Blog : veiligheid

Eigen ruimte

Eigen ruimte

Jongeren hebben behoefte aan ruimte. Gevoel van autonomie.
Maar ook ruimte als in eigen ruimte. Een eigen plek.
Om te spelen met vertrouwen en wantrouwen.
Te spelen met veiligheid en geborgenheid.
Leren zelf geborgenheid te vormen.
Leren om open en vol vertrouwen in de wereld te zijn.

Lees verder

Gelukkig, nog maar een half uur

Gelukkig, nog maar een half uur

Als deze woorden me ter ore komen ben ik even stil. Stil omdat ik direct terug ga in de tijd. Ik herinner me deze momenten wel. En heel soms heb ik deze momenten nog wel eens. Alleen een half uur…

We bespreken de ochtend. Lessen die voor mij als racewagens in een Formule 1 wedstrijd voorbij vlogen. Ik voelde chaos in de groep. Kinderen zoekend naar houvast. Ieder kind leek maar wat te doen en tijdens klassikale instructie haakten er al direct een aantal kinderen af. De ‘afgehaakten’ zorgden ervoor dat de aandacht voor het merendeel naar hen ging. Het moeten overdragen van kennis was wat overbleef. Dat gaf een deel van de groep de ruimte om bezig te zijn met iets anders dan de les. Met alle goede bedoelingen van de leerkracht ten spijt.

“Ik dacht eigenlijk: gelukkig, nog maar een half uur!”

Lees verder

Ik haat deze klas.

Ik haat deze klas.

Soms breekt mijn hart. Meestal wanneer een kind gebruik maakt van het woord ‘haat’. Gisteren vielen mijn ogen op een paar woorden. Vier duidelijke woorden: Ik haat deze klas. Geschreven met een potlood op de achterkant van het door haar zelfgemaakte werkschrift. Wat een bijzondere metafoor!

Een kind moet zich altijd veilig kunnen voelen. In een veilige omgeving, thuis en op school! Een klaslokaal, en in het bijzonder de groep, is een plek waar ‘veiligheid’ de eerste waarde dient te zijn. Zonder veiligheid kan een kind zich niet maximaal ontwikkelen.

Pas als het veilig genoeg is, en dat weet je wanneer kinderen zich gelukkig voelen,

Lees verder

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Na de pauze loopt hij het lokaal binnen. Op zijn rug een zware rugtas waar de negatieve energie uitpuilt. In zijn ogen zie ik direct dat het moeilijk gaat worden hem te bereiken. Ontkoppeld met zichzelf. Zijn woorden en houding naar zichzelf zijn destructief. De uiting gaat naar anderen. En wanneer hij op zijn plek gaat zitten richt hij zijn pijlen direct op mij.

“Ik wil naar mijn escapeklas!”

Zijn dwingende toon zou mij mogelijk in beweging moeten brengen. Maar omdat ik niet weet in welk lokaal hij zijn escape zou willen pakken, plaats ik de intentie om hem naar een oplossingsgerichte mindset te begeleiden. Hij heeft er vaker gezeten, dus hij weet zelf naar welk lokaal hij kan. Na mijn vraag volgt een spervuur.

“Jij moet dat weten! Jij bent leraar! Kijk op de lijst, mongool!”

Lees verder

Latorrr! En daar ging ze, door de mist…

Latorrr! En daar ging ze, door de mist…

latorrr-mistQoutePrecies 3 jaar geleden postte ik dit artikel. Het speelde toen, in de mei-vakantie. Vorig schooljaar haalde ze haar diploma en de middag voor de uitreiking heb ik deze tijd nog kort met haar doorgesproken. Of het toeval was of niet kwam er een toenmalige leerling bij staan. Vol trots vertelde hij over zijn eigen vermissing en wilde de website met zijn signalement laten zien. Haar reactie was alles zeggend, met een waarde(n)vol statement: een grens over willen gaan was het niet, maar een zoektocht binnen haar eigen grenzen en mogelijkheden dreef haar. Omdat de thema’s en de inhoud nog steeds actueel zijn een herschreven repost:

Hoe vermist waarschijnlijk ingeleid werd door het gemis aan veiligheid, vertrouwen, gevoel van eigen regie en vrijheid, dat uiteindelijk haar heeft aangezet tot een vertrek. Samen met een groepsgenoot liep zij rond middernacht weg. Op avontuur? Op zoek naar beter? Het is en blijft natuurlijk (nog) speculeren wat haar dreef om te weg gaan.

