Blog : eigenaarschap

Regisseur van je eigen leven

Regisseur van je eigen leven

Mei 2012. Vier jaar geleden. Ik zag bij toeval een programma over het filmfestival in Cannes. Niet dat ik het programma helemaal aan het volgen was maar je kent dat wel: een beetje bankhangen en surfen op internet. Ik was bezig met het bewerken van foto’s. Beelden van momenten aan het herbeleven en een plaats aan het geven in mijn ‘hall of brain’. Het filmfestival op de achtergrond.

Ineens hoor ik Antoinette Beumer iets zeggen over het willen lesgeven. En op alles wat maar met onderwijs of opvoeding te maken heeft, spitst mijn oren. Haar woorden waren helder.

Wat ik regisseurs zou willen leren is dat je eigenlijk van te voren heel goed moet weten wat je wilt halen maar dat je dan op de set alles moet loslaten.”

Lees verder

Chagrijnig aan het kopieerapparaat

Chagrijnig aan het kopieerapparaat

Als ik vrijdagmiddag bij het kopieerapparaat sta om ‘wat’ te kopiëren komt een collega aangelopen. Aan zijn loop en gezichtsuitdrukking zie ik dat hij iets wil zeggen. Tegelijkertijd voel ik dat ik geen tijd heb voor een praatje. Vanavond en ook in het weekend heb ik afspraken, dus moet ik alles voorbereiden voor maandag!

“Ik ben chagrijnig!”

Zonder dat ik er eigenlijk erg in heb hoor ik het mezelf zeggen en rollen de woorden vanuit het niets over mijn lippen naar buiten. Mijn collega kijkt me aan, zegt even niets en vervolgens pakt hij zijn printjes uit mijn stapel met kopieën. Blijkbaar zijn ze niet gesorteerd en ik voel me wat ongemakkelijk worden.

Lees verder

Oncollegiaal

Oncollegiaal

Een jaar of wat geleden werd ik me bewust van de pieken in het onderwijs. Van die periodes waarin er ineens een groot beroep op mij werd gedaan. Wanneer ik de analyses van de toetsen af moet hebben, groepsplannen gereed en bijgewerkt en individuele handelingsplannen en kerndocumenten geschreven moeten zijn. Allerlei redenen werden aangegeven, van ‘oudergesprekken’ via ‘moet van de inspectie’ tot aan ‘je wordt betaald voor deze opdracht’.

Vooral dat laatste raakte mij en deed me beseffen dat ik wel in dienst ben van een organisatie, maar dat het om een wederzijds spel gaat. Want ja, ik word betaald voor mijn professie, voor mijn kennis en ervaring. Maar betaald worden wil niet direct zeggen dat de organisatie zomaar van alles van mij kan en mag verwachten.

Lees verder

#INSPIRatiE

#INSPIRatiE

Een ode aan mijn collega’s en de leraar die mij life-changing heeft geïnspireerd.

Niet voor niets kom jij iedere ochtend je nest uit! Dag in dag uit de klas in en inspireer je, op jouw manier, de leerlingen die voor je zitten. Jij hebt een belangrijke taak en bijdrage binnen het onderwijs en zelfs binnen de samenleving. Iedere dag probeer je je leerlingen verder te brengen op weg naar volwassenheid: hen motiveren en leren de dingen zelf te doen! Jij als voorbeeld, motivator en leermeester.

En ooit, back in the days, was daar een leerkracht die ook mij raakte en geïnspireerd heeft.

Lees verder

Fiets inzicht.

Fiets inzicht.

Na maanden weer eens lekker met mijn hoofd in de wind. (Race)fietsen. Stil gezeten heb ik echter niet. Vele inzichten deden een wedstrijd om als eerste begrepen te worden. Gegrepen zou trouwens beter passen.

Als ik na 40 kilometer er achter kom dat mijn gekozen afstand net iets te lang blijkt te zijn, dwaalt mijn hoofd af. Ik denk aan gisteren. Aan het nieuws dat de pilot SAMENkracht wordt opgeschort. De visie blijft ont-wikkelen, de vorm verandert.

Afgedwaald en denkend aan de toekomst vliegen twee, achter elkaar aan zittende merels in een bocht vlak voor mijn wiel langs . De schrik gooit me terug in het moment. Bewustwording dat mijn gedachte me overnam. Tegelijkertijd de opluchting dat mijn benen wat minder hard trappen dan een half uur daarvoor.

Met een lach fiets ik door. Voelend hoe de zon brandend op mijn benen de pijn wat verzacht.

Twee wielrenners snellen me voorbij. Direct de impuls om aan te klampen. Een kilometer of tien gaat het goed. De man voor me is duidelijk getraind. De ander haakte na een paar kilometer al af. De moeheid slaat toe, de focus verslapt. Op het moment dat ik de rood-witte paal in het midden van het fietspad net niet raakte, opnieuw teruggeworpen in het moment: eigen tempo!

