Blog : introspectie

De roos fluistert

De roos fluistert

Zo’n ‘day after’. Gister een dag ziek. Thuis.
Vandaag gaf een leerling mij een roos. Opbloeien als metafoor.
Zij miste mij. Ik hen. Sterker, ik soms zelfs mezelf.
En dus korte break. Een nood.
Mijn baas vroeg of ik migraine had. Nou, mijn hoofd voelde niet goed, zover was zeker.

Lees verder

Verlangen naar de zee…

Alsof alle zonnestralen die we de afgelopen maanden hebben ontvangen, zijn omgezet in regengordijnen. Treurig weer, dikke druppels en kou. Het juiste beeld bij een dag vol onmacht, verdriet en ‘water dragen’. De emmers zijn sneller gevuld dan ze geleegd kunnen worden. De storm liet zich een dag eerder al inleiden. Vandaag hebben we volle wind in de zeilen. Het is zo’n dag waarop je beseft dat onderwijs soms ook gewoon niet leuk is…

Samen op een schip, bestemming onbekend. We zullen het met elkaar moeten doen, zo is eerder besloten. Anne en Joep zijn op elkaar aangewezen, een grotere uitdaging is er eigenlijk niet. De twee lijken het licht in elkaars ogen niet te gunnen. Niet vanuit hun kern, maar vanuit uiterlijke verschillen en onbegrip.

Anne, die eigenlijk heel graag gezellig wil kletsen en anderen wil helpen, maar met haar harde stem niets anders doet dan anderen wegduwen. En Joep, die eigenlijk best veel weet en toch alleen lijkt te weten dat hem ‘toch niets lukt’. Het resultaat: een lopend vuurtje en materie met een zeer lage ontvlambaarheidsgraad. Of dat op een schip zo handig is?

Bijna alles dat tegen Joep gezegd wordt, komt direct als een aanval bij hem binnen. Er wordt gevraagd om een stukje op te schuiven. Hij belemmert het zicht wat voor Anne. Nog voor hij de kans krijgt om opzij te gaan, krijgt hij de wind van voren. De harde stem van Anne schalt over de woeste zee. Joep blokkeert, schiet vol onbegrip. De luiken van onzekerheden openen zich en een ontploffing is nabij.

Zo goed als hij in zijn kern is, lijkt hij zich naar Anne nog in te kunnen houden. De bootsman – ik dus – vraagt Joep om wat te gaan drinken, maar de woede is daarmee niet gaan liggen. Nog voordat Joep terug is op het dek, wil hij Anne in de haren vliegen. Deze wordt op haar beurt tegengehouden door drie andere matrozen en Joep wordt afgezonderd. Gevolg: een totale black-out.

Bij gebrek aan voldoende en geschikte ruimte proberen drie bootsmannen hem van het dek te verwijderen en duurt het wel vijftien minuten voor er enige ontspanning in zijn lichaam voelbaar wordt. Het leidt tot veel verdriet bij Joep. En boosheid. Hij is boos op zichzelf. Hoe eenzaamheid en heimwee naar zichzelf hem heeft verzwakt. Als Anne dit zou weten, zou ze er voor hem zijn!

Het wordt licht. Tijdens de nacht is hard gewerkt en overleg geweest over de koers. De stuurman koos voor een afzonderlijke start. De zon verschuilt zich achter grijze wolken. Het regent hard. En de zee is ruw.  Joep gaat de aardappels schillen en de bootsman roept zijn matrozen bijeen om er weer een veilige reis van te maken. Joep zou zich vervolgens weer in kunnen voegen. Het loopt echter anders. De kleur van de dag tekent zich stilaan af.

Een van de matrozen, Mike, steekt van wal. Het is duidelijk dat hij al een aantal dagen slecht heeft geslapen. Hij vertelt dat hij vlak voor de afvaart is weggelopen bij zijn vader. Zijn ouders leefden al jaren gescheiden. Na een lange tijd heeft hij weer contact gekregen met zijn moeder. Zijn vader kon dit contact moeilijk een plek geven. Een woordenwisseling ging aan de ruzie vooraf, vervolgens pakte Mike zijn tas. Door deze beslissing dreigt bij terugkomst een uithuisplaatsing. Deze weg heeft hij eerder bewandeld. De angst en onzekerheid zijn zichtbaar.

