Blog : ruimte

Latorrr! En daar ging ze, door de mist…

Latorrr! En daar ging ze, door de mist…

latorrr-mistQoutePrecies 3 jaar geleden postte ik dit artikel. Het speelde toen, in de mei-vakantie. Vorig schooljaar haalde ze haar diploma en de middag voor de uitreiking heb ik deze tijd nog kort met haar doorgesproken. Of het toeval was of niet kwam er een toenmalige leerling bij staan. Vol trots vertelde hij over zijn eigen vermissing en wilde de website met zijn signalement laten zien. Haar reactie was alles zeggend, met een waarde(n)vol statement: een grens over willen gaan was het niet, maar een zoektocht binnen haar eigen grenzen en mogelijkheden dreef haar. Omdat de thema’s en de inhoud nog steeds actueel zijn een herschreven repost:

Hoe vermist waarschijnlijk ingeleid werd door het gemis aan veiligheid, vertrouwen, gevoel van eigen regie en vrijheid, dat uiteindelijk haar heeft aangezet tot een vertrek. Samen met een groepsgenoot liep zij rond middernacht weg. Op avontuur? Op zoek naar beter? Het is en blijft natuurlijk (nog) speculeren wat haar dreef om te weg gaan.

Lees verder

De groep en ik

De groep en ik

Grote verschillen in de groep zijn er, hoe ik er mee omga start bij mij.
Bij wie ik ben en hoe ik denk over verschillen.
Het start bij mij en de groep, en bij mij in de groep.
Wat je krijgt is ons als groep.

De dynamiek in iedere groep wordt bepaald door elke unieke ‘ik’. Oude pijn, biografisch verleden, familiesystemen, kwetsbaarheid, verlangens, verwachtingen, moeilijkheden zoals diagnoses, belangen en soms (onbewust) verborgen agenda’s. Zomaar wat topics die meespelen in het vormen van perceptie en ‘eigen’ waarheden. En deze creëren grote verschillen. Maar hoe ga ik nu om met deze verschillen?

Lees verder

Op tijd rekenen

Op tijd rekenen

We zijn op tijd, maar in de klas lijkt het uit te lopen. De kookwekker lijkt iedere tien minuten niet doeltreffend genoeg. Een ander ouderpaar ploft naast ons op een bank neer en we kijken elkaar wat bedenkend aan. Bij mij de twijfel. Zijn we dan misschien toch te laat? Of te vroeg?

Met een zwaai wordt de klasdeur open gegooid. Een rood, gespannen gezicht volgt twee ouders die het lokaal uitsnellen. De planning loopt niet geheel volgens plan. Samen met mijn vrouw loop ik in het spoor van de juf naar binnen. Ik neem plaats op de stoel van een groep 4-der.

Wat volgt is een uitgebreide uitleg van hoe het jaar praktisch is gestart, waar de juf en ook de kinderen aan gewerkt hebben en wat haar ervaringen zijn tijdens het werken met onze zoon. Ik luister en wacht geduldig op het moment dat we het gaan hebben over zijn voortgang. De secondes tikken weg.

Lees verder

Iets fout doen, omdat het goed is!

Iets fout doen, omdat het goed is!

De school staat in rep en roer. Overal beweging en een wat gespannen sfeer. De grote dag is aangebroken. Vandaag de dag waar iedereen zo lang naar uit heeft gekeken. Na vandaag de druk van ketel. Er stond ook wel wat op het spel, van ‘oranje naar groen’ als missie. Rood de kleur van een vallend doek.

Voor de zomervakantie was er al weken  lang aan gewerkt. De laatste weken waren het meest intensief. Puntjes op de ‘i’ werd het genoemd. Op sommige momenten had het echter meer weg van ‘teaching to the test’.

Als ze binnen komen worden ze opgevangen door mijn leidinggevende. De tassen worden op diens kantoor gezet en zij begeven zich onder de mensen.

Lees verder

Afstand nemen op voetbalzaterdag

Afstand nemen op voetbalzaterdag

De tweede wedstrijd van het seizoen. Nieuw voor ons beiden. Zelf nooit gevoetbald. Voor Feie nieuwe ervaringen. Het sporten in teamverband, het spel, de spelregels, de posities, bijbehorende taken en de taal: ‘door het midden’, ‘langs de lijn’ en ‘het veld breed houden’.

