Blog : stemvdlln

Ik haat deze klas.

Ik haat deze klas.

Soms breekt mijn hart. Meestal wanneer een kind gebruik maakt van het woord ‘haat’. Gisteren vielen mijn ogen op een paar woorden. Vier duidelijke woorden: Ik haat deze klas. Geschreven met een potlood op de achterkant van het door haar zelfgemaakte werkschrift. Wat een bijzondere metafoor!

Een kind moet zich altijd veilig kunnen voelen. In een veilige omgeving, thuis en op school! Een klaslokaal, en in het bijzonder de groep, is een plek waar ‘veiligheid’ de eerste waarde dient te zijn. Zonder veiligheid kan een kind zich niet maximaal ontwikkelen.

Pas als het veilig genoeg is, en dat weet je wanneer kinderen zich gelukkig voelen,

Lees verder

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Na de pauze loopt hij het lokaal binnen. Op zijn rug een zware rugtas waar de negatieve energie uitpuilt. In zijn ogen zie ik direct dat het moeilijk gaat worden hem te bereiken. Ontkoppeld met zichzelf. Zijn woorden en houding naar zichzelf zijn destructief. De uiting gaat naar anderen. En wanneer hij op zijn plek gaat zitten richt hij zijn pijlen direct op mij.

“Ik wil naar mijn escapeklas!”

Zijn dwingende toon zou mij mogelijk in beweging moeten brengen. Maar omdat ik niet weet in welk lokaal hij zijn escape zou willen pakken, plaats ik de intentie om hem naar een oplossingsgerichte mindset te begeleiden. Hij heeft er vaker gezeten, dus hij weet zelf naar welk lokaal hij kan. Na mijn vraag volgt een spervuur.

“Jij moet dat weten! Jij bent leraar! Kijk op de lijst, mongool!”

Lees verder

Zo. Alsjeblieft!

Zo. Alsjeblieft!

Met een plof zet de leerkracht zijn broodtrommel neer. Het zakje met wat appels, waar waarschijnlijk wat butsen in zitten, en zijn pakje drinken volgen met dezelfde kracht. “Zo, alsjeblieft! En ik hoop dat groep 7 geen last van je heeft!”

Het geluid van de klap waarmee de broodtrommel de tafel raakt is niet eens hetgeen mij van mijn beeldscherm doet opkijken. Het is de energie waarmee de leerkracht als een wervelstorm, het kind onder zijn oksel gegrepen, de gezamenlijke ruimte in komt. Ja, duidelijke taal. Zover is zeker. Alleen, welke pedagogische waarden er onder deze boodschap schuil gaan is mij een raadsel. Het ‘geen last van je hebben’ impliceert enkel onmacht dat als schuld en schaamte op het kind geprojecteerd wordt.

Wanneer de leerkracht de jongen de rug toekeert verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Zo’n glimlach waarmee het kind lijkt te willen zeggen: ‘zo, alsjeblieft. Nu heb ik het voor elkaar. Ik heb je waar ik je hebben wil. Waarom weet ik niet precies, maar samen in een ruimte zijn lijkt me op dit moment niet zo handig.’ Of was het een glimlach waarmee hij zijn verbazing bedekte?

Lees verder

Latorrr! En daar ging ze, door de mist…

Latorrr! En daar ging ze, door de mist…

latorrr-mistQoutePrecies 3 jaar geleden postte ik dit artikel. Het speelde toen, in de mei-vakantie. Vorig schooljaar haalde ze haar diploma en de middag voor de uitreiking heb ik deze tijd nog kort met haar doorgesproken. Of het toeval was of niet kwam er een toenmalige leerling bij staan. Vol trots vertelde hij over zijn eigen vermissing en wilde de website met zijn signalement laten zien. Haar reactie was alles zeggend, met een waarde(n)vol statement: een grens over willen gaan was het niet, maar een zoektocht binnen haar eigen grenzen en mogelijkheden dreef haar. Omdat de thema’s en de inhoud nog steeds actueel zijn een herschreven repost:

Hoe vermist waarschijnlijk ingeleid werd door het gemis aan veiligheid, vertrouwen, gevoel van eigen regie en vrijheid, dat uiteindelijk haar heeft aangezet tot een vertrek. Samen met een groepsgenoot liep zij rond middernacht weg. Op avontuur? Op zoek naar beter? Het is en blijft natuurlijk (nog) speculeren wat haar dreef om te weg gaan.