De lijntjes zijn gespannen aan boord. De gezichten staan strak, vol in de wind. Joep, Anne, Marc, bevinden zich aan één kant van de lijn. Aan het einde de middag komt daar Kyan bij. Samen met Anne en Trey dragen zij de verantwoordelijkheid over de voorste razeilen.

Kyan had niet zo’n zin, eigenlijk al vanaf dat het schip vertrok. De kantjes er vanaf lopen, zorgen dat hij zo min mogelijk hoeft te doen, smoesjes om onder werkzaamheden uit te komen, anderen vervelen, irriteren en – fysieke – ‘grappen’ maken. Die razeilen waren de druppel. Voor Anne en Trey!

Met het volle volume dat Anne kan produceren wordt Kyan op zijn plek gezet en tegelijkertijd weggeblazen. Ook Trey is zeer kritisch. Samenwerken betekent ook echt samen! Zeker als de weersomstandigheden er niet naar zijn om onverantwoordelijk te handelen. Het is alle zeilen bijzetten en waar nodig in volle storm reven! Geen tijd om de ander een rif te steken.

Totale onmacht tekent Kyans gezicht en hij vlucht. Ergens onder in het ruim zoekt hij eenzaam een stille plek. Nadenkend, over waarom hij ooit geboren is…

De bootsman volgt het schouwspel dat zich voor hem op het dek afspeelt. Hij verzinkt in gedachten, in twijfels, in onzekerheden.

Weten de matrozen wel wie zij zelf zijn?
Is de koers wel helder? Wordt hen perspectief geboden?
Wordt iedereen naar kunnen en mogelijkheden ingezet?
Kunnen de individuele talenten en krachten hun samen wel op een hoger plan tillen?
Hoe is de aandacht voor moeilijkheden en hoe worden deze overwonnen?
Is er bij iedereen een verlangen?

Verlangen, de hunkering of wens. 
Het lijkt wel of dat je eerst dient te lijden op weg naar veiligheid, vertrouwen, erkenning, begrip, een ‘thuis’, autonomie ofwel het gevoel dat je gelukkig bent. Wanneer zijn matrozen gelukkig? Zij bewandelen geen pad, maar varen uit. Volgen zij de koers van de stuurman, van thuis, de verwachtingen van de maatschappij? De bootsman wellicht als belangrijke schakel?

Een ding is zeker: Ze verlangen ergens naar de zee… 
Waar het schip onderweg strandt of averij oploopt, is de vraag. Dat is sterk afhankelijk van de invloed van de omgeving.

Het lijkt alsof deze matrozen veel lijden, een soort van fundamentele ontevredenheid meevoeren, het gevoel van niet voldoen aan verwachtingen en normen. Hoe kunnen deze matrozen dan voldoening halen uit dat wat ze doen?

Natuurlijk, elke vraag heeft zijn oorsprong: een persoonlijke ervaring, een eigen – soms beperkte – waarneming, een besluit om geen – fysiek – contact (meer) aan te gaan. Of misschien willen deze matrozen een eigen identiteit vormen of begint het met de vraag – zoals Kyan stelt – waarom het eigenlijk geboren is.

Iedere matroos heeft de kracht in zich om ‘oorzaken’ te laten varen, het verleden overboord te gooien of los te laten. Maar waar start het? Door open te staan? Te vertrouwen? Door te zien wat er in de binnenwereld gebeurt? Door te accepteren van dat wat is? Is één zeevaart dan voldoende? En welke bootsman leert het je allemaal?

Neemt die bootsman dan zijn ervaring mee en pakt het de ruimte om matrozen te ‘empoweren’? Om hen met aandacht en de juiste intentie vanuit focus het inzicht, de inzet en het handelen – aan – te leren? Voor te leven?

We zijn een aantal weken onderweg. Onze reis duurt nog even. Het is niet altijd even mooi weer geweest, we kennen momenten dat de wind stevig in de zeilen staat en momenten waarop de zee rimpelloos is. Dan is het tijd voor bezinning. Om te luisteren, te kijken of om even niets te doen. Of om de mooie momenten even terug te halen en te herbeleven.

Om met de ogen gesloten op het voordek de zee te horen. Dan volgt het verlangen vanzelf…

Chocomeltijd en bouwen…van een Eiffeltoren.

Chocomeltijd en bouwen…van een Eiffeltoren.

Bijna iedere dag verliet hij wel één keer het klaslokaal. Ogenschijnlijk boos en telkens die blik van onmacht; van het niet meer weten en het niet meer begrijpen. Een introverte jongen, het gezicht verbeet zich.

