Blog : overdenking

Focus als het probleem #1

Focus als het probleem #1

Probleemkleuters. Natuurlijk raakt ook mij dit stigma. Het woord. De letters die worden gegeven aan de jonge mensen die op de drempel van de meest boeiende tijd van hun leven staan. Leren lezen, schrijven en zich leren te verhouden tot zichzelf, anderen en de wereld. De meest boeiende tijd op de plek die ‘school’ wordt genoemd. Je bent vier/vijf jaar, gaat voor het eerst naar school en laat gedrag zien dat niet handig is. Het lijkt dus een reden om een ‘stempel’ te krijgen. Probleemkleuter*. Toch is het belangrijk om voorbij de schaduw van het woord te kijken.

Want als kind heb je het natuurlijk geluk dat je in Nederland bent geboren. Leeft. Opgroeit. Nederland, waar mensen leven die tolerant zijn. Een land waarin wordt geluisterd om te begrijpen. Een land waarin de leerkracht jouw voorbeeld is. De ware leermeester. Want geen enkele leerkracht ontbreekt het aan de wil. De wil ieder kind bij de groep te houden. Iedereen wil erbij horen, ook -of misschien wel juist- de kleuters. Niemand wil een kind reduceren tot een beheersbare betiteling. Maar wat is er dan aan de hand?

Lees verder

En of er nog wat te leren valt!?

Daar zit je dan, begin van de avond omringd door jongeren, ouders, leraren, de directeur van het Kastanje College en andere betrokken mensen bij de première van ‘Valt er nog wat te leren’. In Cinerama Rotterdam hangt een mix van gezonde spanning, trots en blijdschap. De documentaire van Inge Spaander en haar leerlingen van 4Havo heeft bezoekers zichtbaar geraakt. Het is een mooi document geworden dat, zoals Inge vooraf uit de doeken deed, als tegenhanger dient in het soms murw geslagen debat over goed onderwijs.

Voor mij gaat de film een stuk verder: de leerling krijgt overduidelijk een stem en de kwetsbaarheid van Spaander – zo genoemd door haar apprentices – maakt dat het voor mij de discussie ontstijgt. Onderwijs doet haar naam in deze praktijk van het Kastanje College in Maassluis eer aan. Ik mag me begeven onder wijzen, ieder op zijn/haar eigen wijze! Ik zie en hoor hoe klein, mooi en puur onderwijs is.

De film toont mijn eigen stip aan de horizon, namelijk gedragen onderwijs. Het onderwijsconcept, dat de naam Big Picture heeft meegekregen, laat jongeren het grotere plaatje zien, brengt dat perspectief terug naar de leerling zelf, om vervolgens het beste in zichzelf naar boven te brengen en betekenis te geven. Niet het talent eruit halen, maar juist door het potentieel te zien vinden, en aan te spreken. Kennis construeren door de dialoog.

Spaander is helder in alles wat ze op het witte doek brengt: “Ik heb – als leraar – de plicht het onderwijs te beschouwen, niet stil te staan en nooit tevreden te zijn. Tegelijkertijd maak ik het onderwijs in de klas, samen met mijn leerlingen!

Een fantastisch statement waarbij deze powerjuf – want wat een overgave, vijf jaar op rij met dezelfde groep kinderen optrekken en meegroeien – haar leerlingen vastpakt! Spaander beschouwt haar onderwijzen van dichtbij en veraf, daagt haar leerling uit de verantwoordelijkheid over het eigen leerproces op te pakken en betrekt ouders en collega’s erbij. Dat doet ze door de ‘functionele waarom’-vraag te stellen en daarmee een groter plaatje helder te krijgen. Vanuit haar kwetsbaarheid stelt zij zichzelf misschien wel de meeste vragen.

Het is de kracht van de twijfel, van het reflecteren en zoals ze dat zelf benoemd: “…leerlingen leren – en ook de ruimte geven om te mogen oefenen – hoe ze van waarde kunnen zijn en sterk in de toekomst kunnen staan.

Ze durft zich te laten leiden door wat de groep aanreikt. En dit proces vraagt moed! De moed om te blijven luisteren, af te stemmen en – binnen het proces dat samen wordt aangegaan – volledig te blijven vertrouwen in de ander. Daardoor worden moeilijke momenten overwonnen. Het door en door leren kennen van jezelf en elkaar maakt de groep tot één familie. Of zoals het ook wordt benoemd, een samenleving in het klein.

Het gaat over het aangaan van persoonlijke processen, of zoals Gert Biesta zegt in de documentaire: “…over vorming van de persoon.”

De directeur van het Kastanje College ziet verantwoordelijke en zelfbewuste jongeren die eigenlijk al als volwassen in het leven staan. En precies dat – het zien, laten zijn en het spiegelen – is wat van een docent moed vraagt! Dicht bij jezelf blijven, laten zien wie je bent en iedere dag weer uitgedaagd worden het beste uit jezelf te halen.

Je moet het zelf doen, maar nooit alleen!

Het was deze uitspraak van Luc Stevens in ‘Valt er hier nog wat te leren’ die me resoluut rechtop in mijn stoel zette. En of er nog wat te leren valt!? Wellicht dat ‘de moed het zelf te doen, maar nooit alleen’ in het proces past waar ik me als vso-leraar momenteel bevind. Vanaf de zomer ben ik met mijn collega Florus en 24 leerlingen uit twee VSO-klassen een soortgelijk proces aangegaan. We zijn een ‘nieuwe’ onderwijsomgeving aan het vormgeven. Daarin willen we samen het onderwijs maken. Aansluiten bij de behoeften van het kind. Dat is een mooi, soms pijnlijk en eenzaam proces, zelfs nu we het samen doen.

Maar in onze pilot is er ook de analogie met de Big Picture-klas van Spaander. Het is een vorm van werken dat iets losmaakt, in ons als mens. Een vorm die mij en mijn leerlingen dwingt verbonden te zijn én kritisch naar onszelf te kijken. Ouders mee te nemen in ons proces en dat van onze school, om vanuit vertrouwen het kind in de wereld te zetten.

Wij hebben nog een lange weg te gaan, een pad dat Spaander en haar leerlingen dit schooljaar met examens aan het afsluiten is. Voor hen ligt er sowieso een waardenvol document. Ze mogen trots zijn, op elkaar, op de directie van de school en vooral op zichzelf. Good practice waarbij ik zie dat samen ook echt samen is, en waarbij eenheid in diversiteit wordt voorgeleefd.

Onderwijs dat wordt gedragen!


Oefenen

Soms maakt iets dat je ziet of hoort een bijzondere indruk. Soms maakt het iets los! Het zien van de volgende film gaf me de woorden voor mijn huidige proces…


The force!

Dat waar ik me jaren tegen heb verzet.
De angst. Het denken! Mijn denken…

Door blijven gaan. 
Meten aan (wat) anderen (vinden). 
Mezelf niet zien en gezien willen worden!?

De ‘wat maakt’-vraag rondom awareness.
Er ontstaat bewustWORDing…stapje voor stapje…
Bewust(mogen)ZIJN (en) oefenen!
Ont-dekken.
Ont-wikkelen.
Ont-moeten…
…mijn pad!

