Blog : verantwoordelijkheid

Zo. Alsjeblieft!

Zo. Alsjeblieft!

Met een plof zet de leerkracht zijn broodtrommel neer. Het zakje met wat appels, waar waarschijnlijk wat butsen in zitten, en zijn pakje drinken volgen met dezelfde kracht. “Zo, alsjeblieft! En ik hoop dat groep 7 geen last van je heeft!”

Het geluid van de klap waarmee de broodtrommel de tafel raakt is niet eens hetgeen mij van mijn beeldscherm doet opkijken. Het is de energie waarmee de leerkracht als een wervelstorm, het kind onder zijn oksel gegrepen, de gezamenlijke ruimte in komt. Ja, duidelijke taal. Zover is zeker. Alleen, welke pedagogische waarden er onder deze boodschap schuil gaan is mij een raadsel. Het ‘geen last van je hebben’ impliceert enkel onmacht dat als schuld en schaamte op het kind geprojecteerd wordt.

Wanneer de leerkracht de jongen de rug toekeert verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Zo’n glimlach waarmee het kind lijkt te willen zeggen: ‘zo, alsjeblieft. Nu heb ik het voor elkaar. Ik heb je waar ik je hebben wil. Waarom weet ik niet precies, maar samen in een ruimte zijn lijkt me op dit moment niet zo handig.’ Of was het een glimlach waarmee hij zijn verbazing bedekte?

Lees verder

Conventies

Conventies

Vorige week ben ik begonnen met een nieuwe opdracht. Ingevlogen voor een kind dat vraagt om een uitdaging. Wij als volwassenen zijn vaak geneigd om te praten over en kijken naar kinderen met probleemgedrag. Maar in feite is het gewoon een uitdaging voor ons om het kind te begrijpen. Het snappen van de manier waarop het zich verbindt met ons.

Wanneer ik de nadruk leg op gedrag, zal ik nooit begrijpen wie dit kind is. Dus wat zou er gebeuren als ik mijn focus zou verplaatsen van conventies, waarin we onszelf gegoten hebben, naar welke doelen het kind en ik samen zou kunnen bereiken? Het is mogelijk dat wanneer ik mezelf bewust ben van deze conventies en deze leer loslaten (of ont-leer) er de ruimte, nabijheid en beschikbaarheid ontstaat die nodig is om de verbinding te maken met de ander. Loslaten van denkpatronen/-concepten om zuiver te communiceren. Groei en ontwikkeling is wat er overblijft. Dus als ik conventies en vooroordelen even links laat liggen, wat zie ik dan werkelijk? Potentie? Talenten? Dromen? Verlangens? Pijn?

Lees verder

Een uur van uitersten!

Een uur van uitersten!

Het gesprek naderde zijn einde. Langzaam zou bekend worden of de langverwachte overgang door zou gaan. Er was met hart, ziel en hoofd zó hard aan gewerkt. Het was de allergrootste wens van Yco: aangenomen worden op een reguliere school.

Met twee man sterk kwamen ze observeren. Na schooltijd volgden kritische vragen op inhoud. De grote verschillen tussen het speciaal en het regulier onderwijs tekenden zich in een rap tempo af tot een ogenschijnlijk onoverbrugbare kloof. Het was mij bekend. Twijfels en angst probeerde ik te transformeren in uitdagingen om de transitie, door Yco zelf ingezet, te kunnen laten slagen!

Lees verder

Regisseur van je eigen leven

Regisseur van je eigen leven

Mei 2012. Vier jaar geleden. Ik zag bij toeval een programma over het filmfestival in Cannes. Niet dat ik het programma helemaal aan het volgen was maar je kent dat wel: een beetje bankhangen en surfen op internet. Ik was bezig met het bewerken van foto’s. Beelden van momenten aan het herbeleven en een plaats aan het geven in mijn ‘hall of brain’. Het filmfestival op de achtergrond.

Ineens hoor ik Antoinette Beumer iets zeggen over het willen lesgeven. En op alles wat maar met onderwijs of opvoeding te maken heeft, spitst mijn oren. Haar woorden waren helder.

Wat ik regisseurs zou willen leren is dat je eigenlijk van te voren heel goed moet weten wat je wilt halen maar dat je dan op de set alles moet loslaten.”

