Het virus zet aan tot flippen #1

Het virus zet aan tot flippen #1

Het virus zet aan tot flippen #1

Het zijn bijzondere tijden in het onderwijs. Scholen die wel of niet dicht gaan omwille van het virus dat een pandemie laat opleven. Om ons heen landen die scholen abrupt sluiten. Met een ‘ja maar zij sluiten hun scholen wel,’ heeft het vinden-van en roepen-over wel iets weg van een schoolklas. Meningen als geleende verhalen verspreiden zich sneller en voor het virus uit. Wetenschappers zenden wisselende signalen uit. Wijzen naar de politiek heeft weinig zin. Wie een politiek statement verwacht vanuit onze Nederlandse daar-vind-ik-wat-van-cultuur komt vooraf al van een koude kermis thuis. Het polariseren lacht vanaf een afstand. Natuurlijk gaat een premier van dit land met een blauw-oranje kleur niet zeggen dat de economie de daadwerkelijke reden is. Zoals het een ‘groen-rechtse’ politicus betaamt zijn mensen met beroepen met een ‘vitale’ functie de reden. Waaronder ook de leermeesters binnen het onderwijs!

Bijzondere tijden dus. Het virus nu, dat het grote onderwijsdiscours rondom het lerarentekort, de werkdruk en de loonkloof overschaduwd. Het virus nu, dat het maken van grappen en het relativeren vele mensen doet veranderen in dieren, hamsters om specifiek te zijn. Het virus nu, dat bloot legt welke weerslag angst heeft op de mens: iets vinden van mensen die hun leven niet zeker zijn maar wel zelf wc-papier en 10 potten pindakaas inslaan omdat wordt gedacht dat het einde der tijden eraan zit te komen.

Beschouwend ben ik blij dat ik in Brabant woon, in de hoofdstad van het virus. De brandhaard. Al struinend door de verschillende (sociale) media zie ik de werkelijkheid toch iets anders ontvouwen. Mensen die de verantwoordelijkheid nemen om zichzelf of hun kind volgens de richtlijnen van het RIVM preventief thuis te houden. Degene die wat invloed heeft op de (lokale) politiek, de bestuurder van de stichting waarvoor ik werk, houdt zich daar mee bezig. Op het bestuurskantoor is er een Corona-team actief voor alle vragen. De directeuren zijn het die iedere dag en bij iedere nieuwsupdate ouders op de hoogte stellen. En het zijn de leerkrachten die bij een dalend aantal aanwezige kinderen en in wisselende teamsamenstellingen onderwijs blijven bieden. Dus ik zie in plaats van een polarisatie een verantwoorde beweging van vinden naar doen!

Er dient zich echter wel een vraag aan. Een vraag vanuit ouders, die merken dat onderwijs meer vraagt dan opvoeden en het bezig houden van je kind. Een hang naar onderwijsinhoudelijke opdrachten. Vanuit kinderen die natuurlijk nooit klaar zijn met leren en zich thuis gaan vervelen, wat uiteraard de vraag vanuit ouders versterkt. En vanuit leerkrachten, die naast het ontwikkelen van een alternatief, leerrijk aanbod vraagtekens hebben over het hoe nu verder. Want wat als de school sluit!?

Enthousiast word ik van wat zich ontvouwt: collega’s die het digitale landschap aan het ontdekken zijn om ondanks het virus toch tegemoet te kunnen komen aan de ontwikkeling van kinderen.

Toen ergens in 2012 het boek van Jonathan Bergmann en co-auteur Aaron Sams –Flip your classroom– uitkwam werd ik direct gegrepen. Ik werkte ten tijde in het (voortgezet) speciaal onderwijs waar vooral een focus lag op diagnoses vanuit een medisch-model-kijken naar kinderen. Kinderen die niet zouden kunnen leren omwille van hun gedrag, verwijzend naar diagnoses en opgetekende handelingsplannen, de nu zogeheten ontwikkelingsperspectieven (OPP). Daarin stond hoe een kind zich zou (moeten) gedragen en ontwikkelen. Beschreven en verwachtte gedraging werden opgeschreven waardoor kinderen zichzelf juist leken te bevestigen. Ook een soort van virus dus merkte ik steeds vaker op.