Vandaag een uitwedstrijd. In Gilze tegen het selectieteam, de F1. Zij, die net koud twee trainingen achter de rug hebben, tegen een team dat al zeker een seizoen geolied draait. Die machine blijkt al snel de ene na het andere doelpunt te scoren. Wat ik zie is een groep die vooral bezig is de bal te krijgen en te houden. Om vervolgens op de helft van de tegenstander pogen te scoren. Op een kleine kans na in de eerste helft zijn zij niet geslaagd in deze laatste opzet.

Die kleine kans komt voort uit het afpakken van de bal en een rush langs de linkerzijkant.

Lees verder

Fiets inzicht.

Fiets inzicht.

Na maanden weer eens lekker met mijn hoofd in de wind. (Race)fietsen. Stil gezeten heb ik echter niet. Vele inzichten deden een wedstrijd om als eerste begrepen te worden. Gegrepen zou trouwens beter passen.

Als ik na 40 kilometer er achter kom dat mijn gekozen afstand net iets te lang blijkt te zijn, dwaalt mijn hoofd af. Ik denk aan gisteren. Aan het nieuws dat de pilot SAMENkracht wordt opgeschort. De visie blijft ont-wikkelen, de vorm verandert.

Afgedwaald en denkend aan de toekomst vliegen twee, achter elkaar aan zittende merels in een bocht vlak voor mijn wiel langs . De schrik gooit me terug in het moment. Bewustwording dat mijn gedachte me overnam. Tegelijkertijd de opluchting dat mijn benen wat minder hard trappen dan een half uur daarvoor.

Met een lach fiets ik door. Voelend hoe de zon brandend op mijn benen de pijn wat verzacht.

Twee wielrenners snellen me voorbij. Direct de impuls om aan te klampen. Een kilometer of tien gaat het goed. De man voor me is duidelijk getraind. De ander haakte na een paar kilometer al af. De moeheid slaat toe, de focus verslapt. Op het moment dat ik de rood-witte paal in het midden van het fietspad net niet raakte, opnieuw teruggeworpen in het moment: eigen tempo!

Het frustreert me! Mijn tempo. De irritatie dat systemen zo zuiver voelbaar zijn. Weerstand. De voorspelling die ik rondom de pilotklas had gedaan werd bewaarheid. Is het de voorspelling die het de das omdeed? Of heeft het zo moeten zijn?

Ik denk terug aan de twee vogels en twee renners. Twee. Dat er twee kanten aan een verhaal zitten is me geleerd.

Ik weet nog waar ik het dacht. Dat de pilot eindig leek. Op het moment van mijn laatste rit voor deze. Het was in Limburg. Ik weet nog waar we fietsten. Vlak voor de Eyserbosweg. Voor de klim kreeg ik van een oud-collega ooit de waarschuwing: ‘op tweederde wordt ie pas echt stijl’.

Samen met Florus heb ik 100% gegeven. Na een aantal maanden al éénderde terug. Meerdere redenen. Verschillende variabelen. Meer dan twee, dat zeker! Een dag ontslag tussendoor. Nu blijft er een derde over. Welzijn als belangrijkste reden voorop. Terug naar nemen zoals het is. Op dit moment.

fiets-quote-klRespect voor wat we hebben neergezet. Ik heb mogen zien en experimenteren wat werkt. Ook gevoeld wat nodig is! Net als nu. Conditie om te beginnen. En een opbouw. Een trainingsschema is een optie. De WIL als eerst.

Een mooie dag vandaag. De zon doet haar best om mijn omgeving te verwarmen. Mijn benen hebben het gevoeld. Met mijn hart gevuld met energie en motivatie beginnen we een nieuw avontuur. Dezelfde spelers. De vorm is iets iets anders.

Als een boot de brug voor me doet openen sla ik af. Een weg in die ik nog maar weinig heb gefietst. Met een laatste inspanning. Het viaduct over. Het doet pijn. Maar stoppen?

“Don’t stop believing, unless your dream is stupid.”

De rugzak en de vlinder

De rugzak en de vlinder

Werken in het speciaal onderwijs heeft ook wel zo zijn voordelen. Iedere dag mag ik werken met jongeren met een rugzak. Gekregen van de overheid! Gewoon omdat het zo geregeld is en tegelijkertijd om het meest passende onderwijsaanbod af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van deze jongeren. Zo wordt gezegd.

Alleen…mijn voordeel gaat echter, anders dan het ‘voordeel’ leerlinggebonden financiering, over de rugzak die een leerling zijn gehele leven meesleept, het verhaal.