Lees verder

De groep en ik

De groep en ik

Grote verschillen in de groep zijn er, hoe ik er mee omga start bij mij.
Bij wie ik ben en hoe ik denk over verschillen.
Het start bij mij en de groep, en bij mij in de groep.
Wat je krijgt is ons als groep.

De dynamiek in iedere groep wordt bepaald door elke unieke ‘ik’. Oude pijn, biografisch verleden, familiesystemen, kwetsbaarheid, verlangens, verwachtingen, moeilijkheden zoals diagnoses, belangen en soms (onbewust) verborgen agenda’s. Zomaar wat topics die meespelen in het vormen van perceptie en ‘eigen’ waarheden. En deze creëren grote verschillen. Maar hoe ga ik nu om met deze verschillen?

Lees verder

Oncollegiaal

Oncollegiaal

Een jaar of wat geleden werd ik me bewust van de pieken in het onderwijs. Van die periodes waarin er ineens een groot beroep op mij werd gedaan. Wanneer ik de analyses van de toetsen af moet hebben, groepsplannen gereed en bijgewerkt en individuele handelingsplannen en kerndocumenten geschreven moeten zijn. Allerlei redenen werden aangegeven, van ‘oudergesprekken’ via ‘moet van de inspectie’ tot aan ‘je wordt betaald voor deze opdracht’.

Vooral dat laatste raakte mij en deed me beseffen dat ik wel in dienst ben van een organisatie, maar dat het om een wederzijds spel gaat. Want ja, ik word betaald voor mijn professie, voor mijn kennis en ervaring. Maar betaald worden wil niet direct zeggen dat de organisatie zomaar van alles van mij kan en mag verwachten.

Lees verder

Verontschuldig mij!

Verontschuldig mij!

De deur van mijn leidinggevende staat open. De twijfel voorbij loop ik naar binnen. Op het moment dat ik mijn verontschuldigingen aanbied kijkt ze me wat verwonderd aan. Dit was wel het laatste wat ze had verwacht. Ja, ze hoorde het goed! Verontschuldigingen van mij, over de leraar die ik het afgelopen half jaar ben geweest.

De aanleiding weet ik nog goed. 6 januari 2014, 08.05u. Bij binnenkomst direct naar het kantoor. De gedragswetenschapper en intern begeleider langs beide flanken. Drie vliegen in één klap, het moment!

“Ik heb mijn kerndocumenten niet af!
Sterker nog, ik ben er niet eens aan begonnen…”

Zo, dat was eruit! Ik voelde mijn verdediging al opkomen. Ik bleef stil. Alle drie keken ze me wat glazig aan. Mijn leidinggevende brak het ijs. Teleurgesteld. Voor de kerstvakantie hadden de documenten al af dienen te zijn. Of was dat enkel de verwachting?

In de vakantie tijd voor bezinning, de weerstand werd duidelijk: ik geloof niet meer in het document. Al jaren eigenlijk niet meer. Steeds dat argument: een document waar het om de kern van het kind gaat wordt gevuld door het kind, diens ouders én mij! Echt samen. Dat. Juist nu, omdat er zoiets als Passend Onderwijs voor de deur staat…

Toch maar volgen.
Niet gehoord en gezien worden.
Vooruit willen.
In overeenstemming met mezelf en mijn idealen.
Eigen leiderschap nemen.
Professioneel handelen vanuit visie!

Na een dag vol gesprekken heldere ‘laatste’ woorden van haar:

“…de inspectie wil dat deze documenten er zijn. En daarbij, je wordt betaald voor deze opdracht!”

Nee. En nee! Ik ben zo klaar met dat angst-denken. Klaar met conformeren vanuit gebrek aan vertrouwen, gebrek aan samen bouwen en gebrek aan oog voor wat nodig is. Ik word overigens betaald voor goed onderwijs! Door het ministerie nota bene. Oh, en ik ga ook graag in gesprek MET de inspectie. Echt samen. Dat.

