Blog : veiligheid

Geduld en vertrouwen als grenzeloos

Geduld en vertrouwen als grenzeloos

Na de pauze was het partijtje voetbal nog niet afgelopen. Althans, voor hen. Al bekvechtend komen ze binnen. En nadat ik net scheidsrechter speelde, verwonder ik me over de nieuw ontstane strijd die zich voor me ontvouwt. Waar eerder de wedstrijd gelijk op ging, zie ik ook hier een gelijk opgaande woordenworsteling. Ik loop al observerend op ze af en net op het moment dat de woorden over wilden gaan in daden begeleid ik hem naar de klas.

In eerste instantie loopt hij boos naar zijn plek. Een vraag gooi ik achter hem aan. Hij kan er nog niets mee. Mijn voorspelbaarheid zet ik zo weg. Als intentie. En als hij nog geen seconde zit, staat hij alweer op. Opstaan om zich vervolgens een weg door mij heen proberen te banen. Hij duwt wat, maar niet door. Woorden gaan zijn actie voor. Over op zijn bek slaan. Over dat hij het wel eens zal gaan voelen. Over dat hij dood gaat. En iets over zijn kankermoeder.

Lees verder

Als een kaartenhuis

Als een kaartenhuis

Tijdens het openingsspel werd hij een eerste keer aan de kant gezet. Hij deed ogenschijnlijk iets verkeerd. Met een blik van onbegrip droop hij af. De eerste keer was het trouwens niet. Dat wist hij. Even daarvoor, in de vroege ochtend, was hij eigenlijk al drie, vier maal op zijn plek gezet. De ander was er klaar mee, zo werd hem verteld. Een potlood werd uit zijn hand gegrist. En die grote hand zette zijn hoofd in beweging naar daar waar gekeken diende te worden. Het haalde hem zichtbaar uit de relatie met de ander. Sterker, zelfs met zichzelf. Onderuitgezakt gaf hij op. Geen zin de zin van zijn welbevinden te delen.

Lees verder

Eigen ruimte

Eigen ruimte

Jongeren hebben behoefte aan ruimte. Gevoel van autonomie.
Maar ook ruimte als in eigen ruimte. Een eigen plek.
Om te spelen met vertrouwen en wantrouwen.
Te spelen met veiligheid en geborgenheid.
Leren zelf geborgenheid te vormen.
Leren om open en vol vertrouwen in de wereld te zijn.

Lees verder

Gelukkig, nog maar een half uur

Gelukkig, nog maar een half uur

Als deze woorden me ter ore komen ben ik even stil. Stil omdat ik direct terug ga in de tijd. Ik herinner me deze momenten wel. En heel soms heb ik deze momenten nog wel eens. Alleen een half uur…

We bespreken de ochtend. Lessen die voor mij als racewagens in een Formule 1 wedstrijd voorbij vlogen. Ik voelde chaos in de groep. Kinderen zoekend naar houvast. Ieder kind leek maar wat te doen en tijdens klassikale instructie haakten er al direct een aantal kinderen af. De ‘afgehaakten’ zorgden ervoor dat de aandacht voor het merendeel naar hen ging. Het moeten overdragen van kennis was wat overbleef. Dat gaf een deel van de groep de ruimte om bezig te zijn met iets anders dan de les. Met alle goede bedoelingen van de leerkracht ten spijt.

“Ik dacht eigenlijk: gelukkig, nog maar een half uur!”

Lees verder

Ik haat deze klas.

Ik haat deze klas.

Soms breekt mijn hart. Meestal wanneer een kind gebruik maakt van het woord ‘haat’. Gisteren vielen mijn ogen op een paar woorden. Vier duidelijke woorden: Ik haat deze klas. Geschreven met een potlood op de achterkant van het door haar zelfgemaakte werkschrift. Wat een bijzondere metafoor!

Een kind moet zich altijd veilig kunnen voelen. In een veilige omgeving, thuis en op school! Een klaslokaal, en in het bijzonder de groep, is een plek waar ‘veiligheid’ de eerste waarde dient te zijn. Zonder veiligheid kan een kind zich niet maximaal ontwikkelen.

