Focus als het probleem #1

Focus als het probleem #1

Focus als het probleem #1

Probleemkleuters. Natuurlijk raakt ook mij dit stigma. Het woord. De letters die worden gegeven aan de jonge mensen die op de drempel van de meest boeiende tijd van hun leven staan. Leren lezen, schrijven en zich leren te verhouden tot zichzelf, anderen en de wereld. De meest boeiende tijd op de plek die ‘school’ wordt genoemd. Je bent vier/vijf jaar, gaat voor het eerst naar school en laat gedrag zien dat niet handig is. Het lijkt dus een reden om een ‘stempel’ te krijgen. Probleemkleuter*. Toch is het belangrijk om voorbij de schaduw van het woord te kijken.

Want als kind heb je het natuurlijk geluk dat je in Nederland bent geboren. Leeft. Opgroeit. Nederland, waar mensen leven die tolerant zijn. Een land waarin wordt geluisterd om te begrijpen. Een land waarin de leerkracht jouw voorbeeld is. De ware leermeester. Want geen enkele leerkracht ontbreekt het aan de wil. De wil ieder kind bij de groep te houden. Iedereen wil erbij horen, ook -of misschien wel juist- de kleuters. Niemand wil een kind reduceren tot een beheersbare betiteling. Maar wat is er dan aan de hand?

Het zijn nu de kleuterleerkrachten die nu de klos lijken te zijn. Er een probleem bij te hebben. Het gedrag. De speciale scholen die groeien. Omdat? “We zien meer kinderen die niet goed worden opgevoed,” zoals Dave Ensberg-Kleijkers in het Algemeen Dagblad wordt gequote. Dus speciale scholen voor een probleem dat in eerste instantie niet van de leerkracht is. Interessant. Zeker als er een oplossing bedacht in en door het onderwijs!?

En waarom het binnen reguliere scholen niet lukt? Daarover zijn de leerkrachten eensgezind: Er zijn de overvolle klassen. Te veel leerlingen op een vierkante meter. Dat. En moet er meer in minder tijd. Gaat het spelenderwijs ontwikkelen over in evidence based beoordelen, kaderen en bewijzen van groei. Normeren. Moet er in een bepaalde tijd meer dan ooit tevoren. Of ontbreekt het aan expertise rondom didactiek en psychische diagnoses, ondanks alle onderwijscongressen en boeken over specifieke gedragingen. Het lijkt maar niet te lukken om collectief als team te ontwikkelen. Om als school ieder kind binnenboord te houden.

Ow. Natuurlijk. Dan is er nog de politiek om de externe attributie compleet te maken. Want zij hebben een gebrekkige visie en daadkracht voor welke plek het onderwijs heeft in onze samenleving. En last but not least is er natuurlijk het geld. Is salaris het actuele thema, net als het geld van waaruit men onderwijs efficiënt wil organiseren. Dat kinderen welkom zijn binnen het sbo en so is volkomen te begrijpen. Echter een kanttekening: Naast de liefde voor de doelgroep is de huidige basisbekostiging een heldere edoch onhandige prikkel. Onhandig om over die eerdere schaduw heen te handelen door (reguliere) scholen.

Los van een hoop overdenkingen rondom wat hierboven staat beschreven, leek het vroeger op een aantal belangrijke onderwerpen een stuk minder ingewikkeld. Ging het in het onderwijs over onderwijs. Lesgeven. En was gedrag voor thuis. Waren er duidelijke kaders, juist als gedrag een uitdaging bleek. Simpelweg omdat er meer tijd en ruimte was. Werd genomen ook! Ruimte om te werken aan dezelfde hoge verwachtingen voor ieder kind. Want ieder kind wil ontwikkelen. En erbij horen dus. Tegelijkertijd waren communicatielijnen korter. Sprak men op straat of was er ‘het schriftje’. Werden de meeste pedagogische verantwoordelijkheden daar gelaten waar ze hoorden, thuis.

Er was zoiets dat ‘de hoeksteen van de samenleving’ werd genoemd. Want zeker als ‘geen goede opvoeding’ een dingetje is, is die hoeksteen zo essentieel. Het sociale netwerk. Een netwerk waarbij het in de familie en school niet over probleemkleuters ging, maar zij over ‘wat drukker’ spraken. Als het over het kind ging. Zij er soms om moesten lachen. En er een omgeving werd gecreëerd waar dat ‘wat drukker’ er kon zijn. Mocht zijn. Waar er bij kinderen soms ‘een hoek af’ was, gekscherend gegrapt natuurlijk. Want die hoek-af had die hoeksteen nabij nodig. En andersom. En waarbij die hoeksteen er gewoon was. Blauwe busjes als enige segregatievorm, als men het echt niet meer wist.

Er leek geen probleem, slechts bruggen naar mogelijke oplossingen. Die hoek waarbij het een dorp of stad als netwerk in beweging kwam om een kind mee op te voeden. Groot te brengen. Maar!? Als vroeger alles beter was, hoe kan het dan dat de kinderen van toen nu zoveel moeite hebben met de kinderen van nu? Als eerder zij ‘het goede voorbeeld’ hebben gehad!?

