De school in de gemeenschap

De school in de gemeenschap

De school in de gemeenschap

‘Het kan verkeeren,’ zo luidt de lijfspreuk van de Amsterdamse dichter G.A. Bredero. Wie mij langer kent weet dat ik ooit op een school werkte met diezelfde naam. Weet dat ik er hard zwoegde. Weet dat ik er met hart sterk onderwijs ontwikkelde. Worstelde regelmatig. En er ontslag nam en op reis ging. Op zoek naar de essentie onderwijs en opvoeding. Toen. En verkeren kan het. Want ineens ben je (lees: ik) onderdeel van een documentaire!? Realistische feiten over de PACT-aanpak, acroniem voor People Acting in Community Together, worden in beeld vastgelegd. Waaronder onze school in samenwerking met alle partijen rondom de ontwikkeling van kinderen uit de buurt. Precies dat waar ik in Scandinavië al aan heb mogen ruiken. Vandaag een bijeenkomst rondom kinderen met de leeftijd van 0-6. Als initiatief is de ‘Community School’ als doorbraak aangemerkt door de lokale politiek. Want vanuit het gemeenschapsdenken gaan ontwikkelingen zich de komende jaren ontvouwen. Vanaf het juiste moment worden processen dus zichtbaar. Processen waarin we preventief aansluiten bij wat nodig is, en het curatief beleid weten te verbinden met het preventieve door generatief te luisteren en in afstemming te bouwen aan een sterke ontwikkelplek voor de jeugd!

Dit laatste klinkt misschien wat weeïg, maar dat is het alleszins niet.

Ergens in de zomervakantie van 2018 werd er door de baas een stuk geschreven. Noem het een visiestuk, al las ik het als een hartenkreet. Na die betreffende zomer zou ik starten op diens school, ergens in een bijzondere wijk in een grote stad. En dat maakt dat het een logisch gevolg was dat ook ik het schrijven zou lezen. Er werd gevraagd de tekst aan te vullen met mijn ervaringen, te versterken en om er dus inhoudelijk kritisch naar te kijken. Mijn drijfveer om op deze school te komen werken had alles te maken met het onderwijsconcept. In dit betreffende concept staat de pedagogiek, die ook existentieel is voor de didactiek, hoog in het vaandel! Dit visiestuk werd de bevestiging van dat ik een juiste keus had gemaakt.

De essentie van onderwijs is (jonge) mensen emanciperen. Het ‘mondig maken’ zoals Martinus Langeveld dat ooit beschreef. Met daarbij de rechten van een kind, zoals Janusz Korczak ze optekende en ernaar leefde…tot zijn opzienbarende dood voorleefde zelfs!? En Lea Dasberg die het boek ‘Grootbrengen door kleinhouden’ schreef waar zij de groeiende scheiding vaststelde tussen de leefwereld van kinderen en die van de volwassen ander. Nog steeds voelbaar, getuige die quote die ik vaak hoor: ‘de doelgroep wordt zwaarder‘… De school dient daarom een leer- en leefgemeenschap kunnen zijn; een plek waar kinderen mogen zijn wie ze zijn met alles wat ze bezitten, vandaag leven, de onuitputtelijke drang om te ontwikkelen behouden en waarbij overbescherming wordt gereduceerd. Bescherm juist wat uniek is, zoals Max van Manen dat in zijn boek ‘Weten wat te doen’ beschrijft. Als opvoeder bewust zijn van deze rode draad, de verbinding tussen pedagogen, voedt altijd het gevoel van competentie en geloof in eigen kunnen. Ontwikkeling ligt dan open. Daarbij is het onontbeerlijk om vanuit wederkerigheid in te kunnen schatten hoeveel ruimte een kind nodig heeft om zichzelf in relatie tot anderen of het andere (zoals kennis) te ontwikkelen.

(In het parallelle proces geldt dit ook voor de professional en diens meerdere ls inspirerend leider.)

