Niets praktischer dan een goede theorie

Niets praktischer dan een goede theorie

Niets praktischer dan een goede theorie

Tja, met zo’n quote van wijlen Martinus J. Langeveld, één van Neerlands grootste pedagogen, kan de dag eigenlijk al niet beter beginnen. Want vandaag is het zover: de presentatie voor het team. Bouwen aan inclusief onderwijs kan natuurlijk niet zonder dat er wordt gewerkt aan ‘de terugkeer van de pedagogiek’! Een sterk pedagogische basis, als betonmatten in het fundament, van waaruit we werken.

Met een stapel boeken onder mijn ene arm en foto’s en platen van inspirerende leeromgevingen van onze reis onder de andere arm loop ik de school binnen. Het team is al aan het ontbijt als ik de techniek controleer. Dit zodat de presentatie van straks op rolletjes gaat lopen. Tegelijkertijd voel ik ook hoofdpijn opkomen. Is het omdat ik de nacht slecht en weinig geslapen heb of is het omdat er onbewuste spanning, noem het onzekerheid, wat onder mijn hersenpan loopt te irriteren? Twee paracetamol als toetje dan maar op het jaarlijks terugkerende, zogenaamde kwatsontbijt. Elkaar ont-moeten.

Met de quote prijkend op het grote digibord wordt duidelijk dat de nieuwsgierigheid bij het team is getriggerd. Niet weten wat hen te wachten staat roept het direct eerste vragen op. Uiteraard is er dan niets leuker deze wat te voeden en alvast te verwijzen naar interessante literatuur.

Na de introductie van de baas, waar direct een vinger op een zere plek wordt gelegd, is het aan mij de taak om het inhoudelijke startschot van het jaar te geven. De baas vertelde over dat de school een slechte naam heeft; in de wijk en binnen de stichting, waar onderwijscollega’s verhalen via-via horen omdat de met (sociale) pijn vertrokken oud-leerkrachten hun ervaringen delen. “…en we krijgen het niet gedraaid,” zo besluit de baas het betoog. In lijn met wat gaat komen deze ochtend corrigeer ik de baas direct. Of althans, nuanceer ik door het woord ‘nog’ toe te voegen aan de nare constatering.

Ja, er is de afgelopen tientallen jaren genoeg gebeurd binnen de school. Tegelijkertijd hebben wij, als team, de afgelopen twee jaar al veel goeds met elkaar neergezet! Sterker, met een compleet nieuw lerarencollectief (de langst werkende leerkracht werkt er pas twee jaar en twee maanden) hebben we de school opnieuw uitgevonden. Geven we de school opnieuw inhoudelijk vorm door gezamenlijk een driejarige opleiding te doen rondom ons onderwijsconcept. En op het inhoudelijk conceptualiseren van ons onderwijs, daar mag men trots zijn!

Dat er een erfenis ligt en de resultaten zorgelijk zijn maakt dat er een opdracht voor herstel ligt. Dat iedereen zich hier bewust van is en de urgentie voelt, zorgt ervoor dat vanuit onze eigen cirkel van invloed de essentie, waar de intentie ‘wat gunnen wij kinderen’ onder ligt, wordt opgepakt! Na de middenanalyse hebben we voor de zomervakantie twee speerpunten vastgesteld: leesmotivatie (van technisch lezen via leesplezier naar begrijpen van teksten) en woordenschat, dé rode draad uit de roodgekleurde analyse.

Als een gek heeft het onderwijskundig ondersteuningsteam van de school hard gewerkt aan ambitiekaarten en zijn de verwachtingen ten opzichte van de schoolnorm enorm verhoogd. Zo willen we op termijn, en het liefst zo snel mogelijk, dat een grote meerderheid van de kinderen in een jaargroep het eindniveau haalt. De schoolnorm stond op onder het landelijk gemiddelde. Begrijpelijk vanuit eerdere beschouwingen op onze populatie kinderen, echter weten we ook dat lage verwachtingen leiden tot lagere scores… Iets met het Pygmalion-effect.

