Is er een juiste vraag?

Is er een juiste vraag?

Is er een juiste vraag?

Vijf weken op school en bijna iedere dag minimaal één keer naar de achtervang, onze Time Out. Het niet kunnen functioneren in de groep is reden voor dit dagelijks uitstapje. Ik vraag me af wat dit zou doet met de mindset, en belangrijker; het welbevinden van een kind. Wat zegt het dat dit iedere dag gebeurt? Voelt het zich welkom in de groep, bij zijn medeleerlingen? Op school? Hoe is de relatie met de leerkracht? Hoe verloopt de communicatie? Als hij bijna iedere dag ontglipt, vraagt dit een pedagogische uitdaging. Ik zoek als eerst de dialoog met de leerkracht.

“Het lukt me bij hem niet om de juiste vraag te stellen…”

Ergens een pijnlijke constatering. En toch, de moed om zichzelf kwetsbaar op te stellen maakt de hulpvraag en het verlangen duidelijk. En het zal uiteindelijk leiden tot bewustwording. Jezelf niet uitspreken laat slechts de onmacht groeien. En dat gevoel wil niemand ervaren. Onmacht dat als de angst voor de angst, vaak gevoed door aannames, het stellen van een juiste vraag blokkeert.

De verbinding met Michael is in ieder geval verder weg dan ooit. Samen staan zij zonder dat daar wederzijds bewustzijn is voor een opdracht. Beide met hetzelfde verlangen; inzicht op en vertrouwen in hun eigen kunnen. Samen elkaar iets leren. Samen ieders (leer-)kracht kunnen zien en accepteren om te mogen zijn wie ze zijn.

De sleutel ligt hoe dan ook bij de relatie. In de wederkerige verbinding, waar beschikbaarheid van de volwassen dé uitnodiging naar de ander is.

Als ik het lokaal binnen loop om de groep te voorzien van hun proefwerk wiskunde zie ik hem achter in de klas zitten. Michael. Te vaak in de achtervang verbleven vandaag en nu, als tussenstap, ondergebracht in een ander klaslokaal. De mijne voor dit lesuur.

Ik knipoog. Hij knikt.

Wanneer het proefwerk is uitgedeeld en de kinderen aan het werk zijn pak ik een pen en ga naast Michael zitten. Hij kijkt me afwachtend aan. Ik zie een proefwerkvel liggen waarop een rooster voor een dag staat. Zou hij niet meer welkom zijn in de groep vandaag?

Op de achterkant begin ik met schrijven van een open vraag.
Wat is er gebeurd waardoor je nu hier zit?

‘Ik had gister veel problemen!’

We zijn vertrokken. Ik teken een cirkel om ‘problemen’. Een prachtig woord dat bij mij direct de vraag Wat dan? oproept. Ik vraag het niet. Als een woordspin trek ik alleen maar lijnen. Ik weet en vertrouw dat hij mijn vraag wel aanvoelt. Ik schuif het blad naar hem toe. Al snel pakt hij zijn pen op en aan het einde van de lijnen is hij open.

‘Ik was veel kinderen aan het uitschelden.’
‘Brutaal.’
‘Door de gang lopen.’
‘Druk zijn.’

Een mooie opbrengst. Evenals zijn reflectie, vanuit de ik geschreven. Erg sterk! Verantwoordelijk. Als stroomschema ga ik vragend verder, vragen die mij dichter naar de aanleiding brengen. De aanleiding om grip te krijgen op hoe het brein van Michael werkt. Wat ik krijg is waardevolle informatie: zijn informatie, zijn beleving en zijn waarheid. Het uitschelden zou zijn ontstaan op het moment dat twee kinderen hem knepen. Volgens hen was Michael te druk, zo voegde hij toe. De oorsprong van zijn gevoel druk(te) kon hij niet goed beschrijven. Wel kon hij aangeven zich in een leeg lokaal wél veilig te voelen. Rustig te kunnen worden.

‘Gewoon, als ik even alleen in een kamertje ben, bijvoorbeeld het muzieklokaal.’

