Blog : loslaten

Angst en de witte krijtrots

Angst en de witte krijtrots

Een weekend Engeland.
Samen.
Hevy Fest.

(Ja, zonder ‘a’… En dat in het land waar je anders geleerd zou hebben.)

Over met de boot.
Een nacht in Duinkerken.
In de nieuwe ochtend naar Dover.

Al weken denk ik aan het rijden in Engeland. Aan het links rijden. In Nederland de kant van de tegenligger. Nu is die tegenligger mijn denken: de angst voor het onbekende! En de vraag die mij regelmatig in bedwang houdt: ‘kan ik dat wel?’

Lees verder

Over de grens van mijn comfortzone.

Over de grens van mijn comfortzone.

Na mijn middelbare school startte ik met de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Eigenlijk wist ik daarvoor nog helemaal niet wat ik wilde gaan doen in mijn werkende toekomst. Als een puber met lange haren en Metal-shirts, zoekend naar mezelf in de overgang naar adolescent, was werken nou niet echt iets dat me kon boeien. Men vond ‘iets met mensen’ wel bij me passen. Ik volgde maar wat anderen in mij dachten te zien…

Het was het beging van ’98, een jaar aan het einde van een vorige eeuw. Een nieuwe uitdaging diende zich aan. Alleen wist ik dat toen nog niet.

Een half jaar eerder startte het tweede jaar van de opleiding; een jaar lang stage. Stage op een ZML-school, onderwijs aan kinderen die Zeer Moeilijk tot Leren komen. Tegenwoordig vergelijkbaar met praktijkonderwijs, inclusief de ‘cluster 3’-leerlingen van nu. Eén dag in de twee weken naar school. Om te reflecteren, een nood om even los te komen van een intensief proces.

In mijn stageklas, die gevuld was met kinderen in de leeftijd van 8/9 jaar, deed ik mijn eerste ervaringen op met een groep kinderen die, afgezonderd van een reguliere context, anders leerden: meer individueel, grote verschillen in perspectieven en veel nadruk op sociale vaardigheden.

Net voor de kerstvakantie het bericht van het afhaken van een medestudent. Een klas waarin meervoudig gehandicapte kinderen begeleid werden. De uitdaging bleek te groot voor haar.

Met de mededeling dat ik vanaf januari tijdens de lunch zou gaan ondersteunen in deze klas, kon ik het doen. Het hakte erin! Kijk, ondersteunen bij kinderen met leermoeilijkheden, prima! Komt daar als uitdaging een ‘zeer moeilijk’-classificatie bij, ook goed. Maar kinderen verzorgen waarbij leren in mijn perceptie niet eens speelt, dat was niet wat ik voor ogen had met dat ‘iets met mensen’ van mijn omgeving!?

Een keus was er niet, de mededeling een piketpaal.

Mijn toenmalige stagebegeleider zag een volgende stap in mijn ontwikkeling. Een stap die ik zelf maar moeilijk kon zien. Harder botsen tegen de grenzen van mijn comfortzone, dat was wat ik nog nooit eerder zo had ervaren.

De twijfel sloeg toe!

Een twijfel die uiteindelijk meer over mijzelf ging, dan dat ik open stond om de nieuwe taak als uitdaging aan te gaan! Angst.

Ze was veertien jaar, zat in een rolstoel, blind en had een ontwikkelingsleeftijd van drie/vier maanden. Tijdens de lunch helpen met eten en daarna verschonen. Dat was ‘alles’. Als een berg zag ik op tegen starten!

Alles was nieuw: een klas binnenstappen waar alle leerlingen in alles ondersteuning nodig hadden, een ander helpen met eten (ik noemde het voeren), het vastgeplakte brood van haar gehemelte halen waardoor slikken werd vergemakkelijkt, haar helpen met drinken met een speciale beker waarvan ik het bestaan niet eens wist, communiceren op een niveau die totaal nieuw was (ik wist niet eens dat communicatie mogelijk was) en dan het ‘ergste’ van alles: een veertien jarige meid verschonen!? Help!

Een half jaar later baalde ik dat mijn stage erop zat! Niet in de laatste plaats omdat ik gehecht was geraakt aan een bijzonder mens. Ze kreeg in de loop van de eerste weken zelfs een naam: Renée! Natuurlijk had ze die al vanaf haar geboorte. Maar ik was vooral met mezelf bezig. De focus op de grote verschillen tussen haar en mezelf. Genderverschillen, op wat zij allemaal niet kon, wat ik onsmakelijk vond en dat het toch niet mijn roeping was een veertienjarige een schone luier om te doen!?

Na een aantal weken merkte ik dat Renée enthousiast werd als ik om twaalf uur de klas binnenkwam. Op haar manier was ze blij mij te ‘zien’. Ik kwam er achter dat ze mijn grappen – die ik nodig had mijn onzekerheid te verbergen en ervaringen te verwerken – kon waarderen wanneer ik bepaalde, unieke geluiden hoorde.

We kregen een band en ik had het niet eens door. Aftasten ging over in doen, de grote verschillen tussen ons vervaagde.

