Blog : onderwijs

Geduld en vertrouwen als grenzeloos

Geduld en vertrouwen als grenzeloos

Na de pauze was het partijtje voetbal nog niet afgelopen. Althans, voor hen. Al bekvechtend komen ze binnen. En nadat ik net scheidsrechter speelde, verwonder ik me over de nieuw ontstane strijd die zich voor me ontvouwt. Waar eerder de wedstrijd gelijk op ging, zie ik ook hier een gelijk opgaande woordenworsteling. Ik loop al observerend op ze af en net op het moment dat de woorden over wilden gaan in daden begeleid ik hem naar de klas.

In eerste instantie loopt hij boos naar zijn plek. Een vraag gooi ik achter hem aan. Hij kan er nog niets mee. Mijn voorspelbaarheid zet ik zo weg. Als intentie. En als hij nog geen seconde zit, staat hij alweer op. Opstaan om zich vervolgens een weg door mij heen proberen te banen. Hij duwt wat, maar niet door. Woorden gaan zijn actie voor. Over op zijn bek slaan. Over dat hij het wel eens zal gaan voelen. Over dat hij dood gaat. En iets over zijn kankermoeder.

Dat het door mij heen willen gaan geen handig keus is blijkt ook uit verwensingen die ook ik naar mijn hoofd geslingerd krijg als hij weerstand ervaart. Over dat ik aan de kant moet. Over dat ik anders wel wat zou voelen. Over dat het hem geen reet uit maakt dat ik een leraar ben. Over besluiten dat hij me wel kapot slaat.

Voor even voel ik de opgegeven hoop over het gebrek aan inzet vanuit volwassenen.

Samen weten we dat vanuit totale onmacht deze woorden hem ontvallen. Onmacht, omdat hij weet dat hij deze situatie onhandig inzet. En die wetenschap helpt mij om in hem te blijven vertrouwen. Ik blijf dezelfde vraag in zijn volume herhalen. Afstemmen is het. Overstemmen lijkt het. Hij hoort de vraag, net zoals hij gehoord wil worden. Hij is op zoek naar taal. Hij is op zoek naar zichzelf. Iets met zichzelf oprapen. En dat hij dit nu op een wat onorthodoxe wijze doet is voor iedereen duidelijk. Hij wil gehoord worden. Het gevoel van onrecht zorgt voor ruis.

Want ook al is het volume niet verandert, hij communiceert wat er is gebeurt. Het antwoord op die vraag die ik stellig blijf herhalen. Bij hem. Face-to-face schreeuwt hij dat hij onreglementair geduwd is. Althans, in zijn beleving. Dat ik hem met een volgende vraag direct het vertrouwen geef is op zijn gezicht af te lezen. Van dichtbij zie ik zijn ogen zichtbaar rustig worden. Nee, hij is niet schuldig. Nee, ik heb geen oordeel. En ja, ik wil alleen weten wat er is gebeurd. Terug. Terug naar de aanleiding. Klein maken van wat in vorm zo groot voelt. Door dit besef beweegt hij zich terug naar zijn stoel. Zijn veilige plek. Om na zijn uitleg op te staan en de deur uit te lopen.

En ik geef hem nu alle ruimte. Ik weet niet wat hij gaat doen. Wat ik wel weet is dat het in ieder geval niet het uitvoeren van zijn eerdere woorden gaat worden.

En dit weet ik, omdat ik hem geduld en vertrouwen geef. Ik heb hem gehoord. En ik heb hem verteld wat mijn volgende actie gaat zijn: naar de andere bekvechtende leerling gaan luisteren. Ik heb hem uitgelegd waarom. Waarom een verhaal altijd twee kanten heeft. En waarom die twee kanten van hetzelfde heel anders beleefd kan worden. Maar dat iedereen hetzelfde wil: blij zijn en vanuit geduld en vertrouwen leren grenzen aan te geven.

Natuurlijk lukt dat niet altijd in één keer. Dat zou hij wel willen. Maar toch. Oefenen is wat hij doet. Ervaart opnieuw het oefenen in het vragen van hulp. Aan mij als scheidsrechter. Als scheidsrechter hem ondersteunen, evenveel als verbinden. Het verbinden van emoties. Het verbinden van waarden, daden en veiligheid samen met vertrouwen. De veiligheid om samen situaties als deze te leren oplossen.

