegesprek en mijn begrenzingen kwamen voort uit onze relatie die veilig, vertrouwelijk maar vooral stevig genoeg was. Hij voelde het fundament om écht bezig te gaan met de existentiële vraag: ‘Wie ben ik?

Tijdens een vervolgles op ‘de ijsberg’ ontstond een gesprek over authenticiteit. Didier stelde mij de vraag wat ik dacht dat hij dit jaar zou moeten leren, los van zijn lesboeken. Het antwoord werd een wedervraag: “Wie ben jij nu echt?” 

Als toelichting op mijn ‘antwoord’ gaf ik een beschrijving van zijn verschillende gedragingen die mij een schooljaar eerder waren opgevallen. Van een agressieve jongen die over het schoolplein stuiterde, tot de behulpzame jongen die zeer meewerkend was.

Was veel maar een houding? En zo ja, waarvoor? Nee, wat was de functie? 

Was hij onzeker? (Wie niet trouwens in deze levensfase?) Wat is de reden? Wat is zijn behoefte? Wanneer is hij blij en wat maakt hem gelukkig? 

De ‘wat-vindt-u-van-mij’-vraag als koevoet tussen weerstand en de verandering. Weten dat hij zelf midden in het proces zit van kind naar jongvolwassene.


Soms helpt het om een leerling even zelf te laten zwemmen of het bos in te sturen. Iets in me wist dat ik er goed aan deed Didier het bos in te sturen.

Op zoek.

Hij stippelde zijn pad uit en maakte er vervolgens duidelijke en dikke lijnen van. Hij leerde zijn eigen grenzen kennen. Zichzelf te ontmoeten. 

En ik, ik mocht met hem mee. Samen het bos in, met een zoeklicht. 

Wat een ontwikkeling heeft hij doorgemaakt. Nu is hij klaar om zijn volgende vraag op te pakken! Succes, Didier, laat zien wie je (echt) bent en ontmoet de ander!

Ow, en wat ik van hem vond? Een bolletje wol!


Verlangen naar de zee…

Alsof alle zonnestralen die we de afgelopen maanden hebben ontvangen, zijn omgezet in regengordijnen. Treurig weer, dikke druppels en kou. Het juiste beeld bij een dag vol onmacht, verdriet en ‘water dragen’. De emmers zijn sneller gevuld dan ze geleegd kunnen worden. De storm liet zich een dag eerder al inleiden. Vandaag hebben we volle wind in de zeilen. Het is zo’n dag waarop je beseft dat onderwijs soms ook gewoon niet leuk is…

Samen op een schip, bestemming onbekend. We zullen het met elkaar moeten doen, zo is eerder besloten. Anne en Joep zijn op elkaar aangewezen, een grotere uitdaging is er eigenlijk niet. De twee lijken het licht in elkaars ogen niet te gunnen. Niet vanuit hun kern, maar vanuit uiterlijke verschillen en onbegrip.

Anne, die eigenlijk heel graag gezellig wil kletsen en anderen wil helpen, maar met haar harde stem niets anders doet dan anderen wegduwen. En Joep, die eigenlijk best veel weet en toch alleen lijkt te weten dat hem ‘toch niets lukt’. Het resultaat: een lopend vuurtje en materie met een zeer lage ontvlambaarheidsgraad. Of dat op een schip zo handig is?

Bijna alles dat tegen Joep gezegd wordt, komt direct als een aanval bij hem binnen. Er wordt gevraagd om een stukje op te schuiven. Hij belemmert het zicht wat voor Anne. Nog voor hij de kans krijgt om opzij te gaan, krijgt hij de wind van voren. De harde stem van Anne schalt over de woeste zee. Joep blokkeert, schiet vol onbegrip. De luiken van onzekerheden openen zich en een ontploffing is nabij.

Zo goed als hij in zijn kern is, lijkt hij zich naar Anne nog in te kunnen houden. De bootsman – ik dus – vraagt Joep om wat te gaan drinken, maar de woede is daarmee niet gaan liggen. Nog voordat Joep terug is op het dek, wil hij Anne in de haren vliegen. Deze wordt op haar beurt tegengehouden door drie andere matrozen en Joep wordt afgezonderd. Gevolg: een totale black-out.

Bij gebrek aan voldoende en geschikte ruimte proberen drie bootsmannen hem van het dek te verwijderen en duurt het wel vijftien minuten voor er enige ontspanning in zijn lichaam voelbaar wordt. Het leidt tot veel verdriet bij Joep. En boosheid. Hij is boos op zichzelf. Hoe eenzaamheid en heimwee naar zichzelf hem heeft verzwakt. Als Anne dit zou weten, zou ze er voor hem zijn!

Het wordt licht. Tijdens de nacht is hard gewerkt en overleg geweest over de koers. De stuurman koos voor een afzonderlijke start. De zon verschuilt zich achter grijze wolken. Het regent hard. En de zee is ruw.  Joep gaat de aardappels schillen en de bootsman roept zijn matrozen bijeen om er weer een veilige reis van te maken. Joep zou zich vervolgens weer in kunnen voegen. Het loopt echter anders. De kleur van de dag tekent zich stilaan af.

Een van de matrozen, Mike, steekt van wal. Het is duidelijk dat hij al een aantal dagen slecht heeft geslapen. Hij vertelt dat hij vlak voor de afvaart is weggelopen bij zijn vader. Zijn ouders leefden al jaren gescheiden. Na een lange tijd heeft hij weer contact gekregen met zijn moeder. Zijn vader kon dit contact moeilijk een plek geven. Een woordenwisseling ging aan de ruzie vooraf, vervolgens pakte Mike zijn tas. Door deze beslissing dreigt bij terugkomst een uithuisplaatsing. Deze weg heeft hij eerder bewandeld. De angst en onzekerheid zijn zichtbaar.

