Blog : observeren

Als een bolster werken aan leren

Als een bolster werken aan leren

De bus stopt en ik stap uit. Op weg naar school raap ik van de grond een kastanje op. Wat is de herfst toch een mooi jaargetijde. De natuur op zijn mooist. Een kastanje, een gift. Je hoeft je enkel te bukken. Een kastanje. Laatst liet een collega mij een hand vol eikels zien. ‘Alle een eikel en toch zo verschillend,’ voegde hij er aan toe. Mooi. En waar. En net als dit verschil vermoed ik dat deze kastanje vandaag het verschil gaat maken.

In de klas ontvouwen zich de dagelijkse routines. De overeenkomsten met een dag eerder. Nog even een moeder die gedag zegt. De andere aanspreken op dat de dag echt begonnen is voor de leerlingen. De kring wordt geformeerd en de liedjes gezongen. De dag bij naam benoemd, de datum als cijfer besproken en het weer beschouwd. Het eerste half uur weinig bijzonderheden. Nou ja. Alleen dat Gabri wel een aantal keren op zijn plek wordt gezet; zijn beweeglijkheid zorgt ervoor dat zijn stoel bijna op de schoot van zijn buurvrouw bevindt.

Hij heeft duidelijk zin in de dag. Enthousiast lachen zijn lippen en zijn tanden weerspiegelen het licht van de laaghangende zon. Tegelijkertijd lijkt er ook iets van onrust in zijn ogen af te tekenen. Is er een reden dat hij zo beweeglijk is?

Als de kring erop zit beweegt Gabri zich naar zijn eerder op de dag gekozen taak. De kralenplank. Zijn onrust lijkt niet onopgemerkt. Als eerste krijgt hij aandacht. Op zijn hurken hangt hij voorover op tafel. Onrustig kijkt hij om zich heen. Of de woorden naar hem gericht worden ontvangen valt te betwijfelen. Alhoewel, hij tast wat onhandig om zich heen naar een voorbeeld en de kralenplank. Zijn hand verdwijnt tussen de kralen.

Ik besluit nog twee minuten op afstand te blijven staan.
Dit omdat verschillende hypotheses door mijn hoofd gaan.
Bedenktijd. Beschouwen. Observeren.

Mijn grootste vraag is of Gabri verbinding heeft ervaren tussen hem en de leerkracht. Zijn eerdere enthousiasme in combinatie met zijn beweeglijke, nu hangende houding én verwilderde blik maken mij er niet gerust op. Ergens voelt het niet congruent. In de bemoediging, in de aanmoediging en in het nemen van perspectief over Gabri’s houding. Hij heeft naar de woorden geluisterd. Dat wel. Maar zijn aan echt alle voorwaarden voldaan waardoor er een situatie is gecreëerd en ontstaan waarin hij tot werken en leren kan komen?

Na twee minuten loop ik op hem af. Mijn hand vindt zijn schouder. Gabri richt zich op en kijkt me aan. In zijn ogen zie ik de onrust plaatsmaken voor een rustige open blik. Mijn hand op Gabri’s schouder verzwaar ik. Met het verzwaren glijdt zijn lijf van de tafel en vindt onder hem een stoel. Aarden. Nog voordat ik mijn eerste woord met hem gedeeld hebt stel hij mij een vraag. Dé vraag.

‘Wil je mij helpen?’

Natuurlijk wil ik dat. Niets liever. Toch besluit ik om hem uit te dagen. In alles voel ik dat mijn hypotheses getoetst willen worden. En voor ik antwoord geef op zijn vraag stel ik een wedervraag. Of hij zin heeft om iets te leren. Nieuwsgierig kijkt hij mij aan. Zijn nieuwsgierigheid buit ik uit door met hem te delen dat het aangaan van de uitdaging hem iets oplevert. Maar dat dit ‘iets’ is een verrassing!? De rust in zijn ogen maakt plaats voor een twinkeling. De twinkeling van de drive die ik vaker bij kinderen mag zien. Motivatie opent onbegrensde nieuwsgierigheid.