Humans of New York, okt ’14

It was hell growing up. My parents were two pieces of shit. You don’t know what it was like coming home from school and being afraid because your mom is flying on fucking drugs so you go and hide under your bed and listen to them scream and wonder whether your dad or your mom was going to kill the other one first. One time my dad told my mom that he’d kill her if she hit me again. He came home that night and saw my face bruised up, so he dragged my mom out of her room by the legs, lifted her up by her throat and pinned her against the wall. Her face was turning more and more purple and I was pulling on her legs trying to get her feet back on the ground. Cause I didn’t want to see my dad kill my mom. She always beat me and called me a piece of shit and told me that I was going to hell, but that was my mom.

Het zijn de verhalen uit de rugzak, die soms eeuwig lijkend durende zoektocht. Het onontgonnen pad naar de plek waar hij/zij gehoord wordt, zichzelf mag zijn en leert gelukkig te zijn. Niets is mooier om de rups binnen te zien kruipen en uiteindelijk de vlinder te laten vliegen! Vol vertrouwen, het leerproces vooraf al aan te voelen en samen af te stemmen wat nodig is, start een ieder een eigen ont-wikkel-pad. Ieder met hun eigen verhaal, verleden en verlangens naar morgen.

Maar is er iets moeilijker dan het verhaal daar te laten waar het hoort? De weg naast elkaar te bewandelen, van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en op een bepaald punt afscheid van elkaar te nemen. En juist dit laatste, het loslaten, is mijn allergrootste uitdaging! Het willen zorgen, het beter weten door levenservaringen, mijn ideaal en de passie voor onderwijs zijn regelmatig obstakels.

Ooit las ik een verhaal over de man in het bos die al dagen een vlinder zag worstelen om uit de cocon te komen. Op het moment dat de man de keus maakte om te helpen, viel de vlinder op de grond. Het was vleugellam en afhankelijk om in leven te blijven…

Het juiste doen op het juiste moment. Volledig vertrouwen op dat iedereen zelf wil vliegen! Zelf bepaalt wanneer. Het vraagt ondersteuning. Faciliteren. Inspireren. Voordoen. Voorleven. En soms levert dat een twijfel op. Een twijfel die regelmatig zo eenzaam voelt. ‘Het zekere weten te voorkomen’ klinkt leuk, maar vergt veel energie. Luisteren met je hart, tijd en ruimte creëren en het verhaal van de ander laten zijn!?

Het zijn de verhalen van hen, mij en/of samen die op enigerlei manier aansluiten op ieders leerproces. Op het moment dat het verhaal er mag zijn raakt het je, of -op dat moment – juist niet. Beide prima! Raken en geraakt worden, dat is wat het onderwijs een zo essentieel vak maakt! Het sterke aan storytelling is voor mij het kunnen identificeren en/of inleven in het verhaal, het vanuit verschillende perspectieven bekijken en durven bevragen. En het er met compassie op te kunnen reflecteren.

Het was deze week dat een collega mij attendeerde dat één van haar leerlingen op televisie zou komen. Een week eerder kwam de trailer al voorbij. Over een pleeggezin waar veel niet liep. Volgens ouders. Ergens wat paradoxaal denk ik dan. Het was een andere collega die haar aansprak:

Ik wist niet dat zijn leven zo heftig was…

Het raakte me dit te horen. Ja, mijn collega was enthousiast. Voor haar leerling. Begrijpelijk ergens, hij kreeg een stem. Misschien voelde hij wel ergens dat hij zich kon ‘bewijzen’ naar het achterliggende systeem. Oude pijn, een rekening ‘betalen’ en verder op weg!?

Maar wat was het dat wat mij raakte? Nee, het waren de vragen over die ‘voedzame bodem’, een onderwijsomgeving waarin onze leerlingen leren! Het speciaal onderwijs, vol met rugzakken vol verhalen: Worden leerlingen binnen onze school werkelijk gezien met alles wat ze bezitten en meenemen in hun rugtas? Welke ruimte is er voor het verhaal? Hoe krijgt het een plek in de relatie tussen de leraar en leerling, een plek in de groep, binnen de school en straks in de samenleving?

En als het verhaal dan gehoord wordt, stemmen we dan ook echt ons onderwijs af?

Nee, niet vanuit het ‘uit de cocon helpen’. Maar door te luisteren. Het verhaal laten zijn wat het is. Verwonderen. En samen op zoek naar wat nodig is, loslaten en zelf verder. De oprechte, objectieve vraagstelling. Gevolg: het antwoord wordt zelf gevonden, zelfs als dat niet mijn antwoord zou zijn!

Want ook al ben je het hartgrondig oneens, er is ergens een gemeenschappelijkheid. Vind dat!

