Blog : educatie

Mensschap vraagt oefening!

Mensschap vraagt oefening!

Het houdt me bezig.
Parijs. Dat ene beeld.
Die voor even eenzame man.

een-2Bleerling

En dan deze tweet van ‘een leerling’.
Als reactie op de gebeurtenissen.
Vertrouwen in jezelf! Mooi.

Bijna tegelijkertijd zie ik op Facebook een bericht voorbij komen. Over Aboutaleb, de burgervader van Rotterdam. Op de dag van de desbetreffende aanslag, spreekt hij zich uit. Vooral zijn emotie. Begrijpelijk! Hij is het zat! En ik lees die ene tweet van ‘een leerling’ nog eens. Zou Aboutaleb boos zijn?

Aboutaleb

Natuurlijk is hij boos! Wie niet. Dat wat er is gebeurd, is verwerpelijk. Zo ver mogelijk.
En tegelijkertijd direct mijn vragen als ik de uitspraken van Aboutaleb in Nieuwsuur hoor:

Wat drijft iemand tot een actie als deze?
Wat maakt dat we -als samenleving- ogenschijnlijk weinig begrip hebben voor emoties van anderen?
Hoe draagt satire bij aan de open dialoog, juist ook tussen de tekenaar/schrijver en ontvanger?
Welke verantwoordelijkheid hebben de media?

Het houdt me bezig.

Een wisseling van woorden met Marcel Kesselring.
Prettig om gedachten te ordenen.
Gedachten in woorden een plek geven.
Het mezelf verhouden tot de ander.
Andere meningen. Verkennen.
En het scherpstellen van mijn eigen visie.
Op mens. Op mijn taak en rol als opvoeder én leraar.

Ronald, ik ben van de dialoog maar soms houd het echt op. Weet niet met welke dialoog je deze mensen nog überhaupt kan bereiken of had kunnen bereiken – niets verplicht je om in Frankrijk of Nederland te wonen, toch?

Met welke dialoog je deze mensen kan- of had kunnen bereiken. Nu? Geen enkele. Het gaat juist om wat we nu wél kunnen doen. Ik denk terug aan ‘een leerling’. Mensen gaan naar andere landen. Ze rotten op! Om daar te leren hier pijn te doen. Angst te zaaien. Wat leert dat ons?

Ik vind wel dat we veel meer moeten weten hoe het zover komt dat mensen radicaliseren.

Deze ‘vraag’ naar perspectiefneming is geniaal. Eerst begrijpen. Ik zou het ook willen weten. Wat hen drijft tot gedachten, en later acties, die werkelijk die niet de mijne zijn. Zodat ik mijn kinderen kan uitleggen hoe zij zich weer verhouden tot denkconcepten, acties en gebeurtenissen als deze. Zou ik hen ooit het onderliggende verklaren?

Wat het mij tot nu toe leert is dat ik denk dat een oordeel ontstaat vanuit onwetendheid. Een gebrek aan begrip en (zelf)vertrouwen.

Blijkbaar woekert er al jaren iets in de westerse samenleving, misschien is dit nu juist het moment dat Europeanen dichter bij elkaar komen en dat dit de echte dialoog start “wat voor Europa zijn we en willen we zijn.

Woekeren. Een bijzonder woord. Ongewenst groeit er iets voort als betekenis. Het functionele waarom van geschiedenis: wat was ooit en is de functie van een wapen? Het spel van macht en onmacht. Over uitsluiten gesproken. Eeuwenoud.

Het houdt me bezig.

Een leerling zegt: ‘als je sterk genoeg bent’.
Een sterker ‘wapen’ is er volgens mij niet,
in je kracht staan! Dicht bij jezelf.
(zelf)Vertrouwen volgt. Toch?

En waarom alleen Europeanen? Volgens mij start het bij het gezin, bij de buurt en in de school, de klas. Waar ook ter wereld. Waar ook ter wereld is de mogelijkheid er om te leren sterk genoeg te zijn. Om te oefenen. We noemen het opvoeding en onderwijs. Cultuur bepalend, dat wel. Het inzicht en gesprek hierover als brug.