Een peacefull en LIEFdevol leven.
Ruimte nemen om te zijn wie ik ben.
De rust. Bewijzen valt stil.
Mezelf zien, een ander nodigt uit hen te (mogen) ZIEn.
NieUw (of hét) LEVEN!? 

Het zekere weten loslaten.
Net als de angst.
Vertrouwen dat het zich in het moment ontvouwt!

Het is VOELbaar EN ik OEFEN…


(…en dan de twijfel om het te posten, het denken ‘wat zouden anderen…’ thnX Lee!)

Mijn jaarwoord voor 2014: dOEN!

Eigenlijk wist ik het in 2013 al, dus lang hoefde ik niet over een jaarwoord voor 2014 na te denken. Bevestiging vind ik in het getal veertien. De veelheid van zeven, het getal dat staat voor inzicht, zelfkennis, introvert, lichamelijk, rusteloos, intuïtief, en volheid. Op zoek naar antwoorden. Soms in stilte… 

De optelling van 2+0+1+4 is ook zeven. Twee zevens naast elkaar maakt 77, dat staat voor het verkrijgen van een dieper inzicht, wijsheid en kennis door openbaringen. Dat sluit gevoelsmatig naadloos aan bij de optelling van mijn geboortejaargetal, vijf (1+6+0+8+1+9+7+9, 4(+)1) dat staat voor levendig, blij, impulsief, heetgebakerd en ondernemend. En wat te denken van mijn verjaardag dit jaar, 1+6+0+8+2+0+1+4. Je krijgt tweeëntwintig, een meestergetal dat staat voor grootste plannen en haarscherpe intuïtie.

Zoveel herkenning. Dankbaar voor de vele inzichten van het afgelopen jaar! Afijn, genoeg gegoochel met getallen. Het is tijd voor actie. Het omzetten van de inzichten in concrete handelingen, dat waar ik in 2013 mee startte: waarmaken. Mijn woord voor 2014 is dOEN*!

Voor ik mijn dOEN-lijst van 2014 opschrijf eerst een terugblik. Terug naar Op de lijn van twijfel en verwonderen‘. Minimaliseren in 2013. Mijn hart volgen was het motto. De bedoeling was minder te piekeren en te twijfelen, minder ‘ja!’ te zeggen en minder energie naar ‘binnen de lijntjes’!? Of dat nu helemaal gelukt is…?

Nope! De waan van de dag en oude patronen hebben er voor gezorgd dat ik op sommige momenten toch weer meer mijn denken heb gevolgd in plaats van mijn hart. En toch nog gericht op de buitenwereld. Het voedde mijn onzekerheid en twijfels. Het grootste inzicht kwam eind 2013. Het besef dat ik echt mag vertrouwen op mezelf. Op mijn gevoel en talent!


Vertrouwen op mijn gevoel, ofwel mijn hart volgen betekent luisteren mijn hart! Dat ‘moet’ ik dan wel dOEN. Regelmatig vergeten door mijn denken. Keuzes gemaakt zonder eerst even stil te staan. Niet geluisterd naar wat mijn hart vaak fluisterde. Mijn onderbuikgevoel als trouwe partner genegeerd.

Het wordt tijd om nog meer loyaal te zijn aan mezelf, niet te snel te willen gaan, ruimte creëren voor dat wat zich aandient, minder snel ergens enthousiast induiken en achteraf voelen dat het eigenlijk niet de richting is die ik op had willen gaan. Eerlijk te zijn, te horen én voelen welke volgende stap ik ga zetten. 

Ik heb geoefend met minder energie ‘binnen de lijntjes’. Met succes! En ik heb me verwonderd over hoe mijn Openheid mensen verbindt en op mijn pad heeft gebracht. Ook het loslaten van verantwoordelijkheden die niet van mij zijn geeft lucht. Problemen daar laten waar ze horen en ingaan op zaken waar ik het verschil kan maken.

Nieuwsgierig blijf ik. Naar mijn vragen en gedachten. Maar ook naar de ander en die wondere wereld waarin we samen leven. Neem geen genoegen met ‘het kan niet’! Deze overdenkingen voeden mijn ontwikkeling. Dat maakt me blij!

In 2013 heb ik regelmatig een spiegel voorgehouden gekregen van lieve, fijne mensen**. Of het nu op school, lopend over straat, om de keukentafel, in een bovenkamer, het bos of in een werkplaats was, er ontstonden altijd fijne gesprekken met bijzondere inzichten. Vertrouwen en het loslaten van onzekerheden is wat me uit mijn comfort zone haalt. Spannend en nieuw. Een einde maken aan flowkillers. Dit dOEN voelde als een overwinning!

Het lijstje van vorig jaar blijf ik koesteren. Ik houd het nog even vast, om het vervolgens weer los te laten. Bewustwording als doel. 2014 is nu! Mijn hart vertelt me samen met mijn onderbuik welke richting ik op ga. En die richting wordt steeds concreter. Ruimte geven aan dat wat zich ontvouwt. Tijd nemen en pakken. Het resulteert in de volgende toe-dOEN-ers voor dit jaar:

  • onderwijziger, samen met mijn leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs bouwen aan een onderwijs voor iedereen. Dat dOEN met het statement ‘Ieder kind IS zichzelf, voelt zich geZIEN en ont-wikkelt’.
  • ronaldheidanus.nl, mijn eigen onderneming. Wat ik ga dOEN? Kennis delen. Mijn expertise verder brengen. Samen op weg naar open en inclusief onderwijs. MiO als eerste partner.
    En verder blijf ik schrijven. Mooie, krachtige maar ook kwetsbare en reflecterende verhalen en teksten de wereld in zetten. Ter inspiratie, maar ook als ‘ondertitelen’ van mijn handelen.
  • leerKRACHTkijken, een co-creatief platform waar iedereen kan participeren, samenwerken en wil LEERen KRACHT te zien door te KIJKEN naar de mogelijkheden. Een mix van omdenken, kennisbank en delen van good practice. Doen wat werkt als filosofie. (leer)Kracht zit in iedereen. In onze kinderen, in mij als leraar en opvoeder en in JOU! Er valt genoeg te dOEN nu passend onderwijs als een tsunami ONS onderwijs binnen komt denderen. Een uitnodiging volgt dus snel…
  • Poeheej, een te gekke werktitel voor een project met een fantastische missie! Initiatiefneemster Marieke Zwinkels heeft een fijne groep mensen bijeen gebracht. Dit gaat het dOEN! Daar heb ik alle vertrouwen in…
  • HighGainBoys, een tijdelijke naam voor een nog naamloze band. Vier vaders. Een wekelijkse ont-moeting. Versterkers op elf! Punk. Wat hen staat te dOEN: een eerste plaat uitbrengen in 2014. In welke vorm en onder welke naam is nog geheel onduidelijk…maar die plaat gaat er komen!
  • ROETS, een ambitieus en mooie project van Bianca Blom. Als side-kick mag ik mijn visie dOEN laten spreken. Leuk!
  • ……
  • ……
  • ……dat wat zich aandient.

