Blog : overdenking

Focus als het probleem #1

Focus als het probleem #1

Probleemkleuters. Natuurlijk raakt ook mij dit stigma. Het woord. De letters die worden gegeven aan de jonge mensen die op de drempel van de meest boeiende tijd van hun leven staan. Leren lezen, schrijven en zich leren te verhouden tot zichzelf, anderen en de wereld. De meest boeiende tijd op de plek die ‘school’ wordt genoemd. Je bent vier/vijf jaar, gaat voor het eerst naar school en laat gedrag zien dat niet handig is. Het lijkt dus een reden om een ‘stempel’ te krijgen. Probleemkleuter*. Toch is het belangrijk om voorbij de schaduw van het woord te kijken.

Want als kind heb je het natuurlijk geluk dat je in Nederland bent geboren. Leeft. Opgroeit. Nederland, waar mensen leven die tolerant zijn. Een land waarin wordt geluisterd om te begrijpen. Een land waarin de leerkracht jouw voorbeeld is. De ware leermeester. Want geen enkele leerkracht ontbreekt het aan de wil. De wil ieder kind bij de groep te houden. Iedereen wil erbij horen, ook -of misschien wel juist- de kleuters. Niemand wil een kind reduceren tot een beheersbare betiteling. Maar wat is er dan aan de hand?

Lees verder

En of er nog wat te leren valt!?

Daar zit je dan, begin van de avond omringd door jongeren, ouders, leraren, de directeur van het Kastanje College en andere betrokken mensen bij de première van ‘Valt er nog wat te leren’. In Cinerama Rotterdam hangt een mix van gezonde spanning, trots en blijdschap. De documentaire van Inge Spaander en haar leerlingen van 4Havo heeft bezoekers zichtbaar geraakt. Het is een mooi document geworden dat, zoals Inge vooraf uit de doeken deed, als tegenhanger dient in het soms murw geslagen debat over goed onderwijs.

Voor mij gaat de film een stuk verder: de leerling krijgt overduidelijk een stem en de kwetsbaarheid van Spaander – zo genoemd door haar apprentices – maakt dat het voor mij de discussie ontstijgt. Onderwijs doet haar naam in deze praktijk van het Kastanje College in Maassluis eer aan. Ik mag me begeven onder wijzen, ieder op zijn/haar eigen wijze! Ik zie en hoor hoe klein, mooi en puur onderwijs is.

De film toont mijn eigen stip aan de horizon, namelijk gedragen onderwijs. Het onderwijsconcept, dat de naam Big Picture heeft meegekregen, laat jongeren het grotere plaatje zien, brengt dat perspectief terug naar de leerling zelf, om vervolgens het beste in zichzelf naar boven te brengen en betekenis te geven. Niet het talent eruit halen, maar juist door het potentieel te zien vinden, en aan te spreken. Kennis construeren door de dialoog.

Spaander is helder in alles wat ze op het witte doek brengt: “Ik heb – als leraar – de plicht het onderwijs te beschouwen, niet stil te staan en nooit tevreden te zijn. Tegelijkertijd maak ik het onderwijs in de klas, samen met mijn leerlingen!

Een fantastisch statement waarbij deze powerjuf – want wat een overgave, vijf jaar op rij met dezelfde groep kinderen optrekken en meegroeien – haar leerlingen vastpakt! Spaander beschouwt haar onderwijzen van dichtbij en veraf, daagt haar leerling uit de verantwoordelijkheid over het eigen leerproces op te pakken en betrekt ouders en collega’s erbij. Dat doet ze door de ‘functionele waarom’-vraag te stellen en daarmee een groter plaatje helder te krijgen. Vanuit haar kwetsbaarheid stelt zij zichzelf misschien wel de meeste vragen.

Het is de kracht van de twijfel, van het reflecteren en zoals ze dat zelf benoemd: “…leerlingen leren – en ook de ruimte geven om te mogen oefenen – hoe ze van waarde kunnen zijn en sterk in de toekomst kunnen staan.

Ze durft zich te laten leiden door wat de groep aanreikt. En dit proces vraagt moed! De moed om te blijven luisteren, af te stemmen en – binnen het proces dat samen wordt aangegaan – volledig te blijven vertrouwen in de ander. Daardoor worden moeilijke momenten overwonnen. Het door en door leren kennen van jezelf en elkaar maakt de groep tot één familie. Of zoals het ook wordt benoemd, een samenleving in het klein.

Het gaat over het aangaan van persoonlijke processen, of zoals Gert Biesta zegt in de documentaire: “…over vorming van de persoon.”

De directeur van het Kastanje College ziet verantwoordelijke en zelfbewuste jongeren die eigenlijk al als volwassen in het leven staan. En precies dat – het zien, laten zijn en het spiegelen – is wat van een docent moed vraagt! Dicht bij jezelf blijven, laten zien wie je bent en iedere dag weer uitgedaagd worden het beste uit jezelf te halen.

Je moet het zelf doen, maar nooit alleen!

Het was deze uitspraak van Luc Stevens in ‘Valt er hier nog wat te leren’ die me resoluut rechtop in mijn stoel zette. En of er nog wat te leren valt!? Wellicht dat ‘de moed het zelf te doen, maar nooit alleen’ in het proces past waar ik me als vso-leraar momenteel bevind. Vanaf de zomer ben ik met mijn collega Florus en 24 leerlingen uit twee VSO-klassen een soortgelijk proces aangegaan. We zijn een ‘nieuwe’ onderwijsomgeving aan het vormgeven. Daarin willen we samen het onderwijs maken. Aansluiten bij de behoeften van het kind. Dat is een mooi, soms pijnlijk en eenzaam proces, zelfs nu we het samen doen.

Maar in onze pilot is er ook de analogie met de Big Picture-klas van Spaander. Het is een vorm van werken dat iets losmaakt, in ons als mens. Een vorm die mij en mijn leerlingen dwingt verbonden te zijn én kritisch naar onszelf te kijken. Ouders mee te nemen in ons proces en dat van onze school, om vanuit vertrouwen het kind in de wereld te zetten.

Wij hebben nog een lange weg te gaan, een pad dat Spaander en haar leerlingen dit schooljaar met examens aan het afsluiten is. Voor hen ligt er sowieso een waardenvol document. Ze mogen trots zijn, op elkaar, op de directie van de school en vooral op zichzelf. Good practice waarbij ik zie dat samen ook echt samen is, en waarbij eenheid in diversiteit wordt voorgeleefd.

Onderwijs dat wordt gedragen!


Oefenen

Soms maakt iets dat je ziet of hoort een bijzondere indruk. Soms maakt het iets los! Het zien van de volgende film gaf me de woorden voor mijn huidige proces…


The force!

