Blog : beschouwen

Focus als het probleem #1

Focus als het probleem #1

Probleemkleuters. Natuurlijk raakt ook mij dit stigma. Het woord. De letters die worden gegeven aan de jonge mensen die op de drempel van de meest boeiende tijd van hun leven staan. Leren lezen, schrijven en zich leren te verhouden tot zichzelf, anderen en de wereld. De meest boeiende tijd op de plek die ‘school’ wordt genoemd. Je bent vier/vijf jaar, gaat voor het eerst naar school en laat gedrag zien dat niet handig is. Het lijkt dus een reden om een ‘stempel’ te krijgen. Probleemkleuter*. Toch is het belangrijk om voorbij de schaduw van het woord te kijken.

Want als kind heb je het natuurlijk geluk dat je in Nederland bent geboren. Leeft. Opgroeit. Nederland, waar mensen leven die tolerant zijn. Een land waarin wordt geluisterd om te begrijpen. Een land waarin de leerkracht jouw voorbeeld is. De ware leermeester. Want geen enkele leerkracht ontbreekt het aan de wil. De wil ieder kind bij de groep te houden. Iedereen wil erbij horen, ook -of misschien wel juist- de kleuters. Niemand wil een kind reduceren tot een beheersbare betiteling. Maar wat is er dan aan de hand?

Lees verder

Perceptie op straf

Perceptie op straf

Mijn vouwfiets zet ik op slot in de personeelsstalling en ik loop in de richting van de zijingang van de school. Wanneer je de deur opent kom je in een lange, smalle hal die aan weerszijden vol staat met kluisjes. Deze ingang grenst ook aan lokaal 000. Zo’n vet nummer! Vind ik. Lokaal nul. Niet zomaar één nul, nee drie. Op een rij.

Als ik de school binnenstap en de hal betreed zie ik rechts in mijn ooghoek een leerling zitten. In een split second maak ik in gedachten een shift naar dat wat ik eerder meemaakte. Pijn van op de scholen waar ik ooit werkte. Terug naar het verleden en herbeleven. Herbeleven van alle -negatieve- situaties waarop een leerling uiteindelijk op de gang belandde. Naar de gang werd gesleept.

Lees verder

Wie de broek past

Wie de broek past

Het regent. Naar buiten gaan zit er deze ochtend voor de kinderen niet in. Er is zelfs al rekening mee gehouden. In de speelzaal is een soort apenkooiopstelling klaargezet. Maar voordat ze gaan spelen wordt de bak met gymschoenen door een kind opgehaald. Als iedereen in de kring zit worden ze uitgedeeld. Tegelijkertijd met het uitdelen wordt verteld dat de trui en broek uitgedaan moeten worden.

Moeten.
Ja.

Lees verder

De rugzak en de vlinder

De rugzak en de vlinder

Werken in het speciaal onderwijs heeft ook wel zo zijn voordelen. Iedere dag mag ik werken met jongeren met een rugzak. Gekregen van de overheid! Gewoon omdat het zo geregeld is en tegelijkertijd om het meest passende onderwijsaanbod af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van deze jongeren. Zo wordt gezegd.

Alleen…mijn voordeel gaat echter, anders dan het ‘voordeel’ leerlinggebonden financiering, over de rugzak die een leerling zijn gehele leven meesleept, het verhaal.

Humans of New York, okt ’14

It was hell growing up. My parents were two pieces of shit. You don’t know what it was like coming home from school and being afraid because your mom is flying on fucking drugs so you go and hide under your bed and listen to them scream and wonder whether your dad or your mom was going to kill the other one first. One time my dad told my mom that he’d kill her if she hit me again. He came home that night and saw my face bruised up, so he dragged my mom out of her room by the legs, lifted her up by her throat and pinned her against the wall. Her face was turning more and more purple and I was pulling on her legs trying to get her feet back on the ground. Cause I didn’t want to see my dad kill my mom. She always beat me and called me a piece of shit and told me that I was going to hell, but that was my mom.

Het zijn de verhalen uit de rugzak, die soms eeuwig lijkend durende zoektocht. Het onontgonnen pad naar de plek waar hij/zij gehoord wordt, zichzelf mag zijn en leert gelukkig te zijn. Niets is mooier om de rups binnen te zien kruipen en uiteindelijk de vlinder te laten vliegen! Vol vertrouwen, het leerproces vooraf al aan te voelen en samen af te stemmen wat nodig is, start een ieder een eigen ont-wikkel-pad. Ieder met hun eigen verhaal, verleden en verlangens naar morgen.

