Oncollegiaal

Oncollegiaal

Oncollegiaal

Een jaar of wat geleden werd ik me bewust van de pieken in het onderwijs. Van die periodes waarin er ineens een groot beroep op mij werd gedaan. Wanneer ik de analyses van de toetsen af moet hebben, groepsplannen gereed en bijgewerkt en individuele handelingsplannen en kerndocumenten geschreven moeten zijn. Allerlei redenen werden aangegeven, van ‘oudergesprekken’ via ‘moet van de inspectie’ tot aan ‘je wordt betaald voor deze opdracht’.

Vooral dat laatste raakte mij en deed me beseffen dat ik wel in dienst ben van een organisatie, maar dat het om een wederzijds spel gaat. Want ja, ik word betaald voor mijn professie, voor mijn kennis en ervaring. Maar betaald worden wil niet direct zeggen dat de organisatie zomaar van alles van mij kan en mag verwachten. Het gaat over in beweging komen en meebewegen. En dat gaat altijd in goed overleg. Waarbij ook ik een stem heb en aan mag geven wat ik nodig heb om de opdracht uit te voeren.

De keus om te staan voor mijn eigen professie wordt me niet altijd in dank afgenomen. Het is een zoektocht en expeditie naar meer eigen regie en eigenaarschap binnen een oerwoud van verwachtingen en onbegrip:

‘Dat vind ik dus erg oncollegiaal!’

Als ik in de deuropening sta ontvang ik haar woorden. Voor het eerst  voel ik me bevrijd. Althans, dat dacht ik toen! Het was eerder een rebelse betweterigheid waarmee ik wat arrogant tegen het deurkozijn aan stond. Ik had aangegeven niet meer in het weekend te willen werken voor de school. Mijn ‘opdracht’ was het schrijven van individuele handelingsplannen en kerndocumenten. Iedereen deed dit tenslotte in het weekend.

Mijn collega kijkt me wat geïrriteerd aan. Wanneer ik haar mijn timemanagement en mijn verwachtingen uitleg volgt een blik van brandend water, die me zegt dat ik het totaal verkeerd zie. De woorden volgen. Je hebt namelijk in het onderwijs altijd momenten dat het druk is en momenten dat het wat rustiger is, vervolgt ze. Ja, en precies dat is hetgeen waar ik niet meer voor kies.

In het onderwijs ben ik nooit klaar. Er is na school altijd wel wat te doen, er komt van alles op mij af: vragen van ouders, werkgroepen of verslaglegging van situaties die zich de dag eerder hebben voorgedaan. Dat maakt onderwijs juist zo leuk, spannend en aantrekkelijk: de dynamische werkelijkheid die er voor zorgt dat geen dag hetzelfde is! Overdag heb ik vaak geen moment om even bij te komen. Vanaf acht uur ’s ochtends vol aan de bak. De waan van de dag volgen. En, als het werk op school niet af komt is er nog een avond.

Ik maakte een keuze. Oefenen in eigenaarschap, mezelf juist niet meer mee laten slepen door de waan van de dag en de verwachtingen die me overspoelden, maar leren surfen op de golven. Soms tegen de stroom in oefenen om dicht bij mezelf te blijven. Bij wie ik ben, wat ik kan en dicht bij mijn visie op onderwijs. Want dat levert mij werkvreugde op in plaats van stress!

Door te staan voor deze keuze wist ik dat er weerstand zou ontstaan. Dat er onbegrip zou zijn en dat ik als oncollegiaal zou worden weggezet. Het gepingpong waar ik uit wilde stappen. Mijn weg volgen voor dat wat bij mij en mijn leerlingen past.

In de klas deed ik dat al. Op mijn eiland maakte ik samen met mijn leerlingen en hun ouders het onderwijs tot dat wat bij hen paste. Daar werd ik blij van en voelde ik me vrij!

Inmiddels weet ik dat ik het woord ‘oncollegiaal’ verkeerd begreep. Het voelde als een oordeel in mijn richting, maar eigenlijk was het een vraag naar mijn begrip. Ook mijn collega oefende met zich vrij voelen, zocht naar een juiste balans. We waren aan elkaar gewaagd. Als uitdaging op zoek naar ons gezamenlijk belang: de ontwikkeling van de leerling, onszelf en de school. Op zoek naar ons eigen talent, onze passie. Om samen de school vorm te geven, vanuit ieders eigen uniciteit.

About the Author

Leave a Reply