Dat waar ik me jaren tegen heb verzet.
De angst. Het denken! Mijn denken…

Door blijven gaan. 
Meten aan (wat) anderen (vinden). 
Mezelf niet zien en gezien willen worden!?

De ‘wat maakt’-vraag rondom awareness.
Er ontstaat bewustWORDing…stapje voor stapje…
Bewust(mogen)ZIJN (en) oefenen!
Ont-dekken.
Ont-wikkelen.
Ont-moeten…
…mijn pad!

Een peacefull en LIEFdevol leven.
Ruimte nemen om te zijn wie ik ben.
De rust. Bewijzen valt stil.
Mezelf zien, een ander nodigt uit hen te (mogen) ZIEn.
NieUw (of hét) LEVEN!? 

Het zekere weten loslaten.
Net als de angst.
Vertrouwen dat het zich in het moment ontvouwt!

Het is VOELbaar EN ik OEFEN…


(…en dan de twijfel om het te posten, het denken ‘wat zouden anderen…’ thnX Lee!)

Mijn jaarwoord voor 2014: dOEN!

Eigenlijk wist ik het in 2013 al, dus lang hoefde ik niet over een jaarwoord voor 2014 na te denken. Bevestiging vind ik in het getal veertien. De veelheid van zeven, het getal dat staat voor inzicht, zelfkennis, introvert, lichamelijk, rusteloos, intuïtief, en volheid. Op zoek naar antwoorden. Soms in stilte… 

De optelling van 2+0+1+4 is ook zeven. Twee zevens naast elkaar maakt 77, dat staat voor het verkrijgen van een dieper inzicht, wijsheid en kennis door openbaringen. Dat sluit gevoelsmatig naadloos aan bij de optelling van mijn geboortejaargetal, vijf (1+6+0+8+1+9+7+9, 4(+)1) dat staat voor levendig, blij, impulsief, heetgebakerd en ondernemend. En wat te denken van mijn verjaardag dit jaar, 1+6+0+8+2+0+1+4. Je krijgt tweeëntwintig, een meestergetal dat staat voor grootste plannen en haarscherpe intuïtie.

Zoveel herkenning. Dankbaar voor de vele inzichten van het afgelopen jaar! Afijn, genoeg gegoochel met getallen. Het is tijd voor actie. Het omzetten van de inzichten in concrete handelingen, dat waar ik in 2013 mee startte: waarmaken. Mijn woord voor 2014 is dOEN*!

Voor ik mijn dOEN-lijst van 2014 opschrijf eerst een terugblik. Terug naar Op de lijn van twijfel en verwonderen‘. Minimaliseren in 2013. Mijn hart volgen was het motto. De bedoeling was minder te piekeren en te twijfelen, minder ‘ja!’ te zeggen en minder energie naar ‘binnen de lijntjes’!? Of dat nu helemaal gelukt is…?

Nope! De waan van de dag en oude patronen hebben er voor gezorgd dat ik op sommige momenten toch weer meer mijn denken heb gevolgd in plaats van mijn hart. En toch nog gericht op de buitenwereld. Het voedde mijn onzekerheid en twijfels. Het grootste inzicht kwam eind 2013. Het besef dat ik echt mag vertrouwen op mezelf. Op mijn gevoel en talent!


Vertrouwen op mijn gevoel, ofwel mijn hart volgen betekent luisteren mijn hart! Dat ‘moet’ ik dan wel dOEN. Regelmatig vergeten door mijn denken. Keuzes gemaakt zonder eerst even stil te staan. Niet geluisterd naar wat mijn hart vaak fluisterde. Mijn onderbuikgevoel als trouwe partner genegeerd.

Het wordt tijd om nog meer loyaal te zijn aan mezelf, niet te snel te willen gaan, ruimte creëren voor dat wat zich aandient, minder snel ergens enthousiast induiken en achteraf voelen dat het eigenlijk niet de richting is die ik op had willen gaan. Eerlijk te zijn, te horen én voelen welke volgende stap ik ga zetten. 

Ik heb geoefend met minder energie ‘binnen de lijntjes’. Met succes! En ik heb me verwonderd over hoe mijn Openheid mensen verbindt en op mijn pad heeft gebracht. Ook het loslaten van verantwoordelijkheden die niet van mij zijn geeft lucht. Problemen daar laten waar ze horen en ingaan op zaken waar ik het verschil kan maken.

Nieuwsgierig blijf ik. Naar mijn vragen en gedachten. Maar ook naar de ander en die wondere wereld waarin we samen leven. Neem geen genoegen met ‘het kan niet’! Deze overdenkingen voeden mijn ontwikkeling. Dat maakt me blij!

In 2013 heb ik regelmatig een spiegel voorgehouden gekregen van lieve, fijne mensen**. Of het nu op school, lopend over straat, om de keukentafel, in een bovenkamer, het bos of in een werkplaats was, er ontstonden altijd fijne gesprekken met bijzondere inzichten. Vertrouwen en het loslaten van onzekerheden is wat me uit mijn comfort zone haalt. Spannend en nieuw. Een einde maken aan flowkillers. Dit dOEN voelde als een overwinning!

Het lijstje van vorig jaar blijf ik koesteren. Ik houd het nog even vast, om het vervolgens weer los te laten. Bewustwording als doel. 2014 is nu! Mijn hart vertelt me samen met mijn onderbuik welke richting ik op ga. En die richting wordt steeds concreter. Ruimte geven aan dat wat zich ontvouwt. Tijd nemen en pakken. Het resulteert in de volgende toe-dOEN-ers voor dit jaar:

