Jullie en luisteren naar ons

Jullie en luisteren naar ons

Jullie en luisteren naar ons

#zondaggedachte

Sinds dit schooljaar ben ik betrokken als één van de kwaliteitsondersteuners op een jenaplanschool in Tilburg. Een kleine school waar veel te ontwikkelen is. Een school waar door de jaren heen medewerkers voor verschillende uitdagingen hebben gestaan. Medewerkers die worstelden en uiteindelijk de school verlieten. En nu sinds dit schooljaar staat er een grotendeels nieuw team. Zijn we collectief, met z’n allen, de post-hbo jenaplanopleiding aan het volgen. Samen aan het ontwikkelen. En zijn we, misschien wel het meest belangrijk, collectief de visie van de school aan het herijken!

De uitdagingen van eerder zijn er nog steeds. Al heeft er duidelijk een accentverschuiving plaatsgevonden. Van worstelen naar het zien en aangrijpen van mogelijkheden. Grip proberen te krijgen en concreet maken van wat ons te doen staat. En dat vanuit een gezamenlijke visie op leren, op het onderwijs binnen de school. Samen het onderwijs maken.

Het was van de week dat we als team een tweede sessie hadden rondom het grip krijgen op deze visie. Grip krijgen om dat wat impliciet wordt ervaren en waarmee leerkrachten dagelijks in de groep hun onderwijs vormgeven expliciet te maken. Tastbaar. Constructief. Van luisteren via begrijpen naar concreet benoemen. Een prachtige sessie ontvouwde zich. Rake dingen werden gezegd, ieder vanuit een eigen kijk op diens professie. Op een eigen wijze rond meesterschap. Soms schuurde het enorm, maar het mocht. Het vertrouwen in de vorm van ruimte was er. De kracht van de diversiteit werd zichtbaar, verschillende rollen aanvullend en complementair. Even tastbaar als dat we dat voor de visie wensen.

Tot het laatste kwartier.

Nadat een leerkracht zich uitte over werkdruk, ziet een ander de kans schoon om voor het team te spreken. Zo wordt het ook benoemd. De stem van de wandelgang ontvouwt zich.

In alles merk ik dat het me raakt! Niet zozeer om de inhoud, die kan ik nog wel plaatsen, maar meer om het moment én de vorm! Het moment omdat werkdruk niet geheel past in de constructieve context van de middag. Een middag waar het juist ging over professionele autonomie, het ‘hoe aan en door te pakken’. En de vorm, de manier waarop het wordt gedeeld.

Deze laatste, de manier waarop, raakt me omdat ik het zo herken. Ooit, tijdens mijn allereerste baan op een vso-school in Den Bosch pakte ik ook die rol. Ging ik op de stoel zitten van de meningen van mijn collega’s en deelde ik tijdens vergaderingen wat ik hoorde in de wandelgangen. Deelde ik omdat ik (toen) dacht dat het een verandering zou bewerkstelligen. Het delen door mij dat als springplank voor anderen zou dienen. Maar niets is minder waar. Er gebeurde niets. Regelmatig keek ik niet alleen rond, maar vroeg ik het team ook om bevestiging: “Toch!? Mensen?” Het bleef stil. Wat uiteraard leidde tot frustratie bij mij.

Tijdens mijn tweede baan, een (nu gesloten) so-school in Breda, begon ik met het praten voor mijzelf in het belang van het onderwijs voor de kinderen in mijn klas. Liet ik wat in de wandelgangen werd gezegd bij mijn collega’s. Sterker, zette ik hen aan om vrijuit te spreken. Tijdens vergaderingen deed ik dit voor en liet duidelijk weten waar ik het mee eens én ook juist mee oneens was. Legitimeerde dit met uitgangspunten, om te overtuigen! Toen.

Ik weet nog goed dat tijdens één van de vrijdagmiddagborrels een aantal collega’s zich negatief uitspraken over het management- en ondersteuningsteam van de school. Zij van dat team waren er die middag niet bij. En dat maakte het blijkbaar makkelijk om iets uit te spreken. Ik hoorde het aan, bevroeg of zij het al hadden besproken waarna een twijfelende bevestiging werd gegeven. Ik stelde voor een motie van wantrouwen te schrijven zodat maandagochtend iedereen die erachter stond dit zou kunnen ondertekenen.

Want iets vinden is de verantwoordelijkheid nemen om er ook iets mee te doen!

Vond ik. En vind ik. (En ja, ik stapte in dit geval opnieuw in de valkuil. Mijn valkuil. Want:)

Op maandagochtend schoof ik de motie onder de neus van de eerste, die vrijdag zo uitgesproken collega. Ze was verbaasd, leek ook ergens te schrikken. Vanzelfsprekend. Want wanneer uitingen concreet worden en het om inzet vraagt blijkt dat wat is gezegd opeens niet zo concreet bedoeld te zijn: “Ja maar we hadden een biertje op!?” Het excuus bleek later gevoed door andere belangen, een onderliggende agenda in de vorm van een rol binnen managementteam. Ik begreep daar niets van! Wat uiteraard leidde tot frustratie bij mij.