Pas als het veilig genoeg is, en dat weet je wanneer kinderen zich gelukkig voelen,

Lees verder

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Na de pauze loopt hij het lokaal binnen. Op zijn rug een zware rugtas waar de negatieve energie uitpuilt. In zijn ogen zie ik direct dat het moeilijk gaat worden hem te bereiken. Ontkoppeld met zichzelf. Zijn woorden en houding naar zichzelf zijn destructief. De uiting gaat naar anderen. En wanneer hij op zijn plek gaat zitten richt hij zijn pijlen direct op mij.

“Ik wil naar mijn escapeklas!”

Zijn dwingende toon zou mij mogelijk in beweging moeten brengen. Maar omdat ik niet weet in welk lokaal hij zijn escape zou willen pakken, plaats ik de intentie om hem naar een oplossingsgerichte mindset te begeleiden. Hij heeft er vaker gezeten, dus hij weet zelf naar welk lokaal hij kan. Na mijn vraag volgt een spervuur.

“Jij moet dat weten! Jij bent leraar! Kijk op de lijst, mongool!”

Lees verder

Latorrr! En daar ging ze, door de mist…

Latorrr! En daar ging ze, door de mist…

latorrr-mistQoutePrecies 3 jaar geleden postte ik dit artikel. Het speelde toen, in de mei-vakantie. Vorig schooljaar haalde ze haar diploma en de middag voor de uitreiking heb ik deze tijd nog kort met haar doorgesproken. Of het toeval was of niet kwam er een toenmalige leerling bij staan. Vol trots vertelde hij over zijn eigen vermissing en wilde de website met zijn signalement laten zien. Haar reactie was alles zeggend, met een waarde(n)vol statement: een grens over willen gaan was het niet, maar een zoektocht binnen haar eigen grenzen en mogelijkheden dreef haar. Omdat de thema’s en de inhoud nog steeds actueel zijn een herschreven repost:

Hoe vermist waarschijnlijk ingeleid werd door het gemis aan veiligheid, vertrouwen, gevoel van eigen regie en vrijheid, dat uiteindelijk haar heeft aangezet tot een vertrek. Samen met een groepsgenoot liep zij rond middernacht weg. Op avontuur? Op zoek naar beter? Het is en blijft natuurlijk (nog) speculeren wat haar dreef om te weg gaan.

Lees verder

De snelheid van rood

De snelheid van rood

Als ik in de deuropening van de klas sta te wachten op mijn tweede zoon zie ik de juf een stapeltje vellen pakken. Rijtjes met woorden erop. Het is mij direct duidelijk wat de bedoeling is. Er mag geoefend worden! Dat ook mijn zoon een vel mee naar huis kreeg verwonderde mij niet.

Een jaar eerder zaten we nog aan tafel bij de kleuterjuf. Ze wilde hem laten testen op ‘kleurenblindheid’. De brief van de GGD viel een paar dagen later op de deurmat. Direct voelde ik weerstand: Mijn zoon gaat niet getest worden, dat bepalen wij als ouders zelf wel!

Tegelijkertijd schurend met mijn eigen professie. Ja, deze juf heeft onze zoon echt wel gezien en vrij gelaten in zijn ontwikkeling. Eerst het gesprek dan maar. Tegelijkertijd de vragen: en wat maakt dat ze alleen op kleurenblind testen? En hoe draagt de uitslag bij aan zijn ont-wikkeling?

Hoe ik mijn zoon zie? Goede vraag! Als een sensitieve, lieve, zachtaardige onderzoeker. Hij is creatief en denkt outside the box. Ja, ik weet heel goed dat hij de kleuren nog niet kan benoemen. En dat hij in de klas langer doet om de juiste kleur te vinden was mij ook bekend. Thuis vraagt hij aan zijn grote broer om de juiste kleur. Misschien zijn alle kleuren in zijn hoofd wel net als die volle bak met kleurpotloden en stiften thuis!?

De kleuterjuf vond het toch wel van belang. Wat als hij in groep 3 een rood potlood dient te pakken voor een opdracht? Dan komt er een stikker met ‘rood’ op zijn potlood.

Ik vulde de vraag aan met dat hij dan bij zijn buurman/-vrouw kijkt en dat het dan wat langer kan duren voordat hij zijn potlood heeft. De juf bevestigde vol herkenning. En ik dacht: Is ‘rood’ dan ook het eerste woord dat hij leert?