Lees verder

De snelheid van rood

De snelheid van rood

Als ik in de deuropening van de klas sta te wachten op mijn tweede zoon zie ik de juf een stapeltje vellen pakken. Rijtjes met woorden erop. Het is mij direct duidelijk wat de bedoeling is. Er mag geoefend worden! Dat ook mijn zoon een vel mee naar huis kreeg verwonderde mij niet.

Een jaar eerder zaten we nog aan tafel bij de kleuterjuf. Ze wilde hem laten testen op ‘kleurenblindheid’. De brief van de GGD viel een paar dagen later op de deurmat. Direct voelde ik weerstand: Mijn zoon gaat niet getest worden, dat bepalen wij als ouders zelf wel!

Tegelijkertijd schurend met mijn eigen professie. Ja, deze juf heeft onze zoon echt wel gezien en vrij gelaten in zijn ontwikkeling. Eerst het gesprek dan maar. Tegelijkertijd de vragen: en wat maakt dat ze alleen op kleurenblind testen? En hoe draagt de uitslag bij aan zijn ont-wikkeling?

Hoe ik mijn zoon zie? Goede vraag! Als een sensitieve, lieve, zachtaardige onderzoeker. Hij is creatief en denkt outside the box. Ja, ik weet heel goed dat hij de kleuren nog niet kan benoemen. En dat hij in de klas langer doet om de juiste kleur te vinden was mij ook bekend. Thuis vraagt hij aan zijn grote broer om de juiste kleur. Misschien zijn alle kleuren in zijn hoofd wel net als die volle bak met kleurpotloden en stiften thuis!?

De kleuterjuf vond het toch wel van belang. Wat als hij in groep 3 een rood potlood dient te pakken voor een opdracht? Dan komt er een stikker met ‘rood’ op zijn potlood.

Ik vulde de vraag aan met dat hij dan bij zijn buurman/-vrouw kijkt en dat het dan wat langer kan duren voordat hij zijn potlood heeft. De juf bevestigde vol herkenning. En ik dacht: Is ‘rood’ dan ook het eerste woord dat hij leert?

Wat ik als ouder wel zou willen? Nou, dat is dat hij zelf strategieën/oplossingen vindt om tegenslagen te overwinnen. Leren in veiligheid en vertrouwen de vraag te stellen als belangrijkste tool! Als hij dit thuis rondom de kleuren al durft te doen, lijkt dit voor hem geen probleem. En dat hij het groene potlood pakt zegt ook iets.

De juf liep op mij af en drukte het vel voor mijn zoon in mijn handen. Het leestempo lag te laag. Of wij iedere dag met hem zouden willen oefenen. De vraag naar het signalerings- en handelingsplan slikte ik in. Nog niet de woorden om mijn idee en gevoel te delen.

Toen we terugliepen naar huis vertelde hij vol enthousiasme dat hij thuis zou gaan oefenen. Nou, vanwaar mijn weerstand bedacht ik me. Zou het iets over mezelf zeggen misschien?

Ook de tweede avond pakte hij uit zichzelf het vel met rijtjes, plofte naast me op de bank neer en in zichzelf gekeerd ging hij voortvarend aan de slag. Ik genoot van zijn drive te willen leren. En toch, mijn weerstand, waar kwam dat vandaan?

“Zeg, hoe leer jij deze woordjes eigenlijk?”
“Nou gewoon, ik heb kamertjes in mijn hoofd; één voor de letters en één voor de cijfers!”

Met wat verbazing vraag ik door en vertelt hij dat het kamers zijn waarin nog niet alles even geordend is. Ik stel voor om samen met hem de woorden in de chaos aan letters op de muren te gaan verven of schrijven. Samen gaan we aan de slag!

 Als hij aan het oefenen is vraag ik mijn vrouw een aantal woorden met de ‘b’ en de ‘d’ op te schrijven, de letter te kleuren en bij het woord een tekening te maken. Deze plaat hangen we op de muur. Verder geen uitleg, de verwondering en het gesprek volgde als vanzelf.

Wanneer we een paar dagen later aan het eten zijn, bedek ik zijn ogen en uit het niets vraag ik hem naar de schrijfrichting van de ‘b’ en een rijtje woorden te benoemen. Hij zoekt een fractie van een seconde, wijst de richting aan en noemt een rijtje op. Met de genoemde woorden spelen we en maken er verhaaltjes mee. Losse verhaaltjes en met alle woorden uit het rijtje één verhaal. Heerlijk die flow, creativiteit en spelen met woorden.

