Blog : samenleving

Over uitsluiten gesproken #2: ‘een dikke middelvinger naar…’

‘Hij heeft autisme, dus dat kan hij niet!’ Het was het eerste dat ik hoorde toen ik mijn toenmalige adjunct-directeur, tevens leerlingbegeleider, vroeg of één van mijn derdejaarsleerlingen stage mocht lopen bij een kinderdagverblijf.

Wáaaaat!? We hadden het toch over Joey, een enthousiaste en goedaardige jongen die na zijn vmbo-periode heel graag naar de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk (SPW) zou willen.

Ik stond perplex, mijn mond viel wagenwijd open. Een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een wens van een leerling en nul perspectief? Waar was ik in beland? In een oerwoud, zo bleek later, waarin percepties van de doelgroep echt niet strookten met de mogelijkheden, talenten en ontwikkelingen die ik als leraar bij veel leerlingen zag. Vanuit het denken volgens het medisch model werden benaderingswijzen geïmplementeerd, naar de leraren – laat staan leerlingen – werd niet of nauwelijks geluisterd.

Later – verderop in mijn loopbaan – bleek deze school in haar aanpak niet op zichzelf te staan. Eén van de klasgenoten van Joey, Mirabel, had zich ingeschreven voor de Politieacademie. Daar werd ze niet aangenomen. Een maand of twee werkte ik met haar en ik herinner me nog goed dat ik haar handelingsplan las. Daarin stond wat knullig beschreven dat zij zeer onbeschoft kon zijn naar de leerkracht.  Ik proestte een net genomen slok water uit en de geconcentreerde, stille werksfeer maakte plaats voor een schaterlach.

Mirabel zat vlak voor me en schrok van het onverwachte geluid. Op de vraag of zij haar handelingsplan al eens gelezen had, volgde een ‘nee’ en verwachtingsvol keek ze me aan. Ik vertelde wat er op papier stond geschreven en vroeg of zij zichzelf erin herkende. Nu volgde een resolute ‘NEE!’ Terecht! Als er iemand sterk, stoer en rechtvaardig zou zijn, was zij het wel.
Mirabel won ooit een debatwedstrijd in het Provinciehuis. Dus ja, een mening en argumenten had ze zeker. Heerlijke discussies leverde dat op. De lessen werden er levendig van. Ik begrijp het wel. Als je geen weerwoord als leraar duldt, dan heb je een moeilijke aan haar… Nee, voor mij was ze een voorbeeld voor andere leerlingen en lag ze zelfs goed in de groep. Onbeschoft? Mag je misschien als puber nog onbezonnen zijn? Wat beeldvorming en eigen (voor)oordelen al niet kunnen doen.

Bovenstaande ervaringen dateren alweer van zes jaar terug.. En toch raakt het me nog steeds. De lach zit er, maar ook de frustratie én de boosheid. Je zou zeggen dat er in de tussenliggende periode toch wel wat veranderd  zou moeten zijn. Bovendien, vanaf 2004 zijn we in onderwijsland bezig om passend onderwijs te introduceren. Maar niets is minder waar. Recent heeft de ‘weigerschool’ haar opwachting gemaakt. Het beestje heeft een naam gekregen. En het begrip is langzaam ingeburgerd. Ontwikkelingen die volgens mij alleen maar verliezers zal opleveren. Sterker, door dit soort berichten wordt het bouwen van bruggen alleen maar lastiger. Het voedt de beeldvorming en het stigma dat bepaalde scholen en bepaalde mensen niet deugen!

Voor de duidelijkheid:  het recht op onderwijs mag een mens niet worden ontnomen, dat lijkt me volstrekt helder! Toch? Maar hoe worden leerlingen met andere onderwijsbehoeften verder gebracht? Hoe doen zij binnen en buiten scholen kennis en praktijkervaring op?

De ‘standaard’-informatie volstaat niet meer. We worden uitgenodigd om te kijken én te handelen buiten de kaders. Zonder kaders zou trouwens alles mogelijk zijn. Dan zou een schoolleider, een politiefunctionaris of zelfs een directeur ‘je bent niet welkom’of ‘dat kan jij niet’ niet eens verzinnen!