Tijdens het zo gehate verschonen kregen we de grootste lol. Alsof er ‘een knop’ omging verliepen de momenten ontspannen, lachten we samen ieder op onze eigen wijze en was het de intonatie en energie in mijn monologen waarop Renée reageerde.

comfortzone-quote2Wat ik in het begin vergat, was dat we beide mens zijn. Beide behoefte aan contact. Ieder op onze eigen manier, maar samen zo hetzelfde. Beide behoefte aan ondersteuning: zij in haar dagelijkse levensbehoeften, ik tijdens deze uitdaging. Beide jong in onze ontwikkeling, en samen willen leren.

De verbinding die ontstond draag ik nog dagelijks met me mee. Renée heeft bijgedragen in de persoon wie ik ben. Zij is voor mij de brug geweest in communicatie op een totaal andere ‘laag’: los van leeftijd, niveau en verwachtingen. Zo vol van eigen, in het moment en contact.

Zij heeft bijgedragen aan het waarderen en zien van details. Het samen onze eigen taal creëren om elkaar te ontmoeten en begrijpen. Verstaan door dichtbij elkaar te staan, daar over de grens van mijn comfortzone.

Fiets inzicht.

Fiets inzicht.

Na maanden weer eens lekker met mijn hoofd in de wind. (Race)fietsen. Stil gezeten heb ik echter niet. Vele inzichten deden een wedstrijd om als eerste begrepen te worden. Gegrepen zou trouwens beter passen.

Als ik na 40 kilometer er achter kom dat mijn gekozen afstand net iets te lang blijkt te zijn, dwaalt mijn hoofd af. Ik denk aan gisteren. Aan het nieuws dat de pilot SAMENkracht wordt opgeschort. De visie blijft ont-wikkelen, de vorm verandert.

Afgedwaald en denkend aan de toekomst vliegen twee, achter elkaar aan zittende merels in een bocht vlak voor mijn wiel langs . De schrik gooit me terug in het moment. Bewustwording dat mijn gedachte me overnam. Tegelijkertijd de opluchting dat mijn benen wat minder hard trappen dan een half uur daarvoor.

Met een lach fiets ik door. Voelend hoe de zon brandend op mijn benen de pijn wat verzacht.

Twee wielrenners snellen me voorbij. Direct de impuls om aan te klampen. Een kilometer of tien gaat het goed. De man voor me is duidelijk getraind. De ander haakte na een paar kilometer al af. De moeheid slaat toe, de focus verslapt. Op het moment dat ik de rood-witte paal in het midden van het fietspad net niet raakte, opnieuw teruggeworpen in het moment: eigen tempo!

Het frustreert me! Mijn tempo. De irritatie dat systemen zo zuiver voelbaar zijn. Weerstand. De voorspelling die ik rondom de pilotklas had gedaan werd bewaarheid. Is het de voorspelling die het de das omdeed? Of heeft het zo moeten zijn?

Ik denk terug aan de twee vogels en twee renners. Twee. Dat er twee kanten aan een verhaal zitten is me geleerd.

Ik weet nog waar ik het dacht. Dat de pilot eindig leek. Op het moment van mijn laatste rit voor deze. Het was in Limburg. Ik weet nog waar we fietsten. Vlak voor de Eyserbosweg. Voor de klim kreeg ik van een oud-collega ooit de waarschuwing: ‘op tweederde wordt ie pas echt stijl’.

Samen met Florus heb ik 100% gegeven. Na een aantal maanden al éénderde terug. Meerdere redenen. Verschillende variabelen. Meer dan twee, dat zeker! Een dag ontslag tussendoor. Nu blijft er een derde over. Welzijn als belangrijkste reden voorop. Terug naar nemen zoals het is. Op dit moment.

fiets-quote-klRespect voor wat we hebben neergezet. Ik heb mogen zien en experimenteren wat werkt. Ook gevoeld wat nodig is! Net als nu. Conditie om te beginnen. En een opbouw. Een trainingsschema is een optie. De WIL als eerst.

Een mooie dag vandaag. De zon doet haar best om mijn omgeving te verwarmen. Mijn benen hebben het gevoeld. Met mijn hart gevuld met energie en motivatie beginnen we een nieuw avontuur. Dezelfde spelers. De vorm is iets iets anders.

Als een boot de brug voor me doet openen sla ik af. Een weg in die ik nog maar weinig heb gefietst. Met een laatste inspanning. Het viaduct over. Het doet pijn. Maar stoppen?

“Don’t stop believing, unless your dream is stupid.”

Drie over vier.

Drie over vier.

Op weg naar het zwembad met de mannen. Lekker zwemmen, oefenen en spelen: heerlijk! Jonah fietst voor het eerst op zijn ‘nieuwe’ fiets. Een tijdje voor zijn verjaardag hebben we een tweedehands Beach Bike gekocht.

Helemaal trots op zijn fiets geniet hij van het gesprek over zijn fiets. De oudste, zeven, zit bij mij achterop. Hij bewondert Jonah’s nieuwste aanwinst en samen vuren zij vragen af.

Ik leg uit wat er allemaal vernieuwd is. Hoe je een fiets in en uit elkaar haalt. En dat mamma zijn fiets gespoten heeft. Beide geïnteresseerd in het proces van schuren en spuiten vertel ik ze dat pappa de fiets eerst roestvrij gemaakt heeft.