Maar is er iets moeilijker dan het verhaal daar te laten waar het hoort? De weg naast elkaar te bewandelen, van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en op een bepaald punt afscheid van elkaar te nemen. En juist dit laatste, het loslaten, is mijn allergrootste uitdaging! Het willen zorgen, het beter weten door levenservaringen, mijn ideaal en de passie voor onderwijs zijn regelmatig obstakels.

Ooit las ik een verhaal over de man in het bos die al dagen een vlinder zag worstelen om uit de cocon te komen. Op het moment dat de man de keus maakte om te helpen, viel de vlinder op de grond. Het was vleugellam en afhankelijk om in leven te blijven…

Het juiste doen op het juiste moment. Volledig vertrouwen op dat iedereen zelf wil vliegen! Zelf bepaalt wanneer. Het vraagt ondersteuning. Faciliteren. Inspireren. Voordoen. Voorleven. En soms levert dat een twijfel op. Een twijfel die regelmatig zo eenzaam voelt. ‘Het zekere weten te voorkomen’ klinkt leuk, maar vergt veel energie. Luisteren met je hart, tijd en ruimte creëren en het verhaal van de ander laten zijn!?

Het zijn de verhalen van hen, mij en/of samen die op enigerlei manier aansluiten op ieders leerproces. Op het moment dat het verhaal er mag zijn raakt het je, of -op dat moment – juist niet. Beide prima! Raken en geraakt worden, dat is wat het onderwijs een zo essentieel vak maakt! Het sterke aan storytelling is voor mij het kunnen identificeren en/of inleven in het verhaal, het vanuit verschillende perspectieven bekijken en durven bevragen. En het er met compassie op te kunnen reflecteren.

Het was deze week dat een collega mij attendeerde dat één van haar leerlingen op televisie zou komen. Een week eerder kwam de trailer al voorbij. Over een pleeggezin waar veel niet liep. Volgens ouders. Ergens wat paradoxaal denk ik dan. Het was een andere collega die haar aansprak:

Ik wist niet dat zijn leven zo heftig was…

Het raakte me dit te horen. Ja, mijn collega was enthousiast. Voor haar leerling. Begrijpelijk ergens, hij kreeg een stem. Misschien voelde hij wel ergens dat hij zich kon ‘bewijzen’ naar het achterliggende systeem. Oude pijn, een rekening ‘betalen’ en verder op weg!?

Maar wat was het dat wat mij raakte? Nee, het waren de vragen over die ‘voedzame bodem’, een onderwijsomgeving waarin onze leerlingen leren! Het speciaal onderwijs, vol met rugzakken vol verhalen: Worden leerlingen binnen onze school werkelijk gezien met alles wat ze bezitten en meenemen in hun rugtas? Welke ruimte is er voor het verhaal? Hoe krijgt het een plek in de relatie tussen de leraar en leerling, een plek in de groep, binnen de school en straks in de samenleving?

En als het verhaal dan gehoord wordt, stemmen we dan ook echt ons onderwijs af?

Nee, niet vanuit het ‘uit de cocon helpen’. Maar door te luisteren. Het verhaal laten zijn wat het is. Verwonderen. En samen op zoek naar wat nodig is, loslaten en zelf verder. De oprechte, objectieve vraagstelling. Gevolg: het antwoord wordt zelf gevonden, zelfs als dat niet mijn antwoord zou zijn!

Want ook al ben je het hartgrondig oneens, er is ergens een gemeenschappelijkheid. Vind dat!

Het vraagt om moed! De moed om eigen waarden te nuanceren. De ‘sport’ om oordelen, het vinden, zo lang mogelijk uit het verhaal te laten. In verbinding blijven zoeken naar het gemeenschappelijke, de eenheid in diversiteit. Het vinden ombuigen naar doen vanuit je eigen cirkel van invloed.

Mijn leerlingen en hun verhalen hebben mij mede gemaakt tot de mens en leraar die ik nu ben! Dankbaar kijk ik daar op terug. De ontmoetingen en verhalen draag ik met mij mee. Iedere periode met alle inzichten zijn als het transformeren van een rups in een vlinder, zo ook de jongere op weg naar volwassenheid. De transitie geeft kleur, aan de vleugels van de vlinder en aan ons als mens!