Hoe ver strekt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van scholen?

In het Eindhovens Dagblad las ik een artikel. Het begint met een vraag: Hoe ver strekt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van scholen? Ik denk heel ver én ook weer niet. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Van de leerling, de ouders en de leerkrachten die onderdeel zijn van een schoolgemeenschap en daarmee deel van de samenleving zijn.

We hebben in Nederland een systeem bedacht waarbij kinderen relatief vaak en lang op school zijn. Dat betekent ook meer ‘opvoedtijd’. Tijd om samen (leerling – leerkracht) af te stemmen en te onderzoeken wat nodig om alle (kern)doelen te halen, juist als je anders dan ‘standaard’ leert! Soms is een klein hulpmiddel al voldoende, een andere of volgende keer vergt het (veel) meer tijd. Ben je als onderwijsinstelling ook niet verantwoordelijk voor het welzijn en het leren van ieder kind?

Hoe kan de verantwoordelijkheid worden verdeeld?

Het start vanaf het moment dat leerlingen een stem krijgen, ouders participeren binnen een school (ja, dat is investeren en inherent met het aangaan van het ouderschap) en het beleid opgesteld en gevoerd wordt dóór en mét leerkrachten, plus de leiding van een school. Dat vraagt om een andere mindset van alle betrokkenen. Een maatschappelijke bewustwording. Een sense of urgence. Alleen dan kan een verandering ook duurzaam worden.

School draagt maatschappelijke doelen. Maar langzaam maar zeker begint het bij meer mensen door te dringen dat een standaard curriculum daarvoor niet ideaal is, zeker niet voor iedereen. In het woord maatschappelijk staat het begrip ‘maatschap’. Laat dat nu – los van geld –  staan voor ‘een samenwerkingsverband waarin ieder naar eigen aandeel participeert, ‘inkomsten’ worden verdeeld en waarbij middels verbinding iets in gemeenschap gebracht wordt.

Het ‘samenwerken’ lijkt me duidelijk.  Het ‘verband’ bestaat uit leerling, diens ouders, leerkracht, school en eventueel externe partijen. Dat binnen een samenwerking ieder een ‘eigen aandeel’ heeft is eigenlijk ook wel logisch, al vraag ik me soms af of iedereen ook een gezamenlijk doel heeft!? En zo ja, of de doelen voor iedereen helder zijn geformuleerd en van gelijke waarde zijn. Misschien spelen er wel dubbele belangen?

Een ‘eigen aandeel’ kan ook worden gelezen als een eigen professie, met alle verantwoordelijkheden van dien. Of eigen talenten die er altijd zijn en mogen worden ingezet. Een ‘samenwerkingsverband’ is  immers gebaat bij vertrouwen en openheid. Dat voedt de verbinding! Ik heb dat in mijn klas, maar ook in de contacten met anderen en op andere scholen mogen ervaren! Mis je een schakel ,dan houdt het op. Dan krijg je iets van een kaartenhuis.

Het is dus van belang dat er regelmatig wordt afgestemd. En nee, dat hoeft echt niet met ellenlange bijeenkomsten, zeker niet in het digitale tijdperk!

Als ‘inkomsten’ gezien worden als opbrengsten – populair beleidswoord – gerelateerd aan de ontwikkeling die een leerling doormaakt, wat is daar dan voor nodig?  Meer tijd voor luisteren? Afstemmen? Hulp bieden? Een omgeving aanpassen?

Maar wat deel je dan?  ‘What’s in it for me’ houdt veel  samenwerking tegen, hoor ik om mij heen.

Niemand is hetzelfde. Ik leer iedere dag opnieuw van mijn leerlingen. Dat maakt mijn beroep voor mij zo interessant en te gek: van elkaar leren en op een creatieve wijze in een flexibele dynamiek nieuwe (hulp)middelen ontwikkelen. Nee, daar krijg ik geen tijd en geld voor. Ik doe het  omdat dit voor mij ver-DELEN is!