Van achterop de fiets uit het niets een scherpe verwachting:

Dat hoef je zo niet te zeggen hoor!

Wat verbaasd over deze uitspraak bevraag ik Feie. Nieuwsgierig en verwonderd ben ik benieuwd wat hij eigenlijk wil zeggen.

Je hoeft niet ‘pappa’ te zeggen hoor. Ik ben geen vier meer!

beachbike-quote1-klNa een kort moment van stilte stromen tranen van het lachen over onze wangen. Wat is het toch fijn om te weten dat kinderen de openheid hebben om te zeggen wat in hun opkomt. En tegelijkertijd wordt het zo helder waar zij zich in hun eigen proces bevinden!

Samen leren, leven en genieten van elkaars groei.

Natuurlijk zullen er ook wel ergens roestplekken ontstaan of te vinden zijn. Bewustzijn creëert de voelbare ruimte om alles tegen elkaar te mogen zeggen. Een fractie van mijn oude pijn ‘heb ik iets verkeerd gezegd’ kon ik loslaten. Even schuren. De lach en tranen deden de rest! Polijsten.

Pappa heeft het begrepen!

The New.

The New.

busTussen kerst en oud&nieuw er even tussenuit. Samen met mijn vrouw, vriendin…mijn meisje. Naar de stad waar ooit de basis werd gelegd. Precies tien jaar geleden, het najaar van 2004. In een brakke Ford Transit op weg naar Stockholm. We kenden elkaar net een week. Zagen elkaar echter al een jaar. De liefde voelde sterk en vertrouwd. Samen op avontuur, onze eigen ’24 uur met’. Met elkaar en een vegetarisch HARTige taart.

Naar Stockholm om daar de indie-band Blackstrap op te halen. Nu samen zijn naar een witte stad.

Dit keer vliegen we. Twee uur in de lucht, een stuk sneller. Ook de temperatuur in Stockholm is anders. Toen ver boven nul, nu minus achttien. Stockholm. Een heerlijke stad met een fijne energie, vriendelijke mensen en mooie plekken. Alleen al daar zijn is goed en rustgevend.

In de tussentijd zijn we er vaker geweest. We weten de weg, kennen nog steeds niet iedere plek. De korte dagen zijn bijzonder, de cafeetjes snel gezocht. Lezen, schrijven en goede gesprekken. Kalibreren. De liefde voor elkaar ijken aan wat we voor elkaar voelen. Moeilijke tijden helen. Nieuwe inzichten versterken.

Als we de tweede dag het Moderna Museet binnen lopen valt mijn oog direct op een kunstwerk van Charles Ray. The New Beetle. Zo puur. Zo wit. Een kind spelend met een Kever. Die van Volkswagen. Het waren de Herbie-films waarin ik de Volkswagen Kever leerde kennen. Een kever met een sterke eigen wil. Authentiek. Het nam zijn ruimte in en ging voor zijn doel. Net een kind, zo open. Ik genoot van die spelende eigen-wijsheid.

beetle-quote1-klIk staar naar het kunstwerk en denk aan het kleine beestje. De kwetsbare vleugels onder het schild. Vliegen. De jongen houdt deze Beetle aan de grond. Wat als het Herbie zou zijn?Als kind speelde ik ook met auto’s. Dat moment dat ik in het gras lig voor ogen. Verwonderend kijken naar die kever op zijn rug. Trappelend weer grond onder zijn poten te voelen. Zo kwetsbaar. Zelfs met schild.

The New Beetle, de ‘volwassen’ versie van die oude Herbie-kever. Ik heb me de laatste jaren regelmatig afgevraagd wat ik van deze transformatie vond. Weerstand voelbaar. Ik ben niet uitgespeeld.

Ik zie de jongen spelen met The New Beetle. Bekijk ‘m vanuit alle hoeken. Een jong kind dat speelt, oefent en leert volwassen te worden. De compositie raakt me. De openheid. Alles mag er zijn, in het pure van het wit. De kwetsbaarheid. Een eigen persoonlijkheid. Leren van het oude & nieuwe! Met liefde.

De rugzak en de vlinder

De rugzak en de vlinder

Werken in het speciaal onderwijs heeft ook wel zo zijn voordelen. Iedere dag mag ik werken met jongeren met een rugzak. Gekregen van de overheid! Gewoon omdat het zo geregeld is en tegelijkertijd om het meest passende onderwijsaanbod af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van deze jongeren. Zo wordt gezegd.

Alleen…mijn voordeel gaat echter, anders dan het ‘voordeel’ leerlinggebonden financiering, over de rugzak die een leerling zijn gehele leven meesleept, het verhaal.

Humans of New York, okt ’14

It was hell growing up. My parents were two pieces of shit. You don’t know what it was like coming home from school and being afraid because your mom is flying on fucking drugs so you go and hide under your bed and listen to them scream and wonder whether your dad or your mom was going to kill the other one first. One time my dad told my mom that he’d kill her if she hit me again. He came home that night and saw my face bruised up, so he dragged my mom out of her room by the legs, lifted her up by her throat and pinned her against the wall. Her face was turning more and more purple and I was pulling on her legs trying to get her feet back on the ground. Cause I didn’t want to see my dad kill my mom. She always beat me and called me a piece of shit and told me that I was going to hell, but that was my mom.