Mijn weerstand? Opgegroeid in een tijd waarin de kleuren kennen norm was en de rijtjes woorden in een bepaalde tempo gelezen moesten worden! Afzetten van de standaard. Oude pijn…los leren laten. En dan is er niets mooier dan de weerspiegeling terug te krijgen van je eigen kinderen. De keus om mee te gaan in de status-quo of kiezen om in je eigen kracht te gaan staan!

Het gaat niet over kleur bekennen of de snelheid van je handelen te bepalen. Het gaat over aansluiten en afstemmen op jezelf, van waaruit je met alles wat je weet – en ook niet weet – afstemt op wat de ander wil leren ont-wikkelen. De ‘hoe’ weet de ander – ook in zijn/haar niet weten – allang!

Is er een juiste vraag?

Is er een juiste vraag?

Vijf weken op school en bijna iedere dag minimaal één keer naar de achtervang, onze Time Out. Het niet kunnen functioneren in de groep is reden voor dit dagelijks uitstapje. Ik vraag me af wat dit zou doet met de mindset, en belangrijker; het welbevinden  van een leerling. Wat zegt het dit iedere dag gebeurt? Voelt hij zich welkom in de groep, bij zijn medeleerlingen en op school? Hoe is de relatie met de leerkracht en hoe verloopt de communicatie? Als hij bijna iedere dag ontglipt, vraagt dit een pedagogische uitdaging. Ik zoek als eerst de dialoog met de leerkracht.

“Het lukt me bij hem niet om de juiste vraag te stellen…”

Ergens een pijnlijke constatering. En toch, de moed zichzelf kwetsbaar op te stellen maakt de hulpvraag duidelijk. En het zal wellicht leiden tot bewustwording. De onmacht groeit tenslotte. En ergens de angst, gevoed door aannames, wat het stellen van een juiste vraag blokkeert. De verbinding met Michael is in ieder geval verder weg dan ooit. Samen staan zij echter voor een opdracht. Beide met hetzelfde verlangen; inzicht op en vertrouwen in hun eigen kunnen. Samen elkaar iets leren. Hun (leer-) kracht zien en accepteren te mogen zijn wie ze zijn. De sleutel ligt mogelijk in de relatie.

Als ik het lokaal binnen loop om de groep te voorzien van hun proefwerk wiskunde zie ik hem achter in de klas zitten. Michael. Te vaak in de achtervang verbleven vandaag en nu, als tussenstap, ondergebracht in een andere klas.

Ik knipoog. Hij knikt terug.

Wanneer het proefwerk is uitgedeeld en de leerlingen aan het werk zijn pak ik een pen en ga naast Michael zitten. Hij kijkt me afwachtend aan. Ik zie een proefwerkblad liggen waarop een dagrooster staat. Mijn eerste gedachte: niet meer welkom in de groep vandaag.

Op de achterkant begin ik met schrijven.
Wat is er gebeurd waardoor je nu hier zit?

‘Ik had gister veel problemen!’

We zijn vertrokken. Ik teken een cirkel om ‘problemen’. Een prachtig woord dat bij mij direct de vraag Wat dan? oproept. Ik vraag het niet. Als een woordspin trek ik alleen maar lijnen. Ik weet en vertrouw dat hij mijn vraag wel aanvoelt. Ik schuif het blad naar hem toe. Al snel pakt hij zijn pen op en aan het einde van de lijnen is hij open.

‘Ik was veel kinderen aan het uitschelden.’
‘Brutaal.’
‘Door de gang lopen.’
‘Druk zijn.’

Een mooie opbrengst. Evenals zijn evaluatie én vanuit de ik geschreven. Erg sterk. Verantwoordelijk zelfs. Als stroomschema ga ik al vragend verder. Wat ik krijg is waardevolle informatie. Zijn informatie, zijn beleving en zijn waarheid. Het uitschelden zou zijn ontstaan toen twee leerlingen hem aan het knijpen waren geweest. Volgens hen was Michael te druk. De oorsprong van zijn gevoel druk(te) kon hij niet goed beschrijven. Wel kon hij aangeven zich in een leeg lokaal veilig te voelen.

‘Gewoon, als ik even alleen in een kamertje ben, bijvoorbeeld het muzieklokaal.’

Als ik doorvraag of hij het alleen zijn als prettig ervaart volgt een duidelijke ‘Ja’! Is het wel veilig voor hem ik de groep? Is het de rust? Kan hij de vele impulsen en/of het overzicht in de klas wel constructief reguleren? Vragen te over. Te inhoudelijk en groot voor nu.

