Jij vindt mijn les niet belangrijk

Foto van Ronald Heidanus

Ronald Heidanus

Jij vindt mijn les niet belangrijk

Bij het binnengaan van het lokaal van Gea zag Eva meteen dat er iets mis was. Gea was zichtbaar ontdaan, sterker nog, ze kookte van woede. Het kon niet anders dan dat Eva tijd nam om te horen wat er speelde. “Ik ben zo ontzettend boos op Monique!” begon Gea, vakleerkracht, haar stem hoog van frustratie. “Weer is het zo dat een kind uit haar klas niet naar mijn les is toegekomen. Ik vind dat écht niet kunnen!”

Eva wachtte geduldig tot Gea was uitgeraasd. Ze kon haar helemaal volgen. Monique worstelde enorm met haar leraarstijl. Hoe graag ze ook een structurerende of autonomie-ondersteunende stijl wilde hanteren, ze trapte regelmatig in haar eigen valkuil en verviel in een eisende, controlerende houding. Tegelijkertijd gingen Eva’s gedachten naar Gea’s uitspraak: ‘Ik vind dat écht niet kunnen!’ Bij het woord ‘vinden’ dacht Eva even aan de woorden van haar vader van vroeger: ‘Dan moet je het naar de politie brengen,’ waarmee hij haar eerlijk en rechtvaardig wilde opvoeden. Maar is het eerlijk en rechtvaardig, als je ‘iets vindt’ maar er geen verantwoordelijkheid voor neemt? Een portemonnee breng je naar de politie, maar wat doe je met een mening over een ander?

“Heb je dat al met Monique gedeeld?” vroeg Eva op de man af. Maar Gea, nog volledig in haar boosheid, kon de vraag niet horen. Ze ging verder: “Weet je wat ze gezegd heeft tegen dat kind? ‘Als jij je rekenen dadelijk niet af hebt, dan ga je niet naar juf Gea! Dan is het geen gymnastiek voor jou!’ Ze leek er ergens nog trots op ook. Maar weet je wat Monique hiermee communiceert? Dat gymnastiek niet belangrijker is dan rekenen. Sterker, ze maakt rekenen tot strafwerk, want wat maakt dat het kind het niet afheeft? En belangrijker hoe kan dat onder haar leiderschap allemaal gebeuren?”

Eva voelde dat Gea eerst even stoom moest afblazen. Na verschillende instemmende hummen en ja-ja’s ontstond er wat meer rust. Eva liet een stilte vallen. En toen proestte Gea het uit van het lachen. “Ik ben wat te direct geweest, denk ik,” deelde Gea wat beschamend.

“Ik denk het niet,” stelde Eva resoluut. “Als het verhaal zelfs maar voor de helft feitelijk zou kloppen, zijn er genoeg aanknopingspunten om met elkaar in gesprek te gaan. Sterker, ik denk dat je een aantal belangrijke punten benoemt, die we schoolbreed niet graag in de cultuur van onze school zouden willen zien: Dreigen, of noem het manipuleren of dresseren, is geen pedagogiek! En de vakken die we hier op school de kinderen gunnen, zijn geen van allen ondergeschikt aan elkaar. Dus wanneer ga je dit delen?”

Nu kwam de vraag wel binnen. De eerdere vraag naar het nemen van verantwoordelijkheid drong tot Gea door. Haar gezicht veranderde van witheet naar lijkbleek. In de stilte was een spanning van angst voelbaar. “Maar… maar…” Gea stotterde even wat. Totdat ze in vertrouwen deelde dat ze dat gesprek helemaal niet aandurfde.

“Soms moet je het monster in de bek kijken,” deelde Eva. Ze refereerde aan een eerder gesprek met Gea, toen over die jongen uit groep 7, waarmee Gea worstelde. Ze ervoer zijn gedrag als uitdagend en gebruikte de metafoor ‘monster’. Gea was bang om de jongen van repliek te dienen. Mede door de coaching van Eva, en al het verzamelde lef en moed van haarzelf, had ze naar eigen zeggen ‘het monster in de bek gekeken’. Ze had de jongen heel duidelijk gemaakt wat zijn gedrag met haar deed, én wat zij van hem verwachtte. Het gedrag veranderde, en de relatie met de jongen groeide. Ook zijn sportieve prestaties verbeterden. Dus toen Eva ‘het monster in de bek kijken’ opnieuw benoemde, wist Gea wat haar te doen stond.

“Maar ik voel nu al een brok in mijn keel.”

Eva glimlachte, en gaf aan dat ze wel naast haar zou gaan zitten tijdens het eerstvolgende moment dat Gea ‘klaar was’ om zich uit te spreken. “Je moet het zelf doen, maar hoeft het niet alleen te doen.”