Ik hoop oprecht dat de (term) ‘weigerschool’ snel verdwijnt, net als het stigma op kinderen die anders leren, andere behoeften en ervaringen hebben. Ik gun het alle leerkrachten om de uitdaging aan te gaan het mooie in leerlingen aan hen terug te geven. Daarmee brengen we ze verder, in hun totaliteit, als mens, binnen de gemeenschap, en de samenleving!

Laten we genieten van  de leerlingen die ‘ik kan het wel’ leven. Als ik – zes jaar na dato – hoor dat Maribel werkgevers voor het uitkiezen heeft, verbaast mij dit niets! In de korte tijd dat ik het vehikel heb mogen zijn in haar ontwikkeling viel alles op zijn plek. Ondanks momenten waarop er zand tussen de onderdelen van het ‘samenwerkingsverband’ kwam.

Als onervaren leerkracht voelde ik dat Maribel compleet vastliep, wetende dat het niet aan haar capaciteiten lag. Als je dan uiteindelijk samen op het punt kan komen, waarop het kind – in dit geval Maribel  – de regie  overneemt en gaat vechten voor haar ‘ik-kan-het-wel’, dan is dat onbetaalbaar!

Maribel heeft bij mij het zaadje van ‘vertrouwen’ doen ontluiken. En misschien is ze in die periode wel een klein beetje onbeschoft geweest. Dan stak ze inderdaad een dikke middelvinger op! Niet naar mij trouwens…



Het is heel interessant om dingen eindelijk te begrijpen
(zoals die lach met vervolgens de vraag of ik mijn dossier
wel eens had gelezen) en waarom er dingen worden
gedaan voor mij en andere leerlingen die je als puber/
leerling niet snap of niet wil zien.‘ – Maribel


Joeri doet een stapje terug en bezoekt eerst de Turkse kapper…

Maatschappijleer, het onderwerp multiculturele samenleving. Dat in een klas jongeren waarvan ik weet dat het merendeel een uitgesproken mening heeft een hele uitdaging. De leerlingen in deze klas doen uitspraken waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt en/of rekening wordt gehouden met achtergrond of cultuur. Het is zo’n groep waar wel eens een opstootje is  en ‘het algemeen argument’ is geboren. Het is zo’n sfeer waarin iemand gemakkelijk wordt nagepraat, waar het populisme makkelijk wortel schiet.

Ik besluit deze klas een uitdaging te geven en direct is er aandacht: negatieve, generaliserende opmerkingen mogen alleen in vraagvorm worden gedeeld, zodat we met elkaar in debat kunnen. Onderwerp van gesprek ‘ hangjongeren’. Al snel gaat het over jongeren van Turkse en Marokkaanse achtergrond. De uitdaging blijkt moeilijker dan gedacht. Blijkbaar moet er eerst een hoop ‘oud zeer’ uit.  Op het moment dat de leerlingen zijn  ‘uitgeraasd’, stel ik een vraag: Wat maakt dat iedereen zo op de verschillen zit?

Na een korte stilte en samenvatting van dat wat is verteld, maken de verhalen langzaam plaats voor vragen. Wat is nodig om de jongeren in de gevangenis te helpen; vragen over de hoogte van de straf;  maar er komen zelfs vragen over wat een leerling die was lastig gevallen zou kunnen doen als hij wéér lastig gevallen zou worden.

Wat ontstaat is een bijzonder debat: over groepsvorming, interactie binnen groepen, machtsverhoudingen, ‘stomme’ acties, de zin en onzin van straffen en wat nodig zou zijn om jongeren uit gevangenissen te integreren in de samenleving. Het is prachtig om te ervaren hoe zij de onderwerpen met elkaar bespreken. Ik krijg de ruimte om te observeren, te genieten!

Op een bepaald moment valt mijn oog op Joeri, doorgaans een jongen met een sterke en duidelijke mening. Hij is  een rapper in de dop en probeert zich middels open podia en jongerenwedstrijden in de kijker te spelen. In de klas is hij altijd aanwezig, zeker (of misschien wel juist) tijdens maatschappelijke onderwerpen. Maar nu is hij stil. Wat houdt hem tegen?

