Blog : visie

Jaspers had lef!

Wat wij in kleine verhoudingen doen, heeft ergens, hoe dan ook, zijn repercussie op het veld van de gehele samenleving, op de wijze waarop wij in het groot met elkaar proberen een leefbaar bestaan te bereiken.” – Karl Jaspers

Op (onder)zoek!

Het startte allemaal na de zomer van 2006, mijn diploma van de PABO was eindelijk binnen. Ik had wat meer tijd genomen om mijn studie af te ronden. Waarom? Omdat ik altijd het gevoel had dat de schoen ergens wrong. Om na te denken over de ontwikkeling van mezelf, over onderwijs, over opvoeding en specifiek die van mensenkinderen die als ‘anders’ te boek staan. Een intrigerende mix waar vele meningen en visies elkaar ontmoeten. Ik miste de verbinding tussen visies, een bovenliggend paradigma, de samenwerking tussen scholen en (naar wat ik later een woord kon geven, dankzij een inspirerende ‘master’) het principe ‘apprenticeship’!

Voor de lerarenopleiding heb ik een jaar gewerkt bij zeer moeilijk lerende kinderen en daar is mijn ‘liefde’ voor leerlingen die anders leren gegroeid. Bij hen, en bij welk kind niet trouwens, is het aangaan van de relatie van groot belang! Op de lerarenopleiding werd er naar mijn mening veel te weinig aandacht besteed aan leerlingen die (zeer) moeilijk leren. Met een aantal docenten en medestudenten kon ik daar overigens wel over ‘sparren’, over speciaal onderwijs, andere onderwijsvormen, wat dit nu precies inhoudt voor elke individuele leerling, de omgeving en wat daar voor nodig zou zijn om leerlingen verder te brengen in de samenleving. Andere perspectieven hebben mij altijd getrokken, omdat in mijn beleving gestandaardiseerd onderwijs niet bestaat. Iedere dag, iedere leerling en iedere leerkracht is anders. Het is constant balanceren tussen ‘dat wat moet’ en ‘dat wat de leerling echt nodig heeft’.

Mijn diploma binnen en dus solliciteren. Vele brieven de deur uit in Brabant en beet, een VSO school in ’s-Hertogenbosch. Het gesprek was goed, ik had er een goed gevoel bij, het was de doelgroep waarvoor ik me graag voor wilde inzetten. In januari 2007 startte ik met een eigen groep. In een half lokaal zat ik met vijf leerlingen en een diversiteit aan ‘zijn’ en specifieke noden. Niets was op orde en ik moest van ‘scratch’ af aan bouwen om de klas te vullen met materialen en uitdagende activiteiten. Al snel had ik door dat de erfenis van het vroegere speciaal onderwijs (dagbesteding en ‘de bank en het dartbord in de klas’) plaats diende te maken voor resultaten en opbrengsten. Een slag die overigens, door verschillende variabelen, nog steeds niet gedegen uit de verf komt. Met een aantal collega’s hebben we de eerste vertaalslag gemaakt om de organisatie in de school voor de leerlingen te verbeteren. Wat voor mij de eerste anderhalf jaar duidelijk werd, mede dankzij de vele gesprekken met leerlingen en collega’s, was dat het samenvoegen van leerlingen ‘die graag willen leren maar niet weten hoe’ en de ‘ik ga niet leren, waarom zou ik, waar heb ik het überhaupt voor nodig’-leerlingen geen perfecte ‘match’ was. We hebben twee stromingen gerealiseerd, aan veiligheid en vertrouwen gewerkt en daarna ons toegelegd op de volgende missie: reguliere examens! De school werkte met IVIO, echter was er in de omgeving van ’s-Hertogenbosch op een enkeling na geen examen-/toelatingscommissie van het MBO die ervan gehoord had. En daarbij, ook deze leerlingen hebben ‘gewoon’ recht op staatsexamens! Nadat dit stond en mijn derdejaars leerlingen in de startblokken stonden om aan hun eerste examens te beginnen heb ik samen met een collega voorgesteld om vakoverstijgend te gaan werken, je als leerkracht vakbekwaam te maken en a.d.h.v. doelen methodes aan te passen op de cognitieve stijl van deze groep leerlingen. Die stap was blijkbaar een brug te ver en zorgde voor een zeer verassende wending. Na dit voorstel kwam de focus op persoonsbehoud te liggen. Mijn visie op onderwijs leek zich te verplaatsen naar mensvisie. Al jaren (en nog steeds) werkte ik met een piercing door mijn lip. Ineens moest die uit of ik “moest maar een school zoeken waar dit wel mocht..”!? Hoe motivatie en passie om het best mogelijk onderwijs te realiseren ineens heel persoonlijk kan worden, bijzonder. Als gevoelsmens was ik niet opgewassen tegen het ‘regeltjesgeweld’ en de wijze van benadering. Na ruim drie jaar bleek mijn huid niet dik genoeg en ben ik op zoek gegaan naar een school waar de menselijke maat wel hoog in het vaandel stond.

Een kleine SO-school in Breda moest de uitkomst worden. In het gesprek leek het gras groener, want (zo werd gezegd) alleen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling zou nog een slag gemaakt moeten worden. Nou, perfect, dat was juist waar ik in ’s-Hertogenbosch op had ingezet. Niets bleek minder waar en na een maand besefte ik (en werd gelukkig ook bevestigd) dat ze ‘gewoon’ iemand nodig hadden en dat het verhaal tijdens het gesprek vele malen mooier was gemaakt dan de werkelijkheid liet aftekenen. Liegen kun je dat ook wel noemen… Er moesten wel meerdere slagen gemaakt worden… Ok, ‘daar gaan we weer’, schouders eronder en in combinatie met een studie ‘Autismespecialisme’ voor de boeg zouden er veel veranderingen voor de leerlingen op komst zijn…dacht ik…hoopte ik… Een deceptie bleek achteraf. Van ‘boven’ werden lijnen uitgezet en naar de vloer werd minimaal geluisterd. Ook het team waar men zich zeer onveilig voelde en waar zelfs een psycholoog aan te pas diende te komen, kon niet voorkomen dat velen de school weer verlieten. ‘Proberen te bouwen op beton dat niet hard wordt’ heb ik het beleid op deze school altijd genoemd. Zelfs een ‘motie van wantrouwen’ werd achteraf door de overige initiators niet ondertekend. Met “…maar we hadden een biertje op…” werd het afgedaan. Van transparantie was vanaf het sollicitatiegesprek weinig te merken. De druppel was toen mijn toenmalige integraal directeur mij op het matje riep en na een situatie (eenzijdig conflict) en zonder alle partijen te horen mij als ‘betweter’, ‘negatieveling’ en ‘roddelaar’ wegzette. De grens was bereikt. Mij werd langzaam duidelijk hoe ‘het spel’ gespeeld werd en dat deze gesprekken er dus voor zorgen dat mensen bang zijn en klein gehouden worden. Later heb ik nog wel een gesprek aangevraagd. Insteek was een vraag die me bezig hield; of zijn beeld van mij (het door hem benoemde ‘laisser faire’ aanpak en ‘experimenteren’) van invloed zou kunnen zijn als hij met deze ‘bril’ mij be(/voor)oordeelt? “Dat zou best eens kunnen!” was daarop het antwoord. Eerlijk van hem en voor mij een positieve afsluiting van een relatief korte samenwerking.