Is er een juiste vraag?

Is er een juiste vraag?

Vijf weken op school en bijna iedere dag minimaal één keer naar de achtervang, onze Time Out. Het niet kunnen functioneren in de groep is reden voor dit dagelijks uitstapje. Ik vraag me af wat dit zou doet met de mindset, en belangrijker; het welbevinden  van een leerling. Wat zegt het dit iedere dag gebeurt? Voelt hij zich welkom in de groep, bij zijn medeleerlingen en op school? Hoe is de relatie met de leerkracht en hoe verloopt de communicatie? Als hij bijna iedere dag ontglipt, vraagt dit een pedagogische uitdaging. Ik zoek als eerst de dialoog met de leerkracht.

“Het lukt me bij hem niet om de juiste vraag te stellen…”

Ergens een pijnlijke constatering. En toch, de moed zichzelf kwetsbaar op te stellen maakt de hulpvraag duidelijk. En het zal wellicht leiden tot bewustwording. De onmacht groeit tenslotte. En ergens de angst, gevoed door aannames, wat het stellen van een juiste vraag blokkeert. De verbinding met Michael is in ieder geval verder weg dan ooit. Samen staan zij echter voor een opdracht. Beide met hetzelfde verlangen; inzicht op en vertrouwen in hun eigen kunnen. Samen elkaar iets leren. Hun (leer-) kracht zien en accepteren te mogen zijn wie ze zijn. De sleutel ligt mogelijk in de relatie.

Als ik het lokaal binnen loop om de groep te voorzien van hun proefwerk wiskunde zie ik hem achter in de klas zitten. Michael. Te vaak in de achtervang verbleven vandaag en nu, als tussenstap, ondergebracht in een andere klas.

Ik knipoog. Hij knikt terug.

Wanneer het proefwerk is uitgedeeld en de leerlingen aan het werk zijn pak ik een pen en ga naast Michael zitten. Hij kijkt me afwachtend aan. Ik zie een proefwerkblad liggen waarop een dagrooster staat. Mijn eerste gedachte: niet meer welkom in de groep vandaag.

Op de achterkant begin ik met schrijven.
Wat is er gebeurd waardoor je nu hier zit?

‘Ik had gister veel problemen!’

We zijn vertrokken. Ik teken een cirkel om ‘problemen’. Een prachtig woord dat bij mij direct de vraag Wat dan? oproept. Ik vraag het niet. Als een woordspin trek ik alleen maar lijnen. Ik weet en vertrouw dat hij mijn vraag wel aanvoelt. Ik schuif het blad naar hem toe. Al snel pakt hij zijn pen op en aan het einde van de lijnen is hij open.

‘Ik was veel kinderen aan het uitschelden.’
‘Brutaal.’
‘Door de gang lopen.’
‘Druk zijn.’

Een mooie opbrengst. Evenals zijn evaluatie én vanuit de ik geschreven. Erg sterk. Verantwoordelijk zelfs. Als stroomschema ga ik al vragend verder. Wat ik krijg is waardevolle informatie. Zijn informatie, zijn beleving en zijn waarheid. Het uitschelden zou zijn ontstaan toen twee leerlingen hem aan het knijpen waren geweest. Volgens hen was Michael te druk. De oorsprong van zijn gevoel druk(te) kon hij niet goed beschrijven. Wel kon hij aangeven zich in een leeg lokaal veilig te voelen.

‘Gewoon, als ik even alleen in een kamertje ben, bijvoorbeeld het muzieklokaal.’

Als ik doorvraag of hij het alleen zijn als prettig ervaart volgt een duidelijke ‘Ja’! Is het wel veilig voor hem ik de groep? Is het de rust? Kan hij de vele impulsen en/of het overzicht in de klas wel constructief reguleren? Vragen te over. Te inhoudelijk en groot voor nu.

Zelfinzicht lijkt Michael verder te helpen. Bewustwording van de momenten waarop hij druk ervaart. Hij weet al wat hij nodig heeft… Alleen in een lokaal is een mogelijkheid om tot rust te komen. Een afgeschermde werkplek, een kaart die hij kan laten zien aan de leerkracht zodat die weet dat hij druk is, observeren en noteren wanneer hij druk wordt zijn andere mogelijke oplossingen.

De start is gemaakt, zijn eigen proces ingezet!

