Blog : levensles

Over de grens van mijn comfortzone.

Over de grens van mijn comfortzone.

Na mijn middelbare school startte ik met de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Eigenlijk wist ik daarvoor nog helemaal niet wat ik wilde gaan doen in mijn werkende toekomst. Als een puber met lange haren en Metal-shirts, zoekend naar mezelf in de overgang naar adolescent, was werken nou niet echt iets dat me kon boeien. Men vond ‘iets met mensen’ wel bij me passen. Ik volgde maar wat anderen in mij dachten te zien…

Het was het beging van ’98, een jaar aan het einde van een vorige eeuw. Een nieuwe uitdaging diende zich aan. Alleen wist ik dat toen nog niet.

Een half jaar eerder startte het tweede jaar van de opleiding; een jaar lang stage. Stage op een ZML-school, onderwijs aan kinderen die Zeer Moeilijk tot Leren komen. Tegenwoordig vergelijkbaar met praktijkonderwijs, inclusief de ‘cluster 3’-leerlingen van nu. Eén dag in de twee weken naar school. Om te reflecteren, een nood om even los te komen van een intensief proces.

In mijn stageklas, die gevuld was met kinderen in de leeftijd van 8/9 jaar, deed ik mijn eerste ervaringen op met een groep kinderen die, afgezonderd van een reguliere context, anders leerden: meer individueel, grote verschillen in perspectieven en veel nadruk op sociale vaardigheden.

Net voor de kerstvakantie het bericht van het afhaken van een medestudent. Een klas waarin meervoudig gehandicapte kinderen begeleid werden. De uitdaging bleek te groot voor haar.

Met de mededeling dat ik vanaf januari tijdens de lunch zou gaan ondersteunen in deze klas, kon ik het doen. Het hakte erin! Kijk, ondersteunen bij kinderen met leermoeilijkheden, prima! Komt daar als uitdaging een ‘zeer moeilijk’-classificatie bij, ook goed. Maar kinderen verzorgen waarbij leren in mijn perceptie niet eens speelt, dat was niet wat ik voor ogen had met dat ‘iets met mensen’ van mijn omgeving!?

Een keus was er niet, de mededeling een piketpaal.

Mijn toenmalige stagebegeleider zag een volgende stap in mijn ontwikkeling. Een stap die ik zelf maar moeilijk kon zien. Harder botsen tegen de grenzen van mijn comfortzone, dat was wat ik nog nooit eerder zo had ervaren.

De twijfel sloeg toe!

Een twijfel die uiteindelijk meer over mijzelf ging, dan dat ik open stond om de nieuwe taak als uitdaging aan te gaan! Angst.

Ze was veertien jaar, zat in een rolstoel, blind en had een ontwikkelingsleeftijd van drie/vier maanden. Tijdens de lunch helpen met eten en daarna verschonen. Dat was ‘alles’. Als een berg zag ik op tegen starten!

Alles was nieuw: een klas binnenstappen waar alle leerlingen in alles ondersteuning nodig hadden, een ander helpen met eten (ik noemde het voeren), het vastgeplakte brood van haar gehemelte halen waardoor slikken werd vergemakkelijkt, haar helpen met drinken met een speciale beker waarvan ik het bestaan niet eens wist, communiceren op een niveau die totaal nieuw was (ik wist niet eens dat communicatie mogelijk was) en dan het ‘ergste’ van alles: een veertien jarige meid verschonen!? Help!

Een half jaar later baalde ik dat mijn stage erop zat! Niet in de laatste plaats omdat ik gehecht was geraakt aan een bijzonder mens. Ze kreeg in de loop van de eerste weken zelfs een naam: Renée! Natuurlijk had ze die al vanaf haar geboorte. Maar ik was vooral met mezelf bezig. De focus op de grote verschillen tussen haar en mezelf. Genderverschillen, op wat zij allemaal niet kon, wat ik onsmakelijk vond en dat het toch niet mijn roeping was een veertienjarige een schone luier om te doen!?

Na een aantal weken merkte ik dat Renée enthousiast werd als ik om twaalf uur de klas binnenkwam. Op haar manier was ze blij mij te ‘zien’. Ik kwam er achter dat ze mijn grappen – die ik nodig had mijn onzekerheid te verbergen en ervaringen te verwerken – kon waarderen wanneer ik bepaalde, unieke geluiden hoorde.

We kregen een band en ik had het niet eens door. Aftasten ging over in doen, de grote verschillen tussen ons vervaagde.