Ruim een jaar geleden startte ik op mijn huidige school. Met een gedreven locatieleider had ik alle vertrouwen dat ik met mijn kwaliteiten en mogelijkheden zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlingen en de school. En ja, van haar heb ik mogen aanpassen voor en (onder)bouwen (van/)aan beter onderwijs en het motiveren en empoweren van leerlingen! Het eerste half jaar was top. Een klas waarin mijn geliefde ‘apprenticeship’ bewaarheid werd. Ik voelde me als een vis in het water en had zin om vol het nieuwe jaar gaan. Een nieuwe, frisse groep. Maar het liep anders. Voor het eerst sinds vier jaar kreeg ik weer een gemixte groep, een groep waarin de noden zo ver uiteen liepen dat van ‘binding’ nooit sprake is geweest, laat staan ‘bridging’. Ja, individuen verder brengen is me gelukt, echter groeit het besef dat op ‘deze wijze’ het speciaal onderwijs in stand gehouden wordt. En natuurlijk ging ik er voor de volle 100% in, maar in december werd ik verkouden (dat ik niet vaak ben) en dat hield aan tot eind januari. Tussendoor werkte ik ‘gewoon’, maar na een beginnende longontsteking en anderhalve week op bed te hebben gelegen is er een periode aangebroken van nadenken en ‘finetunen’ van gedachten, mijn visie op dit type (speciaal) onderwijs en het echt benutten van mijn kwaliteiten. Het voelde als het eerste half jaar van mijn ‘korte’ loopbaan. Ik werd terug in de tijd gesmeten en het turbulente jaar koste me veel energie.

Tijd voor bezinning! De afgelopen weken/maanden heb ik veel nagedacht over wat ik wilde. Ik mis het onderzoeken en de tijd om hier aan te werken. Er zijn veel thema’s die me bezighouden, waaronder diversiteit, ‘bonding and bridging’ op micro- en macroniveau en de verbinding en transitie van speciaal en(/naar) regulier onderwijs. Maar ook de inzet van nieuwe media/vormen binnen onderwijs. Ik weet ook dat er al zoveel mooie dingen gedaan worden in het onderwijs en ik wil ook dit onderzoeken en eventueel uitzetten in mijn praktijk. Mijn huidige context is zeer complex (klassen met 13 leerlingen (vroeger 9!), problematiek en niveau gemixt in één groep, één groepsleerkracht geeft alle (!!) vakken, volgt de leerling ook sociaal-emotioneel, onderhoudt oudercontacten, schrijft verslagen (ongoing proces) op basis van gedegen observaties). Om mijn onderwijspraktijk te verrijken wil ik graag vooruit. Ik wil op zoek en schrijven over mijn dagelijkse praktijk, good practices delen en bouwen aan goed onderwijs. Binnen mijn eigen werkcontext is hier te weinig ruimte voor. Ik heb het idee dat er ook niet echt geluisterd wordt en dat beperkt mijn gevoel van autonomie en remt mij op een onnatuurlijke wijze. Dat maakt dat ik deze ruimte ga pakken door een dag ontslag te nemen om ideeën/vraagstukken uit te werken, om te onderzoeken en om het onderwijs in mijn klas, voor mijn leerlingen en vele andere leerlingen die anders leren en/of thuiszitten te verbeteren!

Here I go, plons!

Waarom thuis zitten als je op school welkom bent?!

Probleemleerling als risicofactor”, zo kopt het Reformatorisch Dagblad vandaag! Een bijzondere kop, daar waar leerlingen gezien blijven worden als ‘probleem’… Verder in het artikel wordt zelfs nog eens de denigrerende uitspraak van die politicus herhaald. Blijkbaar had de schrijfster even een blind ‘vlekje’. 

Laten we stoppen met stigma’s in leven houden… Waar het om gaat is namelijk veel belangrijker: leerlingen die thuis zitten omdat zij en hun ouders geen plek vinden in het onderwijs, iets waar zij wel RECHT op hebben! Om dan eenzijdig naar de leerling te wijzen is veel te kort door de bocht.

In mijn vorige blog doe ik een voorstel om scholen voor regulier en speciaal onderwijs samen te brengen onder één dak. Vanuit de visie ‘gebruik maken van elkaars kwaliteiten’ zou je mogen stellen dat er binnen het speciaal onderwijs specialisten werken die weten hoe te werken met leerlingen die andere onderwijs leer-/zorgbehoeften en vragen.

Er wordt op de weg naar ‘passend’ onderwijs – die al sinds 2004 is ingezet – veel te weinig gebruik gemaakt van elkaars expertise. En ondanks – leg dit in het buitenland eens uit – dat ‘we’ speciaal (basis)onderwijs hebben, blijft het natuurlijk nog steeds verwonderlijk dat er ongeveer 16.000 ‘onderwijswezen’ zowel kort- als langdurig thuis zitten.

We hebben toch speciaal onderwijs in het leven geroepen om… Ach, laat ook maar!
Op zoek gaan naar oplossingen biedt wellicht meer perspectief…

Samenwerken en op (onder)zoek!In het stuk dat vandaag verscheen benoemt Katinka Slump ‘schaalvergroting’ en de ‘professionalisering van de schoolbesturen’ als belangrijke oorzaken voor de toename van het aantal thuiszitters.

Zelf ben ik werkzaam binnen een stichting voor speciaal onderwijs en is de schaalvergroting – mede door een fusie – duidelijk voelbaar! Inzoomen op de noden en behoeften van individuele leerlingen wordt mij als leerkracht steeds moeilijker gemaakt. Door verschillende (achterhaalde) protocollen en nauwe kaders wordt ook in het (voortgezet) speciaal onderwijs van mij als leerkracht verwacht dat na vier jaar een leerling met dezelfde bagage als in het regulier onderwijs wordt afgeleverd! Dit schijnt opgedragen te zijn door de inspectie, zo zegt men!? Het doel: hetzelfde uitstroomperspectief als reguliere leerlingen. 

