Moeilijk en ouders

Moeilijk en ouders

Moeilijk en ouders

#zondaggedachte

Ouders kunnen, ten opzichte van leerkrachten, soms zo moeilijk zijn!
Ikzelf trouwens ook. Als ouder. Althans.

Tijdens zo’n tienminutengesprek neem ik samen met mijn liefde altijd ons kind mee. En natuurlijk dwingen we daarmee een kindgesprek af. En dat wordt niet altijd even makkelijk ontvangen. Voor mij is de reden wel een simpele: het zichtbaar zijn van het ontwikkelingsproces van ons kind niet eenrichtingsverkeer is. Vanuit ieders perspectief kijken naar wat nodig is. En we willen onze kinderen leren naar zichzelf te kijken. Uiteraard is er ook nog het perspectief -of noem het visie- van de school, die wordt vertaald door dezelfde leerkracht. Op dat moment. In die groep.

Of die keer in groep 3 waar de leerkracht enthousiast vertelde over een nieuwe rekenkist. Nieuwsgierig nam ik het perspectief van mijn zoon in. Luisterde ik aandachtig hoe de tien minuten zich vullen met een uitleg. Over die rekenmethode. Niets over hoe mijn zoon rekent of hoe hij deze nieuwe methode aanvliegt. Oppakt. Of hem leert rekenen. Waarom deze rekenkist aansluit op zijn ontwikkeling.

Op een bepaald moment begrijp ik iets niet. Vanuit een oprechte nieuwsgierigheid en het perspectief van mijn zoon stel ik een vraag. Onbewust lijk ik het leerkracht moeilijk te maken. Diens kleur in het gezicht verandert. Met een roder worden van het gezicht volgt ook een wat onzekere uitleg. En, nog voor de leerkracht tot een antwoord komt draait het gezicht richting mij. Een geagiteerde uiting volgt: “Maar jij bent toch ook leerkracht!?”

Was de vraag dan zo moeilijk?
Deed ik als ouder zo moeilijk?

Een paar jaar terug, ik was docent wiskunde. De administratrice riep me naar haar kantoor. Een ouder aan de telefoon voor mij. Via-via was haar ter ore gekomen dat haar zoon al een maand zijn huiswerk niet gemaakt had. En. Dat dit allemaal te maken heeft met mijn aanpak als docent. Met de hoorn tien centimeter van mijn oren probeer ik te luisteren naar haar verhaal. Een touw aan vastknopen als uitdaging. Moeilijk.

Ik zou haar zoon (13) meer op de huid moeten zitten. Vindt zij. Hem nog beter en intensiever moeten begeleiden. Zeker in het voortgezet speciaal onderwijs! En ik zou dat niet begrijpen. Volgens haar, want: “Jouw werkwijze is die van het regulier onderwijs en zelfs daar zijn ze nog niet zo ver!” Wanneer mijn luisteren overgaat in een poging tot verbinden en een aanzet doe tot educatief partnerschap weigert moeder -buiten dit telefoongesprek- met mij in gesprek te gaan. Met zo’n slechte docent gaat zij geen enkel gesprek aan! Sterker, als het gesprek het kookpunt nadert is moeder heel duidelijk: “Ik dien een klacht in!”

Mooi!
En wat fijn dat ze deze moeite wil nemen.

Aan de andere kant van de lijn blijft het even stil. In de stilte voel ik de ruimte, het moment om iets te zeggen. Met de hoorn tegen mijn oor deel ik moeder dat een klacht altijd reden is om met elkaar in gesprek te gaan. En dat ik een klacht alleen maar toejuich, zeker als er iets te leren valt. Het blijft stil aan de andere kant van de lijn en ik vraag of moeder nog verbonden is. “Ja…?” Mijn vervolg borgt de ommedraai. Als ik aangeef dat ik al iets meer dan drie weken eerder haar gemaild heb, lijkt haar vraagteken te veranderen in een constructief uitroepteken.

En dan van de week. In de koffiekamer vraagt een collega hoe het met mij is. Niet voor niets. Ja interesse. En tegelijkertijd is duidelijk dat er wat te delen is. Een email van een moeder heeft de leerkracht geraakt. Bezig gehouden. Bang gemaakt. En zelfs de slaap kreeg er geen vat op. Rusteloos zijn er boeken uit de kast getrokken. Niet wetend wat te doen.

Opnieuw luister ik. En geef aan dat ook ouders een verantwoordelijkheid hebben. Om zuiver te communiceren. Om emoties, zorgen, feitelijke belevingen en verwachtingen volwassen te delen. Te meer omdat zij een voorbeeldfunctie hebben. Naar hun kinderen. Niet om de kaas van hun brood te laten eten, maar om regie te leren nemen. Om, in krachttermen van Janus Korczak te spreken, met het recht op een eigen dood hun kind in de wereld te zetten. En omdat het een stad vraagt om een kind op te voeden is het belangrijk om emoties in een context te plaatsen. Ook voor ouders. Of juist door ouders.

En dát is moeilijk.
Niet de ouder.
Niet het kind.
En ook niet de leerkracht.
Relaties aangaan is soms moeilijk.

Want het vraagt emoties en belemmerende gedachten te scheiden van wat er feitelijk is en/of wordt gezien. Zuiver delen wat verwacht wordt. Wat fijn voor mijn collega dat dit allemaal zwart-op-wit staat, mits uitgeprint. Om gearceerd kleur te geven aan het zwarte gevoel. Een mail als mogelijkheid de dialoog aan te gaan. Overeenkomsten in de ogenschijnlijk verschillen te verbinden. Om het gezamenlijk belang binnen de ontwikkeling van het kind te duiden. Hun kind. Ons kind.

Opvoeding en onderwijs gaan over wederkerige processen van raken en geraakt worden.
Dit weten, en kwetsbaarheid volwassen toelaten, maakt het toch niet moeilijk?

About the Author

Leave a Reply