Blog : inclusie

Een uur van uitersten!

Een uur van uitersten!

Het gesprek naderde zijn einde. Langzaam zou bekend worden of de langverwachte overgang door zou gaan. Er was met hart, ziel en hoofd zó hard aan gewerkt. Het was de allergrootste wens van Yco: aangenomen worden op een reguliere school.

Met twee man sterk kwamen ze observeren. Na schooltijd volgden kritische vragen op inhoud. De grote verschillen tussen het speciaal en het regulier onderwijs tekenden zich in een rap tempo af tot een ogenschijnlijk onoverbrugbare kloof. Het was mij bekend. Twijfels en angst probeerde ik te transformeren in uitdagingen om de transitie, door Yco zelf ingezet, te kunnen laten slagen!

Lees verder

De groep en ik

De groep en ik

Grote verschillen in de groep zijn er, hoe ik er mee omga start bij mij.
Bij wie ik ben en hoe ik denk over verschillen.
Het start bij mij en de groep, en bij mij in de groep.
Wat je krijgt is ons als groep.

De dynamiek in iedere groep wordt bepaald door elke unieke ‘ik’. Oude pijn, biografisch verleden, familiesystemen, kwetsbaarheid, verlangens, verwachtingen, moeilijkheden zoals diagnoses, belangen en soms (onbewust) verborgen agenda’s. Zomaar wat topics die meespelen in het vormen van perceptie en ‘eigen’ waarheden. En deze creëren grote verschillen. Maar hoe ga ik nu om met deze verschillen?

Lees verder

Over de grens van mijn comfortzone.

Over de grens van mijn comfortzone.

Na mijn middelbare school startte ik met de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Eigenlijk wist ik daarvoor nog helemaal niet wat ik wilde gaan doen in mijn werkende toekomst. Als een puber met lange haren en Metal-shirts, zoekend naar mezelf in de overgang naar adolescent, was werken nou niet echt iets dat me kon boeien. Men vond ‘iets met mensen’ wel bij me passen. Ik volgde maar wat anderen in mij dachten te zien…

Het was het beging van ’98, een jaar aan het einde van een vorige eeuw. Een nieuwe uitdaging diende zich aan. Alleen wist ik dat toen nog niet.

Een half jaar eerder startte het tweede jaar van de opleiding; een jaar lang stage. Stage op een ZML-school, onderwijs aan kinderen die Zeer Moeilijk tot Leren komen. Tegenwoordig vergelijkbaar met praktijkonderwijs, inclusief de ‘cluster 3’-leerlingen van nu. Eén dag in de twee weken naar school. Om te reflecteren, een nood om even los te komen van een intensief proces.

In mijn stageklas, die gevuld was met kinderen in de leeftijd van 8/9 jaar, deed ik mijn eerste ervaringen op met een groep kinderen die, afgezonderd van een reguliere context, anders leerden: meer individueel, grote verschillen in perspectieven en veel nadruk op sociale vaardigheden.

Net voor de kerstvakantie het bericht van het afhaken van een medestudent. Een klas waarin meervoudig gehandicapte kinderen begeleid werden. De uitdaging bleek te groot voor haar.

Met de mededeling dat ik vanaf januari tijdens de lunch zou gaan ondersteunen in deze klas, kon ik het doen. Het hakte erin! Kijk, ondersteunen bij kinderen met leermoeilijkheden, prima! Komt daar als uitdaging een ‘zeer moeilijk’-classificatie bij, ook goed. Maar kinderen verzorgen waarbij leren in mijn perceptie niet eens speelt, dat was niet wat ik voor ogen had met dat ‘iets met mensen’ van mijn omgeving!?

Een keus was er niet, de mededeling een piketpaal.

Mijn toenmalige stagebegeleider zag een volgende stap in mijn ontwikkeling. Een stap die ik zelf maar moeilijk kon zien. Harder botsen tegen de grenzen van mijn comfortzone, dat was wat ik nog nooit eerder zo had ervaren.

De twijfel sloeg toe!

Een twijfel die uiteindelijk meer over mijzelf ging, dan dat ik open stond om de nieuwe taak als uitdaging aan te gaan! Angst.

Ze was veertien jaar, zat in een rolstoel, blind en had een ontwikkelingsleeftijd van drie/vier maanden. Tijdens de lunch helpen met eten en daarna verschonen. Dat was ‘alles’. Als een berg zag ik op tegen starten!

