Boeh! Cijfers Toch?

Boeh! Cijfers Toch?

Boeh! Cijfers Toch?

#zondaggedachte

Deze week startten de cito-toetsen. En een van mijn collega’s was erg duidelijk, een hekel de boodschap. Een haat-liefdeverhouding met toetsen herken ik wel. Niet zozeer met toets op zichzelf, maar met de interpretatie en implementatie ervan. Want wat is een toets eigenlijk? De uitspraak van mijn collega en een artikel over cijfers deed mij denken aan jaren geleden.

Want ooit werkte ik voor een school binnen het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Mijn baas eiste op een bepaald moment een Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA), een middel om (aanbod en) toetsmomenten in kaart te brengen. Hebben. Er waren een aantal collega’s gevonden om deze eis binnen de verschillende teams uiteen te zetten. En één van die collega’s stond in het handvaardigheidlokaal voor ons team. En zo goed en kwaad als het kon werd de boodschap van hogerhand medegedeeld. In alles was te merken dat het verhaal niet dat van mijn collega was.

Ergens had deze collega gelijk. In school werd ‘maar wat’ gedaan. Ergens was het wat chaos, een heldere lijn ontbrak. En dat ondanks dat iedere leerkracht zoveel als mogelijk de methode volgde. (Mits het gedrag geen negatieve rol speelde.) Aan methodegebonden toetsen en (zelfgemaakte) schriftelijke overhoringen kende men cijfers toe. Cijfers werden genoteerd en leerlingen veelal op basis van die cijfers gevolgd. Slechte cijfers waren de verantwoordelijkheid van de leerling. En alle cijfers bij elkaar de basis voor het overgangsbeleid. Tot zo ver was ik het dus helemaal eens met mijn collega. Want wat is een overgangsbeleid op basis van slechts cijfers?

Gelukkig kwamen er kritische vragen vanuit het team. Over het functionele waarom en wat we nu eigenlijk precies toetsten. Wat cijfers vertellen. Prachtige vragen op zoek naar de inhoud. De collega voor het team kreeg het zichtbaar moeilijk en wist niet direct antwoorden. Doorgevraagd werd er. En uiteindelijk was er geen enkele andere uitweg dan ‘dat het moet van de inspectie’!?

En het was die uitspraak dat mij raakte. Diep.

Omdat niemand mij oplegt wat te doen. Waarom? Als professional dien ik te weten wat en hoe te doen. Ook dat wat van de inspectie moet. Sterker, wat ik van de inspectie van onderwijs wil is een organisatie die mij inspireert, uitlegt wat het belang is van toetsen in het licht van handelingsgericht werken. Goede voorbeelden verder het land inbrengt. Een inspectie die mij op de hoogte houdt van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van volgen van leerlingen. Dan is het voor iedere school zichtbaar wat het voor leerlingen én mij als leerkracht oplevert. Of een PTA bijdraagt aan het inhoudelijk verbeteren van mijn onderwijs?

Het raakt me omdat het een bar slecht argument is! Zwak. Externe attributie gebruiken om je interne ‘visie’ te legitimeren loopt ergens spaak richting de uiting van de daadkracht naar leerlingen en ouders!? Ouders. Dat je vertelt wordt dat een cito-toets mede wordt afgenomen om je als school te vergelijken met andere scholen!?

Daarbij komt dat de toenmalige hoofdinspecteur van diezelfde inspectie van het onderwijs ooit heel duidelijk was: “Als je toetst maar toetsen niet analyseert, waarom toets je dan?” En het was deze uitspraak, naast het diep geraakt te zijn, waarmee de hoofdinspecteur mij dat zetje gaf om mijn gevoel van agiteren om te zetten in een constructieve houding. Een houding van zelf nadenken. Zelf regie te nemen, en toetsen tegen het licht te houden. Zelf toetsen te gaan analyseren. En waarderen in plaats van beoordelen.