Tijdens het zo gehate verschonen kregen we de grootste lol. Alsof er ‘een knop’ omging verliepen de momenten ontspannen, lachten we samen ieder op onze eigen wijze en was het de intonatie en energie in mijn monologen waarop Renée reageerde.

comfortzone-quote2Wat ik in het begin vergat, was dat we beide mens zijn. Beide behoefte aan contact. Ieder op onze eigen manier, maar samen zo hetzelfde. Beide behoefte aan ondersteuning: zij in haar dagelijkse levensbehoeften, ik tijdens deze uitdaging. Beide jong in onze ontwikkeling, en samen willen leren.

De verbinding die ontstond draag ik nog dagelijks met me mee. Renée heeft bijgedragen in de persoon wie ik ben. Zij is voor mij de brug geweest in communicatie op een totaal andere ‘laag’: los van leeftijd, niveau en verwachtingen. Zo vol van eigen, in het moment en contact.

Zij heeft bijgedragen aan het waarderen en zien van details. Het samen onze eigen taal creëren om elkaar te ontmoeten en begrijpen. Verstaan door dichtbij elkaar te staan, daar over de grens van mijn comfortzone.

Lucas, Willem en Lizzie leren me het speelveld te verruimen

‘Je bent nutteloos. Ga maar tussen de jassen hangen, op de gang!’ De 11-jarige Franse jongen tegen wie dit gezegd werd, nam de woorden iets te letterlijk zie de gevolgen. Wat drijft een leerkracht om dit tegen een leerling te zeggen? In hoeveel tijd verbreek je de verbinding met het kind? Waar ligt de pedagogische en de morele verantwoordelijkheid van een leerkracht? Hoe hoog mag frustratie en onmacht oplopen? Wanneer heb je jezelf nog onder controle?

Er is een kind overleden en het debat gaat over ‘verplichte bewaking’? Wat maakt dat veel beslissingen op beheersmatig niveau gemaakt worden? We weten het niet meer, het gaat mis, goed mis. Dus gaan we verder met inkaderen. Is dat het (vaste) recept? Zorgen deze regels niet juist voor het af- en doorschuiven van verantwoordelijkheden? En hoe verhoudt zich dit tot het begrip vertrouwen, om maar te zwijgen van ieders innerlijk kompas?

Als leerkracht heb ik een pedagogische taak, maar niet altijd het antwoord op (morele) situaties! Ik heb de verantwoordelijkheid om mijn eigen handelen, zowel emotioneel als rationeel, te begrijpen en te reflecteren. Mijn handelen vindt plaats op een dunne lijn van verwachtingen, van mezelf en van mijn omgeving, de ander. En ik heb te maken met mijn eigen biografie, mijn eigen perceptie en met verwachtingen die – door de maatschappij, door de cultuur – impliciet en expliciet zijn opgelegd.

Het sturen van je eigen handelen en je emoties is met elkaar verbonden. Maar in hoeverre bepaal of maak jij bewust de keus, doe je wat je doet?

Ik herinner me Lucas. Als de dag van gisteren. Hij zat in mijn klas, het tweede jaar dat ik als leraar in het voortgezet speciaal onderwijs werkte. Ik leerde elke dag, maar Lucas niet. Hij had een Italiaanse achternaam en door zijn gedemotiveerde houding had ik mijn vooroordeel snel klaar. Waarom speelde zijn achtergrond voor mij een rol? Zocht ik een verklaarbare reden voor zijn gedrag. Met die zekerheid kon ik als beginnende leerkracht verder. Ik wilde namelijk één ding, niet falen!

Lucas. Als ik nu aan hem terugdenk, verschijnt er een brede glimlach op mijn gezicht. Eigenlijk is het zijn glimlach. Want ik irriteerde me mateloos aan zijn lachje. Waarom? Omdat hij mij door had en een beetje met mij speelde. Hij haalde het bloed onder mijn nagels vandaan. Ik stuurde hem altijd naar de Time-Out, dat was lekker makkelijk, dan had ik even rust. De dienstdoende functionaris stuurde hem vervolgens vaak snel weer terug. ‘Wat een koekert’, dacht ik dan. Lucas had blijkbaar de volgende ‘om zijn vinger gewonden’.

Dit verhaal gaat over die dag waarop ik Lucas voor de derde keer naar de Time-Out had gestuurd. De reden is niet blijven hangen, maar het gevolg wel. Hij moest naar de adjunct! Samen liepen we door de gang. Ik voorop. Achter me liep hij te zuigen, te lachen en ik kookte…

We moesten een klapdeur door. Altijd liet ik de ander voor. Deze keer besloot ik anders. In plaats van de deur open te houden, gaf ik juist een extra zetje. Lucas voelde blijkbaar iets aankomen, hij wist de deur te pareren. En net voordat we het kantoor van de adjunct binnenliepen, fluisterde hij zacht: “U bent echt boos, hè?”