Het frustreert me! Mijn tempo. De irritatie dat systemen zo zuiver voelbaar zijn. Weerstand. De voorspelling die ik rondom de pilotklas had gedaan werd bewaarheid. Is het de voorspelling die het de das omdeed? Of heeft het zo moeten zijn?

Ik denk terug aan de twee vogels en twee renners. Twee. Dat er twee kanten aan een verhaal zitten is me geleerd.

Ik weet nog waar ik het dacht. Dat de pilot eindig leek. Op het moment van mijn laatste rit voor deze. Het was in Limburg. Ik weet nog waar we fietsten. Vlak voor de Eyserbosweg. Voor de klim kreeg ik van een oud-collega ooit de waarschuwing: ‘op tweederde wordt ie pas echt stijl’.

Samen met Florus heb ik 100% gegeven. Na een aantal maanden al éénderde terug. Meerdere redenen. Verschillende variabelen. Meer dan twee, dat zeker! Een dag ontslag tussendoor. Nu blijft er een derde over. Welzijn als belangrijkste reden voorop. Terug naar nemen zoals het is. Op dit moment.

fiets-quote-klRespect voor wat we hebben neergezet. Ik heb mogen zien en experimenteren wat werkt. Ook gevoeld wat nodig is! Net als nu. Conditie om te beginnen. En een opbouw. Een trainingsschema is een optie. De WIL als eerst.

Een mooie dag vandaag. De zon doet haar best om mijn omgeving te verwarmen. Mijn benen hebben het gevoeld. Met mijn hart gevuld met energie en motivatie beginnen we een nieuw avontuur. Dezelfde spelers. De vorm is iets iets anders.

Als een boot de brug voor me doet openen sla ik af. Een weg in die ik nog maar weinig heb gefietst. Met een laatste inspanning. Het viaduct over. Het doet pijn. Maar stoppen?

“Don’t stop believing, unless your dream is stupid.”

Verontschuldig mij!

Verontschuldig mij!

De deur van mijn leidinggevende staat open. De twijfel voorbij loop ik naar binnen. Op het moment dat ik mijn verontschuldigingen aanbied kijkt ze me wat verwonderd aan. Dit was wel het laatste wat ze had verwacht. Ja, ze hoorde het goed! Verontschuldigingen van mij, over de leraar die ik het afgelopen half jaar ben geweest.

De aanleiding weet ik nog goed. 6 januari 2014, 08.05u. Bij binnenkomst direct naar het kantoor. De gedragswetenschapper en intern begeleider langs beide flanken. Drie vliegen in één klap, het moment!

“Ik heb mijn kerndocumenten niet af!
Sterker nog, ik ben er niet eens aan begonnen…”

Zo, dat was eruit! Ik voelde mijn verdediging al opkomen. Ik bleef stil. Alle drie keken ze me wat glazig aan. Mijn leidinggevende brak het ijs. Teleurgesteld. Voor de kerstvakantie hadden de documenten al af dienen te zijn. Of was dat enkel de verwachting?

In de vakantie tijd voor bezinning, de weerstand werd duidelijk: ik geloof niet meer in het document. Al jaren eigenlijk niet meer. Steeds dat argument: een document waar het om de kern van het kind gaat wordt gevuld door het kind, diens ouders én mij! Echt samen. Dat. Juist nu, omdat er zoiets als Passend Onderwijs voor de deur staat…

Toch maar volgen.
Niet gehoord en gezien worden.
Vooruit willen.
In overeenstemming met mezelf en mijn idealen.
Eigen leiderschap nemen.
Professioneel handelen vanuit visie!

Na een dag vol gesprekken heldere ‘laatste’ woorden van haar:

“…de inspectie wil dat deze documenten er zijn. En daarbij, je wordt betaald voor deze opdracht!”

Nee. En nee! Ik ben zo klaar met dat angst-denken. Klaar met conformeren vanuit gebrek aan vertrouwen, gebrek aan samen bouwen en gebrek aan oog voor wat nodig is. Ik word overigens betaald voor goed onderwijs! Door het ministerie nota bene. Oh, en ik ga ook graag in gesprek MET de inspectie. Echt samen. Dat.

quote-verontschuldig-klNu, zo vlak voor de zomer vind ik het meer dan tijd mijn handelen te reflecteren. Naast dat ik zelf recht heb op zoiets als een functioneringsgesprek, hebben mijn leerlingen daar ook evenveel recht op. Want als ik betaald word voor goed onderwijs, mag afgevinkt worden of ik daaraan heb voldaan. Niet aan eisen. Maar om mezelf opnieuw uit te vinden. Ont-wikkelen. Leren als proces. Vers het nieuwe schooljaar in. Versie 9.0

Zelf vind ik dat ik teveel met mijn eigen ontwikkeling bezig ben geweest. Met het oefenen inzichten te voorleven. Vormen van mijn wil en drive. Over wat ik goed onderwijs vind. Vernieuwbouw: samen met collega Florus Bertens een plan schrijven. Een plan dat mij dwingt mezelf te onderzoeken. Scherp te stellen. Te kalibreren. Het ijken op basis van waarden vanuit ervaring en inhoud. Over wat onze jongeren in het Voortgezet Speciaal Onderwijs nodig hebben.