  • onderwijziger, samen met mijn leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs bouwen aan een onderwijs voor iedereen. Dat dOEN met het statement ‘Ieder kind IS zichzelf, voelt zich geZIEN en ont-wikkelt’.
  • ronaldheidanus.nl, mijn eigen onderneming. Wat ik ga dOEN? Kennis delen. Mijn expertise verder brengen. Samen op weg naar open en inclusief onderwijs. MiO als eerste partner.
    En verder blijf ik schrijven. Mooie, krachtige maar ook kwetsbare en reflecterende verhalen en teksten de wereld in zetten. Ter inspiratie, maar ook als ‘ondertitelen’ van mijn handelen.
  • leerKRACHTkijken, een co-creatief platform waar iedereen kan participeren, samenwerken en wil LEERen KRACHT te zien door te KIJKEN naar de mogelijkheden. Een mix van omdenken, kennisbank en delen van good practice. Doen wat werkt als filosofie. (leer)Kracht zit in iedereen. In onze kinderen, in mij als leraar en opvoeder en in JOU! Er valt genoeg te dOEN nu passend onderwijs als een tsunami ONS onderwijs binnen komt denderen. Een uitnodiging volgt dus snel…
  • Poeheej, een te gekke werktitel voor een project met een fantastische missie! Initiatiefneemster Marieke Zwinkels heeft een fijne groep mensen bijeen gebracht. Dit gaat het dOEN! Daar heb ik alle vertrouwen in…
  • HighGainBoys, een tijdelijke naam voor een nog naamloze band. Vier vaders. Een wekelijkse ont-moeting. Versterkers op elf! Punk. Wat hen staat te dOEN: een eerste plaat uitbrengen in 2014. In welke vorm en onder welke naam is nog geheel onduidelijk…maar die plaat gaat er komen!
  • ROETS, een ambitieus en mooie project van Bianca Blom. Als side-kick mag ik mijn visie dOEN laten spreken. Leuk!
  • ……
  • ……
  • ……dat wat zich aandient.

    * Nee, #dOEN is niet verkeerd geschreven. De ‘OEN’ heb ik overgehouden aan mijn laatste opleiding. Het is een afkorting voor Open, Eerlijk en Nieuwsgierig (wie een bronvermelding heeft…ere wie ere). De ‘d’ staat voor mij voor Durven, Dromen en natuurlijk Doen! Dat alles vanuit een nieuwsgierige, explorerende en open houding. Eerlijkheid start bij mezelf, trouw en eerlijk naar wat ik voel zorgt voor eerlijk en open handelen naar anderen. De drie-eenheid straalt een positieve energie uit met een naïef karakter. Door dromen en durven te doen ontstaat genieten van het leven!

    ** Mijn grote dank gaat uit naar mijn liefste vrouw Inge die me in alles support! En ook naar iedereen die mijn verhalen las/leest, deelt en met me werkt en/of heeft gewerkt. Mijn extra dank gaat uit naar: Miriam, Esther, Wendy, Petra, Jetske, Helmer, Marieke, Rob, ErikRusz, Harriët, Marije, Sandra, Edith, Karin en Han, voor wie – en omdat – jullie zijn!

    note: wellicht groeit dit blog nog in de loop van het jaar door inzichten en waarde(n)volle gesprekken.

    Verlangen naar de zee…

    Alsof alle zonnestralen die we de afgelopen maanden hebben ontvangen, zijn omgezet in regengordijnen. Treurig weer, dikke druppels en kou. Het juiste beeld bij een dag vol onmacht, verdriet en ‘water dragen’. De emmers zijn sneller gevuld dan ze geleegd kunnen worden. De storm liet zich een dag eerder al inleiden. Vandaag hebben we volle wind in de zeilen. Het is zo’n dag waarop je beseft dat onderwijs soms ook gewoon niet leuk is…

    Samen op een schip, bestemming onbekend. We zullen het met elkaar moeten doen, zo is eerder besloten. Anne en Joep zijn op elkaar aangewezen, een grotere uitdaging is er eigenlijk niet. De twee lijken het licht in elkaars ogen niet te gunnen. Niet vanuit hun kern, maar vanuit uiterlijke verschillen en onbegrip.

    Anne, die eigenlijk heel graag gezellig wil kletsen en anderen wil helpen, maar met haar harde stem niets anders doet dan anderen wegduwen. En Joep, die eigenlijk best veel weet en toch alleen lijkt te weten dat hem ‘toch niets lukt’. Het resultaat: een lopend vuurtje en materie met een zeer lage ontvlambaarheidsgraad. Of dat op een schip zo handig is?

    Bijna alles dat tegen Joep gezegd wordt, komt direct als een aanval bij hem binnen. Er wordt gevraagd om een stukje op te schuiven. Hij belemmert het zicht wat voor Anne. Nog voor hij de kans krijgt om opzij te gaan, krijgt hij de wind van voren. De harde stem van Anne schalt over de woeste zee. Joep blokkeert, schiet vol onbegrip. De luiken van onzekerheden openen zich en een ontploffing is nabij.

    Zo goed als hij in zijn kern is, lijkt hij zich naar Anne nog in te kunnen houden. De bootsman – ik dus – vraagt Joep om wat te gaan drinken, maar de woede is daarmee niet gaan liggen. Nog voordat Joep terug is op het dek, wil hij Anne in de haren vliegen. Deze wordt op haar beurt tegengehouden door drie andere matrozen en Joep wordt afgezonderd. Gevolg: een totale black-out.

    Bij gebrek aan voldoende en geschikte ruimte proberen drie bootsmannen hem van het dek te verwijderen en duurt het wel vijftien minuten voor er enige ontspanning in zijn lichaam voelbaar wordt. Het leidt tot veel verdriet bij Joep. En boosheid. Hij is boos op zichzelf. Hoe eenzaamheid en heimwee naar zichzelf hem heeft verzwakt. Als Anne dit zou weten, zou ze er voor hem zijn!

    Het wordt licht. Tijdens de nacht is hard gewerkt en overleg geweest over de koers. De stuurman koos voor een afzonderlijke start. De zon verschuilt zich achter grijze wolken. Het regent hard. En de zee is ruw.  Joep gaat de aardappels schillen en de bootsman roept zijn matrozen bijeen om er weer een veilige reis van te maken. Joep zou zich vervolgens weer in kunnen voegen. Het loopt echter anders. De kleur van de dag tekent zich stilaan af.

    Een van de matrozen, Mike, steekt van wal. Het is duidelijk dat hij al een aantal dagen slecht heeft geslapen. Hij vertelt dat hij vlak voor de afvaart is weggelopen bij zijn vader. Zijn ouders leefden al jaren gescheiden. Na een lange tijd heeft hij weer contact gekregen met zijn moeder. Zijn vader kon dit contact moeilijk een plek geven. Een woordenwisseling ging aan de ruzie vooraf, vervolgens pakte Mike zijn tas. Door deze beslissing dreigt bij terugkomst een uithuisplaatsing. Deze weg heeft hij eerder bewandeld. De angst en onzekerheid zijn zichtbaar.

    De lijntjes zijn gespannen aan boord. De gezichten staan strak, vol in de wind. Joep, Anne, Marc, bevinden zich aan één kant van de lijn. Aan het einde de middag komt daar Kyan bij. Samen met Anne en Trey dragen zij de verantwoordelijkheid over de voorste razeilen.

    Kyan had niet zo’n zin, eigenlijk al vanaf dat het schip vertrok. De kantjes er vanaf lopen, zorgen dat hij zo min mogelijk hoeft te doen, smoesjes om onder werkzaamheden uit te komen, anderen vervelen, irriteren en – fysieke – ‘grappen’ maken. Die razeilen waren de druppel. Voor Anne en Trey!