De lijntjes zijn gespannen aan boord. De gezichten staan strak, vol in de wind. Joep, Anne, Marc, bevinden zich aan één kant van de lijn. Aan het einde de middag komt daar Kyan bij. Samen met Anne en Trey dragen zij de verantwoordelijkheid over de voorste razeilen.

Kyan had niet zo’n zin, eigenlijk al vanaf dat het schip vertrok. De kantjes er vanaf lopen, zorgen dat hij zo min mogelijk hoeft te doen, smoesjes om onder werkzaamheden uit te komen, anderen vervelen, irriteren en – fysieke – ‘grappen’ maken. Die razeilen waren de druppel. Voor Anne en Trey!

Met het volle volume dat Anne kan produceren wordt Kyan op zijn plek gezet en tegelijkertijd weggeblazen. Ook Trey is zeer kritisch. Samenwerken betekent ook echt samen! Zeker als de weersomstandigheden er niet naar zijn om onverantwoordelijk te handelen. Het is alle zeilen bijzetten en waar nodig in volle storm reven! Geen tijd om de ander een rif te steken.

Totale onmacht tekent Kyans gezicht en hij vlucht. Ergens onder in het ruim zoekt hij eenzaam een stille plek. Nadenkend, over waarom hij ooit geboren is…

De bootsman volgt het schouwspel dat zich voor hem op het dek afspeelt. Hij verzinkt in gedachten, in twijfels, in onzekerheden.

Weten de matrozen wel wie zij zelf zijn?
Is de koers wel helder? Wordt hen perspectief geboden?
Wordt iedereen naar kunnen en mogelijkheden ingezet?
Kunnen de individuele talenten en krachten hun samen wel op een hoger plan tillen?
Hoe is de aandacht voor moeilijkheden en hoe worden deze overwonnen?
Is er bij iedereen een verlangen?

Verlangen, de hunkering of wens. 
Het lijkt wel of dat je eerst dient te lijden op weg naar veiligheid, vertrouwen, erkenning, begrip, een ‘thuis’, autonomie ofwel het gevoel dat je gelukkig bent. Wanneer zijn matrozen gelukkig? Zij bewandelen geen pad, maar varen uit. Volgen zij de koers van de stuurman, van thuis, de verwachtingen van de maatschappij? De bootsman wellicht als belangrijke schakel?

Een ding is zeker: Ze verlangen ergens naar de zee… 
Waar het schip onderweg strandt of averij oploopt, is de vraag. Dat is sterk afhankelijk van de invloed van de omgeving.

Het lijkt alsof deze matrozen veel lijden, een soort van fundamentele ontevredenheid meevoeren, het gevoel van niet voldoen aan verwachtingen en normen. Hoe kunnen deze matrozen dan voldoening halen uit dat wat ze doen?

Natuurlijk, elke vraag heeft zijn oorsprong: een persoonlijke ervaring, een eigen – soms beperkte – waarneming, een besluit om geen – fysiek – contact (meer) aan te gaan. Of misschien willen deze matrozen een eigen identiteit vormen of begint het met de vraag – zoals Kyan stelt – waarom het eigenlijk geboren is.

Iedere matroos heeft de kracht in zich om ‘oorzaken’ te laten varen, het verleden overboord te gooien of los te laten. Maar waar start het? Door open te staan? Te vertrouwen? Door te zien wat er in de binnenwereld gebeurt? Door te accepteren van dat wat is? Is één zeevaart dan voldoende? En welke bootsman leert het je allemaal?

Neemt die bootsman dan zijn ervaring mee en pakt het de ruimte om matrozen te ‘empoweren’? Om hen met aandacht en de juiste intentie vanuit focus het inzicht, de inzet en het handelen – aan – te leren? Voor te leven?

We zijn een aantal weken onderweg. Onze reis duurt nog even. Het is niet altijd even mooi weer geweest, we kennen momenten dat de wind stevig in de zeilen staat en momenten waarop de zee rimpelloos is. Dan is het tijd voor bezinning. Om te luisteren, te kijken of om even niets te doen. Of om de mooie momenten even terug te halen en te herbeleven.

Om met de ogen gesloten op het voordek de zee te horen. Dan volgt het verlangen vanzelf…

Chocomeltijd en bouwen…van een Eiffeltoren.

Chocomeltijd en bouwen…van een Eiffeltoren.

Bijna iedere dag verliet hij wel één keer het klaslokaal. Ogenschijnlijk boos en telkens die blik van onmacht; van het niet meer weten en het niet meer begrijpen. Een introverte jongen, het gezicht verbeet zich.

Chocomeltijd en HARDop zwijgen.

Voor mij waren Wessel’s emotionele uitbarstingen altijd het moment om naar de drankautomaat te lopen. “Ik haal even een beker chocomel,” riep ik naar Millorny, mijn gouden assistent in groep 8. Zij wist dan precies hoe laat het was. Zonder iets te zeggen nam zij de verantwoordelijkheid van de klas over.

Op de terugweg kwam ik Wessel dan altijd als een soort van ‘toevallig’ tegen. De eerste keren ging ik bij hem ging zitten en voelde al snel dat hij niets tegen mij zou gaan zeggen. Waarom zou hij ook? Er was nog niets dat op een relatie leek. En daarbij was hij vaak al boos en gefrustreerd. En dan zit er ineens een leerkracht naast je. Ja, wat doe je dan? De chocomel leek hem overigens wel te smaken!

Een week later probeerde ik de grens te verleggen en benoemde wat ik zag. Een jongen die ergens boos of verdrietig over leek te zijn. De vraag of dit klopte volgde. Alleen een knik was het antwoord. Op mijn vervolgvraag kwam nog niets. Nou ja, niets? Zijn schouders zakten wat.

