Kastanjes uit het vuur

Kastanjes uit het vuur

Kastanjes uit het vuur

Tijdens het overleg stormt een onderwijsassistent het kantoor binnen. “Er is wéér iets met Gabri.” Weer!? De directeur van de school kijkt mij aan, knipoogt en het wenken van diens hoofd zet mij in beweging.

Een schooljaar eerder heb ik twee dagdelen in de groep meegedraaid. Beschouwd. Gecoacht. On the job het proces ondersteund. Ik ken Gabri. Redelijk goed ook. We hebben die eerdere keren vaak met elkaar gesproken. Hij in de knel en ik mocht samen met hem onderzoeken waarom. Gabri, een leuke jongen die moeite heeft met sociale interacties, zijn eigen emoties te uiten en het begrijpen van zijn omgeving. Een precaire thuissituatie ook. En een enthousiast, hulpvaardig en nieuwsgierig kind die het graag ‘goed’ wil doen! Hij wil erbij horen.

Samen met de directeur loop ik de school uit richting de speelplaats. De speelplaats met een klimtoestel en genoeg ruimte om te bewegen, afgezet door een hek. Wanneer we aankomen lopen zie ik Gabri al tegen het hek aan staan. Buiten de speelplaats. Ik blijf me verwonderen over hoe het kan dat zijn dikke tranen op zijn wangen blijven hangen. Een mooi evenals verdrietig beeld.

Het verhaal van de kleuterleerkracht was helder. Ze deed met de groep een spel. Gabri was enthousiast en deed mee. Maar op het moment dat hij af was ontstond er boosheid. Althans, zo was de interpretatie. Hij wilde niet aan de kant. Niet tegen het hek achter de rug van de leerkracht. Zo zijn de feiten. Er ontstond vervolgens een strijd. Een strijd tussen de leerkracht en Gabri. Over het waarom, de functionele waarom deze situatie Gabri raakte met de boze uiting als gevolg, volgt: “Goh, een goede vraag”.

Begreep hij het doel en het verloop van het spel wel?
Wat is voor hem ‘af zijn’? Verliezen?
Voelt hij zich hierdoor aangesproken? Betrapt?
Buiten de groep geplaatst?

“Hey Gabri, ik zie dat je verdrietig bent. En dat je dat vervelend lijkt te vinden. Wat is er gebeurd?”

Te veel informatie in één boodschap.
Ik weet dat.
En toch doe ik het.
Het brengt hem zichtbaar in verwarring.

Want waar steekt hij op in?
Op mijn beschouwing van wat ik zie?
Op wat de situatie met hem doet?
Of op de uitleg van wat er gebeurd is!?

Drie opties. Mogelijke ontsnappingsroutes. Ik geef ze hem. Hij blijft mij onmachtig aanstaren, met de traan van net die van zijn wang afrolt. Het uitleggen en verwoorden van de situatie zijn te moeilijk voor hem. Moeilijk omdat hij (nog) niet de taal heeft zijn gevoel te uiten. Moeilijk omdat hij het heel lastig vindt een verbinding te leggen tussen de oorzaak en gevolg. Vanuit onmacht, zoveel is mij in de afgelopen ontmoetingen met hem duidelijk geworden. Gabri wordt met een constante overvraagd. Er worden verwachtingen geprojecteerd waar hij niet aan kan voldoen. Onveiligheid als gevolg. Gedrag het vervolg.

Als ik hem nader komt hij in beweging. Als een tegenpool blijft op dezelfde en gepaste afstand. Iedere stap waarin ik hem nader verzet hij zijn voeten zodat mij duidelijk is welke persoonlijke ruimte hij nodig heeft om alle informatie, zowel verbaal als non-verbaal (buiten de groep staan/mijn houding), te verwerken. Zijn ruimte verraadt de tijd waarmee hij informatie verwerkt. Alle informatie ontvouwt zich in een soort ‘magnetendans’.

In een boog loop ik om hem heen en beweegt hij in tegengestelde richting de andere kant op. Ons magnetisch veld staat nog op liefdevol en met onmacht afstoten. Een strijd gaat hij met mij niet aan. Tegelijkertijd ervaart hij ‘het elastiek’ tussen ons. Gabri worstelt ondertussen. Met de druk om met mij iets aan te moeten gaan. Met mij als spiegel. Met zichzelf. Nog geen bewustzijn, wel bewustwording. Op zijn manier: op plein naast de kleuterspeelplaats gaat hij op zoek naar kastanjes.

Zijn zoektocht en de focus hierop geeft mij de mogelijkheid om opnieuw met hem in contact te komen. Ik grijp, totaal uit de context, een scooterslot aan om mijn verbazing over dit slot met hem te delen. Toeval? De spiegel voor zijn slot. Verward kijkt hij op van de grond. Hij lijkt te denken: ‘waar heeft die gast het nu weer over!?’ Hij beweegt mijn richting op. Het magnetisch veld verandert…

Mijn naam heeft hij bijna goed. Vergeten was hij mij ergens. Kan, mag en fijn. Fijn omdat deze wetenschap mij de ruimte geeft hem mij opnieuw te laten ont-moeten. Mijn ont-moeten zodat hij ervaart dat ik hem niet beoordeel, veroordeel en hem ervaar als lastig of moeilijk! Sterker, dat ik mijzelf ook verbaas. Nu over het kettingslot op een scooter, hij over het afgaan eerder en nu over niet vinden van kastanjes.