Op het moment dat het debat tegen het einde loopt, komt het moment om af te stemmen. Joeri zegt een prangende vraag te hebben, maar deze niet in de groep te willen stellen. Morgen – zo belooft hij – zal hij de vraag én het antwoord meenemen. Zijn glimlach en twinkeling in de ogen maakt iedereen nieuwsgierig…

De volgende dag komt Joeri de klas binnen. Het eerste wat opvalt is dat hij naar de kapper is geweest. Als ik er naar vraag, kijkt hij trots en zegt alleen ‘Ja!’ Weer zie ik die glimlach verschijnen. Als we verder gaan met het gesprek waar we een dag eerder gestopt zijn, steekt hij  als eerste zijn vinger op.

Iedereen had het gisteren over wat er allemaal veranderd moest worden, mijn vraag was: ‘Hoe kan het dat die jongeren buiten hangen en voor problemen gaan zorgen?’ Ik had deze vraag wel kunnen stellen, maar als jullie er ook niet over beginnen, lijkt  het me sterk dat jullie er een antwoord op zouden weten. Daarnaast zijn jullie allemaal Nederlanders. Daarom besloot ik gisteren om naar een Turkse kapper te gaan en daar de vraag te stellen!

Met open mond en vragende ogen kijk ik hem vol bewondering aan. Hij zet zijn lef en ‘naïviteit’ in om naar de bron te gaan. Midden in de samenleving, bij een kapper, het contact aangaan met iemand die naast hem in de stoel zat!! En deze man – zo rond de veertig dacht hij – weet hem te vertellen dat het in de cultuur zit ingebakken; dat de vrouw, ofwel de moeder, voor het huishouden zorgt en dat de man aan het werk is. En dat zou betekenen dat de zorg voor en vooral ‘het letten op’ de kinderen lastig(er) zou zijn. En ja, dan zoek je je vrienden op en ga je op straat hangen…

De klas is doodstil en luistert geboeid naar wat Joeri inbrengt. Heel langzaam komen er nieuwe vragen: Voelen jongeren, met een andere achtergrond dan de Nederlandse, zich eigenlijk wel welkom? Met deze vraag en alle vragen die eruit voortkomen, wordt het doel van de les overstegen. Enige tijd later is een andere leerling zó geïnspireerd dat hij een werkstuk over hetzelfde onderwerp maakt. En naar verloop van tijd constateer ik dat er in deze klas nauwelijks meer (voor)oordelen worden uitgesproken.

Joeri maakte een verschil! Hij was degene die een stapje terug deed, zijn vraag overdacht en zijn oor bij een ander te luister legde, in dit geval bij de Turkse kapper! Hij gaf daarmee het gehele thema een verrassende wending en schiep ruimte. In plaats van op de verschillen te gaan zitten en meningen te ventileren, wordt met ‘vragen stellen’ een weg ingeslagen naar begrip en (indirect) oplossingen over maatschappelijke kwesties.

Swag, Joeri!

Over uitsluiten gesproken #1

Je zult er maar zitten, op een speciale school én in een ongewone klas met ander ‘soortgelijke’ gelabelde klasgenoten. Je wordt elke ochtend opgepikt. Met een taxibusje. In de grote stad of de wijde omgeving. Elke dag. Gebracht en gehaald.

Tegenwoordig is dat busje vaak  wit. Die staat dan, ruim voordat de school begint, voor de deur te wachten met draaiende motor. Dan maak je een rondje, iedere dag hetzelfde. En elke ochtend zie je ze weer: die schreeuwende moeder met haar kind dat niet de bus in wil. Soms brengt een ‘verdwaalde’ ouder je naar school. Is de school niet te ver weg, is het veilig genoeg, dan mag je op de fiets. Dag-in dag-uit ‘zeul’ je met die zware tas op je rug waar niets uit gaat, maar waar alleen maar extra bagage wordt ingestopt.