Zelfinzicht lijkt Michael verder te helpen. Bewustwording van de momenten waarop hij druk ervaart. Hij weet al wat hij nodig heeft… Alleen in een lokaal is een mogelijkheid om tot rust te komen. Een afgeschermde werkplek, een kaart die hij kan laten zien aan de leerkracht zodat die weet dat hij druk is, observeren en noteren wanneer hij druk wordt zijn andere mogelijke oplossingen.

De start is gemaakt, zijn eigen proces ingezet!

Gehoord worden hoeft niet altijd verbaal. Zien kan non-verbaal soms veel sterker zijn. Beschikbaar zijn zit ook in even die knipoog. Het fluisteren van een verwachting. In gebaren. En in een chat op papier. Papier is namelijk geduldig. Reflecteert. Laat je nadenken over de juiste vraag. Nadenken over de juiste woorden voor gevoel en ervaringen. Papier ontneemt je de tijd. De tijd die er niet lijkt te zijn, is er dan in overvloed. En dit geeft vertrouwen en biedt veiligheid waardoor een ogenschijnlijke afstand minimaal wordt. Het aangaan van verbinding op papier. Voelen wat in het moment het juiste is om te doen. De vraag zal opborrelen. Alleen dan het lef ‘m te stellen!?

Schrijven/tekenen werkt. Altijd! Een A4-tje is zo gepakt. Schrijf de vraag op die je bezig houdt. Leg het blad op de tafel van de leerling. En ja, het is ook een reflectie voor je als leerkracht. Je geeft een uitnodiging om te antwoorden. Geen antwoord is ook een antwoord. Alleen al het denken over de vraag zorgt vaak voor voldoende beweging. Door te vertrouwen dat het antwoord volgt geef je alle ruimte die nodig is. Nodig om het denken voelbaar te maken en over te gaan tot doen: het beschrijven. Vervolgacties volgen. Net als groei. Samen in beweging.

Beschikbaarheid zit in het kind het gevoel te geven er volledig te zijn. En ieder kind begrijpt dat een instructie en serviceronde er ook bij hoort. Een ontvangstbevestiging is soms voldoende. En die kan ook zitten in een conversatie op papier. Door boven de stof te staan creëer je zelf ruimte om te spelen. Spelen met wat zich aandient. Spelen met zijn van een brug. Tussen denken en voelen. Tussen ervaren en het taal geven.

Voor even mag ik de brug zijn tussen Michael en de leerkracht. Het is nu aan mij om te vertrouwen dat de leerkracht van Michael het verder oppakt. Doorpakt. Dat er vanuit het potentieel gehandeld wordt in plaats van de onzekerheid. En, dat wanneer het niet lukt, er altijd ruimte is voor een vraag!

 

Deel 1: Een glimlach in plaats van een correctie.
Deel 2: Ik luister niet!

Of een droom realistisch is!?

Het was een jaar eerder dat zijn slenteren mij al opviel. Hij leek zich wat onveilig of onzeker te voelen. Altijd in de buurt van zijn vriend. Onafscheidelijk waren ze en vaak liepen ze dezelfde route. Altijd even relaxt, alsof zij zich niets van hun omgeving aantrokken. Regelmatig kwamen ze langs als ik stond te surveilleren. Een vuurzee aan vragen volgde. Nieuwsgierig en hongerig naar dat wat zij niet wisten. Hun enthousiasme liet zich niet kanaliseren. Humor, dat hadden ze ook inclusief die aanstekelijke lach. En de energie van hun lach nam ik weer mee de klas in.

Aan het einde van het schooljaar vertrok zijn vriend naar een andere school. Yco bleef en stond bij mij op de lijst voor het nieuwe schooljaar! Nadat dit bekend was, kwam hij op mij aflopen. Zijn missie was helder: een overstap naar het regulier onderwijs! Een kort en krachtig betoog waarin hij nog voor de start van het nieuwe schooljaar mij een richting gaf. Hij nam de leiding en ik volgde. Samen werken aan die stip op de horizon. Zijn droom.

