Luisteren naar de intentie

Luisteren naar de intentie

Luisteren naar de intentie

De telefoon gaat. Of ik nog wiskunde kom geven. Bij haar in de groep. Dat was wel de bedoeling, dus snel breng ik mijn leerlingen naar hun praktijkles. En door. Dat maakt het zo leuk om op deze school les te geven. Maakt het flexibel, los van dat leerlingen in het speciaal onderwijs overigens nooit saai zijn. Zij houden mij scherp. Noem het ‘houden mij in het moment’.

Wanneer ik haar klaslokaal binnen loop zijn de meeste al druk bezig. Het ziet er gemotiveerd uit. Ik voel direct de fijne sfeer in de groep. Met een relaxte houding loop ik snel langs alle leerlingen. Niet om de tijd in te halen, maar om juist te genieten van dit moment. Ik geef ze een hand, deel een groet, kijk ze in hun ogen aan en direct even een blik op waar ze mee bezig zijn. Mijn soort van nulmeting. Direct vanaf mijn start. Een routine is het geworden, de ander zien, voelen en weten waar ze zijn in hun proces. Vanuit die eerste handdruk ontstaat alles.

Met een wat ongemotiveerde blik kijkt hij me aan. Direct trekt het mijn aandacht. Dat is hij namelijk wel vaker, ongemotiveerd.

Ooit had ik zijn moeder aan de lijn. Althans, ik kon haar nog steeds prima verstaan met de hoorn die ik zo’n meter van mijn oor vandaan hield. Ik hoorde duidelijk iets als dat het mijn schuld was dat haar zoon ‘achterliep’ – wat ik sowieso een vreselijk woord vind, wat geef je een kind mee met deze taal – en dat ik met mijn didactische aanpak wel twintig jaar voor liep. Dat ze dit zelfs op een reguliere VO-school nog niet doen, voegde zij er aan toe. Maar in gesprek gaan met mij wilde ze niet. Pas toen ze aanbood een klacht tegen mij in te dienen kon ik de hoorn wat dichterbij houden. Want ja, bij een klacht komt een verantwoordelijkheid kijken. Namelijk dat we wél met elkaar in gesprek zouden moeten.

In deze verwarring nam ik de leiding van het gesprek over. Verantwoordelijkheid was duidelijk het thema. Want een maand eerder had ik haar namelijk zijn huiswerk gemaild. Rustig bracht ik weer wat helderheid in de ontstane verwarring door moeder mee te geven dat hij nog niet veel verder was met zijn werk. Haar eigen woorden uit de reply van de mail las ik voor: dat zij zou haar zoon een maand geleden helpen, begeleiden en waar nodig ondersteunen. Tja.

Sindsdien zitten moeder en ik weer op één lijn. Is externe attributie gedraaid van projectie naar het beste willen voor hem. Hem, waar het ten slotte om draait. Sindsdien laat hij veel regelmatiger zien dat hij wil leren. Tegelijkertijd blijft zijn valkuil het geloven in zijn eigen gedemotiveerde houding. Een houding dat het allemaal toch geen zin heeft. Een houding van dat het hem allemaal niet lukt. Zijn destructieve gedachten blijven wel een zorg. Evenals het reguleren van zijn wil, het zelfinzicht op zijn potentie en motivatie zijn nu nog een hekel punt.

Met mijn hand pak ik de zijne even stevig vast. Schud zijn hand wat op en neer. Om hem wakker te maken. Opnieuw even scherp te stellen. Hem bewust te maken van zijn kunnen en motivatie om juist het beste uit zichzelf te halen. Ja, het gaat hem lukken! Hij belooft zichzelf om de gestelde doelen te gaan halen. Voor mij rest enkel beschikbaar te zijn voor hem, het proces te volgen en hem alle vertrouwen te geven. Natuurlijk haalt hij zijn doelen. Zeker als hij dat zelf wil.

De les lijkt voorbij te vliegen. De rust en werkflow in de groep draagt daar positief aan bij. Nou ja, rust!? Stil is het niet helemaal. Die ene jongen achter in de klas behoeft best wel wat aandacht. De ogenschijnlijk meeste aandacht. Voor haar, mijn collega, in ieder geval. Zij deelt regelmatig waar ze moeite mee heeft. Moeite en soms is er zelfs dat gevoel van onmacht.

