Blog : intentie

Perceptie op straf

Perceptie op straf

Mijn vouwfiets zet ik op slot in de personeelsstalling en ik loop in de richting van de zijingang van de school. Wanneer je de deur opent kom je in een lange, smalle hal die aan weerszijden vol staat met kluisjes. Deze ingang grenst ook aan lokaal 000. Zo’n vet nummer! Vind ik. Lokaal nul. Niet zomaar één nul, nee drie. Op een rij.

Als ik de school binnenstap en de hal betreed zie ik rechts in mijn ooghoek een leerling zitten. In een split second maak ik in gedachten een shift naar dat wat ik eerder meemaakte. Pijn van op de scholen waar ik ooit werkte. Terug naar het verleden en herbeleven. Herbeleven van alle -negatieve- situaties waarop een leerling uiteindelijk op de gang belandde. Naar de gang werd gesleept.

Lees verder

Wie de broek past

Wie de broek past

Het regent. Naar buiten gaan zit er deze ochtend voor de kinderen niet in. Er is zelfs al rekening mee gehouden. In de speelzaal is een soort apenkooiopstelling klaargezet. Maar voordat ze gaan spelen wordt de bak met gymschoenen door een kind opgehaald. Als iedereen in de kring zit worden ze uitgedeeld. Tegelijkertijd met het uitdelen wordt verteld dat de trui en broek uitgedaan moeten worden.

Moeten.
Ja.

Lees verder

Beschikbaar (en) op papier

Beschikbaar (en) op papier

Beschikbaar kun je altijd zijn. Het is een ‘keuze’. Voorbij het ‘mythische’ mindset een vorm van zijn. Ja, het kost wat energie. En ja, het is belangrijk je eigen grenzen hierin te bewaken. Maar het kan. Echt! En tijd, ruimte en lesprogramma’s zijn slechts excuses die je vasthouden in je eigen mentale gevangenis…

Waarom zo’n stellig statement?
Omdat ik denk dat beschikbaarheid de kern van tact is!

Het was Teun die mij met zijn concrete ervaring er van bewust maakte dat het gevoel van beschikbaarheid al zo dichtbij te vinden is. Hij deelde één van zijn ervaringen met mij. Deze ervaring raakte mij. Diep. Hij voelde zich niet gehoord. Herkenbaar. Vroeger, maar zelfs ook tegenwoordig nog wel…

“Meneer, mag ik een privégesprek op de gang met u?”

Lees verder

Gewóón praten

Gewóón praten

Voor mij is er ogenschijnlijk niets aan de hand. Sterker, de les liep eigenlijk heel goed: een strakke, sterke instructie, inoefening en ruimte om zelf te oefenen. Ja, ergens merk ik wel wat spanning. ‘Het niet helemaal in je hum zijn’, zoals ik dat vroeger altijd hoorde. Wanneer ik met een verkeerd been uit bed stapte. Net iets te weinig of juist te vast geslapen had. Zo’n dag loopt dan altijd net even iets anders. Dan verwacht. Uit alle macht probeerde ik me dan aan routines vast te houden. Maar steeds het gevoel dat ik net een stap te laat was. Alsof de klok mij op de hielen zat. Niet de ruimte om mezelf te resetten.

Lees verder

Luisteren naar de intentie

Luisteren naar de intentie

De telefoon gaat. Of ik nog wiskunde kom geven. Bij haar in de groep. Dat was wel de bedoeling, dus snel breng ik mijn leerlingen naar hun praktijkles. En door. Dat maakt het zo leuk om op deze school les te geven. Maakt het flexibel, los van dat leerlingen in het speciaal onderwijs overigens nooit saai zijn. Zij houden mij scherp. Noem het ‘houden mij in het moment’.

Wanneer ik haar klaslokaal binnen loop zijn de meeste al druk bezig. Het ziet er gemotiveerd uit. Ik voel direct de fijne sfeer in de groep. Met een relaxte houding loop ik snel langs alle leerlingen. Niet om de tijd in te halen, maar om juist te genieten van dit moment. Ik geef ze een hand, deel een groet, kijk ze in hun ogen aan en direct even een blik op waar ze mee bezig zijn. Mijn soort van nulmeting. Direct vanaf mijn start. Een routine is het geworden, de ander zien, voelen en weten waar ze zijn in hun proces. Vanuit die eerste handdruk ontstaat alles.

Lees verder

Zouden er speciale scholen bestaan als de DSM niet had bestaan?

Het was psychiater Jim van Os – in 2008 door zijn collega’s benoemd tot toppsychiater – die mij positief triggerde in een uitzending van Een Vandaag afgelopen mei. Hij sprak zijn teleurstelling uit over de nieuwste uitgave van de DSMDe eerste versie – in 1952 – maakte slechts melding van een aantal diagnoses. Deze laatste versie is dikker dan ooit. Wat zegt dat over onze maatschappij en ons mensbeeld? En wat betekent dat voor onze ‘kijk’ op onderwijs?

Het systeem is een boek geworden, van ziektelabels die komen en gaan. En dat is geen goed systeem om psychische aandoeningen te beschrijven.