Chocomeltijd en HARDop zwijgen.

Voor mij waren Wessel’s emotionele uitbarstingen altijd het moment om naar de drankautomaat te lopen. “Ik haal even een beker chocomel,” riep ik naar Millorny, mijn gouden assistent in groep 8. Zij wist dan precies hoe laat het was. Zonder iets te zeggen nam zij de verantwoordelijkheid van de klas over.

Op de terugweg kwam ik Wessel dan altijd als een soort van ‘toevallig’ tegen. De eerste keren ging ik bij hem ging zitten en voelde al snel dat hij niets tegen mij zou gaan zeggen. Waarom zou hij ook? Er was nog niets dat op een relatie leek. En daarbij was hij vaak al boos en gefrustreerd. En dan zit er ineens een leerkracht naast je. Ja, wat doe je dan? De chocomel leek hem overigens wel te smaken!

Een week later probeerde ik de grens te verleggen en benoemde wat ik zag. Een jongen die ergens boos of verdrietig over leek te zijn. De vraag of dit klopte volgde. Alleen een knik was het antwoord. Op mijn vervolgvraag kwam nog niets. Nou ja, niets? Zijn schouders zakten wat.

ENGels?

De tijd verstreek en in de tussentijd hadden we met het bovenbouwteam afgesproken dat we de Engelse lessen ‘op niveau’ zouden gaan geven. Groep 7 kreeg ik onder mijn hoede. De klas van Wessel.

De eerste lessen kwam Wessel niet opdagen. Ik liet het gebeuren en na wat getrek (soms ook letterlijk!?) door zijn groepsleerkracht heb ik Wessel nog eens expliciet verteld dat hij welkom was en dat ik het zelfs prima zou vinden als hij er al ‘gewoon’ bij zou zijn! Hij hoefde van mij niets te doen. Er alleen maar zijn. Voelen dat het oké is. Mijn hypothese was namelijk dat hij door zijn ogenschijnlijk lage zelfbeeld totaal blokkeerde. Angst. Dat zijn gevoel van ‘ik kan toch niets’ hem parten speelde. Ook het eventuele gevoel van onveiligheid betekende dat ik hem eerst veiligheid wilde laten ervaren, mijn eerste doel! De vervolgstappen waren die van het zoeken in het donker, op de tast. Trail and error. Later.

Nadat Wessel de eerste les niet kwam opdagen, heb ik zijn vaste groepsleerkracht op het hart gedrukt vertrouwen te houden, een lange adem te hebben. Ik wist dat hij zou komen, maar hij liet zijn tempo niet door ons bepalen! Zover was mij allang bekend. En ja hoor: de tweede les kwam Wessel na een half uur aangelopen. Onzeker. Ik gaf hem niet meer aandacht dan een knipoog en wees waar hij kon gaan zitten. Een plek die ik voor hem had vrijgelaten. Midden in de groep. Bewust! Om te ‘toetsen’ of de andere leerlingen misschien een extra ‘prikkel’ voor hem waren. Dit was niet het geval. Langzaam, heel langzaam ging hij zich veilig voelen in de groep. Tijdens één van de volgende lessen had ik een instapboekje Engels voor hem neergelegd. Ik zei niets. Geen opdracht en druk, zelfs geen uitleg. Maar de uitdaging trok aan hem.

Na een aantal lessen begon hij er in te werken. Zijn werktempo nam toe en hij merkte dat het niveau te simpel voor hem was. Hij ervoer: ‘Ik kan iets!’ Ook de gesprekken op de gang – buiten Engels om – namen andere vormen aan. Langzaam maar zeker opende Wessel zich. In zijn eigen woorden gaf hij aan dat het blokkeren te maken had met zijn onzekerheid en het ervaren van onveiligheid in de klas. Daarom durfde hij eigenlijk geen vragen te stellen, zo onzeker. Ook voelde hij zich onbegrepen. De onzekerheid leek gevoed te worden door een taalprobleem. Hij benoemde het als reden. Terugkoppeling volgde, al bleef chocomeltijd een vaak terugkerend ritueel.