Ik verontschuldig mij. Aan haar. Aan hen.
Zij knikt. Ontvangt. Waardeert en geeft groen licht.
Zij bevragen. Waarderen en vliegen uit.
Het is wat het is. En het is goed!

 

Aanleiding voor het (eindelijk) publiceren van deze blog volgde na een uitnodiging van Karin Winters: een bijdrage aan #onderwijsmoment. Een dag te laat. Om meerdere redenen. Het is zo. Karin, veel dank voor je uitnodiging! Je hebt me weer een stuk verder gebracht in mijn proces. De uitdaging om mij te focussen op dat ene moment maakte veel los. Herbeleven en tegelijkertijd sterk voelend in welke richting ik me beweeg. #thnX!

Een klas met 24 leerlingen in het VSO…!?

Het afgelopen half jaar, sinds mijn twijfel begin dit jaar en het voelen van mijn jaarwoord #dOEN, ben ik mijn eigen proces gaan evalueren en reflecteren… Op een aantal momenten was het een pijnlijk halfjaar en tegelijkertijd was het de pijn die me waarde(n)volle inzichten gaf! Misschien is de belangrijkste wel mijn twijfelen. Mijn onzekerheid, gevoed door mijn denken… Twijfel vaak door frustratie, waar op haar beurt een (onvervuld) verlangen onder zat (en zit). Een proces dat ik werkgerelateerd reflecteerde in de meivakantie. Stil staan en voelen wat goed voelt als thema en #notetoself.

Mijn collega Florus gaf al eerder aan dat ik eens met zijn vader moest gaan praten. Hij zag mijn worstelen. Het duurde even, gaarkoken in mijn eigen sop als belangrijkste reden. En toen uiteindelijk de ontmoeting had plaats gevonden, voelde ik dat mijn adrenaline voor het onderwijs weer begon te stromen. De plannen en creativiteit om ‘outside the box’ het speciaal onderwijs duurzaam en constructief te veranderen kreeg langzaam gestalte…

Krachten en talenten werden gebundeld en samen met Florus vroeg ik onze leidinggevenden om ruimte voor de uitwerking van een plan om ons onderwijs te ver(nieuw)bouwen. En die ruimte kregen we! SAMENkracht als titel en de brede vorming van leerlingen op sociaal-emotioneel vlak, klassenmuur-/vakdoorbrekend onderwijzen, de transitie van speciaal naar regulier, ouderbetrokkenheid en ervarend leren door de praktijk de school binnen te halen als belangrijkste pijlers! In de eerste week al veel bezoek van nieuwsgierige ouders, collega’s en ook Rob van der Poel van Het Kind. Rob schreef er zelfs een artikel over en hieronder een deel:

‘Meneer, bent u soms de vader van Tom?’ Een logische vraag, in deze eerste dagen van een nieuw schooljaar, op een nieuwe school. Leerlingen zoek er hun weg. En op het Brederocollege in Breda – een school voor voortgezet speciaal onderwijs – maken 24 leerlingen voorzichtig kennis met hun nieuwe leeromgeving, waarin duidelijk is gemaakt dat ook ouders hun hoofd regelmatig om de hoek steken. Rob van der Poel nam een kijkje. Een reportage over een pilot in een school die zijn nek durft uit te steken. ‘Ik krijg hier weer zoveel energie van.’

‘De deur staat hier altijd voor iedereen open,’ had meester Ronald al op de eerste schooldag verteld. Dus kijkt op deze woensdagochtend – twee dagen verder – eigenlijk niemand meer op van een onbekend gezicht. Ronald komt me om 12.15 uur tegemoet, amper 24 uur na mijn spontane wens om eens mee te kijken. ‘Gaaf’, zo was zijn reactie via sms. Hij is met zijn collega Florus immers aan een avontuur begonnen, zeker in het speciaal onderwijs waar klassen hooguit uit 11 of 12 leerlingen bestaan. Op het Brederocollege zijn twee klassen samengevoegd, op verzoek van beide leraren die er in het voorjaar een ambitieus plan voor schreven en nu de ‘pilot’ zijn gestart.

Het plan is voor de stichting Driespan, waartoe de school behoort, revolutionair. De klasgrootte is bewust niet veel anders dan in het regulier onderwijs, omdat het in lijn ligt met de doelstelling die ze hebben. ‘In de twee jaar dat we met ze werken, willen we zoveel mogelijk leerlingen de overstap laten maken naar het regulier.’