Ik begrijp zijn behoefte aan aandacht ergens wel. Heb eerder met hem mogen werken. Een jaar eerder en tijdens alle wiskundelessen tot aan de voorjaarsvakantie. En natuurlijk begrijpt mijn collega zijn behoefte ook, alleen, hoe ga je ermee om?

“Je moet bij hem altijd zo scherp zijn. En dat lukt me niet altijd.”

Het mooie aan kinderen die aandacht vragen op communicatief vlak – kinderen die veel praten, een groot vocabulaire hebben, graag de discussie aangaan, het laatste woord willen hebben, maar eigenlijk constant om bevestiging vragen – is dat ik onwijs veel leer van hen. Ik leer hoe onzekerheid ontstaat en hoe zij een externaliserende copingstrategie hebben aangeleerd. Ik leer discussiëren en beargumenteren. Ik leer wat nodig is om duurzaam om te gaan met onzekerheid van de ander. Maar bovenal leer ik zijn denklijnen te ontrafelen. Ontrafelen waardoor ik leer hem voor te zijn. Sterker, leer om het te draaien. Hem het inzicht kan leren geven in zijn gedachtenpatroon. Inzicht als ‘zaadje’ geplant. De aandacht als water.

Dus bovenal leer ik geduld te hebben. Net als bij vissen gooit hij ook steeds zijn hengel uit. Hij wacht met zijn opmerking geduldig af. Tot ik als leerkracht reageer. Reageer om te toetsen of dat ik nog aan het elastiek zit. Of ik nog genoeg aandacht voor hem heb. Reageer om op een onhandige wijze de verbinding aan te gaan met mij. Alsof hij niet geleerd heeft dit anders aan te gaan.

Maar ook ik kan een hengel uitgooien. Zelfs wat lokvoeder erachter aan omdat ik al zoveel geleerd heb. Het spel nu mee kan meespelen. Geduld hebben is erg moeilijk! Op de grens van daar waar het water het land raakt raken ook vertrouwen, overwinnen en het uithoudingsvermogen de stilte haar werk te laten doen elkaar.

En zoveel geduld heeft een van zijn klasgenoten in ieder geval niet. Wel vaker zijn er wat meer mede-ongeduldigen. Nu alleen hij. De rest werkt door. Een wat uitdagende opmerking gaat zijn richting in, waarschijnlijk met lokvoeder, want direct reageert hij. Ik vraag de klasgenoot om even stil te zijn en bij zichzelf te blijven.

Naast me voel ik een snelle blik op me gericht.
Mijn collega kijkt me wat verwonderd aan.

“Ik zeg precies hetzelfde!? En naar jou luistert ie wel!?”

Haar verwondering, en eigenlijk verbazing, begrijp ik wel. Sterker, ik lijk de baas in verbazing te voelen. De vraag met welke intentie zij dan deze zelfde opmerking ooit maakte beantwoordt zij helder: dat hij zijn mond houdt naar hem. En juist hier zit de discrepantie. Als de vis die van je haak glipt tijdens het aanslaan van je hengel.

De intentie waarmee je een opmerking maakt is voelbaar. Zeker voor kinderen die zuiver voelen. Als leerkracht ben je nooit de baas. Je bent een autoriteit op professioneel vlak. Je hebt gezag. Alleen, beide kunnen er pas zijn als de communicatie helder is en intenties zuiver zijn. Want natuurlijk heeft dit niets te maken met dat ik een man ben. Wel met de verbinding die ik met de leerlingen heb, maar vooral over met welke intentie ik iets zeg. Met welke intentie verwachtingen ‘in het water worden gegooid’, een leerling wordt meegeven. Met welke intentie de ander wordt aangekeken, een hand wordt gegeven of een hand op diens schouder wordt gelegd. Met welke intentie een regel wordt gesteld, wordt na- en voorleefd. Dus eigenlijk met vanuit welke intentie wordt gehandeld en leiding wordt genomen.

Hoe doe jij dat over jouw onderwijspraktijk?
Dat bepaalt jouw werkelijkheid.

Ieder kind is een professional in het luisteren naar intenties. Luisteren naar de handdruk of de intentie achter de woorden horen. En ze staan zelfs open om je dat te leren. Sterker. Je kunt er niet omheen.

About the Author

1 Comment

  • Marjolein 3 juli 2017 at 18:18

    Zwaar onder de indruk van hoe jij dit verwoord

Leave a Reply