Blog : visie

Als een bolster werken aan leren

Als een bolster werken aan leren

De bus stopt en ik stap uit. Op weg naar school raap ik van de grond een kastanje op. Wat is de herfst toch een mooi jaargetijde. De natuur op zijn mooist. Een kastanje, een gift. Je hoeft je enkel te bukken. Een kastanje. Laatst liet een collega mij een hand vol eikels zien. ‘Alle een eikel en toch zo verschillend,’ voegde hij er aan toe. Mooi. En waar. En net als dit verschil vermoed ik dat deze kastanje vandaag het verschil gaat maken.

In de klas ontvouwen zich de dagelijkse routines. De overeenkomsten met een dag eerder. Nog even een moeder die gedag zegt. De andere aanspreken op dat de dag echt begonnen is voor de leerlingen. De kring wordt geformeerd en de liedjes gezongen. De dag bij naam benoemd, de datum als cijfer besproken en het weer beschouwd. Het eerste half uur weinig bijzonderheden. Nou ja. Alleen dat Gabri wel een aantal keren op zijn plek wordt gezet; zijn beweeglijkheid zorgt ervoor dat zijn stoel bijna op de schoot van zijn buurvrouw bevindt.

Hij heeft duidelijk zin in de dag. Enthousiast lachen zijn lippen en zijn tanden weerspiegelen het licht van de laaghangende zon. Tegelijkertijd lijkt er ook iets van onrust in zijn ogen af te tekenen. Is er een reden dat hij zo beweeglijk is?

Als de kring erop zit beweegt Gabri zich naar zijn eerder op de dag gekozen taak. De kralenplank. Zijn onrust lijkt niet onopgemerkt. Als eerste krijgt hij aandacht. Op zijn hurken hangt hij voorover op tafel. Onrustig kijkt hij om zich heen. Of de woorden naar hem gericht worden ontvangen valt te betwijfelen. Alhoewel, hij tast wat onhandig om zich heen naar een voorbeeld en de kralenplank. Zijn hand verdwijnt tussen de kralen.

Ik besluit nog twee minuten op afstand te blijven staan.
Dit omdat verschillende hypotheses door mijn hoofd gaan.
Bedenktijd. Beschouwen. Observeren.

Mijn grootste vraag is of Gabri verbinding heeft ervaren tussen hem en de leerkracht. Zijn eerdere enthousiasme in combinatie met zijn beweeglijke, nu hangende houding én verwilderde blik maken mij er niet gerust op. Ergens voelt het niet congruent. In de bemoediging, in de aanmoediging en in het nemen van perspectief over Gabri’s houding. Hij heeft naar de woorden geluisterd. Dat wel. Maar zijn aan echt alle voorwaarden voldaan waardoor er een situatie is gecreëerd en ontstaan waarin hij tot werken en leren kan komen?

Na twee minuten loop ik op hem af. Mijn hand vindt zijn schouder. Gabri richt zich op en kijkt me aan. In zijn ogen zie ik de onrust plaatsmaken voor een rustige open blik. Mijn hand op Gabri’s schouder verzwaar ik. Met het verzwaren glijdt zijn lijf van de tafel en vindt onder hem een stoel. Aarden. Nog voordat ik mijn eerste woord met hem gedeeld hebt stel hij mij een vraag. Dé vraag.

‘Wil je mij helpen?’

Natuurlijk wil ik dat. Niets liever. Toch besluit ik om hem uit te dagen. In alles voel ik dat mijn hypotheses getoetst willen worden. En voor ik antwoord geef op zijn vraag stel ik een wedervraag. Of hij zin heeft om iets te leren. Nieuwsgierig kijkt hij mij aan. Zijn nieuwsgierigheid buit ik uit door met hem te delen dat het aangaan van de uitdaging hem iets oplevert. Maar dat dit ‘iets’ is een verrassing!? De rust in zijn ogen maakt plaats voor een twinkeling. De twinkeling van de drive die ik vaker bij kinderen mag zien. Motivatie opent onbegrensde nieuwsgierigheid.