De voorwaarden die daar voor nodig zijn worden minimaal geschapen. Faciliteren is een vies woord. Dus ook in het speciaal onderwijs is de druk voor leerkrachten en leerlingen zeer hoog! Dat kan een verklaring zijn dat er zelfs leerlingen uit het cluster4 onderwijs thuis komen te zitten en/of doorstomen naar interne opname…

Volgens mij zou de visie in het speciaal onderwijs dienen te zijn dat er gekeken en gewerkt wordt naar wat van belang is voor de leerling, op zowel pedagogisch als didactisch vlak. Dit om vervolgens – waar nodig – de (directe/familie-/leef-)omgeving aan te passen! Dit om het aanleren van vaardigheden te vergemakkelijken, waardoor moeilijkheden overwonnen kunnen worden. Vervolgens kan gezorgd worden dat de transitie naar het regulier onderwijs, ook wel bonding and bridging genoemd, plaats kan vinden! Speciaal onderwijs zou een tijdelijke pitstop – stilstaan, kijken wat nodig is, nieuwe brandstof en GO! – dienen te zijn!

Het grote geheel ingezoomdMet ‘professionalisering van de schoolbesturen’ doelt Slump op het feit dat er steeds meer professionals zonder onderwijsachtergrond in besturen plaatsnemen. Daar zou je aan toe kunnen voegen dat prioriteiten en doelen van bestuurders anders (kunnen) liggen dan die van de leerkracht op de vloer. Dat is al merkbaar wanneer je een inhoudelijk gesprek voert met de laag/lagen tussen de leerkracht en het bestuur. Het gaat niet meer over de leerling en diens specifieke en individuele onderwijsbehoefte(n), maar om (opbrengstgerichte) doelen die gerealiseerd dienen te worden.

Wanneer je als leerkracht ziet dat in de dagelijkse praktijk aanpassingen nodig zijn, dient dit inhoudelijk via verschillende kanalen onderbouwd te worden. De leerkracht wordt op deze wijze in mindere mate als professional gezien, opgezadeld met onnodig veel werk en niet de ruimte geboden om ‘good practices’ te delen. Het gaat ten koste van de ontwikkeling van leerlingen! Leerkrachten voelen zich niet gehoord en de ruimte om bij/met leerlingen echt ‘onder de ijsberg’ te gaan en te investeren in de totale ontwikkeling van deze leerlingen komt in het gedrang.

De oplossing is dus simpel: een heldere visie en missie voorleven, praktisch uitvoeren met de noden van leerlingen met speciale/andere onderwijsbehoeften voorop! De vakinhoudelijke kennis volgt! En wie kan dit beter organiseren dan de professional ‘op de werkvloer’? Zij werken dagelijks met de leerlingen. En ja, een wetswijziging is zeker een belangrijke stap en biedt kansen voor veel leerlingen, want zoals Slump stelt: “…het gevolg is dat nieuwe wetten nu alleen getoetst worden aan de vrijheid van onderwijs, een recht dat wel in de Grondwet staat. Of het recht op onderwijs in het geding is, wordt onvoldoende onderzocht.” 

Er ligt dus een grote verantwoordelijk bij leerkrachten zelf. Deze dient ook genomen te worden! Beleid dat zonder enig overleg top-down wordt opgelegd maakt mensen juist lui en onverantwoordelijk. Dat leidt tot nog meer willen toetsen en controleren! 

Het is juist de leerkracht die het verschil maakt, een open deur lijkt me. Het is dan ook aan leerkrachten om duidelijke grenzen te stellen en beleid mee te ontwikkelen, met oog voor de leerling en eigen professionaliteit. En ja, soms is het nodig om burgerlijk ongehoorzaam te zijn!

En dan natuurlijk de belangrijke vraag: is iedere leerkracht toegerust op leerlingen met andere onderwijs-/zorgbehoeften? Op twitter volgt een dialoog met Hannes Minkema waarin hij aangeeft niet het gevoel te hebben bij machte te zijn om zijn onderwijs echt passend te maken. Zelfs vanuit mijn context een herkenbaar gevoel! Als hoofdzaak noemt hij tijdgebrek, te volle klassen en veel lesuren waardoor er weinig tijd per leerling overblijft voor aandacht en differentiatie. Ook zegt Minkema dat het aantal leerlingen toeneemt waarbij ouders individuele aandacht, begeleiding en traject-op-maat verwachten. En natuurlijk heeft hij gelijk dat het een te grote verantwoordelijkheid is voor een leerkracht om het alleen te doen.

Daarom pleit ik voor gedeelde verantwoordelijkheid, het nemen van autonomie, kennis delen als eerste stap en SAMEN met leerlingen, ouders, leerkrachten én bestuurders de verbinding maken om samen te bouwen aan goed onderwijs!

Minkema stelt voor om in de provincie Drenthe proef te draaien met ‘passend’ onderwijs. Een goed idee, een pilot, kinderziektes eruit en door… Graag zou ik een berekening willen zien van alle onderwijsuitgaven en scholen/klassendeler/zorgleerlingen/thuiszitters nu en daar tegenover een berekening van alle onderwijsgelden bij elkaar, het speciaal onderwijs opheffen en een concept neerzetten waar zowel vrijheid als recht op onderwijs een plek vinden binnen scholen.
Ontstaan er dan niet automatisch kleinere klassen?
Kan er dan niet extra begeleiding per school ‘ingekocht’ worden? 

En daarbij, je creëert automatisch een andere mindset. Dit omdat alleen een SAMENleving als geheel dit kan dragen. En natuurlijk betekent dit een hoop praktische ‘bezwaren’, bijvoorbeeld dat er schoolgebouwen zijn die niet toegerust zijn op het leerproces maar op klassen van max. 32 leerlingen. Of dat lesuren anders ingedeeld dienen te worden (flipping, lesuren van 70-90 min., …), opleidingen wellicht anders vormgegeven dienen te worden… Het moet kunnen!

Het gaat er om dat we op de lange termijn in Nederland goed onderwijs bieden waarbij iedere leerling zich op school welkom voelt, gezien wordt en zichzelf – vanuit vertrouwen en zijn/haar gehele zijn – maximaal kan ont-wikkelen! Het is onze taak als samenleving en aan leerkrachten – changemakers – om iedereen in te sluiten door gebruik te maken van elkaars talenten. Het start bij jezelf als opvoeder! Voorleven…

Een utopie?

Dacht het niet!

Leerrecht als onze plicht!