Het was een keuze vanuit een aanname en een emotie die ik aan de ander toeschreef, die buiten mijzelf lag. Van verantwoordelijkheid en moreel besef was geen sprake meer. Het was deze jongen van amper 13, die me buiten mijn boekje liet gaan en me de grens liet ervaren. Met zijn opmerking ‘U bent echt boos, hè’ leidde hij me terug naar mezelf.

Had ik de situatie onder controle? Ik stuurde hem weg, interesseerde me niet waarom hij gedemotiveerd was, bouwde niet aan een relatie en bovenal, de ratio was uitgeschakeld en de emotie voerde de boventoon! Een belangrijk leermoment!

Deze ervaring heeft me gevormd, als professional, maar zeker ook als mens. Door de situatie te evalueren, kwam ik erachter dat ook waarden en normen onderdeel zijn van mijn handelen en ik die soms ter discussie mag stellen. Op zijn minst draag ik er verantwoordelijkheid voor.

‘Je bent nutteloos’, dat is een harde uitspraak, zo niet vernietigend. Het perspectief is verdwenen, het oordeel is geveld. En het probleem ligt bij de leerling. Van verwachting is geen sprake. Kansen tot herstel worden niet meer geboden. De verantwoordelijkheid – om het handelen te evalueren, als mens te (leren) vertrouwen op het innerlijk kompas en te bouwen op de relatie met de leerling – wordt niet langer gevoeld!

Wat nou geen mogelijkheden? Er is altijd een alternatief!

Te vaak schuiven we in het onderwijs ‘schuld’ af en missen we een relatie; met het kind, de context en met onszelf, als mens. De leerling én de leerkracht zijn onderdeel van een systeem, van hun omgeving.

Ik denk aan Willem, een oud-leerling die ruim een jaar geleden resoluut een ander pad verkoos. Ik had een zwak voor hem. Hij was anders. Een punker. En op zoek. ‘Wie ben ik, wat is mijn omgeving?’ Hij had al een groot aantal scholen versleten, woonde ook niet meer thuis…

Niemand kon hem raken. Ook ik niet. Ik behoorde tot het systeem. En erger nog, ik deed er aan mee. Er was voor Willem genoeg om tegenaan te schoppen. Bevestigde dat zijn houding? Zijn houdbaarheid? Als ik mijn verslagen terug lees over Willem, lees ik een weinig analytisch en feitelijke weergave van situaties zoals ik ze ervoer. De onmacht van ouders en school waren ook in mijn eigen observaties terug te vinden. Ik volgde braaf: Willem had of was het probleem!

Willem zwom ‘tegen de stroom in’. En op een zeker moment had hij er genoeg van. Hij kwam die dag ‘gewoon’ niet meer! Zoals hij zelf al voorspelde. Ik schrok, miste hem, de kleur die hij gaf aan de groep. Aan mij. De twijfel sloeg toe. Had ik er wel alles gedaan? Het mocht allemaal niet baten. Willem vertrok, liep ook weg van de groep waar hij woonde. Hij settelde zich in de skate community van Tilburg. Hij werd een coach, of beter gezegd een motivator voor jonge kinderen die hij leerde skaten. Hij wist ze te raken! Hij klapte bij iedere truc van zijn pupillen de handen stuk. Altijd positief! Zijn grote talent!

In zijn laatste brief schreef hij de woorden: “…ik ben toch maar iedereen tot last…” Hij voelde zich nutteloos. Was alles behalve! Velen zijn over zijn grens gegaan, weinige geïnteresseerd wat er binnen zijn grenzen afspeelde.

Verantwoordelijkheid nemen is soms ‘tegen de stroom in zwemmen’. Willem liet me het zien, of heeft het misschien wel bij me aangewakkerd. Hij nam mij mee in zijn wereld. Het betekende mijn grenzen verleggen, ofwel tijdelijk verschuiven. Hij leerde me het speelveld te verruimen. Ons contact bood nieuwe inzichten, over Willem, maar vooral ook over mezelf en over mijn relatie tot de ander!

Betekent het dat ik leerlingen hun gang laat gaan? Alleen maar moet volgen? Of word ik uitgenodigd juist streng en rechtvaardig op te treden! Natuurlijk niet. Geen van beide én allebei. Het is mijn leerproces om deze zaken met elkaar te verbinden. In relatie zijn en tegelijk autonomie leren ontwikkelen. Het een kan niet zonder het ander.

Het beroep als leerkracht is fragiel en kwetsbaar. Mijn handelen ligt onder een vergrootglas. Ik doe constant een beroep op wat mij drijft, mijn innerlijk en morele kompas. Mijn grootste uitdaging is om leermeester van mezelf te zijn, jezelf te mogen zijn en dat uitdragen naar de leerlingen voor me. Op hun beurt zijn zij leermeesters van zichzelf en voor mij.