En zo geschiedde tijdens de eerstvolgende teamvergadering…


Om te bouwen aan een inclusieve schoolcultuur, is het belangrijk om de professionele principes voor alle onderwijsprofessionals te destilleren uit het bovenstaande verhaal. Natuurlijk kun je in eerste instantie ook de Screeningslijst Inclusieve cultuur (12) downloaden, of via contact de Screeningslijst Inclusieve cultuur met alle 60 (!) voorwaarden opvragen. Hieronder zijn de belangrijkste principes en legitimering te vinden:

  • Vakwaardering & pedagogische coherentie
    Elk schoolvak heeft een waarde en dient nooit als straf of manipulatiemiddel te worden ingezet. Het gebruik van een vak als sanctie ondermijnt de waardering voor dat vak én schaadt de motivatie van kinderen voor dat vak (ook in de toekomst). Onderwijsprofessionals moeten streven naar pedagogische coherentie, ook bij gevoel van onmacht, over de vakken heen. Het jezelf uitspreken en uiten van feedback bij een tegenstrijdige praktijk is van groot belang. Met het niet jezelf uitspreken draag je bij aan een onveilige cultuur.
  • Zelfreflectie & pedagogische lerarenstijlen
    Iedere onderwijsprofessional dient zich bewust te zijn van zijn of haar eigen pedagogische stijl (controlerend versus autonomie-ondersteunend, en chaotisch versus structurerend) en de impact hiervan op kinderen. Een controlerende aanpak is vaak contraproductief en kan leiden tot ongewenst gedrag of demotivatie. Het stimuleren van autonomie en intrinsieke motivatie is essentieel voor duurzame ontwikkeling.
  • Actieve verantwoordelijkheid & communicatie
    Een professionele mening of frustratie over een collega’s pedagogisch handelen vereist het nemen van verantwoordelijkheid. Je kunt tenslotte niet ‘iets vinden’ en er niets mee doen. Dit betekent niet blijven ‘vinden’ of klagen, maar actief, constructief en direct het gesprek aangaan met de betreffende collega (of ouder) om de gezamenlijke praktijk, ten behoeve van de betrokkenheid en welbevinden van ieder kind, te verbeteren of versterken.
  • Coaching & ondersteuning
    Het vraagt soms moed om moeilijke gesprekken aan te gaan wanneer pedagogische waarden, lerarenstijlen of het welzijn van kinderen in het geding zijn. Coaching, het benutten van eerder verworven moed en het zien van zulke gesprekken als ‘kansen voor groei’, zijn hierbij cruciaal. En zelfs de meest moedige en noodzakelijke stappen hoeven niet alleen gezet te worden. Collegiale ondersteuning, het bieden en ontvangen van een luisterend oor, en het besef dat je het samen doet, zijn essentieel voor het aangaan van professionele uitdagingen. Sterker, door moeilijkheden áán te gaan mét de ondersteuning van een collega, wordt er een positieve verandering binnen de school gecreëerd, wat fundamenteel is voor inclusief onderwijs.
  • Integriteit & cultuurbehoud
    Het is de morele plicht van iedere onderwijsprofessional om een inclusieve schoolcultuur te bewaken waarin dreigen, manipuleren of dresseren geen plaats hebben. Openheid, respect, integriteit en een fundamenteel vertrouwen in de Pedagogische Opdracht en Leidende Principes vormen de basis van een veilig en effectief schoolklimaat.

Succes en veel plezier binnen jouw/jullie team!

Vragen, opmerkingen of kan ik iets voor jullie betekenen:
Neem vrijblijvend contact op.

Laat een reactie achter

Dit zijn de laatste berichten

De Inclusieve School
Ronald Heidanus

Weglachen

Gefrustreerd zat Sabine aan haar bureau, terwijl ze de rapporten van haar kinderen doorbladerde. Haar gedachten dwaalden af naar Lisa, een jong meisje dat constant

Lees meer »
Onderwijs
Ronald Heidanus

Geen passende methodes

Nederland koestert het beeld van een inclusieve en gelijke samenleving, waar ieder kind de kans krijgt zich optimaal te ontwikkelen. Toch vertelt de realiteit van

Lees meer »
De Inclusieve School
Ronald Heidanus

De ondersteuningsdriehoek rondmaken

‘Wie snel wil reizen, reist alleen; wie ver wil komen, reist samen’– Afrikaans spreekwoord De ondersteuningsdriehoek van ouders, leraar* en externe professional is van cruciaal belang

Lees meer »