Blog : verantwoordelijkheid

Wie de broek past

Wie de broek past

Het regent. Naar buiten gaan zit er deze ochtend voor de kinderen niet in. Er is zelfs al rekening mee gehouden. In de speelzaal is een soort apenkooiopstelling klaargezet. Maar voordat ze gaan spelen wordt de bak met gymschoenen door een kind opgehaald. Als iedereen in de kring zit worden ze uitgedeeld. Tegelijkertijd met het uitdelen wordt verteld dat de trui en broek uitgedaan moeten worden.

Moeten.
Ja.

Lees verder

Beschikbaar (en) op papier

Beschikbaar (en) op papier

Beschikbaar kun je altijd zijn. Het is een ‘keuze’. Voorbij het ‘mythische’ mindset een vorm van zijn. Ja, het kost wat energie. En ja, het is belangrijk je eigen grenzen hierin te bewaken. Maar het kan. Echt! En tijd, ruimte en lesprogramma’s zijn slechts excuses die je vasthouden in je eigen mentale gevangenis…

Waarom zo’n stellig statement?
Omdat ik denk dat beschikbaarheid de kern van tact is!

Het was Teun die mij met zijn concrete ervaring er van bewust maakte dat het gevoel van beschikbaarheid al zo dichtbij te vinden is. Hij deelde één van zijn ervaringen met mij. Deze ervaring raakte mij. Diep. Hij voelde zich niet gehoord. Herkenbaar. Vroeger, maar zelfs ook tegenwoordig nog wel…

“Meneer, mag ik een privégesprek op de gang met u?”

Lees verder

Luisteren naar de intentie

Luisteren naar de intentie

De telefoon gaat. Of ik nog wiskunde kom geven. Bij haar in de groep. Dat was wel de bedoeling, dus snel breng ik mijn leerlingen naar hun praktijkles. En door. Dat maakt het zo leuk om op deze school les te geven. Maakt het flexibel, los van dat leerlingen in het speciaal onderwijs overigens nooit saai zijn. Zij houden mij scherp. Noem het ‘houden mij in het moment’.

Wanneer ik haar klaslokaal binnen loop zijn de meeste al druk bezig. Het ziet er gemotiveerd uit. Ik voel direct de fijne sfeer in de groep. Met een relaxte houding loop ik snel langs alle leerlingen. Niet om de tijd in te halen, maar om juist te genieten van dit moment. Ik geef ze een hand, deel een groet, kijk ze in hun ogen aan en direct even een blik op waar ze mee bezig zijn. Mijn soort van nulmeting. Direct vanaf mijn start. Een routine is het geworden, de ander zien, voelen en weten waar ze zijn in hun proces. Vanuit die eerste handdruk ontstaat alles.

Lees verder

Observeren, observeren, observeren

Observeren, observeren, observeren

Met een kruk op wieltjes rol ik door groep 2. De meeste kinderen zijn taakgericht aan het werk. Soms help ik wat. Soms zet ik wat aan. Soms zorg ik voor de gevraagde bevestiging. En soms duw ik een kind over een figuurlijke drempel. Meer dan bijsturen en bewust maken is eigenlijk niet nodig. Nou ja, genieten dan. Oké, dat wel.

Als ik mij omdraai zie ik Ridley Karim een duw geven. Niet een harde, maar wel hard genoeg om Karim te doen verwonderen. “Dat mag niet,” wordt gezegd en Karim speelt verder. Wanneer dit voor Ridley niet genoeg is duwt hij nog een keer. Iets harder deze keer.

Lees verder

Als een kaartenhuis

Als een kaartenhuis

Tijdens het openingsspel werd hij een eerste keer aan de kant gezet. Hij deed ogenschijnlijk iets verkeerd. Met een blik van onbegrip droop hij af. De eerste keer was het trouwens niet. Dat wist hij. Even daarvoor, in de vroege ochtend, was hij eigenlijk al drie, vier maal op zijn plek gezet. De ander was er klaar mee, zo werd hem verteld. Een potlood werd uit zijn hand gegrist. En die grote hand zette zijn hoofd in beweging naar daar waar gekeken diende te worden. Het haalde hem zichtbaar uit de relatie met de ander. Sterker, zelfs met zichzelf. Onderuitgezakt gaf hij op. Geen zin de zin van zijn welbevinden te delen.

Lees verder

Nieuw is soms even wennen

Nieuw is soms even wennen

Het vijfde uur loop ik haar klas binnen. Ze is ziek. Als team hebben we vandaag een constructie bedacht. Een constructie om haar leerlingen ‘op te vangen’. Vaak betekent dit dat leerlingen worden verdeeld over andere klassen, maar vandaag kiezen we ervoor de groep en hun programma zoveel als mogelijk intact houden.