    Met het volle volume dat Anne kan produceren wordt Kyan op zijn plek gezet en tegelijkertijd weggeblazen. Ook Trey is zeer kritisch. Samenwerken betekent ook echt samen! Zeker als de weersomstandigheden er niet naar zijn om onverantwoordelijk te handelen. Het is alle zeilen bijzetten en waar nodig in volle storm reven! Geen tijd om de ander een rif te steken.

    Totale onmacht tekent Kyans gezicht en hij vlucht. Ergens onder in het ruim zoekt hij eenzaam een stille plek. Nadenkend, over waarom hij ooit geboren is…

    De bootsman volgt het schouwspel dat zich voor hem op het dek afspeelt. Hij verzinkt in gedachten, in twijfels, in onzekerheden.

    Weten de matrozen wel wie zij zelf zijn?
    Is de koers wel helder? Wordt hen perspectief geboden?
    Wordt iedereen naar kunnen en mogelijkheden ingezet?
    Kunnen de individuele talenten en krachten hun samen wel op een hoger plan tillen?
    Hoe is de aandacht voor moeilijkheden en hoe worden deze overwonnen?
    Is er bij iedereen een verlangen?

    Verlangen, de hunkering of wens. 
    Het lijkt wel of dat je eerst dient te lijden op weg naar veiligheid, vertrouwen, erkenning, begrip, een ‘thuis’, autonomie ofwel het gevoel dat je gelukkig bent. Wanneer zijn matrozen gelukkig? Zij bewandelen geen pad, maar varen uit. Volgen zij de koers van de stuurman, van thuis, de verwachtingen van de maatschappij? De bootsman wellicht als belangrijke schakel?

    Een ding is zeker: Ze verlangen ergens naar de zee… 
    Waar het schip onderweg strandt of averij oploopt, is de vraag. Dat is sterk afhankelijk van de invloed van de omgeving.

    Het lijkt alsof deze matrozen veel lijden, een soort van fundamentele ontevredenheid meevoeren, het gevoel van niet voldoen aan verwachtingen en normen. Hoe kunnen deze matrozen dan voldoening halen uit dat wat ze doen?

    Natuurlijk, elke vraag heeft zijn oorsprong: een persoonlijke ervaring, een eigen – soms beperkte – waarneming, een besluit om geen – fysiek – contact (meer) aan te gaan. Of misschien willen deze matrozen een eigen identiteit vormen of begint het met de vraag – zoals Kyan stelt – waarom het eigenlijk geboren is.

    Iedere matroos heeft de kracht in zich om ‘oorzaken’ te laten varen, het verleden overboord te gooien of los te laten. Maar waar start het? Door open te staan? Te vertrouwen? Door te zien wat er in de binnenwereld gebeurt? Door te accepteren van dat wat is? Is één zeevaart dan voldoende? En welke bootsman leert het je allemaal?

    Neemt die bootsman dan zijn ervaring mee en pakt het de ruimte om matrozen te ‘empoweren’? Om hen met aandacht en de juiste intentie vanuit focus het inzicht, de inzet en het handelen – aan – te leren? Voor te leven?

    We zijn een aantal weken onderweg. Onze reis duurt nog even. Het is niet altijd even mooi weer geweest, we kennen momenten dat de wind stevig in de zeilen staat en momenten waarop de zee rimpelloos is. Dan is het tijd voor bezinning. Om te luisteren, te kijken of om even niets te doen. Of om de mooie momenten even terug te halen en te herbeleven.

    Om met de ogen gesloten op het voordek de zee te horen. Dan volgt het verlangen vanzelf…

    Het doet AUW-dit!

    Net over de helft van de eerste week – zonder leerlingen – en de afgelopen twee dagen al weer vroeg naar bed. Leeg. Op. Geen energie om iets te doen. De alarmbel ging af en een gesprek met de locatiemanager waarin ik duidelijk mijn grenzen aangaf, volgde. “Dat past toch helemaal niet bij jouw karakter?” vroeg zij. Klopt! Ik zet namelijk graag een stap verder, verleg liefst elke dag mijn grenzen. En toch is het ook voor mij soms goed om het speelveld even opnieuw te kaderen. Om de ‘grijze gebieden’ te benoemen!

    Ik wil doen wat werkt! Doen waar ik goed in ben. Samen met mijn leerlingen bouwen aan goed onderwijs. Ik heb doelen gesteld – bijvoorbeeld dit jaar drie leerlingen klaarstomen voor regulier onderwijs – en wensen, gebaseerd op een aantal mooie voorbeelden hoe onderwijs ook kan zijn.

    De start
    De week begon gezamenlijk. Met de collega’s van de drie locaties luisterden we naar één van de locatiemanagers. Na een kort welkomstwoord kwam de focus eigenlijk direct op de inkorting van de vakantie en de aankomende interne audit in januari 2014 te liggen. Volgend schooljaar geen ‘extra’ week vakantie, maar direct starten met lessen! En ook de audit waar veel belang aan wordt gehecht i.v.m. het samenwerkingsverband m.b.t. passend onderwijs kreeg de nodige aandacht. Het bijzondere is dat het toezichtkader voor samenwerkingsverbanden los staat van de kwaliteit van scholen of de invoering van de zorgplicht volgensde inspectie.

    Dus op het eerste oog is er niets mis mee. Een audit als ‘test’ om te kijken hoe het onderwijs en de ontwikkelingen er voor staan. De grote vraag voor mij op schoolniveau is en blijft wel, hoe een leerkracht bevoorraad dient te worden om vervolgens de leerling te kunnen bevoorwaarden!

    De afgelopen dagen
    De afgelopen dagen stonden in het teken van de verhuizing. De bouwvalheeft plaatsgemaakt voor een leuk schooltje uit de jaren tachtig. Een hele verbetering, dat mag duidelijk zijn! Dozen uitpakken, puinruimen en een klassenopstelling maken vulden samen met vergaderingen de beschikbare tijd.

    Al na de eerste dag laaide een oude discussie op…

    Het ‘MT’ liet weten dat mijn opstelling in de klas niet in carré mocht staan. Na eerdere gesprekkenmet mijn leerlingen, n.a.v. een verantwoordingvoor de Commissie van Begeleiding, bleef men zich verhalen op het protocol klassenmanagement. Want dat is inderdaad wat leerkrachten nodig hebben, toch? Regels, regels en nog eens regels vastgelegd in protocollen. Die zijn dan ook nog eens vaststaand en worden niet geëvalueerd. Top-down, u weet wel. Want professionals moeten toch aan de hand genomen worden? Waar zijn de waarden ‘vertrouwen’, ‘autonomie’ en ‘verantwoordelijkheid’?

