Blog : introspectie

Als een kaartenhuis

Als een kaartenhuis

Tijdens het openingsspel werd hij een eerste keer aan de kant gezet. Hij deed ogenschijnlijk iets verkeerd. Met een blik van onbegrip droop hij af. De eerste keer was het trouwens niet. Dat wist hij. Even daarvoor, in de vroege ochtend, was hij eigenlijk al drie, vier maal op zijn plek gezet. De ander was er klaar mee, zo werd hem verteld. Een potlood werd uit zijn hand gegrist. En die grote hand zette zijn hoofd in beweging naar daar waar gekeken diende te worden. Het haalde hem zichtbaar uit de relatie met de ander. Sterker, zelfs met zichzelf. Onderuitgezakt gaf hij op. Geen zin de zin van zijn welbevinden te delen.

Lees verder

De roos fluistert

De roos fluistert

Zo’n ‘day after’. Gister een dag ziek. Thuis.
Vandaag gaf een leerling mij een roos. Opbloeien als metafoor.
Zij miste mij. Ik hen. Sterker, ik soms zelfs mezelf.
En dus korte break. Een nood.
Mijn baas vroeg of ik migraine had. Nou, mijn hoofd voelde niet goed, zover was zeker.

Lees verder

Jaarwoord 2017

Jaarwoord 2017

Een jaarwoord. Niet als voornemen, maar om ieder jaar een intentie neer te zetten! Het woord als olifantenpaadje. Het woord als richting in een wereld vol verwondering met alles dat zich aandient. Het woord als invoegstrook.

Na dOEN, SSTilte (ook op sociale media) en GISTen, dit jaar in 2017 het woord: FOCUS!

Het voelt als hét moment. Het moment om alle lijntjes die ooit ingezet zijn te gaan verbinden. Lijntjes van en voor de toekomst. Beginnetjes werden gemaakt, vaak voor morgen. Dat is wat het was.

Ik sta op de brug tussen toen en straks. Alles wat ik ooit deed wordt pas echt zinvol, voor mij althans, wanneer ik focus.

Lees verder

Nieuw is soms even wennen

Nieuw is soms even wennen

Het vijfde uur loop ik haar klas binnen. Ze is ziek. Als team hebben we vandaag een constructie bedacht. Een constructie om haar leerlingen ‘op te vangen’. Vaak betekent dit dat leerlingen worden verdeeld over andere klassen, maar vandaag kiezen we ervoor de groep en hun programma zoveel als mogelijk intact houden.

Nieuw ben ik voor hen. In de ochtend was ik het lokaal al binnengelopen. Om mijn aankondiging alvast ‘in de week’ te leggen. Het vijfde uur. Engels.

Lees verder

Zo. Alsjeblieft!

Zo. Alsjeblieft!

Met een plof zet de leerkracht zijn broodtrommel neer. Het zakje met wat appels, waar waarschijnlijk wat butsen in zitten, en zijn pakje drinken volgen met dezelfde kracht. “Zo, alsjeblieft! En ik hoop dat groep 7 geen last van je heeft!”

Het geluid van de klap waarmee de broodtrommel de tafel raakt is niet eens hetgeen mij van mijn beeldscherm doet opkijken. Het is de energie waarmee de leerkracht als een wervelstorm, het kind onder zijn oksel gegrepen, de gezamenlijke ruimte in komt. Ja, duidelijke taal. Zover is zeker. Alleen, welke pedagogische waarden er onder deze boodschap schuil gaan is mij een raadsel. Het ‘geen last van je hebben’ impliceert enkel onmacht dat als schuld en schaamte op het kind geprojecteerd wordt.

Wanneer de leerkracht de jongen de rug toekeert verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Zo’n glimlach waarmee het kind lijkt te willen zeggen: ‘zo, alsjeblieft. Nu heb ik het voor elkaar. Ik heb je waar ik je hebben wil. Waarom weet ik niet precies, maar samen in een ruimte zijn lijkt me op dit moment niet zo handig.’ Of was het een glimlach waarmee hij zijn verbazing bedekte?

Lees verder

Conventies

Conventies

Vorige week ben ik begonnen met een nieuwe opdracht. Ingevlogen voor een kind dat vraagt om een uitdaging. Wij als volwassenen zijn vaak geneigd om te praten over en kijken naar kinderen met probleemgedrag. Maar in feite is het gewoon een uitdaging voor ons om het kind te begrijpen. Het snappen van de manier waarop het zich verbindt met ons.