Een jaar samenwerken

Samenwerken aan zijn droom, een mooie uitdaging! Een ongekende groei maakte Yco door. Hij hield zijn stip in het vizier en verwijderde zonder enige moeite de etiketten die hem ooit werden opgespeld. Want wat maakte bijvoorbeeld dat hij in een sombere bui bleef hangen? Hij begreep zijn omgeving niet! Durfde geen vragen te stellen. Probeerde te leren in een voor hem onveilige omgeving. Resultaat: druk gedrag! Negatieve reacties waren net zo inherent en zo werd zijn onzekerheid gevoed. Het maakte hem kwetsbaar en natuurlijk wilde hij zich niet hechten. En ook zijn biografisch verleden speelde daar een belangrijke rol in. Voor zichzelf opkomen was hem niet geleerd. En toch, hij wilde zichzelf zo graag bewijzen…

Zichzelf bewijzen hoefde Yco van mij niet. Hij mocht vooral zichzelf zijn met al zijn onzekerheden en al zijn – zelf ervaren – moeilijkheden. Het vertrouwen was een voedingsbodem voor vele bijzondere en fijne gespreken. Zijn vele vragen bleven komen. Enkele vragen kwamen in een wat andere vorm telkens terug. Was het mijn uitleg dat niet toereikend of niet duidelijk genoeg was? Was het een gebrek aan (zelf)vertrouwen? Wat maakte het uit, we gingen samen gewoon weer in gesprek.

Zijn privacy was zo’n thema. Hij wilde geen werk van hem online hebben staan. Was hij niet trots? Nee, dat was het niet! Niemand mocht iets van hem zien. Angst was zijn raadgever, al die jaren al… Eigenlijk mocht niemand hém zien…zo onzeker dat hij was! Volledig teruggeworpen op de vraag: ‘Wie ben ik?’

Zelf had hij (nog) niet door dat zijn onzekerheid en angst zijn gedachten in stand hielden. Richting het einde van het schooljaar werd hij langzaam zichtbaar. Een mooi proces van grote stappen en moeilijkheden die overwonnen werden! Onrust maakte plaats voor rust en onthechting voor een hechte band met anderen, maar vooral met zichzelf!

Langzaam naderde het einde van het schooljaar en een moeilijk oudergesprek volgde. Twijfels vanuit school, gebaseerd op papieren documenten en oude gegevens, waren aanleiding om diepgewortelde emoties te doen ontluiken. Zowel Yco als zijn ouders bleven voet bij stuk houden. De droom lag er en nog wel zo dichtbij.

Het deed mij doen beseffen dat een droom door niets of niemand tegen te houden is. En tevens riep de situatie essentiële vragen op: wat maakt dat een school een mogelijk potentieel niet zou volgen? Wat is nodig om dit te zien? Wat hebben leerlingen nodig om dit te ontdekken? Hoe geef je dat vorm binnen het (voortgezet) speciaal onderwijs? En was dit gesprek niet juist een teken om na te denken over een duurzame samenwerking tussen speciaal onderwijs en het regulier onderwijs? Hoe heeft deze afstand zo groot kunnen worden?

Een observatie door de reguliere school volgde én een positief advies! Nooit eerder straalde Yco meer dan het moment dat hij hoorde dat zijn droom uit zou gaan komen.

Een half jaar regulier

Het is een half jaar geleden dat Yco startte aan zijn droom. Nieuwsgierig en met wat spanning vraag ik me af hoe mijn ooit ‘speciale’ leerling het op een ‘gewone’ school zou doen!? Samen met zijn moeder stuurde hij me deze week een fantastisch bericht:

 

Het gaat prima met Yco! Hij is heel erg enthousiast en ontwikkelt zich positief op school. Zijn eerste rapport zonder onvoldoendes is binnen!

Mijn favoriete vakken zijn vooral wiskunde, muziek en frans. Bij de kerstmarkt heb ik meegeholpen door samen met een vriend muziek te spelen voor de bezoekers. Ik speelde keyboard en een vriend gitaar. Samen hebben we kerstliedjes gespeeld.

Afgelopen zaterdag heb ik bij de open dag muziek gemaakt met andere leerlingen van school.

Yco is heel erg blij en tevreden dat hij nu eindelijk op het regulier onderwijs zit. Hij heeft een goede band met de leraren en kan goed opschieten met andere leerlingen. Hij maakt elke avond zijn tas zelfstandig klaar en gaat met de fiets naar school.

Ook heeft hij dit jaar ook een uitwisselingsproject met een school in Frankrijk.

Afgelopen december kwamen Franse leerlingen naar Nederland voor een week. Mijn uitwisselingsstudent verbleef bij ons thuis. In maart ga ik voor een week naar Frankrijk met de klas. We zullen veel gaan leren over de cultuur en de gewoontes daar. We gaan ook in Frankrijk mee naar school en gaan proberen goed te communiceren in het Frans. Als het niet lukt dan in het Engels!

Ik vind deze school perfect bij mij passen. Ik heb veel nieuwe mensen leren kennen!