Gehoord worden hoeft niet altijd verbaal. Zien kan non-verbaal soms veel sterker zijn. Beschikbaar zijn zit ook in even die knipoog. Het fluisteren van een verwachting. In gebaren. En in een chat op papier. Papier is namelijk geduldig. Reflecteert. Laat je nadenken over de juiste vraag. Nadenken over de juiste woorden voor gevoel en ervaringen. Papier ontneemt je de tijd. De tijd die er niet lijkt te zijn, is er dan in overvloed. En dit geeft vertrouwen en biedt veiligheid waardoor een ogenschijnlijke afstand minimaal wordt. Het aangaan van verbinding op papier. Voelen wat in het moment het juiste is om te doen. De vraag zal opborrelen. Alleen dan het lef ‘m te stellen!?

Schrijven/tekenen werkt. Altijd! Een A4-tje is zo gepakt. Schrijf de vraag op die je bezig houdt. Leg het blad op de tafel van de leerling. En ja, het is ook een reflectie voor je als leerkracht. Je geeft een uitnodiging om te antwoorden. Geen antwoord is ook een antwoord. Alleen al het denken over de vraag zorgt vaak voor voldoende beweging. Door te vertrouwen dat het antwoord volgt geef je alle ruimte die nodig is. Nodig om het denken voelbaar te maken en over te gaan tot doen: het beschrijven. Vervolgacties volgen. Net als groei. Samen in beweging.

Beschikbaarheid zit in het kind het gevoel te geven er volledig te zijn. En ieder kind begrijpt dat een instructie en serviceronde er ook bij hoort. Een ontvangstbevestiging is soms voldoende. En die kan ook zitten in een conversatie op papier. Door boven de stof te staan creëer je zelf ruimte om te spelen. Spelen met wat zich aandient. Spelen met zijn van een brug. Tussen denken en voelen. Tussen ervaren en het taal geven.

Voor even mag ik de brug zijn tussen Michael en de leerkracht. Het is nu aan mij om te vertrouwen dat de leerkracht van Michael het verder oppakt. Doorpakt. Dat er vanuit het potentieel gehandeld wordt in plaats van de onzekerheid. En, dat wanneer het niet lukt, er altijd ruimte is voor een vraag!

 

Deel 1: Een glimlach in plaats van een correctie.
Deel 2: Ik luister niet!

Een bolletje wol

Na een aantal weken stak hij zijn vinger op: Didier, een jongen ‘van de straat’. “Wat vindt u eigenlijk van mij?” Wat stotterend en onwennig stelde hij me de vraag. Op een wat stoere toon. Ik merkte dat hij zijn best ervoor deed. Toch was Didier erg benieuwd. Op zoek naar bevestiging?

Van het woord ‘stoer’ moest Didier trouwens niets hebben. Stoer had volgens hem een negatieve lading. Hij vond zichzelf ook absoluut niet stoer. Vreemd eigenlijk! Zijn omgeving zag hem wel zo. Hij had veel volgers. Soms stootte hij deze ook wel eens af, als ze in zijn ogen ‘domme dingen’ deden. 

Soms leek het alsof hij een beetje stiekem gedrag vertoonde. Een aantal mensen betichtte hem zelfs wel eens van leugens. Wanneer er een conflict ontstond, kon hij zeer agressief uit de hoek komen. Klasgenoten voelde zich onveilig bij hem, in fysieke zin. Maar ook omdat zij hem onbetrouwbaar en niet congruent vonden. Wat hij zei, deed hij soms niet. Grenzen leken voor Didier namelijk nog niet aanvaard.

Hij was op zoek.

Aan een afspraak hield hij zich vaak niet. Het was als  ‘oeps, vergeten’ en dan echt, althans zo leek het. Soms duwde hij de ander onverwachts weg. Dan deed hij eerst aardig, maar zette hij even later diezelfde persoon in de zeik. Anderzijds vond hij het verschrikkelijk als iemand hem niet mocht.

Voor vele een bijzondere jongen, voor mij een jongen met een iets te zware ‘rugtas’. Een rugtas vol met opgedane en onverwerkte ervaringen! Zijn verleden kleurde zijn heden. Hij was open, dat zeker! Je kon met Didier over alles in gesprek. Met de juiste vragen en soms wat doorvragen tekende hij zijn leven al aardig uit. Er ontstonden dikke en dunne lijnen, maar ook stippellijnen. 