Het antwoord op zijn vraag is dus eigenlijk helder. Helpen ga ik hem. Alleen niet direct!? Eerst een uitdaging: hij gaat laten zien dat hij een (voor hem) ‘makkelijk’ voorbeeld zelf kan maken! Een moeilijker voorbeeld laat ik Gabri wel alvast uitzoeken. Klaarleggen. Een doel om naartoe te werken. Tegelijkertijd vertel ik hem dat wanneer zijn eerste voorbeeld klaar is we samen de ‘moeilijke’ ga maken. Ik deel hem mijn gevoel in het iets moeilijk vinden. En dat ik er naar uitkijk, maar spannend vind. De twinkel in zijn ogen verraad alles.

Als ook de tijd duidelijk is gaat Gabri zichtbaar gemotiveerd aan de slag met zijn uitdaging. De hangende en verwilderde blik heeft plaatsgemaakt voor interne rust. Sterker, de onrust van spelende en werkende kinderen lijkt hem niet te deren. In zijn eigen ‘bubbel’ inventariseert hij kleuren, kijkt afwisselend van het voorbeeld naar de kralenplank en werkt punctueel het eerste voorbeeld af.

Wat mij te doen staat is alleen de verbinding met hem behouden. Ik meng me in de groep, speel mee, ondersteun tijdens een conflict en stel zo nu en dan vragen wat kinderen enthousiasmeert en leert focussen.

Vanaf de andere kant van het lokaal zie ik na een minuut of tien Gabri wat dromerig om zich heen kijken. Deze blik is anders dan zijn eerdere blikken. Door de verbinding en mijn bewuste in beeld hebben van hem duurt het een paar tellen of Gabri kijkt mijn richting op. Mijn naar boven wijzende duim en vragende blik ontvangt hij in stilte. Ontvangt hij bewust. Hij knikt, glimlacht en draait zich om. Even een moment van hulp. Ondersteuning. Het ondersteunen in het bewust worden van zijn eigen houding. Bewust van het wegdromen, dat voor even een doel diende. Opnieuw zoeken naar concentratie.

Een omgeving creëren waarin naast de vorm, in dit geval de kralenplank, supportdoelen worden gesteld en het proces wordt gevolgd is afstemmen essentieel! Afstemmen op de stemming van Gabri; invoelen, perspectief nemen en (empathisch) luisteren met je hart. Het is mijn overtuiging dat iedere leerkracht die intuïtief de ‘juiste’ keuzes maakt altijd een sociaal veilige omgeving faciliteert waarin iedere kind (of jongere) maximaal tot ontwikkeling kan komen. Want: ieder kind wil werken aan leren!

Er zijn twijfels. Twijfels of Gabri het juiste leert, op school en thuis. Twijfels of de wijze van leren en het willen werken aan leren aansluit bij het aanbod van de school. Het aanbod en de wijze van aanbieden. Zoveel vragen en zoveel mogelijke hypotheses om te onderzoeken. Wat de juiste plek is om dit te onderzoeken misschien wel de grootste vraag!?

Wanneer ik op weg ben naar de uitgang van de school zoek ik mijn oordopjes. In de rechter jaszak vouwt mijn hand zich om de kastanje. Oh ja!? De kastanje! Die heeft vandaag zeker het verschil gemaakt. Althans, Gabri heeft het verschil gemaakt. Inzicht gegeven. Een ogenschijnlijk ruwe bolster die twintig minuten full focus werkt aan zijn taak. Waar we de laatste vijf minuten hebben samengewerkt. Aan dat ‘moeilijke’ voorbeeld. Het moeilijke dat voor hem makkelijk bleek. Waarin voor mij duidelijk werd dat hij een makkelijk voorbeeld vooraf moeilijk interpreteert. Zou dat ook zo voor de communicatie en het contact met anderen voor hem zijn?