Of ik de moeder van een leerling deze ochtend even wilde bellen. Er waren positieve ontwikkelingen rondom haar kind en wilde mij eerst spreken voordat zij haar kind zou inlichten. Moeder klonk opgelucht toen ik belde (moeder had al verschillende mails verstuurd de avond ervoor #poingpoing) en vol enthousiasme stak ze van wal. In samenspraak met haar man had ze de ‘stoute schoenen’ aangetrokken, trossen los gegooid en gebeld naar een reguliere school. De geschiedenis van het kind deerde de school niet. Vol vertrouwen in hun zorgroute nodigde zij ouders en kind uit voor een gesprek! Moeder wilde peilen wat ik van de ontwikkelingen vond…

Als leerkracht binnen het cluster4 onderwijs voel ik voortdurend het spanningsveld tussen dat wat de opdracht is vanuit de school, wat (opgelegd/)bereikt dient te word(t)en, en de (toch ‘iets’ wat andere) onderwijs(leer)behoeften van leerlingen. Voor wie het niet weet, een cluster4 school is er voor leerlingen met ernstige gedrags- en/of psychiatrische problemen. Overheidsbeleid heeft er voor gezorgd dat in de eerste helft van de vorige eeuw speciale scholen ontstonden “ter ontlasting van het gewone onderwijs”. Na verschillende wetten was er 1990 de inleiding naar ‘Weer Samen Naar School’ met als doelstelling om leerlingen met speciale onderwijsbehoeften regulier basisonderwijs te laten volgen. “Leerlingen horen zoveel mogelijk in hun woonomgeving naar een reguliere school te gaan. […] Afzonderen van leerlingen is een verlies voor zowel het kind dat afgezonderd wordt, als voor kinderen waarvan een leeftijdsgenoot wordt afgezonderd”. In de wereld werd er in die tijd ook gesproken over de rechten van het kind. Door UNESCO werd het ‘Salamanca Statement’ getekend. Het verdrag verklaart onder andere dat ieder kind een fundamenteel recht heeft op onderwijs, in staat moet worden gesteld een acceptabel niveau van leren te bereiken en dit op peil te houden, dat ieder kind unieke eigenschappen, interesses, mogelijkheden en leerbehoeften heeft, dat opleidingen en onderwijsprogramma’s moeten worden ontworpen/ingevoerd die rekening houden met deze eigenschappen en leerbehoeften en last but not least, de toegang tot reguliere scholen er moet zijn!

Onderwijs op maat is dat waar het speciaal onderwijs expert in is…toch? Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger! Ook in het cluster4 onderwijs wordt gewerkt met directe instructiemodellen, standaard (neurotype) methodes, toetsen en cito’s om leerlingen te passen en meten in het standaard curriculum. Daarnaast kan praktijk ondervindelijk de hypothese gesteld worden dat door segregatie welbevinden achteruit gaat, probleemgedrag wordt versterkt en dat verschillen in stand worden gehouden. Zet alle leerlingen met een ‘soortgelijk’ cognitieve stijl bij elkaar, leren zij dan omgaan met alle verschillen in de maatschappij? Is het niet juist belangrijk om te kijken wat leerlingen nodig hebben om moeilijkheden en problemen te overwinnen? En is het dan mogelijk om de onderwijspraktijk af te stemmen en aan te passen op de leerbehoeften van de leerling? Volgens mij kan de theorie van Putman, ‘bonding & bridging’, hier als analogie gebruikt worden. Waar het om gaat is dat het voor leerlingen belangrijk is dat er voldoende sociale veiligheid is (bonding) om vervolgens met een positief welbevinden en een gereedschapskist aan tools een brug te kunnen slaan naar andere groepen (bridging) in de maatschappij.

En natuurlijk, als je leerlingen te vroeg in een reguliere setting zou plaatsen kan de onzekerheid van alle betrokkenen toenemen en de beoogde integratie stagneren. Dat betekent dat ‘gemengde klassen’ dusdanig ingericht dienen te zijn dat die meer voorspelbaarheid bieden. Regelmatig verwonder ik me dat reguliere scholen beter hierop toegerust zijn, benijd hen en zie direct kansen voor meer dan de helft van mijn klas! Het aanpassen van de omgeving is het eerste spoor. Het tweede spoor is de richting waarbij de leerling met andere onderwijs(leer)behoeften vaardigheden aanleert waarmee hij zichzelf kan aanpassen aan de omgeving. En voor deze sporen zijn de dwarsliggers, de mindset en tact van leerkrachten/ouders/visie van scholen erg belangrijk om de voortgang te bespoedigen! Wanneer er niet echt geluisterd, begrepen en gekeken wordt (vanuit je hart, van mens tot mens) zal het spoor (blijven) doodlopen.

Een goede school is een school die een actieve bijdrage levert aan persoonsvorming en identiteitsontwikkeling van leerlingen, waarbij wordt uitgegaan van gelijkwaardigheid en diversiteit. Leren omgaan met verschillen is bijzonder handelingsgericht en zet o.a. aan tot het ontwikkelen van empathie. Mijn voorstel is (als eerste stap naar mijn ‘edutopia’) om speciaal onderwijs en regulier onderwijs in één gebouw onder te brengen en samen te werken aan de ontwikkeling van ieder kind! Er vindt te weinig kruisbestuiving plaats en zo blijven verschillen op micro-, meso- en meta-niveau bestaan. Het draait om verbinding, de bruggen ten behoeve van het kind! Sterker nog, er zijn theoretici die beweren dat door integratie op vroege leeftijd het sociale isolement voorkomen kan worden. Dat op een gevarieerde school leerlingen juist leren om te gaan met verschillen. Want is het niet zo dat door het verschil speciaal/regulier verhinderd wordt dat leerlingen op voet van gelijkheid deel kunnen nemen aan activiteiten? Worden zo dus niet juist waardevolle ervaringen misgelopen? Uitsluiten maakt meer kapot dan we elkaar lief zijn!

…en dus heb ik aangegeven dat wanneer een reguliere school veel vertrouwen in eigen handelen en dus ook zonder (voor)oordelen een kind welkom heet, ouders er voor moeten gaan! Deze ouders nemen hun plicht om te gaan voor het recht dat zij voor hun kind hebben. Met een big smile wens ik mijn leerling en zijn ouders een behouden vaart toe. Ik heb alle vertrouwen in het kunnen van deze jongen, begrijp zijn ‘zijn’ en hij heeft het lef zichzelf te laten zien en samen te bouwen aan zijn ontwikkeling.