ENGels?

De tijd verstreek en in de tussentijd hadden we met het bovenbouwteam afgesproken dat we de Engelse lessen ‘op niveau’ zouden gaan geven. Groep 7 kreeg ik onder mijn hoede. De klas van Wessel.

De eerste lessen kwam Wessel niet opdagen. Ik liet het gebeuren en na wat getrek (soms ook letterlijk!?) door zijn groepsleerkracht heb ik Wessel nog eens expliciet verteld dat hij welkom was en dat ik het zelfs prima zou vinden als hij er al ‘gewoon’ bij zou zijn! Hij hoefde van mij niets te doen. Er alleen maar zijn. Voelen dat het oké is. Mijn hypothese was namelijk dat hij door zijn ogenschijnlijk lage zelfbeeld totaal blokkeerde. Angst. Dat zijn gevoel van ‘ik kan toch niets’ hem parten speelde. Ook het eventuele gevoel van onveiligheid betekende dat ik hem eerst veiligheid wilde laten ervaren, mijn eerste doel! De vervolgstappen waren die van het zoeken in het donker, op de tast. Trail and error. Later.

Nadat Wessel de eerste les niet kwam opdagen, heb ik zijn vaste groepsleerkracht op het hart gedrukt vertrouwen te houden, een lange adem te hebben. Ik wist dat hij zou komen, maar hij liet zijn tempo niet door ons bepalen! Zover was mij allang bekend. En ja hoor: de tweede les kwam Wessel na een half uur aangelopen. Onzeker. Ik gaf hem niet meer aandacht dan een knipoog en wees waar hij kon gaan zitten. Een plek die ik voor hem had vrijgelaten. Midden in de groep. Bewust! Om te ‘toetsen’ of de andere leerlingen misschien een extra ‘prikkel’ voor hem waren. Dit was niet het geval. Langzaam, heel langzaam ging hij zich veilig voelen in de groep. Tijdens één van de volgende lessen had ik een instapboekje Engels voor hem neergelegd. Ik zei niets. Geen opdracht en druk, zelfs geen uitleg. Maar de uitdaging trok aan hem.

Na een aantal lessen begon hij er in te werken. Zijn werktempo nam toe en hij merkte dat het niveau te simpel voor hem was. Hij ervoer: ‘Ik kan iets!’ Ook de gesprekken op de gang – buiten Engels om – namen andere vormen aan. Langzaam maar zeker opende Wessel zich. In zijn eigen woorden gaf hij aan dat het blokkeren te maken had met zijn onzekerheid en het ervaren van onveiligheid in de klas. Daarom durfde hij eigenlijk geen vragen te stellen, zo onzeker. Ook voelde hij zich onbegrepen. De onzekerheid leek gevoed te worden door een taalprobleem. Hij benoemde het als reden. Terugkoppeling volgde, al bleef chocomeltijd een vaak terugkerend ritueel.

De BEKENDe

Een jaar later was ik werkzaam op een andere school binnen de stichting en kreeg ik als mentor, net voor de start van het nieuwe jaar, de lijst met leerlingen. Ik las de naam van Wessel. Hij stond erbij!? Een dubbel gevoel. Enerzijds de twijfel. Ik was onderdeel geweest van een systeem op zijn SO-school. Anderzijds ben ik wel altijd in hem blijven geloven. Wat zou dit jaar ons brengen? Het antwoord laat zich raden: Wessel was los en deed het ongelooflijk goed! Hij was gemotiveerd en wilde laten zien dat hij het wel kon. Van de meer dan 100x die hij een school eerder in de time-out zat, ging hij dit jaar maar 10x waarvan de helft op eigen verzoek. Hij maakte eigen keuzes. En dat in een moeilijk en zwaar jaar voor Wessel: zijn ouders gingen uit elkaar. Een traumatische ervaring, waarvan hij het verloop en zijn eigen verwerkingsproces maar moeilijk begreep.

Vele gesprekken volgde, soms weer met chocomel. De open en eerlijke communicatie met zijn ouders zorgde ervoor dat Wessel het steeds meer een plek kon geven. Er was altijd ruimte om ergens op terug te komen. Ondanks alle tegenslagen maakte Wessel een enorme groei. Of waren het juist de tegenslagen die hem motiveerde ervoor te gaan?

leerMEESTER.

Op een dag kwam Wessel naar me toe met de vraag of hij zijn spreekbeurt buiten de school mocht houden. Graag! Ik heb mijn leerlingen altijd proberen te motiveren om buiten de schoolmuren te leren. Wessel nam initiatief, ergens totaal onverwachts. En ergens juist ook weer niet! “Ik wil de klas graag de werkplaats laten zien, u weet wel, waar ik mijn eerste werkstuk over heb gemaakt.” Aan zijn eerste werkstuk heeft hij vol overgave gewerkt. Voor mij was het heerlijk om hem met zijn vragen te helpen. Gefocust en alles tot in de puntjes willen uitwerken, zijn kracht en talent werden duidelijk zichtbaar. Als hij ergens iets in ziet en het is duidelijk hoe hij het gaat aanpakken, is hij los!

las-kl“Maar meneer, we hebben vervoer nodig!?” Ik kon niets anders dan hem bevestigen en stelde hem direct de wedervraag: hoe dacht hij dit te gaan regelen? Met grote ogen keek hij mij aan. Hij had in eerste instantie geen idee. Na even nadenken riep iemand door de klas: “Ouders mailen!” Met een lach – waaronder zich ook wel een mate van onzekerheid verschool – draaide hij zich om. Een dag later ontving ik een nette mail van Wessel aan alle ouders, met het verzoek of er ouders waren die wilde rijden. Vol trots stuurde ik de mail door naar alle ouders. En zoals zo vaak – in mijn context – kreeg de mail, op twee ouders na die aangaven niet te kunnen rijden, geen enkele respons. Hoe zou ik dit Wessel nu weer gaan vertellen? Eerlijk zoals het was. De teleurstelling was op zijn gezicht af te lezen, maar die maakte direct weer plaats voor de wil om dit alsnog te laten slagen. “Mag ik dan andere leerkrachten vragen?” Op proactief zoeken naar oplossingen kan ik geen nee zeggen. Dus weg was Wessel.