Lees verder

Op nul beginnen

Op nul beginnen

Deze tijd, de herfst, is voor mij een speciale tijd. Bladeren vallen, net als inzichten en ervaringen. Een kleurrijke voedingsbodem ontstaat waardoor iets nieuws kan groeien. Vandaag, wanneer ik wakker word, daalt een inzicht: iedere dag een nieuwe, verse start maken is voor mij een uitdaging! Iedere dag op nul beginnen. Dat.

Ooit was er die collega, die mij niet het weekend in liet gaan. Eerder op die dag had er zich een voorval plaatsgevonden: Okke gooide een stoel door het lokaal, smeet de klasdeur open en rende weg. Hij werd opgevangen, gefixeerd en de bedreiging van Okke diende als inzet en ‘legitimering’ voor verwijdering van school.

Mijn collega zag aan mij dat ik het voorval niet kon loslaten en mee het weekend in zou nemen. Die mij-kunnen-ze-niets-maken-houding bleek voor hem iets te doorzichtig. 

Lees verder

Rolwisseling

Rolwisseling

ingevdgoorEen gastartikel van mijn vrouw Inge van de Goor, docent bij het Mill-Hillcollege in Goirle.

 

Toen mijn rol voor één dag veranderde en ‘gamen’ het antwoord was.

Donderdag 28 mei 2015, 8.00 uur

Boterhammen gesmeerd, tas gepakt en uitgezwaaid door man en kinderen. Op de fiets naar school zoals ik al bijna vijftien jaar een aantal keren in week doe. Dezelfde route. Nu een ander gevoel. Volgende week 38, maar ik voel me 13. Ik ben onderweg naar mijn eerste schooldag op mijn ‘nieuwe’ school. Een juf met een missie: rolwisseling, samen met mavo2C een dag mee. Mijn doel en actieonderzoek: ervaren hoe een dag op deze school verloopt. Als leerling!

Lees verder

Fuck die kruk!

Fuck die kruk!

cc foto Frans Droog #blimageNL

“Wie heeft er last van het tl-licht?” Met die vraag startte ik de dag.

De avond ervoor waren sensorische waarnemingen thema tijdens mijn studie. Een boeiend thema. Zeker toen ik meer en meer – en dit proces is overigens nog steeds gaande – bewust werd van mijn eigen waarnemingen. Onbewust heb ik strategieën ontwikkeld waardoor ik sensorische waarnemingen ‘buiten’ kon houden, om overprikkeling te voorkomen. Het simpele ervaren van gedoofde tl-lampen in het lokaal was genoeg om mijn inzicht te voeden.

Wat werd verteld was dat sommige mensen al een tijd voordat de tl-lamp kapot gaat, horen en zien dat de lamp het einde tegemoet gaat. Het flikkeren en zoemen werkt immers toe naar het doven van het licht.

Lees verder

Straf op tijd.

Straf op tijd.

Hij heeft het er al weken over. School. En in het bijzonder over de activiteiten die de dag net iets anders maken: muziekles na school, het schoolreisje, de juffendag, zwembad- en waterpistolendag, de musical, de films in plaats van de rekenles, de ruildag en het welkom van de aanstaande groep-drieërs. Vol enthousiasme vertelt hij over zijn belevingen en wat de aankomende dagen en weken met hem doen.

Tijd is voor hem een relatief begrip. ‘Nu’ is duidelijk. De vraag ‘hoeveel nachten slapen’ ondersteunt hem dagen te ordenen. Het gevoel van tijdsduur te ontwikkelen. Spanning ervaren en het een plek te geven op zijn eigen tijdlijn.