Samen-kracht is de werktitel die ook de lading of de essentie dekt. Verantwoordelijkheid en afhankelijkheid kernbegrippen. ‘We gaan het met elkaar doen en hebben iedereen nodig.’ De ogen van beide leerkrachten glinsteren: ze geloven in hun aanpak, vertrouwen op elkaar en willen hun leerlingen (en hun dus ook hun ouders) zien. Afgesproken is dat er regelmatig verslag wordt gedaan van de vorderingen, aan zowel de CvB als aan het team van collega’s, die op hun beurt ook rooster-technische ruimte en voorwaarden hebben gecreëerd. ‘Iedereen is op de hoogte van onze insteek, die aansluit bij de onderliggende visie en behoeften van deze kinderen. In deze rolverdeling en aanpak is er immers veel meer ruimte voor persoonlijk contact, voor extra aandacht en coachgesprekjes, waar het in het onderwijs en met deze leerlingen vooral om gaat.’ – lees verder.

 

De eerste twee weken zijn voorbij en voor mij is het nu al goud waard! Wat er ook gaat gebeuren, dit is een fantastisch avontuur en een onvergetelijke ervaring. Natuurlijk waren er ook moeilijke momenten, zoals vaak bij nieuwe dingen. Het is zoeken, onzekerheden open durven te delen, educerend experimenteren en telkens afstemmen of er wordt recht gedaan aan de psychologische basisbehoeften.

Het is zo fijn om samen een groep te draaien en te bouwen aan de vorming en ont-wikkeling van leerlingen! Bij een aantal is hun ballon al geklapt, waren er de tranen die vloeide en daardoor bewustwording op hun potentie. Het is een voorrecht dit voelbaar te mogen maken. Samen mogen wij ieder onze visie op opvoeding en onderwijs delen en met elkaar afstemmen. Elkaar sterker maken, onderwijs samen dragen.

De leerling kiest zijn leermeester en wij als apprentice leren van 24 leermeesters. Dat is wat we de komende twee jaar met elkaar aangaan. Kwetsbaar durven zijn, waarde(n)vol handelen vanuit vertrouwen en vanuit jezelf mogen zijn bouwen aan ieders eigen toekomst. Wordt vervolgd!

geDEELd LEIDERSCHAP

Vorig weekend mocht ik tijdens Leraren Met Lef spreken over de pijler ‘gedeeld leiderschap’, een thema waar ik/wij binnen ons team volop mee bezig ben/zijn. Het is een zoektocht…een – individueel – proces! 

Vele verhalen en opgedane kennis passeerde in gedachten de revue. Waar moest ik beginnen? Ik wist het niet… En het niet weten besloot ik eens te accepteren!

Langzaam naderde de deadline. Door het niet weten te accepteren voelde ik geen ‘druk’. Een opluchting, gevoel van ruimte en vertrouwen. En tegelijkertijd wist ik nog steeds niet wat ik precies wilde delen… Tot die dag op Vlieland waar een plevier naast mij een stuk met mij mee vloog. Zijn bijzondere manier van vliegen – het kort aanzetten, zweven op de wind en langzaam zakken – deed alles op zijn plek vallen. De keynote ontvouwde zich. Transit, dat tijdens het mountainbiken in mijn oor rockte, zette de metafoor wat kracht bij. De lagen van de muziek werden woorden. Ineens wist ik het! Het werd een persoonlijke reflectie van mijn pad naar gedeeld leiderschap:

Gedeeld leiderschap is eigen leiderschap delen.

Toen ik startte in het onderwijs merkte ik al snel dat het onderwijs als een traag en moeizaam systeem opereerde. Als jonge leraar kabbelde ik de eerste jaren mee op het bijna stilstaande water. Mijn leerlingen zorgden voor de meeste reuring. Zij spiegelden precies dat waar ‘wij’ als school in gebreke bleven! Dijken werden verhoogd en verzwaard met protocollen en regels … Bang om buiten de oevers te treden.

Om mij heen zag ik dat leerlingen wilden ontwikkelen, ruimte wilden om te spelen en op zoek te gaan naar wie ze zijn en wat ze zelf kunnen. Ik werd onrustig. ‘Experimenteren om af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van leerlingen die anders leren’ werd mijn verlangen naar de zee!

Het deed pijn om mijn leerlingen te zien worstelen. Ik wilde verantwoordelijkheid nemen, werken aan een betere school, werken aan een context die ‘goed’ is en dacht dat ik dat deed!? Al schreeuwend probeerde ik een stroming in gang te zetten. Collega’s in beweging te krijgen.