De angst om te falen overheerst soms, die me van mezelf (en mijn omgeving) ontkoppelt. Een leerling naar de gang sturen, naar een andere klas of naar de Time-out. En zo vaak keert dezelfde leerling terug zonder terugkoppeling, zonder gesprek, zonder een schouderklop, een aai over de bol. Waar is die vraag: ‘Hoe kan ik je verder helpen, zodat je het straks zelf kan oplossen?’

Toen Lizzie in de middenbouw van de basisschool haar diagnose kreeg, maakte ze een spandoek. ‘Ik heb autisme!’ verfde ze er met dikke letters op. Ze zette een vuilcontainer aan de straatkant, ging er bovenop staan en riep: “Ik ben gehandicapt!” Er was geoordeeld, ze moest weg van de reguliere school, ontkoppeling tot gevolg.

Uitsluiten – of ontkoppelen – doet iets met me. Als mens. Met mijn zelfbeeld. Met het beeld dat ik meeneem en meedraag naar de toekomst. Het is een dunne lijn die ik niet meer wil overschrijden.

Het blijft gissen naar wat er in het hoofd van de 11-jarige jongen in Frankrijk om ging. Wat overblijft is het verdriet en beschadigde mensen met vragen; het gezin, vrienden, familie, de leerkracht, klasgenoten, de school, de wijk, de samenleving…

Ooit, in een open gesprek met Lizzie – toen ze weer wat rustiger was – gaf zij aan dat haar hoofd aanvoelde als een ballon. Zo voelde de druk in haar hoofd! Op dat moment, maar ook al die andere keren wanneer zij zich verdrietig, gefrustreerd, boos en afgewezen voelde. Het enige dat ik vroeg: “Wat kan ik doen om jou dan te helpen?”

“Een beetje lucht uit het tuutje laten,” antwoordde zij. Luisteren was op dat moment voldoende. En op weg waren we. Samen. Soms prikken, soms piepen, soms snel lucht eruit, soms buiten en loslaten en soms ‘gewoon’ even niets…

Het is mijn verantwoordelijkheid als leerkracht – en mijn morele plicht – om de leerlingen die ik voor me heb te laten zijn wie ze zijn, met alles wat er is; om het beste in zichzelf naar boven te halen; om ze te leren hoe verantwoordelijkheid daarin positief bijdraagt.

Maar het is het allerbelangrijkste dat ik zie dat ikzelf een onmisbare schakel voor ze ben. Mijn reflectie op mijn handelen te delen, met hen in gesprek te blijven; de keuzes die ik maak te beargumenteren; inzicht te geven in mij als persoon en vooral te kunnen vertellen en te laten zien waarom ik de dingen doe die ik doe.

Joeri doet een stapje terug en bezoekt eerst de Turkse kapper…

Maatschappijleer, het onderwerp multiculturele samenleving. Dat in een klas jongeren waarvan ik weet dat het merendeel een uitgesproken mening heeft een hele uitdaging. De leerlingen in deze klas doen uitspraken waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt en/of rekening wordt gehouden met achtergrond of cultuur. Het is zo’n groep waar wel eens een opstootje is  en ‘het algemeen argument’ is geboren. Het is zo’n sfeer waarin iemand gemakkelijk wordt nagepraat, waar het populisme makkelijk wortel schiet.

Ik besluit deze klas een uitdaging te geven en direct is er aandacht: negatieve, generaliserende opmerkingen mogen alleen in vraagvorm worden gedeeld, zodat we met elkaar in debat kunnen. Onderwerp van gesprek ‘ hangjongeren’. Al snel gaat het over jongeren van Turkse en Marokkaanse achtergrond. De uitdaging blijkt moeilijker dan gedacht. Blijkbaar moet er eerst een hoop ‘oud zeer’ uit.  Op het moment dat de leerlingen zijn  ‘uitgeraasd’, stel ik een vraag: Wat maakt dat iedereen zo op de verschillen zit?

Na een korte stilte en samenvatting van dat wat is verteld, maken de verhalen langzaam plaats voor vragen. Wat is nodig om de jongeren in de gevangenis te helpen; vragen over de hoogte van de straf;  maar er komen zelfs vragen over wat een leerling die was lastig gevallen zou kunnen doen als hij wéér lastig gevallen zou worden.

Wat ontstaat is een bijzonder debat: over groepsvorming, interactie binnen groepen, machtsverhoudingen, ‘stomme’ acties, de zin en onzin van straffen en wat nodig zou zijn om jongeren uit gevangenissen te integreren in de samenleving. Het is prachtig om te ervaren hoe zij de onderwerpen met elkaar bespreken. Ik krijg de ruimte om te observeren, te genieten!