    * Nee, #dOEN is niet verkeerd geschreven. De ‘OEN’ heb ik overgehouden aan mijn laatste opleiding. Het is een afkorting voor Open, Eerlijk en Nieuwsgierig (wie een bronvermelding heeft…ere wie ere). De ‘d’ staat voor mij voor Durven, Dromen en natuurlijk Doen! Dat alles vanuit een nieuwsgierige, explorerende en open houding. Eerlijkheid start bij mezelf, trouw en eerlijk naar wat ik voel zorgt voor eerlijk en open handelen naar anderen. De drie-eenheid straalt een positieve energie uit met een naïef karakter. Door dromen en durven te doen ontstaat genieten van het leven!

    ** Mijn grote dank gaat uit naar mijn liefste vrouw Inge die me in alles support! En ook naar iedereen die mijn verhalen las/leest, deelt en met me werkt en/of heeft gewerkt. Mijn extra dank gaat uit naar: Miriam, Esther, Wendy, Petra, Jetske, Helmer, Marieke, Rob, ErikRusz, Harriët, Marije, Sandra, Edith, Karin en Han, voor wie – en omdat – jullie zijn!

    note: wellicht groeit dit blog nog in de loop van het jaar door inzichten en waarde(n)volle gesprekken.

    “de beste wense en een gelukig nieuwjaar!”

    Vakantie! Om eerlijk te zijn was ik er aan toe. Het verlangen naar ‘even geen school’ groeide de laatste maand met de dag. Opgezogen door werkdruk, of was het de drukte die ik er zelf van maak?

    Vlak voor de vakantie hoorde ik Frank Van Massenhovespreken over ‘Het Nieuwe Werken’ en wat het onderwijs hiervan zou kunnen leren. In zijn bedrijf werkt 67% van het personeel voornamelijk thuis. Dit om hen het gevoel van autonomie en familieliefde niet te ontnemen. “Mensen werken wanneer zij willen en gemotiveerd zijn,” legt Van Massenhove uit. Het levert dus ook nog eens motivatieop. Wat wil je nog meer? Mensen die willen gaan ‘voor de zaak’ en dat terwijl ze gelukkig zijn met wat ze doen. Alleen, verbonden aan een school lijkt thuiswerken voor onderwijsgevenden erg lastig. En toch werken er veel thuis… Ik deed dat in ieder geval:

    Toen ik net startte in het voorgezet speciaal onderwijs kwam er veel op mij af. Zo is er in het VSO – en mijn ervaring is nog niet anders – een systeem waarin alle kennisvakken door één en dezelfde leerkracht wordt gegeven. Dit omdat leerlingen moeilijk kunnen omgaan met leerkrachtwisselingen, zo werd mij verteld. Het riep het bij mij de nodige vragen op. Is het onderwijs op deze wijze een afspiegeling van de maatschappij? Hoe leren ‘speciale’ leerlingen wel? Wat hebben ze nodig? Voedt deze werkwijze niet juist het gevoel van ‘speciaal’? En wat vraagt deze aanpak van leerkrachten en de kwaliteit van het onderwijs?

    Thuis was ik ijverig lessen aan het voorbereiden, toetsen aan het nakijken, handelings-/groepsplannen en kerndocumenten aan het schrijven en alle ouders iedere dag aan het updaten wat betreft de ‘ontwikkeling’ van hun kind. Vaak ging dat ‘ontwikkelen’ over gedrag, want ook in dit systeem lieten leerlingen zich niet kaderen! Om mij heen zag ik het iedereen doen, ik volgde braaf. Zelfs in het weekend had ik regelmatig contact met collega’s over werk.

    Met de jaren werd ik ongelukkiger. De antwoorden op mijn vragen waren niet congruent met wat ik in de groep ervoer. Eigenlijk was ik alleen maar dingen aan het doen waar ik het nut niet van inzag of waarvan de opbrengsten niet opwogen tegen de inzet.

    In die tijd werd ook mijn eerste zoon geboren. Mijn gedachte dat ik mijn leven nog kon blijven leven zoals ik dat deed was wat te naïef. Naast de slapeloze nachten werd de roep meer thuis te zijn groter. Geheel begrijpelijk, maar hoe moest dat met mijn werk? Mijn eerste spiegel: de balans was ‘een beetje’ zoek…

    Ooit vroeg ik tijdens een vergadering om meer tijd op school om handelings-/groepsplannen en kerndocumenten te schrijven kreeg ik enkel verontwaardigde blikken. Het bleef stil. Achteraf werd ik zelfs als ‘oncollegiaal’ weggezet!? Hoe zou de inspectie tegen deze tijdrovende taak en manier van werken aankijken?

    Van Massenhove vertelde ook over blank-agenda-dagen, dagen waarop er niets op de agenda stond en je zelf je werk kon inplannen. Zo heb je als fulltimer niet meer dan voor ongeveer 80% werk. Ik dacht terug aan mijn handelingsplannen! Van Massenhove vervolgt met dat er natuurlijk altijd onvoorziene taken bij kunnen komen, maar dat je door blank-agenda-dagen je taken – of zoals hij ze noemt ‘targets’ – goed kan halen. Een mooie uitdaging: de targets van een leerkracht in kaart brengen, daar 80% van nemen en die opnemen in een NJT. Natuurlijk begrijp ik ook wel dat het onderwijs een proces is dat niet zomaar in percentages gevangen kan worden. Het statement echter is mooi: geef ruimte! Binnen mijn groepen was en is dit ook één van mijn statements, ruimtevoor ontwikkeling. Mijn wens is dat dit ook door mijn leidinggevenden wordt uitgedragen…

    Het deed me ook denken aan Google Friday. Bij Google mogen werknemers 20% van hun tijd aan bedrijfsverwante zaken werken vanuit hun eigen interesse en talenten. Dat betekent dat wanneer je een goed idee hebt er altijd tijd is om die ideeën uit te werken. Wat als leerkrachten deze ruimte zouden krijgen? Denk aan peerreview, deskundigheidsbevordering, praktijkonderzoek, maar ook aan het ontwikkelen van eigen lesmateriaal… Mijn wens zou het ondersteunen van collega’s in het regulier onderwijs zijn! Twee sporen trekken: zelf het speciaal onderwijs onnodig maken en andere leerkrachten empoweren.

    Ooit startte ik met een VSO-groep van 8 leerlingen. Een mooi aantal om een geweldig proces mee te doorlopen. Hen verder brengen. Dit jaar staat de teller op 13, een stijging van ongeveer 61,5%! In het SO kreeg je er een assistent bij. In het VSO, daar waar de leerlingen in één van de belangrijkste levensfases zijn beland, is geen klassenassistent te vinden. Voor de zomer van 2014 wordt binnen mijn stichting het onderwijs ondersteunend personeel grotendeels wegbezuinigd! Het Sociaal Plan heet dat!? Dit betekent toch echt een hogere werkdruk, of moet ik me niet zo druk maken? Alleen lukt het mij echter niet om het werk voor meer dan 100% te doen…

    Vakantie! Een mooie periode om het werk te doen dat is blijven liggen. Toch? Voor mij tijd voor bezinning. Reflectie. Koers(her)bepalen. Nadenken. En dat laatste kan ik beter laten… Het brengt me aan het twijfelen. Twijfel over of ik met het juiste bezig ben. Doe ik hetgeen waar ik echt gelukkig van word? Wie wil ik om me heen hebben en waar wil ik werken? Hoe en waar kan ik het verschil maken?