De BEKENDe

Een jaar later was ik werkzaam op een andere school binnen de stichting en kreeg ik als mentor, net voor de start van het nieuwe jaar, de lijst met leerlingen. Ik las de naam van Wessel. Hij stond erbij!? Een dubbel gevoel. Enerzijds de twijfel. Ik was onderdeel geweest van een systeem op zijn SO-school. Anderzijds ben ik wel altijd in hem blijven geloven. Wat zou dit jaar ons brengen? Het antwoord laat zich raden: Wessel was los en deed het ongelooflijk goed! Hij was gemotiveerd en wilde laten zien dat hij het wel kon. Van de meer dan 100x die hij een school eerder in de time-out zat, ging hij dit jaar maar 10x waarvan de helft op eigen verzoek. Hij maakte eigen keuzes. En dat in een moeilijk en zwaar jaar voor Wessel: zijn ouders gingen uit elkaar. Een traumatische ervaring, waarvan hij het verloop en zijn eigen verwerkingsproces maar moeilijk begreep.

Vele gesprekken volgde, soms weer met chocomel. De open en eerlijke communicatie met zijn ouders zorgde ervoor dat Wessel het steeds meer een plek kon geven. Er was altijd ruimte om ergens op terug te komen. Ondanks alle tegenslagen maakte Wessel een enorme groei. Of waren het juist de tegenslagen die hem motiveerde ervoor te gaan?

leerMEESTER.

Op een dag kwam Wessel naar me toe met de vraag of hij zijn spreekbeurt buiten de school mocht houden. Graag! Ik heb mijn leerlingen altijd proberen te motiveren om buiten de schoolmuren te leren. Wessel nam initiatief, ergens totaal onverwachts. En ergens juist ook weer niet! “Ik wil de klas graag de werkplaats laten zien, u weet wel, waar ik mijn eerste werkstuk over heb gemaakt.” Aan zijn eerste werkstuk heeft hij vol overgave gewerkt. Voor mij was het heerlijk om hem met zijn vragen te helpen. Gefocust en alles tot in de puntjes willen uitwerken, zijn kracht en talent werden duidelijk zichtbaar. Als hij ergens iets in ziet en het is duidelijk hoe hij het gaat aanpakken, is hij los!

las-kl“Maar meneer, we hebben vervoer nodig!?” Ik kon niets anders dan hem bevestigen en stelde hem direct de wedervraag: hoe dacht hij dit te gaan regelen? Met grote ogen keek hij mij aan. Hij had in eerste instantie geen idee. Na even nadenken riep iemand door de klas: “Ouders mailen!” Met een lach – waaronder zich ook wel een mate van onzekerheid verschool – draaide hij zich om. Een dag later ontving ik een nette mail van Wessel aan alle ouders, met het verzoek of er ouders waren die wilde rijden. Vol trots stuurde ik de mail door naar alle ouders. En zoals zo vaak – in mijn context – kreeg de mail, op twee ouders na die aangaven niet te kunnen rijden, geen enkele respons. Hoe zou ik dit Wessel nu weer gaan vertellen? Eerlijk zoals het was. De teleurstelling was op zijn gezicht af te lezen, maar die maakte direct weer plaats voor de wil om dit alsnog te laten slagen. “Mag ik dan andere leerkrachten vragen?” Op proactief zoeken naar oplossingen kan ik geen nee zeggen. Dus weg was Wessel.

Die dag – op de technische afdeling van een koekjesfabriek – was er één om nooit meer te vergeten. Wessel, de binnenvetter, met een omgeving die hem vaak niet begreep, beplakt met verschillende stempels die zijn onzekerheid alleen maar deed groeien, die Wessel gaf een rondleiding langs alle machines! Hij was de ‘master’ en wij zijn leerlingen! Iedereen was stil tijdens zijn uitleg, wachtte rustig af tot vragen gesteld konden worden. Wessel leek helemaal in zijn element! Zijn spreekbeurt was formidabel opgebouwd. Van het uitleggen en voordoen van de verschillende machines naar uiteindelijk iedereen leren lassen!

Onbewust gaf hij mij een fantastische metafoor mee. Wat is nodig om goed te kunnen lassen? En welke verbindingen zijn nodig om met – in de ogen van diens omgeving – LAStige leerlingen te kunnen werken? De bevestiging vond ik in de LAS die ik mocht maken! De relatie met de ander en deze verbinden met de meester van je eigen leren. Meesterschap in jezelf ontvlammen. Wessel, dankjewel.

eiffelHet moge duidelijk zijn dat Wessel de sector ‘techniek’ heeft gekozen. Hij is losgekomen, heeft ‘tussendoor’ misschien het meest verschrikkelijke dat een kind kan meemaken meegemaakt en heeft tegelijkertijd onwijs veel inzet getoond. Hij heeft ons naar zijn geliefde praktijk gebracht en heeft zichzelf, mij en de hele klas veel gebracht.