Als ik doorvraag op de woorden die hij me geeft, hoe hij het alleen ervaart volgt een duidelijke ‘fijn’! Hypotheses en bijbehorende vragen vullen mijn brein: Is het wel veilig voor hem ik de groep? Is het de rust? Is er overgevoeligheid in het spel? Kan hij de vele impulsen en/of het overzicht in de klas wel constructief reguleren? Vragen te over. Te inhoudelijk en te groot voor nu.

Toch lijkt het stroomschema het zelfinzicht van Michael hem verder te helpen. Bewustwording van de momenten waarop hij druk ervaart. Hij weet al wat hij nodig heeft… Alleen in een lokaal is zijn mogelijkheid om tot rust te komen. Een afgeschermde werkplek, een kaart die hij kan laten zien aan de leerkracht zodat die weet dat hij druk is, observeren en noteren wanneer hij druk wordt zijn andere mogelijke oplossingen. Voor de volwassen ander die ik op het vel toevoeg.

De start is gemaakt, zijn eigen proces ingezet!

Gehoord worden hoeft niet altijd verbaal. Zien kan non-verbaal op momenten veel sterker zijn. Beschikbaarheid zit ‘m ook in een knipoog. Een duim. Een knik. Het liplezen van de verwachting. In gebaren.

En dus in vorm van een chat op papier. Papier is geduldig. Papier zet aan tot reflectie. Papier geeft je de ruimte om even te voelen en na te denken over de juiste vraag. Nadenken over de juiste woorden in de zoektocht naar woorden voor ervaringen. Papier ontneemt je tijd, tijd die er ogenschijnlijk niet lijkt te zijn maar er in overvloed is. Papier geeft vertrouwen en biedt de veiligheid om op een beschouwende afstand dichtbij een aanleiding te komen. Dicht bij gevoeligheden die het brein prikkelt en gedrag voedt.

De wederkerigheid aangaan met papier geeft de gelegenheid om de tijd te nemen. Om te weten wat op dat moment het juiste is om te doen. Vanuit erkenning (soms herkenning) zal de vraag komen bovendrijven.

Wat rest is het lef om ‘m te stellen!?

Een A4-tje is zo gepakt. Schrijf de vraag op die jou bezighoudt. Leg het blad op de tafel van de leerling. Je geeft een uitnodiging om te antwoorden. Geen antwoord is ook een antwoord. Alleen al het denken over de vraag zorgt vaak voor voldoende beweging. Door te vertrouwen dat het antwoord volgt geef je alle ruimte die nodig is. Nodig om het denken voelbaar te maken en over te gaan tot doen: het beschrijven. Vervolgacties volgen. Net als groei. Tegelijkertijd is het ook een reflectie voor jou als onderwijsprofessional. Samen in beweging.

Beschikbaarheid wordt ervaren door aandacht, door het kind het gevoel te geven er volledig te mogen zijn zonder een goed of fout. Ieder kind begrijpt dat na een instructie en ronde volgt dus vertrouwt erop dat jij het antwoord leest. Dat jij de doorvraag stelt. Soms is ontvangstbevestiging voldoende, het moeten uitgesloten. Door boven de stof  van contact maken te staan creëer je zelf ruimte om te spelen. Spelen met wat zich aandient. Spelen met zijn van een brug. De brug tussen het denken en het voelen. De brug tussen de indruk en het uitdrukken in (handig) gedrag. De brug tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. De brug tussen ervaringen en het toekennen van taal.

Voor even mag ik de brug zijn tussen Michael en zijn leerkracht. Het is nu aan mij om te vertrouwen dat mijn collega het herstel van Michael constructief oppakt. Doorpakt. Het vertrouwen dat er vanuit het potentieel gehandeld wordt in plaats van een eigen onzekerheid. Het anders kunnen vastpakken van de ‘maar-wat-als’-angst. Het vertrouwen dat wanneer het niet lukt, er altijd ruimte is voor die op dat moment juiste vraag!

Deel 1: Een glimlach in plaats van een correctie.
Deel 2: Ik luister niet!

About the Author

Leave a Reply