quote-verontschuldig-klNu, zo vlak voor de zomer vind ik het meer dan tijd mijn handelen te reflecteren. Naast dat ik zelf recht heb op zoiets als een functioneringsgesprek, hebben mijn leerlingen daar ook evenveel recht op. Want als ik betaald word voor goed onderwijs, mag afgevinkt worden of ik daaraan heb voldaan. Niet aan eisen. Maar om mezelf opnieuw uit te vinden. Ont-wikkelen. Leren als proces. Vers het nieuwe schooljaar in. Versie 9.0

Zelf vind ik dat ik teveel met mijn eigen ontwikkeling bezig ben geweest. Met het oefenen inzichten te voorleven. Vormen van mijn wil en drive. Over wat ik goed onderwijs vind. Vernieuwbouw: samen met collega Florus Bertens een plan schrijven. Een plan dat mij dwingt mezelf te onderzoeken. Scherp te stellen. Te kalibreren. Het ijken op basis van waarden vanuit ervaring en inhoud. Over wat onze jongeren in het Voortgezet Speciaal Onderwijs nodig hebben.

Ik verontschuldig mij. Aan haar. Aan hen.
Zij knikt. Ontvangt. Waardeert en geeft groen licht.
Zij bevragen. Waarderen en vliegen uit.
Het is wat het is. En het is goed!

 

Aanleiding voor het (eindelijk) publiceren van deze blog volgde na een uitnodiging van Karin Winters: een bijdrage aan #onderwijsmoment. Een dag te laat. Om meerdere redenen. Het is zo. Karin, veel dank voor je uitnodiging! Je hebt me weer een stuk verder gebracht in mijn proces. De uitdaging om mij te focussen op dat ene moment maakte veel los. Herbeleven en tegelijkertijd sterk voelend in welke richting ik me beweeg. #thnX!

De snelheid van rood

De snelheid van rood

Als ik in de deuropening van de klas sta te wachten op mijn tweede zoon zie ik de juf een stapeltje vellen pakken. Rijtjes met woorden erop. Het is mij direct duidelijk wat de bedoeling is. Er mag geoefend worden! Dat ook mijn zoon een vel mee naar huis kreeg verwonderde mij niet.

Een jaar eerder zaten we nog aan tafel bij de kleuterjuf. Ze wilde hem laten testen op ‘kleurenblindheid’. De brief van de GGD viel een paar dagen later op de deurmat. Direct voelde ik weerstand: Mijn zoon gaat niet getest worden, dat bepalen wij als ouders zelf wel!

Tegelijkertijd schurend met mijn eigen professie. Ja, deze juf heeft onze zoon echt wel gezien en vrij gelaten in zijn ontwikkeling. Eerst het gesprek dan maar. Tegelijkertijd de vragen: en wat maakt dat ze alleen op kleurenblind testen? En hoe draagt de uitslag bij aan zijn ont-wikkeling?

Hoe ik mijn zoon zie? Goede vraag! Als een sensitieve, lieve, zachtaardige onderzoeker. Hij is creatief en denkt outside the box. Ja, ik weet heel goed dat hij de kleuren nog niet kan benoemen. En dat hij in de klas langer doet om de juiste kleur te vinden was mij ook bekend. Thuis vraagt hij aan zijn grote broer om de juiste kleur. Misschien zijn alle kleuren in zijn hoofd wel net als die volle bak met kleurpotloden en stiften thuis!?

De kleuterjuf vond het toch wel van belang. Wat als hij in groep 3 een rood potlood dient te pakken voor een opdracht? Dan komt er een stikker met ‘rood’ op zijn potlood.

Ik vulde de vraag aan met dat hij dan bij zijn buurman/-vrouw kijkt en dat het dan wat langer kan duren voordat hij zijn potlood heeft. De juf bevestigde vol herkenning. En ik dacht: Is ‘rood’ dan ook het eerste woord dat hij leert?

Wat ik als ouder wel zou willen? Nou, dat is dat hij zelf strategieën/oplossingen vindt om tegenslagen te overwinnen. Leren in veiligheid en vertrouwen de vraag te stellen als belangrijkste tool! Als hij dit thuis rondom de kleuren al durft te doen, lijkt dit voor hem geen probleem. En dat hij het groene potlood pakt zegt ook iets.

De juf liep op mij af en drukte het vel voor mijn zoon in mijn handen. Het leestempo lag te laag. Of wij iedere dag met hem zouden willen oefenen. De vraag naar het signalerings- en handelingsplan slikte ik in. Nog niet de woorden om mijn idee en gevoel te delen.