Voor mij is vandaag maar weer eens duidelijk geworden dat het bieden van perspectief, vertrouwen en relatie onmisbaar zijn in het onderwijs. Mijn missie wordt steeds helderder…over tien jaar geen speciaal onderwijs meer! ‘Passend’ voorbij, geen ‘box’ meer, dat…

Arts, M. (2005). Indicatiestelling en criteria. voor het speciaal onderwijs of een rugzak. http://www.oudersaanzet.nl/ktmllite/files/uploads/publicaties/indicatiestelling.pdf: Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling
Doornbos, K., Stevens, L.M (1987). De groei van het speciaal onderwijs. Analyse van historie en onderzoek. Den haag: Staatuitgeverij.
Houten van, D. (2004). De gevarieerde samenleving. Over gelijkwaardigheid en diversiteit. Utrecht: De Tijdstroom.
Konings, M. (2006). Inclusief onderwijs: is dat onderwijs inclusief BTW? JSW, jaargang 91 oktober 31-35.
Peeters, T. (2004). Autisme. Van begrijpen tot begeleiden. Antwerpen-Baarn: Uitgeverij Hadewijch.
Putman, R. (1995). Bowling Alone: America’s Declining Social Capital. The Journal of Democracy, 6:1 , 65-78.
Schuman, H. (2010). Inclusief onderwijs. Dilemma’s en uitdagingen. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.
UNESCO. (1994). The Salamanca Framework and Statement for Action on Special Needs Education. Paris: UNESCO, Special Education, Division of Basic Education.
Vermeulen, P. M. (2010). Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs. Berchem: EPO.
Winter de, M. (2011). Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Zonderop, Y. (2008). ‘Gemengde wijk maakt eenzaam’. Interview met Robert Putman. De Volkskrant , Het Betoog, p.1.

No Boobs No Glory

Het startte als een gewone zondag… Die middag zou ik samen met Inge naar een benefietactie van stichting No Guts No Glory gaan. NGNG zet zich in voor kankerpatiënten die baat kunnen hebben bij een behandeling (die in Nederland niet wordt vergoed). Het thema was ‘No Boobs No Glory’, dat zijn oorsprong vindt in een reactie op facebook van Ronald Herregraven, gastheer van de middag. Tijdens een chemokuur reageerde hij enthousiast op een foto van een vriendin waar haar decolleté zichtbaar was, vele vrouwen stuurden hem foto’s en NBNG was geboren!
Toen we binnen kwamen was de band The Liszt net bezig. Een akoestische set en toch zoveel power! Ronald (bassist van de band) genoot zichtbaar van het moment en zou dat de gehele middag en avond doen! En tevens was duidelijk te zien dat het niet goed ging met Ronald. In een bijzonder gesprek dat ik later op de middag met hem had, gaf hij aan dat hij nog regelmatig terug denkt aan de ontmoeting met mijn leerlingen en het te gek vindt nog steeds contact te hebben met een enkeling daarvan op twitter!

Het gevoel van ‘samen’ overheerste voor mij deze middag. Naast de bands zoals The Liszt, The Kik en Green Lizard verzorgde Frank Kimenai het eten (chilli-videoverslag/recept), kon je overdag genieten van taarten van Sofie Gloudemans, werden ballonnen de lucht ingelaten, werd er een loterij georganiseerd, je kon foto’s laten maken door Eric van Horrik en William van de Voort registreerde de dag. Dit alles ten gunste van NGNG! Co-creatie to the max!

Wat maakt dat ik dit wil delen? Als eerste om alle respect en dank te uiten voor de organisatie van het benefiet en in het bijzonder Ellen Gerritsen, de drijvende kracht achter de stichting en dit initiatief! Ten tweede omdat deze middag een enorme indruk op mij heeft gemaakt om meerdere redenen; De ‘vibe’ van een nieuw leven en de dood was voor mij deze dag duidelijk voelbaar… In de wetenschap dat Ronald niet lang meer heeft en de aanwezige zwangere vrouwen, maakte het…laat ik ‘bijzonder’ zeggen… En toch was de gehele setting (De Nwe Vorst, de bands, de chilli, taarten, merch, …) dusdanig, dat er een soort geborgen ‘huiskamersfeer’ hing! Lekker bandjes luisteren, biertje, wat kletsen in een ‘alles mag niets moet’ sfeer. De roos bij het naar huis gaan maakte het af! Dank! Meer foto’s van het benefiet…

Steun No Guts No Glory! DOEN! #like ook op FACEBOOK!

I take the road less travelled… #1

Woensdag 31 januari, de dag waarop Jack Provily samen met Gerard Bakx een training D.R.I.V.E.S. verzorgden. Een try-out van een nieuwe training die zij samen gaan brengen met als visie: leerkrachten in het onderwijs handvatten geven om met inzet vanuit eigen drives om te gaan met ongewone situaties! Op de D.R.I.V.E.S.-middag kom ik nog terug, nu eerst de stroomversnelling die een dag later werd ingezet.

Jack was ruim een uur voor de training al aanwezig. Ik ving hem op en op het schoolplein stonden we wat te praten over één van de ‘meest inspirerende’ scholen van Breda. Verwonderende vragen werden op me afgevuurd en ik zag dat Jack zichtbaar verbaasd was. Blijkbaar is het zo dat de liefde voor het kind en het onderwijs maakt dat de grote chaos waarin wij als leerkrachten en leerlingen met elkaar werken, blind maakt voor de omgeving waarin dit gebeurt… Nou, niet geheel blind. Ik vertelde Jack dat mijn leerlingen en ik voor de kerstvakantie al een maand als nomaden hebben rondgehangen op de hoofdlocatie i.v.m. een heftige lekkage in ons lokaal. Vervolgens stonk het zo naar de schimmel dat lesgeven onmogelijk bleek! We zijn gelukkig weer terug in onze eigen omgeving, echter blijft de lucht in het ‘nood’lokaal, dat er al zo’n tien jaar staat, niet goed! CO2-meters constant in het rood, leerlingen die loom worden naarmate de dag vordert en er komen vragen om paracetamol. En ja, het is bekend!

Die woensdagavond bedankte ik Jack voor een zeer inspirerende sessie. In plaats van het over de sessie te hebben gaf hij aan dat hij ons (de leerkrachten) en het gebouw, waarin je mag aannemen dat leerlingen inspirerend onderwijs kunnen genieten, niet uit zijn hoofd kon krijgen. Hij kondigde voor donderdag of vrijdag een blog aan. Donderdagavond stond die online, een fragment: … Binnen was het nog erger dan buiten deed vermoeden. Niets aangepast, geen kleurtjes, een muffe lucht, te warm, geen aangepast meubilair, geen stilteplek, gehorige lokalen, geen time-out, geen digiborden, geen computers of tablets, ramen die niet open kunnen blijven staan omdat de uithouders zijn afgebroken, geen frisse lucht, geen inspirerende en uitdagende leeromgeving…….. De trespa semi-permanente lokatie voorziening die naast de school stond, maakte de totale droefheid compleet. En hier huizen dan de kinderen die alle extra’s nodig hebben die we maar kunnen verzinnen. …lees verder

Onder aan zijn blog roept Jack op om hulp te bieden en biedt zelf een gratis training aan. Het maakte me blij, zeker toen er nog meer reacties kwamen! Maar wat maakt nu dat een blog van iemand buiten school, zelfs buiten de stichting, mensen in beweging zet om te helpen? Waar is de hulp intern? Mag ik aannemen dat als problemen en signalen niet voelbaar zijn niemand in beweging komt?