Het vraagt om moed! De moed om eigen waarden te nuanceren. De ‘sport’ om oordelen, het vinden, zo lang mogelijk uit het verhaal te laten. In verbinding blijven zoeken naar het gemeenschappelijke, de eenheid in diversiteit. Het vinden ombuigen naar doen vanuit je eigen cirkel van invloed.

Mijn leerlingen en hun verhalen hebben mij mede gemaakt tot de mens en leraar die ik nu ben! Dankbaar kijk ik daar op terug. De ontmoetingen en verhalen draag ik met mij mee. Iedere periode met alle inzichten zijn als het transformeren van een rups in een vlinder, zo ook de jongere op weg naar volwassenheid. De transitie geeft kleur, aan de vleugels van de vlinder en aan ons als mens!

geDEELd LEIDERSCHAP

Vorig weekend mocht ik tijdens Leraren Met Lef spreken over de pijler ‘gedeeld leiderschap’, een thema waar ik/wij binnen ons team volop mee bezig ben/zijn. Het is een zoektocht…een – individueel – proces! 

Vele verhalen en opgedane kennis passeerde in gedachten de revue. Waar moest ik beginnen? Ik wist het niet… En het niet weten besloot ik eens te accepteren!

Langzaam naderde de deadline. Door het niet weten te accepteren voelde ik geen ‘druk’. Een opluchting, gevoel van ruimte en vertrouwen. En tegelijkertijd wist ik nog steeds niet wat ik precies wilde delen… Tot die dag op Vlieland waar een plevier naast mij een stuk met mij mee vloog. Zijn bijzondere manier van vliegen – het kort aanzetten, zweven op de wind en langzaam zakken – deed alles op zijn plek vallen. De keynote ontvouwde zich. Transit, dat tijdens het mountainbiken in mijn oor rockte, zette de metafoor wat kracht bij. De lagen van de muziek werden woorden. Ineens wist ik het! Het werd een persoonlijke reflectie van mijn pad naar gedeeld leiderschap:

Gedeeld leiderschap is eigen leiderschap delen.

Toen ik startte in het onderwijs merkte ik al snel dat het onderwijs als een traag en moeizaam systeem opereerde. Als jonge leraar kabbelde ik de eerste jaren mee op het bijna stilstaande water. Mijn leerlingen zorgden voor de meeste reuring. Zij spiegelden precies dat waar ‘wij’ als school in gebreke bleven! Dijken werden verhoogd en verzwaard met protocollen en regels … Bang om buiten de oevers te treden.

Om mij heen zag ik dat leerlingen wilden ontwikkelen, ruimte wilden om te spelen en op zoek te gaan naar wie ze zijn en wat ze zelf kunnen. Ik werd onrustig. ‘Experimenteren om af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van leerlingen die anders leren’ werd mijn verlangen naar de zee!

Het deed pijn om mijn leerlingen te zien worstelen. Ik wilde verantwoordelijkheid nemen, werken aan een betere school, werken aan een context die ‘goed’ is en dacht dat ik dat deed!? Al schreeuwend probeerde ik een stroming in gang te zetten. Collega’s in beweging te krijgen.

Alleen de echo van dat wat ik riep beantwoordde mijn wens. ‘Autoriteitsprobleem’ en ‘schoppen’ als oordeel naar mij. Binnen de kaders bleef het windstil. Ik dacht dat ik leiding nam over mijn onderwijspraktijk, maar als een baksteen zonk ik naar de bodem. Een gebrek aan zuurstof als gevolg!

De onderstroom bracht me naar een nieuwe school. Het zware, gezonken gevoel schudde ik af door naar mezelf kritisch te zijn en mijn handelen te reflecteren. Vastberaden het anders te doen probeerde ik het gras groener te zien… Maar ook hier leerlingen en leraren die hun hoofd boven water probeerden te houden.

Ik werd stiller en soms een vinger op de zere plek. Stukken van mijn steen met kennis en vaardigheden brak ik af en gooide deze in het water, wederom hopend dat ik een stroming in gang zou zetten… ‘Relschopper’ veranderde in ‘betweter’, de sluis sloot voor mijn neus en werd een dijk.

De klas werd mijn eiland en ik experimenteerde in stilte. Onderbouwde mijn proces en innerlijk kompas met de stem van de leerling, deskundigheidsbevordering en input vanuit mijn netwerk buiten de school. Ik bouwde een uitkijktoren om over de dijken te kijken, verder bleef ik stil. Alleen wanneer het belang van de leerling in het geding kwam voegden zich donkere wolken samen boven het water. De druppels zorgden voor een schijnbeweging.