Althans, hij heeft er twee in zijn handen. Eentje deelt hij met een klasgenoot, die klasgenoot die de aandacht van mij wel interessant vindt. Deze jongen probeert mijn aandacht op te eisen. Ik blijf echter enkel verbonden met Gabri. Geef aan dat het een aardig gebaar is dat hij een kastanje deelt. En samen zoeken we verder.

Mijn oog valt op twee naast elkaar en bijna knipogende kastanjes. Met een knipoog deel ik dat ik ze zie liggen en dat ze op ons lijken. Ik doel op de relatie. Iets op afstand. Aftasten. En samen zoekend. Wij de kastanjes, zij gegrepen door de hand van Gabri.

Op onze terugweg naar de speelplaats deelt hij zijn beleving. Over het spel dat ze speelden. Over het als eerste afgaan. Over dat hij aan de kant moest staan. Over dat hij mee wilde doen. En direct wordt voor mij zijn sociale pijn helder. Van het wellicht niet begrijpen van mogelijk de spelregels via positioneel staan en het begrijpen van afgaan naar de vraag wanneer je weer terug mag. Híj terug mag. Wellicht zelfs de pijn van het weer iets fout doen, buiten de groep geplaatst worden!? Mogelijk dat er nog meer is wat er is zijn jonge, taalarme hoofd omgaat.

De kastanjes grijp ik aan als brug. Ik prijs hem dat hij mij zo duidelijk kan vertellen over waarom hij zo verdrietig was. Op mijn voorstel dit met de leerkracht te delen knikt hij. Op de vraag of het hem alleen lukt knikt hij met een vertwijfelende nee. Met mijn hand op zijn schouder vertel ik hem dat ik hem wel ondersteun. Ik voel dat hij zijn rug recht. Aan mijn voorstel voeg ik toe dat het leuk zou zijn als hij ook zijn vondst deelt met de leerkracht. Lachend en trots kijkt hij me aan. In zijn ogen zie ik een duidelijke en stralende JA!

Als we samen hebben gedeeld wat hem verdrietig en onmachtig maakte deel ik met de leerkracht dat Gabri ook nog iets wil laten zien. Mijn moment om afstand te nemen. Trots graait Gabri met zijn grote handen in de te kleine zak van zijn joggingbroek.

De klasgenoot waar hij eerder een kastanje mee deelde had de situatie blijkbaar in de gaten gehouden. Met in zijn hand een kastanje schuift hij deze onder de neus van de leerkracht. Gabri ziet het gebeuren. De aandacht die verschuift van zijn trotse vondst naar de kastanje van de ander. De kastanje die hij eerder gevonden had. Die hij deelde met hem. Langzaam zie ik zijn gezicht zakken. Het grijpen van de kastanjes uit zijn zak lijkt hij langzaam te laten zitten…

Het enthousiasme neemt af.
Wéér te laat.
En weer lukt het hem zelf niet.
De kastanjes uit het vuur te halen.

About the Author

3 Comments

  • Marjolein 14 januari 2018 at 08:40

    Prachtige observatie

  • Nadja Versendaal 14 januari 2018 at 10:46

    Mooi verwoord Ronald.
    Gelukkig lukt het “onze” Fenn tegenwoordig goed om zijn eigen kastanjes uit het vuur te halen. Heeft veel bloed, zweet en tranen gekost bij iedereen om hem heen, maar bovenal heeft hij zelf gevochten.

    Jammer dat je het resultaat niet “live” kan meemaken. Met jou heeft hij de eerste stappen gezet. Je luisterde naar hem en probeerde hem te begrijpen. Zijn gevoel onder woorden leren brengen.

    Vanmorgen is hij vroeg vertrokken om te vergaderen met het jeugdbestuur van zijn cluppie. Wanneer ik jouw verhaal weer lees overspoeld mij het gevoel van enorme TROTS! Hopelijk vindt deze jongen ook de juiste mensen die in hem geloven en hem begrijpen.

    • Ronald Heidanus Author 7 februari 2018 at 15:03

      Hoi Nadja! Wat goed en leuk om te horen. Zo van de zijlijn hoor ik nog wel eens wat… Laatst van vie Elly (KSE) die jullie weer kent. Het is zo’n bijzonder en sterk proces geweest. Naast Fenn heb ik ook jullie als ouders eNORM gewaardeerd. De wijze waarop jullie in het proces én het gezin stonden. Sterk staaltje. En ja, dat zal vast niet altijd makkelijk zijn geweest. Doe Fenn een hartegroet en een dikke knuffel. Hij doet goed!
      En ja, ik hoop ook dat deze jongen zijn weg vindt. Ik vertrouw op zijn potentieel, want wat een leuke jongen is ook dit! En je schrijft het perfect, supporters die hem begrijpen en geloof hebben in hem. Geduld als belangrijkste uitdaging. Voor hem. En zijn omgeving.

Leave a Reply