De laatste opdracht van het jaar waar Wessel aan heeft gewerkt, was het solderen van de Eiffeltoren met ijzerdraad. Vol enthousiasme begon hij, in de les, maar ook thuis. Het leek een soort van ‘zelftherapie’. Het leek hem rust te brengen. Het project was aan het einde van het jaar nog niet af. Maar ook de Eiffeltoren is ook niet in één jaar gebouwd. Wessel nam zijn tijd. Ook met zijn reguliere werk. Op een bepaald moment zei hij tegen mij: “Ik doe al een maand niets aan mijn werk, ziet u dat niet dan?” Natuurlijk zag ik dat wel, maar ik legde hem uit dat ik een aantal jaren terug een engagement met hem was aangegaan, één van vertrouwen! Ik vertelde dat zijn ‘niets doen’ wel degelijk ‘iets doen’ is. Dat hij met ‘niets doen’ ook in beweging was, maar dat het zíjn zoektocht was. Ik kon maar één ding doen: vertrouwen houden in wie hij is!

Aan het einde van het jaar wenste ik hem veel succes en plezier voor het volgende jaar. Loslaten, een even fijn als moeilijk moment. Zijn Eiffeltoren maakt hij af, let maar op…

eiffel2

Op (onder)zoek!

Het startte allemaal na de zomer van 2006, mijn diploma van de PABO was eindelijk binnen. Ik had wat meer tijd genomen om mijn studie af te ronden. Waarom? Omdat ik altijd het gevoel had dat de schoen ergens wrong. Om na te denken over de ontwikkeling van mezelf, over onderwijs, over opvoeding en specifiek die van mensenkinderen die als ‘anders’ te boek staan. Een intrigerende mix waar vele meningen en visies elkaar ontmoeten. Ik miste de verbinding tussen visies, een bovenliggend paradigma, de samenwerking tussen scholen en (naar wat ik later een woord kon geven, dankzij een inspirerende ‘master’) het principe ‘apprenticeship’!

Voor de lerarenopleiding heb ik een jaar gewerkt bij zeer moeilijk lerende kinderen en daar is mijn ‘liefde’ voor leerlingen die anders leren gegroeid. Bij hen, en bij welk kind niet trouwens, is het aangaan van de relatie van groot belang! Op de lerarenopleiding werd er naar mijn mening veel te weinig aandacht besteed aan leerlingen die (zeer) moeilijk leren. Met een aantal docenten en medestudenten kon ik daar overigens wel over ‘sparren’, over speciaal onderwijs, andere onderwijsvormen, wat dit nu precies inhoudt voor elke individuele leerling, de omgeving en wat daar voor nodig zou zijn om leerlingen verder te brengen in de samenleving. Andere perspectieven hebben mij altijd getrokken, omdat in mijn beleving gestandaardiseerd onderwijs niet bestaat. Iedere dag, iedere leerling en iedere leerkracht is anders. Het is constant balanceren tussen ‘dat wat moet’ en ‘dat wat de leerling echt nodig heeft’.