Iedere ochtend – zo vroeg. Geen rekening gehouden met je bioritme, in een overvolle, stinkende taxi met allemaal ‘ongewone’ mensenkinderen. Zonder mp3-speler of DS irriteer je jezelf aan al die geluiden en ‘prikkels’ om je heen. Want ja, je moet naar school!

Uiteindelijk kom je dan aan bij een afgelegen schooltje, diep weggestopt in een kraakpand in een achterstandsbuurt. Je wordt verwelkomd en ingesloten door een enthousiast team van leerkrachten die jou probeert te empoweren en te overladen met – vooral – kennis zodat je uiteindelijk, zo is de verwachting zeggen de kwaliteitskaarten, in het gewone onderwijs verder kan.

Perspectief noemen ze dat. En soms, heel soms kom je thuis te zitten…
Maar er is ‘hoop’. En die lijkt dichterbij dan ooit: de aparte klas voor de leerling met specifiek label. Ik lees een artikel in Het Parool en YES! zou je kunnen denken. Er wordt meegedacht met een bepaalde doelgroep.

De vraag is echter of deze aparte klas wel zo nieuw is!? Op verschillende scholen in verscheidene landen wordt al gewerkt met aparte klassen.

Ga eens naar Eindhoven, daar is een ‘inclusieve’ school met een speciale vuursteenklas. De bijzondere leerlingen in deze bijzondere klas krijgen een eigen lokaal met juf (of meester), waarna ze op gezette tijden ook weer instromen in ‘gewone’ groepen.

In dit Parool-artikel gaat het specifiek over leerlingen met een andere cognitieve stijl, een stijl waar zaken als (er zijn er meer, zie de verklaringsmodellen) communicatie, sociale interactie en (niet te onder-/overschatten) sensorische waarnemingen echt wezenlijk anders kunnen verlopen.

Maakt ze dat speciaal? 
Maakt ze dat als mens anders? 
Waar zitten de overeenkomsten? 
Wordt er echt begrepen waarom ze zijn wie ze zijn?

In mijn klas tracht ik mijn leerlingen duidelijk te maken (door ervaring, inzicht en begrip) dat wanneer ze alleen de verschillen zien, dat er nooit een brug geslagen kan worden naar overeenkomsten.

Het is natuurlijk heel nobel dat de VVD – samen met stichting Mama Vita – zich hard maakt voor deze bijzondere leerlingen! Jammer is dat in beginsel, in het taalgebruik en in de visie, alleen verschillen worden benoemd. Bijvoorbeeld de eerste zin op de site van Stichting Mama Vita:

Je bent moeder/verzorgster of professional van een prachtig, 
speciaal kind(eren) met diagnose …


Ik ben geen moeder en heb (nog) geen kind met een diagnose!? En wil ik dat eigenlijk wel? Komt het dan ook in een ‘speciale’ klas?

Zolang in de taal begrippen als speciale, reguliere en (on)gewone de overhand houden, zal uitsluiten onderdeel zijn van onze samenleving.

Natuurlijk, het is heel goed dat ouders een pact vormen en opkomen voor hun kinderen. Blijven doen! Maar mis je als ouders vaak niet de (volledige) kennis/binding om het ‘onderwijssysteem’ te doorgronden? En daarbij, als ik in een artikel zinnen lees als:  “…ze niet goed meekomen in gewone klassen…”, toont dat niet het aanstaande faillissement van ons onderwijssysteem (en samenleving) aan?

Dit is de realiteit. Schijnbaar. Het zit in deze omschrijvingen van probleemsituaties.


ZIJ kunnen niet goed meekomen…

Precies, het ligt bij de leerling! Zo zien we dat dus! Daarom zitten er natuurlijk ook zoveel leerlingen thuis. Nou ja, veel… Misschien procentueel niet. Maar voor mij is één leerling al te veel.

Mijn vraag: VOOR wie gaan WIJ het systeem veranderen? VOOR die leerlingen? Voor de scholen? Voor de ouders? Voor de samenleving?