Het antwoord op zijn vraag is dus eigenlijk helder. Helpen ga ik hem. Alleen niet direct!? Eerst een uitdaging: hij gaat laten zien dat hij een (voor hem) ‘makkelijk’ voorbeeld zelf kan maken! Een moeilijker voorbeeld laat ik Gabri wel alvast uitzoeken. Klaarleggen. Een doel om naartoe te werken. Tegelijkertijd vertel ik hem dat wanneer zijn eerste voorbeeld klaar is we samen de ‘moeilijke’ ga maken. Ik deel hem mijn gevoel in het iets moeilijk vinden. En dat ik er naar uitkijk, maar spannend vind. De twinkel in zijn ogen verraad alles.

Als ook de tijd duidelijk is gaat Gabri zichtbaar gemotiveerd aan de slag met zijn uitdaging. De hangende en verwilderde blik heeft plaatsgemaakt voor interne rust. Sterker, de onrust van spelende en werkende kinderen lijkt hem niet te deren. In zijn eigen ‘bubbel’ inventariseert hij kleuren, kijkt afwisselend van het voorbeeld naar de kralenplank en werkt punctueel het eerste voorbeeld af.

Wat mij te doen staat is alleen de verbinding met hem behouden. Ik meng me in de groep, speel mee, ondersteun tijdens een conflict en stel zo nu en dan vragen wat kinderen enthousiasmeert en leert focussen.

Vanaf de andere kant van het lokaal zie ik na een minuut of tien Gabri wat dromerig om zich heen kijken. Deze blik is anders dan zijn eerdere blikken. Door de verbinding en mijn bewuste in beeld hebben van hem duurt het een paar tellen of Gabri kijkt mijn richting op. Mijn naar boven wijzende duim en vragende blik ontvangt hij in stilte. Ontvangt hij bewust. Hij knikt, glimlacht en draait zich om. Even een moment van hulp. Ondersteuning. Het ondersteunen in het bewust worden van zijn eigen houding. Bewust van het wegdromen, dat voor even een doel diende. Opnieuw zoeken naar concentratie.

Een omgeving creëren waarin naast de vorm, in dit geval de kralenplank, supportdoelen worden gesteld en het proces wordt gevolgd is afstemmen essentieel! Afstemmen op de stemming van Gabri; invoelen, perspectief nemen en (empathisch) luisteren met je hart. Het is mijn overtuiging dat iedere leerkracht die intuïtief de ‘juiste’ keuzes maakt altijd een sociaal veilige omgeving faciliteert waarin iedere kind (of jongere) maximaal tot ontwikkeling kan komen. Want: ieder kind wil werken aan leren!

Er zijn twijfels. Twijfels of Gabri het juiste leert, op school en thuis. Twijfels of de wijze van leren en het willen werken aan leren aansluit bij het aanbod van de school. Het aanbod en de wijze van aanbieden. Zoveel vragen en zoveel mogelijke hypotheses om te onderzoeken. Wat de juiste plek is om dit te onderzoeken misschien wel de grootste vraag!?

Wanneer ik op weg ben naar de uitgang van de school zoek ik mijn oordopjes. In de rechter jaszak vouwt mijn hand zich om de kastanje. Oh ja!? De kastanje! Die heeft vandaag zeker het verschil gemaakt. Althans, Gabri heeft het verschil gemaakt. Inzicht gegeven. Een ogenschijnlijk ruwe bolster die twintig minuten full focus werkt aan zijn taak. Waar we de laatste vijf minuten hebben samengewerkt. Aan dat ‘moeilijke’ voorbeeld. Het moeilijke dat voor hem makkelijk bleek. Waarin voor mij duidelijk werd dat hij een makkelijk voorbeeld vooraf moeilijk interpreteert. Zou dat ook zo voor de communicatie en het contact met anderen voor hem zijn?

Ik draai me om, wil teruglopen naar de klas en alsof het zo moet zijn komt Gabri mij tegemoet gelopen. Hij is op weg om zijn jas te pakken. Blij verrast kijkt hij me aan. Ik deel dat ik nog ‘iets’ voor hem had, dat ik trots op hem ben en leg de kastanje in zijn kleine hand. En zijn blik? Onbetaalbaar.