Ik draai me om, wil teruglopen naar de klas en alsof het zo moet zijn komt Gabri mij tegemoet gelopen. Hij is op weg om zijn jas te pakken. Blij verrast kijkt hij me aan. Ik deel dat ik nog ‘iets’ voor hem had, dat ik trots op hem ben en leg de kastanje in zijn kleine hand. En zijn blik? Onbetaalbaar.

Kastanjes uit het vuur

Kastanjes uit het vuur

Tijdens het overleg stormt een onderwijsassistent het kantoor binnen. “Er is wéér iets met Gabri.” Weer!? De directeur van de school kijkt mij aan, knipoogt en het wenken van diens hoofd zet mij in beweging.

Een schooljaar eerder heb ik twee dagdelen in de groep meegedraaid. Beschouwd. Gecoacht. On the job het proces ondersteund. Ik ken Gabri. Redelijk goed ook. We hebben die eerdere keren vaak met elkaar gesproken. Hij in de knel en ik mocht samen met hem onderzoeken waarom. Gabri, een leuke jongen die moeite heeft met sociale interacties, zijn eigen emoties te uiten en het begrijpen van zijn omgeving. Een precaire thuissituatie ook. En een enthousiast, hulpvaardig en nieuwsgierig kind die het graag ‘goed’ wil doen! Hij wil erbij horen.

Samen met de directeur loop ik de school uit richting de speelplaats. De speelplaats met een klimtoestel en genoeg ruimte om te bewegen, afgezet door een hek. Wanneer we aankomen lopen zie ik Gabri al tegen het hek aan staan. Buiten de speelplaats. Ik blijf me verwonderen over hoe het kan dat zijn dikke tranen op zijn wangen blijven hangen. Een mooi evenals verdrietig beeld.

Lees verder

Perceptie op straf

Perceptie op straf

Mijn vouwfiets zet ik op slot in de personeelsstalling en ik loop in de richting van de zijingang van de school. Wanneer je de deur opent kom je in een lange, smalle hal die aan weerszijden vol staat met kluisjes. Deze ingang grenst ook aan lokaal 000. Zo’n vet nummer! Vind ik. Lokaal nul. Niet zomaar één nul, nee drie. Op een rij.

Als ik de school binnenstap en de hal betreed zie ik rechts in mijn ooghoek een leerling zitten. In een split second maak ik in gedachten een shift naar dat wat ik eerder meemaakte. Pijn van op de scholen waar ik ooit werkte. Terug naar het verleden en herbeleven. Herbeleven van alle -negatieve- situaties waarop een leerling uiteindelijk op de gang belandde. Naar de gang werd gesleept.

Lees verder

Beschikbaar (en) op papier

Beschikbaar (en) op papier

Beschikbaar kun je altijd zijn. Het is een ‘keuze’. Voorbij het ‘mythische’ mindset een vorm van zijn. Ja, het kost wat energie. En ja, het is belangrijk je eigen grenzen hierin te bewaken. Maar het kan. Echt! En tijd, ruimte en lesprogramma’s zijn slechts excuses die je vasthouden in je eigen mentale gevangenis…

Waarom zo’n stellig statement?
Omdat ik denk dat beschikbaarheid de kern van tact is!

Het was Teun die mij met zijn concrete ervaring er van bewust maakte dat het gevoel van beschikbaarheid al zo dichtbij te vinden is. Hij deelde één van zijn ervaringen met mij. Deze ervaring raakte mij. Diep. Hij voelde zich niet gehoord. Herkenbaar. Vroeger, maar zelfs ook tegenwoordig nog wel…

“Meneer, mag ik een privégesprek op de gang met u?”

Lees verder

Observeren, observeren, observeren

Observeren, observeren, observeren

Met een kruk op wieltjes rol ik door groep 2. De meeste kinderen zijn taakgericht aan het werk. Soms help ik wat. Soms zet ik wat aan. Soms zorg ik voor de gevraagde bevestiging. En soms duw ik een kind over een figuurlijke drempel. Meer dan bijsturen en bewust maken is eigenlijk niet nodig. Nou ja, genieten dan. Oké, dat wel.