Toen we terugliepen naar huis vertelde hij vol enthousiasme dat hij thuis zou gaan oefenen. Nou, vanwaar mijn weerstand bedacht ik me. Zou het iets over mezelf zeggen misschien?

Ook de tweede avond pakte hij uit zichzelf het vel met rijtjes, plofte naast me op de bank neer en in zichzelf gekeerd ging hij voortvarend aan de slag. Ik genoot van zijn drive te willen leren. En toch, mijn weerstand, waar kwam dat vandaan?

“Zeg, hoe leer jij deze woordjes eigenlijk?”
“Nou gewoon, ik heb kamertjes in mijn hoofd; één voor de letters en één voor de cijfers!”

Met wat verbazing vraag ik door en vertelt hij dat het kamers zijn waarin nog niet alles even geordend is. Ik stel voor om samen met hem de woorden in de chaos aan letters op de muren te gaan verven of schrijven. Samen gaan we aan de slag!

 Als hij aan het oefenen is vraag ik mijn vrouw een aantal woorden met de ‘b’ en de ‘d’ op te schrijven, de letter te kleuren en bij het woord een tekening te maken. Deze plaat hangen we op de muur. Verder geen uitleg, de verwondering en het gesprek volgde als vanzelf.

Wanneer we een paar dagen later aan het eten zijn, bedek ik zijn ogen en uit het niets vraag ik hem naar de schrijfrichting van de ‘b’ en een rijtje woorden te benoemen. Hij zoekt een fractie van een seconde, wijst de richting aan en noemt een rijtje op. Met de genoemde woorden spelen we en maken er verhaaltjes mee. Losse verhaaltjes en met alle woorden uit het rijtje één verhaal. Heerlijk die flow, creativiteit en spelen met woorden.

Mijn weerstand? Opgegroeid in een tijd waarin de kleuren kennen norm was en de rijtjes woorden in een bepaalde tempo gelezen moesten worden! Afzetten van de standaard. Oude pijn…los leren laten. En dan is er niets mooier dan de weerspiegeling terug te krijgen van je eigen kinderen. De keus om mee te gaan in de status-quo of kiezen om in je eigen kracht te gaan staan!

Het gaat niet over kleur bekennen of de snelheid van je handelen te bepalen. Het gaat over aansluiten en afstemmen op jezelf, van waaruit je met alles wat je weet – en ook niet weet – afstemt op wat de ander wil leren ont-wikkelen. De ‘hoe’ weet de ander – ook in zijn/haar niet weten – allang!

Een klas met 24 leerlingen in het VSO…!?

Het afgelopen half jaar, sinds mijn twijfel begin dit jaar en het voelen van mijn jaarwoord #dOEN, ben ik mijn eigen proces gaan evalueren en reflecteren… Op een aantal momenten was het een pijnlijk halfjaar en tegelijkertijd was het de pijn die me waarde(n)volle inzichten gaf! Misschien is de belangrijkste wel mijn twijfelen. Mijn onzekerheid, gevoed door mijn denken… Twijfel vaak door frustratie, waar op haar beurt een (onvervuld) verlangen onder zat (en zit). Een proces dat ik werkgerelateerd reflecteerde in de meivakantie. Stil staan en voelen wat goed voelt als thema en #notetoself.

Mijn collega Florus gaf al eerder aan dat ik eens met zijn vader moest gaan praten. Hij zag mijn worstelen. Het duurde even, gaarkoken in mijn eigen sop als belangrijkste reden. En toen uiteindelijk de ontmoeting had plaats gevonden, voelde ik dat mijn adrenaline voor het onderwijs weer begon te stromen. De plannen en creativiteit om ‘outside the box’ het speciaal onderwijs duurzaam en constructief te veranderen kreeg langzaam gestalte…

Krachten en talenten werden gebundeld en samen met Florus vroeg ik onze leidinggevenden om ruimte voor de uitwerking van een plan om ons onderwijs te ver(nieuw)bouwen. En die ruimte kregen we! SAMENkracht als titel en de brede vorming van leerlingen op sociaal-emotioneel vlak, klassenmuur-/vakdoorbrekend onderwijzen, de transitie van speciaal naar regulier, ouderbetrokkenheid en ervarend leren door de praktijk de school binnen te halen als belangrijkste pijlers! In de eerste week al veel bezoek van nieuwsgierige ouders, collega’s en ook Rob van der Poel van Het Kind. Rob schreef er zelfs een artikel over en hieronder een deel:

‘Meneer, bent u soms de vader van Tom?’ Een logische vraag, in deze eerste dagen van een nieuw schooljaar, op een nieuwe school. Leerlingen zoek er hun weg. En op het Brederocollege in Breda – een school voor voortgezet speciaal onderwijs – maken 24 leerlingen voorzichtig kennis met hun nieuwe leeromgeving, waarin duidelijk is gemaakt dat ook ouders hun hoofd regelmatig om de hoek steken. Rob van der Poel nam een kijkje. Een reportage over een pilot in een school die zijn nek durft uit te steken. ‘Ik krijg hier weer zoveel energie van.’

‘De deur staat hier altijd voor iedereen open,’ had meester Ronald al op de eerste schooldag verteld. Dus kijkt op deze woensdagochtend – twee dagen verder – eigenlijk niemand meer op van een onbekend gezicht. Ronald komt me om 12.15 uur tegemoet, amper 24 uur na mijn spontane wens om eens mee te kijken. ‘Gaaf’, zo was zijn reactie via sms. Hij is met zijn collega Florus immers aan een avontuur begonnen, zeker in het speciaal onderwijs waar klassen hooguit uit 11 of 12 leerlingen bestaan. Op het Brederocollege zijn twee klassen samengevoegd, op verzoek van beide leraren die er in het voorjaar een ambitieus plan voor schreven en nu de ‘pilot’ zijn gestart.

Het plan is voor de stichting Driespan, waartoe de school behoort, revolutionair. De klasgrootte is bewust niet veel anders dan in het regulier onderwijs, omdat het in lijn ligt met de doelstelling die ze hebben. ‘In de twee jaar dat we met ze werken, willen we zoveel mogelijk leerlingen de overstap laten maken naar het regulier.’

Samen-kracht is de werktitel die ook de lading of de essentie dekt. Verantwoordelijkheid en afhankelijkheid kernbegrippen. ‘We gaan het met elkaar doen en hebben iedereen nodig.’ De ogen van beide leerkrachten glinsteren: ze geloven in hun aanpak, vertrouwen op elkaar en willen hun leerlingen (en hun dus ook hun ouders) zien. Afgesproken is dat er regelmatig verslag wordt gedaan van de vorderingen, aan zowel de CvB als aan het team van collega’s, die op hun beurt ook rooster-technische ruimte en voorwaarden hebben gecreëerd. ‘Iedereen is op de hoogte van onze insteek, die aansluit bij de onderliggende visie en behoeften van deze kinderen. In deze rolverdeling en aanpak is er immers veel meer ruimte voor persoonlijk contact, voor extra aandacht en coachgesprekjes, waar het in het onderwijs en met deze leerlingen vooral om gaat.’ – lees verder.

 

De eerste twee weken zijn voorbij en voor mij is het nu al goud waard! Wat er ook gaat gebeuren, dit is een fantastisch avontuur en een onvergetelijke ervaring. Natuurlijk waren er ook moeilijke momenten, zoals vaak bij nieuwe dingen. Het is zoeken, onzekerheden open durven te delen, educerend experimenteren en telkens afstemmen of er wordt recht gedaan aan de psychologische basisbehoeften.

Het is zo fijn om samen een groep te draaien en te bouwen aan de vorming en ont-wikkeling van leerlingen! Bij een aantal is hun ballon al geklapt, waren er de tranen die vloeide en daardoor bewustwording op hun potentie. Het is een voorrecht dit voelbaar te mogen maken. Samen mogen wij ieder onze visie op opvoeding en onderwijs delen en met elkaar afstemmen. Elkaar sterker maken, onderwijs samen dragen.

De leerling kiest zijn leermeester en wij als apprentice leren van 24 leermeesters. Dat is wat we de komende twee jaar met elkaar aangaan. Kwetsbaar durven zijn, waarde(n)vol handelen vanuit vertrouwen en vanuit jezelf mogen zijn bouwen aan ieders eigen toekomst. Wordt vervolgd!

