Blog : gedragsproblemen

Leerrecht als onze plicht!

Of ik de moeder van een leerling deze ochtend even wilde bellen. Er waren positieve ontwikkelingen rondom haar kind en wilde mij eerst spreken voordat zij haar kind zou inlichten. Moeder klonk opgelucht toen ik belde (moeder had al verschillende mails verstuurd de avond ervoor #poingpoing) en vol enthousiasme stak ze van wal. In samenspraak met haar man had ze de ‘stoute schoenen’ aangetrokken, trossen los gegooid en gebeld naar een reguliere school. De geschiedenis van het kind deerde de school niet. Vol vertrouwen in hun zorgroute nodigde zij ouders en kind uit voor een gesprek! Moeder wilde peilen wat ik van de ontwikkelingen vond…

Als leerkracht binnen het cluster4 onderwijs voel ik voortdurend het spanningsveld tussen dat wat de opdracht is vanuit de school, wat (opgelegd/)bereikt dient te word(t)en, en de (toch ‘iets’ wat andere) onderwijs(leer)behoeften van leerlingen. Voor wie het niet weet, een cluster4 school is er voor leerlingen met ernstige gedrags- en/of psychiatrische problemen. Overheidsbeleid heeft er voor gezorgd dat in de eerste helft van de vorige eeuw speciale scholen ontstonden “ter ontlasting van het gewone onderwijs”. Na verschillende wetten was er 1990 de inleiding naar ‘Weer Samen Naar School’ met als doelstelling om leerlingen met speciale onderwijsbehoeften regulier basisonderwijs te laten volgen. “Leerlingen horen zoveel mogelijk in hun woonomgeving naar een reguliere school te gaan. […] Afzonderen van leerlingen is een verlies voor zowel het kind dat afgezonderd wordt, als voor kinderen waarvan een leeftijdsgenoot wordt afgezonderd”. In de wereld werd er in die tijd ook gesproken over de rechten van het kind. Door UNESCO werd het ‘Salamanca Statement’ getekend. Het verdrag verklaart onder andere dat ieder kind een fundamenteel recht heeft op onderwijs, in staat moet worden gesteld een acceptabel niveau van leren te bereiken en dit op peil te houden, dat ieder kind unieke eigenschappen, interesses, mogelijkheden en leerbehoeften heeft, dat opleidingen en onderwijsprogramma’s moeten worden ontworpen/ingevoerd die rekening houden met deze eigenschappen en leerbehoeften en last but not least, de toegang tot reguliere scholen er moet zijn!

Onderwijs op maat is dat waar het speciaal onderwijs expert in is…toch? Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger! Ook in het cluster4 onderwijs wordt gewerkt met directe instructiemodellen, standaard (neurotype) methodes, toetsen en cito’s om leerlingen te passen en meten in het standaard curriculum. Daarnaast kan praktijk ondervindelijk de hypothese gesteld worden dat door segregatie welbevinden achteruit gaat, probleemgedrag wordt versterkt en dat verschillen in stand worden gehouden. Zet alle leerlingen met een ‘soortgelijk’ cognitieve stijl bij elkaar, leren zij dan omgaan met alle verschillen in de maatschappij? Is het niet juist belangrijk om te kijken wat leerlingen nodig hebben om moeilijkheden en problemen te overwinnen? En is het dan mogelijk om de onderwijspraktijk af te stemmen en aan te passen op de leerbehoeften van de leerling? Volgens mij kan de theorie van Putman, ‘bonding & bridging’, hier als analogie gebruikt worden. Waar het om gaat is dat het voor leerlingen belangrijk is dat er voldoende sociale veiligheid is (bonding) om vervolgens met een positief welbevinden en een gereedschapskist aan tools een brug te kunnen slaan naar andere groepen (bridging) in de maatschappij.

En natuurlijk, als je leerlingen te vroeg in een reguliere setting zou plaatsen kan de onzekerheid van alle betrokkenen toenemen en de beoogde integratie stagneren. Dat betekent dat ‘gemengde klassen’ dusdanig ingericht dienen te zijn dat die meer voorspelbaarheid bieden. Regelmatig verwonder ik me dat reguliere scholen beter hierop toegerust zijn, benijd hen en zie direct kansen voor meer dan de helft van mijn klas! Het aanpassen van de omgeving is het eerste spoor. Het tweede spoor is de richting waarbij de leerling met andere onderwijs(leer)behoeften vaardigheden aanleert waarmee hij zichzelf kan aanpassen aan de omgeving. En voor deze sporen zijn de dwarsliggers, de mindset en tact van leerkrachten/ouders/visie van scholen erg belangrijk om de voortgang te bespoedigen! Wanneer er niet echt geluisterd, begrepen en gekeken wordt (vanuit je hart, van mens tot mens) zal het spoor (blijven) doodlopen.