Die dag – op de technische afdeling van een koekjesfabriek – was er één om nooit meer te vergeten. Wessel, de binnenvetter, met een omgeving die hem vaak niet begreep, beplakt met verschillende stempels die zijn onzekerheid alleen maar deed groeien, die Wessel gaf een rondleiding langs alle machines! Hij was de ‘master’ en wij zijn leerlingen! Iedereen was stil tijdens zijn uitleg, wachtte rustig af tot vragen gesteld konden worden. Wessel leek helemaal in zijn element! Zijn spreekbeurt was formidabel opgebouwd. Van het uitleggen en voordoen van de verschillende machines naar uiteindelijk iedereen leren lassen!

Onbewust gaf hij mij een fantastische metafoor mee. Wat is nodig om goed te kunnen lassen? En welke verbindingen zijn nodig om met – in de ogen van diens omgeving – LAStige leerlingen te kunnen werken? De bevestiging vond ik in de LAS die ik mocht maken! De relatie met de ander en deze verbinden met de meester van je eigen leren. Meesterschap in jezelf ontvlammen. Wessel, dankjewel.

eiffelHet moge duidelijk zijn dat Wessel de sector ‘techniek’ heeft gekozen. Hij is losgekomen, heeft ‘tussendoor’ misschien het meest verschrikkelijke dat een kind kan meemaken meegemaakt en heeft tegelijkertijd onwijs veel inzet getoond. Hij heeft ons naar zijn geliefde praktijk gebracht en heeft zichzelf, mij en de hele klas veel gebracht.

De laatste opdracht van het jaar waar Wessel aan heeft gewerkt, was het solderen van de Eiffeltoren met ijzerdraad. Vol enthousiasme begon hij, in de les, maar ook thuis. Het leek een soort van ‘zelftherapie’. Het leek hem rust te brengen. Het project was aan het einde van het jaar nog niet af. Maar ook de Eiffeltoren is ook niet in één jaar gebouwd. Wessel nam zijn tijd. Ook met zijn reguliere werk. Op een bepaald moment zei hij tegen mij: “Ik doe al een maand niets aan mijn werk, ziet u dat niet dan?” Natuurlijk zag ik dat wel, maar ik legde hem uit dat ik een aantal jaren terug een engagement met hem was aangegaan, één van vertrouwen! Ik vertelde dat zijn ‘niets doen’ wel degelijk ‘iets doen’ is. Dat hij met ‘niets doen’ ook in beweging was, maar dat het zíjn zoektocht was. Ik kon maar één ding doen: vertrouwen houden in wie hij is!

Aan het einde van het jaar wenste ik hem veel succes en plezier voor het volgende jaar. Loslaten, een even fijn als moeilijk moment. Zijn Eiffeltoren maakt hij af, let maar op…

eiffel2

Autoriteit in samenkracht!

Vorig jaar tijdens mijn functioneringsgesprek liet mijn toenmalige locatiemanager het woord ‘autoriteitsprobleem’ vallen. Met een glimlach linkte ze dat begrip aan mij. Het verwonderde mij; daar waar ik nergens een ‘probleem’ van wil maken maar juist op zoek wil (en ook ga) naar oplossingen. Na wat vragen kwam het er op neer dat ik de ‘ongeschreven regels’ niet volgens de juiste weg bewandelde. Ja, als ze nergens beschreven staan of uitgelegd worden lijkt mij dit vrij lastig… En ook dat ik me niet zou houden aan het voorgeschreven protocol. Dat laatste klopt en daar ben ik trots op. Waarom? Omdat ik geloof in elkaar, het samen maken van een protocol, uitvoeren, evalueren en bijstellen! Ik denk dat daar de kracht ligt van het (speciaal) onderwijs, onderwijs maak je samen, onderwijs is leren van en met elkaar, samenkracht dus!

‘Autoriteit is de toestand dat mensen naar je luisteren door je positie en je kwaliteiten.’ Iedereen heeft een rol binnen een organisatie en het bevreemdt mij dat het woord ‘positie’ met enige regelmaat verward wordt met de hiërarchische ladder. Alsof je als leerkracht lager op de ladder staat dan een locatiemanager en daardoor minder ‘autoriteit’ of iets te vertellen hebt!? Misschien dat dit in salaris op deze wijze uit te drukken is, echter ben ik daar absoluut niet gevoelig voor. Zit daar mijn probleem dan?

Positie betekent voor mij de taak en rol die je invult binnen een organisatie en daarmee de verantwoordelijkheid die je hebt en dient te pakken. Ik ben leerkracht en ook daar ben ik trots op! Zodra iemand een beleidsstuk presenteert dat moet worden uitgevoerd en waar ik niet (geheel) achter sta, zal ik duidelijk mijn visie hierop geven. Ik neem mijn verantwoordelijkheid om binnen het onderwijsproces te kijken naar wat werkt en natuurlijk het protocol er in meeneem. Vergeet echter niet dat iedere leerling en daarmee iedere groep en dynamiek per jaar kan verschillen, zelfs per periode of vak. En dit nog even los van de ‘mens’ die je als leerkracht bent.