En dus besloot ik mijn hypotheses te gaan toetsen, met het boek van Bergmann en Sams in mijn achterhoofd. Het is mijn overtuiging dat ieder (!) kind wil leren. Maar als je als kind worstelt met jezelf ben je nog bezig iets anders te leren. Schoolrijpheid kan in het gedrang zijn. Als dan de leerkracht tijdens een instructie te snel praat, het moeilijk vindt om achter het gedrag te kijken of om het verhaal van een kind écht te horen, wordt leren uiteraard bemoeilijkt. Maar wie/wat is er dan daadwerkelijk het probleem!?

Nog eerder terug in de tijd, toen ik rond de eeuwwisseling met de studie tot leraar basisonderwijs bezig was, probeerden ik samen met een aantal medestudenten te verkennen wat de onderwijskwaliteit versterkt. We ontdekten de mogelijkheden rondom ICT. ICT als middel welteverstaan. Vorm. Want ‘vorm volgt functie’. Binnen de pedagogiek en de didactiek gaat het namelijk al-tijd over de inhoud, het functionele waarom je doet wat je doet en hoe dit zichtbaar, merkbaar en meetbaar is binnen school. De inhoud van hoge verwachtingen die van alle kinderen hebt en blijft houden, ook als het kennisleren niet vanzelf gaat.

Dat het virus nu een hoop professionals aanzet om op afstand onderwijs vorm te geven brings back good memories! Herinneringen van toen ik ooit lessen flipte. Herinneringen van het opnemen van een instructie dat uiteindelijk veel onderwijscontacttijd opleverde, en ruimte maakte!  Herinneringen ook van veel kritiek, maar vooral over de vorm waarbij velen de inhoud wilde claimen. Die patstelling in het onderswijsdiscours wordt nog steeds gevoerd tussen de Stevensen, Biesta’s en Kirschners. Misschien ook wel een soort van virus.

Door me met flip my classroom bezig te houden ging er een nieuwe wereld voor me open. Of ja, er werden zaken met elkaar verbonden. Zaken die ik gefragmenteerd al wel wist. Ik vond een manier om door middel van video-instructies (vorm) over het aanleren van basisvaardigheden het potentieel (inhoud) van mijn leerlingen in kaart te brengen. Het bevestigde zelfs een eerdere gestelde hypothese, want wat bleek: een kwart van de leerlingen hadden meer potentieel dan het schoolniveau waarop zij waren ingedeeld.

Het handzame, praktische boek ademt het functionele waarom en ik vond er bevestiging: de leerkracht als vakman is meester over het curriculum en de leercontent, de leerkracht geeft toe als het iets niet weet, de leerkracht durft te schuiven in het programma ten behoeve van de ontwikkeling van kinderen, het leerproces, en de leerkracht moet het leerproces van kinderen anders, vanuit kindperspectief, kunnen vastpakken. Met een kernachtige knipoog: flippen is dus niet voor control freaks.

De wetenschap dat ik als leerkracht niet in het brein van een kind kan kijken geeft mij enorm veel rust. Het maakt mij nieuwsgierig en creatief. Dat ik dan dus niet beschik over het leerproces van kinderen maakt het wel extreem belangrijk om te weten tot waar mijn cirkel van invloed rijkt. En dat is naast de pedagogiek dus het onderwijsaanbod én de didactiek.

Wat de toekomst ook gaat brengen, één ding weet ik zeker: basisvaardigheden zullen altijd geleerd moeten worden. Geleerd om nieuwe kennis en ervaringen op te kunnen doen, de wereld te kunnen begrijpen. Deze vaardigheden zijn het fundament waarop nieuwe kennis en ervaringen kunnen worden opgebouwd. En wil ik kinderen leren zelfverantwoordelijk te zijn voor hun eigen leerproces moet ik die kinderen leren om ‘actieve producenten te zijn, in plaats van passieve consumenten’ om in de woorden van Henk Oosterling te schrijven. Hen dit leren vraagt om het eerst zelf te leren en begrijpen, zoals het bij opvoeden een eis is om eerst mezelf op te voeden.

Dat onderwijs een waarde(n)volle onderbreking zou moeten zijn, wordt met het virus nu merkbaar. Thuis of in kleine groepen op school wordt de tijd en ruimte ervaren om rijke leeromgeving te creëren waarin een kind kan van een sterk aanbod kan leren, worstelen, oefenen en dus actief kan ontwikkelen. Ont-wikkelen van het potentieel dat allang in kinderen aanwezig is. Er wordt de ruimte ervaren om meer op het kind, diens cognitieve stijl (nee, niet leerstijl!) en manier van leren aan te sluiten. Het virus nu dat aanzet om de visie op leren rustig te beschouwen en nauwkeurig af te stemmen. Consolideren kan daarbij een uitgangspunt zijn, aanbieden en verdiepen een andere. Iedere leerkracht weegt eigen keuzes af: op basis van het leerproces waarin kinderen zitten, wat het kinderen gunt en altijd ten gunste van de ontwikkeling van hen en henzelf.