Het zijn de verhalen uit de rugzak, die soms eeuwig lijkend durende zoektocht. Het onontgonnen pad naar de plek waar hij/zij gehoord wordt, zichzelf mag zijn en leert gelukkig te zijn. Niets is mooier om de rups binnen te zien kruipen en uiteindelijk de vlinder te laten vliegen! Vol vertrouwen, het leerproces vooraf al aan te voelen en samen af te stemmen wat nodig is, start een ieder een eigen ont-wikkel-pad. Ieder met hun eigen verhaal, verleden en verlangens naar morgen.

Maar is er iets moeilijker dan het verhaal daar te laten waar het hoort? De weg naast elkaar te bewandelen, van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en op een bepaald punt afscheid van elkaar te nemen. En juist dit laatste, het loslaten, is mijn allergrootste uitdaging! Het willen zorgen, het beter weten door levenservaringen, mijn ideaal en de passie voor onderwijs zijn regelmatig obstakels.

Ooit las ik een verhaal over de man in het bos die al dagen een vlinder zag worstelen om uit de cocon te komen. Op het moment dat de man de keus maakte om te helpen, viel de vlinder op de grond. Het was vleugellam en afhankelijk om in leven te blijven…

Het juiste doen op het juiste moment. Volledig vertrouwen op dat iedereen zelf wil vliegen! Zelf bepaalt wanneer. Het vraagt ondersteuning. Faciliteren. Inspireren. Voordoen. Voorleven. En soms levert dat een twijfel op. Een twijfel die regelmatig zo eenzaam voelt. ‘Het zekere weten te voorkomen’ klinkt leuk, maar vergt veel energie. Luisteren met je hart, tijd en ruimte creëren en het verhaal van de ander laten zijn!?

Het zijn de verhalen van hen, mij en/of samen die op enigerlei manier aansluiten op ieders leerproces. Op het moment dat het verhaal er mag zijn raakt het je, of -op dat moment – juist niet. Beide prima! Raken en geraakt worden, dat is wat het onderwijs een zo essentieel vak maakt! Het sterke aan storytelling is voor mij het kunnen identificeren en/of inleven in het verhaal, het vanuit verschillende perspectieven bekijken en durven bevragen. En het er met compassie op te kunnen reflecteren.

Het was deze week dat een collega mij attendeerde dat één van haar leerlingen op televisie zou komen. Een week eerder kwam de trailer al voorbij. Over een pleeggezin waar veel niet liep. Volgens ouders. Ergens wat paradoxaal denk ik dan. Het was een andere collega die haar aansprak:

Ik wist niet dat zijn leven zo heftig was…

Het raakte me dit te horen. Ja, mijn collega was enthousiast. Voor haar leerling. Begrijpelijk ergens, hij kreeg een stem. Misschien voelde hij wel ergens dat hij zich kon ‘bewijzen’ naar het achterliggende systeem. Oude pijn, een rekening ‘betalen’ en verder op weg!?

Maar wat was het dat wat mij raakte? Nee, het waren de vragen over die ‘voedzame bodem’, een onderwijsomgeving waarin onze leerlingen leren! Het speciaal onderwijs, vol met rugzakken vol verhalen: Worden leerlingen binnen onze school werkelijk gezien met alles wat ze bezitten en meenemen in hun rugtas? Welke ruimte is er voor het verhaal? Hoe krijgt het een plek in de relatie tussen de leraar en leerling, een plek in de groep, binnen de school en straks in de samenleving?

En als het verhaal dan gehoord wordt, stemmen we dan ook echt ons onderwijs af?

Nee, niet vanuit het ‘uit de cocon helpen’. Maar door te luisteren. Het verhaal laten zijn wat het is. Verwonderen. En samen op zoek naar wat nodig is, loslaten en zelf verder. De oprechte, objectieve vraagstelling. Gevolg: het antwoord wordt zelf gevonden, zelfs als dat niet mijn antwoord zou zijn!

Want ook al ben je het hartgrondig oneens, er is ergens een gemeenschappelijkheid. Vind dat!

Het vraagt om moed! De moed om eigen waarden te nuanceren. De ‘sport’ om oordelen, het vinden, zo lang mogelijk uit het verhaal te laten. In verbinding blijven zoeken naar het gemeenschappelijke, de eenheid in diversiteit. Het vinden ombuigen naar doen vanuit je eigen cirkel van invloed.

Mijn leerlingen en hun verhalen hebben mij mede gemaakt tot de mens en leraar die ik nu ben! Dankbaar kijk ik daar op terug. De ontmoetingen en verhalen draag ik met mij mee. Iedere periode met alle inzichten zijn als het transformeren van een rups in een vlinder, zo ook de jongere op weg naar volwassenheid. De transitie geeft kleur, aan de vleugels van de vlinder en aan ons als mens!

geDEELd LEIDERSCHAP

Vorig weekend mocht ik tijdens Leraren Met Lef spreken over de pijler ‘gedeeld leiderschap’, een thema waar ik/wij binnen ons team volop mee bezig ben/zijn. Het is een zoektocht…een – individueel – proces! 

