Elk schooljaar verwelkomen we een nieuwe generatie leraren. Ze stappen de school binnen met een hoofd vol theorie en een hart vol idealen, klaar om het verschil te maken. Maar de praktijk blijkt vaak weerbarstiger. De beginnende leraar stuit al snel op onverwachte valkuilen: van pedagogisch-didactische onzekerheden tot het omgaan met complexe klassensituaties. Vaak voelen ze zich minder effectief dan hun ervaren collega’s, en worstelen ze met het ontwikkelen van een zelfverzekerde houding voor de groep. En juist in deze cruciale fase is structurele ondersteuning geen luxe, maar een absolute noodzaak. We kunnen het ons in het onderwijs niet veroorloven om deze talenten te laten ‘overleven’ door vallen en opstaan. Het is onze taak om wat wij van hun verwachten zelf te ‘voorleven’: hen te voorzien van gerichte begeleiding, mentoring en coaching. Alleen zo kunnen ze uitgroeien tot zelfstandige, competente en zelfverzekerde professionals die elk kind het beste onderwijs bieden.
In een reeks aan verhalen wordt de dagelijkse realiteit van de beginnende leraar opgetekend. Uitdagingen die ze tegenkomen worden belicht, evenals de lessen die ze leren en, bovenal, de onmisbare rol van een ondersteunende schoolomgeving. Want een goede leraar word je niet alleen; een goede leraar ben je sámen.
Deel 1: Dat heb je niet gezegd!
Juf Laura was kersvers afgestudeerd en had haar eerste baan als leraar gevonden. Vol enthousiasme en met de wil om alles perfect te doen, begon ze aan dit avontuur. Maar al snel begon de druk van het vakmanschap haar te overweldigen. Laura had altijd gehoord dat de echte ontwikkeling pas begon ná het behalen van je diploma; de zogenaamde ‘vlieguren’ die je moest maken om te groeien als leraar. En daar stond ze dan, met de hoop dat ze het juiste deed.
Het was een woelige maandagmorgen in de klas. De kinderen van groep 5 waren druk bezig met rekenen, maar niet iedereen was even gemotiveerd. Victor, een jongen met een wat hoekige gedachtegang, had zijn werk niet afgemaakt. Hij zat met zijn armen over elkaar en schreeuwde net buiten het lokaal om aandacht. Laura voelde de spanning in haar buik toen ze zijn gedrag zag. “Waarom maak je het niet af, Victor?” vroeg ze, maar de jongen bleef stil, onoplettend in zijn eigen wereld.
Eva, de intern begeleider van de school, kwam op dat moment over de gang gelopen. Ze merkte de jeukende spanning en besloot Laura te helpen. “Laat me met Victor praten,” stelde ze voor. Laura knikte, maar diep van binnen voelde ze de behoefte om zelf de regie te houden. Toch liep ze terug naar de groep, waar onrust was ontstaan.
Toen Eva bij Victor ging zitten, veranderde zijn houding. Victor opende zich al snel. “Ik wil niet naar de gym,” sputterde hij, maar het was duidelijk dat er meer speelde dan alleen een verzet tegen sport.
Eva vroeg rustig door, “Wat maakt dat je niet naar de gym wilt?” “Het is saai,” antwoordde Victor, maar Eva besloot wat meer in te zoomen op de emotie. “Weet je al wat je vandaag gaat doen in de gym?” Victor schudde zijn hoofd. “Maar ik moet van jou meedoen,” voegde hij eraan toe. Eva glimlachte. “Dat heb ik niet gezegd.”
Zo wandelde Eva samen met Victor naar de gym. Laura volgde hen met de andere kinderen op een afstandje, zich afvragend of ze het juiste deed. Toen ze de gymdocente, Iza, ontmoetten, was Victor nog steeds onzeker. Terwijl de andere kinderen aan het omkleden waren, vertelde Iza de doelen van de spellen. Na de uitleg leek hij nog steeds niet zeker wat te kiezen. “Ga maar vast omkleden,” gaf Eva hem bemoedigend aan, met de hoop dat hij dan later zou kunnen kiezen. Maar dat liep heel anders.
Victor raakte in de war en flipte compleet. “Ik wil niet! Ik ga weg!” schreeuwde hij, en voordat Eva het goed en wel beseft had, stampten de voetstappen van de kleine jongen op de gymvloer, op weg naar de uitgang. Laura keek geschokt vanachter Eva’s schouder. Eva besloot weerstand te bieden, en gaf Victor aan dat bij weglopen het logisch gevolg zou zijn dat zijn ouders gebeld zouden worden. Victor was tenslotte verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag, en vervolgens zijn ouders. Stampvoetend draaide Victor zich om, liep naar de kleedkamer, bleef hard huilen en sloeg zijn hoofd tegen de muur.