Het deed me terugdenken aan mij eerste school dag, januari 2007. Ik liep mijn toenmalige school binnen, op weg naar mijn lokaal. Wat ik kreeg was een half lokaal, wat tafels en stoelen, een bureau en een bureaustoel. Dat was het, geen methodes, alleen 5 leerlingen met een multiculturaliteit aan ‘labels’. Er waren gelukkig lieftallige en krachtige collega’s die mij hielpen en samen hebben we de klas, school en leerlingen op een hoger plan getild. Ook toen waren de ‘drives’ er, echter vraag ik me nu af wat maakt dat er zoveel energie gaat naar ‘randvoorwaarden’ die gewoon goed dienen te zijn!?

Binnen mijn huidige school is me maar vaak genoeg duidelijk gemaakt dat alle ‘oneffenheden’ ooit al eens aan de kaak gesteld zijn. Men lijkt er niet in te slagen om een verandering in gang te zetten. Argumenten rondom geldzaken doen mij verwonderen! En ook ik heb proefondervindelijk ervaren dat één van de kernwaarden binnen de stichting, ‘transparant’, maar een hol begrip (b)lijkt te zijn. Sinds 1 juli vorig schooljaar vraag ik al om inzage in het financieel verslag! Tot op heden geen verslag… En is het niet zo dat dit binnen een stichting alles inzichtelijk dient te zijn voor iedereen? Via de politiek krijg je dan van de vakbond antwoord: “De medezeggenschapsraad zou het financieel jaarverslag ter informatie toegestuurd moeten krijgen voor 1 juli. Dus het financieel jaarverslag van 2011 moet voor 1-7-2012 ter inzage beschikbaar zijn.” En mocht die niet toegestuurd worden, wordt er zelfs een bepaald recht onthouden! Een adviesbureau gaf aan dat openheid in stichtingen en scholen vaak hele plezierige scholen en werkgemeenschappen zijn, met zelden problemen met onderwijskwaliteit. Ik bedoel maar, het KAN!

Waar ik heen wil? Dat mensen hun verantwoordelijkheden nemen! Van een stichting om de kernwaarden uit te dragen zoals ze ooit bedoeld zijn, en ook leerkrachten om op te staan voor hun professionaliteit en kenbaar te maken wat nodig is om bij te dragen aan de ontwikkeling van de leerlingen. Ook zij hebben, naast de leerkracht, recht heeft op medezeggenschap!

Maar ook ‘verantwoordelijkheid’ is een hol begrip als daar uiteindelijk geen actie uit voortkomt! Een ex-collega noemde het “…met iedereen achter de uitvoering staan!” Ja, ‘iedereen’ en ‘de uitvoering’, helemaal mee eens! Een inventarisatie van de aangeboden hulp:

  • Een collega heeft aangeboden gekleurde betonnen banken te maken!
  • Diezelfde collega gaat contact opnemen met Heras Hekwerk voor sponsoring.
  • Een filmbedrijf heeft aangeboden een reportage te maken om knelpunten in beeld te brengen.
  • Thuisklas heeft haar diensten aangeboden, want “wanneer je je (op school) thuis voelt, voel je je zeker, krijg je vertrouwen en durf je jezelf te zijn. Dit is allemaal nodig om tot leren te komen”.
  • Een vloerbedekkingsfabrikant heeft aangeboden te kijken wat de mogelijkheden zijn voor nieuwe vloerbedekking.
  • Een lector van de Pabo gaat het verhaal verder brengen en kijken binnen zijn netwerk wat men kan doen.
  • Devolgendestap.eu heeft haar netwerk aangeboden om het verhaal verder te brengen.

In een paar dagen na het blog van Jack al hele mooie opbrengsten en er blijven mails binnenkomen! Ik had het met hem die middag op het schoolplein over het ‘vlindereffect’… De tijd en mogelijkheid is er nu! Wie pakt aan en door? 

Wordt vast en zeker vervolgd…

OPSTELten over vuurwerk


Tijdens het NOS journaal van gister was Ivo Opstelten te horen over de afname van incidenten rondom de jaarwisseling. Een positieve reactie bleef echter uit… Mijn grote vraag is of de Minister van Veiligheid en Justitie met deze houding diegene bereikt die het betreft?!

Voor mij heeft een minister, ofwel de gehele politiek, een voorbeeldfunctie! Dat betekent dat juist ook het positieve benoemd MOET worden! Het werkt mee aan een open ‘mindset’ rondom begripsvorming, intermenselijke relaties, incidenten, mediabeeld en ga zo maar door. Wat er wordt vergeten is dat mensen ook graag horen dat het goed is gegaan, het zogenaamde ‘compliment’. Hoe vaak wordt dit niet vergeten? Het is bekend dat tegenover een negatieve ervaring en/of opmerking vier tot zeven positieve ervaringen/opmerkingen dienen te staan. Dus positief loopt vaak al automatisch achter op negatief… En daar waar goed voorbeeld goed volgen betekent, lijkt mij dit optreden van minister Opstelten een valse start van 2013.

Maar niet getreurd, Ivo, het komt helemaal goed, ik heb er vertrouwen in! Zoals je misschien weet speel ik in een bandje en daar is het een soort van ‘ongeschreven regel’ dat wanneer je het niet eens bent met een akkoordenschema, solo, drumriff of welke baslijn dan ook, dat je uitlegt wat maakt dat het je niet kan bekoren. Dit is stap 1. En ow, dat gebeurt eigenlijk altijd wel met wederzijds respect! Iets is namelijk niet voor niets verzonnen en je bent een band met elkaar aangegaan. Dus Ivo, misschien is het slim om eerst uit te leggen wat u nu precies inhoudelijk stoort, mist en graag anders had willen zien tijdens de jaarwisseling. Uw eerste pluspunten heeft u dan al te pakken! En natuurlijk is iedereen het met u eens, “ieder incident is er één te veel!”