Vele verhalen en opgedane kennis passeerde in gedachten de revue. Waar moest ik beginnen? Ik wist het niet… En het niet weten besloot ik eens te accepteren!

Langzaam naderde de deadline. Door het niet weten te accepteren voelde ik geen ‘druk’. Een opluchting, gevoel van ruimte en vertrouwen. En tegelijkertijd wist ik nog steeds niet wat ik precies wilde delen… Tot die dag op Vlieland waar een plevier naast mij een stuk met mij mee vloog. Zijn bijzondere manier van vliegen – het kort aanzetten, zweven op de wind en langzaam zakken – deed alles op zijn plek vallen. De keynote ontvouwde zich. Transit, dat tijdens het mountainbiken in mijn oor rockte, zette de metafoor wat kracht bij. De lagen van de muziek werden woorden. Ineens wist ik het! Het werd een persoonlijke reflectie van mijn pad naar gedeeld leiderschap:

Gedeeld leiderschap is eigen leiderschap delen.

Toen ik startte in het onderwijs merkte ik al snel dat het onderwijs als een traag en moeizaam systeem opereerde. Als jonge leraar kabbelde ik de eerste jaren mee op het bijna stilstaande water. Mijn leerlingen zorgden voor de meeste reuring. Zij spiegelden precies dat waar ‘wij’ als school in gebreke bleven! Dijken werden verhoogd en verzwaard met protocollen en regels … Bang om buiten de oevers te treden.

Om mij heen zag ik dat leerlingen wilden ontwikkelen, ruimte wilden om te spelen en op zoek te gaan naar wie ze zijn en wat ze zelf kunnen. Ik werd onrustig. ‘Experimenteren om af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van leerlingen die anders leren’ werd mijn verlangen naar de zee!

Het deed pijn om mijn leerlingen te zien worstelen. Ik wilde verantwoordelijkheid nemen, werken aan een betere school, werken aan een context die ‘goed’ is en dacht dat ik dat deed!? Al schreeuwend probeerde ik een stroming in gang te zetten. Collega’s in beweging te krijgen.

Alleen de echo van dat wat ik riep beantwoordde mijn wens. ‘Autoriteitsprobleem’ en ‘schoppen’ als oordeel naar mij. Binnen de kaders bleef het windstil. Ik dacht dat ik leiding nam over mijn onderwijspraktijk, maar als een baksteen zonk ik naar de bodem. Een gebrek aan zuurstof als gevolg!

De onderstroom bracht me naar een nieuwe school. Het zware, gezonken gevoel schudde ik af door naar mezelf kritisch te zijn en mijn handelen te reflecteren. Vastberaden het anders te doen probeerde ik het gras groener te zien… Maar ook hier leerlingen en leraren die hun hoofd boven water probeerden te houden.

Ik werd stiller en soms een vinger op de zere plek. Stukken van mijn steen met kennis en vaardigheden brak ik af en gooide deze in het water, wederom hopend dat ik een stroming in gang zou zetten… ‘Relschopper’ veranderde in ‘betweter’, de sluis sloot voor mijn neus en werd een dijk.

De klas werd mijn eiland en ik experimenteerde in stilte. Onderbouwde mijn proces en innerlijk kompas met de stem van de leerling, deskundigheidsbevordering en input vanuit mijn netwerk buiten de school. Ik bouwde een uitkijktoren om over de dijken te kijken, verder bleef ik stil. Alleen wanneer het belang van de leerling in het geding kwam voegden zich donkere wolken samen boven het water. De druppels zorgden voor een schijnbeweging.

Het water kwam zo hoog te staan dat de dijken een overstroming niet konden voorkomen. Drie maal is scheepsrecht. Nieuw vaarwater. Rustiger werd het er echter niet op. Maar mijn ervaringen en vele oefenmomenten waren niet voor niets geweest. Het werd tijd om grenzen te verleggen. In mijn kracht te gaan staan. Tegelijkertijd te spelen met het water.

Het was hier dat ik de ruimte kreeg om mijn experimenteren en mijn legitimeren verder te brengen. Delen werd vermenigvuldigen. Er ontstond als vanzelf een beweging richting de zee.

Het begon te stromen en ik liet het toe om te volgen. Genoot van het ‘win-win’-denken en de keuze voor eigen kracht van mijn collega’s! Wachten op de vraag. Niet de beweging forceren, maar de rust van vertrouwen zijn werk te laten doen. De zon verscheen en de sluis ging langzaam weer open. Voor het eerst voelde ik echt verantwoordelijkheid en nam leiding over mijn handelen.

Gedeeld leiderschap start voor mij in de eerste plaats bij eigen leiderschap, het kennen van jezelf en het proces naar authentiek leraarschap van waaruit je verbindt en inspireert! 

Gedeeld leiderschap is vanuit verantwoordelijkheid samen met collega’s én leidinggevenden naast elkaar, als het ketsen van stenen op het water. Samen verder komen, een golfbeweging van ‘delen is vermenigvuldigen’ inzetten. 

Gedeeld leiderschap is samen een context creëren waar je gezien wordt en talenten er mogen zijn. De golven van de skipping stones die blenden.