Het water kwam zo hoog te staan dat de dijken een overstroming niet konden voorkomen. Drie maal is scheepsrecht. Nieuw vaarwater. Rustiger werd het er echter niet op. Maar mijn ervaringen en vele oefenmomenten waren niet voor niets geweest. Het werd tijd om grenzen te verleggen. In mijn kracht te gaan staan. Tegelijkertijd te spelen met het water.

Het was hier dat ik de ruimte kreeg om mijn experimenteren en mijn legitimeren verder te brengen. Delen werd vermenigvuldigen. Er ontstond als vanzelf een beweging richting de zee.

Het begon te stromen en ik liet het toe om te volgen. Genoot van het ‘win-win’-denken en de keuze voor eigen kracht van mijn collega’s! Wachten op de vraag. Niet de beweging forceren, maar de rust van vertrouwen zijn werk te laten doen. De zon verscheen en de sluis ging langzaam weer open. Voor het eerst voelde ik echt verantwoordelijkheid en nam leiding over mijn handelen.

Gedeeld leiderschap start voor mij in de eerste plaats bij eigen leiderschap, het kennen van jezelf en het proces naar authentiek leraarschap van waaruit je verbindt en inspireert! 

Gedeeld leiderschap is vanuit verantwoordelijkheid samen met collega’s én leidinggevenden naast elkaar, als het ketsen van stenen op het water. Samen verder komen, een golfbeweging van ‘delen is vermenigvuldigen’ inzetten. 

Gedeeld leiderschap is samen een context creëren waar je gezien wordt en talenten er mogen zijn. De golven van de skipping stones die blenden.

Dit alles zal leiden tot een gezamenlijke en gedragen visie over en op onderwijs én opvoeding. Samen de school steeds opnieuw uitvinden. Samen staan, verantwoordelijkheid nemen, voor de simpele maar o zo complexe vraag of we het juiste doen in de vorming van de leerling!?

De pijler ‘gedeeld leiderschap’ was de middelste van vijf pijlers! De andere waren: ‘positieve pedagogiek’,’lerende school’, ‘gebruiken van verschillen tussen leraren’ en ‘baas over eigen tijd’. En aan het einde van het betoog was het de bedoeling dat iedere pijler hetzelfde zou sluiten:

Ik wens dat op alle scholen in Nederland, en in ieder geval op de scholen waar jullie actief zijn, er nog meer werk gemaakt wordt van deze pijler GEDEELD LEIDERSCHAP. Leraren met Lef en Directeuren zonder Vrees kunnen daarmee een groot verschil maken”.

Normaal gesproken zou ik voorgestelde en opgelegde ‘stukjes’ lastig kunnen reproduceren. Dit einde raakt echter mijn verlangen: Ik wens mensen deze wens ook echt toe en hoop dat iedere leraar samen met zijn/haar leidinggevende(n) de ruimte vindt en neemt om te bouwen aan goed onderwijs voor iedere leerling!
Is er een juiste vraag?

Is er een juiste vraag?

Vijf weken op school en bijna iedere dag minimaal één keer naar de achtervang, onze Time Out. Het niet kunnen functioneren in de groep is reden voor dit dagelijks uitstapje. Ik vraag me af wat dit zou doet met de mindset, en belangrijker; het welbevinden  van een leerling. Wat zegt het dit iedere dag gebeurt? Voelt hij zich welkom in de groep, bij zijn medeleerlingen en op school? Hoe is de relatie met de leerkracht en hoe verloopt de communicatie? Als hij bijna iedere dag ontglipt, vraagt dit een pedagogische uitdaging. Ik zoek als eerst de dialoog met de leerkracht.

“Het lukt me bij hem niet om de juiste vraag te stellen…”

Ergens een pijnlijke constatering. En toch, de moed zichzelf kwetsbaar op te stellen maakt de hulpvraag duidelijk. En het zal wellicht leiden tot bewustwording. De onmacht groeit tenslotte. En ergens de angst, gevoed door aannames, wat het stellen van een juiste vraag blokkeert. De verbinding met Michael is in ieder geval verder weg dan ooit. Samen staan zij echter voor een opdracht. Beide met hetzelfde verlangen; inzicht op en vertrouwen in hun eigen kunnen. Samen elkaar iets leren. Hun (leer-) kracht zien en accepteren te mogen zijn wie ze zijn. De sleutel ligt mogelijk in de relatie.