Wanneer ik de nadruk leg op gedrag, zal ik nooit begrijpen wie dit kind is. Dus wat zou er gebeuren als ik mijn focus zou verplaatsen van conventies, waarin we onszelf gegoten hebben, naar welke doelen het kind en ik samen zou kunnen bereiken? Het is mogelijk dat wanneer ik mezelf bewust ben van deze conventies en deze leer loslaten (of ont-leer) er de ruimte, nabijheid en beschikbaarheid ontstaat die nodig is om de verbinding te maken met de ander. Loslaten van denkpatronen om zuiver te communiceren. Groei en ontwikkeling is wat er overblijft. Dus als ik conventies en vooroordelen even links laat liggen, wat zie ik dan werkelijk? Potentie? Talenten? Dromen? Verlangens? Pijn?

Lees verder

Oncollegiaal

Oncollegiaal

Een jaar of wat geleden werd ik me bewust van de pieken in het onderwijs. Van die periodes waarin er ineens een groot beroep op mij werd gedaan. Wanneer ik de analyses van de toetsen af moet hebben, groepsplannen gereed en bijgewerkt en individuele handelingsplannen en kerndocumenten geschreven moeten zijn. Allerlei redenen werden aangegeven, van ‘oudergesprekken’ via ‘moet van de inspectie’ tot aan ‘je wordt betaald voor deze opdracht’.

Vooral dat laatste raakte mij en deed me beseffen dat ik wel in dienst ben van een organisatie, maar dat het om een wederzijds spel gaat. Want ja, ik word betaald voor mijn professie, voor mijn kennis en ervaring. Maar betaald worden wil niet direct zeggen dat de organisatie zomaar van alles van mij kan en mag verwachten.

Lees verder

Op nul beginnen

Op nul beginnen

Deze tijd, de herfst, is voor mij een speciale tijd. Bladeren vallen, net als inzichten en ervaringen. Een kleurrijke voedingsbodem ontstaat waardoor iets nieuws kan groeien. Vandaag, wanneer ik wakker word, daalt een inzicht: iedere dag een nieuwe, verse start maken is voor mij een uitdaging! Iedere dag op nul beginnen. Dat.

Ooit was er die collega, die mij niet het weekend in liet gaan. Eerder op die dag had er zich een voorval plaatsgevonden: Okke gooide een stoel door het lokaal, smeet de klasdeur open en rende weg. Hij werd opgevangen, gefixeerd en de bedreiging van Okke diende als inzet en ‘legitimering’ voor verwijdering van school.

Mijn collega zag aan mij dat ik het voorval niet kon loslaten en mee het weekend in zou nemen. Die mij-kunnen-ze-niets-maken-houding bleek voor hem iets te doorzichtig. 

Lees verder

Afstand nemen op voetbalzaterdag

Afstand nemen op voetbalzaterdag

De tweede wedstrijd van het seizoen. Nieuw voor ons beiden. Zelf nooit gevoetbald. Voor Feie nieuwe ervaringen. Het sporten in teamverband, het spel, de spelregels, de posities, bijbehorende taken en de taal: ‘door het midden’, ‘langs de lijn’ en ‘het veld breed houden’.

Vandaag een uitwedstrijd. In Gilze tegen het selectieteam, de F1. Zij, die net koud twee trainingen achter de rug hebben, tegen een team dat al zeker een seizoen geolied draait. Die machine blijkt al snel de ene na het andere doelpunt te scoren. Wat ik zie is een groep die vooral bezig is de bal te krijgen en te houden. Om vervolgens op de helft van de tegenstander pogen te scoren. Op een kleine kans na in de eerste helft zijn zij niet geslaagd in deze laatste opzet.

Die kleine kans komt voort uit het afpakken van de bal en een rush langs de linkerzijkant.

Lees verder

Over de grens van mijn comfortzone.

Over de grens van mijn comfortzone.

Na mijn middelbare school startte ik met de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Eigenlijk wist ik daarvoor nog helemaal niet wat ik wilde gaan doen in mijn werkende toekomst. Als een puber met lange haren en Metal-shirts, zoekend naar mezelf in de overgang naar adolescent, was werken nou niet echt iets dat me kon boeien. Men vond ‘iets met mensen’ wel bij me passen. Ik volgde maar wat anderen in mij dachten te zien…

Het was het beging van ’98, een jaar aan het einde van een vorige eeuw. Een nieuwe uitdaging diende zich aan. Alleen wist ik dat toen nog niet.

Een half jaar eerder startte het tweede jaar van de opleiding; een jaar lang stage. Stage op een ZML-school, onderwijs aan kinderen die Zeer Moeilijk tot Leren komen. Tegenwoordig vergelijkbaar met praktijkonderwijs, inclusief de ‘cluster 3’-leerlingen van nu. Eén dag in de twee weken naar school. Om te reflecteren, een nood om even los te komen van een intensief proces.

