De school voorbereidende groep

De school voorbereidende groep

De school voorbereidende groep

Zo’n eerste week is prettig. Een werkweek zonder dat er kinderen zijn. Even kilometers maken. Voor de zomer koos ik ervoor om direct na de laatste schooldag op vakantie te gaan. Dat gevoel van vrijheid op te zoeken. De camper stond al een week metaforisch wat te knipogen. Met zin om te vertrekken. En naast ontspanning en veel sport, zal deze vakantie ook in het teken staan van schrijven. Het schrijven van een boek. Een boek over een onderwijsreis door Scandinavië, het walhalla van inclusie in Europa. Naar het schijnt…

Want als ik mij binnen het onderwijs ergens hard voor wil maken, is dat inclusie. Je kunt het een stokpaardje noemen. Na jarenlang wat gekscherend gezegd ‘in de krochten van het onderwijs’ te hebben gewerkt, en waar ik soms kinderen ontmoette die langzaam karikaturen van zichzelf waren geworden, was het fantastisch om met hen hun ware potentieel opnieuw te laten ontdekken. Wat dat is onderwijs voor mij: het emanciperen van de ander.

Die krochten. Even denk ik terug aan die onderwijsreis; waar ik onderwijsprofessionals probeerde uit te leggen hoe ons onderwijssysteem in elkaar zit. Onderwijs aan kinderen die uitdagingen proberen te overwinnen. Ja, soms is het zo dat een kind direct naar het speciaal onderwijs gaat. Het SO. Niet eens een reguliere basisschool van binnen ziet. Dat zijn de kinderen die lichamelijk of geestelijk zo beperkt zijn, dat ze zo’n reguliere school van binnen nooit gaan zien. Dat zijn de cluster 3-kinderen die de overheid van Nederland bestempeld als motorisch gehandicapte, verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke kinderen.

Als jonge MBO’er mocht ik trouwens tijdens een stagejaar een 14-jarig kind binnen dit cluster verzorgen, over overwinnen gesproken.

Voor dove en slechtziende tot blinde kinderen zijn er ook clusters gecreëerd, 1 & 2. Ook zij gaan naar speciaal onderwijs. Sporadisch kom je deze kinderen wel eens verdwaald in een basisschool tegen, als een kind en/of diens ouders genoeg geëmancipeerd zijn om koste-wat-kost te gaan voor een reguliere school.

En dan is er nog het cluster 4-onderwijs waar kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen naar school gaan. In dit laatste cluster heb ik ruim tien jaar mogen bewegen op drie verschillende scholen. Tussen het speciaal onderwijs en het regulier onderwijs is er dan tenslotte ook nog iets. Om het voor het onderwijs makkelijk te maken. Altijd een mogelijkheid creëren om de joker ‘handelingsverlegenheid’ in te zetten. Er is namelijk ook nog het speciaal basisonderwijs, SBO.

Toen ik in 2007 startte in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO, cluster 4) had ik eigenlijk maar één missie: mijn eigen beroep wegwerken! Al snel zag namelijk binnen deze tak van onderwijs dat het merendeel van de kinderen meer potentieel had dan dat zij zelf ooit zouden kunnen geloven. Sommigen kwamen met trauma’s binnen, werden in onze kleine groep met maximaal twaalf kinderen geplaatst en aan ons de uitdaging om zichtbaar te maken wat erin zat. Dat deed ik niet met de opgelegde trainingen waar gekleurde petjes leidend zijn. Ook niet met de emotiekaartjes dat verplicht werd omdat het in het protocol klassenmanagement stond.

Nee. De kinderen die ik ontmoette waren slim genoeg om als lachende derde deze gedragsmodificerende interventies te doorzien. Het zijn gevoelige kinderen daar in het speciaal onderwijs, zij die aanvoelen of interventies congruent zijn: of ze vanuit de pedagogiek voorleefd worden, of dat ze vanuit het medisch model denken worden opgelegd. Ik merkte in ieder geval snel genoeg dat kinderen dit laatste een spiegel teruggaven. Moeilijk gedrag als uitingsvorm.

Boeken over orde houden en hoe om te gaan met psychiatrische stoornissen in de klas schoten als paddenstoelen uit de grond, gevolgd door Dreigend en Destructief Gedrag-trainingen waarbij ik leerde op een wat vriendelijkere manier kinderen tegen de vlakte te werken. Fixeren heet dat in professionele taal. Natuurlijk werd er als legitimering verteld dat het om de veiligheid van het kind zelf of de groep ging. Hoe zou je een interventie als deze binnen een school anders kunnen uitleggen? Een tijd heb ik me hier ook schuldig aan gemaakt, totdat het niet meer in overeenstemming was met mijn visie op mens en onderwijs.