Wanneer is uitgelegd dat een schema, solo, drumriff of baslijn niet of minder goed aansluit op dat wat verzonnen is, ligt het in het verlengde dat er met een alternatief gekomen wordt. Let op Ivo, hier kunnen dus heel veel pluspunten verdiend worden! Een nummer is doorgaans niet in één enkele sessie of repetitie geschreven. Het is een creatief proces waarbij meerdere bandleden van invloed zijn, best complex soms. Ik begrijp dus heel goed dat wanneer je een land bestuurt, je te maken hebt met heel veel mensen, wetten, protocollen en dat dit dus best een ingewikkeld geheel is! Ja, ieder incident is er één te veel, en toch, van 110 naar 74 is een vooruitgang, niet? En dat er misschien andere variabelen als het weer, drugs, alcohol, peer druk kunnen meespelen, laten we hier even buiten beschouwing, dat komt later. Waar ik heen wil is: het alternatief! Wat gaat het alternatief worden, Ivo? Meer straf? Harder optreden? Meer ME op straat? Een vuurwerkverbod? Geen alcohol en drugs onder de…21?

De grote vraag is dat de ‘toon’ moet zijn!? Het klinkt mij allemaal wat vals in mijn oren! Ik kan ook wel uitleggen waarom: het opvoeden van mensen is complexer dan het afschrikken door te straffen, bij regels zijn er altijd mensen die de grens opzoeken en erover gaan, en daarnaast, het is mij niet precies duidelijk wat deze mensen precies drijft om agressie tegen hulpverleners te gebruiken. Ik zou me minder laten leiden door de cijfers en op zoek gaan naar de werkelijke reden van minstens de helft van de 74 incidenten. Vervolgens kunt u verder bouwen aan constructief beleid. Dus Den Haag uit, het land in en de ‘daders’ interviewen! Geef hen een stem, dan kunt u direct uw beleid toetsen in de praktijk.

Het lijkt mij een mooie uitdaging, en u? Laten we er een opdrachtje aan koppelen: over twee weken een OPSTEL van TENminste 40 pagina’s met een duidelijke stelling, uw hypotheses, de interviews met argumenten, analyses belicht vanuit verschillende bronnen, variabelen, oorzaken en theorieën én vooral de OPLOSSINGEN! Tip: denk ook eens aan herstelrecht, misschien een leuke om mee te nemen in uw conclusies… En na beoordeling pas de media in, dan gaat het zeker klinken!

Het lokaal als instrument voor de docent

Twee leerkrachten, ieder hun eigen context en praktijk. Evelien Hoekman, docent economie aan het Etty Hillesum Lyceum in Deventer en Ronald Heidanus, docent algemeen vormende vakken aan VSO het Brederocollege in Breda. Beide docenten geven les vanuit de overtuiging ‘Doen Wat Werkt’ en passen hun omgeving aan op leerkrachtstijl, diversiteit in de groep en rekening houdend met de wensen van de leerling! In dit blog wordt het lokaal besproken en vanuit verschillend oogpunt uiteengezet. Voor beide docenten is het lokaal in ieder geval een instrument, geen vaststaand doel op zich!

“Op alle scholen waar ik ben geweest staat zeker 85% van de lokalen in de beroemde busopstelling. Drie rijen van tafeltjes in groepjes van twee met de docent ervoor. Wat ook opvalt is dat wanneer ik een studiedag geef de tafeltjes direct verschoven worden. De economiesectie gaat met zes tafels bij elkaar zitten, meestal in een U-vorm. Dit verschuiven gebeurt ook bij iedere rapportvergadering en overleg op mijn school. Echter na afloop van de bijeenkomst wordt alles weer teruggezet. Ik vraag me al jaren af waarom dit zo is. Is een les dan zoveel anders dan een vergadering en waarom is vergaderen in de busopstelling niet mogelijk en lesgeven wel?

Een lokaal is in mijn beleving een instrument dat bijdraagt aan het leerproces. Voor een discussie “verbouw “ ik het lokaal in een carré opstelling want iedereen wil graag zien wie wat zegt. Voor een handelsspel zet ik alle tafels en stoelen aan de kant zodat er een leeg middenstuk over blijft. Je wilt leerlingen immers uitdagen en bewegen tot actie. Met elkaar onderhandelen gaat wat lastig als er tafels in de weg staan. Wellicht een open deur maar voor een groepsopdracht is het wel heel handig als de leerlingen ook fysiek bij elkaar zitten. Het is dan meteen duidelijk wie met wie in de groep zit en het zorgt dat overleg mogelijk is en ook binnen dezelfde groep blijft. Tot mijn verbazing worden groepsopdrachten door veel docenten in de ‘busstand’ gedaan. Er is geen duidelijke structuur voor de klasindeling. Soms wordt er her en der door leerlingen met wat tafels en stoelen geschoven of ze gaan bij elkaar op schoot zitten. In mijn ogen werkt het niet efficiënt als een groepje van vier leerlingen een opdracht maakt op twee tafels. Waar moeten ze al die boeken, schriften en opdracht-handouts laten?

Persoonlijk geef ik al bijna tien jaar les in een groepsopstelling, dit tot mijn grote tevredenheid. De opstelling is in de loop van de jaren gegroeid tot een vorm die het beste past bij mijn stijl van lesgeven. Tijdens mijn lessen gebruik ik veel activerende didactiek. Leerlingen maken opdrachten en doen dit meestal in groepjes. Daarnaast zijn er nog een paar andere redenen waarom ik in groepjes les geef: 

  • Persoonlijke aandacht voor de leerling. Door deze opstelling kan ik letterlijk naast iedere leerling gaan zitten om hem uitleg te geven. Ik schuif er een stoel bij terwijl in “de bus” dit bij de buitenste rijen niet mogelijk is. Ik vind dit prettiger en persoonlijker dan over een leerling heen hangen.
  • Bewegingsvrijheid voor de docent. Door de opstelling kan ik op verschillende plekken in de klas iets uitleggen en echt rondlopen. Ik hoef niet altijd voor het bord te staan. Dit is best verfrissend. Drukke groepen (achterin) hebben nu ineens een docent naast zich staan tijdens de uitleg. Nu met mijn iPad kan ik zelfs vanuit het hele lokaal mijn digibord bedienen, ideaal. 
  • Spreiding van groepen leerlingen. Door de vaste opstelling van tafels worden groepen leerlingen uit elkaar getrokken. Een groepje van vijf leerlingen neemt plaats op twee tafels en de discussiegroep halveert. Bovendien is in de groepen achter in de hoeken slechts plaats voor drie leerlingen. Dit heb ik heel bewust zo gedaan omdat “de herriemakers” graag daar zitten. 
  • Meer rust tijdens de lessen. Doordat ze in groepen zitten is de hoeveelheid potentiële kletspartners kleiner dan ‘in de bus’ waarbij hele rijen soms met elkaar aan het praten raken. De groep werkt als natuurlijke scheiding. 
  • Terechtwijzen is gemakkelijker. Door de groepsopstelling vraag ik nu aan een groepje of ze op willen houden met kletsen en aan het werk willen gaan. Bij de bus-opstelling vraag je vaak aan één leerling of hij of zij zich wil omdraaien. Dit geeft vaak bij leerlingen het gevoel van: “ze moet mij altijd hebben”. 