Nieuw ben ik voor hen. In de ochtend was ik het lokaal al binnengelopen. Om mijn aankondiging alvast ‘in de week’ te leggen. Het vijfde uur. Engels.

Lees verder

Ik haat deze klas.

Ik haat deze klas.

Soms breekt mijn hart. Meestal wanneer een kind gebruik maakt van het woord ‘haat’. Gisteren vielen mijn ogen op een paar woorden. Vier duidelijke woorden: Ik haat deze klas. Geschreven met een potlood op de achterkant van het door haar zelfgemaakte werkschrift. Wat een bijzondere metafoor!

Een kind moet zich altijd veilig kunnen voelen. In een veilige omgeving, thuis en op school! Een klaslokaal, en in het bijzonder de groep, is een plek waar ‘veiligheid’ de eerste waarde dient te zijn. Zonder veiligheid kan een kind zich niet maximaal ontwikkelen.

Pas als het veilig genoeg is, en dat weet je wanneer kinderen zich gelukkig voelen,

Lees verder

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Na de pauze loopt hij het lokaal binnen. Op zijn rug een zware rugtas waar de negatieve energie uitpuilt. In zijn ogen zie ik direct dat het moeilijk gaat worden hem te bereiken. Ontkoppeld met zichzelf. Zijn woorden en houding naar zichzelf zijn destructief. De uiting gaat naar anderen. En wanneer hij op zijn plek gaat zitten richt hij zijn pijlen direct op mij.

“Ik wil naar mijn escapeklas!”

Zijn dwingende toon zou mij mogelijk in beweging moeten brengen. Maar omdat ik niet weet in welk lokaal hij zijn escape zou willen pakken, plaats ik de intentie om hem naar een oplossingsgerichte mindset te begeleiden. Hij heeft er vaker gezeten, dus hij weet zelf naar welk lokaal hij kan. Na mijn vraag volgt een spervuur.

“Jij moet dat weten! Jij bent leraar! Kijk op de lijst, mongool!”

Lees verder

Zo. Alsjeblieft!

Zo. Alsjeblieft!

Met een plof zet de leerkracht zijn broodtrommel neer. Het zakje met wat appels, waar waarschijnlijk wat butsen in zitten, en zijn pakje drinken volgen met dezelfde kracht. “Zo, alsjeblieft! En ik hoop dat groep 7 geen last van je heeft!”

Het geluid van de klap waarmee de broodtrommel de tafel raakt is niet eens hetgeen mij van mijn beeldscherm doet opkijken. Het is de energie waarmee de leerkracht als een wervelstorm, het kind onder zijn oksel gegrepen, de gezamenlijke ruimte in komt. Ja, duidelijke taal. Zover is zeker. Alleen, welke pedagogische waarden er onder deze boodschap schuil gaan is mij een raadsel. Het ‘geen last van je hebben’ impliceert enkel onmacht dat als schuld en schaamte op het kind geprojecteerd wordt.

Wanneer de leerkracht de jongen de rug toekeert verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Zo’n glimlach waarmee het kind lijkt te willen zeggen: ‘zo, alsjeblieft. Nu heb ik het voor elkaar. Ik heb je waar ik je hebben wil. Waarom weet ik niet precies, maar samen in een ruimte zijn lijkt me op dit moment niet zo handig.’ Of was het een glimlach waarmee hij zijn verbazing bedekte?

Lees verder

Conventies

Conventies

Vorige week ben ik begonnen met een nieuwe opdracht. Ingevlogen voor een kind dat vraagt om een uitdaging. Wij als volwassenen zijn vaak geneigd om te praten over en kijken naar kinderen met probleemgedrag. Maar in feite is het gewoon een uitdaging voor ons om het kind te begrijpen. Het snappen van de manier waarop het zich verbindt met ons.

Wanneer ik de nadruk leg op gedrag, zal ik nooit begrijpen wie dit kind is. Dus wat zou er gebeuren als ik mijn focus zou verplaatsen van conventies, waarin we onszelf gegoten hebben, naar welke doelen het kind en ik samen zou kunnen bereiken? Het is mogelijk dat wanneer ik mezelf bewust ben van deze conventies en deze leer loslaten (of ont-leer) er de ruimte, nabijheid en beschikbaarheid ontstaat die nodig is om de verbinding te maken met de ander. Loslaten van denkpatronen/-concepten om zuiver te communiceren. Groei en ontwikkeling is wat er overblijft. Dus als ik conventies en vooroordelen even links laat liggen, wat zie ik dan werkelijk? Potentie? Talenten? Dromen? Verlangens? Pijn?

Lees verder