Alles was nieuw: een klas binnenstappen waar alle leerlingen in alles ondersteuning nodig hadden, een ander helpen met eten (ik noemde het voeren), het vastgeplakte brood van haar gehemelte halen waardoor slikken werd vergemakkelijkt, haar helpen met drinken met een speciale beker waarvan ik het bestaan niet eens wist, communiceren op een niveau die totaal nieuw was (ik wist niet eens dat communicatie mogelijk was) en dan het ‘ergste’ van alles: een veertien jarige meid verschonen!? Help!

Een half jaar later baalde ik dat mijn stage erop zat! Niet in de laatste plaats omdat ik gehecht was geraakt aan een bijzonder mens. Ze kreeg in de loop van de eerste weken zelfs een naam: Renée! Natuurlijk had ze die al vanaf haar geboorte. Maar ik was vooral met mezelf bezig. De focus op de grote verschillen tussen haar en mezelf. Genderverschillen, op wat zij allemaal niet kon, wat ik onsmakelijk vond en dat het toch niet mijn roeping was een veertienjarige een schone luier om te doen!?

Na een aantal weken merkte ik dat Renée enthousiast werd als ik om twaalf uur de klas binnenkwam. Op haar manier was ze blij mij te ‘zien’. Ik kwam er achter dat ze mijn grappen – die ik nodig had mijn onzekerheid te verbergen en ervaringen te verwerken – kon waarderen wanneer ik bepaalde, unieke geluiden hoorde.

We kregen een band en ik had het niet eens door. Aftasten ging over in doen, de grote verschillen tussen ons vervaagde.

Tijdens het zo gehate verschonen kregen we de grootste lol. Alsof er ‘een knop’ omging verliepen de momenten ontspannen, lachten we samen ieder op onze eigen wijze en was het de intonatie en energie in mijn monologen waarop Renée reageerde.

comfortzone-quote2Wat ik in het begin vergat, was dat we beide mens zijn. Beide behoefte aan contact. Ieder op onze eigen manier, maar samen zo hetzelfde. Beide behoefte aan ondersteuning: zij in haar dagelijkse levensbehoeften, ik tijdens deze uitdaging. Beide jong in onze ontwikkeling, en samen willen leren.

De verbinding die ontstond draag ik nog dagelijks met me mee. Renée heeft bijgedragen in de persoon wie ik ben. Zij is voor mij de brug geweest in communicatie op een totaal andere ‘laag’: los van leeftijd, niveau en verwachtingen. Zo vol van eigen, in het moment en contact.

Zij heeft bijgedragen aan het waarderen en zien van details. Het samen onze eigen taal creëren om elkaar te ontmoeten en begrijpen. Verstaan door dichtbij elkaar te staan, daar over de grens van mijn comfortzone.

Hoi juf, ik BEN Bart!

Hoi juf, ik BEN Bart!

Al een aantal weken kom ik Bart overal tegen. Alsof ik ‘iets’ met hem ‘moet’…het wat en hoe is nog onduidelijk, zoals wel vaker… Ik ken ‘m nog van een jaar eerder toen ik wiskunde aan hem gaf. Hij is blijven zitten. En nu, de afgelopen weken, zie ik hem veranderen. Het kleine, onzekere en lieve mannetje dat ook in hem huist, heeft plaats gemaakt voor een log en opstandige jongen. De leerling is eraf. Is het een gebrek aan veiligheid waardoor hij niet meer tot leren komt? Motivatie? Wat zit ‘m dwars?

“Heeey Bart, goed om je weer te zien!” zeg ik vol enthousiasme de eerste keer dat ik zie dat hij aan het afglijden is. Zijn gehele lichaamstaal straalt uit dat hij niet wil en/of een last met zich meesleept…
“Jaah ja!?” is het enige dat ik terug krijg op mijn opmerking, zijn hoofd en ogen gericht op de grond.
“Ja Bart, ik ben blij je weer te zien!”
“Jaahah, dat zal wel…”

Zo gaat dat een aantal weken. Van de vraag hoe het met hem gaat tot het empoweren wanneer hij op de gang zit om rustig te worden. Hij weet niet meer hoe rustig te worden en lijkt ook niet te weten waar zijn onrust vandaan komt.