Perceptie op straf

Perceptie op straf

Mijn vouwfiets zet ik op slot in de personeelsstalling en ik loop in de richting van de zijingang van de school. Wanneer je de deur opent kom je in een lange, smalle hal die aan weerszijden vol staat met kluisjes. Deze ingang grenst ook aan lokaal 000. Zo’n vet nummer! Vind ik. Lokaal nul. Niet zomaar één nul, nee drie. Op een rij.

Als ik de school binnenstap en de hal betreed zie ik rechts in mijn ooghoek een leerling zitten. In een split second maak ik in gedachten een shift naar dat wat ik eerder meemaakte. Pijn van op de scholen waar ik ooit werkte. Terug naar het verleden en herbeleven. Herbeleven van alle -negatieve- situaties waarop een leerling uiteindelijk op de gang belandde. Naar de gang werd gesleept.

Lees verder

Wie de broek past

Wie de broek past

Het regent. Naar buiten gaan zit er deze ochtend voor de kinderen niet in. Er is zelfs al rekening mee gehouden. In de speelzaal is een soort apenkooiopstelling klaargezet. Maar voordat ze gaan spelen wordt de bak met gymschoenen door een kind opgehaald. Als iedereen in de kring zit worden ze uitgedeeld. Tegelijkertijd met het uitdelen wordt verteld dat de trui en broek uitgedaan moeten worden.

Moeten.
Ja.

Lees verder

Observeren, observeren, observeren

Observeren, observeren, observeren

Met een kruk op wieltjes rol ik door groep 2. De meeste kinderen zijn taakgericht aan het werk. Soms help ik wat. Soms zet ik wat aan. Soms zorg ik voor de gevraagde bevestiging. En soms duw ik een kind over een figuurlijke drempel. Meer dan bijsturen en bewust maken is eigenlijk niet nodig. Nou ja, genieten dan. Oké, dat wel.

Als ik mij omdraai zie ik Ridley Karim een duw geven. Niet een harde, maar wel hard genoeg om Karim te doen verwonderen. “Dat mag niet,” wordt gezegd en Karim speelt verder. Wanneer dit voor Ridley niet genoeg is duwt hij nog een keer. Iets harder deze keer.

Lees verder

Is er een juiste vraag?

Is er een juiste vraag?

Vijf weken op school en bijna iedere dag minimaal één keer naar de achtervang, onze Time Out. Het niet kunnen functioneren in de groep is reden voor dit dagelijks uitstapje. Ik vraag me af wat dit zou doet met de mindset, en belangrijker; het welbevinden  van een leerling. Wat zegt het dit iedere dag gebeurt? Voelt hij zich welkom in de groep, bij zijn medeleerlingen en op school? Hoe is de relatie met de leerkracht en hoe verloopt de communicatie? Als hij bijna iedere dag ontglipt, vraagt dit een pedagogische uitdaging. Ik zoek als eerst de dialoog met de leerkracht.

“Het lukt me bij hem niet om de juiste vraag te stellen…”

Ergens een pijnlijke constatering. En toch, de moed zichzelf kwetsbaar op te stellen maakt de hulpvraag duidelijk. En het zal wellicht leiden tot bewustwording. De onmacht groeit tenslotte. En ergens de angst, gevoed door aannames, wat het stellen van een juiste vraag blokkeert. De verbinding met Michael is in ieder geval verder weg dan ooit. Samen staan zij echter voor een opdracht. Beide met hetzelfde verlangen; inzicht op en vertrouwen in hun eigen kunnen. Samen elkaar iets leren. Hun (leer-) kracht zien en accepteren te mogen zijn wie ze zijn. De sleutel ligt mogelijk in de relatie.

Als ik het lokaal binnen loop om de groep te voorzien van hun proefwerk wiskunde zie ik hem achter in de klas zitten. Michael. Te vaak in de achtervang verbleven vandaag en nu, als tussenstap, ondergebracht in een andere klas.

Ik knipoog. Hij knikt terug.