Als ik mij omdraai zie ik Ridley Karim een duw geven. Niet een harde, maar wel hard genoeg om Karim te doen verwonderen. “Dat mag niet,” wordt gezegd en Karim speelt verder. Wanneer dit voor Ridley niet genoeg is duwt hij nog een keer. Iets harder deze keer.

Lees verder

Als een kaartenhuis

Als een kaartenhuis

Tijdens het openingsspel werd hij een eerste keer aan de kant gezet. Hij deed ogenschijnlijk iets verkeerd. Met een blik van onbegrip droop hij af. De eerste keer was het trouwens niet. Dat wist hij. Even daarvoor, in de vroege ochtend, was hij eigenlijk al drie, vier maal op zijn plek gezet. De ander was er klaar mee, zo werd hem verteld. Een potlood werd uit zijn hand gegrist. En die grote hand zette zijn hoofd in beweging naar daar waar gekeken diende te worden. Het haalde hem zichtbaar uit de relatie met de ander. Sterker, zelfs met zichzelf. Onderuitgezakt gaf hij op. Geen zin de zin van zijn welbevinden te delen.

Lees verder

Eigen ruimte

Eigen ruimte

Jongeren hebben behoefte aan ruimte. Gevoel van autonomie.
Maar ook ruimte als in eigen ruimte. Een eigen plek.
Om te spelen met vertrouwen en wantrouwen.
Te spelen met veiligheid en geborgenheid.
Leren zelf geborgenheid te vormen.
Leren om open en vol vertrouwen in de wereld te zijn.

Lees verder

Nieuw is soms even wennen

Nieuw is soms even wennen

Het vijfde uur loop ik haar klas binnen. Ze is ziek. Als team hebben we vandaag een constructie bedacht. Een constructie om haar leerlingen ‘op te vangen’. Vaak betekent dit dat leerlingen worden verdeeld over andere klassen, maar vandaag kiezen we ervoor de groep en hun programma zoveel als mogelijk intact houden.

Nieuw ben ik voor hen. In de ochtend was ik het lokaal al binnengelopen. Om mijn aankondiging alvast ‘in de week’ te leggen. Het vijfde uur. Engels.

Lees verder

Ik haat deze klas.

Ik haat deze klas.

Soms breekt mijn hart. Meestal wanneer een kind gebruik maakt van het woord ‘haat’. Gisteren vielen mijn ogen op een paar woorden. Vier duidelijke woorden: Ik haat deze klas. Geschreven met een potlood op de achterkant van het door haar zelfgemaakte werkschrift. Wat een bijzondere metafoor!

Een kind moet zich altijd veilig kunnen voelen. In een veilige omgeving, thuis en op school! Een klaslokaal, en in het bijzonder de groep, is een plek waar ‘veiligheid’ de eerste waarde dient te zijn. Zonder veiligheid kan een kind zich niet maximaal ontwikkelen.

Pas als het veilig genoeg is, en dat weet je wanneer kinderen zich gelukkig voelen,

Lees verder

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Na de pauze loopt hij het lokaal binnen. Op zijn rug een zware rugtas waar de negatieve energie uitpuilt. In zijn ogen zie ik direct dat het moeilijk gaat worden hem te bereiken. Ontkoppeld met zichzelf. Zijn woorden en houding naar zichzelf zijn destructief. De uiting gaat naar anderen. En wanneer hij op zijn plek gaat zitten richt hij zijn pijlen direct op mij.

“Ik wil naar mijn escapeklas!”

Zijn dwingende toon zou mij mogelijk in beweging moeten brengen. Maar omdat ik niet weet in welk lokaal hij zijn escape zou willen pakken, plaats ik de intentie om hem naar een oplossingsgerichte mindset te begeleiden. Hij heeft er vaker gezeten, dus hij weet zelf naar welk lokaal hij kan. Na mijn vraag volgt een spervuur.

“Jij moet dat weten! Jij bent leraar! Kijk op de lijst, mongool!”

Lees verder