 

De ambulante begeleiding voegde er aan toe dat Yco het regulier onderwijs goed aan kan. Leswissels en meerdere leraren zijn voor hem geen probleem en zelfs in een drukke klas staat hij goed zijn mannetje.

Naast dat ik natuurlijk ontzettend blij en trots ben voor en op Yco, verwart dit bericht mij ook. Wat heeft Yco doen laten groeien? En hoe verhoudt zich dat tot de huidige visie op (speciaal) onderwijs? Hoe kan het dat Yco nog een uitzondering is?

Als het potentieel gezien wordt, leerlingen in hun kracht worden gezet, is het dan niet alleen een kwestie van perspectief bieden – lees: je persoonlijke droom mogen volgen -? Dan zou het (V)SO een ‘tijdelijke’ tussenstop kunnen zijn.

Als we dit nu eens z’n allen mogelijk kunnen maken: Leerlingen in een warm bad ontvangen, hen empoweren, moeilijkheden overwinnen en samen op zoek naar een (in de buurt)school waar zij zich welkom voelen, waar zij mogen zijn en waar zij kunnen groeien/bloeien!

Langzaam wordt mijn stip op de horizon helder. Mijn droom maakt het pad zichtbaar. Yco bewijst dat het kan. Mijn verlangen is dat ik ook dit jaar weer leerlingen verder mag brengen. Waarom? Gewoon, omdat zij het kunnen…!!

 

Oh, en realistisch is het zeker!

Ter aarde gestort

Ter aarde gestort

Dat ze mij op de grond legden vond ik niet eens zo erg. Dat begreep ik nog wel. Maar waarom dreigen ze de politie te bellen en doen ze dat niet? Dan had ik tenminste mijn verhaal kunnen doen. En dat begrijp ik dus niet. Ik snap daar niets van! Iets zeggen maar niet doen…

Een dag eerder. Daar lag hij dan. In het gras. Gevloerd. In vaktermen noemt men dat ‘gefixeerd’. Twee leerkrachten boven op Jannes. Als leerling hoop je dan maar dat de DDG-training is blijven hangen. Dreigend en Destructief Gedrag. Een vrij eenzijdige benaming trouwens. Ik denk dat Bakker & Bakker-Radbau (1981, Verboden Toegang) zich wel even achter de oren zullen krabben.

Jannes wilde Amber aanvallen. Dat was in ieder geval wat gedacht werd. De aanleiding voor de inzet. Of was het een aanname? Speelde angst misschien mee?

En wat nu als Jannes daadwerkelijk Amber iets aan wilde doen… Zou Amber dit niet zelf kunnen handelen? En preventief: hoe leren leerlingen geweldloos te communiceren en compassievol om te gaan met elkaar? Is ingrijpen überhaupt wel helpend en constructief? En hoe past het recht op herstel in het geheel? De mogelijkheid samen het gesprek aan te gaan. Samen afspraken maken. Leren luisteren naar elkaar. Elkaar begrijpen. Waarderen…

Uitdagingen genoeg!

Maar wat maakt nu dat Jannes boos was op Amber?

In de klas verstoorde Amber de les. Ik sprak haar aan en toen begon ze mij uit te dagen. Andere leerlingen en de juffrouw probeerden mij te helpen waardoor ik het uitdagen kon negeren.

In de pauze ging Amber ineens voetballen. Zij voetbalt nooit mee! Ik voelde dat ze mij moest hebben, maar ik kon haar natuurlijk niet verbieden om mee te doen…

Toen ik tijdens het spel een stap naar achteren deed stond ik op haar tenen. Ze had slippers aan, dus ik begrijp dat het niet fijn is dat ik erop stond. Ze begon te schelden. Ik negeerde het nog.

Kyan begon zich er ook mee te bemoeien en wilde mij duwen. Ik draaide me wat om, was boos en schopte gefrustreerd wat tegen takjes en blaadjes richting hen. Ze bleven doorgaan. Toen ik tegen ze wilde zeggen dat ze moesten stoppen met schelden legden de leerkrachten mij op de grond.

In zijn hoofd is het zo helder. Zijn omgeving interpreteerde het anders. Jannes’ waarheid tegen die van zijn veel grotere omgeving. Geen verbinding. Geen begrip.

In het proberen los te komen raakte Jannes de geblesseerde knie van één van de leerkrachten.
Een trap terug volgde.
Zo, nu weet je ook eens wat ik voel,” was het statement richting Jannes!?
Enige constructieve oplossing bleek verre van dichtbij.
Was het de macht over de controle? Of was dit hoe onmacht haar weg vond?