Over uitsluiten gesproken #3: ‘niet weten’

Over uitsluiten gesproken #3: ‘niet weten’

offline - Over uitsluiten gesproken-3.1‘Uit alles blijkt dat scholen niet weten wat ze te wachten staat.’ Zo kopte dagblad Trouw onlangs online over de invoering van Passend Onderwijs. Het artikel riep bij mij direct vragen op! Wat is ‘alles’? En welke scholen worden bedoeld? Wat staat scholen dan te wachten?

Dé vraag die mij nog het meest bezighield, was: wat betekent het ‘niet weten’ in de titel en hoe kan dat – voor ouders, leraren en leerlingen – worden omgezet in ‘samen weten’?

Bijna direct, in de inleiding, lijkt het antwoord te staan: ‘Leraren zeggen niet de middelen te hebben om deze zorgleerlingen te helpen. Ook vrezen ze dat de hulp aan hen ten koste gaat van andere leerlingen.’ Hoe kunnen we daar verandering in aanbrengen en wat is daarvoor nodig? Op naar ‘samen weten’!

taal en inhoud
Wat me raakt in dit artikel is de toon en het taalgebruik. In mijn visie op mens en onderwijs worstel ik met woorden als ‘doelgroep’, ‘zorgleerlingen’ en de benamingen van diagnoses. Deze woorden lijken mij enkel richtinggevend. Zij zouden de weg vrij kunnen maken om het individu beter te gaan begrijpen. Het helpt om gerichter vragen te stellen. Om vanuit de verwondering te weten te komen wat er speelt én wat nodig is.

Een van de moeders in het artikel heeft een lifestylemagazine. En stel nu dat het lifestylemagazine bij wil dragen aan een positieve beeldvorming zonder voor- en veroordelingen over een bepaalde doelgroep, hoe wordt dan de verbinding – of transitie – gemaakt naar en met andere partijen zoals ook scholen, initiatieven, individuen en uiteindelijk de samenleving als geheel? Wellicht dat deze moeder een voorstel heeft met constructieve en duurzame oplossingen. Een aanzet voor mogelijke antwoorden op het ‘niet weten’ via vragen vanuit het ‘willen weten’.

Voor mij is de triangulatie kind-leraar-ouder daarin onlosmakelijk verbonden met mijn handelen in de dagelijkse praktijk. Leren van en met elkaar. En als we binnen het onderwijs deze verbondenheid willen voelen, lijkt het loslaten van een te enge focus op zorgleerlingen en diagnoses van belang. Focus op enkel één aspect, zoals bijvoorbeeld een diagnose, kan vernauwen. Die narrow view belemmert je zicht. Er is zoveel meer. Uitsluiten ligt op de loer. Het brede spectrum is wat ik graag wil verkennen. Op naar samen weten!

In het artikel wordt over onderwerpen zoals: pesten, stigmatiserende beeldvorming, onvolledige informatie over en een maximum aantal procent zorgleerlingen.

Natuurlijk kun je het daarbij hebben over het ‘niet weten’. Beter is te erkennen dat dit enkel uitdagingen zijn waarvoor we, als opvoeders voor staan. En dus ook het onderwijs als geheel. Wat nodig is het zien van oplossingen en mogelijkheden. En om dit te kunnen zien is TIJD nodig. Tijd en ruimte om met elkaar – leerlingen, leraren, ouders, directies – in verbondenheid en in dialoog aan de slag te gaan richting het ‘samen weten’. Onderwijs dat past is wat hier uit voortvloeit, in welke vorm dan ook. Vorm volgt inhoud.

proces
Trouw schrijft vervolgens over een gezin dat achterdochtig is geworden. Een moeder vertelt over haar zoon die inmiddels drie basisscholen heeft gehad. Haar kind wil geaccepteerd worden, zij gehoord. Een moeilijk en pijnlijk proces voor alle betrokkenen, ook voor de scholen. Een school is verantwoordelijk een leerling binnenboord te houden. Mijn eerste vragen: wat maakt dat het niet lukte? Was er sprake van het ‘niet weten’? Door het ‘niet weten’ ontstaat achterdocht, dat voedt op haar beurt vooroordelen en handelen vanuit enkel eigen perceptie. Daarmee is de dialoog tussen ouders en school ten dode opgeschreven.