In het lokaal van mijn collega zit de andere bekvechtende leerling aan zijn tafel. Wat boos, gefrustreerd en met bijna tranen in zijn ogen te luisteren naar wat mijn collega hem meegeeft. Het sluit naadloos aan op mijn boodschap. Het leren grenzen aan te geven als inzet, en waar wij als collega’s grenzeloos zijn in het aantal kansen zij krijgen om te mogen oefenen. De leerling begrijpt het. Schuldbewust zonder schuld te ervaren. Volwassen is wat het is.

Als een kaartenhuis

Als een kaartenhuis

Tijdens het openingsspel werd hij een eerste keer aan de kant gezet. Hij deed ogenschijnlijk iets verkeerd. Met een blik van onbegrip droop hij af. De eerste keer was het trouwens niet. Dat wist hij. Even daarvoor, in de vroege ochtend, was hij eigenlijk al drie, vier maal op zijn plek gezet. De ander was er klaar mee, zo werd hem verteld. Een potlood werd uit zijn hand gegrist. En die grote hand zette zijn hoofd in beweging naar daar waar gekeken diende te worden. Het haalde hem zichtbaar uit de relatie met de ander. Sterker, zelfs met zichzelf. Onderuitgezakt gaf hij op. Geen zin de zin van zijn welbevinden te delen.

Lees verder

De roos fluistert

De roos fluistert

Zo’n ‘day after’. Gister een dag ziek. Thuis.
Vandaag gaf een leerling mij een roos. Opbloeien als metafoor.
Zij miste mij. Ik hen. Sterker, ik soms zelfs mezelf.
En dus korte break. Een nood.
Mijn baas vroeg of ik migraine had. Nou, mijn hoofd voelde niet goed, zover was zeker.

Lees verder

Eigen ruimte

Eigen ruimte

Jongeren hebben behoefte aan ruimte. Gevoel van autonomie.
Maar ook ruimte als in eigen ruimte. Een eigen plek.
Om te spelen met vertrouwen en wantrouwen.
Te spelen met veiligheid en geborgenheid.
Leren zelf geborgenheid te vormen.
Leren om open en vol vertrouwen in de wereld te zijn.

Lees verder

Gelukkig, nog maar een half uur

Gelukkig, nog maar een half uur

Als deze woorden me ter ore komen ben ik even stil. Stil omdat ik direct terug ga in de tijd. Ik herinner me deze momenten wel. En heel soms heb ik deze momenten nog wel eens. Alleen een half uur…

We bespreken de ochtend. Lessen die voor mij als racewagens in een Formule 1 wedstrijd voorbij vlogen. Ik voelde chaos in de groep. Kinderen zoekend naar houvast. Ieder kind leek maar wat te doen en tijdens klassikale instructie haakten er al direct een aantal kinderen af. De ‘afgehaakten’ zorgden ervoor dat de aandacht voor het merendeel naar hen ging. Het moeten overdragen van kennis was wat overbleef. Dat gaf een deel van de groep de ruimte om bezig te zijn met iets anders dan de les. Met alle goede bedoelingen van de leerkracht ten spijt.

“Ik dacht eigenlijk: gelukkig, nog maar een half uur!”

Lees verder

Nieuw is soms even wennen

Nieuw is soms even wennen

Het vijfde uur loop ik haar klas binnen. Ze is ziek. Als team hebben we vandaag een constructie bedacht. Een constructie om haar leerlingen ‘op te vangen’. Vaak betekent dit dat leerlingen worden verdeeld over andere klassen, maar vandaag kiezen we ervoor de groep en hun programma zoveel als mogelijk intact houden.

Nieuw ben ik voor hen. In de ochtend was ik het lokaal al binnengelopen. Om mijn aankondiging alvast ‘in de week’ te leggen. Het vijfde uur. Engels.

Lees verder

Ik haat deze klas.

Ik haat deze klas.