De dialoog, het gesprek door wederzijdse woorden. Zolang we maar dezelfde betekenis aan woorden geven en de moeite doen het onderliggende gevoel samen te ervaren. Begrijpen. De tijd nemen om te luisteren naar wat er gezegd wil worden. Doorvragen helpen mij om dat wat gezegd wil worden te snappen. Snappen op weg naar begrijpen. Het helpt mij mijn mening en argumenten te verruimen. Begrijpen vraagt oefenen om mijn perceptie en standvastige visie ‘even’ los te laten.

De dialoog waar emoties mogen zijn. Pokon voor de relatie. Waar kwetsbaarheid juist sterk is. Zelfs sterker maakt. Waar persoonlijke inzichten bijdragen aan persoonlijke groei. Vanuit ‘het zelf’ als brug naar de ander. Insluiten.

Daarom zou ik de vraag ‘klein’ willen beginnen. Less is more. Wie ben ik en hoe verhoud ik me vreedzaam tot mezelf, de ander en de wereld?

Deze existentiële vraag die in mijn ogen ook direct de essentie is van ons opvoeden en ons onderwijs. Kinderen bevoorwaarden zichzelf te blijven (her)ontdekken. Het brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom leren we denken en doen op school. Van taal, rekenen via creëren naar wereldvakken. Leert ieder kind zijn/haar eigen verhaal.

Ronald, helemaal eens met je opmerking dat we bij onderwijs moeten beginnen, daarom vind ik dat we het op scholen veel meer moeten hebben over burgerschap, veel belangrijker dan al toetsen. De eerste vraag van een onderwijsinspecteur moet zijn: wat doe jij structureel op school met kinderen met burgerschap. En nee, burgerschap is geen vak, het is de kern van onderwijs.

Bij onderwijs beginnen… En ouders dan? School heeft natuurlijk ook een gedeelde verantwoordelijkheid rondom opvoeden, maar de focus ligt op kennis en vaardigheden. Spelen met deze topics in een pedagogische context. Ouders zijn hoofdverantwoordelijk voor de opvoeding. Het lijkt me daarom belangrijk om als school ook met ouders in gesprek te gaan. Over hoe zij ‘school’ zien, ‘opvoeding’ en ‘burgerschap’. Maar ook in gesprek over de gebeurtenissen in Parijs. Afstemmen. Iedereen hoort erbij. Ook de verhalen van ouders.

Het houdt me bezig,

Burgerschap.
Voor mij een statisch begrip.
Het kind leren ‘een burger’ te zijn.
Vrijheid binnen kaders.

Mensschap klinkt natuurlijk niet. De inhoud: leren om zelf ‘sterk te zijn’. Vragen durven stellen. Zelfs een doorvraag. Vreedzame keuzes maken. Weten dat je altijd een keus hebt. Welke goed voelt en waarom. Maar ook leren als mens van waarde te zijn. En dan vooral veel oefenen! Fouten mogen maken en door fouten te vieren groeien. Open met elkaar absolute waarheden in twijfel trekken. Met oog en respect voor diversiteit in mens en visie.

Het vraagt verantwoordelijkheid. Om binnen de vrijheid van de kaders keuzes te maken, te starten en te voorleven. Om iedereen te betrekken in het proces.

Helaas lossen we daar de problemen van vandaag niet mee op en in dat opzicht ben ik het met onze burgemeester eens. …

Probleem. Wat is een probleem? Volgens mij niets anders dan een brug tussen de situatie NU en de gewenste situatie. Vandaag is nu. Dus hoe kan welke brug dienend zijn. Samen het ‘waarom’ onderzoeken.

Vele meningen over het wel/niet bespreken van de gebeurtenissen in Parijs met kinderen zie en hoor ik voorbij komen. Vaak met argumenten om het gelijk te verankeren. Het houdt mij bezig, maar mijn kinderen en leerlingen ook? Zo nee, wat maakt dat ik het wel zou bespreken? Meenemen als verhaal, ‘inspiratie’ en voorbeeld wanneer de eerste vraag komt!