Een vierde kans, die vierde school, kan alleen slagen wanneer vanuit verbondenheid en met kennis van zaken wordt gehandeld.

Gelukkig zijn er ook positieve verhalen: van scholen met good practices, van rapporten tot organisaties die het kind als uitgangspunt nemen. Bewegingen die in gang gezet worden om leerlingen en hun ouders goed te informeren en te ondersteunen in de keuzes die gemaakt worden.In mijn dagelijkse onderwijspraktijk voel ik echter dat mijn zevenmijlslaarzen niet groot genoeg zijn voor de stappen die voor de invoering van passend onderwijs gemaakt worden. Grote angst hangt als een sluier om deze wet: een fixatie op toetsen, een fixatie op de Onderwijsinspectie, een mogelijke afrekencultuur, de nieuwe verdeling van de gelden, de bedreigde autonome positie en emancipatie van de leraar.

Voor gedragen onderwijs, of welke naam er ook aan gegeven wordt, is een leerrijke omgeving nodig waarin ieder kind, iedere leraar en elke ouder zichzelf kan en mag zijn; waar iedereen zich gehoord en gezien voelt. Waarbinnen ieders (leer)proces centraal staat.

offline_Over_uitsluiten_gesproken_3.2_J_rgen_Caris-2De tweede moeder die in het artikel wordt opgevoerd vat in een voorbeeld uit de praktijk mooi dat (leer)proces samen: ‘Ter plaatse valt mijn zoon als een blok voor het technieklokaal en de natuurkundedocent die zijn eigen lesmethode ontwikkelde.‘ Is het een ‘samen weten’ dat deze docent het verschil maakt?

Het is belangrijk dat leerlingen, en ook ouders, die docenten/leraren vinden!

apprenticeship
Als een talent op zoek naar zijn master. Binnen het ‘samen weten’ zijn de drijfveren van de leraar van belang! Het onderzoek kan van start gaan: wat is de mens- en onderwijsvisie van degene die voor de klas staat? Wat maakt dat voor het onderwijs is gekozen? Wat zijn diens idealen en wat wordt voorleeft?

Van daaruit samen leren: leerling van leraar en leraar van leerling. Een authentieke leraar die de authenticiteit van het kind doorziet. Het vaststaande los durven laten om het ‘niet weten’ en ‘het weten’ in twijfel te trekken ten diensten van de ontwikkeling van het kind en zichzelf. Waar zowel groei als bloei mag zijn. Elkaar spiegelen. Op zoek naar ‘samen weten’.

Om die leerrijke omgeving te scheppen, zou ik graag in gesprek willen gaan met leerlingen, leraren en ouders. Over hoe samen persoonlijke aandacht vorm te geven. Wanneer er ruimte is voor groei? Hoe je op basis van (zelf)kennis een duurzame samenwerking legitimeert en creëert met het kind? Welke rol de leraar, ouders en eventueel externe partners hierin hebben? Mag het kind, de leerling, hierin leidend zijn? Durven volwassenen te volgen?

Wellicht weet het kind al een hoop antwoorden te geven.

Ook gesprekken met schooldirecties kunnen door dit soort gesprekken (nog) leerrijker omgevingen scheppen. Ze zijn er al, scholen waar kinderen zich welkom voelen. Door bijvoorbeeld zeer ferquent open en meeloopdagen te organiseren. Waar ouders, leraren en kinderen hand-in-hand op weg gaan. Waar leraren ouders de ruimte bieden om, los van voor- en veroordelingen, vragen te stellen. Vragen over het anders organiseren van bijvoorbeeld grotere klassen, de pedagogische uitgangspunten en bovenal hoe iedereen daarin een rol kan spelen.

Ook dat ‘samen weten’ zal het ‘niet weten’ doen verstommen.
Samenkracht als statement!

En deze vorm van ‘weten’ voedt mijn drive en passie voor onderwijs en opvoeding. Samen op weg naar mooi, open en gedragen onderwijs. De toekomst is nu, dus laten we beginnen met afbreken door te bouwen!

Goed als Trouw ook daarover een vervolgstuk schrijft…