Ik ben de hoofdinspecteur dankbaar! Want een toets is een mogelijkheid om ontwikkeling en groei in kaart te brengen. Erachter te komen wat een leerling (mogelijk extra) nodig heeft. Wat een groep nodig heeft. Wat ik, als leerkracht nodig heb om het juiste te doen een ontwikkeling op gang te brengen; van de instructie via context bieden naar (begeleid) inoefenen. Een toets geeft een leerling de mogelijkheid tot een gevoel van competentie. Bevestiging. Om een eigen leerproces te bekrachtigen. Zichtbaar te maken wat er nog geleerd is of nog dient te worden. De toets die mij dus de mogelijkheid geeft mijn eigen onderwijs en didactisch handelen te reflecteren. Te analyseren. En waar mogelijk bij te stellen/verbeteren. Ten gunste van de leerling én mij als leerkracht!

Een PTA is slechts een vorm. Een koers, waaronder voor mij toentertijd een controlerende intentie schuil ging. En natuurlijk was het de boodschap waar die intentie onder zat. En toch.  Tijd nemen voor vorm betekent dat tijd voor inhoud gereduceerd wordt! Onderwijs dwong en dwingt mij iedere dag tot het maken van de juiste keus, de meest efficiënte voor mij en uiteindelijk de leerling!

Zo’n programma als vorm stootte ik af en maakte de keus om slechts één vak te gaan geven. Mijn eerst volgende stap. Om het onderwijs handelings- en opbrengstgericht te maken. Met toetsen! Soms summatief, maar meer nog formatief. Leerlingen, die vanuit met cijfers gevoed wilden worden, gaven zichzelf een cijfer. Mij boeide slechts de inhoud, het proces. Het individuele leerproces. Het groepsproces als spiegel.

Dus een focus op de instructies! Experimenteren met instructievideo’s. Naast leerzaam, creëren van tijd! Om nog dichter op de het leerproces van leerlingen te kunnen handelen. Interveniëren. Beschouwen wat zij nodig hadden. Zichtbaar maken welke basisvaardigheden werden gemist. Het de kinderen zelf te vragen, delen en taal leren geven om hun proces te kunnen duiden. Intrinsieke motivatie was geen topic meer, maar ‘als vanzelf’ aanwezig. Uitdagend gedrag loste op. Ja, zelfs in het cluster4-0nderwijs! De verantwoordelijkheid om aan basisvaardigheden te werken groeide. Sturen op autonomie een logische volgende stap. Om hen uiteindelijk te leren accepteren dat hiaten geen fouten of tekorten zijn.

Het was een mooi en bevrijdend proces. Hen bemoedigen moeilijkheden te overwinnen. Door instructie, voordoen, samen doen, doelen evalueren, ‘loslaten’ als zelf doen en samen toetsen analyseren! Goud.

In de jaren dat ik een VSO-mentorgroep had en negen vakken gaf, had ik geenzins tijd om naast het nakijken enige analyse los te laten op de toets. Twijfelen aan mezelf is wat volgde. Evenals stress. Werkdruk. En bevroeg mijn collega’s van toen. Wat bleek niemand had tijd om te analyseren. Of. Nam de tijd. En natuurlijk groeit chaos dan.

Ook zag ik dat beoordelingen -cijfers of letter met Romeinse cijfer- het vergelijken voedden: Leerlingen keken onderling naar elkaar, zonder dat zij enig idee hadden op basis waarop hun cijfer was gestoeld. Het kijken ondermijnde het zelfvertrouwen. Ooit deelde ik zelfs, heel naïef, cijfers klassikaal. Niet wetende welke impact het in het openbaar delen van cijfers kon hebben. Het gevoel van falen als gevolg. Onveiligheid in de slipstream. Nu durf ik te stellen dat cijfers, zonder onderbouwing, analyses en begrijpen wat cijfers zeggen, stress voeden! Ow, en het werkt krachttermen als ‘achterlopen’ in de hand.

Achterlopen.
Op basis van wat?
Van wie?

Ik denk dat ontwikkeling niet in tijd of een cijfer is te framen.
Sterker, waarom zou je een leerling toetsen als je weet dat het ‘de stof’ nog niet eigen heeft gehad of eigen gemaakt?

About the Author

Leave a Reply