Het interview

Het interview

Het interview

Leerkracht, leermeester, onderwijskundig pedagoog. Het zijn allemaal de mensen die vroeger zelf het onderwijs ervaren hebben. Mensen die door ervaringen besmet raken met de liefde voor het vak. De liefde voor het vak vanwaar men kiest het leraarschap in te duiken. De liefde voor zingeving. Maar ben je dan ook automatisch een goede of excellente leerkracht?

Het was de vraag die mij vandaag tijdens een interview met een ‘leerkracht’ ter ore kwam. Niet zomaar iemand, maar een ‘leerkracht’ die het heeft over leermeesterschap. Een man die de complexiteit van het vak op essentiële onderwerpen weet te duiden. Ben je automatisch een goede leerkracht als je zelf onderwijs hebt genoten?

“Nee, niet altijd. Er zijn voorbeelden van wel, maar ik denk nog meer voorbeelden van niet. Dit omdat onderwijzen niet zomaar iets is dat je doet. Dat ga je ook merken als je de lerarenopleiding gaat doen. En dat ga je vooral merken als je ook als leerkracht gaat starten. Dan loop je tegen zoveel dingen aan waar je nooit eerder een weet van hebt gehad. Waarvan je denkt ‘ik moet een goede lesvoorbereiding maken, een sterke instructie geven en iedereen bij de les houden’, maar als je ziet waar je in de loop van het jaar/de jaren allemaal tegenaan loopt, dan is het veel meer dan alleen die les.

Gelukkig heb ik een goed voorbeeld gehad aan een sterke leerkracht, een ware leermeester, op één van mijn eerste scholen. En ik weet nu, je kan nog beter een goede opvoeder zijn dan alleen een goede didacticus!”

Zo’n goede leermeester, zo’n goed voorbeeld, die heeft dat misschien in zich maar die heeft toch ook een lerarenopleiding gedaan?

“Ja, maar je hebt echt voordeel als je de lerarenopleiding lang geleden hebt afgerond én vanuit passie voor onderwijs al lang het vak beoefent! Bij hem zag ik heel snel de relatie met opvoeding. En natuurlijk maakt ervaring dan iets uit.”

Iets kunnen overbrengen, overtuigend en inspirerend zijn en de groepsdynamiek herkennen, daar weten ‘oud-leerlingen’ niet alles van als ze aan een lerarenopleiding beginnen. En je neemt tenslotte eigen ervaringen, perceptie en opvoeding mee als je met de opleiding start. Hoe verhoudt zich dat dan met de opdracht of visie van een school?

“Je hebt het er dan over! Er zijn oud-leerlingen die leerkracht willen worden en toch problemen hebben om voor een groep te spreken en duidelijk te zijn naar een groep toe. En dat terwijl ze een-op-een heel goed over leren en ontwikkelen kunnen praten. Maar het is gewoon heel complex. Het is de ontwikkeling die je met een groep maakt. En daar wil je een duidelijke ontwikkelingslijn/-lijnen in volgen. Maar je hebt ook met ouders en collega’s te maken. Je hebt zeker tegenwoordig, en vroeger was dat wel anders, zoveel meer met verwachtingen van de buitenwereld te maken. Een omgeving dat allemaal van invloed kan zijn om wel of niet aan een duidelijke lijn vast te houden.”

En die tijd dat je zelf ‘stagiaire’ of collega was bij die sterke leerkracht, wat heb je daar dan precies geleerd?

“Nou, met name de omgang met kinderen. Het hen kunnen zien en verstaan, dat heeft deze leerkracht altijd goed beheerst. Het beheersen van altijd de juiste snaar weten te raken. Ik denk dat dit ook het verschil maakt, juist in de verdieping van startend leerkracht naar een goede, excellente leerkracht.

Kinderen hebben van nature een potentieel, ze hebben talenten, maar ze moeten zich ook kunnen verplaatsen in andere kinderen die op een ander ontwikkelingsgebieden nog wat te leren hebben óf hun potentieel nog niet hebben kunnen laten zien. Kinderen ontwikkelen allemaal anders en komen op een ander moment tot inzicht. Generaliserend, een kind kan denken: ‘dit is voor mij een A-B-C-tje, een makkie’, maar dat is te makkelijk gedacht en zeker niet altijd waar. Dus het inlevingsvermogen in kinderen en hun ontwikkeling is belangrijk voor goede, excellente leerkrachten.”

We kunnen allemaal de goede en excellente leerkrachten uit ons eigen verleden wel herinneren. Namen van leerkrachten die we niet vergeten en voorbeeld zijn geweest. Leerkrachten die de school tot een topschool maken. Maar hoe zit dat met fouten maken, mag dat dan?

“Ik denk juist dat het goed is dat je ergens begint en dat je fouten maakt. Daar leer je van! Ik geloof niet in dat je ergens onderaan moet beginnen en na een jaar een stapje hoger of wat meer doet. Soms hoor je mensen wel eens, zeker nu met passend onderwijs, dat het misschien beter was geweest om eerst bij de kleuters of in het speciaal onderwijs te gaan werken, en niet direct in de bovenbouw op een prestatiegerichte school met hoge verwachtingen. Ja, voor de één wel en voor een ander niet. Onderwijs is een ervaringsvak! Ik merk ook aan mezelf dat ik nu een veel betere leerkracht ben dan dat ik tien jaar geleden was.

Daarom is het goed denk ik, zeker voor startende leerkrachten die zelf een goede leerkracht willen worden, om eerst een jaar of twee mee te lopen. Om vanuit de coulisse mee te kijken hoe alles op je af kan komen, buiten sec de didactiek en kennis van ontwikkelingspsychologie.”