En het was die derde school, een vso in Breda, waar ik niets meer zei. Op den duur geen vergadering meer bijwoonde. Linksom of rechtsom leverde dat mij en mijn leerlingen niets op. De klasdeur ging bijna helemaal dicht. Daarbinnen deed ik wat mij, de leerlingen en diens ouders iets bracht. Door de kier benoemde ik mijn werkwijze. Ik nam regie, of noem het ‘eigenaarschap’ zoals het tegenwoordig heet en burgerlijk ongehoorzaam zelfs op momenten. Draaide mijn professioneel handelen om. Nam het team mee in wat ik deed, schreef erover en ontwikkelde met die mensen die ook hun deur op een kier hadden staan. Ik zocht de mensen die wandelgangenpraat proactief wilde oppakken.

Van het werken in een ‘U’, daar waar het protocol klassenmanagement busopstelling eiste(!), via de pilot Samenkracht naar uiteindelijk docent wiskunde. Alles met maar één doel: leerlingen in het cluster4-onderwijs empoweren, emanciperen, zodat hun potentieel zichtbaar wordt en ze de overstap laten maken naar een reguliere school.

Geen van de door mij ingezette acties vond ooit echt grond, duurzaam gezien. Wel in de klas, de groep, bij individuele leerlingen maar nooit in het team of binnen de organisatie. Andere belangen, een andere visie op mens, opvoeding en onderwijs leken redenen. Het was voor mij de reden om te vertrekken. Sterker, om op reis te gaan. Om elders te zien en ervaren dat het ook anders kan. Niet een focus op grenzen maar mezelf omringen met een ander perspectief. Het werd een vinden van het hoe. En het ondergedompeld worden in een gezamenlijk en collectieve waarom. Het functionele waarom en het waarom als basis van een collectieve visie.

Terug in Nederland en nu een half jaar werkzaam op deze jenaplan school werd ik opnieuw geraakt dus. Vroeger zou ik er met gestrekt been ingegaan zijn, of zou ik in stilte ‘op mijn eigen eiland’ verder zijn gaan bouwen. Maar meer dan ooit voel ik de kern in het collectief zit. In het samen. Autoriteit in samenkracht.

Op een later moment ga ik er op terugkomen. Deze leerkracht bevragen over diens drijfveren en wat ’t constructief anders wil en gaat doen. Net als dat ik altijd al deed met mijn leerlingen. Verwonderen over wat deze leerkracht drijft, en tegelijkertijd aanzetten om diens collega’s te emanciperen. Empoweren zichzelf uit te spreken. In het belang van en vóór goed onderwijs voor al onze leerlingen. Het accent op ons gezamenlijk belang. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Afstemming op waar we de gehele middag mee bezig zijn geweest. Het zetten van een stip. Het banen van een concreet pad.

Ja maar jullie moeten ook naar ons luisteren!

De eerste opmerking na mijn eerste vraag. Als ik naast me kijk en denkbeeldig mijn armen op de schouders leg van de collega’s die niet naast me zitten, stel ik mijn volgende vraag. De vraag naar wie ik precies ‘moet’ luisteren. En een volgende. Wat maakt dat het een ‘moet’ dient te zijn. Opnieuw volgende vragen. Naar wie te luisteren, vanuit welk belang en wat er al aan gedaan is.

De veelheid aan vragen en verschillende lagen waarop de vragen worden gesteld doen de leerkracht naar voren bewegen. Een open dialoog ontvouwt zich. Van ik-betrokkenheid (of noem het weerstand) bewegen we samen via taak- naar organisatie-betrokken. Gaat het niet meer over de anderen maar over de leerkracht en mij. Over taken, verantwoordelijkheden en over professionele autonomie die er altijd is. Maar!? Geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid. En geen verantwoordelijkheid zonder inhoud. Geen iets vinden zonder proactief iets te gaan doen.

Misschien ben ik nog niet zo ver.

Volwassen de verantwoordelijkheid dragen voor de inhoud. Dat gaat over durf, het durven anders te doen in het belang van de ontwikkeling, van het kind, van de collega, van de organisatie en van goed onderwijs. Dan gaat het niet meer over de vorm (roepen over werkdruk of wandelpraat ventileren) maar om wat inhoudelijk anders zou kunnen. Dat gaat het niet over ver maar over doen. Over constructief en congruent te weten wat doe je wel doet en waarom doe je wat je doet, ook als je het nog niet weet! Van het volgen van een innerlijk kompas tot heel concreet lessen voorbereiden, doen, evalueren en analyseren.

Daarbij is er geen jullie en ons, dat kan alleen vanuit een samen. En als de ‘ik’ nog niet zover is voor een ‘samen’, om welke reden dan ook, deel dan wat de ‘ik’ drijft. Pak het op. Doe er iets mee. Maak van beren proberen. Durf ondersteuning te vragen, als niet zelf de stap over de drempel gemaakt kan worden. Want mijzelf veilig voelen dit te doen gaat over mij en luisteren naar mezelf.

About the Author

Leave a Reply