    Wat je al niet moet doen om als leerkracht een werkbare omgeving te creëren, voor jezelf maar bovenal voor je leerlingen…

    Binnen de stichting, maar ook daarbuiten is de discussie over de professionele positie van de leerkracht in volle gang. Binnen de stichting wordt gesproken over persoonlijk leiderschap, “De professionals zullen in the lead komen”, zo stond in het ‘perspectiefstuk’ geschreven. En in Trouw las ik een artikel over het reflecterenvan de leerkracht. Ook het boek HetAlternatief, waar ik al een artikel over verantwoordelijkheid uit heb mogen lezen, is in aantocht!

    Laat ik dan even als professional in the lead het protocol onder de loep nemen. En ja, dit is muggeziften op de mm, is dat bevoorraden? “…elke leerling een eigen, vaste werkplek in de klas heeft, waaraan hij zijn werk kan maken. De voorkeur gaat uit naar maximaal 2 leerlingen setjes naast elkaar.” Dus eigenlijk is en was al het werk en energie voor niets  (…de voorkeur gaat uit…!) Make up your mind, MT! Hoe verhoudt ‘persoonlijk leiderschap’ zich tot top-down protocollen?

    Vandaag ook de tweede ‘vergadering’ van de week. Na bijna drie kwartier ‘notulen vaststellen’ van de eerste vergadering, wordt er gestart met de agenda. VERschrikkelijk! Een half uur discussiëren of er wel of geen kauwgom gegeten mag worden, twintig minuten over wel/niet het gebruik van telefoons, roosters die niet te maken zijn omdat het onduidelijk is welke vakleerkracht waar en op welk tijdstip aanwezig is. En zo ging het een tijdje door…

    Duidelijk is dat er (nog steeds) geen eenduidige visie op voorraad ligt, auw!
    Een klein voorbeeld rondom communicatie: de werkboeken van de 7 tot 10 jaar oude methoden moeten worden gekopieerd. De originelen zouden te veel gaan kosten, omdat deze als post niet was meegenomen in de begroting. Het zou trouwens niet eens bekostigd worden, omdat het VSO onder de wet PO valt. En niet kopiëren, maar overschrijven zou juist goed zijn voor de (schrijf)ontwikkeling! Ow, en een boete? Daar was een potje voor…auw!

    Is dit bevoorraden?

    Er worden zaken besproken of gecommuniceerd waar in ieder geval bij niemand het appél wordt gedaan op motivatie en inspiratie, laat staan het uitwerken van nieuwe, creatieve ideeën. Het ‘doen wat werkt’ zeg maar. Of mij als leerkracht bevoorraden, om uiteindelijk de leerlingen te kunnen bevoorwaarden. Geen duidelijke doelen bij agendapunten, geen antwoorden op vragen ‘waarom we de dingen doen die we doen’!?
    Samen met collega’s wil ik hier juist aan bouwen! De ‘wereld’ laten zien wat we doen, waarom we dat doen en ook waarom het werkt wat we doen. De volgende stap zou een brug slaan zijn naar scholen binnen het samenwerkingsverband. Kruisbestuiven!

    Bevoorwaarden
    Terug naar het primaire proces, waar het draait om de ontwikkeling van leerlingen. In mijn context de ontwikkeling van leerlingen die anders leren. ‘Bevoorwaarden’ is een woord dat Edith van Montfort uitlegt als het koesteren van heterogeniteit als basis in haar blog ‘meerdracht maakt macht’. Het gaat over de leerkrachten en de diversiteit in de groep: “Ze anticiperen door variëteit in pedagogisch -, vakinhoudelijk – & didactisch handelingsrepertoire bijna natuurlijk op verschillen tussen lerenden om hen zo goed mogelijk in hun leren te bevoorwaarden. Ze maken deugdelijke verbindingen tussen talenten of denkvoorkeuren om ook samenwerkend leren te ontwikkelen.

    Het lijkt me fantastisch om met de bovenstaande visie op reis te gaan samen met mijn leerlingen! Een mooie zoektocht naar talenten ‘ont-wikkelen’.  Maar ook een bijdrage leveren aan het overwinnen van de moeilijkheden die de leerlingen op hun pad zijn tegengekomen.

    Wellicht opent het niet kopiëren wel kansen voor de leerlingen om samen te werken!?

    Auw
    En toch doet het ‘auw’ dit allemaal zo op te schrijven. Een halve week aan het werk en nog geen moment bezig met de pedagogische, vakinhoudelijke en didactische kant van het onderwijs. Heel voorzichtig gestart met een overzichtelijk jaarrooster, waarin ik graag leerlingen meer eigen regie en verantwoordelijkheid wil leren. Steeds is er dat ‘grijze gebied’ dat voor afleiding zorgt, voor chaos. Ad-hoc beslissingen en systemen die in stand gehouden worden.

    Aan mij de taak als professional om zaken verder te brengen. Ik neem deze ruimte en autonomie, die volgens mij juist gekoesterd dient te worden. De ruimte om mijn onderwijsomgeving aan te passen aan de noden van de leerlingen.

    Ik werk iedere dag, ieder lesuur met dezelfde leerlingen. Dat maakt dat ik zie wat nodig is en zoek naar ruimte om deze zaken uit te werken. Alleen maar boven de stof staan is niet voldoende! Ik wil graag opdrachten uitwerken waaraan ik vorig jaar, samen met mijn leerlingen, hard heb gewerkt.

    Het doet ook ‘auw’ dit te delen. Maar ik deel het! Om het bovenstaande een plek te geven. Om te reflecteren. Om mijn pad en de weg naar de – oh zo – belangrijke interne audit woorden te geven. Om transparant te zijn over waar ik tegenaan loop. Om er van te leren, mezelf enerzijds te begrenzen en anderzijds grenzen te verleggen. Om te delen waar ik me echt over verwonder…


    You can’t feel the heat until you hold your hand over the flame
    You have to cross the line just to remember where it lays

    You won’t know your worth now, son, until you take a hit

    And you won’t find the beat until you lose yourself in it” – Rise Against

    Op de lijn van twijfel en verwonderen


    De afgelopen twee dagen heb ik stilgestaan bij het jaar 2012. Tijdens mijn overdenkingen en de vragen; ‘wat heeft mij 2012 gebracht’, ‘wat neem ik mee’ en ‘wat drijft mij nu werkelijk’ werd het mij wederom duidelijk dat mijn hart sneller (gaat) klop(pen)t van dingen die er voor mij écht toe doen! Een inkoppertje: in 2013 mijn hart blijven volgen! Echter weet ik ook dat ik me op momenten erg eenzaam heb gevoeld. Het wordt tijd om daar afscheid van te nemen! Mijn top 3:

    Minder piekeren en twijfelen! Dit jaar heb ik me nog te veel laten leiden door mijn omgeving, daar waar ik (onbewust) al wel wist welke kant ik op (zou) wil(len). Het was (en is) een bijzonder leerproces, met even bijzondere leermeesters! In 2013 loop ik verder op de ingeslagen weg. De focus op dat wat mij werkelijk drijft, mijn visie op onderwijs en in het bijzonder dat van leerlingen die anders leren! Ik ga loslaten van dat wat niet werkt, ook als dat andere en nieuwe paden tot gevolg heeft…doen, actie en lef als sleutelwoorden!