Wanneer het proefwerk is uitgedeeld en de leerlingen aan het werk zijn pak ik een pen en ga naast Michael zitten. Hij kijkt me afwachtend aan. Ik zie een proefwerkblad liggen waarop een dagrooster staat. Mijn eerste gedachte: niet meer welkom in de groep vandaag.

Op de achterkant begin ik met schrijven.
Wat is er gebeurd waardoor je nu hier zit?

‘Ik had gister veel problemen!’

We zijn vertrokken. Ik teken een cirkel om ‘problemen’. Een prachtig woord dat bij mij direct de vraag Wat dan? oproept. Ik vraag het niet. Als een woordspin trek ik alleen maar lijnen. Ik weet en vertrouw dat hij mijn vraag wel aanvoelt. Ik schuif het blad naar hem toe. Al snel pakt hij zijn pen op en aan het einde van de lijnen is hij open.

‘Ik was veel kinderen aan het uitschelden.’
‘Brutaal.’
‘Door de gang lopen.’
‘Druk zijn.’

Een mooie opbrengst. Evenals zijn evaluatie én vanuit de ik geschreven. Erg sterk. Verantwoordelijk zelfs. Als stroomschema ga ik al vragend verder. Wat ik krijg is waardevolle informatie. Zijn informatie, zijn beleving en zijn waarheid. Het uitschelden zou zijn ontstaan toen twee leerlingen hem aan het knijpen waren geweest. Volgens hen was Michael te druk. De oorsprong van zijn gevoel druk(te) kon hij niet goed beschrijven. Wel kon hij aangeven zich in een leeg lokaal veilig te voelen.

‘Gewoon, als ik even alleen in een kamertje ben, bijvoorbeeld het muzieklokaal.’

Als ik doorvraag of hij het alleen zijn als prettig ervaart volgt een duidelijke ‘Ja’! Is het wel veilig voor hem ik de groep? Is het de rust? Kan hij de vele impulsen en/of het overzicht in de klas wel constructief reguleren? Vragen te over. Te inhoudelijk en groot voor nu.

Zelfinzicht lijkt Michael verder te helpen. Bewustwording van de momenten waarop hij druk ervaart. Hij weet al wat hij nodig heeft… Alleen in een lokaal is een mogelijkheid om tot rust te komen. Een afgeschermde werkplek, een kaart die hij kan laten zien aan de leerkracht zodat die weet dat hij druk is, observeren en noteren wanneer hij druk wordt zijn andere mogelijke oplossingen.

De start is gemaakt, zijn eigen proces ingezet!

Gehoord worden hoeft niet altijd verbaal. Zien kan non-verbaal soms veel sterker zijn. Beschikbaar zijn zit ook in even die knipoog. Het fluisteren van een verwachting. In gebaren. En in een chat op papier. Papier is namelijk geduldig. Reflecteert. Laat je nadenken over de juiste vraag. Nadenken over de juiste woorden voor gevoel en ervaringen. Papier ontneemt je de tijd. De tijd die er niet lijkt te zijn, is er dan in overvloed. En dit geeft vertrouwen en biedt veiligheid waardoor een ogenschijnlijke afstand minimaal wordt. Het aangaan van verbinding op papier. Voelen wat in het moment het juiste is om te doen. De vraag zal opborrelen. Alleen dan het lef ‘m te stellen!?

Schrijven/tekenen werkt. Altijd! Een A4-tje is zo gepakt. Schrijf de vraag op die je bezig houdt. Leg het blad op de tafel van de leerling. En ja, het is ook een reflectie voor je als leerkracht. Je geeft een uitnodiging om te antwoorden. Geen antwoord is ook een antwoord. Alleen al het denken over de vraag zorgt vaak voor voldoende beweging. Door te vertrouwen dat het antwoord volgt geef je alle ruimte die nodig is. Nodig om het denken voelbaar te maken en over te gaan tot doen: het beschrijven. Vervolgacties volgen. Net als groei. Samen in beweging.