Mijn diploma binnen en dus solliciteren. Vele brieven de deur uit in Brabant en beet, een VSO school in ’s-Hertogenbosch. Het gesprek was goed, ik had er een goed gevoel bij, het was de doelgroep waarvoor ik me graag voor wilde inzetten. In januari 2007 startte ik met een eigen groep. In een half lokaal zat ik met vijf leerlingen en een diversiteit aan ‘zijn’ en specifieke noden. Niets was op orde en ik moest van ‘scratch’ af aan bouwen om de klas te vullen met materialen en uitdagende activiteiten. Al snel had ik door dat de erfenis van het vroegere speciaal onderwijs (dagbesteding en ‘de bank en het dartbord in de klas’) plaats diende te maken voor resultaten en opbrengsten. Een slag die overigens, door verschillende variabelen, nog steeds niet gedegen uit de verf komt. Met een aantal collega’s hebben we de eerste vertaalslag gemaakt om de organisatie in de school voor de leerlingen te verbeteren. Wat voor mij de eerste anderhalf jaar duidelijk werd, mede dankzij de vele gesprekken met leerlingen en collega’s, was dat het samenvoegen van leerlingen ‘die graag willen leren maar niet weten hoe’ en de ‘ik ga niet leren, waarom zou ik, waar heb ik het überhaupt voor nodig’-leerlingen geen perfecte ‘match’ was. We hebben twee stromingen gerealiseerd, aan veiligheid en vertrouwen gewerkt en daarna ons toegelegd op de volgende missie: reguliere examens! De school werkte met IVIO, echter was er in de omgeving van ’s-Hertogenbosch op een enkeling na geen examen-/toelatingscommissie van het MBO die ervan gehoord had. En daarbij, ook deze leerlingen hebben ‘gewoon’ recht op staatsexamens! Nadat dit stond en mijn derdejaars leerlingen in de startblokken stonden om aan hun eerste examens te beginnen heb ik samen met een collega voorgesteld om vakoverstijgend te gaan werken, je als leerkracht vakbekwaam te maken en a.d.h.v. doelen methodes aan te passen op de cognitieve stijl van deze groep leerlingen. Die stap was blijkbaar een brug te ver en zorgde voor een zeer verassende wending. Na dit voorstel kwam de focus op persoonsbehoud te liggen. Mijn visie op onderwijs leek zich te verplaatsen naar mensvisie. Al jaren (en nog steeds) werkte ik met een piercing door mijn lip. Ineens moest die uit of ik “moest maar een school zoeken waar dit wel mocht..”!? Hoe motivatie en passie om het best mogelijk onderwijs te realiseren ineens heel persoonlijk kan worden, bijzonder. Als gevoelsmens was ik niet opgewassen tegen het ‘regeltjesgeweld’ en de wijze van benadering. Na ruim drie jaar bleek mijn huid niet dik genoeg en ben ik op zoek gegaan naar een school waar de menselijke maat wel hoog in het vaandel stond.

Een kleine SO-school in Breda moest de uitkomst worden. In het gesprek leek het gras groener, want (zo werd gezegd) alleen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling zou nog een slag gemaakt moeten worden. Nou, perfect, dat was juist waar ik in ’s-Hertogenbosch op had ingezet. Niets bleek minder waar en na een maand besefte ik (en werd gelukkig ook bevestigd) dat ze ‘gewoon’ iemand nodig hadden en dat het verhaal tijdens het gesprek vele malen mooier was gemaakt dan de werkelijkheid liet aftekenen. Liegen kun je dat ook wel noemen… Er moesten wel meerdere slagen gemaakt worden… Ok, ‘daar gaan we weer’, schouders eronder en in combinatie met een studie ‘Autismespecialisme’ voor de boeg zouden er veel veranderingen voor de leerlingen op komst zijn…dacht ik…hoopte ik… Een deceptie bleek achteraf. Van ‘boven’ werden lijnen uitgezet en naar de vloer werd minimaal geluisterd. Ook het team waar men zich zeer onveilig voelde en waar zelfs een psycholoog aan te pas diende te komen, kon niet voorkomen dat velen de school weer verlieten. ‘Proberen te bouwen op beton dat niet hard wordt’ heb ik het beleid op deze school altijd genoemd. Zelfs een ‘motie van wantrouwen’ werd achteraf door de overige initiators niet ondertekend. Met “…maar we hadden een biertje op…” werd het afgedaan. Van transparantie was vanaf het sollicitatiegesprek weinig te merken. De druppel was toen mijn toenmalige integraal directeur mij op het matje riep en na een situatie (eenzijdig conflict) en zonder alle partijen te horen mij als ‘betweter’, ‘negatieveling’ en ‘roddelaar’ wegzette. De grens was bereikt. Mij werd langzaam duidelijk hoe ‘het spel’ gespeeld werd en dat deze gesprekken er dus voor zorgen dat mensen bang zijn en klein gehouden worden. Later heb ik nog wel een gesprek aangevraagd. Insteek was een vraag die me bezig hield; of zijn beeld van mij (het door hem benoemde ‘laisser faire’ aanpak en ‘experimenteren’) van invloed zou kunnen zijn als hij met deze ‘bril’ mij be(/voor)oordeelt? “Dat zou best eens kunnen!” was daarop het antwoord. Eerlijk van hem en voor mij een positieve afsluiting van een relatief korte samenwerking.