    “Onderzoek beïnvloedt je handelen!” spreekt Van Massenhove tenslotte. Het is een half jaar geleden dat ik besloot op onderzoekte gaan. Eén dag ontslag. Wat een vrijheid. Wat een ruimte. Op (onder)zoek samen met mijn vragen. En ja, dat heeft mijn handelen en visie op onderwijs veranderd! Het heeft me veel moois gebracht in 2013: de Ontdekkingsreis, de Innovatieklas, de eerste opdracht via Meesters in Onderwijs, de start van Pedagogische Tact, mooie en nieuwe ontwikkelingen rondom leerKRACHTkijken en Poeheej én de ontmoetingen met bijzondere en lieve mensen!

    En toch, de twijfel bleef. Het denken… En net nadat ik tegen mijn vrouw uitsprak dat ik misschien het speciaal onderwijs beter zou kunnen verlaten, kreeg ik een kaart binnen. Van Fanny!

    hooi meneer ronald, de beste wense en een gelukig nieuwjaar! groetjes Fanny

    Wensen…die heb ik genoeg! In het ontvangen van haar lieve woorden flitst 2013, de mooie verhalen en alle ontmoetingen voorbij. Ik ben nog niet klaar in het onderwijs! Dat is wat helder is. Er staat me nog wat te #dOEN! Mijn woord voor 2014. Een nieuw jaar vol nieuw werk(en), nieuwe uitdagingen, wensen en verlangens concretiseren. Mijn Ronaldheidanus Thursday heb ik al. Mijn (onder)zoektocht wordt vervolgd. Een open sollicitatie aan dat wat zich aandient. Een warm welkom aan dat wat zich ontvouwt…

    Ik koester de nieuwjaarskaart van Fanny! Ik ontvang en deel, wens haar, alle leerlingen & onderwijsmensen in het (speciaal) onderwijs “de beste wense en een gelukig nieuwjaar”!!

    Lucas, Willem en Lizzie leren me het speelveld te verruimen

    ‘Je bent nutteloos. Ga maar tussen de jassen hangen, op de gang!’ De 11-jarige Franse jongen tegen wie dit gezegd werd, nam de woorden iets te letterlijk zie de gevolgen. Wat drijft een leerkracht om dit tegen een leerling te zeggen? In hoeveel tijd verbreek je de verbinding met het kind? Waar ligt de pedagogische en de morele verantwoordelijkheid van een leerkracht? Hoe hoog mag frustratie en onmacht oplopen? Wanneer heb je jezelf nog onder controle?

    Er is een kind overleden en het debat gaat over ‘verplichte bewaking’? Wat maakt dat veel beslissingen op beheersmatig niveau gemaakt worden? We weten het niet meer, het gaat mis, goed mis. Dus gaan we verder met inkaderen. Is dat het (vaste) recept? Zorgen deze regels niet juist voor het af- en doorschuiven van verantwoordelijkheden? En hoe verhoudt zich dit tot het begrip vertrouwen, om maar te zwijgen van ieders innerlijk kompas?

    Als leerkracht heb ik een pedagogische taak, maar niet altijd het antwoord op (morele) situaties! Ik heb de verantwoordelijkheid om mijn eigen handelen, zowel emotioneel als rationeel, te begrijpen en te reflecteren. Mijn handelen vindt plaats op een dunne lijn van verwachtingen, van mezelf en van mijn omgeving, de ander. En ik heb te maken met mijn eigen biografie, mijn eigen perceptie en met verwachtingen die – door de maatschappij, door de cultuur – impliciet en expliciet zijn opgelegd.

    Het sturen van je eigen handelen en je emoties is met elkaar verbonden. Maar in hoeverre bepaal of maak jij bewust de keus, doe je wat je doet?

    Ik herinner me Lucas. Als de dag van gisteren. Hij zat in mijn klas, het tweede jaar dat ik als leraar in het voortgezet speciaal onderwijs werkte. Ik leerde elke dag, maar Lucas niet. Hij had een Italiaanse achternaam en door zijn gedemotiveerde houding had ik mijn vooroordeel snel klaar. Waarom speelde zijn achtergrond voor mij een rol? Zocht ik een verklaarbare reden voor zijn gedrag. Met die zekerheid kon ik als beginnende leerkracht verder. Ik wilde namelijk één ding, niet falen!

    Lucas. Als ik nu aan hem terugdenk, verschijnt er een brede glimlach op mijn gezicht. Eigenlijk is het zijn glimlach. Want ik irriteerde me mateloos aan zijn lachje. Waarom? Omdat hij mij door had en een beetje met mij speelde. Hij haalde het bloed onder mijn nagels vandaan. Ik stuurde hem altijd naar de Time-Out, dat was lekker makkelijk, dan had ik even rust. De dienstdoende functionaris stuurde hem vervolgens vaak snel weer terug. ‘Wat een koekert’, dacht ik dan. Lucas had blijkbaar de volgende ‘om zijn vinger gewonden’.

    Dit verhaal gaat over die dag waarop ik Lucas voor de derde keer naar de Time-Out had gestuurd. De reden is niet blijven hangen, maar het gevolg wel. Hij moest naar de adjunct! Samen liepen we door de gang. Ik voorop. Achter me liep hij te zuigen, te lachen en ik kookte…

    We moesten een klapdeur door. Altijd liet ik de ander voor. Deze keer besloot ik anders. In plaats van de deur open te houden, gaf ik juist een extra zetje. Lucas voelde blijkbaar iets aankomen, hij wist de deur te pareren. En net voordat we het kantoor van de adjunct binnenliepen, fluisterde hij zacht: “U bent echt boos, hè?”

    Het was een keuze vanuit een aanname en een emotie die ik aan de ander toeschreef, die buiten mijzelf lag. Van verantwoordelijkheid en moreel besef was geen sprake meer. Het was deze jongen van amper 13, die me buiten mijn boekje liet gaan en me de grens liet ervaren. Met zijn opmerking ‘U bent echt boos, hè’ leidde hij me terug naar mezelf.

    Had ik de situatie onder controle? Ik stuurde hem weg, interesseerde me niet waarom hij gedemotiveerd was, bouwde niet aan een relatie en bovenal, de ratio was uitgeschakeld en de emotie voerde de boventoon! Een belangrijk leermoment!

    Deze ervaring heeft me gevormd, als professional, maar zeker ook als mens. Door de situatie te evalueren, kwam ik erachter dat ook waarden en normen onderdeel zijn van mijn handelen en ik die soms ter discussie mag stellen. Op zijn minst draag ik er verantwoordelijkheid voor.

    ‘Je bent nutteloos’, dat is een harde uitspraak, zo niet vernietigend. Het perspectief is verdwenen, het oordeel is geveld. En het probleem ligt bij de leerling. Van verwachting is geen sprake. Kansen tot herstel worden niet meer geboden. De verantwoordelijkheid – om het handelen te evalueren, als mens te (leren) vertrouwen op het innerlijk kompas en te bouwen op de relatie met de leerling – wordt niet langer gevoeld!

    Wat nou geen mogelijkheden? Er is altijd een alternatief!