Beschikbaarheid zit in het kind het gevoel te geven er volledig te zijn. En ieder kind begrijpt dat een instructie en serviceronde er ook bij hoort. Een ontvangstbevestiging is soms voldoende. En die kan ook zitten in een conversatie op papier. Door boven de stof te staan creëer je zelf ruimte om te spelen. Spelen met wat zich aandient. Spelen met zijn van een brug. Tussen denken en voelen. Tussen ervaren en het taal geven.

Voor even mag ik de brug zijn tussen Michael en de leerkracht. Het is nu aan mij om te vertrouwen dat de leerkracht van Michael het verder oppakt. Doorpakt. Dat er vanuit het potentieel gehandeld wordt in plaats van de onzekerheid. En, dat wanneer het niet lukt, er altijd ruimte is voor een vraag!

 

Deel 1: Een glimlach in plaats van een correctie.
Deel 2: Ik luister niet!

Ik luister niet!

Ik luister niet!

Met een wat onsamenhangend verhaal vloog Sabine, onze gedragswetenschapper, vlak voor het einde van de lesdag mijn lokaal binnen. Of ik haar wilde helpen Michael op school te houden. Hij mocht nog niet naar huis! Eerst een gesprek. Dat er wat was voorgevallen kon ik nog net uit haar woorden opmaken.

Twee minuten later gaat de bel, wens mijn leerlingen een fijne dag en loop naar Michael. Wanneer ik de hoek om loop richting de achtervang, Time-Out, en zie Michael mij met een vaart passeren. Rustig volg ik Michael naar zijn klas. Met een zwiep gooit hij de deur open, loopt naar zijn tafel en gooit zijn spullen in zijn tas. Mijn collega, die de dag nog aan het afsluiten is, kijkt wat verwonderd naar wat Michael doet.

In de deuropening blijf ik staan en vraag neutraal:
“Hey Michael, ik zie dat je gehaast bent. Wat is er aan de hand?”
‘Niks! Ik ga naar huis,’ moppert hij en stampvoetend loopt hij op mij af.

Ik zet een stap naar achter. Michael heeft en neemt duidelijk de regie. Ik volg. In de ruimte die ik hem geef stem ik mijn volgende stap af op zijn verhoogde-staat-van-arousal-energie. Vertrouwen in de positieve keus die hij zal maken leg ik een hand op zijn rechter onderarm. Licht contact om in verbinding te blijven.

“Michael, ik zie dat je boos bent. Het lijkt me nu niet slim om zo de taxi in te stappen. Wellicht maak je een keus waar je later niet prettig bij voelt. Ga eens even rustig zitten!?”

Het samenkomen van elkaar en het lichte contact bracht de omkering. De stoel van de werkplek net buiten de klas schuif ik naar achteren en begeleid Michael totdat hij zit. Hij ploft neer. Ook ik ga op een stoel zitten, dichtbij en een beetje van hem afgewend. Ik leg de leiding weer bij hem. In de dialoog die volgt legt Michael uit dat hij dient na te blijven voor wat er eerder die dag is gebeurd. Het wordt mij duidelijk dat er voor hem juist heel veel onduidelijkheid is…

Langzaam breng ik Sabine in het verhaal. Zij had mij tenslotte om hulp gevraagd en ben toch wel benieuwd naar haar rol en of ik de twee weer nader tot elkaar kan brengen.

‘Ik luister niet! Niet naar haar.’
Heldere taal. Nieuwsgierig vraag ik door.
‘Zij praatte streng tegen mij en ik luister niet naar mensen die streng praten!’
Duidelijk!
“Ow!? Is dat alles”, vraag ik Michael, die mij wat verbaasd aankijkt. “Weet juf Sabine ook dat je daarom niet luistert?”
‘Nee!?’ volgt na een wat vertwijfelende blik. Die twijfel grijp ik aan om de leiding weer over te nemen en stel voor dat Michael zijn uitleg met Sabine gaat delen: ‘”..want als juf Sabine dit niet weet, hoe kan zij dan begrijpen dat jij zo dwars en boos reageert?”