Natuurlijk spelen hier waarden waarop een opvoeding werd gebouwd mee. Ze waren soms ‘wat’ discutabel. Minder open ook toen. Denk eens aan de invloed van de kerk. Of welke rol ‘schuld en schaamte’ had binnen een gezin, familie en buurt. Maar er leek wel degelijk ergens een saamhorigheidsgevoel te zijn. Dat touwtje uit de brievenbus, waar Jan Terlouw ooit een krachtig pleidooi over hield. Het gevoel van samen, saamhorigheidsgevoel en de gezamenlijke verantwoordelijkheid ook echt samen dragen. Dat lijkt er niet meer in de hoedanigheid van toen te zijn. Maar dat is wel iets waar deze betreffende kleuter iets aan zou kunnen hebben.

Maar op zichzelf staand geen ramp, want een andere tijd vraagt een ander denken. Een andere samenleving waarin is losgekomen van ondermijnende en overtuigende drijfveren; de kerk, de eenzijdige politiek en meer keuzevrijheid vraagt een ander verhouden tot wat is. Een samenleving waarin wordt geworsteld met de pedagogiek van de weerstand. Een samenleving waarin afschuiven meer ruimte lijkt op te leveren dan de tijd nemen om echt duurzaam met elkaar te bouwen.

Zijn bij de kleuters probleemouders dan de reden? Ook zo’n woord dat ik -op dat wat ze sociale media noemen- voorbij zie komen. Dit schrijven is natuurlijk naast externe attributie het verschuiven van het stigma. Ouders met een pedagogische uitdaging wordt later genuanceerd Maar. Wie bepaalt de uitdaging of bepaalt wat dan de uitdaging is? Vanuit welke pedagogische waarden verwordt het tot een uitdaging? En dus: welke rol heeft het sociale netwerk, de hoeksteen?

Kleuters hebben geen probleem. En laten we kleuters alsjeblieft buiten elke negatieve vorm van problemen houden. Laat hen in de rol die hen toekomt: kind zijn. Er lijkt suf gezocht te worden naar een probleemeigenaar. Een vinger om te wijzen. Stok om mee te slaan. Maar het is precies die probleemkleuter die paradoxaal genoeg de vinger op de zere plek legt. Gedrag is communicatie en niets anders dan een uiting van dat waar iets, iemand, een school óf samenleving dus in gebreke blijft. Blijkbaar nog niet helder genoeg wat er nodig is. En het is aan een ouder, een leerkracht, een samenleving vol volwassenen om het gedrag op te pakken. Het liefst zonder oordeel en aannames. Handelen om te begrijpen, in dienst van het kind.

Zolang er een focus blijft op gedrag, een focus om gedrag te verklaren met medische modellen, een focus op de ander, blijft alles dat wordt gedaan curatief  handelen. Wordt het probleem levend gehouden. Blijven mentale modellen en denkkaders in leven gehouden. Vergroten verschillen. Blijft het achter de feiten aan lopen en wordt er niets duurzaam aangepakt. Aangegaan. Blijft het meer handelen naar, dan handelen om. En blijft de collectieve wens preventief te handelen vanuit een ‘we-gaan-dit-samen-doen’-gedachte slechts als gedrag terugkomen. Want of er nu over de probleemkleuter, adhd-er, autist, de hoogsentieve/begaafde of vmbo-er wordt gesproken, het stigma blijft. Zeker als we blijven doelgroepdenken. Dus in de volle range, van ‘liefkozende’ diagnoses tot jongeren vereenzelvigen met opleidingen, stop met het problematiseren in welk andere vorm dan ook.

Er staat ons als samenleving iets te doen. Het beschouwen van de huidige situatie om als collectief te werken aan de gewenste situatie. En daar hebben we, als samenleving, iedereen bij nodig! De ouder, de leerkracht, de schoolleider, de inspectie, de schoolplicht, de wijk, zorgondersteuners, de lokale en landelijke politiek én natuurlijk onze kinderen zelf als spiegel. Spiegel om existentiële en levensbrede vragen aan elkaar te durven stellen. Om te voortdurend te blijven zoeken naar een gewenste ‘waarheid’ door aan alles te twijfelen. Met respect en zonder stigma te schuren. Te wijzen op verantwoordelijkheden. (Niet dat afschuiven voor de duidelijkheid.) En de tijd te nemen om als ‘hoeksteen’ antwoorden te concretiseren. Te bouwen. Terug naar waar het werkelijk over gaat.

Want ieder kind wil ontwikkelen en ieder kind wil bij de groep horen!

 

*In de onofficiële media heb ik vernomen dat het om een paar duizend leerlingen gaat. Ondanks het ogenschijnlijk lage percentage, is iedere leerling over wie op die manier gepraat wordt één te veel.

About the Author

Leave a Reply