Want leren is altijd wederkerig. Zonder iets of iemand wordt er namelijk niet geleerd, wordt nieuwsgierigheid niet aangewakkerd en wordt motivatie niet gevoed. Iedere prikkel, zoals het virus nu, zet aan tot leren, zet aan tot willen begrijpen, zet aan tot grip willen hebben op en zet aan om na te denken over andere vormen van onderwijs.

Wil ik kinderen (op afstand) leren proactief de verantwoordelijkheid te nemen over hun eigen leerproces vraagt dit van mij dus meesterschap over het aanbod, een sterke instructie én de drie psychologische basisbehoeften: relatie, autonomie en competentie. Alleen als ik een relatie heb met de kinderen kan ik inschatten welke mate van autonomie ik kan verlenen. Of kinderen nu op school of thuis zijn. Van ieder kind weten welke verantwoordelijkheid het aankan, samen met het aanbod afstemmen en een sterke instructie, maakt dat een kind zich competent gaat voelen. En ik mezelf als leerkracht trouwens ook.

Zeker worden over mijn onzekerheden ontwikkel ik door te doen. Steeds meer grip krijgen op onderwijskwaliteit kreeg ik door het ontwerpen van en spelen met onderwijsinhoud. Toen ik mijn rijbewijs haalde heeft het uren autorijden gekost om nu te kunnen zeggen dat ik goed kan autorijden. Na de pabo leerde ik in de uren en uren onderwijzen mijn rol als slechts kennisoverdrager transformeren tot ontwerper. Mijn sturende rol bleef, al kreeg deze ook een bemoedigend, noem het coachend karakter waarbij ik opmerkte dat dit de relatie met de kinderen alleen versterkte. De meeste voldoening en zingeving haalde ik uit het samen construeren en bouwen van kennis. Niet het kind, niet de leerkracht maar het leerproces kwam centraal te staan. Vakmanschap kon groeien naar meesterschap. Nieuwe perspectieven droegen daar aan bij!

De mogelijkheden van ICT, zowel als materiaal als ook voor wat betreft onderwijskundige of -ondersteunende programmatuur, zijn niet meer weg te denken uit het onderwijs. En weet ook dat data in het onderwijs een steeds prominentere rol krijgt. Data dat mij als leerkracht helpt bij het opsporen van problemen, zodat ik weet welke aanpak wel/niet werkt en het biedt mij mogelijkheden om de onderwijskwaliteit te versterken. Online instructies, een bekend fenomeen binnen blended learning en flipping the classroom, zijn een vormvervanging voor de traditionele instructie voor de klas. Meer niet. De combinatie van papier en digitale mogelijkheden maakt het mogelijk om effectiever te werken en nog meer af te stemmen op wat kinderen nodig hebben. Sterker, naast de mogelijkheid om onderwijs op afstand te realiseren heeft het flippen van mijn lessen er aan bijgedragen dat ik meer tijd IN de groep beschikbaar kon zijn! Om leerprocessen bij te sturen, om kinderen in hun leerproces te bemoedigen en om kinderen te bestoken met doorvragen om hun nieuwsgierigheid en motivatie te blijven voeden. Dát maakt leren leuk, zelfs als dat een confrontatie of frustratie tot gevolg heeft.

Dus. Flippen is niet zomaar even iets dat je erbij doet, het vraagt een wezenlijk andere manier van denken. Ja, je maakt gebruik van de digitale middelen, maar het behelst minimaal net zo veel als ieder andere goede les! Naast een instructie-video zullen er dus ook werkvormen, vragen en opdrachten moeten worden toegevoegd. Zal het altijd in relatie aangeboden moeten worden.Dat het virus echter aanzet tot flippen gun ik kinderen én leerkrachten. In ieder geval alle kinderen in de wijk waarin ik nu werkzaam ben. En zeker als de scholen mogelijk aanstaande maandag sluiten. De gesegregeerde wijk in Tilburg West, waar veel nieuwkomers en mensen onder de armoedegrens wonen, gun de flip-lessen omdat het een mogelijkheid is om onze kinderen (en ouders) te blijven ontwikkelen.

About the Author

Leave a Reply