Al een dag of twaalf gingen zijn ogen in de ochtend, middag en avond vaker naar de klok. De ‘hoeveel nachten’-vraag transformeert in ‘de grote wijzer‘-bevestiging. Om zeven uur ’s ochtends weet hij over hoeveel uur de groep-vierders voor even zouden uitvliegen naar groep vijf. En dat hij, samen met de overgebleven klasgenoten, de nu nog kleuters zou ontvangen. Spelend op de drempel, hij als oudste in de klas.

Tijdens het tienminutengesprek vorige week luisterden we de eerste vijftien minuten naar zijn tegenvallende resultaten. Van begrijpend lezen tot de kwartieren in het uur die nog niet geautomatiseerd waren. De CITO lag uitgedraaid op tafel, de kleuren ons welbekend. De tijd van analyses leek voorbij.

Een vraag kwam in mij op. Of hij zijn werk begrijpt en wel eens vragen stelt? Over nachten of grote wijzers. Over het construct van de vraag, het belang van de context, samenhang van teksten en/of formuleren van het antwoord. Een vragende blik kwam ons tegemoet.

Ja, een goed idee het hem te vragen…

Wat verwonderd sloot hij tijdens het gesprek aan. Een vragen- en woordenvuur probeerde hij te verwerken. Steeds kleiner wordend liet hij de eerste zinnen indalen. De boodschap die ik eruit filterde, begreep en hoorde was: durf te vragen! De veiligheid lijkt te ontbreken. Wellicht wat wederzijds begrip.

Spokend in het donker wordt hij vannacht wakker. Verschillende nachtmerries volgden elkaar op. Het bed van ons, ouders, biedt de veiligheid die hij nu zo nodig heeft. Wat hij droomt houdt hij voor zichzelf. Heeft nog niet de taal zijn dromen woorden te geven. Herbeleven is nog te lastig. Delen een uitdaging.

beschikbaarheid-quote1-klDeze ochtend is hij niet wakker te krijgen. Half opstaan en weer gaan liggen met dichte ogen die niet open zijn geweest. Vier keer een kwartier later komt hij op school aan. Uitslapen wordt het wel eens genoemd. Bijkomen is wat het was. Met ‘ongeoorloofd’ wordt de veroordeling geveld. Het warme welkom is een tijdloze kilte.

Morgen gaan we luisteren. Naar het perspectief van de leerkracht. onGEoorLOOFd zal vast ONGEHOORloofD zijn. Het volgen van protocollen zal een eigen proces blijken. Een dictee waar hij middenin aansluit. Storend. Een absentielijst die nog onderweg is naar de klas. Drukte.

In de ochtendstress zullen we snel moeten zijn. Op naar school! En in de deuropening roept hij hard naar binnen: “Het is kwart over acht, we moeten gaan anders krijg ik straf!”

Hoi juf, ik BEN Bart!

Hoi juf, ik BEN Bart!

Al een aantal weken kom ik Bart overal tegen. Alsof ik ‘iets’ met hem ‘moet’…het wat en hoe is nog onduidelijk, zoals wel vaker… Ik ken ‘m nog van een jaar eerder toen ik wiskunde aan hem gaf. Hij is blijven zitten. En nu, de afgelopen weken, zie ik hem veranderen. Het kleine, onzekere en lieve mannetje dat ook in hem huist, heeft plaats gemaakt voor een log en opstandige jongen. De leerling is eraf. Is het een gebrek aan veiligheid waardoor hij niet meer tot leren komt? Motivatie? Wat zit ‘m dwars?

“Heeey Bart, goed om je weer te zien!” zeg ik vol enthousiasme de eerste keer dat ik zie dat hij aan het afglijden is. Zijn gehele lichaamstaal straalt uit dat hij niet wil en/of een last met zich meesleept…
“Jaah ja!?” is het enige dat ik terug krijg op mijn opmerking, zijn hoofd en ogen gericht op de grond.
“Ja Bart, ik ben blij je weer te zien!”
“Jaahah, dat zal wel…”

Zo gaat dat een aantal weken. Van de vraag hoe het met hem gaat tot het empoweren wanneer hij op de gang zit om rustig te worden. Hij weet niet meer hoe rustig te worden en lijkt ook niet te weten waar zijn onrust vandaan komt.