Alleen de echo van dat wat ik riep beantwoordde mijn wens. ‘Autoriteitsprobleem’ en ‘schoppen’ als oordeel naar mij. Binnen de kaders bleef het windstil. Ik dacht dat ik leiding nam over mijn onderwijspraktijk, maar als een baksteen zonk ik naar de bodem. Een gebrek aan zuurstof als gevolg!

De onderstroom bracht me naar een nieuwe school. Het zware, gezonken gevoel schudde ik af door naar mezelf kritisch te zijn en mijn handelen te reflecteren. Vastberaden het anders te doen probeerde ik het gras groener te zien… Maar ook hier leerlingen en leraren die hun hoofd boven water probeerden te houden.

Ik werd stiller en soms een vinger op de zere plek. Stukken van mijn steen met kennis en vaardigheden brak ik af en gooide deze in het water, wederom hopend dat ik een stroming in gang zou zetten… ‘Relschopper’ veranderde in ‘betweter’, de sluis sloot voor mijn neus en werd een dijk.

De klas werd mijn eiland en ik experimenteerde in stilte. Onderbouwde mijn proces en innerlijk kompas met de stem van de leerling, deskundigheidsbevordering en input vanuit mijn netwerk buiten de school. Ik bouwde een uitkijktoren om over de dijken te kijken, verder bleef ik stil. Alleen wanneer het belang van de leerling in het geding kwam voegden zich donkere wolken samen boven het water. De druppels zorgden voor een schijnbeweging.

Het water kwam zo hoog te staan dat de dijken een overstroming niet konden voorkomen. Drie maal is scheepsrecht. Nieuw vaarwater. Rustiger werd het er echter niet op. Maar mijn ervaringen en vele oefenmomenten waren niet voor niets geweest. Het werd tijd om grenzen te verleggen. In mijn kracht te gaan staan. Tegelijkertijd te spelen met het water.

Het was hier dat ik de ruimte kreeg om mijn experimenteren en mijn legitimeren verder te brengen. Delen werd vermenigvuldigen. Er ontstond als vanzelf een beweging richting de zee.

Het begon te stromen en ik liet het toe om te volgen. Genoot van het ‘win-win’-denken en de keuze voor eigen kracht van mijn collega’s! Wachten op de vraag. Niet de beweging forceren, maar de rust van vertrouwen zijn werk te laten doen. De zon verscheen en de sluis ging langzaam weer open. Voor het eerst voelde ik echt verantwoordelijkheid en nam leiding over mijn handelen.

Gedeeld leiderschap start voor mij in de eerste plaats bij eigen leiderschap, het kennen van jezelf en het proces naar authentiek leraarschap van waaruit je verbindt en inspireert! 

Gedeeld leiderschap is vanuit verantwoordelijkheid samen met collega’s én leidinggevenden naast elkaar, als het ketsen van stenen op het water. Samen verder komen, een golfbeweging van ‘delen is vermenigvuldigen’ inzetten. 

Gedeeld leiderschap is samen een context creëren waar je gezien wordt en talenten er mogen zijn. De golven van de skipping stones die blenden.

Dit alles zal leiden tot een gezamenlijke en gedragen visie over en op onderwijs én opvoeding. Samen de school steeds opnieuw uitvinden. Samen staan, verantwoordelijkheid nemen, voor de simpele maar o zo complexe vraag of we het juiste doen in de vorming van de leerling!?

De pijler ‘gedeeld leiderschap’ was de middelste van vijf pijlers! De andere waren: ‘positieve pedagogiek’,’lerende school’, ‘gebruiken van verschillen tussen leraren’ en ‘baas over eigen tijd’. En aan het einde van het betoog was het de bedoeling dat iedere pijler hetzelfde zou sluiten:

Ik wens dat op alle scholen in Nederland, en in ieder geval op de scholen waar jullie actief zijn, er nog meer werk gemaakt wordt van deze pijler GEDEELD LEIDERSCHAP. Leraren met Lef en Directeuren zonder Vrees kunnen daarmee een groot verschil maken”.

Normaal gesproken zou ik voorgestelde en opgelegde ‘stukjes’ lastig kunnen reproduceren. Dit einde raakt echter mijn verlangen: Ik wens mensen deze wens ook echt toe en hoop dat iedere leraar samen met zijn/haar leidinggevende(n) de ruimte vindt en neemt om te bouwen aan goed onderwijs voor iedere leerling!
Is er een juiste vraag?

Is er een juiste vraag?

Vijf weken op school en bijna iedere dag minimaal één keer naar de achtervang, onze Time Out. Het niet kunnen functioneren in de groep is reden voor dit dagelijks uitstapje. Ik vraag me af wat dit zou doet met de mindset, en belangrijker; het welbevinden  van een leerling. Wat zegt het dit iedere dag gebeurt? Voelt hij zich welkom in de groep, bij zijn medeleerlingen en op school? Hoe is de relatie met de leerkracht en hoe verloopt de communicatie? Als hij bijna iedere dag ontglipt, vraagt dit een pedagogische uitdaging. Ik zoek als eerst de dialoog met de leerkracht.