Jannes leek zijn eigen controle volledig kwijt te zijn. Was het zijn frustratie? Boosheid? Zijn roep om veiligheid? Onbegrip? Een deur en een kliko moesten het ontgelden.

Als ik hier een dag later met hem over in gesprek ben, verandert zijn ontspannen gezicht in een onzekere gespannenheid. In alle rust laat ik hem verder vertellen. Soms alleen een ontvangstbevestiging. Soms een korte verduidelijkingsvraag. Full focus luisteren! De details helder krijgen! Op zoek naar de aanleiding. De start naar de verbinding en bouwen van de brug.

Ik was boos en had het gevoel dat ik wéér de schuld kreeg, sloeg en schopte wat om me heen. Dat had ik niet moeten doen. Ik raakte zijn zere knie. Ik snap ergens wel dat hij mij trapte, ik had rustig moeten meelopen. Maar de opmerking “zo, nu weet je ook eens wat ik voel” snap ik niet. Zoiets zeg je toch niet tegen een leerling?

Zo onzeker als dat Jannes is, getekend door zijn biografisch verleden, geeft hij toch een heldere en scherpe analyse! Wat een kracht in zijn kwetsbaarheid. Zo jammer dat hij het zelf nog niet kan zien. Maar fantastisch dat hij het mij wel al laat zien. Aan mij de taak om het hem te laten zien.

De stem van de leerling is voor mij de basis, of de feitelijke waarheid nu wel of niet klopt. Niet alleen woorden spreken verlangens uit. Het zijn de details waarin de wens verborgen ligt. Aan mij om het pad naar deze soms diep weggestopte behoefte te vinden. Vertrouwen, mijn oor en vragen als gereedschap. Ruimte en veiligheid zullen voelbaar worden.

Jannes mag oefenen, leren en toetsen. Hij leert reflecteren, open te staan voor en met anderen de relatie aan te gaan. Zichzelf kwetsbaar opstellen. Ik mag hem spiegelen, hem teruggeven wat hij mij geeft. De leraar in zichzelf ontwaken!

 

Ik luister niet!

Ik luister niet!

Met een wat onsamenhangend verhaal vloog Sabine, onze gedragswetenschapper, vlak voor het einde van de lesdag mijn lokaal binnen. Of ik haar wilde helpen Michael op school te houden. Hij mocht nog niet naar huis! Eerst een gesprek. Dat er wat was voorgevallen kon ik nog net uit haar woorden opmaken.

Twee minuten later gaat de bel, wens mijn leerlingen een fijne dag en loop naar Michael. Wanneer ik de hoek om loop richting de achtervang, Time-Out, en zie Michael mij met een vaart passeren. Rustig volg ik Michael naar zijn klas. Met een zwiep gooit hij de deur open, loopt naar zijn tafel en gooit zijn spullen in zijn tas. Mijn collega, die de dag nog aan het afsluiten is, kijkt wat verwonderd naar wat Michael doet.

In de deuropening blijf ik staan en vraag neutraal:
“Hey Michael, ik zie dat je gehaast bent. Wat is er aan de hand?”
‘Niks! Ik ga naar huis,’ moppert hij en stampvoetend loopt hij op mij af.

Ik zet een stap naar achter. Michael heeft en neemt duidelijk de regie. Ik volg. In de ruimte die ik hem geef stem ik mijn volgende stap af op zijn verhoogde-staat-van-arousal-energie. Vertrouwen in de positieve keus die hij zal maken leg ik een hand op zijn rechter onderarm. Licht contact om in verbinding te blijven.

“Michael, ik zie dat je boos bent. Het lijkt me nu niet slim om zo de taxi in te stappen. Wellicht maak je een keus waar je later niet prettig bij voelt. Ga eens even rustig zitten!?”

Het samenkomen van elkaar en het lichte contact bracht de omkering. De stoel van de werkplek net buiten de klas schuif ik naar achteren en begeleid Michael totdat hij zit. Hij ploft neer. Ook ik ga op een stoel zitten, dichtbij en een beetje van hem afgewend. Ik leg de leiding weer bij hem. In de dialoog die volgt legt Michael uit dat hij dient na te blijven voor wat er eerder die dag is gebeurd. Het wordt mij duidelijk dat er voor hem juist heel veel onduidelijkheid is…

Langzaam breng ik Sabine in het verhaal. Zij had mij tenslotte om hulp gevraagd en ben toch wel benieuwd naar haar rol en of ik de twee weer nader tot elkaar kan brengen.