Dit alles zal leiden tot een gezamenlijke en gedragen visie over en op onderwijs én opvoeding. Samen de school steeds opnieuw uitvinden. Samen staan, verantwoordelijkheid nemen, voor de simpele maar o zo complexe vraag of we het juiste doen in de vorming van de leerling!?

De pijler ‘gedeeld leiderschap’ was de middelste van vijf pijlers! De andere waren: ‘positieve pedagogiek’,’lerende school’, ‘gebruiken van verschillen tussen leraren’ en ‘baas over eigen tijd’. En aan het einde van het betoog was het de bedoeling dat iedere pijler hetzelfde zou sluiten:

Ik wens dat op alle scholen in Nederland, en in ieder geval op de scholen waar jullie actief zijn, er nog meer werk gemaakt wordt van deze pijler GEDEELD LEIDERSCHAP. Leraren met Lef en Directeuren zonder Vrees kunnen daarmee een groot verschil maken”.

Normaal gesproken zou ik voorgestelde en opgelegde ‘stukjes’ lastig kunnen reproduceren. Dit einde raakt echter mijn verlangen: Ik wens mensen deze wens ook echt toe en hoop dat iedere leraar samen met zijn/haar leidinggevende(n) de ruimte vindt en neemt om te bouwen aan goed onderwijs voor iedere leerling!

Het vinden van relatie en/of structuur…

De woorden ‘relatie’ en ‘structuur’ schreef ik op het bord. Daarbij vertelde ik dat twee collega’s zouden komen kijken in de klas. Collegiale consultatie. De een dacht dat ik meer op relatie zou zitten en leerlingen ‘loslaat’, de ander dat ik meer van de structuur zou zijn… “Maar u doet toch beide!?”, klonk het van achter in de klas. ‘Huh?’, dacht ik en tevens werd ik helemaal blij van het feit dat zij dit direct opmerkten. Nog voor ik een vraag had kunnen stellen namen de leerlingen regie. Zij hadden blijkbaar voldoende aan de inleiding. Een mooie aanleiding om in gesprek te gaan. In de vijf/tien minuten die ik aan het onderwerp besteedde ontstond een dialoog tussen hen over hoe zij mijn onderwijs dit jaar ervaren hebben. Het enige dat ik hoefde te doen was de uitspraken noteren en verwonderen.

…doet wat nodig is. Relatie is goed, maar ook wat goed is om te werken.” Als voorbeeld ontstond er een gesprek over het aanpassen van de omgeving in tijd (lesrooster/maandplanning) en ruimte (opstelling). Doen wat nodig is voor de individuele leerling en leren onderling respect te hebben zodat verschillen en overeenkomsten duidelijk zijn. Geen jaloezie (meer) maar vanuit de acceptatie dat iedereen anders is met elkaar werken en verrijken.

U geeft meerdere kansen en daardoor kun je leren van fouten!” Eigen perceptie en projectie zorgen voor het ontstaan van handelingsplannen en dikke dossiers. Vol in het proces van (essentiële) levensvragen, ligt de kracht van het vinden en weten wie zij werkelijk zijn en hoe zij leren. Het maken van fouten is een onmisbaar onderdeel van dit leerproces! Er zijn veel leerlingen die hiaten hebben opgelopen doordat zij anders leren en eerder niet begrepen zijn. En die basis is nodig om nieuwe kennis te kunnen construeren en toepassen in andere situaties. Het schooljaar is dus een pad van ‘trail and error’ waar meerdere antwoorden/’wegen’ mogelijk zijn! Zonder dit pad zal het eigenlijke potentieel niet aangeboord worden en zal het stigma in leven blijven…

U gaat voor de relatie, maar geeft ook verantwoordelijkheid om zelf te leren structuur toe te passen.” Ja, vanuit een bepaalde structuur en vertrouwen verantwoordelijkheid geven. Het is een misvatting dat leerlingen niet vragen om structuur (en nodig hebben om te leren). De vraag is echter of deze voor iedereen hetzelfde is? Ik zit in de luxe positie dat ik met leergierige en bijzondere leerlingen mag werken, die verder vragen dan dat wat de lesstof te bieden heeft. Vragen om duidelijkheid en inhoud. Zij willen ervaren. Het is hierbij onlosmakelijk dat de achtergrond en kennis over cognitieve stijl (nee, niet leerstijl) van de leerlingen hierin moet worden meegenomen. Door hen verantwoordelijkheden te geven leren zij hoe structureren voor hen werkt, raken ze gemotiveerd en groeien zij! Overwinnen ze moeilijkheden.

Als één kind niet gelukkig is, is niemand gelukkig!
Toshiro Kanamori

Net voordat ik het wilde afsluiten zag ik dat Kalle nog iets dringends wilde toevoegen. “…u maakt de klas vrolijk…” En dat juist hij met deze opmerking kwam was niet zo verwonderlijk. Kalle voelt als geen ander de sfeer in de groep. Al het hele jaar fungeert hij, bij twijfel, als één van de graadmeters om de sfeer in de groep te peilen. Ik beaam dat dit absoluut mijn inzet is en dat als niet iedereen zich prettig voelt we er voor elkaar dienen te zijn!