    Te vaak schuiven we in het onderwijs ‘schuld’ af en missen we een relatie; met het kind, de context en met onszelf, als mens. De leerling én de leerkracht zijn onderdeel van een systeem, van hun omgeving.

    Ik denk aan Willem, een oud-leerling die ruim een jaar geleden resoluut een ander pad verkoos. Ik had een zwak voor hem. Hij was anders. Een punker. En op zoek. ‘Wie ben ik, wat is mijn omgeving?’ Hij had al een groot aantal scholen versleten, woonde ook niet meer thuis…

    Niemand kon hem raken. Ook ik niet. Ik behoorde tot het systeem. En erger nog, ik deed er aan mee. Er was voor Willem genoeg om tegenaan te schoppen. Bevestigde dat zijn houding? Zijn houdbaarheid? Als ik mijn verslagen terug lees over Willem, lees ik een weinig analytisch en feitelijke weergave van situaties zoals ik ze ervoer. De onmacht van ouders en school waren ook in mijn eigen observaties terug te vinden. Ik volgde braaf: Willem had of was het probleem!

    Willem zwom ‘tegen de stroom in’. En op een zeker moment had hij er genoeg van. Hij kwam die dag ‘gewoon’ niet meer! Zoals hij zelf al voorspelde. Ik schrok, miste hem, de kleur die hij gaf aan de groep. Aan mij. De twijfel sloeg toe. Had ik er wel alles gedaan? Het mocht allemaal niet baten. Willem vertrok, liep ook weg van de groep waar hij woonde. Hij settelde zich in de skate community van Tilburg. Hij werd een coach, of beter gezegd een motivator voor jonge kinderen die hij leerde skaten. Hij wist ze te raken! Hij klapte bij iedere truc van zijn pupillen de handen stuk. Altijd positief! Zijn grote talent!

    In zijn laatste brief schreef hij de woorden: “…ik ben toch maar iedereen tot last…” Hij voelde zich nutteloos. Was alles behalve! Velen zijn over zijn grens gegaan, weinige geïnteresseerd wat er binnen zijn grenzen afspeelde.

    Verantwoordelijkheid nemen is soms ‘tegen de stroom in zwemmen’. Willem liet me het zien, of heeft het misschien wel bij me aangewakkerd. Hij nam mij mee in zijn wereld. Het betekende mijn grenzen verleggen, ofwel tijdelijk verschuiven. Hij leerde me het speelveld te verruimen. Ons contact bood nieuwe inzichten, over Willem, maar vooral ook over mezelf en over mijn relatie tot de ander!

    Betekent het dat ik leerlingen hun gang laat gaan? Alleen maar moet volgen? Of word ik uitgenodigd juist streng en rechtvaardig op te treden! Natuurlijk niet. Geen van beide én allebei. Het is mijn leerproces om deze zaken met elkaar te verbinden. In relatie zijn en tegelijk autonomie leren ontwikkelen. Het een kan niet zonder het ander.

    Het beroep als leerkracht is fragiel en kwetsbaar. Mijn handelen ligt onder een vergrootglas. Ik doe constant een beroep op wat mij drijft, mijn innerlijk en morele kompas. Mijn grootste uitdaging is om leermeester van mezelf te zijn, jezelf te mogen zijn en dat uitdragen naar de leerlingen voor me. Op hun beurt zijn zij leermeesters van zichzelf en voor mij.

    De angst om te falen overheerst soms, die me van mezelf (en mijn omgeving) ontkoppelt. Een leerling naar de gang sturen, naar een andere klas of naar de Time-out. En zo vaak keert dezelfde leerling terug zonder terugkoppeling, zonder gesprek, zonder een schouderklop, een aai over de bol. Waar is die vraag: ‘Hoe kan ik je verder helpen, zodat je het straks zelf kan oplossen?’

    Toen Lizzie in de middenbouw van de basisschool haar diagnose kreeg, maakte ze een spandoek. ‘Ik heb autisme!’ verfde ze er met dikke letters op. Ze zette een vuilcontainer aan de straatkant, ging er bovenop staan en riep: “Ik ben gehandicapt!” Er was geoordeeld, ze moest weg van de reguliere school, ontkoppeling tot gevolg.

    Uitsluiten – of ontkoppelen – doet iets met me. Als mens. Met mijn zelfbeeld. Met het beeld dat ik meeneem en meedraag naar de toekomst. Het is een dunne lijn die ik niet meer wil overschrijden.

    Het blijft gissen naar wat er in het hoofd van de 11-jarige jongen in Frankrijk om ging. Wat overblijft is het verdriet en beschadigde mensen met vragen; het gezin, vrienden, familie, de leerkracht, klasgenoten, de school, de wijk, de samenleving…

    Ooit, in een open gesprek met Lizzie – toen ze weer wat rustiger was – gaf zij aan dat haar hoofd aanvoelde als een ballon. Zo voelde de druk in haar hoofd! Op dat moment, maar ook al die andere keren wanneer zij zich verdrietig, gefrustreerd, boos en afgewezen voelde. Het enige dat ik vroeg: “Wat kan ik doen om jou dan te helpen?”

    “Een beetje lucht uit het tuutje laten,” antwoordde zij. Luisteren was op dat moment voldoende. En op weg waren we. Samen. Soms prikken, soms piepen, soms snel lucht eruit, soms buiten en loslaten en soms ‘gewoon’ even niets…

    Het is mijn verantwoordelijkheid als leerkracht – en mijn morele plicht – om de leerlingen die ik voor me heb te laten zijn wie ze zijn, met alles wat er is; om het beste in zichzelf naar boven te halen; om ze te leren hoe verantwoordelijkheid daarin positief bijdraagt.

    Maar het is het allerbelangrijkste dat ik zie dat ikzelf een onmisbare schakel voor ze ben. Mijn reflectie op mijn handelen te delen, met hen in gesprek te blijven; de keuzes die ik maak te beargumenteren; inzicht te geven in mij als persoon en vooral te kunnen vertellen en te laten zien waarom ik de dingen doe die ik doe.

    Verlangen naar de zee…

    Alsof alle zonnestralen die we de afgelopen maanden hebben ontvangen, zijn omgezet in regengordijnen. Treurig weer, dikke druppels en kou. Het juiste beeld bij een dag vol onmacht, verdriet en ‘water dragen’. De emmers zijn sneller gevuld dan ze geleegd kunnen worden. De storm liet zich een dag eerder al inleiden. Vandaag hebben we volle wind in de zeilen. Het is zo’n dag waarop je beseft dat onderwijs soms ook gewoon niet leuk is…

    Samen op een schip, bestemming onbekend. We zullen het met elkaar moeten doen, zo is eerder besloten. Anne en Joep zijn op elkaar aangewezen, een grotere uitdaging is er eigenlijk niet. De twee lijken het licht in elkaars ogen niet te gunnen. Niet vanuit hun kern, maar vanuit uiterlijke verschillen en onbegrip.

    Anne, die eigenlijk heel graag gezellig wil kletsen en anderen wil helpen, maar met haar harde stem niets anders doet dan anderen wegduwen. En Joep, die eigenlijk best veel weet en toch alleen lijkt te weten dat hem ‘toch niets lukt’. Het resultaat: een lopend vuurtje en materie met een zeer lage ontvlambaarheidsgraad. Of dat op een schip zo handig is?