Als ik die ochtend op de gang in gesprek ben met een leerling, hoor ik Bart in de verte al aankomen. Een collega naast hem en op hetzelfde volume met elkaar in gesprek. Op een paar meter afstand blijven ze staan. Bart naar buiten kijkend en niet luisterend naar wat mijn collega te zeggen heeft. Het aanvaarden van de hulp lijkt al een gepasseerd station. Waarom zou je ook luisteren naar wat er van je verwacht wordt? Het doen is al helemaal verder weg dan ooit… Je best doen, al zo vaak gehoord! Voor wie doe je je best als je geen geloof meer hebt in jezelf? Wie verwacht wat en wat zegt dat over degene die wat van jou verwacht?

Met hem contact maken, de vraag stellen en de functionele ‘waarom’ uitleggen lijken wel te werken.

“Bart?”
“Jah!?”
“Zou je misschien willen stoppen met het dichtklappen van het raam? Het trilt door in de wand waar ik tegenaan zit en vind dat vervelend. Zeker omdat ik in gesprek ben en erdoor afgeleid wordt…”
“Oké!”

Een opening! Wellicht helpt hem een vraag op weg. Omdat het gesprek met mijn leerling ten einde loopt en ik merk dat mijn collega niet verder komt in gesprek met Bart, stel ik hem voor naast me te komen zitten:

“Bart, kom even naast me zitten. Ik ben nieuwsgierig wat er speelt en jou bezig houdt!?”

Na een ‘nee’, de twijfel en het motiveren door mijn collega pakt hij uiteindelijk een stoel. Het nonchalant schuiven van de stoel stopt als ik hem non-verbaal wijs op het geluid in relatie tot de andere klassen in de gang. Hij komt naast me zitten en het gesprek ontvouwt zich:

“…dat ik me niet kan concentreren! Ja, dat is mijn probleem, alleen: als ik rustig ben en er iemand is die niet luistert gaat zij schreeuwen en dat vind ik vet irritant!”
“Weet de juf dat?”
“Dat heb ik al zo vaak gezegd!”
“Bart, dat is niet mijn vraag. Wéét de juf dat jij het ‘schreeuwen’ van haar niet prettig vindt en dat het je onrustig maakt? En: hoe weet jij dan zeker dat zij het weet?”
“Ik weet het niet zeker…”
“Hoe zou je het haar kunnen laten weten?”
“Nou, door het te zeggen. Maar dat vind ik niet fijn in de groep. Ik ben bang dat ze weer gaat schreeuwen. Ik krijg daar hoofdpijn van…”

“Ik vind school ook heel saai!”
“Wat heb je nodig om school wel leuk te laten zijn?”
“…meer activiteiten en af en toe naar buiten. Dat deden we in het begin van het jaar wel, nu niet meer en ik weet niet waarom?”

“De juf zegt dat ik wel KBL/TL-niveau aankan, maar dat ik meer rust nodig heb. Ik wil wel hoger, maar de klas is te druk voor mij.”
“Alleen de klas?”
“…en ik ben zelf ook druk!”

Heerlijk, zulke gesprekken. Wat verwonderend, soms ‘onnozel’ (door)vragen en als een waterval stroomt Bart leeg. De oordelen liggen door zijn reflectie dichter bij een uitnodiging – en uitdaging – om zijn verlangens te delen. Hij doet dit, met de ontmoeting als deze als vehikel. Hij weet wat hij nodig heeft: de ruimte en veiligheid om de vraag te stellen! Wat hij zelf nodig heeft is de moed om deze ruimte te nemen. Ook zijn antwoorden zijn duidelijk: een voor hem rustige omgeving te mogen zoeken, de vraag aan de juf om leerlingen – zoals zijn juf een jaar eerder deed – persoonlijk aan te spreken en hij zou graag met een mp3-speler willen werken. En tegelijkertijd de angst: wanneer kan hij het beste het gesprek aangaan en wat als de mp3-speler gestolen wordt? Samen op zoek naar een/zijn oplossing, er is niets leuker!