Didier was als leerling mijn uitdaging, vooral om eigen waarden te ontdekken en grenzen op te rekken. Samen leren, van en met elkaar.  Dankzij Didier kon ik de juiste lijn vinden…

Na een maand of drie zei Yco tegen Didier dat hij onbetrouwbaar was. Op zijn beurt was Didier niet te houden! Zeker niet toen Yco hem – onwetend, al leek het wat wijselijk – negeerde.

Op zo’n moment weet ik dat ik heel scherp te zal moeten zijn, het juiste te zeggen en tegelijkertijd ‘de taal’ af te stemmen op zowel Didier als Yco.

Nadat Didier rustiger was geworden, heb ik hem verteld wat ik dacht dat Yco met zijn opmerking bedoelde. Yco bevestigde mijn verhaal. Hierdoor werd Didier nieuwsgierig. Het was nog steeds niet duidelijk wat en vooral waarom Yco zo dacht, maar een lading vragen volgde.

De twee – in opvattingen, achtergronden en waarden de meest uiteenlopende leerlingen in de groep – gingen vervolgens met elkaar in gesprek! Ik nam zelf letterlijk en figuurlijk afstand en gaf Didier het vertrouwen dat hij ook rustig een gesprek kon voeren.

Wat ontstond was een prachtige, eerlijke conversatie. En begrip! Door te luisteren, over en weer samen te vatten en door te vragen.

De ‘wat-maakt-vraag’ heeft Didier het hele jaar zeer geboeid. Het heeft hem ook veel opgeleverd, zowel inzichten als nieuwe frustraties! “Ik krijg stress als mensen deze vraag verkeerd gebruiken!” 
Hij had gelijk! Enerzijds. 
Anderzijds zag hij niet in dat deze mensen het deden om te ‘toetsen’ of om Didier ‘terug te pakken’! Wat voor hem stress opleverde, was voor de ander een ‘cadeautje’!? Kreeg hij terug (gespiegeld) hoe hij met anderen omging?

Het moeilijke (of de uitdaging) van empoweren is dat het van mij vraagt mezelf kwetsbaar op te stellen! Dat ik voorleef wat de leerling (en dus ook ik) te leren heeft. Het gaat om practice what you preach. En ja, de ander kan misbruik maken van die kwetsbaarheid. Het is dé test om te ervaren, waar je zelf in dit proces bevindt. Elkaar te ondersteunen. 

Ben ik (/jij) sterk genoeg om dicht bij mezelf (/jezelf) te blijven?

Didier liep over een dun lijntje, zo werd hem en iedereen duidelijk. Hij viel snel in oude gewoontes en gedrag terug. Maar hij kende ook veel mooie momenten! Vol trots vertelde hij iedereen over zijn inzichten en opbrengsten. Over de band met zijn moeder, de communicatie met verscheidende vriendinnetjes, zijn voetbalcoach en team. Maar ook over de ‘bijna ruzies’ en “achterlijke” acties op straat van zijn vrienden. Didier wist hier en daar conflicten en voorvallen te voorkomen door de ‘wat-maakt-vraag’ aan zijn vrienden te stellen! “Het werkt echt!

De ‘wat-maakt-vraag’ kreeg pas echt ‘gelaagdheid’ op het moment dat ik hem koppelde aan ‘de ijsberg’! Gedrag is maar het topje van de ijsberg.  Wat drijft iemand om juist dat gedrag in te zetten en wat wil het eigenlijk zeggen? 

Het vraagt soms een lange adem en geduld om erachter te komen wat er bij iemand – onder water – speelt. Anderzijds is er lef nodig om contact te maken met datgene wat er onder het oppervlakte zit. Om onduidelijkheden te benoemen en onzekerheid toe te laten, daarvoor is kwetsbaarheid nodig. 

Didier begreep het, met een verzuchtende ondertoon uitte hij zich: “Maar dan kun je alles wel verklaren met zo’n ijsberg!?

Voor Didier bleef het lastig om zich kwetsbaar op te stellen. Was het zijn biografisch verleden? Zijn cognitieve stijl? Het lag voor de hand dat hij een dergelijk ‘antwoord’ nooit had gezien of geleerd te geven. En toch, ergens leek het ook weer van wel.

Na een week of vijf kwam Didier tijdens het zelfstandig werken al dansend voorbij. Het dansen leidde een aantal leerlingen af en ik vroeg hem een plek te zoeken waar hij wel de rust kon vinden om te werken. Ik sprak hem – voor de derde keer – op zijn verantwoordelijkheid aan.