“Het lukt me bij hem niet om de juiste vraag te stellen…”

Ergens een pijnlijke constatering. En toch, de moed zichzelf kwetsbaar op te stellen maakt de hulpvraag duidelijk. En het zal wellicht leiden tot bewustwording. De onmacht groeit tenslotte. En ergens de angst, gevoed door aannames, wat het stellen van een juiste vraag blokkeert. De verbinding met Michael is in ieder geval verder weg dan ooit. Samen staan zij echter voor een opdracht. Beide met hetzelfde verlangen; inzicht op en vertrouwen in hun eigen kunnen. Samen elkaar iets leren. Hun (leer-) kracht zien en accepteren te mogen zijn wie ze zijn. De sleutel ligt mogelijk in de relatie.

Als ik het lokaal binnen loop om de groep te voorzien van hun proefwerk wiskunde zie ik hem achter in de klas zitten. Michael. Te vaak in de achtervang verbleven vandaag en nu, als tussenstap, ondergebracht in een andere klas.

Ik knipoog. Hij knikt terug.

Wanneer het proefwerk is uitgedeeld en de leerlingen aan het werk zijn pak ik een pen en ga naast Michael zitten. Hij kijkt me afwachtend aan. Ik zie een proefwerkblad liggen waarop een dagrooster staat. Mijn eerste gedachte: niet meer welkom in de groep vandaag.

Op de achterkant begin ik met schrijven.
Wat is er gebeurd waardoor je nu hier zit?

‘Ik had gister veel problemen!’

We zijn vertrokken. Ik teken een cirkel om ‘problemen’. Een prachtig woord dat bij mij direct de vraag Wat dan? oproept. Ik vraag het niet. Als een woordspin trek ik alleen maar lijnen. Ik weet en vertrouw dat hij mijn vraag wel aanvoelt. Ik schuif het blad naar hem toe. Al snel pakt hij zijn pen op en aan het einde van de lijnen is hij open.

‘Ik was veel kinderen aan het uitschelden.’
‘Brutaal.’
‘Door de gang lopen.’
‘Druk zijn.’

Een mooie opbrengst. Evenals zijn evaluatie én vanuit de ik geschreven. Erg sterk. Verantwoordelijk zelfs. Als stroomschema ga ik al vragend verder. Wat ik krijg is waardevolle informatie. Zijn informatie, zijn beleving en zijn waarheid. Het uitschelden zou zijn ontstaan toen twee leerlingen hem aan het knijpen waren geweest. Volgens hen was Michael te druk. De oorsprong van zijn gevoel druk(te) kon hij niet goed beschrijven. Wel kon hij aangeven zich in een leeg lokaal veilig te voelen.

‘Gewoon, als ik even alleen in een kamertje ben, bijvoorbeeld het muzieklokaal.’

Als ik doorvraag of hij het alleen zijn als prettig ervaart volgt een duidelijke ‘Ja’! Is het wel veilig voor hem ik de groep? Is het de rust? Kan hij de vele impulsen en/of het overzicht in de klas wel constructief reguleren? Vragen te over. Te inhoudelijk en groot voor nu.

Zelfinzicht lijkt Michael verder te helpen. Bewustwording van de momenten waarop hij druk ervaart. Hij weet al wat hij nodig heeft… Alleen in een lokaal is een mogelijkheid om tot rust te komen. Een afgeschermde werkplek, een kaart die hij kan laten zien aan de leerkracht zodat die weet dat hij druk is, observeren en noteren wanneer hij druk wordt zijn andere mogelijke oplossingen.

De start is gemaakt, zijn eigen proces ingezet!

Gehoord worden hoeft niet altijd verbaal. Zien kan non-verbaal soms veel sterker zijn. Beschikbaar zijn zit ook in even die knipoog. Het fluisteren van een verwachting. In gebaren. En in een chat op papier. Papier is namelijk geduldig. Reflecteert. Laat je nadenken over de juiste vraag. Nadenken over de juiste woorden voor gevoel en ervaringen. Papier ontneemt je de tijd. De tijd die er niet lijkt te zijn, is er dan in overvloed. En dit geeft vertrouwen en biedt veiligheid waardoor een ogenschijnlijke afstand minimaal wordt. Het aangaan van verbinding op papier. Voelen wat in het moment het juiste is om te doen. De vraag zal opborrelen. Alleen dan het lef ‘m te stellen!?