BartAls ik ‘s middags in de klas kom en zacht aan Bart vraag of hij al in gesprek is gegaan, knikt hij van niet. Een lach van ongemakkelijkheid voedt mijn invulling dat zijn ‘durf’ hem wat in de steek gelaten heeft. Ik vraag hem of hij het fijn vindt als ik er ook bij ben. Instemmend knikt hij. Zo groots als zijn bravoure lijkt, zoveel onzekerheid schuilt er in hem en houdt hem in zijn greep.
Aan het einde van de dag – de bel is al gegaan – staan Bart, de juf en ik bij elkaar. Ik leid het verhaal kort in met het gesprek dat we eerder die dag hebben gehad, deel mijn rol en geef het woord aan Bart. Wat onzeker en draaiend met zijn voet legt hij heel puur en zuiver zijn beleving op tafel. De juf stelt wat vragen ter verduidelijking en Bart legt uit. Het vertrouwen groeit, net als de afspraken die samen gemaakt worden.

Voor Bart lijkt het belangrijkste uitgesproken te zijn. Hij voelt zich gehoord! De kwetsbaarheid in de verbinding tussen beiden is voelbaar. Het fragiele van de open ont-moet-ing en de kracht van de pure kwetsbaarheid maken het tot een prachtig moment. Samen in de bubbel van de onderbreking en naar elkaar luisterend! Tijdloos… Tussen het verlangen en dat wat gezegd wordt, ontmoet je elkaar echt! En ik? Ik mocht getuige zijn. Zien, luisteren en verwonderen was wat ik deed. Voor hun openheid en de spiegel naar elkaar toe. Hulde voor Bart en de juf!

Mogen zijn, omdat je bent.
Hoi Bart, goed je weer te zien!

De rugzak en de vlinder

De rugzak en de vlinder

Werken in het speciaal onderwijs heeft ook wel zo zijn voordelen. Iedere dag mag ik werken met jongeren met een rugzak. Gekregen van de overheid! Gewoon omdat het zo geregeld is en tegelijkertijd om het meest passende onderwijsaanbod af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van deze jongeren. Zo wordt gezegd.

Alleen…mijn voordeel gaat echter, anders dan het ‘voordeel’ leerlinggebonden financiering, over de rugzak die een leerling zijn gehele leven meesleept, het verhaal.

Humans of New York, okt ’14

It was hell growing up. My parents were two pieces of shit. You don’t know what it was like coming home from school and being afraid because your mom is flying on fucking drugs so you go and hide under your bed and listen to them scream and wonder whether your dad or your mom was going to kill the other one first. One time my dad told my mom that he’d kill her if she hit me again. He came home that night and saw my face bruised up, so he dragged my mom out of her room by the legs, lifted her up by her throat and pinned her against the wall. Her face was turning more and more purple and I was pulling on her legs trying to get her feet back on the ground. Cause I didn’t want to see my dad kill my mom. She always beat me and called me a piece of shit and told me that I was going to hell, but that was my mom.

Het zijn de verhalen uit de rugzak, die soms eeuwig lijkend durende zoektocht. Het onontgonnen pad naar de plek waar hij/zij gehoord wordt, zichzelf mag zijn en leert gelukkig te zijn. Niets is mooier om de rups binnen te zien kruipen en uiteindelijk de vlinder te laten vliegen! Vol vertrouwen, het leerproces vooraf al aan te voelen en samen af te stemmen wat nodig is, start een ieder een eigen ont-wikkel-pad. Ieder met hun eigen verhaal, verleden en verlangens naar morgen.

Maar is er iets moeilijker dan het verhaal daar te laten waar het hoort? De weg naast elkaar te bewandelen, van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en op een bepaald punt afscheid van elkaar te nemen. En juist dit laatste, het loslaten, is mijn allergrootste uitdaging! Het willen zorgen, het beter weten door levenservaringen, mijn ideaal en de passie voor onderwijs zijn regelmatig obstakels.