The distance from where the heart lies, between the words and 
sometimes, it’s a meaning to interpret and relate.
The Distance, Funeral For A Friend

Dat maakt dat ik samen met mijn groep kijk naar wat voor hen werkt waardoor ik het onderwijsproces efficiënter kan laten verlopen en nog beter in kan zetten op de ontwikkeling van het individu. Dat ik daarin zoek naar wat de meest kwalitatieve weg naar efficiëntie is, moge duidelijk zijn. Door een protocol te volgen en een soort van standaard te willen doe je m.i. tekort aan de kwaliteit van de leerkracht én leerling! En nu het woord ‘kwaliteit’ gevallen is, een autoriteit kan (en moet) hier dus een belangrijke rol spelen. Een autoriteit weet te inspireren, te motiveren, op een relatie gebaseerde luisterende houding te laten zien over de kennis (van de doelgroep) te beschikken, mede te onderzoeken en te doen wat werkt! Ben ik afhankelijk van een autoriteit? Nee! Ik neem de verantwoordelijkheid om de omgeving aan te passen, onderbouw en breng verder. Kun je als leerkracht dan ook niet een autoriteit zijn? Een pionier, een onderwijziger?

Iedereen die werkt binnen een organisatie kan het dilemma voelen van wie je bent, je waarden, je ontwikkeling en hoe je jouw kwaliteiten en creativiteit tot uiting wil laten komen versus het beleid en ‘het systeem’ waarin gewerkt wordt. Je bent als leerkracht dus onderdeel van het systeem! Dit dilemma kan gevoed (en in stand) worden door opgelegde regels en protocollen. Ik weet dat velen zich in stilte er niet aan houden omdat men weet dat het niet werkt! In beide gevallen, het opleggen en ook het niet uitvoeren ervan maakt dat een school wel of niet draait, veilig is, ‘zin in leren’ uitstraalt. Zit er dan een bepaalde angst achter? “Maar hoe moet dat dan volgend jaar? Doorlopende lijn?” zijn veel gestelde vragen vanuit het management en leerkrachten, maar ook “Ik blijf gewoon op mijn eiland” wordt benoemd, als leerkrachten dit al ‘en public’ durven benoemen. En hier is mijn (autoriteits)probleem: men neemt niet de taak en rol die bij hun professie hoort op zich en daardoor worden verbindingen niet gemaakt! Dat betekent elkaar kritisch bevragen en de wil om samen te bouwen met als doel de ontwikkeling van de leerling en diens proces! Voor de leerkracht om te laten zien wat werkt en de manager om te luisteren en om beleid af te stemmen op wat de professional op de werkvloer hem/haar aanreikt. Gaat het dus niet eigenlijk over een samenwerkingsprobleem?

Aanleiding voor de opmerking van mijn toenmalige locatiemanager was het door mij toestaan van mobiele telefoons in de klas. Dit zou niet volgens de regels zijn. Klopt! De regel luidt: ‘mobieltjes bij binnenkomst de kluis in.’ Aan het einde van de dag zouden zij hun mobieltje weer terugkrijgen. Nog even los van dat deze regel absoluut niet van deze tijd is, vroeg ik mij af wat precies de reden van deze regel is? Is het innemen van eigendommen bevorderlijk voor het gevoel van vertrouwen? Worden regels als deze gesteld om te beheersen? Of om controle te houden over ontwikkelingen die (te) snel gaan? Bij navraag was het inderdaad de angst dat er foto’s en filmpjes gemaakt zouden worden en deze op internet verspreid zouden kunnen worden. Dit was echter nog nooit gebeurd, alleen voorbeelden uit de media werden aangehaald… Ligt de uitdaging dan niet bij het mediawijs/-vaardig maken van de leerlingen? Hoort dit (alleen) bij school? Vorig schooljaar ben ik er in ieder geval al mee gestart.

Een tweede argument was dat leerlingen te snel afgeleid zouden worden. Gebaseerd op (praktijk)onderzoek was dit argument helaas niet. Als dat al zo zou zijn, wat zegt dit dan over de instructie/les en eventueel het leerproces/-motivatie van de leerling? Dien je als leerkracht niet de leerling te inspireren en motiveren? En wat is het probleem als jouw inspirerende les door leerlingen wordt opgenomen, Flip? En ligt er niet ook de uitdaging om samen met de leerlingen afspraken te maken over ‘wat’ en ‘wanneer’ er wel (!) gebruik gemaakt mag worden van ‘your own device’? Iets (BYOD) dat in het bedrijfsleven al een grote vlucht genomen heeft en waar we de leerlingen toch ook voor willen klaarstomen? En natuurlijk moet je hen leren om te gaan met nieuwe werkvormen (van het plannen op je telefoon tot het gebruik maken en zoeken van bronnen)! Een ‘mobieltje’ is tegenwoordig niet alleen een telefoon, maar een persoonlijk en functioneel ‘device’ waarop van alles mogelijk is.