    Minder ‘ja’ zeggen! In het verlengde op het bovenstaande hoort ook de durf om ‘nee’ te zeggen. Dat vind ik moeilijk omdat er zoveel mooie en gave dingen gebeuren. Het afgelopen jaar is mij echter duidelijk geworden dat juist door ideeën te trechteren er mooie initiatieven kunnen ontstaan. En dat zijn juist die momenten die het terugkijken op 2012 kleur geven!

    Minder energie naar ‘binnen de lijntjes’! Als ik mijn eigen kinderen zie spelen, vrij in hun spel, alles kan, alles mag en vooral niet binnen de lijntjes blijven dan zie ik waar het écht te beleven is! Met ze spelen maakt dit besef alleen maar groter. Het draait om de wereld buiten regels en protocollen. Ik ga stoppen met ‘bewijzen’ dat het ook anders kan en mijn energie gebruiken voor ‘buiten de lijntjes’! Nieuwe wegen, op avontuur! Never stop playing and never stop wondering! Wordt vervolgd…

    Gebroken eieren, geslachte kippen!

    Zaterdag 12 november 2011 en de Volkskrant bericht “Ouders geven adjunct aan”. Onder de noemer ‘er moet eerst wat gebeuren voor we wakker worden’ lijkt het me tijd worden om eens echt met elkaar in discussie te gaan over wat de kern is n.a.v. wat er gebeurd is.

    Het lijkt me goed om een uiteenzetting te maken van alle variabelen/thema’s alvorens we maar met z’n allen gaan roepen, er iets van vinden en een mening gaan vormen. Ik denk dat er te snel naar het ‘gevolg’ gekeken wordt, terwijl het kijken naar de oorzaak en/of de aanleiding mijn inziens prioriteit heeft. Het meest constructief ook.

    Want dáár zitten de lessen voor de toekomst!

    Lees verder

    Inclusie, misschien in 2021?

    Inclusie in het onderwijs, in deze tijd en in onze samenleving. Is het een utopie of liggen er mogelijkheden?

    Nederland lijkt het gevonden te hebben: Passend Onderwijs. Daar waar jaren geleden Balkenende I koos voor de implementatie van rugzakjes en het opleidingsniveau steeg, leek het erop dat inclusie de volgende stap zou gaan worden. Brede Scholen zouden hun intreden gaan doen in onze maatschappij. Het kantelde echter en het huidige kabinet lijkt zelfs de invoering van Passend Onderwijs onmogelijk te maken door de bezuinigingen op leerlingen met een extra zorgbehoefte.

    Mede door het uitgedachte beleid dat vanuit Top-Down is vormgegeven, is het maar de vraag of bestuurders en beleidsmakers (in)zicht hebben in het functioneren en het welbevinden van kinderen met zorg- en/of andere onderwijsbehoeften!? En ook leerkrachten – die verantwoordelijk zijn voor het primaire proces -, krijgen zij de ruimte om professioneel te handelen?

    Waar ligt de nadruk binnen ons huidige onderwijsbestel?

    Op talenten en mogelijkheden? Op diagnoses en medicatie? Wordt er gekeken naar de directe omgeving – ouders, verzorgers, peers, de klas, de school, de buurt, … -? Naar het pedagogische tact dat vanuit de leerkracht komt en de kracht van het kind weet te vinden?

    Alle leerlingen met een diagnose ‘afzonderen’ van reguliere scholen is geen oplossing, maar versterkt juist uitsluiting en stigma’s. Maar misschien zorgen de bezuinigingen juist voor een mogelijkheid om alles om te buigen naar inclusie!?

    Inclusie (equality, diversity en inclusion) start bij de leefwijze, gedachten en mentaliteit – mindset – van het insluiten. Over samen leven en samen werken aan een samenleving ongeacht, woonplaats, ‘beperking’,  geslacht, economische situatie of taalkundige en culturele achtergrond en zonder eigen belang voorop te stellen. Insluiten start met respect: empathie, het begrijpen en rekening houden met de kwaliteiten, prestaties of vaardigheden van de ander als individueel en autonoom persoon. Kijken naar mogelijkheden!

    Het is dan belangrijk om eigen perceptie van de waarden en normen die je hebt te verbreden, of misschien zelfs even ‘uit te schakelen’. Vergelijken, stigmatiseren en oordelen maken plaats voor verbinding, saamhorigheid en waardering. Eigen onzekerheid en angsten worden kracht en doorzettingsvermogen.

    Ben je bereid om te waarderen en de ander ‘echt’ te begrijpen?

    Mijn ervaring is dat het je als persoon – én de omgeving – zoveel opleveren! Als we dit toespitsen op diegene met een extra zorgbehoefte, zoals mensen met autisme of ADHD is er ooit gekozen om hen te classificeren door onder andere gebruik te maken van de DSM (het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). De vraag is echter of dat we de ander dan beter gaan begrijpen!?

    Mijn antwoord: “Nee!” Iedere persoon is anders en uiteindelijk kan de DSM een stoornis niet aantonen! Er wordt alleen gezegd dat er ‘kenmerken’ zijn die overeenkomen met anderen die ook deze ‘kenmerken’ vertonen. De DSM gaat uit van wat mensen niet kunnen of waar zij moeite mee hebben. Deze benaderingswijze staat haaks op inclusie! Vanuit het gedachtegoed van inclusie worden uitkomsten van een DSM niet gebruikt als excuus, maar is het een aanzet om te komen tot oplossingen! Samen kijken met de persoon hoe moeilijkheden en problemen op een positieve en constructieve wijze overwonnen kunnen worden!