Doet een leerkracht er eigenlijk toe? Een vraag voortkomend uit een gesegregeerde context, een tijd waar kinderen van cluster-scholen, speciaal basisonderwijsscholen via reguliere scholen naar particuliere scholen voor hoogbegaafdheid kunnen en na school huiswerkinstituten bezoeken. Is de leerkracht nog wel zo cruciaal voor succes?

“Ik zou het zelfs ‘onderschat’ willen noemen! Want het is wel heel makkelijk om vanuit de buitenkant te zeggen ‘dit heeft het kind nodig’, maar als leerkracht zit je met elkaar in een proces en maak je op basis daarvan keuzes. Ik vind nog steeds dat je als leerkracht keuzes moet kunnen maken, dat je kinderen onderwijst en dat je het beste uit iedereen binnen de groep haalt. Dat vraagt vertrouwen, tijd en geduld. Dan zie je de hand van een leerkracht in de groep ontstaan.

En natuurlijk is het fijn als opbrengsten collectief goed zijn en niet worden bepaald door individuele kinderen, maar het is dus veel complexer dan men denkt. De ruimte krijgen om kinderen als groep te vormen zie je altijd terug in de opbrengsten! En als dat vormen niet gebeurt, dan zou het ook zomaar kunnen zijn dat kinderen niet zó kunnen uitblinken dan het potentieel dat zij al bezitten.”

 

De interviewer maakt tijdens het gesprek een gebaar waarbij de handen naast het hoofd tunnelvisie moet verbeelden. Tunnelvisie, dat het zicht op een breder perspectief versmalt. En precies dit versmallen is volgens mij het probleem waaronder ons onderwijs op dit moment gebukt gaat. Een eenzijdige focus op het een of het ander, zonder dat er vanuit een verschillend oogpunt (noem het disciplines, deskundigheid of ervaring) gekeken wordt naar de details én naar het grotere geheel van consequenties en gevolgen. Dat maakt het nemen van perspectief, het inleven in de ander en iets anders, zo belangrijk! Essentieel. Binnen het onderwijs zelfs existentieel.

Vanuit een eenzijdige focus op didactiek is het logisch dat startende leerkrachten worstelen, zo niet stoppen. Het ‘tegen dingen aanlopen’ is dan een eufemisme voor wat het vak werkelijk behelst. Nog even de hoge verwachtingen van ouders, collega’s en de omgeving buiten beschouwing gelaten. Bijvoorbeeld: er wordt werkdruk ervaren en al het werk moet meer waardering opleveren vindt men binnen het huidige discours. Maar wat nu als iedere leerkracht slechts doet waarvoor het betaald wordt? Een ander perspectief levert direct een andere kijk op. Voor de één weerstand, voor een ander een ‘leuk, maar hoe ga ik dat dan aanpakken’ en voor weer een ander is het een bevestiging voor wat al een tijd zo ervaren wordt.

Onderwijs is vak. Een vak met een emancipatoir karakter waar de didactiek met de pedagogiek een tango vormt. Waar de wetenschap van ontwikkelingspsychologie samenkomt met het opvoedkundige perspectief. En je kunt als leerkracht nog zoveel weten van de didactiek, zonder de pedagogiek is onderwijs slechts een kaartenhuis. Iedere indruk van buitenaf kan het huis doen laten instorten, getuige de veelheid aan burn-outs. Over eigen grenzen (emancipatie) en tunnelvisie gesproken.

Waar vorming een heel leven doorgaat, hoort bij het proces van volwassen worden dat opgevoed worden verandert in de ander opvoeden. En een ander opvoeden gaat nooit zonder het jezelf opvoeden, het jezelf emanciperen! Grenzen stellen, inleven en elkaar versterken. Opgevoed worden in dit ervaringsvak vraagt in de leer gaan bij leermeesters, bij goede voorbeelden. Goede voorbeelden versterken, ook op leerlingniveau.

Maar naast de goede voorbeelden durft de geïnterviewde ook fouten te maken. Deed het dit als ‘leerling’ op de verschillende, op prestatiegerichte ‘scholen’. Maakte het fouten, leerde het zichzelf in te leven in anderen, werd het opgevoed in proces van het vormen van een groep en leerde het door schade en schande te blijven staan. Heeft het proces van emanciperen hem gebracht tot coach die het nu is.

Coach, want dit bovenstaande interview is niet gegeven door een echte leerkracht, nou ja, wél door een leermeester. Een coach, die op het hoogste nationale niveau mag acteren. Een coach die een groep voortdurend vormt en zichzelf daarin meeneemt. Een coach die een team mag leiden naar een mogelijk succes. Een coach die zijn ‘leerlingen’, spelers, ziet en hen emancipeert om mondig te zijn.

Geïnspireerd door het interview hoorde ik een duidelijk analogie met het onderwijs. Een analogie in het ‘zien’ van kinderen. Een analogie met de processen die zich voordoen in mijn vak, het onderwijs. Processen waar ik vroeger mee worstelde en nu regelmatig mijn jonge collega’s mee zie worstelen. Processen waarbij ik nu beschikbaar mag zijn. Waarbij ik de mogelijkheid ben om aan de grenzen van mogelijkheden collega’s, kinderen en ouders hen te ondersteunen. Te emanciperen.

Mijn leermeesters ben ik net zo dankbaar als dat Ronald Koeman in dit liefdevolle, inhoudelijke interview zijn leermeesters dankbaar is. Leermeesters zoals die sterke leerkrachten, maar zeker ook al die leerlingen die voor mij de mogelijkheid waren om aan de grenzen van mijn eigen mogelijkheden mezelf op te voeden.

About the Author

Leave a Reply