Vanwaar deze gedachtestroom? Nou, omdat net voordat we de camper zouden pakken om eropuit te trekken, ik via de wijkverpleegkundige van de GGD iets hoorde over een school voorbereidende groep, waarbij kinderen vanuit de voorschoolse voorziening worden toegeleid naar het SBO, het speciaal basisonderwijs. Toen ik dit hoorde, met het perspectief uit Scandinavië en mijn ervaringen in het speciaal onderwijs in mijn achterhoofd, vroeg ik al fronsend wat door naar de visie van het traject:

Een goede start in het onderwijs: dat is wat je ieder kind gunt. Zeker als er behoefte is aan extra zorg en begeleiding. Jeugdhulpverleners en het speciaal basisonderwijs (SBO) in Tilburg slaan de handen ineen en bundelen hun kennis en expertise in de School Voorbereidende Groep. Met als doel om de overgang naar het SBO zo soepel mogelijk te laten verlopen voor de kinderen.”

Nieuwsgierig liet ik contact leggen met de senior-beleidsmedewerker van de zorginstelling die aan het hoofd staat van deze voorziening. Benieuwd of de jonge kinderen ook naar het regulier onderwijs geleid zouden kunnen worden. Geïnteresseerd dus naar de visie: op mens, op leren én op vroegsignalering. Zou er een mogelijkheid zijn om samen te werken met de zorginstelling? Misschien zelfs een directe verbinding met het regulier onderwijs. Een gesprek met als intentie het kruisbestuiven te onderzoeken.

Een bijzonder prettig gesprek ontvouwt zich vandaag (18/08)! Mijn interesse wordt gewaardeerd, evenals de open vraag naar verbinding met het regulier onderwijs. Ideeën gaan over en weer. Er wordt mij ook op het hart gedrukt dat het gaat om kinderen waarbij de grote vraag is of zij ooit binnen het volwaardig onderwijs zouden kunnen functioneren!? Kinderen dus, zo wordt vervolgd, bij wie al op jonge leeftijd diagnostiek heeft plaatsgevonden. Waar vanuit grote twijfel wel al ontwikkelingsmogelijkheden en beeldvorming rondom ondersteunings- en onderwijsbehoeften zijn opgehaald. Waarbij specialistische behandeling nodig is.

Even denk ik aan het cluster 3-onderwijs. Zouden zij het zijn?

Maar hoe zit het met het bieden van perspectief? Hoe kun je al zo jong een ontwikkelingsperspectief stellen zonder dat een kind een volwaardige kans heeft gehad? Die kansen willen ze juist bij de school voorbereidende groep verkennen, zo wordt gezegd. Het is een plek waar onderwijsactiviteiten worden ontvouwd, en waarbij nauwgezet wordt gevolgd of een kind klaar is voor onderwijs, op een speciale basisschool.

We sluiten het gesprek af met dat de senior-beleidsmedewerker mij op de hoogte houdt van de ontwikkelingen van deze groep. Dit omdat wij als school de intentie hebben om door te ontwikkelen naar inclusieve school. Er liggen veel kansen voor deskundigheidsbevordering wanneer er tussen jeugdzorg, leerkrachten speciaal (basis)onderwijs en leerkrachten in het regulier onderwijs bruggen worden geslagen. Bondingbridging en linking. Iedereen wil bij de groep horen en sociale contacten hebben, dus waarom kiezen voor gesegregeerd beleid? Het bruggen en kruisbestuiven creëert de mogelijkheid om van de diversiteit naar een eenheid te ontwikkelen. Dit omdat iedereen uiteindelijk, in welke vorm dan ook, wil meedoen aan de samenleving.

Wordt vervolgd…

About the Author

1 Comment

  • Aline van Stiphout 24 oktober 2020 at 12:16

    Oprecht geïnteresseerd in de ontwikkeling van het kind, onderwijskundig, sociaal emotioneel en in de maatschappij, daar liggen de kansen vanuit hun talenten. Mooie gedachten en acties om te ontdekken wat er nodig is om inclusief onderwijs te bieden. Ik blijf graag op de hoogte.

Leave a Reply