Als het probleem vooral bij de leerling ligt, laten we dan met hen in gesprek gaan en de onderwijsomgeving samen aanpassen! Is dat realistisch? Ik denk het wel. Laten ‘we’ ze het eens ‘gewoon’ vragen!

Mijn eerste vraag zou zijn: ‘Waar en wanneer voel jij je prettig?
Volgens mij gaat het om het welbevinden van het kind. Maar wat houdt dat in? Dat het kind zich laat herkennen aan signalen van voldoening? Dat het geniet, deugd beleeft? Dat het kind ontspannen is, innerlijke rust toont, energie in zich voelt stromen en vitaliteit uitstraalt, open is en zich voor de omgeving toegankelijk opstelt, spontaniteit aan de dag legt en zichzelf is? Wanneer is zo’n moment?

Vervolgens zou ik willen vragen: ‘Waar zou jij graag naar school willen gaan?
Omgeving en groepsdynamiek spelen een belangrijke rol. Het gezin, de buurt, de school, de klas, vrienden. Zou de buurt waarin het kind woont, niet de ideale plek zijn om naar school te gaan? Zoals bijv. Cleves Primary School in London, een school waarin iedereen welkom is en veel activiteiten gedragen worden door ouders en buurt. Een mini-samenleving.

Het gaat in eerste instantie over het welbevinden en daar zijn leerlingen bij nodig. Geef hen dus medezeggenschap! Het sterkt het gevoel van eigen verantwoordelijkheid en stimuleert daarmee op een positieve wijze het eigen leer-, en ontwikkelproces. Ook goede relaties met de leerkracht en medeleerlingen hebben een positief effect op het welbevinden van een leerling. Is dit in het idee van VVD en Mama Vita meegenomen?

Een volgende vraag zou kunnen zijn: ‘Wat heb jij nodig?
Daarvoor heb je jezelf als leerkracht al afgevraagd hoe het kind nu eigenlijk precies denkt? Waarop en wanneer het ‘vastloopt’ in gedachten? Wat maakt dat het ‘blokkeert’ (intrinsiek/extrinsiek)? Je bent de relatie aangegaan met het kind, je hebt het gesprek gevoerd, geluisterd en er is wederzijds begrip. Je bent samen op zoek gegaan naar wat nodig is en vooral HOE een omgeving aangepast dient te worden. 

De nieuwe mindset kan zich vertalen in een stimulerende dagelijkse praktijk, in het zien van mogelijkheden, voorbij de functie van gedrag, taken of eisen die worden gesteld. Soms is een simpele aanpassing voldoende. Soms vraagt het een gezamenlijke inspanning: van het kind zelf, de leerkracht, de ouder, de school en/of de buurt.

Met andere woorden:

Ik weet niet of een aparte klas nu direct een duurzame oplossing is. Als het de visie ‘bonding and bridging’ van Putnam in zich draagt, zie ik mogelijkheden. En deze aanpak begint met ‘bonding’, het de verbinding en relatie aangaan. Maar ook het zien van overeenkomsten en (h)erkennen van talenten en (on)mogelijkheden zijn belangrijke richtingwijzers.

De uiteindelijke brug wordt mijn inziens geslagen met een werkelijk open mindset. Daarin zijn acceptatie en vertrouwen nodig om de HOE-vragen te verwezenlijken. En daarbij is de stem van de leerling een onmisbare schakel en zal er altijd buiten de lijntjes gekleurd moeten kunnen worden.

Tot slot: ontwikkeling heeft tijd nodig, dus wees geduldig…

#wordtvervolgd (…zeker na vandaag!)

Vermoorden scholen creativiteit en divergent denken!?

Voor mij een ‘nieuwe’ inspirator Sir Ken Robinson. Hij pleit voor een onderwijssysteem dat creativiteit koestert in plaats van ondermijnt. Ik hoor de wens van het ‘divergent denken’ en ook de ‘eigen regie’ en ‘verantwoordelijkheid’ er in door. Maar vooral het daar laten waar het hoort, bij het leerproces van de leerling!