Op HetKind.org lees ik een les van Roel van Dael. Hij raakt met zijn woorden:

De werkelijkheid bestaat niet uit losse feiten en gebeurtenissen, maar uit relaties! … Dan kunnen we de leerinhoud onmogelijk in vakjes gaan opdelen. De ecologische, sociale en economische aspecten zijn namelijk onlosmakelijk verweven met elkaar.

De holistische benadering juig ik toe! Hij legitimeert:

We krijgen dus te maken met tal van duurzaamheidsvraagstukken, waar we niet zomaar een oplossing voor vinden. … We moeten het totaalbeeld achterhalen! Dit kan enkel door over te schakelen naar een constructieve systeembenadering. We laten de kinderen, die van nature systeemdenkers zijn, zelf hun kennis ontwikkelen! …

Kennis construeren door de dialoog met elkaar aan te gaan. De opvoeder/leraar niet als alwetende, maar samen kennis en ervaringen open leggen, delen en holistisch -vanuit verschillende invalshoeken- benaderen. Samen onderwijs maken en dragen. Waar rolwisseling (apprenticeship) er mag zijn! En daar kunnen we vandaag al mee beginnen.

Het houdt me bezig.
Vooral wat het vraagt.

Te beginnen met kwetsbaarheid en moed. Zonder (waarden)oordeel, wel/niet vanuit oude pijn, het gesprek durven aangaan met de ander. Bewust zijn van je bewustzijn. De objectieve subjectiviteit ont-moeten. Dan de ander. De open vraag van oprechte (kinderlijke) verwondering. Waarderen van waarden. Het conceptualiseren en vormen van een standpunt dat op voorhand flexibel is, en waar ieder mens en iedere situatie uniek is.

Ik denk terug aan ‘een leerling’.
Zij weet het, schrijft ze.
Voor haar en nu, in deze situatie.
Zij als leermeester, ik lees als apprentice.

Ik voel dat het nog ergens wringt.
Voor mij en in deze situatie.
Vertrouwen in jezelf, als aanslagpleger.
Het was er volgens mij.
In de ander ook.
Maar in het leven?

Het blijft me bezighouden.

Zouden er speciale scholen bestaan als de DSM niet had bestaan?

Het was psychiater Jim van Os – in 2008 door zijn collega’s benoemd tot toppsychiater – die mij positief triggerde in een uitzending van Een Vandaag afgelopen mei. Hij sprak zijn teleurstelling uit over de nieuwste uitgave van de DSMDe eerste versie – in 1952 – maakte slechts melding van een aantal diagnoses. Deze laatste versie is dikker dan ooit. Wat zegt dat over onze maatschappij en ons mensbeeld? En wat betekent dat voor onze ‘kijk’ op onderwijs?

Het systeem is een boek geworden, van ziektelabels die komen en gaan. En dat is geen goed systeem om psychische aandoeningen te beschrijven.

Hij breekt (voor mij) hiermee een lans voor het sociaal- en burgerschapsmodel en lijkt het ‘medisch model denken’ achter zich te laten. Zijn uitspraak aan het einde van de uitzending doet dit sterk vermoeden: “Je wordt pas beter van een psychische aandoening als je er zelf actief mee aan de slag gaat en je eigen kracht weer gaat zoeken, dat is het model waar we naartoe moeten”

Ooit was het Ros Blackburn die vertelde over haar jeugd, opvoeding en moeder, die op haar beurt de woorden sprak: “Never make autism an excuse but overcome problems en difficulties caused by it.

Het overwinnen van moeilijkheden start bij jezelf, je ‘eigen kracht’ zoals Van Os het noemt, je talenten en mogelijkheden, het vinden ervan en de belangrijke rol die ook de omgeving daarbij speelt.

Over de rol van de omgeving vertelt Jan Verhaegh in dezelfde uitzending heel kort iets vanuit zijn biografisch verleden. Over hoe er naar hem werd gekeken, het belang van zijn vrouw, over de hulp die hij nu heeft en de onzekerheid waarin hij wordt achtergelaten.