Als ik die ochtend op de gang in gesprek ben met een leerling, hoor ik Bart in de verte al aankomen. Een collega naast hem en op hetzelfde volume met elkaar in gesprek. Op een paar meter afstand blijven ze staan. Bart naar buiten kijkend en niet luisterend naar wat mijn collega te zeggen heeft. Het aanvaarden van de hulp lijkt al een gepasseerd station. Waarom zou je ook luisteren naar wat er van je verwacht wordt? Het doen is al helemaal verder weg dan ooit… Je best doen, al zo vaak gehoord! Voor wie doe je je best als je geen geloof meer hebt in jezelf? Wie verwacht wat en wat zegt dat over degene die wat van jou verwacht?

Met hem contact maken, de vraag stellen en de functionele ‘waarom’ uitleggen lijken wel te werken.

“Bart?”
“Jah!?”
“Zou je misschien willen stoppen met het dichtklappen van het raam? Het trilt door in de wand waar ik tegenaan zit en vind dat vervelend. Zeker omdat ik in gesprek ben en erdoor afgeleid wordt…”
“Oké!”

Een opening! Wellicht helpt hem een vraag op weg. Omdat het gesprek met mijn leerling ten einde loopt en ik merk dat mijn collega niet verder komt in gesprek met Bart, stel ik hem voor naast me te komen zitten:

“Bart, kom even naast me zitten. Ik ben nieuwsgierig wat er speelt en jou bezig houdt!?”

Na een ‘nee’, de twijfel en het motiveren door mijn collega pakt hij uiteindelijk een stoel. Het nonchalant schuiven van de stoel stopt als ik hem non-verbaal wijs op het geluid in relatie tot de andere klassen in de gang. Hij komt naast me zitten en het gesprek ontvouwt zich:

“…dat ik me niet kan concentreren! Ja, dat is mijn probleem, alleen: als ik rustig ben en er iemand is die niet luistert gaat zij schreeuwen en dat vind ik vet irritant!”
“Weet de juf dat?”
“Dat heb ik al zo vaak gezegd!”
“Bart, dat is niet mijn vraag. Wéét de juf dat jij het ‘schreeuwen’ van haar niet prettig vindt en dat het je onrustig maakt? En: hoe weet jij dan zeker dat zij het weet?”
“Ik weet het niet zeker…”
“Hoe zou je het haar kunnen laten weten?”
“Nou, door het te zeggen. Maar dat vind ik niet fijn in de groep. Ik ben bang dat ze weer gaat schreeuwen. Ik krijg daar hoofdpijn van…”

“Ik vind school ook heel saai!”
“Wat heb je nodig om school wel leuk te laten zijn?”
“…meer activiteiten en af en toe naar buiten. Dat deden we in het begin van het jaar wel, nu niet meer en ik weet niet waarom?”

“De juf zegt dat ik wel KBL/TL-niveau aankan, maar dat ik meer rust nodig heb. Ik wil wel hoger, maar de klas is te druk voor mij.”
“Alleen de klas?”
“…en ik ben zelf ook druk!”

Heerlijk, zulke gesprekken. Wat verwonderend, soms ‘onnozel’ (door)vragen en als een waterval stroomt Bart leeg. De oordelen liggen door zijn reflectie dichter bij een uitnodiging – en uitdaging – om zijn verlangens te delen. Hij doet dit, met de ontmoeting als deze als vehikel. Hij weet wat hij nodig heeft: de ruimte en veiligheid om de vraag te stellen! Wat hij zelf nodig heeft is de moed om deze ruimte te nemen. Ook zijn antwoorden zijn duidelijk: een voor hem rustige omgeving te mogen zoeken, de vraag aan de juf om leerlingen – zoals zijn juf een jaar eerder deed – persoonlijk aan te spreken en hij zou graag met een mp3-speler willen werken. En tegelijkertijd de angst: wanneer kan hij het beste het gesprek aangaan en wat als de mp3-speler gestolen wordt? Samen op zoek naar een/zijn oplossing, er is niets leuker!

