Blog : pesten

Meesters in pesten. #2

Meesters in pesten. #2

…of eigenlijk ‘Meesters over pesten’! Het was de titel van een workshop die ik, samen met Marije Boot, gaf voor leerkrachten en schoolleiders bij een groot schoolbestuur in de kop van Noord-Holland. Het doel was inzicht geven in het ‘functionele waarom’ van pesten in een systemische context. Niet over methoden of protocollen. Maar over dat wat werkt. En vooral waarom het zo werkt. Hij deelt in deze bijdrage  zijn ervaringen.

Op dit moment ligt er veel nadruk op het bestrijden van pestgedrag. Deze middag keken we op een andere manier naar het omgaan met pesten, waarbij het pesten zelf niet wordt bestreden, maar eerder wordt gezien als een uiting van iets anders. Bestrijden voedt het oordeel op pesten en houdt daarmee het achterliggende pestsysteem in stand. Vanuit interpersoonlijke dynamieken kijken we naar wat eigenlijk ‘achter de woorden’ die gebruikt worden, schuil gaat. We geloven dat alleen door het zonder oordeel kijken naar wat er IS, ruimte ontstaat om de onderliggende patronen te zien.

Voordat deze ‘andere kijk’ doorgang kan vinden, is het belangrijk om bij jezelf – vanuit je eigen systeem – te ervaren hoe jouw innerlijke houding is ten opzichte van pesten. Maar ook hoe je pesten hebt ervaren, hoe je er wellicht onderdeel van bent (geweest) en hoe jouw biografisch verleden daar onderdeel van uitmaakt. Want je eigen waarneming begrijpen, omvat ook de oplossing voor pestgedrag.

Vanuit mijn dagelijkse praktijk als groepsleraar in het vso bracht ik persoonlijke ervaringen uit mijn groep. Het verhaal en mijn interventies waren de leidraad voor mijn vraag: ‘wat wil er gezien worden wanneer er gepest wordt en wat vraagt dat van mij als leraar?’ Vervolgens voegde Marije haar betekenis toe aan de casus, vanuit het systemisch waarnemen.

Rob staat bij de kast. Hij wil zijn werkblad perforeren. Als Tommie onopgemerkt aan komt lopen en de kast opent, raakt hij Rob in zijn buik. Rob ontvlamt ogenschijnlijk uit het niets, Tommie schrikt hiervan en blijft wat verbaasd en verstijfd staan.

Uit het andere lokaal komt Jacky aangesneld. Hij heeft Rob wel vaker op deze toon horen schreeuwen. Volgens hem moet een ‘zwakkere’ wel vaker het onderspit delven. Jacky houdt beide uit elkaar en schrikt vervolgens van zijn eigen actie. Hij wil zorgen voor één van de twee, terwijl hij niet gezien heeft wat er gebeurde…

In eerste instantie houdt hij zich sterk, maar als Jacky afstand neemt, lijkt Tommie zijn emoties niet in bedwang te kunnen houden. Met tranen in zijn ogen en het verdriet verbijtend, loopt hij weg naar zijn tafel.

Vanuit de andere kant van de klas roept Luuk wat richting Tommie.

De maat is vol en Tommie draait zich om. Hij loopt naar Luuk en geeft zijn grens aan. Luuk lijkt de groepsdruk te voelen en blijft uitdagen. Tommie verliest zijn controle: hij uit een bedreiging aan het adres van Luuk. Gevolgd door een schop!

Als leraar neem ik de regie over en leg de les stil. We bespreken met elkaar wat nu precies de aanleiding is. We construeren wat er gebeurde en in plaats van alle gevolgen, gaan we terug naar waar het begon.

Tommie kijkt wat schuldig naar beneden. ‘Ik wilde een atlas pakken en vergat aan Rob te vragen of hij even aan de kant wilde gaan.’ Rob kijkt wat verbaasd naar Tommie. In zijn ogen is duidelijk te zien dat zijn reactie wellicht wat overtrokken was, zeker nu hij luistert naar wat Tommie zegt. Wie probleemeigenaar is, wordt snel duidelijk en Rob geeft aan dat hij niet zo fel had hoeven reageren.

Nog voordat de situatie helemaal is uitgesproken loopt Luuk op Tommie af en wil hem een hand geven. In eerste instantie lijkt Tommie wat te schrikken. Een snelle handdruk volgt. Op het moment dat ze elkaar aankijken ontstaat bij beide een glimlach op het gezicht. Ze hebben elkaar gezien en zaken die speelden weer teruggelegd op de plek waar ze horen.