    Bijna alles dat tegen Joep gezegd wordt, komt direct als een aanval bij hem binnen. Er wordt gevraagd om een stukje op te schuiven. Hij belemmert het zicht wat voor Anne. Nog voor hij de kans krijgt om opzij te gaan, krijgt hij de wind van voren. De harde stem van Anne schalt over de woeste zee. Joep blokkeert, schiet vol onbegrip. De luiken van onzekerheden openen zich en een ontploffing is nabij.

    Zo goed als hij in zijn kern is, lijkt hij zich naar Anne nog in te kunnen houden. De bootsman – ik dus – vraagt Joep om wat te gaan drinken, maar de woede is daarmee niet gaan liggen. Nog voordat Joep terug is op het dek, wil hij Anne in de haren vliegen. Deze wordt op haar beurt tegengehouden door drie andere matrozen en Joep wordt afgezonderd. Gevolg: een totale black-out.

    Bij gebrek aan voldoende en geschikte ruimte proberen drie bootsmannen hem van het dek te verwijderen en duurt het wel vijftien minuten voor er enige ontspanning in zijn lichaam voelbaar wordt. Het leidt tot veel verdriet bij Joep. En boosheid. Hij is boos op zichzelf. Hoe eenzaamheid en heimwee naar zichzelf hem heeft verzwakt. Als Anne dit zou weten, zou ze er voor hem zijn!

    Het wordt licht. Tijdens de nacht is hard gewerkt en overleg geweest over de koers. De stuurman koos voor een afzonderlijke start. De zon verschuilt zich achter grijze wolken. Het regent hard. En de zee is ruw.  Joep gaat de aardappels schillen en de bootsman roept zijn matrozen bijeen om er weer een veilige reis van te maken. Joep zou zich vervolgens weer in kunnen voegen. Het loopt echter anders. De kleur van de dag tekent zich stilaan af.

    Een van de matrozen, Mike, steekt van wal. Het is duidelijk dat hij al een aantal dagen slecht heeft geslapen. Hij vertelt dat hij vlak voor de afvaart is weggelopen bij zijn vader. Zijn ouders leefden al jaren gescheiden. Na een lange tijd heeft hij weer contact gekregen met zijn moeder. Zijn vader kon dit contact moeilijk een plek geven. Een woordenwisseling ging aan de ruzie vooraf, vervolgens pakte Mike zijn tas. Door deze beslissing dreigt bij terugkomst een uithuisplaatsing. Deze weg heeft hij eerder bewandeld. De angst en onzekerheid zijn zichtbaar.

    De lijntjes zijn gespannen aan boord. De gezichten staan strak, vol in de wind. Joep, Anne, Marc, bevinden zich aan één kant van de lijn. Aan het einde de middag komt daar Kyan bij. Samen met Anne en Trey dragen zij de verantwoordelijkheid over de voorste razeilen.

    Kyan had niet zo’n zin, eigenlijk al vanaf dat het schip vertrok. De kantjes er vanaf lopen, zorgen dat hij zo min mogelijk hoeft te doen, smoesjes om onder werkzaamheden uit te komen, anderen vervelen, irriteren en – fysieke – ‘grappen’ maken. Die razeilen waren de druppel. Voor Anne en Trey!

    Met het volle volume dat Anne kan produceren wordt Kyan op zijn plek gezet en tegelijkertijd weggeblazen. Ook Trey is zeer kritisch. Samenwerken betekent ook echt samen! Zeker als de weersomstandigheden er niet naar zijn om onverantwoordelijk te handelen. Het is alle zeilen bijzetten en waar nodig in volle storm reven! Geen tijd om de ander een rif te steken.

    Totale onmacht tekent Kyans gezicht en hij vlucht. Ergens onder in het ruim zoekt hij eenzaam een stille plek. Nadenkend, over waarom hij ooit geboren is…

    De bootsman volgt het schouwspel dat zich voor hem op het dek afspeelt. Hij verzinkt in gedachten, in twijfels, in onzekerheden.

    Weten de matrozen wel wie zij zelf zijn?
    Is de koers wel helder? Wordt hen perspectief geboden?
    Wordt iedereen naar kunnen en mogelijkheden ingezet?
    Kunnen de individuele talenten en krachten hun samen wel op een hoger plan tillen?
    Hoe is de aandacht voor moeilijkheden en hoe worden deze overwonnen?
    Is er bij iedereen een verlangen?

    Verlangen, de hunkering of wens. 
    Het lijkt wel of dat je eerst dient te lijden op weg naar veiligheid, vertrouwen, erkenning, begrip, een ‘thuis’, autonomie ofwel het gevoel dat je gelukkig bent. Wanneer zijn matrozen gelukkig? Zij bewandelen geen pad, maar varen uit. Volgen zij de koers van de stuurman, van thuis, de verwachtingen van de maatschappij? De bootsman wellicht als belangrijke schakel?

    Een ding is zeker: Ze verlangen ergens naar de zee… 
    Waar het schip onderweg strandt of averij oploopt, is de vraag. Dat is sterk afhankelijk van de invloed van de omgeving.

    Het lijkt alsof deze matrozen veel lijden, een soort van fundamentele ontevredenheid meevoeren, het gevoel van niet voldoen aan verwachtingen en normen. Hoe kunnen deze matrozen dan voldoening halen uit dat wat ze doen?

    Natuurlijk, elke vraag heeft zijn oorsprong: een persoonlijke ervaring, een eigen – soms beperkte – waarneming, een besluit om geen – fysiek – contact (meer) aan te gaan. Of misschien willen deze matrozen een eigen identiteit vormen of begint het met de vraag – zoals Kyan stelt – waarom het eigenlijk geboren is.

    Iedere matroos heeft de kracht in zich om ‘oorzaken’ te laten varen, het verleden overboord te gooien of los te laten. Maar waar start het? Door open te staan? Te vertrouwen? Door te zien wat er in de binnenwereld gebeurt? Door te accepteren van dat wat is? Is één zeevaart dan voldoende? En welke bootsman leert het je allemaal?

    Neemt die bootsman dan zijn ervaring mee en pakt het de ruimte om matrozen te ‘empoweren’? Om hen met aandacht en de juiste intentie vanuit focus het inzicht, de inzet en het handelen – aan – te leren? Voor te leven?

    We zijn een aantal weken onderweg. Onze reis duurt nog even. Het is niet altijd even mooi weer geweest, we kennen momenten dat de wind stevig in de zeilen staat en momenten waarop de zee rimpelloos is. Dan is het tijd voor bezinning. Om te luisteren, te kijken of om even niets te doen. Of om de mooie momenten even terug te halen en te herbeleven.

    Om met de ogen gesloten op het voordek de zee te horen. Dan volgt het verlangen vanzelf…

    Het doet AUW-dit!

    Net over de helft van de eerste week – zonder leerlingen – en de afgelopen twee dagen al weer vroeg naar bed. Leeg. Op. Geen energie om iets te doen. De alarmbel ging af en een gesprek met de locatiemanager waarin ik duidelijk mijn grenzen aangaf, volgde. “Dat past toch helemaal niet bij jouw karakter?” vroeg zij. Klopt! Ik zet namelijk graag een stap verder, verleg liefst elke dag mijn grenzen. En toch is het ook voor mij soms goed om het speelveld even opnieuw te kaderen. Om de ‘grijze gebieden’ te benoemen!