BartAls ik ’s middags in de klas kom en zacht aan Bart vraag of hij al in gesprek is gegaan, knikt hij van niet. Een lach van ongemakkelijkheid voedt mijn invulling dat zijn ‘durf’ hem wat in de steek gelaten heeft. Ik vraag hem of hij het fijn vindt als ik er ook bij ben. Instemmend knikt hij. Zo groots als zijn bravoure lijkt, zoveel onzekerheid schuilt er in hem en houdt hem in zijn greep.
Aan het einde van de dag – de bel is al gegaan – staan Bart, de juf en ik bij elkaar. Ik leid het verhaal kort in met het gesprek dat we eerder die dag hebben gehad, deel mijn rol en geef het woord aan Bart. Wat onzeker en draaiend met zijn voet legt hij heel puur en zuiver zijn beleving op tafel. De juf stelt wat vragen ter verduidelijking en Bart legt uit. Het vertrouwen groeit, net als de afspraken die samen gemaakt worden.

Voor Bart lijkt het belangrijkste uitgesproken te zijn. Hij voelt zich gehoord! De kwetsbaarheid in de verbinding tussen beiden is voelbaar. Het fragiele van de open ont-moet-ing en de kracht van de pure kwetsbaarheid maken het tot een prachtig moment. Samen in de bubbel van de onderbreking en naar elkaar luisterend! Tijdloos… Tussen het verlangen en dat wat gezegd wordt, ontmoet je elkaar echt! En ik? Ik mocht getuige zijn. Zien, luisteren en verwonderen was wat ik deed. Voor hun openheid en de spiegel naar elkaar toe. Hulde voor Bart en de juf!

Mogen zijn, omdat je bent.
Hoi Bart, goed je weer te zien!

Ter aarde gestort

Ter aarde gestort

Dat ze mij op de grond legden vond ik niet eens zo erg. Dat begreep ik nog wel. Maar waarom dreigen ze de politie te bellen en doen ze dat niet? Dan had ik tenminste mijn verhaal kunnen doen. En dat begrijp ik dus niet. Ik snap daar niets van! Iets zeggen maar niet doen…

Een dag eerder. Daar lag hij dan. In het gras. Gevloerd. In vaktermen noemt men dat ‘gefixeerd’. Twee leerkrachten boven op Jannes. Als leerling hoop je dan maar dat de DDG-training is blijven hangen. Dreigend en Destructief Gedrag. Een vrij eenzijdige benaming trouwens. Ik denk dat Bakker & Bakker-Radbau (1981, Verboden Toegang) zich wel even achter de oren zullen krabben.

Jannes wilde Amber aanvallen. Dat was in ieder geval wat gedacht werd. De aanleiding voor de inzet. Of was het een aanname? Speelde angst misschien mee?

En wat nu als Jannes daadwerkelijk Amber iets aan wilde doen… Zou Amber dit niet zelf kunnen handelen? En preventief: hoe leren leerlingen geweldloos te communiceren en compassievol om te gaan met elkaar? Is ingrijpen überhaupt wel helpend en constructief? En hoe past het recht op herstel in het geheel? De mogelijkheid samen het gesprek aan te gaan. Samen afspraken maken. Leren luisteren naar elkaar. Elkaar begrijpen. Waarderen…

Uitdagingen genoeg!

Maar wat maakt nu dat Jannes boos was op Amber?

In de klas verstoorde Amber de les. Ik sprak haar aan en toen begon ze mij uit te dagen. Andere leerlingen en de juffrouw probeerden mij te helpen waardoor ik het uitdagen kon negeren.

In de pauze ging Amber ineens voetballen. Zij voetbalt nooit mee! Ik voelde dat ze mij moest hebben, maar ik kon haar natuurlijk niet verbieden om mee te doen…

Toen ik tijdens het spel een stap naar achteren deed stond ik op haar tenen. Ze had slippers aan, dus ik begrijp dat het niet fijn is dat ik erop stond. Ze begon te schelden. Ik negeerde het nog.

Kyan begon zich er ook mee te bemoeien en wilde mij duwen. Ik draaide me wat om, was boos en schopte gefrustreerd wat tegen takjes en blaadjes richting hen. Ze bleven doorgaan. Toen ik tegen ze wilde zeggen dat ze moesten stoppen met schelden legden de leerkrachten mij op de grond.

In zijn hoofd is het zo helder. Zijn omgeving interpreteerde het anders. Jannes’ waarheid tegen die van zijn veel grotere omgeving. Geen verbinding. Geen begrip.

In het proberen los te komen raakte Jannes de geblesseerde knie van één van de leerkrachten.
Een trap terug volgde.
Zo, nu weet je ook eens wat ik voel,” was het statement richting Jannes!?
Enige constructieve oplossing bleek verre van dichtbij.
Was het de macht over de controle? Of was dit hoe onmacht haar weg vond?