Didier ging volledig uit zijn plaat!

Hij riep dat ik loog, dat hij niets deed en dat hij gewoon op zijn eigen plek in de klas wilde werken. Mijn zijn armen gespreid stond hij met zijn gezicht op drie centimeter van mij te schreeuwen! Zijn houding – maar vooral de kracht waarmee het plaatsvond – maakte de situatie onveilig.

Met hetzelfde volume en zonder blikken of blozen stuurde ik hem naar ‘de achtervang’ om rustig te worden. Met een klap smeet hij de deur achter zich dicht!

Minder dan tien minuten later kwam Didier vragen of ik met hem in gesprek wilde gaan. We liepen naar buiten. Voor hem. Hij wilde dat niemand ons kon horen. Met oprechte excuses voor zijn agressieve houding startte hij het open gesprek. In navolging op zijn verontschuldiging kwam hij met zijn eigen verklaring: “Ik deed een soort van dansende bewegingen om Ben af te leiden, dus u heeft dat kunnen zien als dansen.

Knap staaltje evaluatie, reflectie én verantwoordelijk nemen! 

Duidelijk werd dat Didier van ‘de taal’ is. Dansen is dansen en ‘dansende bewegingen’ is nog niet per definitie dansen… In zijn ogen. Of was het een verdediging? Hem meenemen in de ontwikkeling van schaamte. Didier stond er voor open!

Het voorval tussen ons maakte de relatie tussen ons als stippellijn tot een dikke, stevige lijn! Het zelf geïnitieerde evaluatiegesprek en mijn begrenzingen kwamen voort uit onze relatie die veilig, vertrouwelijk maar vooral stevig genoeg was. Hij voelde het fundament om écht bezig te gaan met de existentiële vraag: ‘Wie ben ik?

Tijdens een vervolgles op ‘de ijsberg’ ontstond een gesprek over authenticiteit. Didier stelde mij de vraag wat ik dacht dat hij dit jaar zou moeten leren, los van zijn lesboeken. Het antwoord werd een wedervraag: “Wie ben jij nu echt?”

Als toelichting op mijn ‘antwoord’ gaf ik een beschrijving van zijn verschillende gedragingen die mij een schooljaar eerder waren opgevallen. Van een agressieve jongen die over het schoolplein stuiterde, tot de behulpzame jongen die zeer meewerkend was.

Was veel maar een houding? En zo ja, waarvoor? Nee, wat was de functie?

Was hij onzeker? (Wie niet trouwens in deze levensfase?) Wat is de reden? Wat is zijn behoefte? Wanneer is hij blij en wat maakt hem gelukkig?

De ‘wat-vindt-u-van-mij’-vraag als koevoet tussen weerstand en de verandering. Weten dat hij zelf midden in het proces zit van kind naar jongvolwassene.

Soms helpt het om een leerling even zelf te laten zwemmen of het bos in te sturen. Iets in me wist dat ik er goed aan deed Didier het bos in te sturen.

Op zoek.

Hij stippelde zijn pad uit en maakte er vervolgens duidelijke en dikke lijnen van. Hij leerde zijn eigen grenzen kennen. Zichzelf te ontmoeten. 

En ik, ik mocht met hem mee. Samen het bos in, met een zoeklicht. 

Wat een ontwikkeling heeft hij doorgemaakt. Nu is hij klaar om zijn volgende vraag op te pakken! Succes, Didier, laat zien wie je (echt) bent en ontmoet de ander!

Ow, en wat ik van hem vond? Een bolletje wol!

Gebroken eieren, geslachte kippen!

Zaterdag 12 november 2011 en de Volkskrant bericht “Ouders geven adjunct aan”. Onder de noemer ‘er moet eerst wat gebeuren voor we wakker worden’ lijkt het me tijd worden om eens echt met elkaar in discussie te gaan over wat de kern is n.a.v. wat er gebeurd is.

Het lijkt me goed om een uiteenzetting te maken van alle variabelen/thema’s alvorens we maar met z’n allen gaan roepen, er iets van vinden en een mening gaan vormen. Ik denk dat er te snel naar het ‘gevolg’ gekeken wordt, terwijl het kijken naar de oorzaak en/of de aanleiding mijn inziens prioriteit heeft. Het meest constructief ook.

Want dáár zitten de lessen voor de toekomst!

Lees verder