    Maar de visie op inclusie gaat verder. Tijdens het ontstaan van het huidige onderwijsbestel in Nederland is er een norm ontstaan. Wij gaven dat vorm door scholen te bouwen, zodat iedereen daar gebruik van kon (recht hebben op) en moest (leerplicht) maken. De leraar had het voor het zeggen en gechargeerd: kennis moest erin. Onderwijsvernieuwers, ‘bemoeienis’ van ouders, de komst van nieuwe soorten media en de ‘veranderende samenleving’ zorgden voor een andere visie op onderwijs. Wat bleek, ineens konden verschillende kinderen zich niet meer ‘zo goed’ concentreren en moesten onderzocht worden. Een label erop en richting een speciale school. Wordt er wel gekeken naar het kind in zijn gehele omgeving?

    Inclusie verschuift van ‘verander het individu’ naar ‘verander de omgeving’, met daarna de verschuiving van ‘veranderen’ naar aanvaarding voor dat wat (van nature) is. En dat is nou precies waar inclusie WEL voor staat!

    Inclusie staat voor écht kijken (met je hart) naar een persoon als individu! In de ideale situatie zal er geen norm gelegd dienen te worden voor de ontwikkeling van kinderen. Leg juist het vertrouwen van de ontwikkeling bij het kind zelf en stimuleer eigen regie, verantwoordelijkheid en het probleemoplossend vermogen. Niemand kan in de toekomst kijken, dus wat maakt dat onze perceptie van de ontwikkeling van een kind de juiste is? Hoe ‘toetsen’ we dat?

    Ouders zijn ervaringsdeskundigen van hun kind(eren) in de ‘vrije’ situatie. Zij hebben ook een opvoedstijl, welke misschien anders is dan die van de leerkracht of grondslag van de school. Communicatie vanuit een open en eerlijke houding met een leerkracht is daarom van groot belang. Op deze wijze kan de (school)omgeving – waar het kind misschien in tijd wel langer en vaker is dan thuis – afgestemd worden op het individu.

    Reflectie op vaardigheden van de leerkracht, gedrag en aanpassing daarop zijn van groot belang om inclusief onderwijs te laten slagen. Gemengde scholen waarbinnen extra begeleiding voorhanden is, aangepaste schooltijden, flexibele vakantieroosters, les krijgen in moedertaal zijn zo maar wat voorbeelden om het gedachtegoed van inclusie te concretiseren.

    Het is dus in feite outside-the-box-denken; het (tijdelijk) loslaten van eigen percepties en (voor)oordelen. Niets is wat het lijkt en ga bijvoorbeeld eens opzoek naar de functie van gedrag! En ook loslaten van het medisch model en handelen naar het sociaal of burgerschapsmodel.

    Van groot belang is ondersteuning, versterking en samenwerking aan het primaire proces in alle lagen van de bevolking. Hier start de mogelijkheid tot insluiten van een ieder in de samenleving. Nederland is een multiculturele samenleving waarbinnen verschillende (ecologische) visies en opvattingen aanwezig zijn. Het is van belang deze samen te brengen. Zo ontstaan mogelijkheden! Inclusie is omdenken!

    Inclusie begint op micro-niveau, namelijk bij uzelf! Omdenken, op waarde schatten van de ander, zoeken naar mogelijkheden alswel vertrouwen hebben in de ander, openstaan voor creativiteit en ideeën en opbrengsten benoemen en vieren zijn van groot belang voor het proces. De cultuurverandering die inclusie omhelst is niet zomaar van kracht. Dat betekent werken aan!

    Laten we inclusie laten indalen bij lerarenopleidingen door juiste middelen en begeleiding. Een andere tijd vraagt een ander denken! Gooi die steen maar in het water! Jonge, enthousiaste leerkrachten getuige maken van datgene dat zoveel levensvreugde zal gaan opleveren. De leerkrachten zijn de sleutel voor goed en gedegen onderwijs. Zij zijn het die onderwijs dragen en de inclusieve mindset verinnerlijken.

    Door het systeem te begrijpen zal snel gezien worden dat Passend Onderwijs maar een fractie is van wat inclusie beoogt. Inclusie kent geen ‘labels’, maar alleen mensen en richt zich op de behoefte, het onderwijs- en leerproces van de individu. Het label is alleen van belang als de ‘gelabelde’ daar zelf iets mee kan. Vanuit deze gedachte zijn veel discussies in de actualiteit overbodig!

    Inclusie laat mensen mensen zijn en bevordert eenheid in diversiteit.




    Inclusie is:
    • insluiten: samen leven en samen werken aan de samenleving ongeacht woonplaats, geslacht, economische situatie of taalkundige en culturele achtergrond!
    • respect: empathie, het begrijpen en rekening houden met de kwaliteiten, prestaties of vaardigheden van de ander als creatief, individueel en autonoom persoon!
    • eigen vorming en regie: kritisch kijken naar je eigen handelen en open staan om te groeien als mens en het lef om eigen regie te pakken.
    • het durven loslaten van medische modellen en durven te vertrouwen op de ander!
    • samen op zoek gaan naar oplossingen en mogelijkheden!
    • samenwerking, beKRACHTiging en ondersteuning!
    • ecologische visie en opvattingen samenbrengen en verbinden!
    • aanvaarding in wat (van nature) is!
    • omdenken en outside-the-box durven handelen!
    • ijsbergdenken! Zoeken naar de functie van gedrag
    • open en eerlijk communiceren!
    • eenheid in diversiteit!
    Het wordt tijd voor een (r)evolutie om inclusieve leeractiviteiten en participatie mogelijk te maken! Dan is 2021 niet ver weg…!

    Niet stelen maar begrijpen! Finland…

    23 Maart 2011 kopte De Pers: “Het succes van het Finse onderwijs is lastig te stelen.” In een matig, eenzijdig artikel wordt getracht het onderwijssysteem van Finland te vergelijken met dat van Nederland. De vraag is wat je aan vergelijken hebt? Het legt de nadruk op verschillen, die dan weer van heel breed tot in de details bediscussieerd kunnen worden… De vraag is of dat dit leidt tot begrip!?

    This is what we do every day,” says Kirkkojarvi Comprehensive School
    principal Kari Louhivuori, “prepare kids for life.

    Kijk naar de overeenkomsten en laat je enkel inspireren. De basis in Finland: ‘Wanneer is een kind gelukkig en wat is daar voor nodig?

    In het artikel valt te lezen dat de Finnen al sinds 1970 gestart zijn met het uitwerking van een systeem waar een wezenlijke verandering in cultuur aan ten grondslag ligt. Er zit ook een duurzame, langetermijnvisie achter. Dat werpt nu zijn vruchten af. De vraag is natuurlijk of het stand houdt, een vraag die ook Pasi Sahlberg bezig en scherp houdt.