Hij breekt (voor mij) hiermee een lans voor het sociaal- en burgerschapsmodel en lijkt het ‘medisch model denken’ achter zich te laten. Zijn uitspraak aan het einde van de uitzending doet dit sterk vermoeden: “Je wordt pas beter van een psychische aandoening als je er zelf actief mee aan de slag gaat en je eigen kracht weer gaat zoeken, dat is het model waar we naartoe moeten”

Ooit was het Ros Blackburn die vertelde over haar jeugd, opvoeding en moeder, die op haar beurt de woorden sprak: “Never make autism an excuse but overcome problems en difficulties caused by it.

Het overwinnen van moeilijkheden start bij jezelf, je ‘eigen kracht’ zoals Van Os het noemt, je talenten en mogelijkheden, het vinden ervan en de belangrijke rol die ook de omgeving daarbij speelt.

Over de rol van de omgeving vertelt Jan Verhaegh in dezelfde uitzending heel kort iets vanuit zijn biografisch verleden. Over hoe er naar hem werd gekeken, het belang van zijn vrouw, over de hulp die hij nu heeft en de onzekerheid waarin hij wordt achtergelaten.

Ik neem aan dat niemand zich als ‘een nummertje’ wil voelen. Hij raakt de kern met zijn opmerking… Het gaat om de mens als geheel!

Het probleem is dat als je normaal intelligent bent, of als je universiteit gedaan hebt of gepromoveerd bent, dat het voor mensen in de beeldvorming heel erg moeilijk is om te zien en te begrijpen dat je tegelijkertijd ook gehandicapt bent.

‘Beeldvorming’ en ‘begrip’ zijn voor mij de meest essentiële woorden in de uitspraak van Verhaegh. Als je vasthoudt aan je eigen beeldvorming kan er ook geen begrip ontstaan. Luisteren om te begrijpen is van belang. Naast luisteren zal je ook eerst zelf goed in de spiegel dienen te kijken om te weten te komen wie je zelf werkelijk bent. Met alles wat daarbij hoort; welbevinden, waarden, hoe alles voor jezelf ‘werkt’, kwetsbaar durven opstellen en ga maar door. Pas dan kan je jezelf echt verhouden tot de ander en perspectief nemen.

Psychiater/filosoof Alan Raltson (1967) beziet het ontstaan van de DSM (1952) als een spiegel van ontwikkeling in de maatschappij: Het is gewoon een reflectie van wat ‘wij’ vinden, wat tot het territorium hoort van de psychiatrie.

Maar als je de eerste DSM’s zo kan zien, kun je de huidige versie dan ook zo zien? Heeft Jim van Os gelijk over het ‘komen en gaan’? En als het een spiegel is, zien we dan allemaal wel hetzelfde? Praten we er niet veel te veel over in plaats van dat er echte duurzame acties ontstaan? Als zelfs de paus over het onderwerp ‘homohuwelijk’ durft te spreken – homoseksualiteit dat ooit in de DSM stond – wat voor ontwikkeling maken we dan door? Is de DSM een wereldwijd consent voor hulpverleners? Willen we met z’n allen een ‘passief medisch model’ zoals Van Os vertelt? Of blijkt de DSM alleen een sleutel voor zorgverzekeraars te zijn? Vaart de DSM op de economie? Of houdt de economie het systeem juist in stand?

Ik blijf me afvragen hoe het ooit begonnen is. Was het niet zo dat de American Psychiatric Association in 1844 zich juist inzette voor de ware belangen van de cliënt? Waren er toen niet een aantal mensen in het genootschap dat regelmatig bijeenkwam? Hoe is dat nu? Hoeveel psychiaters zijn er wel niet? Is het dan nog mogelijk of goed en individueel af te stemmen op de individuele persoon?

Schaalvergroting heeft zichzelf niet echt een dienst verleend, dat is op meerdere en andere vlakken aangetoond. Aan de andere kant ben ik ook maar een leerkracht en geen psychiater, dus kan (en misschien mag) ik eigenlijk niets over deze materie zeggen.

Toch blijft het me pakken, omdat het wel degelijk invloed heeft op mijn leven, op mijn samenleven. Maar ook mijn werk, zouden er speciale scholen bestaan als de DSM niet had bestaan? Hoe zouden we mensen die in onze ogen ‘anders’ zijn behandelen?

Een overdenking voor morgen…

Misschien vandaag al, we leven tenslotte in De Samenlevende Maatschappij!

Gebroken eieren, geslachte kippen!

Zaterdag 12 november 2011 en de Volkskrant bericht “Ouders geven adjunct aan”. Onder de noemer ‘er moet eerst wat gebeuren voor we wakker worden’ lijkt het me tijd worden om eens echt met elkaar in discussie te gaan over wat de kern is n.a.v. wat er gebeurd is.

Het lijkt me goed om een uiteenzetting te maken van alle variabelen/thema’s alvorens we maar met z’n allen gaan roepen, er iets van vinden en een mening gaan vormen. Ik denk dat er te snel naar het ‘gevolg’ gekeken wordt, terwijl het kijken naar de oorzaak en/of de aanleiding mijn inziens prioriteit heeft. Het meest constructief ook.

Want dáár zitten de lessen voor de toekomst!

Lees verder