Jannes leek zijn eigen controle volledig kwijt te zijn. Was het zijn frustratie? Boosheid? Zijn roep om veiligheid? Onbegrip? Een deur en een kliko moesten het ontgelden.

Als ik hier een dag later met hem over in gesprek ben, verandert zijn ontspannen gezicht in een onzekere gespannenheid. In alle rust laat ik hem verder vertellen. Soms alleen een ontvangstbevestiging. Soms een korte verduidelijkingsvraag. Full focus luisteren! De details helder krijgen! Op zoek naar de aanleiding. De start naar de verbinding en bouwen van de brug.

Ik was boos en had het gevoel dat ik wéér de schuld kreeg, sloeg en schopte wat om me heen. Dat had ik niet moeten doen. Ik raakte zijn zere knie. Ik snap ergens wel dat hij mij trapte, ik had rustig moeten meelopen. Maar de opmerking “zo, nu weet je ook eens wat ik voel” snap ik niet. Zoiets zeg je toch niet tegen een leerling?

Zo onzeker als dat Jannes is, getekend door zijn biografisch verleden, geeft hij toch een heldere en scherpe analyse! Wat een kracht in zijn kwetsbaarheid. Zo jammer dat hij het zelf nog niet kan zien. Maar fantastisch dat hij het mij wel al laat zien. Aan mij de taak om het hem te laten zien.

De stem van de leerling is voor mij de basis, of de feitelijke waarheid nu wel of niet klopt. Niet alleen woorden spreken verlangens uit. Het zijn de details waarin de wens verborgen ligt. Aan mij om het pad naar deze soms diep weggestopte behoefte te vinden. Vertrouwen, mijn oor en vragen als gereedschap. Ruimte en veiligheid zullen voelbaar worden.

Jannes mag oefenen, leren en toetsen. Hij leert reflecteren, open te staan voor en met anderen de relatie aan te gaan. Zichzelf kwetsbaar opstellen. Ik mag hem spiegelen, hem teruggeven wat hij mij geeft. De leraar in zichzelf ontwaken!

 

Van binnenband naar relatie!

Van binnenband naar relatie!

band1Vlak voor de pauze spraken twee leerlingen mij aan. “Meneer, mogen wij in de pauze even met u praten?” Natuurlijk! Er moet altijd ruimte zijn om met leerlingen te praten. De bel ging, leerlingen liepen het lokaal uit naar buiten en alleen deze twee leerlingen bleven zitten. Doorgaans waren zij niet zo rustig als nu. Hadden ze een conflict met elkaar? Ik pakte mijn kladblok om aantekeningen te maken, schoof een stoel tussen hen in en ging zitten. “Wij willen u iets geven!” ‘Flabbergasted’ schudde ik wat mijn hoofd. Mij wat geven? Ik was verrast en benieuwd…

“Wij willen u graag iedere week een stukje binnenband geven omdat wij graag met u een band willen opbouwen! Aan het einde van het jaar plakken we dan alle stukken aan elkaar zodat de band rond is.” Het raakte me, te meer omdat ik pas een aantal weken in deze groep gestart was. Een bijzonder en een groots gebaar dat me zei dat de weg die we met elkaar waren ingeslagen de juiste was. Deze leerlingen hadden haarfijn door waar het om gaat: verbinding en het aangaan van relaties!

Aan het einde van het schooljaar, op de allerlaatste dag voor de zomervakantie, was het dan zover. De samen gespaarde stukken band zouden we met z’n drieën gaan plakken. De ducktape lag ’s ochtends al klaar. Een bijzonder en emotioneel moment. We wisten alle drie dat als de band geplakt zou zijn het moment van afscheid en loslaten daar was…een nieuw hoofdstuk, een nieuw begin. Twee leerlingen die zich hebben kunnen, willen en bovenal durven ontwikkelen!! Als leerkracht en mens was het fantastisch om hun groei te mogen zien en begeleiden. Een eer! Iedere dag van stapje naar stap. Eerst voorzichtig, aftasten, zoeken van veiligheid, vinden, het groeien van vertrouwen en ja, jullie mochten ontwikkelen en deden dat vooral door jezelf te zijn! Ik hoop (en heb veel vertrouwen) dat jullie blijven stappen, op weg naar jullie droom!

Bedankt, helden!