Met een instemmende knik staat Michael op. Iets in zijn lichaamshouding stemt mij niet tevreden. Het is de aarzeling. Ik stel voor om met hem mee te gaan en samen lopen we naar de achtervang waar Sabine wacht. Kort leid ik het gesprek in en wend mij tot Michael met de uitnodiging om haar dat wat hij niet fijn vindt te delen.

Stilte vult de ruimte…

Als een standbeeld staart Michael mij aan. Zijn onzekerheid zet hem op slot. Zijn ogen verraden zijn kwetsbaarheid. Verrast verwonder ik me over zijn vastberadenheid in onze dialoog in vergelijking met zijn voorkomen nu. En tegelijkertijd besef ik dat ik hem misschien wel gruwelijk overvraag. Of is het misschien de druk van het samenzijn met twee volwassen? Schuldgevoel misschien? Schaamte? Een black-out? …?

“Wil je dat ik je help?”
Nog steeds geen reactie. Eenzelfde blik.
“…dat ik het vertel.”
Een knipper met zijn ogen volgt. Het non-verbale signaal vindt bevestiging!

“Weet je ook waarom ik streng tegen je was?” Schuchter laat hij het initiatief bij Sabine. Michael schudt zijn hoofd op en neer. Hij beantwoordt in korte zinnen de vragen die Sabine hem voorlegt. Met de afspraken stemt hij in.

Zo groot als dat hij in zijn voorkomen eerder was, zo klein is hij in relatie en communicatie nu. En toch blijft het groots van Michael dat hij zo duidelijk heeft kunnen verwoorden wat hem dwars zat! En wat te denken van het zichzelf kwetsbaar durven opstellen, in een kleine ruimte met twee volwassenen? Hij had ook de keus kunnen maken om agressief weg te lopen. Dit gebeurde eerder. Michael koos voor de moeilijkste weg! Spelen met regie en verantwoordelijkheid, deze uit handen geven, vertrouwen op de ander en oefenen; ervaren en voelen van zijn eigen proces.

Michael geeft ook mij weer genoeg om over na te denken. Om te beginnen veel vragen. Heeft hij niet te snel de overstap gemaakt naar het voortgezet speciaal onderwijs? Zou een extra jaar in groep 8 hem gesterkt hebben in zijn sociaal en emotionele ontwikkeling? Wanneer is zeker dat een leerling klaar is voor de volgende stap? Wat is nodig om een goede inschatting te maken van de overgang? En zouden scholen voor speciaal en voortgezet speciaal niet beter kunnen samenvoegen? Sociale veiligheid als belangrijkste argument. Samen één school met als doel het potentieel van de leerlingen zichtbaar maken! Hen bevoorraden. Faciliteren.

Met wat het nu is: Wat heeft Michael nodig om zich veilig te voelen? Hoe kunnen wij als school zijn onderwijsomgeving veilig genoeg maken? Wat is daar voor nodig? En wat heeft hij überhaupt nodig in en voor zijn ontwikkeling?

Maar Michael bevestigt voor mij ook weer eens dat er zonder een goede relatie geen ontwikkeling kan zijn! Het is een samenspel van leiden & volgen én het geven en nemen van vertrouwen. In verbinding zijn. Maar het is ook (door-/voor)zien van de details, luisteren tussen de regels door, luisteren om te begrijpen, ruimte bieden om een leerling zelf regie te laten nemen, te laten exploreren en samen het tempo dat nodig is af te stemmen. Dat is wat dit vak zo mooi maakt!

“Kom, je gaat naar huis!”

Met een schouderklop laat ik Michael voelen dat ik trots op hem ben. Samen lopen we naar de taxi. Woorden zijn niet nodig. Het is goed! En daarbij, luisteren naar niets is ook luisteren.

 

Deel 1: Een glimlach in plaats van een correctie!

Een glimlach in plaats van een correctie!

Een glimlach in plaats van een correctie!

De groei die een leerling in de loop van een schooljaar meemaakt, ontgaat me nog wel eens. Het besef volgt als je de nieuwe lichting verwelkomt. Op deze eerste schooldag zie ik ze staan. Vrijwel allemaal een koppie kleiner, letterlijk. Ze slenteren over het schoolplein, onzeker nog. Ze weten zichzelf geen houding te geven, zoeken aansluiting. Bij wie voel ik me thuis, bij wie ben ik veilig?