Schrijven/tekenen werkt. Altijd! Een A4-tje is zo gepakt. Schrijf de vraag op die je bezig houdt. Leg het blad op de tafel van de leerling. En ja, het is ook een reflectie voor je als leerkracht. Je geeft een uitnodiging om te antwoorden. Geen antwoord is ook een antwoord. Alleen al het denken over de vraag zorgt vaak voor voldoende beweging. Door te vertrouwen dat het antwoord volgt geef je alle ruimte die nodig is. Nodig om het denken voelbaar te maken en over te gaan tot doen: het beschrijven. Vervolgacties volgen. Net als groei. Samen in beweging.

Beschikbaarheid zit in het kind het gevoel te geven er volledig te zijn. En ieder kind begrijpt dat een instructie en serviceronde er ook bij hoort. Een ontvangstbevestiging is soms voldoende. En die kan ook zitten in een conversatie op papier. Door boven de stof te staan creëer je zelf ruimte om te spelen. Spelen met wat zich aandient. Spelen met zijn van een brug. Tussen denken en voelen. Tussen ervaren en het taal geven.

Voor even mag ik de brug zijn tussen Michael en de leerkracht. Het is nu aan mij om te vertrouwen dat de leerkracht van Michael het verder oppakt. Doorpakt. Dat er vanuit het potentieel gehandeld wordt in plaats van de onzekerheid. En, dat wanneer het niet lukt, er altijd ruimte is voor een vraag!

 

Deel 1: Een glimlach in plaats van een correctie.
Deel 2: Ik luister niet!

Over uitsluiten gesproken #3: ‘niet weten’

Over uitsluiten gesproken #3: ‘niet weten’

offline - Over uitsluiten gesproken-3.1‘Uit alles blijkt dat scholen niet weten wat ze te wachten staat.’ Zo kopte dagblad Trouw onlangs online over de invoering van Passend Onderwijs. Het artikel riep bij mij direct vragen op! Wat is ‘alles’? En welke scholen worden bedoeld? Wat staat scholen dan te wachten?

Dé vraag die mij nog het meest bezighield, was: wat betekent het ‘niet weten’ in de titel en hoe kan dat – voor ouders, leraren en leerlingen – worden omgezet in ‘samen weten’?

Bijna direct, in de inleiding, lijkt het antwoord te staan: ‘Leraren zeggen niet de middelen te hebben om deze zorgleerlingen te helpen. Ook vrezen ze dat de hulp aan hen ten koste gaat van andere leerlingen.’ Hoe kunnen we daar verandering in aanbrengen en wat is daarvoor nodig? Op naar ‘samen weten’!

taal en inhoud
Wat me raakt in dit artikel is de toon en het taalgebruik. In mijn visie op mens en onderwijs worstel ik met woorden als ‘doelgroep’, ‘zorgleerlingen’ en de benamingen van diagnoses. Deze woorden lijken mij enkel richtinggevend. Zij zouden de weg vrij kunnen maken om het individu beter te gaan begrijpen. Het helpt om gerichter vragen te stellen. Om vanuit de verwondering te weten te komen wat er speelt én wat nodig is.

Een van de moeders in het artikel heeft een lifestylemagazine. En stel nu dat het lifestylemagazine bij wil dragen aan een positieve beeldvorming zonder voor- en veroordelingen over een bepaalde doelgroep, hoe wordt dan de verbinding – of transitie – gemaakt naar en met andere partijen zoals ook scholen, initiatieven, individuen en uiteindelijk de samenleving als geheel? Wellicht dat deze moeder een voorstel heeft met constructieve en duurzame oplossingen. Een aanzet voor mogelijke antwoorden op het ‘niet weten’ via vragen vanuit het ‘willen weten’.

Voor mij is de triangulatie kind-leraar-ouder daarin onlosmakelijk verbonden met mijn handelen in de dagelijkse praktijk. Leren van en met elkaar. En als we binnen het onderwijs deze verbondenheid willen voelen, lijkt het loslaten van een te enge focus op zorgleerlingen en diagnoses van belang. Focus op enkel één aspect, zoals bijvoorbeeld een diagnose, kan vernauwen. Die narrow view belemmert je zicht. Er is zoveel meer. Uitsluiten ligt op de loer. Het brede spectrum is wat ik graag wil verkennen. Op naar samen weten!

In het artikel wordt over onderwerpen zoals: pesten, stigmatiserende beeldvorming, onvolledige informatie over en een maximum aantal procent zorgleerlingen.

