Blog : inclusie

Zouden er speciale scholen bestaan als de DSM niet had bestaan?

Het was psychiater Jim van Os – in 2008 door zijn collega’s benoemd tot toppsychiater – die mij positief triggerde in een uitzending van Een Vandaag afgelopen mei. Hij sprak zijn teleurstelling uit over de nieuwste uitgave van de DSMDe eerste versie – in 1952 – maakte slechts melding van een aantal diagnoses. Deze laatste versie is dikker dan ooit. Wat zegt dat over onze maatschappij en ons mensbeeld? En wat betekent dat voor onze ‘kijk’ op onderwijs?

Het systeem is een boek geworden, van ziektelabels die komen en gaan. En dat is geen goed systeem om psychische aandoeningen te beschrijven.

Hij breekt (voor mij) hiermee een lans voor het sociaal- en burgerschapsmodel en lijkt het ‘medisch model denken’ achter zich te laten. Zijn uitspraak aan het einde van de uitzending doet dit sterk vermoeden: “Je wordt pas beter van een psychische aandoening als je er zelf actief mee aan de slag gaat en je eigen kracht weer gaat zoeken, dat is het model waar we naartoe moeten”

Ooit was het Ros Blackburn die vertelde over haar jeugd, opvoeding en moeder, die op haar beurt de woorden sprak: “Never make autism an excuse but overcome problems en difficulties caused by it.

Het overwinnen van moeilijkheden start bij jezelf, je ‘eigen kracht’ zoals Van Os het noemt, je talenten en mogelijkheden, het vinden ervan en de belangrijke rol die ook de omgeving daarbij speelt.

Over de rol van de omgeving vertelt Jan Verhaegh in dezelfde uitzending heel kort iets vanuit zijn biografisch verleden. Over hoe er naar hem werd gekeken, het belang van zijn vrouw, over de hulp die hij nu heeft en de onzekerheid waarin hij wordt achtergelaten.

Ik neem aan dat niemand zich als ‘een nummertje’ wil voelen. Hij raakt de kern met zijn opmerking… Het gaat om de mens als geheel!

Het probleem is dat als je normaal intelligent bent, of als je universiteit gedaan hebt of gepromoveerd bent, dat het voor mensen in de beeldvorming heel erg moeilijk is om te zien en te begrijpen dat je tegelijkertijd ook gehandicapt bent.

‘Beeldvorming’ en ‘begrip’ zijn voor mij de meest essentiële woorden in de uitspraak van Verhaegh. Als je vasthoudt aan je eigen beeldvorming kan er ook geen begrip ontstaan. Luisteren om te begrijpen is van belang. Naast luisteren zal je ook eerst zelf goed in de spiegel dienen te kijken om te weten te komen wie je zelf werkelijk bent. Met alles wat daarbij hoort; welbevinden, waarden, hoe alles voor jezelf ‘werkt’, kwetsbaar durven opstellen en ga maar door. Pas dan kan je jezelf echt verhouden tot de ander en perspectief nemen.

Psychiater/filosoof Alan Raltson (1967) beziet het ontstaan van de DSM (1952) als een spiegel van ontwikkeling in de maatschappij: Het is gewoon een reflectie van wat ‘wij’ vinden, wat tot het territorium hoort van de psychiatrie.

Maar als je de eerste DSM’s zo kan zien, kun je de huidige versie dan ook zo zien? Heeft Jim van Os gelijk over het ‘komen en gaan’? En als het een spiegel is, zien we dan allemaal wel hetzelfde? Praten we er niet veel te veel over in plaats van dat er echte duurzame acties ontstaan? Als zelfs de paus over het onderwerp ‘homohuwelijk’ durft te spreken – homoseksualiteit dat ooit in de DSM stond – wat voor ontwikkeling maken we dan door? Is de DSM een wereldwijd consent voor hulpverleners? Willen we met z’n allen een ‘passief medisch model’ zoals Van Os vertelt? Of blijkt de DSM alleen een sleutel voor zorgverzekeraars te zijn? Vaart de DSM op de economie? Of houdt de economie het systeem juist in stand?