Robinson gebruikt creativiteit als vehicle om zijn visie op education – niet te verwarren met het woord ‘onderwijs’ – verder te brengen. Educatie is de basis om onze future parents – onze kinderen, de leerlingen – op te voeden en hen mee te nemen op een socratische reis waarin een ‘vraag’ op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden. Een vraag die meerdere vragen brengt.

Het is een feit dat het divergent denken afneemt, mede doordat ons onderwijssysteem vragen bedenkt (of denkt te willen bedenken) waar enkel één antwoord mogelijk is. Een farce. Juist leerlingen uit mijn dagelijkse praktijk denken ofwel zeer divergent ofwel een vraag levert zoveel extra vragen op dat er zelfs stress ontstaat! Zeker als vragen een ‘verborgen boodschap’ bevat…

Met de geniale metafoor van ‘het meisje met muziek in haar oren’ boort Robinson dwars door vele lagen heen, naar de kern ven het ZIJN van het meisje, ofwel de mens, het kind en/of de leerling voor je! Het laat zien hoe de psychiater écht kijkt naar het meisje en de verhalen van moeder – en vooral het reproduceren van de leerkracht – aanhoort maar ook weer snel loslaat. De radio aanzetten was misschien een gok, maar zijn divergent denken en mogelijk creatieve oplossing was meer dan een schot in de roos! Het is een prachtig voorbeeld van WEZENlijk anders kijken – omdenken – naar een (zorg!?)leerling. Is er nog ‘zorg’ als je het juiste doet? Wat is het juiste doen? Wat is daar voor nodig? Probeer het eens… Vanuit een open mindset

Wat nu als de leerkracht van het meisje net zo kon ‘kijken’ als deze psychiater? 
En dus: Wanneer ben je een ‘professional’ en vooral, wat is daar voor nodig?

Mogen leerlingen zijn met alles wat ze bezitten? Mogen leerlingen ‘outside the box’ denken? Is het onze – als ouder, opvoeder, leerkracht, samenleving – angst dat een kind beter divergent kan denken dan wij als volwassenen? Luisteren we écht naar kinderen? 
Slaan we niet te snel mooie, bijzondere overdenkingen dood door feitelijk te reageren met onze (levens)ervaring?

Ja, er zijn kerndoelen in het onderwijs. Fijn enerzijds om aan te toetsen waar een kind meer hulp bij nodig heeft. Anderzijds: Is er voldoende kennis bij leerkrachten van de kerndoelen, om deze te toetsen en een curriculum te ontwikkelen? Is het niet zo dat Plato ooit zei dat alles opschrijven een mens ‘lui’ maakt? Geldt dat in deze context ook voor leerkrachten?

Kunnen leerkrachten creatief omgaan met leerlingen die anders leren en anders ZIJN? Kan een leerkracht de stof – mits het tijd en ruimte krijgt – de stof in – anders dan staat voorgeschreven – behapbare brokken aanbieden? Kan een leerkracht het gedrag van een kind begrijpen en het volgen? Loslaten en vertrouwen? En toch de leiding houden… Het kan!

Geef creativiteit de ruimte! Voor iedereen die SAMEN werkt. Vertrouw op de mogelijkheden van de leerlingen & de leerkracht als professional!

Ons opleidingssysteem heeft onze geesten gemijnd op de manier waarop we de aarde stripmijnen voor een bepaalde grondstof. In de toekomst dient ons dat niet! We dienen de fundamentele beginselen te heroverwegen op basis waarvan we onze kinderen opleiden.” zoals Ken Robinson perfect verwoordt.


Een bron van inspiratie en bevestigt tevens dat niets is wat het lijkt!


Ow, en een kritische noot: Ja, hij heeft op een humoristische en leuke manier zijn ‘talk’ vorm gegeven waardoor je geboeid blijft. Het mist echter vooral de HOE-vraag, daar waar Robinson alleen het WAT behandeld! Dirk de Boe e.a. komt in juni met EDUSHOCK, wellicht zal dit de HOE-vraag voeden…