Natuurlijk kun je het daarbij hebben over het ‘niet weten’. Beter is te erkennen dat dit enkel uitdagingen zijn waarvoor we, als opvoeders voor staan. En dus ook het onderwijs als geheel. Wat nodig is het zien van oplossingen en mogelijkheden. En om dit te kunnen zien is TIJD nodig. Tijd en ruimte om met elkaar – leerlingen, leraren, ouders, directies – in verbondenheid en in dialoog aan de slag te gaan richting het ‘samen weten’. Onderwijs dat past is wat hier uit voortvloeit, in welke vorm dan ook. Vorm volgt inhoud.

proces
Trouw schrijft vervolgens over een gezin dat achterdochtig is geworden. Een moeder vertelt over haar zoon die inmiddels drie basisscholen heeft gehad. Haar kind wil geaccepteerd worden, zij gehoord. Een moeilijk en pijnlijk proces voor alle betrokkenen, ook voor de scholen. Een school is verantwoordelijk een leerling binnenboord te houden. Mijn eerste vragen: wat maakt dat het niet lukte? Was er sprake van het ‘niet weten’? Door het ‘niet weten’ ontstaat achterdocht, dat voedt op haar beurt vooroordelen en handelen vanuit enkel eigen perceptie. Daarmee is de dialoog tussen ouders en school ten dode opgeschreven.

Een vierde kans, die vierde school, kan alleen slagen wanneer vanuit verbondenheid en met kennis van zaken wordt gehandeld.

Gelukkig zijn er ook positieve verhalen: van scholen met good practices, van rapporten tot organisaties die het kind als uitgangspunt nemen. Bewegingen die in gang gezet worden om leerlingen en hun ouders goed te informeren en te ondersteunen in de keuzes die gemaakt worden.In mijn dagelijkse onderwijspraktijk voel ik echter dat mijn zevenmijlslaarzen niet groot genoeg zijn voor de stappen die voor de invoering van passend onderwijs gemaakt worden. Grote angst hangt als een sluier om deze wet: een fixatie op toetsen, een fixatie op de Onderwijsinspectie, een mogelijke afrekencultuur, de nieuwe verdeling van de gelden, de bedreigde autonome positie en emancipatie van de leraar.

Voor gedragen onderwijs, of welke naam er ook aan gegeven wordt, is een leerrijke omgeving nodig waarin ieder kind, iedere leraar en elke ouder zichzelf kan en mag zijn; waar iedereen zich gehoord en gezien voelt. Waarbinnen ieders (leer)proces centraal staat.

offline_Over_uitsluiten_gesproken_3.2_J_rgen_Caris-2De tweede moeder die in het artikel wordt opgevoerd vat in een voorbeeld uit de praktijk mooi dat (leer)proces samen: ‘Ter plaatse valt mijn zoon als een blok voor het technieklokaal en de natuurkundedocent die zijn eigen lesmethode ontwikkelde.‘ Is het een ‘samen weten’ dat deze docent het verschil maakt?

Het is belangrijk dat leerlingen, en ook ouders, die docenten/leraren vinden!

apprenticeship
Als een talent op zoek naar zijn master. Binnen het ‘samen weten’ zijn de drijfveren van de leraar van belang! Het onderzoek kan van start gaan: wat is de mens- en onderwijsvisie van degene die voor de klas staat? Wat maakt dat voor het onderwijs is gekozen? Wat zijn diens idealen en wat wordt voorleeft?

Van daaruit samen leren: leerling van leraar en leraar van leerling. Een authentieke leraar die de authenticiteit van het kind doorziet. Het vaststaande los durven laten om het ‘niet weten’ en ‘het weten’ in twijfel te trekken ten diensten van de ontwikkeling van het kind en zichzelf. Waar zowel groei als bloei mag zijn. Elkaar spiegelen. Op zoek naar ‘samen weten’.

Om die leerrijke omgeving te scheppen, zou ik graag in gesprek willen gaan met leerlingen, leraren en ouders. Over hoe samen persoonlijke aandacht vorm te geven. Wanneer er ruimte is voor groei? Hoe je op basis van (zelf)kennis een duurzame samenwerking legitimeert en creëert met het kind? Welke rol de leraar, ouders en eventueel externe partners hierin hebben? Mag het kind, de leerling, hierin leidend zijn? Durven volwassenen te volgen?

Wellicht weet het kind al een hoop antwoorden te geven.

Ook gesprekken met schooldirecties kunnen door dit soort gesprekken (nog) leerrijker omgevingen scheppen. Ze zijn er al, scholen waar kinderen zich welkom voelen. Door bijvoorbeeld zeer ferquent open en meeloopdagen te organiseren. Waar ouders, leraren en kinderen hand-in-hand op weg gaan. Waar leraren ouders de ruimte bieden om, los van voor- en veroordelingen, vragen te stellen. Vragen over het anders organiseren van bijvoorbeeld grotere klassen, de pedagogische uitgangspunten en bovenal hoe iedereen daarin een rol kan spelen.

Ook dat ‘samen weten’ zal het ‘niet weten’ doen verstommen.
Samenkracht als statement!

En deze vorm van ‘weten’ voedt mijn drive en passie voor onderwijs en opvoeding. Samen op weg naar mooi, open en gedragen onderwijs. De toekomst is nu, dus laten we beginnen met afbreken door te bouwen!

Goed als Trouw ook daarover een vervolgstuk schrijft…