In mijn context zijn de telefoons zelfs een stuk sneller dan de drie karige leerlingcomputers in mijn lokaal! Door de leerlingen meer eigen regie en verantwoordelijkheid te geven, ontstond er vertrouwen en de ruimte om te exploreren. Zij kwamen tot de conclusie dat niet iedereen internet op zijn device had. Een router werd meegenomen en aangesloten. En niet snel daarna volgde de eerste tablets. Zonder enige sturing, maar door te volgen werd de klas naast een ‘rijkere’ leeromgeving ook een testlab! Voor mijn klas waren er geen problemen, de afspraken waren helder en men sprak elkaar onderling aan wanneer men zich niet aan de afspraken hield. Ook inspireerde en leerden de leerlingen van elkaar en werden ICT-vaardigheden ontwikkeld! Buiten wat scheve gezichten en vragen vanuit collega’s is uiteindelijk besloten de regel aan te passen. Een ‘testperiode’ tot de zomervakantie zal dienen om uit te wijzen hoe er ‘beleid’ op moet worden losgelaten…

Wat ik in het geheel gemist heb is een ‘autoriteit’ op het gebied van nieuwe media! Hierdoor hadden we als team een gedegen en gezamenlijke visie kunnen creëren en het inhoudelijk vorm kunnen geven! Hierdoor is het voor iedereen duidelijk wat er allemaal kan, kun je samen op zoek gaan naar oplossingen voor de ‘beren op de weg’ en worden er naar de toekomst toe constructieve stappen gezet om het onderwijs voor onze leerlingen te verrijken. Op deze wijze zal de verbinding met het regulier onderwijs sterker en beter vorm gegeven worden!

Want daar zit mijn probleem! De discrepantie tussen de situatie nu en de wens om het beste onderwijs en een soepele doorstroom op maat voor deze groep leerlingen vorm te geven. Dat betekent luisteren en doen met het geloof IN elkaar!

Op (onder)zoek!

Het startte allemaal na de zomer van 2006, mijn diploma van de PABO was eindelijk binnen. Ik had wat meer tijd genomen om mijn studie af te ronden. Waarom? Omdat ik altijd het gevoel had dat de schoen ergens wrong. Om na te denken over de ontwikkeling van mezelf, over onderwijs, over opvoeding en specifiek die van mensenkinderen die als ‘anders’ te boek staan. Een intrigerende mix waar vele meningen en visies elkaar ontmoeten. Ik miste de verbinding tussen visies, een bovenliggend paradigma, de samenwerking tussen scholen en (naar wat ik later een woord kon geven, dankzij een inspirerende ‘master’) het principe ‘apprenticeship’!

Voor de lerarenopleiding heb ik een jaar gewerkt bij zeer moeilijk lerende kinderen en daar is mijn ‘liefde’ voor leerlingen die anders leren gegroeid. Bij hen, en bij welk kind niet trouwens, is het aangaan van de relatie van groot belang! Op de lerarenopleiding werd er naar mijn mening veel te weinig aandacht besteed aan leerlingen die (zeer) moeilijk leren. Met een aantal docenten en medestudenten kon ik daar overigens wel over ‘sparren’, over speciaal onderwijs, andere onderwijsvormen, wat dit nu precies inhoudt voor elke individuele leerling, de omgeving en wat daar voor nodig zou zijn om leerlingen verder te brengen in de samenleving. Andere perspectieven hebben mij altijd getrokken, omdat in mijn beleving gestandaardiseerd onderwijs niet bestaat. Iedere dag, iedere leerling en iedere leerkracht is anders. Het is constant balanceren tussen ‘dat wat moet’ en ‘dat wat de leerling echt nodig heeft’.

Mijn diploma binnen en dus solliciteren. Vele brieven de deur uit in Brabant en beet, een VSO school in ’s-Hertogenbosch. Het gesprek was goed, ik had er een goed gevoel bij, het was de doelgroep waarvoor ik me graag voor wilde inzetten. In januari 2007 startte ik met een eigen groep. In een half lokaal zat ik met vijf leerlingen en een diversiteit aan ‘zijn’ en specifieke noden. Niets was op orde en ik moest van ‘scratch’ af aan bouwen om de klas te vullen met materialen en uitdagende activiteiten. Al snel had ik door dat de erfenis van het vroegere speciaal onderwijs (dagbesteding en ‘de bank en het dartbord in de klas’) plaats diende te maken voor resultaten en opbrengsten. Een slag die overigens, door verschillende variabelen, nog steeds niet gedegen uit de verf komt. Met een aantal collega’s hebben we de eerste vertaalslag gemaakt om de organisatie in de school voor de leerlingen te verbeteren. Wat voor mij de eerste anderhalf jaar duidelijk werd, mede dankzij de vele gesprekken met leerlingen en collega’s, was dat het samenvoegen van leerlingen ‘die graag willen leren maar niet weten hoe’ en de ‘ik ga niet leren, waarom zou ik, waar heb ik het überhaupt voor nodig’-leerlingen geen perfecte ‘match’ was. We hebben twee stromingen gerealiseerd, aan veiligheid en vertrouwen gewerkt en daarna ons toegelegd op de volgende missie: reguliere examens! De school werkte met IVIO, echter was er in de omgeving van ’s-Hertogenbosch op een enkeling na geen examen-/toelatingscommissie van het MBO die ervan gehoord had. En daarbij, ook deze leerlingen hebben ‘gewoon’ recht op staatsexamens! Nadat dit stond en mijn derdejaars leerlingen in de startblokken stonden om aan hun eerste examens te beginnen heb ik samen met een collega voorgesteld om vakoverstijgend te gaan werken, je als leerkracht vakbekwaam te maken en a.d.h.v. doelen methodes aan te passen op de cognitieve stijl van deze groep leerlingen. Die stap was blijkbaar een brug te ver en zorgde voor een zeer verassende wending. Na dit voorstel kwam de focus op persoonsbehoud te liggen. Mijn visie op onderwijs leek zich te verplaatsen naar mensvisie. Al jaren (en nog steeds) werkte ik met een piercing door mijn lip. Ineens moest die uit of ik “moest maar een school zoeken waar dit wel mocht..”!? Hoe motivatie en passie om het best mogelijk onderwijs te realiseren ineens heel persoonlijk kan worden, bijzonder. Als gevoelsmens was ik niet opgewassen tegen het ‘regeltjesgeweld’ en de wijze van benadering. Na ruim drie jaar bleek mijn huid niet dik genoeg en ben ik op zoek gegaan naar een school waar de menselijke maat wel hoog in het vaandel stond.