Ik blijf me afvragen hoe het ooit begonnen is. Was het niet zo dat de American Psychiatric Association in 1844 zich juist inzette voor de ware belangen van de cliënt? Waren er toen niet een aantal mensen in het genootschap dat regelmatig bijeenkwam? Hoe is dat nu? Hoeveel psychiaters zijn er wel niet? Is het dan nog mogelijk of goed en individueel af te stemmen op de individuele persoon?

Schaalvergroting heeft zichzelf niet echt een dienst verleend, dat is op meerdere en andere vlakken aangetoond. Aan de andere kant ben ik ook maar een leerkracht en geen psychiater, dus kan (en misschien mag) ik eigenlijk niets over deze materie zeggen.

Toch blijft het me pakken, omdat het wel degelijk invloed heeft op mijn leven, op mijn samenleven. Maar ook mijn werk, zouden er speciale scholen bestaan als de DSM niet had bestaan? Hoe zouden we mensen die in onze ogen ‘anders’ zijn behandelen?

Een overdenking voor morgen…

Misschien vandaag al, we leven tenslotte in De Samenlevende Maatschappij!

Van binnenband naar relatie!

Van binnenband naar relatie!

band1Vlak voor de pauze spraken twee leerlingen mij aan. “Meneer, mogen wij in de pauze even met u praten?” Natuurlijk! Er moet altijd ruimte zijn om met leerlingen te praten. De bel ging, leerlingen liepen het lokaal uit naar buiten en alleen deze twee leerlingen bleven zitten. Doorgaans waren zij niet zo rustig als nu. Hadden ze een conflict met elkaar? Ik pakte mijn kladblok om aantekeningen te maken, schoof een stoel tussen hen in en ging zitten. “Wij willen u iets geven!” ‘Flabbergasted’ schudde ik wat mijn hoofd. Mij wat geven? Ik was verrast en benieuwd…

“Wij willen u graag iedere week een stukje binnenband geven omdat wij graag met u een band willen opbouwen! Aan het einde van het jaar plakken we dan alle stukken aan elkaar zodat de band rond is.” Het raakte me, te meer omdat ik pas een aantal weken in deze groep gestart was. Een bijzonder en een groots gebaar dat me zei dat de weg die we met elkaar waren ingeslagen de juiste was. Deze leerlingen hadden haarfijn door waar het om gaat: verbinding en het aangaan van relaties!

Aan het einde van het schooljaar, op de allerlaatste dag voor de zomervakantie, was het dan zover. De samen gespaarde stukken band zouden we met z’n drieën gaan plakken. De ducktape lag ‘s ochtends al klaar. Een bijzonder en emotioneel moment. We wisten alle drie dat als de band geplakt zou zijn het moment van afscheid en loslaten daar was…een nieuw hoofdstuk, een nieuw begin. Twee leerlingen die zich hebben kunnen, willen en bovenal durven ontwikkelen!! Als leerkracht en mens was het fantastisch om hun groei te mogen zien en begeleiden. Een eer! Iedere dag van stapje naar stap. Eerst voorzichtig, aftasten, zoeken van veiligheid, vinden, het groeien van vertrouwen en ja, jullie mochten ontwikkelen en deden dat vooral door jezelf te zijn! Ik hoop (en heb veel vertrouwen) dat jullie blijven stappen, op weg naar jullie droom!

Bedankt, helden!

Gebroken eieren, geslachte kippen!

Zaterdag 12 november 2011 en de Volkskrant bericht “Ouders geven adjunct aan”. Onder de noemer ‘er moet eerst wat gebeuren voor we wakker worden’ lijkt het me tijd worden om eens echt met elkaar in discussie te gaan over wat de kern is n.a.v. wat er gebeurd is.

Het lijkt me goed om een uiteenzetting te maken van alle variabelen/thema’s alvorens we maar met z’n allen gaan roepen, er iets van vinden en een mening gaan vormen. Ik denk dat er te snel naar het ‘gevolg’ gekeken wordt, terwijl het kijken naar de oorzaak en/of de aanleiding mijn inziens prioriteit heeft. Het meest constructief ook.

Want dáár zitten de lessen voor de toekomst!

Lees verder

Children Full of Life

Children Full of Life

Als kind jezelf kunnen en mogen zijn. Met prachtig voorbeeld van inclusief denken en handelen krijgen je een kijkje in de klas van Mr. Toshiro Kanamori. Volledig los van het systeem werkt hij aan zijn ‘eigen’ doel: leerlingen laten bouwen aan hun eigen autonomie en geluk!