    Ik wil doen wat werkt! Doen waar ik goed in ben. Samen met mijn leerlingen bouwen aan goed onderwijs. Ik heb doelen gesteld – bijvoorbeeld dit jaar drie leerlingen klaarstomen voor regulier onderwijs – en wensen, gebaseerd op een aantal mooie voorbeelden hoe onderwijs ook kan zijn.

    De start
    De week begon gezamenlijk. Met de collega’s van de drie locaties luisterden we naar één van de locatiemanagers. Na een kort welkomstwoord kwam de focus eigenlijk direct op de inkorting van de vakantie en de aankomende interne audit in januari 2014 te liggen. Volgend schooljaar geen ‘extra’ week vakantie, maar direct starten met lessen! En ook de audit waar veel belang aan wordt gehecht i.v.m. het samenwerkingsverband m.b.t. passend onderwijs kreeg de nodige aandacht. Het bijzondere is dat het toezichtkader voor samenwerkingsverbanden los staat van de kwaliteit van scholen of de invoering van de zorgplicht volgensde inspectie.

    Dus op het eerste oog is er niets mis mee. Een audit als ‘test’ om te kijken hoe het onderwijs en de ontwikkelingen er voor staan. De grote vraag voor mij op schoolniveau is en blijft wel, hoe een leerkracht bevoorraad dient te worden om vervolgens de leerling te kunnen bevoorwaarden!

    De afgelopen dagen
    De afgelopen dagen stonden in het teken van de verhuizing. De bouwvalheeft plaatsgemaakt voor een leuk schooltje uit de jaren tachtig. Een hele verbetering, dat mag duidelijk zijn! Dozen uitpakken, puinruimen en een klassenopstelling maken vulden samen met vergaderingen de beschikbare tijd.

    Al na de eerste dag laaide een oude discussie op…

    Het ‘MT’ liet weten dat mijn opstelling in de klas niet in carré mocht staan. Na eerdere gesprekkenmet mijn leerlingen, n.a.v. een verantwoordingvoor de Commissie van Begeleiding, bleef men zich verhalen op het protocol klassenmanagement. Want dat is inderdaad wat leerkrachten nodig hebben, toch? Regels, regels en nog eens regels vastgelegd in protocollen. Die zijn dan ook nog eens vaststaand en worden niet geëvalueerd. Top-down, u weet wel. Want professionals moeten toch aan de hand genomen worden? Waar zijn de waarden ‘vertrouwen’, ‘autonomie’ en ‘verantwoordelijkheid’?

    Wat je al niet moet doen om als leerkracht een werkbare omgeving te creëren, voor jezelf maar bovenal voor je leerlingen…

    Binnen de stichting, maar ook daarbuiten is de discussie over de professionele positie van de leerkracht in volle gang. Binnen de stichting wordt gesproken over persoonlijk leiderschap, “De professionals zullen in the lead komen”, zo stond in het ‘perspectiefstuk’ geschreven. En in Trouw las ik een artikel over het reflecterenvan de leerkracht. Ook het boek HetAlternatief, waar ik al een artikel over verantwoordelijkheid uit heb mogen lezen, is in aantocht!

    Laat ik dan even als professional in the lead het protocol onder de loep nemen. En ja, dit is muggeziften op de mm, is dat bevoorraden? “…elke leerling een eigen, vaste werkplek in de klas heeft, waaraan hij zijn werk kan maken. De voorkeur gaat uit naar maximaal 2 leerlingen setjes naast elkaar.” Dus eigenlijk is en was al het werk en energie voor niets  (…de voorkeur gaat uit…!) Make up your mind, MT! Hoe verhoudt ‘persoonlijk leiderschap’ zich tot top-down protocollen?

    Vandaag ook de tweede ‘vergadering’ van de week. Na bijna drie kwartier ‘notulen vaststellen’ van de eerste vergadering, wordt er gestart met de agenda. VERschrikkelijk! Een half uur discussiëren of er wel of geen kauwgom gegeten mag worden, twintig minuten over wel/niet het gebruik van telefoons, roosters die niet te maken zijn omdat het onduidelijk is welke vakleerkracht waar en op welk tijdstip aanwezig is. En zo ging het een tijdje door…

    Duidelijk is dat er (nog steeds) geen eenduidige visie op voorraad ligt, auw!
    Een klein voorbeeld rondom communicatie: de werkboeken van de 7 tot 10 jaar oude methoden moeten worden gekopieerd. De originelen zouden te veel gaan kosten, omdat deze als post niet was meegenomen in de begroting. Het zou trouwens niet eens bekostigd worden, omdat het VSO onder de wet PO valt. En niet kopiëren, maar overschrijven zou juist goed zijn voor de (schrijf)ontwikkeling! Ow, en een boete? Daar was een potje voor…auw!

    Is dit bevoorraden?

    Er worden zaken besproken of gecommuniceerd waar in ieder geval bij niemand het appél wordt gedaan op motivatie en inspiratie, laat staan het uitwerken van nieuwe, creatieve ideeën. Het ‘doen wat werkt’ zeg maar. Of mij als leerkracht bevoorraden, om uiteindelijk de leerlingen te kunnen bevoorwaarden. Geen duidelijke doelen bij agendapunten, geen antwoorden op vragen ‘waarom we de dingen doen die we doen’!?
    Samen met collega’s wil ik hier juist aan bouwen! De ‘wereld’ laten zien wat we doen, waarom we dat doen en ook waarom het werkt wat we doen. De volgende stap zou een brug slaan zijn naar scholen binnen het samenwerkingsverband. Kruisbestuiven!

    Bevoorwaarden
    Terug naar het primaire proces, waar het draait om de ontwikkeling van leerlingen. In mijn context de ontwikkeling van leerlingen die anders leren. ‘Bevoorwaarden’ is een woord dat Edith van Montfort uitlegt als het koesteren van heterogeniteit als basis in haar blog ‘meerdracht maakt macht’. Het gaat over de leerkrachten en de diversiteit in de groep: “Ze anticiperen door variëteit in pedagogisch -, vakinhoudelijk – & didactisch handelingsrepertoire bijna natuurlijk op verschillen tussen lerenden om hen zo goed mogelijk in hun leren te bevoorwaarden. Ze maken deugdelijke verbindingen tussen talenten of denkvoorkeuren om ook samenwerkend leren te ontwikkelen.

    Het lijkt me fantastisch om met de bovenstaande visie op reis te gaan samen met mijn leerlingen! Een mooie zoektocht naar talenten ‘ont-wikkelen’.  Maar ook een bijdrage leveren aan het overwinnen van de moeilijkheden die de leerlingen op hun pad zijn tegengekomen.

    Wellicht opent het niet kopiëren wel kansen voor de leerlingen om samen te werken!?