En bij mij bleef die ene blik van Tommie, die ‘snelle’ tranen in zijn ogen, nog even hangen.

Van mij als leraar vraagt dit om – samen met de leerling – te leren regie te nemen over wat er gebeurt. Door tijdelijk mijn eigen oordeel, reactie of emotie uit te stellen en samen te onderzoeken wat echt nodig is. Dus ook voorbij te gaan aan mijn eigen ervaringen rondom pesten, toen ik zelf kind was. De valkuil is te denken dat ik handel voor het welzijn van de leerlingen, terwijl ik dan vooral handel in het belang van mijn eigen welzijn…

Voor mij begint het met open kijken naar wat er is, met het neerzetten van een setting waarin vertrouwen en verbinding van belang zijn. In een dergelijk veilige setting kan ik luisteren naar wat de het kind werkelijk te zeggen heeft, ook als zijn waarheidsbeleving anders is dan mijn eigen waarheid. Samen op zoek – doorvragen, ook binnen het onbewuste – naar wat gehoord en gezien wil worden.

Als we tijdens het kamp een nachtspel gespeeld wordt, komt Tommie bijna ontroostbaar uit het bos gelopen. Hij wordt WEER gepest, voor zover ik kan opmaken uit zijn hevige emoties!? Hij weet dat voor mij de aanleiding van belang is. Na wat externe attributie – het probleem bij de ander leggend – wordt ook zijn eigen aandeel verkend. Dit vindt hij ontzettend moeilijk! Tommie lijkt zich minder bewust te zijn van wat zijn gedrag met de ander doet.

Tijdens het gesprek in het bos wordt het voelbaar dat er bij Tommie ‘oude pijn’ zit achter zijn verdriet. Dat wordt waarneembaar in alle uitspraken en antwoorden op de vragen die ik hem stel. Ook wanneer er afspraken worden gemaakt voor de terugweg, verzandt hij in een oud patroon in de hoop zichzelf zo staande te houden…

Een dag later zijn we in het zwembad. Ook hier komt Tommie melden door verschillende leerlingen uitgedaagd te worden. Hij verwacht dat er direct een consequentie voor de ander dient te volgen. Het gevoel van ‘slachtoffer’ is duidelijk voelbaar. Wat zit eronder? Ik besluit met hem te gaan zitten en de tijd te nemen om uit te zoeken waar het ‘m in zit. Op zoek naar een lege tafel neem ik onderweg een paar emmertjes uit het peuterbad mee.

Als we zitten neem ik samen met hem de situaties door. Ik stel de situatie op en alle door hem genomen acties beschouwen we samen. Als ik hem vraag wat maakt dat hij niet uit de situatie stapt, en hem dat visueel maak door het ‘dader’-emmertje over het emmertje dat voor hem staat te zetten, breekt hij. ‘Weglopen doe ik niet, want ik wil niet de zwakkeling zijn!’

Door zijn opmerking en eerdere situaties die Tommie meemaakte, speelt voor mij de vraag op hoe het komt dat Tommie zich steeds door anderen gepest of uitgedaagd voelt? Tegelijkertijd vermoed ik ook dat er een patroon in zijn eigen systeem zit wat dit veroorzaakt. En precies op dit punt voel ik een grens aan wat ik als leraar voor hem kan betekenen. Mijn manier van omgaan met heftige gedragsuitingen in mijn groep is samen met leerlingen te kijken naar waar de onmacht in communicatie en omgaan met emoties zit. En dit te vertalen naar verantwoordelijkheid, zelfbewustzijn en eigen leiderschap. Dit lijkt in het verhaal van Tommie echter niet meer de oplossing.

Marije vervolgt en stelt bij ‘lastig gedrag’ – zoals pesten – de volgende vraag: ‘wat wil het fenomeen pesten in beeld brengen? En wat gebeurt er als pesten er niet mag zijn?’ Zou dat kunnen betekenen dat wat het pesten in beeld wil brengen, er ook niet mag zijn? Misschien wat ‘vaag’, maar concreet zou een consequentie daarvan kunnen zijn dat er mogelijk nog meer gepest gaat worden. Dit om juist iets wel in beeld te krijgen…‘

Pesters zijn vaak onbewust verbonden met daders in een familie,’ legt Marije uit. ‘Soms ook in eerdere generaties. Deze daders zijn vaak uitgesloten in het familiesysteem. Dan wordt er bijvoorbeeld niet meer over die persoon gesproken in de familie. De functie van pesten is dan deze dader weer in beeld te brengen. Dat is nodig om het systeem weer compleet te krijgen, dus ook MET de dader erbij.’