Vanuit empathie bouwen aan veiligheid, middels ‘Notebook Letters’ kinderen eigen gevoelens leren beschrijven en vanuit eigen initiatief met elkaar delen. “Good teachers connect theorie with life”, “teach less, learn more”: over jezelf, je omgeving, de wereld en het leven…

Een #mustsee voor leerkrachten/docenten/tutoren/leermeesters/levenskunstenaars!!

Marcel van Herpen werd geïnspireerd en zocht Mr. Toshiro Kanamori op!
Lees: “Als één iemand niet gelukkig is, is niemand gelukkig

Een echt mens!

‘Een echt mens’ is de titel van een prachtig, maar ook confronterende autobiografie van Gunilla Gerland.

Gerland is een hoog functionerende vrouw met autisme die op een verrassende wijze haar levensverhaal beschrijft, tot kort nadat bij haar autisme werd gediagnostiseerd. Tot in de detail nam ze mij mee in haar zoektocht, werd ik heen en weer geslingerd in haar gedachten en heeft ze mij laten ervaren – en zelfs (door)voelen – hoe haar leven met autisme stuit op blokkades, onmacht, onbegrip, disbalans, frustraties en negatieve gevoelens. Het is een levensverhaal van een waar gevecht tegen en voor haar centrale wie-ben-ik-vraag en zoektocht naar een leefbaar en kwalitatief leven.

Het boek zette mij aan tot overdenken en maakte mij duidelijk dat autisme een eigen manier van communiceren behoeft. Een wijze van communicatie waarbij het mij duidelijk maakte dat ik vaak te snel, te individueel en te materialistisch denk. En vaak niet de tijd neem om te luisteren.

Autisme zegt: “Stop en sta stil.”
Autisme zegt: “Luister naar me, ik heb een vraag.”
Autisme zegt: “Kijk verder dan mijn gedrag en zie/voel wat ik eigenlijk wil zeggen.”
Autisme zegt: “Waardeer mij om wie ik ben en ondersteun waar nodig.”

Autisme is een andere manier van communiceren én leven! Daarom is dit boek een ‘must read’ voor eigenlijk iedereen, maar vooral voor diegene die in hun gezin te maken hebben met of werken met mensen met autisme.

Het boek heeft bijgedragen en was een aanzet om verder te kijken dan enkel gedrag. Al snel wordt in het boek duidelijk dat het verplaatsen in een persoon met autisme ontzettend moeilijk is, zeker als ik niet de rust en moeite neem om de ander (met autisme) te begrijpen. Autisme leren begrijpen begint voor mij bij het (verder) kijken en luisteren dan enkel de signalen die worden afgegeven. Voorbij ‘de functie’ kijken met je hart. Daarom is dit boek voor mij een zuivere spiegel en maakte mij pijnlijk duidelijk hoe makkelijk ik mensen uitsluit en in hokjes plaats. En, dat die hokjes regelmatig de verkeerde zijn!

Mijn gedrag en innerlijke houding als neurotypische (iemand zonder gediagnostiseerd te zijn), samen met de context (plek/situatie) en sensorische waarnemingen die worden waargenomen, bepalen voor een groot deel hoe de ander functioneert. Het vraagt afstemmen en aanpassing. Creatief denken. En dat niet automatisch of direct van de ander! Maar van mijzelf. Ik was mij hier te weinig van bewust.

Wellicht dat we als maatschappij ons ook te vaak focussen op de verschillen. Laten we daarom de overeenkomsten opzoeken en doen wat we zelf ook prettig vinden: vol geduld en respect luisteren wat mensen met autisme ons te vertellen hebben. Een mooie wereld te verwonderen en verkennen.

Mijn volledige beschouwing (pdf)

Ik ook.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ‘Yo, También’ een zeer verrassende en integrerende film is! De film is erg sterk en zet aan tot denken, zowel voor het maatschappelijk debat als wel voor mijn eigen reflectie. Duidelijk wordt hoe snel je eigenlijk mensen met wat voor handicap dan ook uitsluit. Hoe invullingen en invoelen ik zelf eigenlijk vaak laat leiden, in plaats van mezelf te verwonderen en open te staan voor de ander. Angst regeert dan.