Op een bepaald moment valt mijn oog op Joeri, doorgaans een jongen met een sterke en duidelijke mening. Hij is  een rapper in de dop en probeert zich middels open podia en jongerenwedstrijden in de kijker te spelen. In de klas is hij altijd aanwezig, zeker (of misschien wel juist) tijdens maatschappelijke onderwerpen. Maar nu is hij stil. Wat houdt hem tegen?

Op het moment dat het debat tegen het einde loopt, komt het moment om af te stemmen. Joeri zegt een prangende vraag te hebben, maar deze niet in de groep te willen stellen. Morgen – zo belooft hij – zal hij de vraag én het antwoord meenemen. Zijn glimlach en twinkeling in de ogen maakt iedereen nieuwsgierig…

De volgende dag komt Joeri de klas binnen. Het eerste wat opvalt is dat hij naar de kapper is geweest. Als ik er naar vraag, kijkt hij trots en zegt alleen ‘Ja!’ Weer zie ik die glimlach verschijnen. Als we verder gaan met het gesprek waar we een dag eerder gestopt zijn, steekt hij  als eerste zijn vinger op.

Iedereen had het gisteren over wat er allemaal veranderd moest worden, mijn vraag was: ‘Hoe kan het dat die jongeren buiten hangen en voor problemen gaan zorgen?’ Ik had deze vraag wel kunnen stellen, maar als jullie er ook niet over beginnen, lijkt  het me sterk dat jullie er een antwoord op zouden weten. Daarnaast zijn jullie allemaal Nederlanders. Daarom besloot ik gisteren om naar een Turkse kapper te gaan en daar de vraag te stellen!

Met open mond en vragende ogen kijk ik hem vol bewondering aan. Hij zet zijn lef en ‘naïviteit’ in om naar de bron te gaan. Midden in de samenleving, bij een kapper, het contact aangaan met iemand die naast hem in de stoel zat!! En deze man – zo rond de veertig dacht hij – weet hem te vertellen dat het in de cultuur zit ingebakken; dat de vrouw, ofwel de moeder, voor het huishouden zorgt en dat de man aan het werk is. En dat zou betekenen dat de zorg voor en vooral ‘het letten op’ de kinderen lastig(er) zou zijn. En ja, dan zoek je je vrienden op en ga je op straat hangen…

De klas is doodstil en luistert geboeid naar wat Joeri inbrengt. Heel langzaam komen er nieuwe vragen: Voelen jongeren, met een andere achtergrond dan de Nederlandse, zich eigenlijk wel welkom? Met deze vraag en alle vragen die eruit voortkomen, wordt het doel van de les overstegen. Enige tijd later is een andere leerling zó geïnspireerd dat hij een werkstuk over hetzelfde onderwerp maakt. En naar verloop van tijd constateer ik dat er in deze klas nauwelijks meer (voor)oordelen worden uitgesproken.

Joeri maakte een verschil! Hij was degene die een stapje terug deed, zijn vraag overdacht en zijn oor bij een ander te luister legde, in dit geval bij de Turkse kapper! Hij gaf daarmee het gehele thema een verrassende wending en schiep ruimte. In plaats van op de verschillen te gaan zitten en meningen te ventileren, wordt met ‘vragen stellen’ een weg ingeslagen naar begrip en (indirect) oplossingen over maatschappelijke kwesties.

Swag, Joeri!

De #InnovatieKlas #hasik13

Wat is twitter toch eigenlijk een mooi medium! Begin deze week kreeg ik te horen dat ik op donderdag vrij zou zijn. Op dinsdagavond een tweet eruit “Is er donderdag een school ergens in Nederland die mij wilt ontvangen zodat ik me kan laten inspireren?” Retweets en verschillende reacties volgden (waarvoor dank!) en het meest concrete was die van Evert-Jan Ulrich, een verbindend leider die staat voor en ‘iets’ doen met onderwijsvernieuwing. Dat ‘iets’ waarvoor hij mij uitnodigde was de InnovatieKlas van de HAS Hogeschool in ’s Hertogenbosch. Een klas met 14 studenten die het laatste half jaar van hun studie ‘doen wat ze willen doen’, hun passie volgen, talenten ontplooien en in een (co-)creatieve setting werken naar hun eigen eindproduct! Vanuit verbinding en d.m.v. hun eigen uniciteit en ideaal, op zoek naar een innovatieve bijdrage aan de maatschappij.