Wat ik als ouder wel zou willen? Nou, dat is dat hij zelf strategieën/oplossingen vindt om tegenslagen te overwinnen. Leren in veiligheid en vertrouwen de vraag te stellen als belangrijkste tool! Als hij dit thuis rondom de kleuren al durft te doen, lijkt dit voor hem geen probleem. En dat hij het groene potlood pakt zegt ook iets.

De juf liep op mij af en drukte het vel voor mijn zoon in mijn handen. Het leestempo lag te laag. Of wij iedere dag met hem zouden willen oefenen. De vraag naar het signalerings- en handelingsplan slikte ik in. Nog niet de woorden om mijn idee en gevoel te delen.

Toen we terugliepen naar huis vertelde hij vol enthousiasme dat hij thuis zou gaan oefenen. Nou, vanwaar mijn weerstand bedacht ik me. Zou het iets over mezelf zeggen misschien?

Ook de tweede avond pakte hij uit zichzelf het vel met rijtjes, plofte naast me op de bank neer en in zichzelf gekeerd ging hij voortvarend aan de slag. Ik genoot van zijn drive te willen leren. En toch, mijn weerstand, waar kwam dat vandaan?

“Zeg, hoe leer jij deze woordjes eigenlijk?”
“Nou gewoon, ik heb kamertjes in mijn hoofd; één voor de letters en één voor de cijfers!”

Met wat verbazing vraag ik door en vertelt hij dat het kamers zijn waarin nog niet alles even geordend is. Ik stel voor om samen met hem de woorden in de chaos aan letters op de muren te gaan verven of schrijven. Samen gaan we aan de slag!

 Als hij aan het oefenen is vraag ik mijn vrouw een aantal woorden met de ‘b’ en de ‘d’ op te schrijven, de letter te kleuren en bij het woord een tekening te maken. Deze plaat hangen we op de muur. Verder geen uitleg, de verwondering en het gesprek volgde als vanzelf.

Wanneer we een paar dagen later aan het eten zijn, bedek ik zijn ogen en uit het niets vraag ik hem naar de schrijfrichting van de ‘b’ en een rijtje woorden te benoemen. Hij zoekt een fractie van een seconde, wijst de richting aan en noemt een rijtje op. Met de genoemde woorden spelen we en maken er verhaaltjes mee. Losse verhaaltjes en met alle woorden uit het rijtje één verhaal. Heerlijk die flow, creativiteit en spelen met woorden.

Mijn weerstand? Opgegroeid in een tijd waarin de kleuren kennen norm was en de rijtjes woorden in een bepaalde tempo gelezen moesten worden! Afzetten van de standaard. Oude pijn…los leren laten. En dan is er niets mooier dan de weerspiegeling terug te krijgen van je eigen kinderen. De keus om mee te gaan in de status-quo of kiezen om in je eigen kracht te gaan staan!

Het gaat niet over kleur bekennen of de snelheid van je handelen te bepalen. Het gaat over aansluiten en afstemmen op jezelf, van waaruit je met alles wat je weet – en ook niet weet – afstemt op wat de ander wil leren ont-wikkelen. De ‘hoe’ weet de ander – ook in zijn/haar niet weten – allang!

Ter aarde gestort

Ter aarde gestort

Dat ze mij op de grond legden vond ik niet eens zo erg. Dat begreep ik nog wel. Maar waarom dreigen ze de politie te bellen en doen ze dat niet? Dan had ik tenminste mijn verhaal kunnen doen. En dat begrijp ik dus niet. Ik snap daar niets van! Iets zeggen maar niet doen…

Een dag eerder. Daar lag hij dan. In het gras. Gevloerd. In vaktermen noemt men dat ‘gefixeerd’. Twee leerkrachten boven op Jannes. Als leerling hoop je dan maar dat de DDG-training is blijven hangen. Dreigend en Destructief Gedrag. Een vrij eenzijdige benaming trouwens. Ik denk dat Bakker & Bakker-Radbau (1981, Verboden Toegang) zich wel even achter de oren zullen krabben.

Jannes wilde Amber aanvallen. Dat was in ieder geval wat gedacht werd. De aanleiding voor de inzet. Of was het een aanname? Speelde angst misschien mee?