In mijn stageklas, die gevuld was met kinderen in de leeftijd van 8/9 jaar, deed ik mijn eerste ervaringen op met een groep kinderen die, afgezonderd van een reguliere context, anders leerden: meer individueel, grote verschillen in perspectieven en veel nadruk op sociale vaardigheden.

Net voor de kerstvakantie het bericht van het afhaken van een medestudent. Een klas waarin meervoudig gehandicapte kinderen begeleid werden. De uitdaging bleek te groot voor haar.

Met de mededeling dat ik vanaf januari tijdens de lunch zou gaan ondersteunen in deze klas, kon ik het doen. Het hakte erin! Kijk, ondersteunen bij kinderen met leermoeilijkheden, prima! Komt daar als uitdaging een ‘zeer moeilijk’-classificatie bij, ook goed. Maar kinderen verzorgen waarbij leren in mijn perceptie niet eens speelt, dat was niet wat ik voor ogen had met dat ‘iets met mensen’ van mijn omgeving!?

Een keus was er niet, de mededeling een piketpaal.

Mijn toenmalige stagebegeleider zag een volgende stap in mijn ontwikkeling. Een stap die ik zelf maar moeilijk kon zien. Harder botsen tegen de grenzen van mijn comfortzone, dat was wat ik nog nooit eerder zo had ervaren.

De twijfel sloeg toe!

Een twijfel die uiteindelijk meer over mijzelf ging, dan dat ik open stond om de nieuwe taak als uitdaging aan te gaan! Angst.

Ze was veertien jaar, zat in een rolstoel, blind en had een ontwikkelingsleeftijd van drie/vier maanden. Tijdens de lunch helpen met eten en daarna verschonen. Dat was ‘alles’. Als een berg zag ik op tegen starten!

Alles was nieuw: een klas binnenstappen waar alle leerlingen in alles ondersteuning nodig hadden, een ander helpen met eten (ik noemde het voeren), het vastgeplakte brood van haar gehemelte halen waardoor slikken werd vergemakkelijkt, haar helpen met drinken met een speciale beker waarvan ik het bestaan niet eens wist, communiceren op een niveau die totaal nieuw was (ik wist niet eens dat communicatie mogelijk was) en dan het ‘ergste’ van alles: een veertien jarige meid verschonen!? Help!

Een half jaar later baalde ik dat mijn stage erop zat! Niet in de laatste plaats omdat ik gehecht was geraakt aan een bijzonder mens. Ze kreeg in de loop van de eerste weken zelfs een naam: Renée! Natuurlijk had ze die al vanaf haar geboorte. Maar ik was vooral met mezelf bezig. De focus op de grote verschillen tussen haar en mezelf. Genderverschillen, op wat zij allemaal niet kon, wat ik onsmakelijk vond en dat het toch niet mijn roeping was een veertienjarige een schone luier om te doen!?

Na een aantal weken merkte ik dat Renée enthousiast werd als ik om twaalf uur de klas binnenkwam. Op haar manier was ze blij mij te ‘zien’. Ik kwam er achter dat ze mijn grappen – die ik nodig had mijn onzekerheid te verbergen en ervaringen te verwerken – kon waarderen wanneer ik bepaalde, unieke geluiden hoorde.

We kregen een band en ik had het niet eens door. Aftasten ging over in doen, de grote verschillen tussen ons vervaagde.

Tijdens het zo gehate verschonen kregen we de grootste lol. Alsof er ‘een knop’ omging verliepen de momenten ontspannen, lachten we samen ieder op onze eigen wijze en was het de intonatie en energie in mijn monologen waarop Renée reageerde.

comfortzone-quote2Wat ik in het begin vergat, was dat we beide mens zijn. Beide behoefte aan contact. Ieder op onze eigen manier, maar samen zo hetzelfde. Beide behoefte aan ondersteuning: zij in haar dagelijkse levensbehoeften, ik tijdens deze uitdaging. Beide jong in onze ontwikkeling, en samen willen leren.

De verbinding die ontstond draag ik nog dagelijks met me mee. Renée heeft bijgedragen in de persoon wie ik ben. Zij is voor mij de brug geweest in communicatie op een totaal andere ‘laag’: los van leeftijd, niveau en verwachtingen. Zo vol van eigen, in het moment en contact.

Zij heeft bijgedragen aan het waarderen en zien van details. Het samen onze eigen taal creëren om elkaar te ontmoeten en begrijpen. Verstaan door dichtbij elkaar te staan, daar over de grens van mijn comfortzone.