De film zet heel duidelijk de volgende vragen centraal:
wat is normaal,
wie is normaal,
wanneer ben je normaal,
waarom kijken we zo anders naar mensen met een handicap,
waarom behandelen we mensen met een handicap alsof het kinderen zijn en
hoe treurig is het als je een handicap hebt en anders behandeld wordt?

Of wel mijn existentiele vraag aan mezelf: kies ik de ander te benaderen vanuit liefde, of vanuit angst?

We vullen veel te veel en veel te snel zaken voor kinderen en volwassenen met verstandelijke beperking in. Daar waar relatie, competentie en gevoel van autonomie de overeenkomst is tussen mij en ieder ander. We zijn mensen, samen en dat is wat ons bindt. Laten we (lees: we is mijn note to self) verder kijken dan gedrag en uiterlijk. Ook in het dagelijks leven vinden we mensen mooi of lelijk, maar dat wil niet zeggen dat wat ze te vertellen hebben ook mooi of lelijk is. Laten we goed kijken en luisteren, voor we (veel te snel) een mening/voor(/ver-)oordeel(ing) vormen!

Ik ook! Must see!

Scholen voor lastige kinderen puilen uit, maar waarom?

Met een discutabele titel ‘Scholen voor lastige kinderen puilen uit’ schreef het AD (16/10/10) dat: “scholen voor kinderen met ernstige gedrags- of psychiatrische problemen zitten overvol. In klassen zitten meer kinderen dan de landelijke norm toestaat en in zeker twee provincies zitten leerlingen thuis wegens ruimtegebrek op de zogeheten cluster 4-scholen.

En de reden?
De reden van de toestroom is onduidelijk…
Huh, is dat zo?

Het kan namelijk ook goed gaan, lees hier.

In dit stuk staat echter niet veel meer dan dat ‘we’ eigenlijk al weten, buiten de bijbelse kreten en behoeften!?

Als leerlingen met autisme het binnen het regulier onderwijs wel degelijk kunnen redden, wat doen scholen/leerkrachten dan niet goed? Of anders gezegd, wat kan beter en wat is daar voor nodig? Ik begrijp – werkend op zo’n school voor ‘lastige kinderen’ – dat het een complex geheel is. Echter: zoveel wetenschappelijk onderzoek, zoveel werkgroepen, zoveel geld dat naar scholen gaat (onderwijsuitgaven zijn verdubbeld!?) en het dan nog niet weten?

Misschien zitten klassen overvol, waardoor veiligheid, duidelijkheid & structuur niet geboden kan worden. Ook inclusief (voorbij ‘passend’) onderwijs is (nog) niet mogelijk, daar waar het ‘probleem’ juist om een andere manier van denken vraagt. Omdenken. Passend onderwijs past het onderwijs aan op de behoefte van het kind. De visie van inclusief onderwijs gaat over hoe een leerling met extra onderwijs/zorgbehoeften ingesloten kan worden, binnen welke onderwijssetting dan ook, en het liefst zo dicht mogelijk bij de leefwereld van een kind.

Vergeet ook niet dat taken van de leraar zich opstapelen. Dat een leraar daar ook zelf invloed op heeft moge duidelijk zijn. Mijn taken als leraar VSO: alle vakken geven op VMBO-niveau, dus lessen voorbereiden, oudercontacten, contacten met externe betrokkenen, vergaderingen, werkgroepen, handelingsplannen/groepsplannen (her)schrijven en ga zo maar door. De leraar heeft dus niet de tijd om zijn/haar eigen attitude/houding aan te passen op dat wat het kind werkelijk nodig heeft! Of toch wel?

En wat is er eerst, het kip of het ei? Maar verwachtingen/werkwijze/aanpak van werkvloer en het management van de school matcht binnen mijn organisatie niet. Vanuit het medisch model denken wordt vertrokken en kent hierdoor een duidelijke splitsing in mindset. Recentelijk zijn er nog onderzoeken geweest over intimidatie van schoolbesturen (bron: Beter Onderwijs Nederland) & heeft de SP een onderzoek gedaan waaruit duidelijk werd hoe perfectionistisch/onzeker leerkrachten zijn.

Ow, en laten we de aankomende mogelijke bezuinigingen niet vergeten.