Ik struin wat over het schoolplein en stuit op Michael. Hij valt op. Niet qua lengte. In vergelijking met de anderen is hij overigens absoluut niet klein. Maar het is zijn algehele uitstraling, zijn manier van bewegen en zijn vragende en zoekende blik…

‘Hoi, ik ben meneer Ronald en jouw naam is?’ vraag ik en ik steek mijn hand uit. “Michael!” antwoordt hij met een soort schijnzekerheid. Hij lijkt een soort van ‘waarom moet hij juist mij weer hebben…’ in zijn intonatie te hebben.  ‘Heeeej, Michael! Goed dat je er bent,’ zeg ik en daar laat ik het bij. Ook in zijn handdruk en lichaamshouding voel ik een soort van onveiligheid.

Het zal zeker niet ons laatste contact zijn. Iets in me zegt dat ik juist met hem ‘iets’ moest. Maar wat? Telkens als ik Michael tegenkom in en rond de school, volgt er vanuit mij – met steeds dezelfde intonatie – een ‘Heeeej, Michael!’, gevolgd door een halve knipoog.

De eerste dagen knikt hij alleen een keer zijn hoofd. Het lijkt erop alsof hij denkt dat ik hem voor de gek houd. Na vier dagen komt hij wat los en lijkt hij me te willen ‘toetsen’!
‘Heuj Harrie,’ is zijn antwoord op mijn ‘voorspelbare’ groet. Ik bezorg hem een welgemeende grote glimlach. Ons eerste contact, dat is winst dus!

Langzaam begint hij zich veilig te voelen. Hij laat niet direct alles van zichzelf zien. Eerst maar eens de grenzen aftasten. Hij doet zichzelf stoerder voor, zo lijkt het. Ik zeg niets, bevestig zijn toenadering met een glimlach in plaats van een correctie. En dit ‘patroontje’ herhaalt zich zo een aantal dagen. Tot de tweede week, op woensdag.

‘Hoi meneer Ronald!’

Vanuit de andere kant van de hal hoor ik hem roepen. Ik herken zijn stem direct. Met een grote glimlach draai ik me om.

‘Hoi Michael, hoe gaat ie?’
‘Goed!’
‘Mooi zo, veel plezier vandaag!’

Ons eerste korte gesprek was een feit. En wel op zijn initiatief! Niet ‘stoer’ en ‘aftastend’, maar in contact!

Ik geniet elke keer zo van deze kleine stapjes die leerlingen maken en overduidelijk ook nodig hebben. Door een leerling te volgen en hem/haar het gevoel te geven dat hij/zij zich veilig weet, is een basisvoorwaarde aanwezig voor een vruchtbare relatie waarin ‘geleerd en ontwikkeld’ kan worden. Het is het fundament, de opening voor een verbinding.

De ‘Heeeej’ – in combinatie met mijn enthousiasme – verzon ik ter plekke. Ook met de handdruk sloeg ik onbewust een pad in. De reactie van Michael – het terugtrekken en in zijn comfortzone blijven – bood mij een uitdaging. Het onbewuste werd bewust: het structureel groeten, op dezelfde toon, de knik, de lach.

Mijn uitdaging zat in het weerleggen van zijn gevoel van onveiligheid. Hij ‘toetste’ mij. Houdt deze leraar mij voor de gek? Mijn reactie was voor hem nieuw, was mijn enthousiasme oprecht? Dat zocht hij uit. Daar was tijd voor nodig.

Inmiddels is voor mij duidelijk geworden hoe Michael communiceert en wat zijn aanspreekniveau is, zowel verbaal als non-verbaal! Het zit in de details: zijn knikjes, het zoeken, zijn bewegingen, de woorden die hij kiest…

Lesgeven is een bijzonder spel. Waarin nog genoeg te ‘toetsen’ is. Met Michael durf ik dat avontuur wel aan. Hij met mij ook!

Wordt vervolgd…

 

Deel 2: Ik luister niet!
Deel 3: Is er een juiste vraag?