Een goede school is een school die een actieve bijdrage levert aan persoonsvorming en identiteitsontwikkeling van leerlingen, waarbij wordt uitgegaan van gelijkwaardigheid en diversiteit. Leren omgaan met verschillen is bijzonder handelingsgericht en zet o.a. aan tot het ontwikkelen van empathie. Mijn voorstel is (als eerste stap naar mijn ‘edutopia’) om speciaal onderwijs en regulier onderwijs in één gebouw onder te brengen en samen te werken aan de ontwikkeling van ieder kind! Er vindt te weinig kruisbestuiving plaats en zo blijven verschillen op micro-, meso- en meta-niveau bestaan. Het draait om verbinding, de bruggen ten behoeve van het kind! Sterker nog, er zijn theoretici die beweren dat door integratie op vroege leeftijd het sociale isolement voorkomen kan worden. Dat op een gevarieerde school leerlingen juist leren om te gaan met verschillen. Want is het niet zo dat door het verschil speciaal/regulier verhinderd wordt dat leerlingen op voet van gelijkheid deel kunnen nemen aan activiteiten? Worden zo dus niet juist waardevolle ervaringen misgelopen? Uitsluiten maakt meer kapot dan we elkaar lief zijn!

…en dus heb ik aangegeven dat wanneer een reguliere school veel vertrouwen in eigen handelen en dus ook zonder (voor)oordelen een kind welkom heet, ouders er voor moeten gaan! Deze ouders nemen hun plicht om te gaan voor het recht dat zij voor hun kind hebben. Met een big smile wens ik mijn leerling en zijn ouders een behouden vaart toe. Ik heb alle vertrouwen in het kunnen van deze jongen, begrijp zijn ‘zijn’ en hij heeft het lef zichzelf te laten zien en samen te bouwen aan zijn ontwikkeling.

Voor mij is vandaag maar weer eens duidelijk geworden dat het bieden van perspectief, vertrouwen en relatie onmisbaar zijn in het onderwijs. Mijn missie wordt steeds helderder…over tien jaar geen speciaal onderwijs meer! ‘Passend’ voorbij, geen ‘box’ meer, dat…

Arts, M. (2005). Indicatiestelling en criteria. voor het speciaal onderwijs of een rugzak. http://www.oudersaanzet.nl/ktmllite/files/uploads/publicaties/indicatiestelling.pdf: Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling
Doornbos, K., Stevens, L.M (1987). De groei van het speciaal onderwijs. Analyse van historie en onderzoek. Den haag: Staatuitgeverij.
Houten van, D. (2004). De gevarieerde samenleving. Over gelijkwaardigheid en diversiteit. Utrecht: De Tijdstroom.
Konings, M. (2006). Inclusief onderwijs: is dat onderwijs inclusief BTW? JSW, jaargang 91 oktober 31-35.
Peeters, T. (2004). Autisme. Van begrijpen tot begeleiden. Antwerpen-Baarn: Uitgeverij Hadewijch.
Putman, R. (1995). Bowling Alone: America’s Declining Social Capital. The Journal of Democracy, 6:1 , 65-78.
Schuman, H. (2010). Inclusief onderwijs. Dilemma’s en uitdagingen. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.
UNESCO. (1994). The Salamanca Framework and Statement for Action on Special Needs Education. Paris: UNESCO, Special Education, Division of Basic Education.
Vermeulen, P. M. (2010). Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs. Berchem: EPO.
Winter de, M. (2011). Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Zonderop, Y. (2008). ‘Gemengde wijk maakt eenzaam’. Interview met Robert Putman. De Volkskrant , Het Betoog, p.1.

Sensorische waarneming en autisme

Sensorische waarnemingen en autisme gaan regelmatig samen, zonder dat de omgeving zich ervan bewust is! Dit, simpelweg, omdat ieder brein en daarmee iedere waarneming voor iedereen anders is. Maar: iedereen raakt wel eens overprikkeld!Stel: een leerling heeft een (hyper) sterk (absoluut) gehoor, neemt omgevingsgeluid op als een spons en kan zelfs horen wat er drie lokalen verder wordt gezegd. Hoe kan deze leerling zich dan concentreren? En dus: hoe verhouden verwachtingen zich met sensorische waarnemingen? En hoe dient de (leer)omgeving van leerlingen andere waarnemingen aangepast te worden?

Deze video geeft voor een deel inzicht hoe zintuiglijke waarneming kan zijn. Vergeet echter niet de andere zintuiglijke waarnemingen zoals: gezichtsvermogen, tast, reuk, smaak, proprioceptie en vestibulair en combinaties niet.. Het blijft luisteren en kijken naar ieder individu! leestip

Tja, moeilijk gedrag..probleem van de ander lijkt me!

Zoals er vele vormen van moeilijk gedrag zijn, zijn er ook vele bronnen, variabelen en ervaringen van moeilijk ofwel lastig gedrag. In de triangulatie zijn er de ‘lastige’ leerlingen, diegene die het gedrag als lastig ervaren en de omgeving. Kijkend naar mensen met autisme is de ontwikkeling van hen soms moeilijk te onderzoeken omdat ze vaak niet een normaal ontwikkelingsverloop doormaken. Bekend is dat mensen met autisme anders ontwikkelen en/of andere (sensorische) waarnemingen hebben op het gebied van communicatie, verbeelding, sociale interacties (triade van Wing), executieve functies, centrale coherentie en theory of mind. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat leerlingen met autisme een andere manier van denken, leren, begrijpen, ervaren, vasthouden van informatie, vaardigheden organiseren, impulscontrole hebben en van strategieën wisselen. Kennis op het gebied van autisme is dus van groot belang!