Ruim een jaar geleden startte ik op mijn huidige school. Met een gedreven locatieleider had ik alle vertrouwen dat ik met mijn kwaliteiten en mogelijkheden zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlingen en de school. En ja, van haar heb ik mogen aanpassen voor en (onder)bouwen (van/)aan beter onderwijs en het motiveren en empoweren van leerlingen! Het eerste half jaar was top. Een klas waarin mijn geliefde ‘apprenticeship’ bewaarheid werd. Ik voelde me als een vis in het water en had zin om vol het nieuwe jaar gaan. Een nieuwe, frisse groep. Maar het liep anders. Voor het eerst sinds vier jaar kreeg ik weer een gemixte groep, een groep waarin de noden zo ver uiteen liepen dat van ‘binding’ nooit sprake is geweest, laat staan ‘bridging’. Ja, individuen verder brengen is me gelukt, echter groeit het besef dat op ‘deze wijze’ het speciaal onderwijs in stand gehouden wordt. En natuurlijk ging ik er voor de volle 100% in, maar in december werd ik verkouden (dat ik niet vaak ben) en dat hield aan tot eind januari. Tussendoor werkte ik ‘gewoon’, maar na een beginnende longontsteking en anderhalve week op bed te hebben gelegen is er een periode aangebroken van nadenken en ‘finetunen’ van gedachten, mijn visie op dit type (speciaal) onderwijs en het echt benutten van mijn kwaliteiten. Het voelde als het eerste half jaar van mijn ‘korte’ loopbaan. Ik werd terug in de tijd gesmeten en het turbulente jaar koste me veel energie.

Tijd voor bezinning! De afgelopen weken/maanden heb ik veel nagedacht over wat ik wilde. Ik mis het onderzoeken en de tijd om hier aan te werken. Er zijn veel thema’s die me bezighouden, waaronder diversiteit, ‘bonding and bridging’ op micro- en macroniveau en de verbinding en transitie van speciaal en(/naar) regulier onderwijs. Maar ook de inzet van nieuwe media/vormen binnen onderwijs. Ik weet ook dat er al zoveel mooie dingen gedaan worden in het onderwijs en ik wil ook dit onderzoeken en eventueel uitzetten in mijn praktijk. Mijn huidige context is zeer complex (klassen met 13 leerlingen (vroeger 9!), problematiek en niveau gemixt in één groep, één groepsleerkracht geeft alle (!!) vakken, volgt de leerling ook sociaal-emotioneel, onderhoudt oudercontacten, schrijft verslagen (ongoing proces) op basis van gedegen observaties). Om mijn onderwijspraktijk te verrijken wil ik graag vooruit. Ik wil op zoek en schrijven over mijn dagelijkse praktijk, good practices delen en bouwen aan goed onderwijs. Binnen mijn eigen werkcontext is hier te weinig ruimte voor. Ik heb het idee dat er ook niet echt geluisterd wordt en dat beperkt mijn gevoel van autonomie en remt mij op een onnatuurlijke wijze. Dat maakt dat ik deze ruimte ga pakken door een dag ontslag te nemen om ideeën/vraagstukken uit te werken, om te onderzoeken en om het onderwijs in mijn klas, voor mijn leerlingen en vele andere leerlingen die anders leren en/of thuiszitten te verbeteren!

Here I go, plons!

De tijd is daar!

Bloggen vind ik best lastig. Dat komt omdat het in woorden en zinnen duidelijk maken van wat in mijn hoofd zo ontzettend snel gaat, ik niet snel en (voor mijn gevoel) duidelijk genoeg op papier krijg. Leuke dingen, ervaringen, reflecties, maar ook zaken waar ik tegenaan loop, wat ik moeilijk vind en wat me soms frustreert. Soms lees ik wat ik geschreven heb wel 40x over en over om er zeker van te zijn dat wat ik graag zou willen schrijven (mijn overdenkingen) juist beschreven staan. Onzekerheid, een zoektocht naar de juiste zinnen en woorden en mijn (snelle) gedachten…voor mij ‘no perfect match’! Ook besef ik maar al te goed dat mijn biografisch perspectief en huidige werkcontext mijn beeld op onderwijs en ontwikkeling van mensen (met andere onderwijsbehoeften) kleurt. Ik voel, doe en bereik! En dat wil ik graag delen.