Ik neem aan dat niemand zich als ‘een nummertje’ wil voelen. Hij raakt de kern met zijn opmerking… Het gaat om de mens als geheel!

Het probleem is dat als je normaal intelligent bent, of als je universiteit gedaan hebt of gepromoveerd bent, dat het voor mensen in de beeldvorming heel erg moeilijk is om te zien en te begrijpen dat je tegelijkertijd ook gehandicapt bent.

‘Beeldvorming’ en ‘begrip’ zijn voor mij de meest essentiële woorden in de uitspraak van Verhaegh. Als je vasthoudt aan je eigen beeldvorming kan er ook geen begrip ontstaan. Luisteren om te begrijpen is van belang. Naast luisteren zal je ook eerst zelf goed in de spiegel dienen te kijken om te weten te komen wie je zelf werkelijk bent. Met alles wat daarbij hoort; welbevinden, waarden, hoe alles voor jezelf ‘werkt’, kwetsbaar durven opstellen en ga maar door. Pas dan kan je jezelf echt verhouden tot de ander en perspectief nemen.

Psychiater/filosoof Alan Raltson (1967) beziet het ontstaan van de DSM (1952) als een spiegel van ontwikkeling in de maatschappij: Het is gewoon een reflectie van wat ‘wij’ vinden, wat tot het territorium hoort van de psychiatrie.

Maar als je de eerste DSM’s zo kan zien, kun je de huidige versie dan ook zo zien? Heeft Jim van Os gelijk over het ‘komen en gaan’? En als het een spiegel is, zien we dan allemaal wel hetzelfde? Praten we er niet veel te veel over in plaats van dat er echte duurzame acties ontstaan? Als zelfs de paus over het onderwerp ‘homohuwelijk’ durft te spreken – homoseksualiteit dat ooit in de DSM stond – wat voor ontwikkeling maken we dan door? Is de DSM een wereldwijd consent voor hulpverleners? Willen we met z’n allen een ‘passief medisch model’ zoals Van Os vertelt? Of blijkt de DSM alleen een sleutel voor zorgverzekeraars te zijn? Vaart de DSM op de economie? Of houdt de economie het systeem juist in stand?

Ik blijf me afvragen hoe het ooit begonnen is. Was het niet zo dat de American Psychiatric Association in 1844 zich juist inzette voor de ware belangen van de cliënt? Waren er toen niet een aantal mensen in het genootschap dat regelmatig bijeenkwam? Hoe is dat nu? Hoeveel psychiaters zijn er wel niet? Is het dan nog mogelijk of goed en individueel af te stemmen op de individuele persoon?

Schaalvergroting heeft zichzelf niet echt een dienst verleend, dat is op meerdere en andere vlakken aangetoond. Aan de andere kant ben ik ook maar een leerkracht en geen psychiater, dus kan (en misschien mag) ik eigenlijk niets over deze materie zeggen.

Toch blijft het me pakken, omdat het wel degelijk invloed heeft op mijn leven, op mijn samenleven. Maar ook mijn werk, zouden er speciale scholen bestaan als de DSM niet had bestaan? Hoe zouden we mensen die in onze ogen ‘anders’ zijn behandelen?

Een overdenking voor morgen…

Misschien vandaag al, we leven tenslotte in De Samenlevende Maatschappij!

Van binnenband naar relatie!

Van binnenband naar relatie!

band1Vlak voor de pauze spraken twee leerlingen mij aan. “Meneer, mogen wij in de pauze even met u praten?” Natuurlijk! Er moet altijd ruimte zijn om met leerlingen te praten. De bel ging, leerlingen liepen het lokaal uit naar buiten en alleen deze twee leerlingen bleven zitten. Doorgaans waren zij niet zo rustig als nu. Hadden ze een conflict met elkaar? Ik pakte mijn kladblok om aantekeningen te maken, schoof een stoel tussen hen in en ging zitten. “Wij willen u iets geven!” ‘Flabbergasted’ schudde ik wat mijn hoofd. Mij wat geven? Ik was verrast en benieuwd…

“Wij willen u graag iedere week een stukje binnenband geven omdat wij graag met u een band willen opbouwen! Aan het einde van het jaar plakken we dan alle stukken aan elkaar zodat de band rond is.” Het raakte me, te meer omdat ik pas een aantal weken in deze groep gestart was. Een bijzonder en een groots gebaar dat me zei dat de weg die we met elkaar waren ingeslagen de juiste was. Deze leerlingen hadden haarfijn door waar het om gaat: verbinding en het aangaan van relaties!