Een prachtige afsluiter van een bijzonder gesprek dat zich onderling onttrok. Het betekent dat we elkaar kunnen ‘lezen’, van elkaar leren en dat is een mooie opbrengst, zo niet de belangrijkste. We waren dit jaar een mooi (leer)team! Het is onmogelijk zonder ‘relatie’ en zonder ‘structuur’ als team te opereren. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ondanks dat ze (schijnbaar!?) zover uit elkaar lijken te liggen. Ik verwelkom mijn collega’s en hoop dat zij tijdens hun collegiale consultatietour vinden waar zij naar op zoek zijn en dat de leerlingen hen hun weg wijzen, net als dat in deze les ontstond!

VISIE of vizie(r) op oneindig?

“1) Aanschouwing 2) Beschouwing 3) Brede blik 4) Denkbeeld 5) Gezicht
6) Gezichtspunt 7) Het zien 8) Inzicht 9) Ideologie 10) Inzage 11) Interpretatie
12) Idee 13) Kijk 14) Lezing 15) Mening 16) Oordeel 17) Opinie
18) Optiek 19) Opvatting 20) Standpunt 21) Zicht 22) Zienswijze”

Aha! Dat er zoveel ‘betekenissen’ van het woord VISIE kunnen zijn. De inhoud verschilt…

Is het een weloverwogen mening over hoe een zaak zich zou moeten ontwikkelen?
Of de wijze waarop men zaken beoordeelt, de kijk op iets, de psychische interpretatie van iets wat is waargenomen, een bepaald inzicht, kijk, mening, optiek en/of inzage?
Is het een inspirerend toekomstbeeld voor de organisatie, ontwikkelen en uitdragen door al dan niet afstand te nemen van de dagelijkse praktijk?
Is een visie bereikbaar of (misschien) een onbereikbare droom van wat een organisatie wil doen en waar ze wil (uit)komen?
Moet je jezelf concentreren op de hoofdlijnen, het langetermijnbeleid, en dat dan weer vertalen naar korte termijnbeleid?

Nee, een visie vormt zich een beeld van de toekomstige ontwikkelingen en ziet mogelijkheden om daarop in te spelen! Toch?

Wat ik er doorheen lees is iets met ‘toekomst’, in hoeverre je daar nu een bepaald perspectief over kan hebben, ‘standpunten’, welke deze ook mogen zijn en ‘beschouwing’ waaronder een hoop begrippen onder kunnen vallen. Ik voel er ook iets doorheen zitten dat linkt aan ‘inspiratie’ (creatief, je wordt er blij van, het motiveert), ‘uitdaging’ (want dat is het, zeker als je nu iets gaat neerzetten voor in de toekomst), ‘dynamisch’ (dat kan niet anders, niet iedere persoon/organisatie maar ook dag/week/maand/jaar is hetzelfde), ‘ambitie’ (dat is nodig om iedereen zover te krijgen) en (dus) ‘samen’, het collectief.

Samen visie vormgeven en er voor staan. Dat was dé reden voor mij om in mijn laatste jaar van de pabo tijdelijk te stoppen…

De opdracht was om met een ‘team’ medestudenten een fictieve school op te bouwen. En daar heb je een bepaalde visie bij/voor nodig. Het is namelijk een mooie uitdaging om samen een inspirerende en dynamische visie neer te zetten dat alle ambities omvat die je als ‘team’ hebt. Ons lukte het niet, althans, we misten in ‘ons team’ de competentie samenwerken, is mijn mening achteraf. Ik kwam erachter dat “zoveel mensen, zoveel meningen” een kakofonie van standpunten teweeg kon brengen en dat eigenlijk niemand (waaronder ikzelf) uitging van dat waar het volgens mij in het onderwijs om draait, het kind en diens leerproces.

Hoe leren kinderen, maar ook hoe leert dit kind. Dan is het dus belangrijk om het kind te kennen, in relatie te staan en het te durven bevragen, los van (voor)oordelen. Zover kwamen we met dit ‘team’ niet en tot op de dag van vandaag heb ik nog in geen enkel team gewerkt waar samen op een constructieve wijze wordt nagedacht over visie op onderwijs daar waar juist de leerkracht het verschil maakt of kan maken!

Mijn ervaring wil natuurlijk niet zeggen dat er geen scholen of organisaties zijn die hier wel over nadenken en samen een visie ‘ontwikkelen’! Sterker nog, dit weekend stuurde Stefan van der Weide me de visie en missie van zijn school Stad & Esch. Zij noemen het echter geen visie en missie maar hun ‘Onderwijsmanifest’! Dat is niet hun enige kracht, want ze mijden daarmee natuurlijk de ingewikkelde betekenis van het woord visie. De kracht zit ‘m in het SAMEN, het manifest ademt inspraak, zowel van de leerkrachten (die onderwijs maken) als wel van leerlingen (die met hun leerproces de kern zijn).