De tijd is daar! De tijd om mijn sprong te maken. Vele signalen zijn op mijn pad gekomen, vele initiatieven (nog) niet (genoeg) geslaagd. Getriggerd door ervaringen en gesprekken met mijn vrouw, mijn kinderen, leerlingen, mensen uit mijn (directe) omgeving, gesprekken met (naaste) collega’s, mensen die ik via sociale media heb ontmoet of zelfs volstrekt vreemden, hebben mij gebracht tot waar ik nu sta. Daar, op het einde van die plank, een horizon voor me…geen geplaveide wegen, geen strak blauwe zee onder me, geen eiland dichtbij om rust te vinden. Turend naar de spiegeling van bergtoppen in het water. 

De tijd is daar! De tijd om te doen wat ik denk dat belangrijk is. Dat wat er toe doet. Langzaamaan krijgt mijn beeld contouren en kleur. En ja, ook buiten die contouren ontstaan kleuren. Binnen de lijnen is het niet altijd de plek waar ik me het meest prettig voel. Daarbuiten is het regelmatig koud, kil en eenzaam, maakt het mij onzeker en toch…ook daar wordt het langzaam warmer en begint de zon te schijnen. Het eiland wordt beter zichtbaar. Vanaf mijn plank besef ik dat de weg die ik neem doorgaans niet vaak gekozen wordt. Toch weet ik, door de beweging om mij heen, dat de weg die ik heb in geslagen de juiste is. Ik kijk naar beneden, zie mijn benen, voeten en plank, omringd door water. Misschien is het wel niet zo diep als dat mijn angst denkt dat het is… 

Als de dag van gisteren herinner ik me de klim naar die bergtop die nu vanuit het troebele water naar me knipoogt. Een mooie dag, de zon en een warm begin van de klim. Eenentwintig en een halve kilometer later had ik alle weersomstandigheden mogen begroeten en begon aan een heroïsche afdaling. Van in de dichte mist met hagel en sneeuw beklede top naar regeldruppels die steeds warmer en groter werden totdat het voelde als een krachtige waterval. In vertrouwen en volle snelheid naar beneden suizend. In het moment hangend, bewust van de snelheid en het doordringen van de warme druppels op mijn huid. Zou mijn sprong ook zo voelen? Ik zal het gaan ervaren…de tijd is daar…

Op de lijn van twijfel en verwonderen


De afgelopen twee dagen heb ik stilgestaan bij het jaar 2012. Tijdens mijn overdenkingen en de vragen; ‘wat heeft mij 2012 gebracht’, ‘wat neem ik mee’ en ‘wat drijft mij nu werkelijk’ werd het mij wederom duidelijk dat mijn hart sneller (gaat) klop(pen)t van dingen die er voor mij écht toe doen! Een inkoppertje: in 2013 mijn hart blijven volgen! Echter weet ik ook dat ik me op momenten erg eenzaam heb gevoeld. Het wordt tijd om daar afscheid van te nemen! Mijn top 3:

Minder piekeren en twijfelen! Dit jaar heb ik me nog te veel laten leiden door mijn omgeving, daar waar ik (onbewust) al wel wist welke kant ik op (zou) wil(len). Het was (en is) een bijzonder leerproces, met even bijzondere leermeesters! In 2013 loop ik verder op de ingeslagen weg. De focus op dat wat mij werkelijk drijft, mijn visie op onderwijs en in het bijzonder dat van leerlingen die anders leren! Ik ga loslaten van dat wat niet werkt, ook als dat andere en nieuwe paden tot gevolg heeft…doen, actie en lef als sleutelwoorden!

Minder ‘ja’ zeggen! In het verlengde op het bovenstaande hoort ook de durf om ‘nee’ te zeggen. Dat vind ik moeilijk omdat er zoveel mooie en gave dingen gebeuren. Het afgelopen jaar is mij echter duidelijk geworden dat juist door ideeën te trechteren er mooie initiatieven kunnen ontstaan. En dat zijn juist die momenten die het terugkijken op 2012 kleur geven!

Minder energie naar ‘binnen de lijntjes’! Als ik mijn eigen kinderen zie spelen, vrij in hun spel, alles kan, alles mag en vooral niet binnen de lijntjes blijven dan zie ik waar het écht te beleven is! Met ze spelen maakt dit besef alleen maar groter. Het draait om de wereld buiten regels en protocollen. Ik ga stoppen met ‘bewijzen’ dat het ook anders kan en mijn energie gebruiken voor ‘buiten de lijntjes’! Nieuwe wegen, op avontuur! Never stop playing and never stop wondering! Wordt vervolgd…