Eva, die de situatie goed in de gaten hield, en Victor kordaat probeerde te coachen, besloot om toch de ouders te gaan bellen. Het lukte Victor niet zelf om uit zijn boosheid te komen, of om aan te geven wat er in zijn hoofd omging.
In het kantoor, waar ze met Victor en Laura gingen zitten, nam Eva de situatie opnieuw door. Victor had nu de kans om zijn verhaal te doen, maar het was niet gemakkelijk. Op het punt dat Eva zei dat Victor maar vast moest gaan omkleden en later nog zou kunnen kiezen, riep Victor met zekerheid: “Dat heb jij niet gezegd!” Victor keek Eva strak aan. Eva dacht even na over wat ze had gezegd. “Heb ik dat niet tegen je gezegd,” vroeg ze vertwijfeld. Victor was duidelijk. “Dus als ik dit nu tegen je zeg, ga je dit ook doen?” vroeg Eva met een zekere twijfel. “Ja!” antwoordde hij vol overtuiging.
Zonder dat Eva het zich realiseerde, stormde Victor naar de kleedkamer.
Laura en Eva keken elkaar even verbijsterd aan en liepen Victor achterna. Toen ze bij de kleedkamer aankwamen, was Victor al aan het omkleden. Hij snikte, maar het was duidelijk dat hij in zijn element kwam. Eva moedigde hem aan: “Drink nog even wat.” Met een slokje water kwam Victor tot rust en keerde hij terug naar de gym. Met een sprankeling in zijn ogen besloot hij uiteindelijk voor een spel te kiezen. Na afloop deelde hij mee dat hij het enorm naar zijn zin had gehad.
Laura, nog steeds in de nasleep van de chaos, kon het niet helpen om haar onzekerheid te delen. “Ik zou niet weten hoe ik deze situatie had moeten aanpakken,” verzuchtte ze. “En toch moet ik het kunnen,” zo besloot Laura. Eva keek haar aan, knikte, en zei: “Het zijn juist de moeilijke ervaringen die je samen met elkaar doormaakt, die je laten groeien. Kijk naar mij. Ik ging ervan uit dat ik duidelijk was tegen Victor, maar vergat een voor hem existentieel deel van de zin. Dus ook ik leer door deze ‘fout’ te erkennen, maar vooral om hem te erkennen en te leren kennen. Of noem het begrijpen.”
Op dat moment drong het tot Laura door dat tactvol handelen complex was en dat ervaringen opdoen essentieel was. “Maar hoe weet je wanneer je het goed doet voor het kind?” vroeg ze. Eva antwoordde: “Dat vraagt om te kunnen abstraheren op moreel niveau, en tegelijkertijd theorieën zoals die van Relatie, Competentie en Autonomie kunnen voorleven.”
Laura’s schouders zakten wat naar beneden. Ze was zich nu bewust van de groei die haar nog te wachten stond. “Maar ik heb het niet gezien,” zei ze met een zucht. “Hij kán juist goed rekenen. Hoe kan ik dan weten wat ik kan doen?”
“Soms is het niet weten ook een weten,” verzekerde Eva. “En, samen met de ouders komen we er wel uit! Jullie zullen Victor helpen begrijpen wat er speelt. En jij kunt alvast nadenken over mogelijke hypothesen: Wat maakt dat Victor niet mee wilde gymmen, zeker als je weet dat hij geen moeite heeft met rekenen? Door wie of wat wordt hij belemmerd?”
Laura knikte. Al deze nieuwe inzichten waren overweldigend, maar ze voelde ook iets anders: de drang om te leren en te groeien als leraar. Ze wist dat het niet simpel was, maar dat het de jarenlange ervaring en de mogelijkheden tot reflectie vereiste. Elke situatie, elk kind, elk gesprek, het was allemaal een kans om te groeien. En ze wist dat ook Eva nabij zou zijn. Laura glimlachte en dacht aan de reis die voor haar lag. Het pad zou niet altijd gemakkelijk zijn, maar met begeleiding en zelfreflectie was het mogelijk om te evolueren naar de leraar die ze graag wilde zijn.
“Dit is nog maar het begin,” fluisterde Laura vastbesloten tegen zichzelf, terwijl ze samen met Eva de gymzaal weer binnenstapte. De lucht was gevuld met het gelach en de energie van de kinderen, en ook al waren de uitdagingen groot, de vreugde van het onderwijzen bracht haar verder.
Wordt vervolgd…