    Auw
    En toch doet het ‘auw’ dit allemaal zo op te schrijven. Een halve week aan het werk en nog geen moment bezig met de pedagogische, vakinhoudelijke en didactische kant van het onderwijs. Heel voorzichtig gestart met een overzichtelijk jaarrooster, waarin ik graag leerlingen meer eigen regie en verantwoordelijkheid wil leren. Steeds is er dat ‘grijze gebied’ dat voor afleiding zorgt, voor chaos. Ad-hoc beslissingen en systemen die in stand gehouden worden.

    Aan mij de taak als professional om zaken verder te brengen. Ik neem deze ruimte en autonomie, die volgens mij juist gekoesterd dient te worden. De ruimte om mijn onderwijsomgeving aan te passen aan de noden van de leerlingen.

    Ik werk iedere dag, ieder lesuur met dezelfde leerlingen. Dat maakt dat ik zie wat nodig is en zoek naar ruimte om deze zaken uit te werken. Alleen maar boven de stof staan is niet voldoende! Ik wil graag opdrachten uitwerken waaraan ik vorig jaar, samen met mijn leerlingen, hard heb gewerkt.

    Het doet ook ‘auw’ dit te delen. Maar ik deel het! Om het bovenstaande een plek te geven. Om te reflecteren. Om mijn pad en de weg naar de – oh zo – belangrijke interne audit woorden te geven. Om transparant te zijn over waar ik tegenaan loop. Om er van te leren, mezelf enerzijds te begrenzen en anderzijds grenzen te verleggen. Om te delen waar ik me echt over verwonder…


    You can’t feel the heat until you hold your hand over the flame
    You have to cross the line just to remember where it lays

    You won’t know your worth now, son, until you take a hit

    And you won’t find the beat until you lose yourself in it” – Rise Against

    Buiten de lijntjes kleuren…

    Voor de vakantie werd ik gebeld door Joëlle Poortvliet of ik mee wilde werken aan een thema-artikel over ‘onderwijs van de toekomst’ in Kader Primair (AVS). De uitspraak “Mijn doel is dat mijn beroep over 20 jaar niet meer bestaat” die ik deed tijdens ‘Festival of Solutions‘ triggerde haar.

    Een leuk telefoongesprek volgde. Over hoe dat ik mijn doel wil bereiken en hoe dat er in de praktijk uit kan zien. Zij vatte ons gesprek samen:

    “Vorig jaar heb ik een opleiding gedaan tot autismespecialist, maar eigenlijk ben je dan nog niks. Daarmee bedoel ik: iedere persoon is anders. Het gaat er om specialist te zijn van dat ene individu, samen een leerproces aangaan. Mijn missie is om vanuit de stem van de leerling het speciaal onderwijs zo op te rekken dat het op termijn niet meer nodig is. Buiten de lijntjes kleuren. We moeten kinderen de tools mee geven om te aarden in deze maatschappij. Dat zij zelf kunnen aangeven: dit ben ik, dit kan ik en dit zijn mijn talenten. Niet alleen de focus op het negatieve, op de labels.

    Ik denk dat het overgrote deel van de so-leerkrachten is lamgeslagen door alle protocollen en regels. Ons onderwijs is heel strak vormgegeven. Neem de positionering in de klas. In het protocol voor klassenmanagement staat hoe je je leerlingen groepeert, maar voor mijn groep vond ik die opstelling op een bepaald moment niet werken en koos daarom voor een carré. Dat doe ik dan gewoon. En het werkte supergoed: de leerlingen kunnen elkaar aankijken, leren van elkaars mimiek en van de sociale interactie.

    ‘Mobieltjes’ is een ander voorbeeld. Officieel moeten die in de kluis, terwijl de devices van de leerlingen over het algemeen veel sneller zijn dan de drie computers in ons lokaal. De basis is vertrouwen. En als er dan iets mis gaat, is dat een uitgelezen kans voor een les over ethiek.

    Ik ben wel een luis in de pels voor onze organisatie, denk ik. Maar ik doe niks sneaky en gooi alles in de teamvergaderingen. Voorheen had ik nog geen dikke huid, de kracht om ergens te blijven en ideeën door te drukken. Nu lukt dat beter en sta ik er ook positiever in, minder cynisch. Ik houd alle ontwikkelingen bij en haal veel inspiratie uit contacten met gelijkgestemden. Onderwijsmensen die door alle sectoren heen werken en elkaar zowel on- als offline weten te vinden. Wat voor mij werkt is met de luiken open de wereld in. Niet die tunnelvisie van vijf dagen op dezelfde plek focussen.

    Zoals ik voor de groep sta, zou ik zelf ook een leidinggevende willen. Iemand die voedt, die coacht en afstemt. De samenwerking met onze voormalige locatieleider was wat dat betreft heel inspirerend. Zij kon me ook inkaderen: ‘Prima dat je een carré-opstelling wilt doen, maar zet de onderbouwing eerst op papier’. Dat deed ik natuurlijk niet meteen – mijn prioriteit ligt bij de leerlingen – maar ik snap wel waarom het voor de organisatie belangrijk is. Dat ‘spel’ speelde zij heel goed.”

    Op de lijn van twijfel en verwonderen


    De afgelopen twee dagen heb ik stilgestaan bij het jaar 2012. Tijdens mijn overdenkingen en de vragen; ‘wat heeft mij 2012 gebracht’, ‘wat neem ik mee’ en ‘wat drijft mij nu werkelijk’ werd het mij wederom duidelijk dat mijn hart sneller (gaat) klop(pen)t van dingen die er voor mij écht toe doen! Een inkoppertje: in 2013 mijn hart blijven volgen! Echter weet ik ook dat ik me op momenten erg eenzaam heb gevoeld. Het wordt tijd om daar afscheid van te nemen! Mijn top 3:

    Minder piekeren en twijfelen! Dit jaar heb ik me nog te veel laten leiden door mijn omgeving, daar waar ik (onbewust) al wel wist welke kant ik op (zou) wil(len). Het was (en is) een bijzonder leerproces, met even bijzondere leermeesters! In 2013 loop ik verder op de ingeslagen weg. De focus op dat wat mij werkelijk drijft, mijn visie op onderwijs en in het bijzonder dat van leerlingen die anders leren! Ik ga loslaten van dat wat niet werkt, ook als dat andere en nieuwe paden tot gevolg heeft…doen, actie en lef als sleutelwoorden!

    Minder ‘ja’ zeggen! In het verlengde op het bovenstaande hoort ook de durf om ‘nee’ te zeggen. Dat vind ik moeilijk omdat er zoveel mooie en gave dingen gebeuren. Het afgelopen jaar is mij echter duidelijk geworden dat juist door ideeën te trechteren er mooie initiatieven kunnen ontstaan. En dat zijn juist die momenten die het terugkijken op 2012 kleur geven!

    Minder energie naar ‘binnen de lijntjes’! Als ik mijn eigen kinderen zie spelen, vrij in hun spel, alles kan, alles mag en vooral niet binnen de lijntjes blijven dan zie ik waar het écht te beleven is! Met ze spelen maakt dit besef alleen maar groter. Het draait om de wereld buiten regels en protocollen. Ik ga stoppen met ‘bewijzen’ dat het ook anders kan en mijn energie gebruiken voor ‘buiten de lijntjes’! Nieuwe wegen, op avontuur! Never stop playing and never stop wondering! Wordt vervolgd…