De vragen die ik aan docenten wil stellen zijn: Hoe heb jij je lokaal ingericht? Heb je bewust voor deze opstelling gekozen? Zo ja, waarom? En verander je de opstelling als je een andere werkvorm doet? Tot slot nog een open deur: als je leerlingen instrueert hoe de tafels moeten staan d.m.v. van tekening op het (digi)bord, is de verbouwing binnen drie minuten klaar.” – Evelien Hoekman 

“Vlak na mijn start in het Voortgezet Speciaal Onderwijs werd mij al snel duidelijk dat inzet op het groepsproces een belangrijk onderdeel zou zijn als sleutel naar meer zelfvertrouwen en motivatie voor leerlingen om te komen tot leren. Zonder gevoel van eigenwaarde zijn leerlingen niet gelukkig en komen ze niet (voldoende) toe aan hun ontwikkeling. En zoals iedere ontwikkeling individueel is, is dat in het speciaal onderwijs niet anders. Segregatie in het onderwijs heeft er voor gezorgd dat leerlingen met een soortgelijk ‘label’ bij elkaar in de groep zitten en het lijkt erop dat mede door deze maatregel de ontwikkeling moeizamer verloopt. Gevoel van veiligheid, vorming en persoonsontwikkeling, sociale interactie en gevoel van empathie wordt door leerlingen (V)SO als lastig ervaren. De sfeer in de groep, het mogen zijn als individu met alles wat je bezit en het zien van verschillen en overeenkomsten dragen bij aan het overwinnen van moeilijkheden!

De opstelling in het klaslokaal is daarin een onmisbare schakel. Als eerste zijn er de leerlingen die een stem dienen te krijgen in wat voor hen werkt. Door hen een stem en medezeggenschap te geven wordt het ervaren van veiligheid vergroot. Mijn (ex-)leerlingen geven veelvuldig aan dat zij omgevingsgeluiden als onprettig ervaren. Feit is dat leerlingen in het speciaal onderwijs zintuiglijk anders waarnemen. In het (regulier) onderwijs is hier minder begrip voor, waardoor een leerling sneller onaangepast zal reageren. Stel: een leerling heeft een (hyper) sterk (absoluut) gehoor, neemt omgevingsgeluid op als een spons en kan zelfs horen wat er drie lokalen verder wordt gezegd. Hoe kan deze leerling zich dan concentreren? Is een lokaal dan alleen rustig als de leerkracht het rustig vindt? Sluit je ogen maar eens in een lokaal op verschillende momenten en focus eens op alle geluiden. Is het echt rustig? En wordt deze ‘rust’ hetzelfde ervaren voor de leerling? Een busopstelling is dus in beginsel niet ideaal. Leerlingen geven bijvoorbeeld regelmatig aan snel afgeleid te zijn door wat er achter hen gebeurt. Wanneer er begrip is vanuit de leerkracht is het voor leerlingen ook minder moeilijk daarover te communiceren!

En daar waar leerlingen in het speciaal onderwijs anders waarnemen en communiceren is het werken in een U-vorm, ook wel carré genoemd, voor mij dé ideale vorm voor een klassenopstelling. De U-vorm draagt bij aan meer overzicht en er is directer contact. Het sociale en pragmatische aspect van communicatie maakt de wijze waarop gecommuniceerd wordt tot een belangrijk onderdeel van verbale communicatie. Praten ‘tegen’ iemand is ten slotte heel wat anders dan praten ‘met’ iemand. In de U-vorm kunnen leerlingen elkaar aankijken, leren ze naar elkaar te luisteren, samen te vatten en open te staan voor elkaars argumenten, uitgangspunten en meningen. Ook non-verbale communicatie ondersteunt de boodschap van dat wat gezegd wordt. De U-vorm maakt het mogelijk voor leerlingen om direct te kunnen zien en te ‘toetsen’ of de boodschap goed begrepen is. Ook geluiden worden direct opgemerkt en men spreekt elkaar hier op aan. Verder kunnen er in een veilige omgeving discussies en dialogen ontstaan. En doordat leerlingen in een U-vorm zitten kunnen zij actief participeren, gesprekken aangaan en ontstaan samenwerkingsmogelijkheden. In mijn dagelijkse praktijk is gebleken dat op de langere termijn conflicten afnemen, gevoel van veiligheid vergroot en daarmee ook het (zelf)vertrouwen groeit. Vervolgens is er een basis om gemotiveerd te zijn om te leren.

En dan is er de leerkracht die het gehele jaar met een groep werkt met als taak de leerlingen in hun ontwikkeling verder te brengen. Het ligt dan ook voor de hand dat de leerkracht alle vrijheid dient te hebben om het klaslokaal aan te passen op wat voor hem en de groep werkt! Net als iedere leerling is ook iedere leerkracht anders en heeft een eigen stijl van lesgeven. De leerkracht zal zich ook veilig en vertrouwd moeten voelen om de verbinding met de leerlingen aan te gaan en zijn lessen te kunnen geven. Signalen vanuit de groep zijn voor mij in een U-vorm makkelijker op te pikken. Overzicht, aandacht geven en ook leerlingen zelf zijn onmisbare (f)actoren. Aanpassen van de omgeving is voor mij als leerkracht altijd van groot belang om zo effectief mogelijk te educeren.” – Ronald Heidanus

The Butterfly Circus

Een kind, slim, creatief, ondernemend, open, vol zelfvertrouwen en talent start op het VWO en via de HAVO belandt hij/ze op het VMBO-T. Ook daar krijgt het te horen dat hij/zij het niet gaat redden. Een psychiater wordt aangeraden, alsof een label zal helpen… Zelfs dan wordt er niet gekeken naar de mogelijkheden! En de persoon zelf gaat geloven dat wat iedereen zegt, waar is!? Ieder kind heeft meer dan 100 talenten, echter…worden deze ook gezien, benoemd, gewaardeerd en gestimuleerd? Krijgt een kind de tijd en ruimte om dit te (mogen) doen?



Als leerkracht ben je ‘leider’ van jouw Butterfly Circus, een passant in de levens van je leerlingen. Je zet iets in gang en je kan van toegevoegde waarde zijn! Jouw taak is het om hen verder te brengen in wie zij werkelijk zijn!

Let them discover and show their own talents!!