En omdat dit gesprek over de speerpunten en ambities vorig schooljaar al besproken is, gaat de kick-off van dit schooljaar niet over het onderwijsproces. Dat is aan de professionals en aan het collectief. Nee, een ander belangrijk deel van ons onderwijsfundament draait om de terugkeer van de pedagogiek: emanciperen, wat in de kern de bedoeling van het onderwijs is, en democratiseren: kinderen en soms ook de grote kinderen, noem ze volwassenen, leren dat ze onderdeel uitmaken van een groep. Samen verantwoordelijk zijn. Beschikbaar zijn voor elkaar. Aandacht hebben voor elkaar. En dus leren dat onderdeel van een groep uitmaken betekent dat er wederkerig met elkaar wordt geleerd én geleefd.

Natuurlijk is het een open deur om te zeggen dat wanneer je kinderen wil opvoeden dat dit vraagt om eerst jezelf op te voeden. Duh!? Maar wat maakt dan dat dit zelfopvoeden bij volwassenen toch niet altijd even soepel loopt? Dat het niet lukt jouw ‘instrumenten’: zelfbewustzijn, geweten, perspectief kunnen nemen en vrije keus hebben, in te zetten? Getuige de grote hoeveelheid onderwijsprofessionals die: in een burn-out geraken, de waan van de dag volgen, dingen doen omdat het altijd al zo wordt gedaan, het beleid blind volgen, doen wat de baas zegt (angst?) en verantwoordelijkheden afschuiven of er iets van vinden, cynisch worden zonder dat er een andere mogelijkheid tegenover wordt gesteld. En hoe wil je kinderen dan leren dat hen iets te doen staat met zelfbewustzijn, geweten, perspectiefneming en keuzes maken?

Mijns inziens komt dat door cultuur (waarin je eigen biografie en hoe jouw opvoeding is verlopen sterk meespeelt), een gebrek aan geloof in eigen kunnen (vereenzelvigd zijn met twijfel, onzekerheden en/of angst) en een gebrek aan (her)nieuw(d)e perspectieven! Met andere woorden: volwassenen die zelf ‘nog’ niet genoeg geëmancipeerd zijn(, terwijl ze het potentieel al wel bezitten..).

En precies dat is mijn vervolg, via de nuance van de uitspraak van de studiedag; in iedere groep -zo ook deze- zitten mensen die vinden dat het te snel gaat, zijn er mensen die het niet interessant vinden omdat het bekend of te confronterend is en zijn er mensen die op het puntje van de stoel zitten en overal op zouden willen reageren uit enthousiasme. Die laatste groep heb ik uiteraard het liefst, ook als grootste groep in de klas. Maar ik richt me expliciet tot die andere groep: want moet er iets uitgesproken worden, doe dat! Emancipeer jezelf en bouw mee aan een democratische sfeer waarin niemand wordt buitengesloten en (sociale) pijn ervaart. Een sfeer waarin een open cultuur heerst. Een cultuur waarin jouw geloof in eigen kunnen de basis is van waaruit je vertrekt. Een basis die verschillende perspectieven kent waardoor je multidisciplinair altijd de juiste dingen doet, óók in de ogen van de ander.

Volgen we dit proces met elkaar bewust, dan ontvouwt zich wel een naam voor iedereen goed is.

Maar uiteraard hoort ook bij emanciperen dat je jezelf mag buitensluiten. Dat je binnen een ervaring tegen die ‘plek der moeite’ aanloopt. Dat afzondering leidt tot reflectie. Een beschouwing op welke eerstvolgende stap vanuit jouw cirkel van invloed genomen gaat worden. Dat je vanuit zelfvertrouwen en het geloof in eigen kunnen erop mag vertrouwen dat de ander geen waardeoordeel heeft of cynisch is, maar morele steun biedt! De professionele dialoog voert. Dit om jezelf uiteindelijk weer in te kunnen sluiten. En dit gehele proces kan niet zonder relatie! Zonder wederkerigheid. Het kan niet zonder dat de ander aandacht heeft, beschikbaar is en zuiver weet te communiceren.

Dus daarom, niets is praktischer dan een goede theorie!

About the Author

Leave a Reply