En wat nu als Jannes daadwerkelijk Amber iets aan wilde doen… Zou Amber dit niet zelf kunnen handelen? En preventief: hoe leren leerlingen geweldloos te communiceren en compassievol om te gaan met elkaar? Is ingrijpen überhaupt wel helpend en constructief? En hoe past het recht op herstel in het geheel? De mogelijkheid samen het gesprek aan te gaan. Samen afspraken maken. Leren luisteren naar elkaar. Elkaar begrijpen. Waarderen…

Uitdagingen genoeg!

Maar wat maakt nu dat Jannes boos was op Amber?

In de klas verstoorde Amber de les. Ik sprak haar aan en toen begon ze mij uit te dagen. Andere leerlingen en de juffrouw probeerden mij te helpen waardoor ik het uitdagen kon negeren.

In de pauze ging Amber ineens voetballen. Zij voetbalt nooit mee! Ik voelde dat ze mij moest hebben, maar ik kon haar natuurlijk niet verbieden om mee te doen…

Toen ik tijdens het spel een stap naar achteren deed stond ik op haar tenen. Ze had slippers aan, dus ik begrijp dat het niet fijn is dat ik erop stond. Ze begon te schelden. Ik negeerde het nog.

Kyan begon zich er ook mee te bemoeien en wilde mij duwen. Ik draaide me wat om, was boos en schopte gefrustreerd wat tegen takjes en blaadjes richting hen. Ze bleven doorgaan. Toen ik tegen ze wilde zeggen dat ze moesten stoppen met schelden legden de leerkrachten mij op de grond.

In zijn hoofd is het zo helder. Zijn omgeving interpreteerde het anders. Jannes’ waarheid tegen die van zijn veel grotere omgeving. Geen verbinding. Geen begrip.

In het proberen los te komen raakte Jannes de geblesseerde knie van één van de leerkrachten.
Een trap terug volgde.
Zo, nu weet je ook eens wat ik voel,” was het statement richting Jannes!?
Enige constructieve oplossing bleek verre van dichtbij.
Was het de macht over de controle? Of was dit hoe onmacht haar weg vond?

Jannes leek zijn eigen controle volledig kwijt te zijn. Was het zijn frustratie? Boosheid? Zijn roep om veiligheid? Onbegrip? Een deur en een kliko moesten het ontgelden.

Als ik hier een dag later met hem over in gesprek ben, verandert zijn ontspannen gezicht in een onzekere gespannenheid. In alle rust laat ik hem verder vertellen. Soms alleen een ontvangstbevestiging. Soms een korte verduidelijkingsvraag. Full focus luisteren! De details helder krijgen! Op zoek naar de aanleiding. De start naar de verbinding en bouwen van de brug.

Ik was boos en had het gevoel dat ik wéér de schuld kreeg, sloeg en schopte wat om me heen. Dat had ik niet moeten doen. Ik raakte zijn zere knie. Ik snap ergens wel dat hij mij trapte, ik had rustig moeten meelopen. Maar de opmerking “zo, nu weet je ook eens wat ik voel” snap ik niet. Zoiets zeg je toch niet tegen een leerling?

Zo onzeker als dat Jannes is, getekend door zijn biografisch verleden, geeft hij toch een heldere en scherpe analyse! Wat een kracht in zijn kwetsbaarheid. Zo jammer dat hij het zelf nog niet kan zien. Maar fantastisch dat hij het mij wel al laat zien. Aan mij de taak om het hem te laten zien.

De stem van de leerling is voor mij de basis, of de feitelijke waarheid nu wel of niet klopt. Niet alleen woorden spreken verlangens uit. Het zijn de details waarin de wens verborgen ligt. Aan mij om het pad naar deze soms diep weggestopte behoefte te vinden. Vertrouwen, mijn oor en vragen als gereedschap. Ruimte en veiligheid zullen voelbaar worden.

Jannes mag oefenen, leren en toetsen. Hij leert reflecteren, open te staan voor en met anderen de relatie aan te gaan. Zichzelf kwetsbaar opstellen. Ik mag hem spiegelen, hem teruggeven wat hij mij geeft. De leraar in zichzelf ontwaken!