‘Ik luister niet! Niet naar haar.’
Heldere taal. Nieuwsgierig vraag ik door.
‘Zij praatte streng tegen mij en ik luister niet naar mensen die streng praten!’
Duidelijk!
“Ow!? Is dat alles”, vraag ik Michael, die mij wat verbaasd aankijkt. “Weet juf Sabine ook dat je daarom niet luistert?”
‘Nee!?’ volgt na een wat vertwijfelende blik. Die twijfel grijp ik aan om de leiding weer over te nemen en stel voor dat Michael zijn uitleg met Sabine gaat delen: ‘”..want als juf Sabine dit niet weet, hoe kan zij dan begrijpen dat jij zo dwars en boos reageert?”

Met een instemmende knik staat Michael op. Iets in zijn lichaamshouding stemt mij niet tevreden. Het is de aarzeling. Ik stel voor om met hem mee te gaan en samen lopen we naar de achtervang waar Sabine wacht. Kort leid ik het gesprek in en wend mij tot Michael met de uitnodiging om haar dat wat hij niet fijn vindt te delen.

Stilte vult de ruimte…

Als een standbeeld staart Michael mij aan. Zijn onzekerheid zet hem op slot. Zijn ogen verraden zijn kwetsbaarheid. Verrast verwonder ik me over zijn vastberadenheid in onze dialoog in vergelijking met zijn voorkomen nu. En tegelijkertijd besef ik dat ik hem misschien wel gruwelijk overvraag. Of is het misschien de druk van het samenzijn met twee volwassen? Schuldgevoel misschien? Schaamte? Een black-out? …?

“Wil je dat ik je help?”
Nog steeds geen reactie. Eenzelfde blik.
“…dat ik het vertel.”
Een knipper met zijn ogen volgt. Het non-verbale signaal vindt bevestiging!

“Weet je ook waarom ik streng tegen je was?” Schuchter laat hij het initiatief bij Sabine. Michael schudt zijn hoofd op en neer. Hij beantwoordt in korte zinnen de vragen die Sabine hem voorlegt. Met de afspraken stemt hij in.

Zo groot als dat hij in zijn voorkomen eerder was, zo klein is hij in relatie en communicatie nu. En toch blijft het groots van Michael dat hij zo duidelijk heeft kunnen verwoorden wat hem dwars zat! En wat te denken van het zichzelf kwetsbaar durven opstellen, in een kleine ruimte met twee volwassenen? Hij had ook de keus kunnen maken om agressief weg te lopen. Dit gebeurde eerder. Michael koos voor de moeilijkste weg! Spelen met regie en verantwoordelijkheid, deze uit handen geven, vertrouwen op de ander en oefenen; ervaren en voelen van zijn eigen proces.

Michael geeft ook mij weer genoeg om over na te denken. Om te beginnen veel vragen. Heeft hij niet te snel de overstap gemaakt naar het voortgezet speciaal onderwijs? Zou een extra jaar in groep 8 hem gesterkt hebben in zijn sociaal en emotionele ontwikkeling? Wanneer is zeker dat een leerling klaar is voor de volgende stap? Wat is nodig om een goede inschatting te maken van de overgang? En zouden scholen voor speciaal en voortgezet speciaal niet beter kunnen samenvoegen? Sociale veiligheid als belangrijkste argument. Samen één school met als doel het potentieel van de leerlingen zichtbaar maken! Hen bevoorraden. Faciliteren.

Met wat het nu is: Wat heeft Michael nodig om zich veilig te voelen? Hoe kunnen wij als school zijn onderwijsomgeving veilig genoeg maken? Wat is daar voor nodig? En wat heeft hij überhaupt nodig in en voor zijn ontwikkeling?

Maar Michael bevestigt voor mij ook weer eens dat er zonder een goede relatie geen ontwikkeling kan zijn! Het is een samenspel van leiden & volgen én het geven en nemen van vertrouwen. In verbinding zijn. Maar het is ook (door-/voor)zien van de details, luisteren tussen de regels door, luisteren om te begrijpen, ruimte bieden om een leerling zelf regie te laten nemen, te laten exploreren en samen het tempo dat nodig is af te stemmen. Dat is wat dit vak zo mooi maakt!

“Kom, je gaat naar huis!”

Met een schouderklop laat ik Michael voelen dat ik trots op hem ben. Samen lopen we naar de taxi. Woorden zijn niet nodig. Het is goed! En daarbij, luisteren naar niets is ook luisteren.

 

Deel 1: Een glimlach in plaats van een correctie!