Children Full of Life

Children Full of Life

Als kind jezelf kunnen en mogen zijn. Met prachtig voorbeeld van inclusief denken en handelen krijgen je een kijkje in de klas van Mr. Toshiro Kanamori. Volledig los van het systeem werkt hij aan zijn ‘eigen’ doel: leerlingen laten bouwen aan hun eigen autonomie en geluk!

Vanuit empathie bouwen aan veiligheid, middels ‘Notebook Letters’ kinderen eigen gevoelens leren beschrijven en vanuit eigen initiatief met elkaar delen. “Good teachers connect theorie with life”, “teach less, learn more”: over jezelf, je omgeving, de wereld en het leven…

Een #mustsee voor leerkrachten/docenten/tutoren/leermeesters/levenskunstenaars!!

Marcel van Herpen werd geïnspireerd en zocht Mr. Toshiro Kanamori op!
Lees: “Als één iemand niet gelukkig is, is niemand gelukkig

Een echt mens!

‘Een echt mens’ is de titel van een prachtig, maar ook confronterende autobiografie van Gunilla Gerland.

Gerland is een hoog functionerende vrouw met autisme die op een verrassende wijze haar levensverhaal beschrijft, tot kort nadat bij haar autisme werd gediagnostiseerd. Tot in de detail nam ze mij mee in haar zoektocht, werd ik heen en weer geslingerd in haar gedachten en heeft ze mij laten ervaren – en zelfs (door)voelen – hoe haar leven met autisme stuit op blokkades, onmacht, onbegrip, disbalans, frustraties en negatieve gevoelens. Het is een levensverhaal van een waar gevecht tegen en voor haar centrale wie-ben-ik-vraag en zoektocht naar een leefbaar en kwalitatief leven.

Het boek zette mij aan tot overdenken en maakte mij duidelijk dat autisme een eigen manier van communiceren behoeft. Een wijze van communicatie waarbij het mij duidelijk maakte dat ik vaak te snel, te individueel en te materialistisch denk. En vaak niet de tijd neem om te luisteren.

Autisme zegt: “Stop en sta stil.”
Autisme zegt: “Luister naar me, ik heb een vraag.”
Autisme zegt: “Kijk verder dan mijn gedrag en zie/voel wat ik eigenlijk wil zeggen.”
Autisme zegt: “Waardeer mij om wie ik ben en ondersteun waar nodig.”

Autisme is een andere manier van communiceren én leven! Daarom is dit boek een ‘must read’ voor eigenlijk iedereen, maar vooral voor diegene die in hun gezin te maken hebben met of werken met mensen met autisme.

Het boek heeft bijgedragen en was een aanzet om verder te kijken dan enkel gedrag. Al snel wordt in het boek duidelijk dat het verplaatsen in een persoon met autisme ontzettend moeilijk is, zeker als ik niet de rust en moeite neem om de ander (met autisme) te begrijpen. Autisme leren begrijpen begint voor mij bij het (verder) kijken en luisteren dan enkel de signalen die worden afgegeven. Voorbij ‘de functie’ kijken met je hart. Daarom is dit boek voor mij een zuivere spiegel en maakte mij pijnlijk duidelijk hoe makkelijk ik mensen uitsluit en in hokjes plaats. En, dat die hokjes regelmatig de verkeerde zijn!

Mijn gedrag en innerlijke houding als neurotypische (iemand zonder gediagnostiseerd te zijn), samen met de context (plek/situatie) en sensorische waarnemingen die worden waargenomen, bepalen voor een groot deel hoe de ander functioneert. Het vraagt afstemmen en aanpassing. Creatief denken. En dat niet automatisch of direct van de ander! Maar van mijzelf. Ik was mij hier te weinig van bewust.

Wellicht dat we als maatschappij ons ook te vaak focussen op de verschillen. Laten we daarom de overeenkomsten opzoeken en doen wat we zelf ook prettig vinden: vol geduld en respect luisteren wat mensen met autisme ons te vertellen hebben. Een mooie wereld te verwonderen en verkennen.

Mijn volledige beschouwing (pdf)

Ik ook.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ‘Yo, También’ een zeer verrassende en integrerende film is! De film is erg sterk en zet aan tot denken, zowel voor het maatschappelijk debat als wel voor mijn eigen reflectie. Duidelijk wordt hoe snel je eigenlijk mensen met wat voor handicap dan ook uitsluit. Hoe invullingen en invoelen ik zelf eigenlijk vaak laat leiden, in plaats van mezelf te verwonderen en open te staan voor de ander. Angst regeert dan.