Met andere woorden: de volwassen ander is nodig om een kind op te voeden en te ontwikkelen. Wegwijs te maken. Sturen totdat het zichzelf weet te sturen. Uiteraard vraagt dat in eerste instantie wat van de volwassene zelf. Ook als dat niet vanzelf gaat. En precies dat niet vanzelf is bij ons in de wijk waar de school staat zeker het geval. Een wijk waar gezinnen leven die niet de Nederlandse cultuur en tradities doorleven. Niet direct onze cultuur begrijpen, en andersom. Een wijk waar naast nieuwkomers ook inkomensstress of verslavingsproblematiek bijdraagt aan dat kinderen op school soms (onbewust) meer bezig zijn met de zorgen van hun ouder(s) dan met het ontwikkelen van het eigen. Bij niet alle gezinnen gaat emanciperen dus vanzelf: niet geleerd, wel willen maar niet weten hoe, geen sociaal netwerk/vangnet en soms niet de intelligentie die nodig is om de pedagogen hierboven te begrijpen. Grip krijgen om kennis om te zetten in constructieve, pedagogische interventies. Handelen vanuit stress ondermijnt tenslotte wijsheid en de gevoeligheid om het juiste te doen.

Deze wetenschap maakt voor ons de urgentie voor een (sociale, pedagogische) ontwikkelingsimpuls voelbaar, zichtbaar en merkbaar. Het maakt duidelijk dat het nodig is om als publieke sector een stap extra te zetten! Want bekend is dat kinderen met ouders met lage inkomens na de knip met twaalf jaar veelal niet op het gymnasium terechtkomen. En ook is bekend dat kinderen die de Nederlandse taal niet beheersen zo’n 3 tot 5 jaar langer de tijd nodig hebben om het ware potentieel concreet te maken. Om hun mondigheid te ontwikkelen met een taal die niet de taal van hun hart is. Kansengelijkheid is daarmee een maatschappelijk thema. Dus willen we als school het werkelijke potentieel van kinderen zichtbaar maken, dan zullen we (preventief) bij het begin moeten beginnen.

De hartenkreet van de baas raak deze kern, het sterke verlangen om samen met de GGD, de kinderopvang én jongerenwerk een ontwikkelplek in de gemeenschap te kunnen zijn. Waar organisaties van onder dezelfde vlag (maar zonder de eigen organisatie, taken, rollen en expertises te verloochenen) samen met ouders bouwen aan een sterke toekomst van en voor hun kinderen in de buurt. Kinderen die nabij thuis: naar school kunnen gaan, vrienden maken, voorbeelden ontmoeten en leermeesters in kennis, sport en cultuur opzoeken. Waar iedereen onder dezelfde vlag niet tegengehouden door organisatorische en financiële schotten het juiste kunnen doen, óók in de ogen van kinderen en ouders.

Uiteraard is het zo dat mensen het verschil maken en dat juist díe mensen nodig zijn. Mensen die de zachte én de harde kant kunnen verbinden. Mensen die begrijpen dat intuïtief sturen en leiden nodig is om kinderen mondig te maken, te leren staan voor hun rechten en groots in de wereld kunnen zijn. Mensen die zich voor langere tijd willen verbinden aan een beweging, net zo lang totdat de beweging zichzelf in stand kan houden.

En dat vraagt een onvoorwaardelijk vertrouwen in dat alles een proces is. Alles. Ieder mens wil ontwikkelen, maar geen enkele ontwikkeling is met zekerheid te voorspellen. Veel is op basis van controle en wetenschap te beredeneren. Daarom sluit sinds vorig schooljaar ook de wetenschap aan bij dit doorbraakinitiatief en blijven ze betrokken. Sterker, de eerste stap is geëvalueerd.

Maar niet alles is de beredeneren. Zoals waardengedreven werken. Dat maakt dat we dit schooljaar gestart zijn met samenwerken met een nieuwe partij voor de kinderopvang, een organisatie die vanuit dezelfde waarden zeggen wat ze doen en doen wat ze zeggen. De hartenkreet is gehoord en eerste stappen zijn met GGD, jongerenwerk, de gemeente gezet en kinderopvang gezet. Vandaag bouwen we verder aan die ontwikkelplek binnen de gemeenschap!

 

About the Author

Leave a Reply