Ooit las ik een verhaal over de man in het bos die al dagen een vlinder zag worstelen om uit de cocon te komen. Op het moment dat de man de keus maakte om te helpen, viel de vlinder op de grond. Het was vleugellam en afhankelijk om in leven te blijven…

Het juiste doen op het juiste moment. Volledig vertrouwen op dat iedereen zelf wil vliegen! Zelf bepaalt wanneer. Het vraagt ondersteuning. Faciliteren. Inspireren. Voordoen. Voorleven. En soms levert dat een twijfel op. Een twijfel die regelmatig zo eenzaam voelt. ‘Het zekere weten te voorkomen’ klinkt leuk, maar vergt veel energie. Luisteren met je hart, tijd en ruimte creëren en het verhaal van de ander laten zijn!?

Het zijn de verhalen van hen, mij en/of samen die op enigerlei manier aansluiten op ieders leerproces. Op het moment dat het verhaal er mag zijn raakt het je, of -op dat moment – juist niet. Beide prima! Raken en geraakt worden, dat is wat het onderwijs een zo essentieel vak maakt! Het sterke aan storytelling is voor mij het kunnen identificeren en/of inleven in het verhaal, het vanuit verschillende perspectieven bekijken en durven bevragen. En het er met compassie op te kunnen reflecteren.

Het was deze week dat een collega mij attendeerde dat één van haar leerlingen op televisie zou komen. Een week eerder kwam de trailer al voorbij. Over een pleeggezin waar veel niet liep. Volgens ouders. Ergens wat paradoxaal denk ik dan. Het was een andere collega die haar aansprak:

Ik wist niet dat zijn leven zo heftig was…

Het raakte me dit te horen. Ja, mijn collega was enthousiast. Voor haar leerling. Begrijpelijk ergens, hij kreeg een stem. Misschien voelde hij wel ergens dat hij zich kon ‘bewijzen’ naar het achterliggende systeem. Oude pijn, een rekening ‘betalen’ en verder op weg!?

Maar wat was het dat wat mij raakte? Nee, het waren de vragen over die ‘voedzame bodem’, een onderwijsomgeving waarin onze leerlingen leren! Het speciaal onderwijs, vol met rugzakken vol verhalen: Worden leerlingen binnen onze school werkelijk gezien met alles wat ze bezitten en meenemen in hun rugtas? Welke ruimte is er voor het verhaal? Hoe krijgt het een plek in de relatie tussen de leraar en leerling, een plek in de groep, binnen de school en straks in de samenleving?

En als het verhaal dan gehoord wordt, stemmen we dan ook echt ons onderwijs af?

Nee, niet vanuit het ‘uit de cocon helpen’. Maar door te luisteren. Het verhaal laten zijn wat het is. Verwonderen. En samen op zoek naar wat nodig is, loslaten en zelf verder. De oprechte, objectieve vraagstelling. Gevolg: het antwoord wordt zelf gevonden, zelfs als dat niet mijn antwoord zou zijn!

Want ook al ben je het hartgrondig oneens, er is ergens een gemeenschappelijkheid. Vind dat!

Het vraagt om moed! De moed om eigen waarden te nuanceren. De ‘sport’ om oordelen, het vinden, zo lang mogelijk uit het verhaal te laten. In verbinding blijven zoeken naar het gemeenschappelijke, de eenheid in diversiteit. Het vinden ombuigen naar doen vanuit je eigen cirkel van invloed.

Mijn leerlingen en hun verhalen hebben mij mede gemaakt tot de mens en leraar die ik nu ben! Dankbaar kijk ik daar op terug. De ontmoetingen en verhalen draag ik met mij mee. Iedere periode met alle inzichten zijn als het transformeren van een rups in een vlinder, zo ook de jongere op weg naar volwassenheid. De transitie geeft kleur, aan de vleugels van de vlinder en aan ons als mens!