    Nog eerder, net na de oorlog, werd voor de Finnen duidelijk dat “als we als land willen overleven, we moeten investeren in onderwijs!” zo zegt Ritva Semi, adviseur namens de Finse onderwijsbond. Dat lijkt me een duidelijk statement, onderwijs als belangrijkste pijler in de samenleving. Terug naar de kern!


    Deze visie straalt de overheid van Finland nog steeds uit. Zo zegt Henna Virkkunen, minister van Onderwijs in Finland: “Onze educatieve samenleving is gebaseerd op vertrouwen en samenwerking. Dus als we testen uitvoeren doen we dat niet om te controleren maar gebruiken we de testen voor de ontwikkeling van het onderwijs. We vertrouwen (op) de leerkrachten.

    Prachtige woorden en inzicht in het mogen zijn als mens en de mens als professional. Onderwijs wordt gewaardeerd en er is een brede politieke consensus over het onderwijsbeleid. Iets dat in Nederland…

    Begrijpen
    Er staat in de krantenkop het woord ‘lastig’. Dat woord heeft een negatieve lading en laat mogelijkheden in de tocht staan… Ik dacht dat Nederland een land was dat bij uitstek outside the box kon denken. Het krijgt er toch alle schijn van dat ons kikkerlandje erg conservatief is en vasthoudt aan dat wat bekend is.

    Voordat er outside the box gedacht kan worden dient er wel eerst begrepen te worden waar het eigenlijk allemaal om gaat. Sleutelwoorden voor het beleid in Finland over de gehele breedte zijn ‘kwaliteit’, ‘efficiency’, ‘billijkheid’ en ‘internationalisering’. Bij onderwijs ligt de prioriteit bij het verhogen van het niveau van opleiden en competenties én het verbeteren van het onderwijssysteem om uitsluiting te voorkomen! Een duidelijke uitspraak in de gedachtegang van inclusie.

    Het Finse onderwijs biedt iedereen gelijke kansen op onderwijs ongeacht de woonplaats, geslacht, economische situatie of taalkundige en culturele achtergrond. Iedereen participeert binnen het Fins onderwijs. Dat betekent ook dat alle leerlingen les krijgen in dezelfde klas. Er is extra ondersteuning voor leerlingen met leer- en gedragsmoeilijkheden. Vijfentwintig procent van de leerlingen krijgt extra ondersteuning. Belangrijk daarbij is dat er niet teveel leerlingen per klas zijn. De gemiddelde grootte van een klas is 21!

    En natuurlijk kun je er kritisch naar kijken; hoeveel allochtone mensen wonen er nu eigenlijk in Finland? Is het beleid niet gestoeld op angst voor Rusland? Echter: het gaat om de open mindset en het gelijkheidsbeginsel, equality! Iets dat in Nederland…

    Maar er is (veel) meer! Het basisonderwijs omvat negen jaren en kinderen gaan vanaf hun zesde pas naar school. Dat betekent dat jongeren hun pubertijd ‘overwinteren’ op de basisschool. Keuzes over schoolloopbaan worden aan het einde van de pubertijd gemaakt. Dus geen overhaaste beslissingen en verhogende druk omdat je als kind eigenlijk nog niet weet wat je zelf wilt gaan doen!

    Er worden geen nationale testen gedaan, er bestaan geen schoolranglijsten en inspectiesystemen bestaan niet! Tja, het is maar een keuze, of is het een visie, benaderingswijze of norm? Evaluaties van het onderwijs en het vertrouwen in de leerresultaten die leerkrachten met hun leerlingen behalen werken in ieder geval bemoedigend. En tevens geeft de kwaliteit van het onderwijs ondersteuning! Omdat de leerkrachten het vertrouwen krijgen van de overheid genieten zij een grote mate van autonomie. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het onderwijs en de uitvoering ervan. 

    Het is een flexibel systeem dat gebaseerd lijkt op empowermentEr is een mentorschap-programma ontwikkeld om jonge leerkrachten beter te begeleiden. Jonge docenten hebben ondersteuning nodig! Door coaching op het gebied van oudercontacten en contacten met collega’s groeit het zelfvertrouwen en daarmee de ervaring!

    Leerkrachten kiezen in Finland hun eigen leermaterialen en methodes en testen de leerlingen zelf. Dit is mogelijk omdat leerkrachten universitair zijn opgeleid, niet te verwarren met de HBO master waar in het artikel van De Pers naar wordt gerefereerd! 

    Samenwerking is dus een groot goed in Finland! Er is samenwerking voor de ontwikkeling van het onderwijs tussen de verschillende bestuurslagen, tussen scholen onderling en tussen andere maatschappelijke actoren en scholen! Niets geen geheimen, transparantie en samen delen, co-creëren!

    Het onderwijssysteem is leerling-georiënteerd; het leren richt zich op de activiteit en interactie met de leerkracht. Dit fundament zorgt voor een sterke steun tijdens de algehele ontwikkeling! Ook brengen leerlingen minder tijd door in de school. In Finland wordt gedacht dat 7 uur op school doorbrengen het onderwijs niet helpt. Leerlingen leren ook van hobby’s en natuurlijk hebben ze ook huiswerk!

    En: ‘last but not least’; leerlingen krijgen ook les in hun moedertaal, waardoor integratie en respect er voor zorgt dat andere culturen sneller aarden in de Finse samenleving!

    Versus stelen…
    Het lijkt me duidelijk dat een totale verandering van cultuur en mindset nodig is om het onderwijs te hervormen. Het kan sneller volgens Sir Ken Robinsonrevolutie in het onderwijs!

    Een gehele hervorming van het onderwijssysteem in Nederland lijkt verder weg dan ooit… En natuurlijk zijn er prachtige initiatieven. Niets gestolen, maar vanuit begrip, passie, idealen én professioneel handelen ‘gewoon’DOEN!

    Zeker met de huidige, aankomende bezuinigingen in het (speciaal) onderwijs! Hierdoor wordt geen begrip gekweekt, maar juist distantie, verhoogde werkdruk en voortzetting van stigmatisering. En dat kan mij juist gestolen worden…

    Het is overigens vooral vreemd dat het (speciaal) onderwijs straks minder geld heeft te besteden en dat aan de andere kant studeren duurder wordt. Wij worden juist bestolen! door een partij die juist dient te begrijpen dat investeren in SAMEN vanuit vertrouwen de basis dient te zijn… 

    Alvast bedankt mevr. van Bijsterveld! Ik begrijp uw keuzes, echter snap er werkelijk niets van! Voor mij is dít stelen in de zuiverste vorm…!!