De afspraak startte op de HAS, waar Evert-Jan mij oppikte om vervolgens terug de straat af te lopen om in een ander gebouw ergens boven op zolder en achterin weggestopt het eigen (!!) lokaal van de #hasik13 binnen te lopen. Het voelde als warm thuiskomen… Onderwijs dat vanuit de ‘drives’ en de stem van studenten is vormgegeven, waar vertrouwen en verbinding de belangrijkste waarden zijn. Dat was direct duidelijk voelbaar! Achteraf bevreemdde het mij dat deze klas niet een (meer) prominente(re) plek heeft gekregen in het nieuw ogende hoofdgebouw. Deze ‘ademende’ broedplaats van creativiteit kan voor de nodige inspiratie zorgen voor de rest van de studenten! Zij ‘verdienen’ dat mijn inziens…

Jasper ontving ons hartelijk en stak na een algemene uitleg over het reilen en zeilen van de klas van wal over zijn eigen project. Bevlogen en vol enthousiasme vertelde hij over zijn project de ‘tafelbrouwerij’. Inhoudelijk durf ik er weinig over te zeggen (mijn enthousiasme wil het graag met u delen overigens), temeer omdat de geniaal verzonnen ‘brouwerij’ nog in het traject rondom ‘patent aanvragen’ zit. Met het project jaagt hij zijn droom na, uiteindelijk zijn eigen brouwerij starten. Als hobby brouwt hij al jaren, maar wil dit naar een hoger plan tillen. Zijn idee zou een mooie opstap zijn naar zijn uiteindelijke droom! Naast het briljante idee vertelde hij over zijn stage in Estland, een van de best bewaarde geheimen van de wereld zo heeft hij ervaren. Jasper heeft daar een aantal maanden op een universiteit ‘rondgehangen’, onder meer een kruidenlikeur ontwikkeld en onderzoek gedaan. Hij vertelde dat op dit moment zijn medestudenten in het reguliere traject kattenvoer aan het onderzoeken zijn en daar absoluut niet aan zou moeten denken, begrijpelijk… Zijn werk (bedrijfsplan schrijven, marktonderzoek doen, de technische uitwerking, het vinden van een geldschieter en een bedrijf dat de productie voor een prototype uit kan voeren) wacht op hem, maar eerst even een biertje op het terras! 

Als tweede en laatste op deze mooie donderdag spreek ik Mousha en haar ideaal om de voedselindustrie te veranderen. Op haar vlak een wereldverbeteraar in de dop. Haar onzekerheid lijkt haar drive nog wel eens in de steek te laten… Want ook persoonlijke ontwikkeling is een belangrijk onderdeel in deze klas. Echt reflecteren op jezelf en het leerproces waar deze 14 studenten middenin zitten! Iedere week start de week met een ‘mind’-sessie waarin doelen en persoonlijke ontwikkeling centraal staan. Haar stage in Zweden en haar eigen biografisch perspectief hebben gemaakt dat zij zich nu richt op ‘allergieën’. Ook zij heeft een fantastisch idee dat ik ook niet durf te beschrijven. Is het mijn angst dat ik niet zou willen dat iemand met haar (of Jaspers) idee aan de haal gaat? Is de kern van delen niet inspireren en elkaar verder brengen? Gelukkig gaat mijn bezoek over dat ik geïnspireerd wilde raken over vernieuwende ideeën in het onderwijs en me dus niet schuldig hoef te voelen! Als het wereldkundig gemaakt mag worden deel ik het graag met u! 

Wat ik wel kan delen is dat vele mensen met een voedselallergie en voedselintolerantie heel blij gaan worden als haar ‘product’ in de publiciteit komt!! En niet alleen blij, bij velen zal de kwaliteit van leven verbeteren. Wanneer je zelf geen ‘last’ van een allergie hebt sta je hier niet zo bij stil… Vol enthousiasme vertelde Mousha de in en outs van haar project. En ook haar broer, die het technische gedeelte voor zijn rekening neemt, participeert. Het tekent het belang van een rijk netwerk! Op dit moment is ze naast de (technische) uitwerking ook flink aan het netwerken in de voedselindustrie. 

En ook netwerken is dus een belangrijk leerthema in de InnovatieKlas en Evert-Jan heeft mij op de weg naar de klas al duidelijk gemaakt dat de kracht van een netwerk maakt dat een idee wel of niet kan slagen. Hij schuwt niet om zijn gehele netwerk in te zetten, sterker nog, hij zoekt ook de verbinding met anderen in het hoger onderwijs zoals de HAN (met bijv. EenTweeTien als een eerder voorbeeld) en de Knowmads. Krachten bundelen! Hij ziet nog veel kansen voor het onderwijs als de echte verbinding met het bedrijfsleven gemaakt wordt. Ik beaam en vertel hem over ‘My Machine’, een project waarin leerlingen een ‘droommachine’ ontwerpen en hoger en middelbaar onderwijs participeren om hun machine te verwezenlijken. Waarom zou het bedrijfsleven hier niet aan toegevoegd kunnen worden…!? Een taak: mijn leerlingen leren netwerken! 