De film zet heel duidelijk de volgende vragen centraal:
wat is normaal,
wie is normaal,
wanneer ben je normaal,
waarom kijken we zo anders naar mensen met een handicap,
waarom behandelen we mensen met een handicap alsof het kinderen zijn en
hoe treurig is het als je een handicap hebt en anders behandeld wordt?

Of wel mijn existentiele vraag aan mezelf: kies ik de ander te benaderen vanuit liefde, of vanuit angst?

We vullen veel te veel en veel te snel zaken voor kinderen en volwassenen met verstandelijke beperking in. Daar waar relatie, competentie en gevoel van autonomie de overeenkomst is tussen mij en ieder ander. We zijn mensen, samen en dat is wat ons bindt. Laten we (lees: we is mijn note to self) verder kijken dan gedrag en uiterlijk. Ook in het dagelijks leven vinden we mensen mooi of lelijk, maar dat wil niet zeggen dat wat ze te vertellen hebben ook mooi of lelijk is. Laten we goed kijken en luisteren, voor we (veel te snel) een mening/voor(/ver-)oordeel(ing) vormen!

Ik ook! Must see!

Scholen voor lastige kinderen puilen uit, maar waarom?

Met een discutabele titel ‘Scholen voor lastige kinderen puilen uit’ schreef het AD (16/10/10) dat: “scholen voor kinderen met ernstige gedrags- of psychiatrische problemen zitten overvol. In klassen zitten meer kinderen dan de landelijke norm toestaat en in zeker twee provincies zitten leerlingen thuis wegens ruimtegebrek op de zogeheten cluster 4-scholen.

En de reden?
De reden van de toestroom is onduidelijk…
Huh, is dat zo?

Het kan namelijk ook goed gaan, lees hier.

In dit stuk staat echter niet veel meer dan dat ‘we’ eigenlijk al weten, buiten de bijbelse kreten en behoeften!?

Als leerlingen met autisme het binnen het regulier onderwijs wel degelijk kunnen redden, wat doen scholen/leerkrachten dan niet goed? Of anders gezegd, wat kan beter en wat is daar voor nodig? Ik begrijp – werkend op zo’n school voor ‘lastige kinderen’ – dat het een complex geheel is. Echter: zoveel wetenschappelijk onderzoek, zoveel werkgroepen, zoveel geld dat naar scholen gaat (onderwijsuitgaven zijn verdubbeld!?) en het dan nog niet weten?

Misschien zitten klassen overvol, waardoor veiligheid, duidelijkheid & structuur niet geboden kan worden. Ook inclusief (voorbij ‘passend’) onderwijs is (nog) niet mogelijk, daar waar het ‘probleem’ juist om een andere manier van denken vraagt. Omdenken. Passend onderwijs past het onderwijs aan op de behoefte van het kind. De visie van inclusief onderwijs gaat over hoe een leerling met extra onderwijs/zorgbehoeften ingesloten kan worden, binnen welke onderwijssetting dan ook, en het liefst zo dicht mogelijk bij de leefwereld van een kind.

Vergeet ook niet dat taken van de leraar zich opstapelen. Dat een leraar daar ook zelf invloed op heeft moge duidelijk zijn. Mijn taken als leraar VSO: alle vakken geven op VMBO-niveau, dus lessen voorbereiden, oudercontacten, contacten met externe betrokkenen, vergaderingen, werkgroepen, handelingsplannen/groepsplannen (her)schrijven en ga zo maar door. De leraar heeft dus niet de tijd om zijn/haar eigen attitude/houding aan te passen op dat wat het kind werkelijk nodig heeft! Of toch wel?

En wat is er eerst, het kip of het ei? Maar verwachtingen/werkwijze/aanpak van werkvloer en het management van de school matcht binnen mijn organisatie niet. Vanuit het medisch model denken wordt vertrokken en kent hierdoor een duidelijke splitsing in mindset. Recentelijk zijn er nog onderzoeken geweest over intimidatie van schoolbesturen (bron: Beter Onderwijs Nederland) & heeft de SP een onderzoek gedaan waaruit duidelijk werd hoe perfectionistisch/onzeker leerkrachten zijn.

Ow, en laten we de aankomende mogelijke bezuinigingen niet vergeten.