Een kleine SO-school in Breda moest de uitkomst worden. In het gesprek leek het gras groener, want (zo werd gezegd) alleen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling zou nog een slag gemaakt moeten worden. Nou, perfect, dat was juist waar ik in ’s-Hertogenbosch op had ingezet. Niets bleek minder waar en na een maand besefte ik (en werd gelukkig ook bevestigd) dat ze ‘gewoon’ iemand nodig hadden en dat het verhaal tijdens het gesprek vele malen mooier was gemaakt dan de werkelijkheid liet aftekenen. Liegen kun je dat ook wel noemen… Er moesten wel meerdere slagen gemaakt worden… Ok, ‘daar gaan we weer’, schouders eronder en in combinatie met een studie ‘Autismespecialisme’ voor de boeg zouden er veel veranderingen voor de leerlingen op komst zijn…dacht ik…hoopte ik… Een deceptie bleek achteraf. Van ‘boven’ werden lijnen uitgezet en naar de vloer werd minimaal geluisterd. Ook het team waar men zich zeer onveilig voelde en waar zelfs een psycholoog aan te pas diende te komen, kon niet voorkomen dat velen de school weer verlieten. ‘Proberen te bouwen op beton dat niet hard wordt’ heb ik het beleid op deze school altijd genoemd. Zelfs een ‘motie van wantrouwen’ werd achteraf door de overige initiators niet ondertekend. Met “…maar we hadden een biertje op…” werd het afgedaan. Van transparantie was vanaf het sollicitatiegesprek weinig te merken. De druppel was toen mijn toenmalige integraal directeur mij op het matje riep en na een situatie (eenzijdig conflict) en zonder alle partijen te horen mij als ‘betweter’, ‘negatieveling’ en ‘roddelaar’ wegzette. De grens was bereikt. Mij werd langzaam duidelijk hoe ‘het spel’ gespeeld werd en dat deze gesprekken er dus voor zorgen dat mensen bang zijn en klein gehouden worden. Later heb ik nog wel een gesprek aangevraagd. Insteek was een vraag die me bezig hield; of zijn beeld van mij (het door hem benoemde ‘laisser faire’ aanpak en ‘experimenteren’) van invloed zou kunnen zijn als hij met deze ‘bril’ mij be(/voor)oordeelt? “Dat zou best eens kunnen!” was daarop het antwoord. Eerlijk van hem en voor mij een positieve afsluiting van een relatief korte samenwerking.

Ruim een jaar geleden startte ik op mijn huidige school. Met een gedreven locatieleider had ik alle vertrouwen dat ik met mijn kwaliteiten en mogelijkheden zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlingen en de school. En ja, van haar heb ik mogen aanpassen voor en (onder)bouwen (van/)aan beter onderwijs en het motiveren en empoweren van leerlingen! Het eerste half jaar was top. Een klas waarin mijn geliefde ‘apprenticeship’ bewaarheid werd. Ik voelde me als een vis in het water en had zin om vol het nieuwe jaar gaan. Een nieuwe, frisse groep. Maar het liep anders. Voor het eerst sinds vier jaar kreeg ik weer een gemixte groep, een groep waarin de noden zo ver uiteen liepen dat van ‘binding’ nooit sprake is geweest, laat staan ‘bridging’. Ja, individuen verder brengen is me gelukt, echter groeit het besef dat op ‘deze wijze’ het speciaal onderwijs in stand gehouden wordt. En natuurlijk ging ik er voor de volle 100% in, maar in december werd ik verkouden (dat ik niet vaak ben) en dat hield aan tot eind januari. Tussendoor werkte ik ‘gewoon’, maar na een beginnende longontsteking en anderhalve week op bed te hebben gelegen is er een periode aangebroken van nadenken en ‘finetunen’ van gedachten, mijn visie op dit type (speciaal) onderwijs en het echt benutten van mijn kwaliteiten. Het voelde als het eerste half jaar van mijn ‘korte’ loopbaan. Ik werd terug in de tijd gesmeten en het turbulente jaar koste me veel energie.

Tijd voor bezinning! De afgelopen weken/maanden heb ik veel nagedacht over wat ik wilde. Ik mis het onderzoeken en de tijd om hier aan te werken. Er zijn veel thema’s die me bezighouden, waaronder diversiteit, ‘bonding and bridging’ op micro- en macroniveau en de verbinding en transitie van speciaal en(/naar) regulier onderwijs. Maar ook de inzet van nieuwe media/vormen binnen onderwijs. Ik weet ook dat er al zoveel mooie dingen gedaan worden in het onderwijs en ik wil ook dit onderzoeken en eventueel uitzetten in mijn praktijk. Mijn huidige context is zeer complex (klassen met 13 leerlingen (vroeger 9!), problematiek en niveau gemixt in één groep, één groepsleerkracht geeft alle (!!) vakken, volgt de leerling ook sociaal-emotioneel, onderhoudt oudercontacten, schrijft verslagen (ongoing proces) op basis van gedegen observaties). Om mijn onderwijspraktijk te verrijken wil ik graag vooruit. Ik wil op zoek en schrijven over mijn dagelijkse praktijk, good practices delen en bouwen aan goed onderwijs. Binnen mijn eigen werkcontext is hier te weinig ruimte voor. Ik heb het idee dat er ook niet echt geluisterd wordt en dat beperkt mijn gevoel van autonomie en remt mij op een onnatuurlijke wijze. Dat maakt dat ik deze ruimte ga pakken door een dag ontslag te nemen om ideeën/vraagstukken uit te werken, om te onderzoeken en om het onderwijs in mijn klas, voor mijn leerlingen en vele andere leerlingen die anders leren en/of thuiszitten te verbeteren!