‘Veel gebruikte anti-pestprogramma’s richten zich op het aanpassen van het gedrag, of het inzicht geven in wat het effect van pesten is. En op zich kan dat best werken. Alleen kun je jezelf afvragen of daarmee de achterliggende oorzaak (namelijk de verstoring in het systeem) wel gezien wordt. En als dat niet gezien wordt, is de kans aannemelijk dat het pestgedrag weer terug komt. Of dat een kind ander afwijkend gedrag vertoont.’

‘Pas als je als leerkracht achter het gedrag van de leerling kan kijken, kan dat wat door het gedrag in beeld gebracht wordt, gezien worden. Maar hoe doe je dat dan als leerkracht? Want in feite heb jij geen weet van wat er in het familiesysteem van een kind heeft afgespeeld. Kinderen weten dat vaak zelf overigens ook niet.’

Oefenen
In de workshop hebben we geoefend met een groep leraren, schoolleiders en intern begeleiders. Enkelen van hen representeerden de leerlingen uit de klas, en een persoon stond als zichzelf voor deze groep. Zij kreeg een vel papier voor zich met daarop de tekst ‘Pesten is hier niet toegestaan’. Zonder deze tekst hardop uit te spreken keek ze naar de ‘leerlingen’. Bij het bevragen wat er gebeurde, reageerden de ‘leerlingen’ met woorden als: onrustig, niet gezien worden & opstandig.

Vervolgens kreeg de leerkracht voor de groep opnieuw een vel papier met de tekst ‘pesten hoort erbij’. De ‘leerlingen’ reageerden hier heel anders op, zonder te weten wat er op het papier stond! Zij gaven aan rustig te worden, nieuwsgierig te zijn en de beweging naar haar toe te willen maken. De leerkracht zelf gaf aan in beide gevallen ook hele andere emoties waar te nemen. ‘De intentie die je hebt,’ vertelt Marije, ‘bepaalt blijkbaar het gedrag van de leerlingen. En dat wat je buitensluit, geeft reden tot onrust. Het is de kunst om als leerkracht het gehele kind met diens hele familiesysteem in je hart te sluiten. Als pestgedrag er van jou niet mag zijn, kan het dus zijn dat het kind er nog harder aan gaat werken om dat, wat niet gezien mag worden, aan het licht te brengen. Als slachtofferschap bij jou irritatie opwekt, voelt een kind onbewust dat het dat in beeld wil brengen.’

De dynamieken in je eigen achtergrond zijn vaak een overlevingsmechanisme geworden in je eigen systeem. En dat neem je soms mee naar je werk. Dus als jij je eigen dynamieken kent, kun je zelf ook vrijer naar je leerlingen kijken.

Het lijkt me te gek om deze ervaring, samen met de kennis van Marije verder te brengen en andere leraren, schoolleiders en intern begeleiders te inspireren! Hen meenemen in de wereld van ‘het systemisch kijken’ en naar de dynamieken in de groep.

Go with the ‘flow’.

En opeens zag zij het licht, onze minister van Onderwijs. Ze keek naar een – wat deze dan ook mogen zeggen – ranking. Ze ziet dat ons onderwijs het ‘Feyenoord’ van het onderwijs in de wereld aan het worden is en raakt dan in paniek! Ineens lijkt de minister te gaan luisteren. Ja, want al jaren komen uit verschillende hoeken geluiden dat de veranderingen jaren geleden het onderwijs niet bepaald duidelijker en effectiever gemaakt hebben.

En daar gaan we weer.

Zoals de economie op en neer gaat, fluctueert ook het onderwijs. ‘Go with the flow’ is een must, maar wil nog niet direct zeggen dat wat leraren/docenten moeten (!?) doen ook daadwerkelijk het beste is voor iedere leerling. Leraren waren daar zelf trouwens allang achter gekomen. Maar zo zijn er zelfs ook al bijvoorbeeld scholen die de ‘oude’ MAVO weer hebben ingevoerd. Die ‘flow’ is dus maar betrekkelijk. Klein beginnen, in de klas en als school.