Soms breekt mijn hart. Meestal wanneer een kind gebruik maakt van het woord ‘haat’. Gisteren vielen mijn ogen op een paar woorden. Vier duidelijke woorden: Ik haat deze klas. Geschreven met een potlood op de achterkant van het door haar zelfgemaakte werkschrift. Wat een bijzondere metafoor!

Een kind moet zich altijd veilig kunnen voelen. In een veilige omgeving, thuis en op school! Een klaslokaal, en in het bijzonder de groep, is een plek waar ‘veiligheid’ de eerste waarde dient te zijn. Zonder veiligheid kan een kind zich niet maximaal ontwikkelen.

Pas als het veilig genoeg is, en dat weet je wanneer kinderen zich gelukkig voelen,

Lees verder

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Na de pauze loopt hij het lokaal binnen. Op zijn rug een zware rugtas waar de negatieve energie uitpuilt. In zijn ogen zie ik direct dat het moeilijk gaat worden hem te bereiken. Ontkoppeld met zichzelf. Zijn woorden en houding naar zichzelf zijn destructief. De uiting gaat naar anderen. En wanneer hij op zijn plek gaat zitten richt hij zijn pijlen direct op mij.

“Ik wil naar mijn escapeklas!”

Zijn dwingende toon zou mij mogelijk in beweging moeten brengen. Maar omdat ik niet weet in welk lokaal hij zijn escape zou willen pakken, plaats ik de intentie om hem naar een oplossingsgerichte mindset te begeleiden. Hij heeft er vaker gezeten, dus hij weet zelf naar welk lokaal hij kan. Na mijn vraag volgt een spervuur.

“Jij moet dat weten! Jij bent leraar! Kijk op de lijst, mongool!”

Lees verder

Zo. Alsjeblieft!

Zo. Alsjeblieft!

Met een plof zet de leerkracht zijn broodtrommel neer. Het zakje met wat appels, waar waarschijnlijk wat butsen in zitten, en zijn pakje drinken volgen met dezelfde kracht. “Zo, alsjeblieft! En ik hoop dat groep 7 geen last van je heeft!”

Het geluid van de klap waarmee de broodtrommel de tafel raakt is niet eens hetgeen mij van mijn beeldscherm doet opkijken. Het is de energie waarmee de leerkracht als een wervelstorm, het kind onder zijn oksel gegrepen, de gezamenlijke ruimte in komt. Ja, duidelijke taal. Zover is zeker. Alleen, welke pedagogische waarden er onder deze boodschap schuil gaan is mij een raadsel. Het ‘geen last van je hebben’ impliceert enkel onmacht dat als schuld en schaamte op het kind geprojecteerd wordt.

Wanneer de leerkracht de jongen de rug toekeert verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Zo’n glimlach waarmee het kind lijkt te willen zeggen: ‘zo, alsjeblieft. Nu heb ik het voor elkaar. Ik heb je waar ik je hebben wil. Waarom weet ik niet precies, maar samen in een ruimte zijn lijkt me op dit moment niet zo handig.’ Of was het een glimlach waarmee hij zijn verbazing bedekte?

Lees verder

Conventies

Conventies

Vorige week ben ik begonnen met een nieuwe opdracht. Ingevlogen voor een kind dat vraagt om een uitdaging. Wij als volwassenen zijn vaak geneigd om te praten over en kijken naar kinderen met probleemgedrag. Maar in feite is het gewoon een uitdaging voor ons om het kind te begrijpen. Het snappen van de manier waarop het zich verbindt met ons.

Wanneer ik de nadruk leg op gedrag, zal ik nooit begrijpen wie dit kind is. Dus wat zou er gebeuren als ik mijn focus zou verplaatsen van conventies, waarin we onszelf gegoten hebben, naar welke doelen het kind en ik samen zou kunnen bereiken? Het is mogelijk dat wanneer ik mezelf bewust ben van deze conventies en deze leer loslaten (of ont-leer) er de ruimte, nabijheid en beschikbaarheid ontstaat die nodig is om de verbinding te maken met de ander. Loslaten van denkpatronen om zuiver te communiceren. Groei en ontwikkeling is wat er overblijft. Dus als ik conventies en vooroordelen even links laat liggen, wat zie ik dan werkelijk? Potentie? Talenten? Dromen? Verlangens? Pijn?

Lees verder