Als ik het lokaal binnen loop om de groep te voorzien van hun proefwerk wiskunde zie ik hem achter in de klas zitten. Michael. Te vaak in de achtervang verbleven vandaag en nu, als tussenstap, ondergebracht in een andere klas.

Ik knipoog. Hij knikt terug.

Wanneer het proefwerk is uitgedeeld en de leerlingen aan het werk zijn pak ik een pen en ga naast Michael zitten. Hij kijkt me afwachtend aan. Ik zie een proefwerkblad liggen waarop een dagrooster staat. Mijn eerste gedachte: niet meer welkom in de groep vandaag.

Op de achterkant begin ik met schrijven.
Wat is er gebeurd waardoor je nu hier zit?

‘Ik had gister veel problemen!’

We zijn vertrokken. Ik teken een cirkel om ‘problemen’. Een prachtig woord dat bij mij direct de vraag Wat dan? oproept. Ik vraag het niet. Als een woordspin trek ik alleen maar lijnen. Ik weet en vertrouw dat hij mijn vraag wel aanvoelt. Ik schuif het blad naar hem toe. Al snel pakt hij zijn pen op en aan het einde van de lijnen is hij open.

‘Ik was veel kinderen aan het uitschelden.’
‘Brutaal.’
‘Door de gang lopen.’
‘Druk zijn.’

Een mooie opbrengst. Evenals zijn evaluatie én vanuit de ik geschreven. Erg sterk. Verantwoordelijk zelfs. Als stroomschema ga ik al vragend verder. Wat ik krijg is waardevolle informatie. Zijn informatie, zijn beleving en zijn waarheid. Het uitschelden zou zijn ontstaan toen twee leerlingen hem aan het knijpen waren geweest. Volgens hen was Michael te druk. De oorsprong van zijn gevoel druk(te) kon hij niet goed beschrijven. Wel kon hij aangeven zich in een leeg lokaal veilig te voelen.

‘Gewoon, als ik even alleen in een kamertje ben, bijvoorbeeld het muzieklokaal.’

Als ik doorvraag of hij het alleen zijn als prettig ervaart volgt een duidelijke ‘Ja’! Is het wel veilig voor hem ik de groep? Is het de rust? Kan hij de vele impulsen en/of het overzicht in de klas wel constructief reguleren? Vragen te over. Te inhoudelijk en groot voor nu.

Zelfinzicht lijkt Michael verder te helpen. Bewustwording van de momenten waarop hij druk ervaart. Hij weet al wat hij nodig heeft… Alleen in een lokaal is een mogelijkheid om tot rust te komen. Een afgeschermde werkplek, een kaart die hij kan laten zien aan de leerkracht zodat die weet dat hij druk is, observeren en noteren wanneer hij druk wordt zijn andere mogelijke oplossingen.

De start is gemaakt, zijn eigen proces ingezet!

Gehoord worden hoeft niet altijd verbaal. Zien kan non-verbaal soms veel sterker zijn. Beschikbaar zijn zit ook in even die knipoog. Het fluisteren van een verwachting. In gebaren. En in een chat op papier. Papier is namelijk geduldig. Reflecteert. Laat je nadenken over de juiste vraag. Nadenken over de juiste woorden voor gevoel en ervaringen. Papier ontneemt je de tijd. De tijd die er niet lijkt te zijn, is er dan in overvloed. En dit geeft vertrouwen en biedt veiligheid waardoor een ogenschijnlijke afstand minimaal wordt. Het aangaan van verbinding op papier. Voelen wat in het moment het juiste is om te doen. De vraag zal opborrelen. Alleen dan het lef ‘m te stellen!?

Schrijven/tekenen werkt. Altijd! Een A4-tje is zo gepakt. Schrijf de vraag op die je bezig houdt. Leg het blad op de tafel van de leerling. En ja, het is ook een reflectie voor je als leerkracht. Je geeft een uitnodiging om te antwoorden. Geen antwoord is ook een antwoord. Alleen al het denken over de vraag zorgt vaak voor voldoende beweging. Door te vertrouwen dat het antwoord volgt geef je alle ruimte die nodig is. Nodig om het denken voelbaar te maken en over te gaan tot doen: het beschrijven. Vervolgacties volgen. Net als groei. Samen in beweging.

Beschikbaarheid zit in het kind het gevoel te geven er volledig te zijn. En ieder kind begrijpt dat een instructie en serviceronde er ook bij hoort. Een ontvangstbevestiging is soms voldoende. En die kan ook zitten in een conversatie op papier. Door boven de stof te staan creëer je zelf ruimte om te spelen. Spelen met wat zich aandient. Spelen met zijn van een brug. Tussen denken en voelen. Tussen ervaren en het taal geven.