Belangrijk is dat die leraren altijd vertrouwen in zichzelf en in elkaar zijn blijven houden. In plaats van bezuinigingen zouden zij juist beloond dienen te worden. En dat hoeft echt niet altijd alleen maar in geld, nog even los van de onderwijsuitgaven de afgelopen jaren.

Het gaat om de autonomie en de verantwoordelijkheid van leraren. Over het ‘aanzien’ van de beroepsgroep, over het ‘trots’ kunnen zijn op je vak!

Dat hebben ze in Finland goed begrepen. Daar waar in centraal Europa iedereen zich druk maakt om de euro, blijft het in Scandinavië ‘angstvallig’ stil. Daar ligt de focus namelijk op het welbevinden van de individuele leerling. En een klein detail: het onderwijs daar is – op dit moment – het beste van Europa! Als Nederland zichzelf nu eens coöperatief op zou kunnen stellen, dan zou er geleerd kunnen worden van wat daar werkt. Een cultuur is niet te kopiëren, het gaat over bouwen aan een (ecologische en duurzame) visie op opvoeding en onderwijs. Het beleid van ‘iedere 4 jaar’ lijkt geen zoden aan de dijk te zetten.

Inzoomen op Finland:

Als eerste is het opleidingsniveau beduidend hoger dan hier in Nederland. Kennis van didactiek en pedagogiek is ontzettend belangrijk. En hoger opgeleid, betekent in mijn ogen ook meer perverse en intervisie. Tegenwoordig komen daar de diagnoses ook nog eens bij. Iedereen schijnt te weten wat beter is voor de ander… In Amerika heb je een prachtig voorbeeld waar meerdere hoog opgeleide leerkrachten een groep met kinderen met verschillende diagnoses draaien. Alleen met voldoende kennis, incl. leren van en met leerlingen, is het mogelijk een lat hoog te leggen. Verder kijken dan de ‘onmogelijkheid’ en/of ‘problematiek’!

In Finland ligt de nadruk meer op rekenen en taal en toch is het anders dan in ons land. Spelenderwijs maken kinderen al vroegtijdig kennis met breuken en vermenigvuldigen. De Nederlandse lokalen liggen vaak bomvol met hulpmiddelen en methodes, terwijl in Finland met een minimaal aantal aan hulpmiddelen wordt ge-‘educeerd’. Er wordt met concreet materiaal een bijdrage geleverd aan de begripsvorming. Ervarend en contextrijk leren.

Ook het gehele pedagogisch klimaat op scholen in Scandivavië hebben een totaal ander karakter. Zo is daar er jaren geleden bekend geworden dat masseren helpt tegen pesten op school.

En de wijze van communiceren en het geven van (formatieve) feedback is beduidend anders. Leerlingen laten elkaar hun werk zien en beoordelen. Leerlingen, maar ook de leerkracht, reageren op dat wat gemaakt is en stellen vragen. Dit gebeurt altijd op een positieve, opbouwende manier. Zo leren kinderen al omgaan met kritiek, zonder dat zij zich direct aangevallen hoeven te voelen. Deze manier van werken is natuurlijk wel zeer intensief – en er is toch veel minder onderwijstijd -, maar de opbrengst is des te groter. Leerlingen worden gemotiveerd om van elkaar te leren.

Een belangrijk onderdeel om rust en sfeer te creëren binnen scholen is het stellen van duidelijke regels en afspraken. Op Finse scholen zijn schoolbrede, goed overdachte gedragsregels samengesteld in consent met de gehele ‘community’. In alle klassen en alle andere ruimtes van de school gelden deze regels en afspreken. Het corrigeren gebeurt niet op een directe manier maar door het stellen van de juiste vragen! Hierdoor wordt relevante, individuele voorkennis gebruikt om het kind aan te zetten tot het creatief denken en oplossingsgericht handelen naar een geschikte oplossing.

Onze eigen Marja…op zoek naar de stal, samen met de ‘drie wijzen’ van Nederlands, Engels en Wiskunde. Wel is te hopen dat het onderwijs dat nu ‘weer’ geboren gaat worden wat langer stand gaat houden.

Let’s keep it simple, laat je inspireren door bijvoorbeeld Scandivaië en ‘experimenteer’ met wat werkt!!