Aan het einde van het schooljaar, op de allerlaatste dag voor de zomervakantie, was het dan zover. De samen gespaarde stukken band zouden we met z’n drieën gaan plakken. De ducktape lag ‘s ochtends al klaar. Een bijzonder en emotioneel moment. We wisten alle drie dat als de band geplakt zou zijn het moment van afscheid en loslaten daar was…een nieuw hoofdstuk, een nieuw begin. Twee leerlingen die zich hebben kunnen, willen en bovenal durven ontwikkelen!! Als leerkracht en mens was het fantastisch om hun groei te mogen zien en begeleiden. Een eer! Iedere dag van stapje naar stap. Eerst voorzichtig, aftasten, zoeken van veiligheid, vinden, het groeien van vertrouwen en ja, jullie mochten ontwikkelen en deden dat vooral door jezelf te zijn! Ik hoop (en heb veel vertrouwen) dat jullie blijven stappen, op weg naar jullie droom!

Bedankt, helden!

Children Full of Life

Children Full of Life

Als kind jezelf kunnen en mogen zijn. Met prachtig voorbeeld van inclusief denken en handelen krijgen je een kijkje in de klas van Mr. Toshiro Kanamori. Volledig los van het systeem werkt hij aan zijn ‘eigen’ doel: leerlingen laten bouwen aan hun eigen autonomie en geluk!

Vanuit empathie bouwen aan veiligheid, middels ‘Notebook Letters’ kinderen eigen gevoelens leren beschrijven en vanuit eigen initiatief met elkaar delen. “Good teachers connect theorie with life”, “teach less, learn more”: over jezelf, je omgeving, de wereld en het leven…

Een #mustsee voor leerkrachten/docenten/tutoren/leermeesters/levenskunstenaars!!

Marcel van Herpen werd geïnspireerd en zocht Mr. Toshiro Kanamori op!
Lees: “Als één iemand niet gelukkig is, is niemand gelukkig

Ik ook.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ‘Yo, También’ een zeer verrassende en integrerende film is! De film is erg sterk en zet aan tot denken, zowel voor het maatschappelijk debat als wel voor mijn eigen reflectie. Duidelijk wordt hoe snel je eigenlijk mensen met wat voor handicap dan ook uitsluit. Hoe invullingen en invoelen ik zelf eigenlijk vaak laat leiden, in plaats van mezelf te verwonderen en open te staan voor de ander. Angst regeert dan.

De film zet heel duidelijk de volgende vragen centraal:
wat is normaal,
wie is normaal,
wanneer ben je normaal,
waarom kijken we zo anders naar mensen met een handicap,
waarom behandelen we mensen met een handicap alsof het kinderen zijn en
hoe treurig is het als je een handicap hebt en anders behandeld wordt?

Of wel mijn existentiele vraag aan mezelf: kies ik de ander te benaderen vanuit liefde, of vanuit angst?

We vullen veel te veel en veel te snel zaken voor kinderen en volwassenen met verstandelijke beperking in. Daar waar relatie, competentie en gevoel van autonomie de overeenkomst is tussen mij en ieder ander. We zijn mensen, samen en dat is wat ons bindt. Laten we (lees: we is mijn note to self) verder kijken dan gedrag en uiterlijk. Ook in het dagelijks leven vinden we mensen mooi of lelijk, maar dat wil niet zeggen dat wat ze te vertellen hebben ook mooi of lelijk is. Laten we goed kijken en luisteren, voor we (veel te snel) een mening/voor(/ver-)oordeel(ing) vormen!

Ik ook! Must see!