Doorgaans wordt met probleemgedrag (ofwel challenging behaviour) gedrag bedoeld dat potentieel fysiek (en/of psychisch) schadelijk of storend is voor de persoon zelf en voor zijn omgeving óf gedrag dat participatie in de samenleving belemmert
. Dit brengt ander gedrag met zich mee  en er is een duidelijk onderscheid tussen het feitelijk waarneembaar gedrag, de onderliggende oorzaken en de interpretatie van de omgeving van het geheel. Moeilijk gedrag kan zijn oorsprong vinden in onderstimulering, overvraging, gebrek aan communicatie, gebrek aan veiligheid (dus zelfbescherming), onzekerheid, overprikkeling, stress en het lokt sneller reactie uit. Moeilijk gedrag is initiatief nemen/communicatie, is een oplossing voor problemen of is juist een signaal omdat er geen oplossing is. Het kan een ontsnapping/weg moeten van iets interessants zijn. Het is belangrijk je focus te verleggen naar de betekenis in plaats van het gedrag. De “ijsbergtheorie” van McClelland, zoals in Scheeren et al staat beschreven, is een essentiele ‘tool’ om gedrag proberen te begrijpen. Gedrag is als het topje van de ijsberg, het belangrijkste deel van de ijsberg is onzichtbaar en zo zijn ook de oorzaken van het gedrag bij mensen met autisme onzichtbaar. Dat wat daaronder aanwezig is zijn sterke behoeften. Grote vraag is dus: “wat is de functie van het gedrag?”. Dit ontstaat door het maken van een analyse, het op zoek gaan naar de sterke behoeften en datgene doen dat werkt en motiveert. Wat drijft een leerling echt, op welke manier ontwikkelt een kind zich het best en wat maakt dat een leerling bepaald gedrag laat zien? En wat zouden leerlingen zelf zeggen over moeilijk gedrag?

Dit kan bewerkstelligd worden door te
kijken, te observeren en te luisteren naar een leerling waardoor de leerkracht het perspectief van de leerling kan innemen. Echter “iemands individuele wijze van waarnemen vormt een integraal aspect van zijn persoonlijkheid en het volledig kennen van de een is van wezenlijk belang voor het volledig begrijpen van de ander”. Dus perspectief nemen lukt alleen als je daar zelf voor open staat, jezelf kent, afstand durft te nemen van je eigen normen en waarden, durft waar te nemen, te verwonderen, je open, eerlijk en nieuwsgierig bent en richting neemt om buiten gebaande paden te denken en te handelen. Vervolgens zal er een basis van vertrouwen en veiligheid dienen te zijn of te ontstaan. Pedagogisch tact gaat uit van interactie tussen de leerkracht en leerling vanuit relatie, competentie en autonomie en bouwt o.a. aan vertrouwen. Mocht er een situatie ontstaan, benader deze dan vanuit de ecologische visie en stem samen de situatie, oplossingen en afspraken (sociocratisch) af. Meerdink heeft na het interviewen van 5000 leerlingen geconstateerd dat een tiental factoren bijdragen aan het gevoel van veiligheid op school. Hij zet ‘de stem van de leerling’ centraal waardoor zij mede verantwoordelijk gemaakt worden voor de veiligheid binnen een schoolse setting.

En ook de (fysieke) omgeving speelt een rol bij het waarneembaar gedrag. Ervaringen kunnen anders zijn, dus het aanpassen van de fysieke omgeving heeft invloed op het leren, gedrag en productiviteit
. Het innemen van ruimte en toestaan van toenadering is belangrijk. Het kan een gevoel van onbehagen, woede of angst teweeg brengen wanneer persoonlijke ruimte wordt benaderd. Uit onderzoek van Kennedy et al. (2009) blijkt ook dat de amygdala een belangrijke rol speelt bij emotionele reacties op de nabijheid van andere mensen en sociale cognitie. Deze kliertjes in de hersenen fungeren als filter voor informatie. Bij mensen met autisme blijkt de amygdala afwijkend te functioneren en dat het grote verschil vooral ligt in de manier waarop mensen met autisme beslissingen nemen. Uit het onderzoek is verder vast komen te staan dat mensen met autisme een andere manier van invoelend vermogen kunnen hebben en dat zij extra gevoelig kunnen zijn voor signalen van gevaar en stress bij anderen.


Dit wetende is het toch ‘gewoon’ een kwestie van afstemmen?

“Het individu is wat hij is door wat hij bezit” – Bakker & Bakker-Radbau

“Het is belangrijk dat anderen beseffen dat er altijd een logische verklaring is voor het ogenschijnlijk zonderlinge gedrag van mensen met het Aspergersyndroom.” – Tony Attwood