Als ik met mensen mijn enthousiasme deel krijg ik twee reacties: 1, mensen waarbij ik aan een paar woorden voldoende heb en die mee door exerceren en 2, mensen die zich afvragen hoe het onderwijs beoordeeld wordt (hoezo vastzitten en het systeem mee in stand houden). Voor de tweede groep: deze studenten moeten laten zien dat zij op HBO-niveau kunnen functioneren, zeg maar een ‘flipping het HBO’. Ik had graag op de pabo in een soortgelijke klas gezeten. Mensen, ga kijken en ervaar dat zij dit doen! En praktisch, zij volgen workshops, netwerken, onderzoeken (met een functionele waarom!), reflecteren en groeien door en met elkaar. Het proces wordt bewaakt door zeven (!) begeleiders / coaches / tutoren / changemakers (hoe je het ook wil noemen…), fysiek en via sociale media…en ook hier geldt: vertrouw hen maar! Er ontstaat een dik portfolio en met een beetje mazzel hebben ze een goedlopend bedrijf als ze klaar zijn met de opleiding… 

Het was fantastisch om even een paar uur in de InnovatieKlas aanwezig te zijn. Onderwijs zoals onderwijs voor mij bedoeld is, in haar meest pure vorm! Inspirerend om te zien en ervaren. De openheid en de durf je kwetsbaar op te stellen maakt dat er geen brug nodig is om bezig te zijn met je eigen leerproces, drives, dromen, idealen en de ander! 

Dank Petra, Evert-Jan, Jasper, Mousha, de InnovatieKlas en Janus! Wellicht tot een volgende…

Jaspers had lef!

Wat wij in kleine verhoudingen doen, heeft ergens, hoe dan ook, zijn repercussie op het veld van de gehele samenleving, op de wijze waarop wij in het groot met elkaar proberen een leefbaar bestaan te bereiken.” – Karl Jaspers

Levensles van Ronald Herregraven

Het begon allemaal met één van mijn leerlingen die elke vrijdag ‘enthousiast’ vertelde over het programma Over Mijn Lijk van BNN. Het programma maakte een grote indruk op hem en zijn verhalen over het programma ook op anderen. Hierdoor ontstonden bijzondere gesprekken met veel vragen over ‘kanker’. Een aantal weken geleden klikte ik op Facebook wat door naar de pagina van Ronald Herregraven en kwam ik uit op zijn blog. De manier van schrijven over zijn ziekte en zijn humor maakte het prettig en tevens indrukwekkend om te lezen. Onder één van zijn teksten schreef hij dat hij ook gastcolleges gaf. Ik moest direct aan mijn leerlingen en hun vragen denken en de stap was snel gezet!

Na wat berichten over en weer werd er een afspraak gemaakt. De leerlingen vonden het geweldig dat zij bezoek zouden krijgen van ‘iemand van tv’. Ook het aantal vragen groeide in sneltreinvaart door het besef dat iemand met kanker, niet lang meer te leven, bij ons op bezoek zou komen. Naast de wat technische vragen over kanker ontstonden ineens ook vragen over wanneer hij zou komen te overlijden en of hij niet in de klas dood zou kunnen gaan!? Ik besloot een compilatie te maken van alle fragmenten uit het programma en deze in de klas samen met de leerlingen te bekijken. Zo zouden zij een eerste ‘kennismaking’ met Ronald hebben en zien hoe hij in het leven staat! Ook hebben de leerlingen stukken uit zijn blog gelezen.

Woensdag 24 oktober was het dan zover. De leerlingen waren zenuwachtig en dat was op hun gezichten duidelijk af te lezen. De dag ervoor kreeg ik al vragen van leerlingen en eerlijk, ook ik vond het best spannend! Je weet niet hoe de dag zou kunnen lopen, hoe leerlingen omgaan met hun emoties en wat de impact zal zijn… Het was wel zeker dat de leerlingen deze dag een bijzondere kans zouden krijgen om al hun vragen te stellen. De bereidheid van Ronald maakt dat onderwijs een extra dimensie zou krijgen; leerlingen verder brengen in hun beeld op en over de wereld. Geboorte, leven en dood zijn daarin belangrijke en niet te missen onderdelen. Ze maken deel uit van ieders leven. Het kan helpen bij de belangrijke vraag: “Wie ben ik en hoe verhoud ik me tot mijn omgeving?” Zien en verbinding aangaan is meer dan alleen ervaring opdoen, zou achteraf blijken.

Na de pauze vulde het lokaal zich in een rap tempo met alle tweedejaars. De spanning was voelbaar en het was een mooi moment om te ervaren en te voelen hoe de leerlingen en Ronald samen (non)verbaal op zoek gingen naar afstemming. Na een korte aankondiging volgde een introductie door Ronald zelf over wie hij is en wat hij precies heeft; darmkanker met uitzaaiingen naar de lever en longen en bezig aan zijn laatste chemotherapie. Vervolgens gaf hij het woord aan de leerlingen, stelde zich volgend op en baande zich, op een meesterlijk rustige, duidelijke en soms humoristische wijze, een weg door het vragenvuur.