Voor even mag ik de brug zijn tussen Michael en de leerkracht. Het is nu aan mij om te vertrouwen dat de leerkracht van Michael het verder oppakt. Doorpakt. Dat er vanuit het potentieel gehandeld wordt in plaats van de onzekerheid. En, dat wanneer het niet lukt, er altijd ruimte is voor een vraag!

 

Deel 1: Een glimlach in plaats van een correctie.
Deel 2: Ik luister niet!

Over uitsluiten gesproken #3: ‘niet weten’

Over uitsluiten gesproken #3: ‘niet weten’

offline - Over uitsluiten gesproken-3.1‘Uit alles blijkt dat scholen niet weten wat ze te wachten staat.’ Zo kopte dagblad Trouw onlangs online over de invoering van Passend Onderwijs. Het artikel riep bij mij direct vragen op! Wat is ‘alles’? En welke scholen worden bedoeld? Wat staat scholen dan te wachten?

Dé vraag die mij nog het meest bezighield, was: wat betekent het ‘niet weten’ in de titel en hoe kan dat – voor ouders, leraren en leerlingen – worden omgezet in ‘samen weten’?

Bijna direct, in de inleiding, lijkt het antwoord te staan: ‘Leraren zeggen niet de middelen te hebben om deze zorgleerlingen te helpen. Ook vrezen ze dat de hulp aan hen ten koste gaat van andere leerlingen.’ Hoe kunnen we daar verandering in aanbrengen en wat is daarvoor nodig? Op naar ‘samen weten’!

taal en inhoud
Wat me raakt in dit artikel is de toon en het taalgebruik. In mijn visie op mens en onderwijs worstel ik met woorden als ‘doelgroep’, ‘zorgleerlingen’ en de benamingen van diagnoses. Deze woorden lijken mij enkel richtinggevend. Zij zouden de weg vrij kunnen maken om het individu beter te gaan begrijpen. Het helpt om gerichter vragen te stellen. Om vanuit de verwondering te weten te komen wat er speelt én wat nodig is.

Een van de moeders in het artikel heeft een lifestylemagazine. En stel nu dat het lifestylemagazine bij wil dragen aan een positieve beeldvorming zonder voor- en veroordelingen over een bepaalde doelgroep, hoe wordt dan de verbinding – of transitie – gemaakt naar en met andere partijen zoals ook scholen, initiatieven, individuen en uiteindelijk de samenleving als geheel? Wellicht dat deze moeder een voorstel heeft met constructieve en duurzame oplossingen. Een aanzet voor mogelijke antwoorden op het ‘niet weten’ via vragen vanuit het ‘willen weten’.

Voor mij is de triangulatie kind-leraar-ouder daarin onlosmakelijk verbonden met mijn handelen in de dagelijkse praktijk. Leren van en met elkaar. En als we binnen het onderwijs deze verbondenheid willen voelen, lijkt het loslaten van een te enge focus op zorgleerlingen en diagnoses van belang. Focus op enkel één aspect, zoals bijvoorbeeld een diagnose, kan vernauwen. Die narrow view belemmert je zicht. Er is zoveel meer. Uitsluiten ligt op de loer. Het brede spectrum is wat ik graag wil verkennen. Op naar samen weten!

In het artikel wordt over onderwerpen zoals: pesten, stigmatiserende beeldvorming, onvolledige informatie over en een maximum aantal procent zorgleerlingen.

Natuurlijk kun je het daarbij hebben over het ‘niet weten’. Beter is te erkennen dat dit enkel uitdagingen zijn waarvoor we, als opvoeders voor staan. En dus ook het onderwijs als geheel. Wat nodig is het zien van oplossingen en mogelijkheden. En om dit te kunnen zien is TIJD nodig. Tijd en ruimte om met elkaar – leerlingen, leraren, ouders, directies – in verbondenheid en in dialoog aan de slag te gaan richting het ‘samen weten’. Onderwijs dat past is wat hier uit voortvloeit, in welke vorm dan ook. Vorm volgt inhoud.

proces
Trouw schrijft vervolgens over een gezin dat achterdochtig is geworden. Een moeder vertelt over haar zoon die inmiddels drie basisscholen heeft gehad. Haar kind wil geaccepteerd worden, zij gehoord. Een moeilijk en pijnlijk proces voor alle betrokkenen, ook voor de scholen. Een school is verantwoordelijk een leerling binnenboord te houden. Mijn eerste vragen: wat maakt dat het niet lukte? Was er sprake van het ‘niet weten’? Door het ‘niet weten’ ontstaat achterdocht, dat voedt op haar beurt vooroordelen en handelen vanuit enkel eigen perceptie. Daarmee is de dialoog tussen ouders en school ten dode opgeschreven.

