Fuck die kruk!

Fuck die kruk!

Fuck die kruk!

cc foto Frans Droog #blimageNL

“Wie heeft er last van het tl-licht?” Met die vraag startte ik de dag.

De avond ervoor waren sensorische waarnemingen thema tijdens mijn studie. Een boeiend thema. Zeker toen ik meer en meer – en dit proces is overigens nog steeds gaande – bewust werd van mijn eigen waarnemingen. Onbewust heb ik strategieën ontwikkeld waardoor ik sensorische waarnemingen ‘buiten’ kon houden, om overprikkeling te voorkomen. Het simpele ervaren van gedoofde tl-lampen in het lokaal was genoeg om mijn inzicht te voeden.

Wat werd verteld was dat sommige mensen al een tijd voordat de tl-lamp kapot gaat, horen en zien dat de lamp het einde tegemoet gaat. Het flikkeren en zoemen werkt immers toe naar het doven van het licht.

In het midden van de klas gaat een vinger omhoog. De 11-jarige Max maakt mij duidelijk dat hij de tl-lampen niet heel prettig vindt.

Max, een jongen die erg aanwezig is in de groep. Een opvallende verschijning. Veel mensen vinden hem bovengemiddeld druk. Zo staat ook in zijn persoonlijk handelingsplan, waar een aantal nummers uit een psychologische test dit lijken te bevestigen.

Maar Max is ook fantasierijk. Thuis kan hij weken aan een stuk met Playmobil spelen. Zijn kamer bouwt hij vol, waardoor het zijn moeder niet lukt zijn kamer schoon te houden. Op school is hij snel afgeleid, tekent en knutselt graag. Een doener. En hij heeft dus last van het tl-licht!

Het is sowieso bijzonder dat hij, die doorgaans tijdens instructies lijkt weg te dromen, direct reageert op mijn vraag. Dat hij zich bewust is van zijn waarneming én dit ook deelt. En ik ‘moet’ als leerkracht iets met deze informatie. Ik stel de vraag niet voor niets.

Wat ik in eerste instantie doe is het licht uitdoen. Een makkelijke interventie, maar niet heel handig in een lokaal met donkerrode muren en in een tijd waarin de dagen steeds korter licht blijven. Dus besluit ik, in overleg met Max, hem aan het raam te zetten. Het is bijzonder wat er gebeurt: vrijwel dezelfde dag valt op dat Max beduidend meer rust uitstraalt en ervaart, zo geeft hij zelf terug tijdens de dagevaluatie.

Maar er viel nog iets op. Ik gaf hem terug dat hij tijdens het werken op zijn hurken zat. En dat boven op zijn stoel. Er niets van te zeggen was mijn doel. Mijn aanzet slikte ik in. Want, het is zo makkelijk om dat wat vroeger tegen mij werd gezegd – ‘ga recht op je stoel zitten’ – zo snel door te geven aan de ander. En daarmee dus voorbijgaand aan de ontwikkeling van eigen strategieën.

Jaren later merk ik dat mijn oudste zoon het prettig vindt om staand of half hangend op zijn verhoogde stoel te eten. Stilzitten op zijn stoel vindt hij lastig. Alsof het verwerken van zijn eten beter lukt wanneer hij staat. Als ouders hebben wij elkaar afgetast in wat wij hiervan vonden en afgezet tegen hoe het ons ooit is geleerd. Welke waarden voor ieder van ons belangrijk zijn en gekeken naar het welbevinden van onze zoon.

En ik, ik dacht ook aan Max, die op zijn hurken aan het raam zijn rust vond. De rust die hij nodig had om geconcentreerd te kunnen werken. Maar ook aan die vinger die direct omhoog ging na mijn vraag wie last had van het tl-licht. En ineens weer een inzicht: bewustwording wordt gecreëerd door – in dit geval kinderen – taal te geven voor wat je ervaart.

Wanneer ik van de week op een basisschool in groep 5 rondloop zie ik Elvin een rekenopdracht lezen, wat dromerig voor zich uit staren en een seconden of tien later een antwoord invullen. Op zijn stoel zit hij niet. Hij hangt met één ellenboog, schuin onderuit gezakt aan zijn tafel. De achterkant van het potlood in zijn mond.

Als ik langs zijn plek loop, vraag ik aan hem of hij het prettig vindt hangend te rekenen. Hij kijkt mij in eerste instantie wat verschrikt aan. Grote ogen die lijken te willen zeggen dat hij zich niet bewust was van het feit dat hij überhaupt hing. Tegelijkertijd een eerste beweging om terug te gaan zitten op zijn stoel. Alsof mijn vraag een gebiedende wijs impliceert en/of conditionerend van aard bedoeld zou zijn geweest.

Ik stel hem gerust en vertel over Max. Nogmaals mijn vraag.“Ja, ik vind het prettig om te staan,” antwoordt Elvin met een open lach op zijn gezicht.

Het geven van taal aan zijn gevoel is wat gebeurde, tegelijkertijd bij mij de twijfel of mijn vraag niet te suggestief zou zijn? Vertwijfeld loop ik verder de klas in en hoor achter me: “vooral bij rekenen eigenlijk, meester!” Met een glimlach en een snelle box laat hij mijn twijfel verdampen.

Een vraag is snel gesteld: wie last heeft van tl-licht, onderzoek naar wat maakt dat mijn zoon staand eet en of Elvin het prettig vindt om hangend te rekenen. Soms zijn de woorden voor een bevestiging er nog niet. Het geven van betekenis aan woorden en (sensorische) ervaringen voedt mijn begrip voor de ander en daarmee de relatie die ik aanga.

Zelf vind ik het fijn om in de klas op een kruk te zitten. Waarom? Het gevoel niet ingesloten te zitten tussen een zij- en rugleuning. Maar ook het verschil verkleinen dat mijn bureaustoel met mijn leerlingen juist vergroot. Ruimte ervaren en gelijke waardigheid als thema’s. Waarnemingen en denkconcepten. Fuck* die kruk trouwens! Staand en lopend is er in de klas zo veel meer te ontdekken. Sneller in contact met de ander die ook mij leert hoe ik mijn wereld ervaar en als voor waar aanneem.

*Excuus aan diegene die mijn taalgebruik veroordeelt. Dit was wat ik dacht toen ik een tweet van Frans Droog voorbij zag komen. Maar wanneer ik word uitgedaagd door Frans, kan ik dat natuurlijk niet weigeren. Het initiatief dat Frans de wereld ingegooid heeft, heet #blimageNL. Karin Winters noemt het een sneeuwbaleffect binnen onderwijs. ONderWIJS verCOOLing in de zomer, Karin! @sensor63 verzamelt.

De keuze voor foto was snel gemaakt: eerder schreef ik over de metafoor van een rups naar vlinder in de context onderwijs. Het kopje koffie deed me denken aan chocomeltijd en het lege schoolplein aan die onmachtige situatie van ooit.Frans, bedankt voor het losmaken van een verhaal! De uitdaging geef ik met liefde door aan zeer gewaardeerde denkers en doeners: Han de Jonge, Jetske van der Greef, Inge Spaander en Roeleke Schepers. En aan mijn vrouw Inge van de Goor, om mijn grote droom in stand te houden 😉 De foto’s waaruit jullie kunnen kiezen zijn:

IMG_20150104_010113 IMG_20150329_211414 IMG_20150501_144004 IMG_20150317_230102

 

De uitdagingen:

Han de Jonge – 15/16 start ik anders

Alle andere blimageNL-verhalen en afbeelding, klik op de links.

About the Author

Leave a Reply