Met “bent u gelukkig?” werd afgetrapt. Het antwoord was duidelijk: “Ja!” Hij vervolgde met te vertellen dat hij natuurlijk op momenten verdrietig is, maar dat, hoe gek het voor de leerlingen misschien zou kunnen klinken, de ziekte hem juist ook hele mooie momenten gebracht heeft en nog steeds brengt. Deze vraag brak direct een barrière en een ander sprak zijn overdenking uit: “Ik vind het apart dat je weet dat je dood gaat!” Hierop antwoordde Ronald dat we allemaal zeker weten dat we dood gaan, maar dat niemand weet wanneer en dat daar het verschil zit. En ook weer niet! Ja, hij komt te overlijden en dat het geen vijf jaar meer gaat duren is bijna zeker, echter kan het ook zo zijn dat hij onderweg naar huis een ongeluk krijgt… Op de vraag: “Sta je positief in het leven?” antwoordde hij net zo duidelijk als de eerste vraag: “Ja!” Hij vertelde over zijn school, zijn harde werken, zijn drive om iets van zijn toekomst te willen maken en over zijn jonge gezin. Tegelijkertijd refereerde hij ook aan wat hij in Over Mijn Lijk vertelde: “Ik ben nu met ‘pensioen’, heb in mijn leven hard gewerkt, ben ongeneeslijk ziek geworden en geniet nu 24/7 van mijn vrouw en mijn dochtertje.” “Kijkt u ook anders tegen het leven aan?” was daarna de vraag. “De prioriteiten liggen anders en ik doe niet meer moeilijk over kleine dingen.” Vervolgens werd hem de vraag gesteld of hij met de wetenschap van nu, terug in de tijd, andere keuzes gemaakt zou hebben? Na heel even in stilte te hebben nagedacht gaf hij aan: “Waarschijnlijk niet!” “Heb je alles gedaan wat je hebt willen doen?” vroeg een leerling daarop. “Eigenlijk wel.” en Ronald recapituleerde met een twinkeling in zijn ogen zijn leven en zag er zichtbaar voldaan uit.

Naast het leven en de dood kwamen er ook vragen over na de dood. “Ga je je dochter niet missen?” Ronald vertelde dat er zeker momenten zijn waarop hij erg verdrietig wordt van de gedachten dat hij zijn dochter niet ziet opgroeien. En vooral de gedachte dat zijn dochter geen vader meer zal hebben doet hem pijn. Om het verdriet om te buigen schrijft Ronald brieven aan zijn dochter voor de levensjaren die zij gaat passeren. Hierdoor blijft hij nog een rol spelen in haar leven.

“Bent u gelovig?” Een mooie vraag, waarop Ronald antwoordde: “Ik geloof heel erg in mezelf. Ik ben overtuigd van wat ik doe en weet dat ik daar zelf ook verantwoordelijk voor ben.” Deze uitspraak is nog dagen in verschillende vormen in de klas teruggekomen. Het heeft de leerlingen duidelijk aan het nadenken gezet. Het besef dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor wie ze zijn en wat ze doen leek hen een stukje ‘volwassenheid’ mee te geven. De leerlingen waren tijdens gesprekken in de dagen erna meer bereid om echt naar elkaar te luisteren en proberen elkaar te begrijpen!!

Er volgde in de resterende tijd van dik een uur nog letterlijke, prangende en bijna filosofische (levens)vragen die op momenten het gewicht van het onderwerp relativeerde. Het verschil in gevoel en beleving tussen leerlingen onderling was duidelijk zichtbaar. Het niet durven uitspreken van gevoelens gaf aan hoe moeilijk het is om jezelf veilig te voelen. Toch hebben veel leerlingen zich verwonderd en hebben het lef gehad om hun eigen vragen te stellen. Het was een zeer bijzondere, waardevolle en leerzame ochtend. De leerlingen vonden dat zijn liefde voor zijn vrouw en dochter, het feit dat hij alles uit zijn leven heeft gehaald en dat hij in de klas durfde te komen om zijn verhaal te vertellen heel knap! Zijn quotes “Het is wat het is!”, “Alles was en is mooi!” en “Niet achteruit kijken, maar vooruit!” krijgen een belangrijke plek in de klas!

Mijn dank en respect gaan uit naar Ronald voor de wijze waarop hij met veel kracht en levenslust een diepe indruk heeft achter gelaten bij de leerlingen, mijn collega’s en bij mij! Het kan niet anders dan dat er (on)bewust wat in gang gezet is…