Here I go, plons!

De tijd is daar!

Bloggen vind ik best lastig. Dat komt omdat het in woorden en zinnen duidelijk maken van wat in mijn hoofd zo ontzettend snel gaat, ik niet snel en (voor mijn gevoel) duidelijk genoeg op papier krijg. Leuke dingen, ervaringen, reflecties, maar ook zaken waar ik tegenaan loop, wat ik moeilijk vind en wat me soms frustreert. Soms lees ik wat ik geschreven heb wel 40x over en over om er zeker van te zijn dat wat ik graag zou willen schrijven (mijn overdenkingen) juist beschreven staan. Onzekerheid, een zoektocht naar de juiste zinnen en woorden en mijn (snelle) gedachten…voor mij ‘no perfect match’! Ook besef ik maar al te goed dat mijn biografisch perspectief en huidige werkcontext mijn beeld op onderwijs en ontwikkeling van mensen (met andere onderwijsbehoeften) kleurt. Ik voel, doe en bereik! En dat wil ik graag delen.

De tijd is daar! De tijd om mijn sprong te maken. Vele signalen zijn op mijn pad gekomen, vele initiatieven (nog) niet (genoeg) geslaagd. Getriggerd door ervaringen en gesprekken met mijn vrouw, mijn kinderen, leerlingen, mensen uit mijn (directe) omgeving, gesprekken met (naaste) collega’s, mensen die ik via sociale media heb ontmoet of zelfs volstrekt vreemden, hebben mij gebracht tot waar ik nu sta. Daar, op het einde van die plank, een horizon voor me…geen geplaveide wegen, geen strak blauwe zee onder me, geen eiland dichtbij om rust te vinden. Turend naar de spiegeling van bergtoppen in het water. 

De tijd is daar! De tijd om te doen wat ik denk dat belangrijk is. Dat wat er toe doet. Langzaamaan krijgt mijn beeld contouren en kleur. En ja, ook buiten die contouren ontstaan kleuren. Binnen de lijnen is het niet altijd de plek waar ik me het meest prettig voel. Daarbuiten is het regelmatig koud, kil en eenzaam, maakt het mij onzeker en toch…ook daar wordt het langzaam warmer en begint de zon te schijnen. Het eiland wordt beter zichtbaar. Vanaf mijn plank besef ik dat de weg die ik neem doorgaans niet vaak gekozen wordt. Toch weet ik, door de beweging om mij heen, dat de weg die ik heb in geslagen de juiste is. Ik kijk naar beneden, zie mijn benen, voeten en plank, omringd door water. Misschien is het wel niet zo diep als dat mijn angst denkt dat het is… 

Als de dag van gisteren herinner ik me de klim naar die bergtop die nu vanuit het troebele water naar me knipoogt. Een mooie dag, de zon en een warm begin van de klim. Eenentwintig en een halve kilometer later had ik alle weersomstandigheden mogen begroeten en begon aan een heroïsche afdaling. Van in de dichte mist met hagel en sneeuw beklede top naar regeldruppels die steeds warmer en groter werden totdat het voelde als een krachtige waterval. In vertrouwen en volle snelheid naar beneden suizend. In het moment hangend, bewust van de snelheid en het doordringen van de warme druppels op mijn huid. Zou mijn sprong ook zo voelen? Ik zal het gaan ervaren…de tijd is daar…

Op de lijn van twijfel en verwonderen


De afgelopen twee dagen heb ik stilgestaan bij het jaar 2012. Tijdens mijn overdenkingen en de vragen; ‘wat heeft mij 2012 gebracht’, ‘wat neem ik mee’ en ‘wat drijft mij nu werkelijk’ werd het mij wederom duidelijk dat mijn hart sneller (gaat) klop(pen)t van dingen die er voor mij écht toe doen! Een inkoppertje: in 2013 mijn hart blijven volgen! Echter weet ik ook dat ik me op momenten erg eenzaam heb gevoeld. Het wordt tijd om daar afscheid van te nemen! Mijn top 3:

Minder piekeren en twijfelen! Dit jaar heb ik me nog te veel laten leiden door mijn omgeving, daar waar ik (onbewust) al wel wist welke kant ik op (zou) wil(len). Het was (en is) een bijzonder leerproces, met even bijzondere leermeesters! In 2013 loop ik verder op de ingeslagen weg. De focus op dat wat mij werkelijk drijft, mijn visie op onderwijs en in het bijzonder dat van leerlingen die anders leren! Ik ga loslaten van dat wat niet werkt, ook als dat andere en nieuwe paden tot gevolg heeft…doen, actie en lef als sleutelwoorden!

Minder ‘ja’ zeggen! In het verlengde op het bovenstaande hoort ook de durf om ‘nee’ te zeggen. Dat vind ik moeilijk omdat er zoveel mooie en gave dingen gebeuren. Het afgelopen jaar is mij echter duidelijk geworden dat juist door ideeën te trechteren er mooie initiatieven kunnen ontstaan. En dat zijn juist die momenten die het terugkijken op 2012 kleur geven!

Minder energie naar ‘binnen de lijntjes’! Als ik mijn eigen kinderen zie spelen, vrij in hun spel, alles kan, alles mag en vooral niet binnen de lijntjes blijven dan zie ik waar het écht te beleven is! Met ze spelen maakt dit besef alleen maar groter. Het draait om de wereld buiten regels en protocollen. Ik ga stoppen met ‘bewijzen’ dat het ook anders kan en mijn energie gebruiken voor ‘buiten de lijntjes’! Nieuwe wegen, op avontuur! Never stop playing and never stop wondering! Wordt vervolgd…