De leerlingen zijn namelijk de toekomst, zij ‘bepalen’ mede hoe de toekomst eruit gaat zijn. Zij zijn de future adults, wat betekent dat het onderwijs een belangrijke opvoedvraag en -taak heeft liggen. En tja, dan zijn er natuurlijk ook weer uiteenlopende visies over ‘hoe op te voeden’. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit bij Stad & Esch gebeurt, getuige hun eerste ‘statement’ “Wij medewerkers & wij leerlingen van Stad & Esch maken samen de plek waar ontdekken en leren als vanzelf gaat. Welkom 21e eeuw.” Dit ademt, en heeft ‘toekomst’ (en nee, dat zit ‘m niet in het getal). Het leerproces centraal, net als de visie bij scholen als Hellerup School in Denemarken of de Ontdekkingsreis in ons eigen kikkerlandje.

Het statement inspireert mij om na te denken over hoe we dat samen zouden kunnen vormgeven. Het nodigt uit tot gesprek, het roept diverse (positieve, dus al dat praktische geneuzel daar gelaten) vragen op. Probeer er zelf eens tien te bedenken vanuit verschillende perspectieven. En bedenk dan eens hoe deze school eruit zou zien. Mijn interesse heeft het gewekt, dus wie weet volgt er nog een blog over Stad & Esch.

Stad & Esch bereidt leerlingen optimaal voor op de uitdagingen van de 21e eeuw. Succesvol meedoen in een wereld die snel verandert, vereist meer dan een diploma. We willen dat iedereen bij ons een stevige basis meekrijgt om een plaats in te nemen in de maatschappij. Bij ons ontdek je wie je bent, wat je talenten zijn, waar je voor staat en wat je kunt.

Bamm! De essentiële vragen: ‘wie ben ik’ en ‘hoe verhoud ik mij tot mijn omgeving’ komen direct in het tweede standpunt voorbij. Voor mij is de toon gezet en word ik wel heel nieuwsgierig naar de school. Een stevige basis impliceert dat er een sterk curriculum staat en dat doelen en eindtermen duidelijk zijn. Het maakt mij ook nieuwsgierig naar hoe leerkrachten hun onderwijspraktijk hebben ingericht. Er wordt namelijk veel geroepen en er zijn verschillende ‘visies’ op en over bijv. de 21th Century Skills.

Het is een manifest waarin vertrouwen, eigen regie, talentontwikkeling en verantwoordelijkheid belangrijke thema’s zijn. In het manifest staat ook een schema waarin overzichtelijk de missie (“Leerlingen optimaal voorbereiden op de uitdagingen van de 21e eeuw”), de visie (“Passie als brandstof voor talenten”, “Creativiteit als sleutel tot succes”, “Persoonlijk maken als standaard”, & “Ruimte voor lef”) en de identiteit (het waarom/doelen, de hoe en het wat) van het onderwijs in één oogopslag helder uiteengezet is. Je zou kunnen stellen dat de begrippen ‘hol’ zijn, echter biedt de verklarende woordenlijst uitkomst om de eventuele leegte te vullen.

Als ik het bovenstaande afzet tegenover mijn eigen context lijkt dit manifest een wereld van verschil. Misschien is dat ook wel de reden dat ik buiten mijn onderwijspraktijk op zoek ben naar wat nu mijn visie is op goed onderwijs is. Daar waar mijn praktijk uitgaat van sturing werkt Stad & Esch aan betekenisvol onderwijs vanuit eigenaarschap en nieuwsgierige ontwikkeling.

Ieder mens is nieuwsgierig en deed me denken aan wat Jef Steas ooit schreef: ‘leergierige mensen zoeken kennis niet gewoon om het louter te weten, maar om er iets mee te doen’. En dat leerlingen bij Stad & Esch het recht krijgen om talenten te mogen ontwikkelen maakt dat de leerkracht en leerling samen eigenaar worden van het leerproces/-behoeften, noden en daarmee het onderwijs. Er is veel diversiteit, al voelt het op deze school als ‘eenheid in diversiteit’!

Binnen het gegeven kader krijgen leerlingen op Stad & Esch ruimte om invloed uit te oefenen op het eigen leerproces,” vervolgt de tekst bij het kopje ‘variatie in sturing’ in het Onderwijsmanifest. Ik heb van mijn oud-docent Wendy Lampen het principe (of is een wijze van zijn?) ‘leiden door te volgen’ mogen leren, ervaren en fine-tunen. In mijn beleving is dit de eerste stap voor goed onderwijs. Ik hoop dit ook nog jaren te mogen doen met mijn leerlingen. Samen (goed) onderwijs maken dat samen gedragen wordt. Wordt vervolgd!

If you put fences around people, you get sheep” – William L. McKnight

 

Gebroken eieren, geslachte kippen!

Zaterdag 12 november 2011 en de Volkskrant bericht “Ouders geven adjunct aan”. Onder de noemer ‘er moet eerst wat gebeuren voor we wakker worden’ lijkt het me tijd worden om eens echt met elkaar in discussie te gaan over wat de kern is n.a.v. wat er gebeurd is.

Het lijkt me goed om een uiteenzetting te maken van alle variabelen/thema’s alvorens we maar met z’n allen gaan roepen, er iets van vinden en een mening gaan vormen. Ik denk dat er te snel naar het ‘gevolg’ gekeken wordt, terwijl het kijken naar de oorzaak en/of de aanleiding mijn inziens prioriteit heeft. Het meest constructief ook.

Want dáár zitten de lessen voor de toekomst!

Lees verder