Een vierde kans, die vierde school, kan alleen slagen wanneer vanuit verbondenheid en met kennis van zaken wordt gehandeld.

Gelukkig zijn er ook positieve verhalen: van scholen met good practices, van rapporten tot organisaties die het kind als uitgangspunt nemen. Bewegingen die in gang gezet worden om leerlingen en hun ouders goed te informeren en te ondersteunen in de keuzes die gemaakt worden.In mijn dagelijkse onderwijspraktijk voel ik echter dat mijn zevenmijlslaarzen niet groot genoeg zijn voor de stappen die voor de invoering van passend onderwijs gemaakt worden. Grote angst hangt als een sluier om deze wet: een fixatie op toetsen, een fixatie op de Onderwijsinspectie, een mogelijke afrekencultuur, de nieuwe verdeling van de gelden, de bedreigde autonome positie en emancipatie van de leraar.

Voor gedragen onderwijs, of welke naam er ook aan gegeven wordt, is een leerrijke omgeving nodig waarin ieder kind, iedere leraar en elke ouder zichzelf kan en mag zijn; waar iedereen zich gehoord en gezien voelt. Waarbinnen ieders (leer)proces centraal staat.

offline_Over_uitsluiten_gesproken_3.2_J_rgen_Caris-2De tweede moeder die in het artikel wordt opgevoerd vat in een voorbeeld uit de praktijk mooi dat (leer)proces samen: ‘Ter plaatse valt mijn zoon als een blok voor het technieklokaal en de natuurkundedocent die zijn eigen lesmethode ontwikkelde.‘ Is het een ‘samen weten’ dat deze docent het verschil maakt?

Het is belangrijk dat leerlingen, en ook ouders, die docenten/leraren vinden!

apprenticeship
Als een talent op zoek naar zijn master. Binnen het ‘samen weten’ zijn de drijfveren van de leraar van belang! Het onderzoek kan van start gaan: wat is de mens- en onderwijsvisie van degene die voor de klas staat? Wat maakt dat voor het onderwijs is gekozen? Wat zijn diens idealen en wat wordt voorleeft?

Van daaruit samen leren: leerling van leraar en leraar van leerling. Een authentieke leraar die de authenticiteit van het kind doorziet. Het vaststaande los durven laten om het ‘niet weten’ en ‘het weten’ in twijfel te trekken ten diensten van de ontwikkeling van het kind en zichzelf. Waar zowel groei als bloei mag zijn. Elkaar spiegelen. Op zoek naar ‘samen weten’.

Om die leerrijke omgeving te scheppen, zou ik graag in gesprek willen gaan met leerlingen, leraren en ouders. Over hoe samen persoonlijke aandacht vorm te geven. Wanneer er ruimte is voor groei? Hoe je op basis van (zelf)kennis een duurzame samenwerking legitimeert en creëert met het kind? Welke rol de leraar, ouders en eventueel externe partners hierin hebben? Mag het kind, de leerling, hierin leidend zijn? Durven volwassenen te volgen?

Wellicht weet het kind al een hoop antwoorden te geven.

Ook gesprekken met schooldirecties kunnen door dit soort gesprekken (nog) leerrijker omgevingen scheppen. Ze zijn er al, scholen waar kinderen zich welkom voelen. Door bijvoorbeeld zeer ferquent open en meeloopdagen te organiseren. Waar ouders, leraren en kinderen hand-in-hand op weg gaan. Waar leraren ouders de ruimte bieden om, los van voor- en veroordelingen, vragen te stellen. Vragen over het anders organiseren van bijvoorbeeld grotere klassen, de pedagogische uitgangspunten en bovenal hoe iedereen daarin een rol kan spelen.

Ook dat ‘samen weten’ zal het ‘niet weten’ doen verstommen.
Samenkracht als statement!

En deze vorm van ‘weten’ voedt mijn drive en passie voor onderwijs en opvoeding. Samen op weg naar mooi, open en gedragen onderwijs. De toekomst is nu, dus laten we beginnen met afbreken door te bouwen!

Goed als Trouw ook daarover een vervolgstuk schrijft…