Persoonlijkheid lángs de meetlat

Persoonlijkheid lángs de meetlat

Persoonlijkheid lángs de meetlat

Als team doen we een collectieve post-HBO-opleiding. Drie jaar lang samen ons onderwijsconcept onderzoeken, ontwikkelen en stevig wegzetten. Dat dit met het collectief gebeurt, is goud! Veel dat misgaat in het onderwijs heeft te maken met communicatie, begrip en afstemmen. Door samen het onderwijsconcept inhoudelijk vorm te geven leren we elkaar kennen, leren we dezelfde taal te spreken en leren we verschillende perspectieven in te nemen waar dat nodig is, om uiteindelijk ten dienste te kunnen staan van de ontwikkeling van onze kinderen.

De aftrap van deze middag is een wat uitgebreidere check-in. Het is net zomervakantie geweest. Deze opleidingsmiddag vindt direct plaats de eerste schoolweek. Iedereen lijkt het wat vroeg te vinden. Een enkeling heeft er in eerste instantie ook niet echt zin in. Gevangen in de bubbel van het nieuwe schooljaar starten. Net drie dagen met de kinderen aan het werk. Maar. Uiteraard is er in de afgelopen drie dagen alweer genoeg gebeurd. Zijn de eerste gesprekken met kinderen maar ook tussen ouders en leraren al gevoerd. Een nieuw schooljaar, opnieuw elkaar leren kennen. Een nieuw schooljaar, waar afstemming wordt gevraagd.

De procesbegeleider, onze leermeester tijdens dit afstudeerjaar, is globaal op de hoogte van dat wat er is voorgevallen. Naast de onderwerpen planning en inrichting van de leeromgeving neemt ook de congruente, pedagogische basishouding dus een belangrijk deel van de middag in beslag. Tijdens de check-in, het moment om te pijlen hoe iedereen erbij zit en/of er vooraf nog iets gezegd moet worden, wordt door de leraar het voorval aangestipt.

En laat dit aanstippen nu naadloos aansluiten op de korte film die wordt opgezet. Als aftrap van de inhoudelijk middag. Op het online schoolbord kijken we zo’n vier minuten naar de Albanese video met de titel ‘Mos paragjykoni!’, wees niet bevooroordeeld. Het uitroepteken verklapt al het een en ander.

Een jongen loopt de ingang van de school binnen, klopt op de deur en zijn leraar staat al klaar met een liniaal in zijn hand. De man wijst met zijn liniaal naar de plek waar hij de jongen wil hebben staan. Feitelijk wordt benoemd wat zich net daarvoor heeft voltrokken, alsof de jongen dat zelf niet weet. Hij is te laat. Op de vraag waarom de jongen te laat is volgt geen antwoord. Behalve dan dat zijn schouders wat naar beneden hangen. Na de aanwijzing om zijn hand te laten zien volgt een stevige liniaalslag. De jongen gaat met pijn aan zijn hand zitten. Er rolt een traan over zijn wang.

Deze situatie herhaalt zich nog een aantal keer.

Het is dat ik weet dat het is opgenomen, ik mezelf bewust ben dat dit in een voor mij ver verleden ‘normaal’ was en ik blij ben dat mijn kinderen en ik de kinderen in groepen van een andere pedagogiek mag voorzien. De herhaling in de korte film kan misselijkmakend worden ervaren, zeker als mishandeling of fysieke angst thema’s zijn in een mensenleven. Tegelijkertijd roept het, het steeds opnieuw in beeld brengen van de schrijnende spanning tussen de macht van de leraar en de onmacht van het kind, vragen op. Geen hiërarchische vragen, maar vragen naar het functionele waarom: Wat maakt dat dit kind te laat komt? Wat maakt dat de leraar niet deze vraag stelt? Of doorvraagt. Is het niet geïnteresseerd? Er volgt, zo lijkt het, slechts diens eigen perceptie en waarneming. De perceptie waarin ‘te laat’ geen plek heeft. Of is er zelf sprake van projectie, waarbij de leraar dit zelf heeft meegemaakt en zijn eigen emotionele tekortkomingen bij het kind legt, de realiteit niet accepteert en dus het moment niet bevraagt en het kind straft!?

Of zijn zelfs mijn vragen nu vooronderstellingen? De situatie maakt me in ieder geval nieuwsgierig naar de hypotheses onder de vragen.

Als op een ochtend de leraar wat verlaat richting school fietst, ziet hij van in de verte de jongen een rolstoel duwen. In de rolstoel zit zijn moeder. Het wordt de leraar direct duidelijk dat de zorg voor zijn moeder grotendeels of misschien wel helemaal op de schouders van de jonge jongen ligt. Er ontvouwt zich een dilemma. De spagaat van het inzicht met dit nieuwe perspectief, en het al op zijn horloge kijkende werkelijkheid waarin mogelijk ‘te laat’ geen ruimte heeft. De man dient op tijd op school te zijn voor de kinderen in zijn groep, zo lijkt zijn werkelijkheid vastte zijn gezet.

De leraar maakt een einde aan zijn tweestrijd door zijn fiets weer in beweging te brengen, richting school.

Opnieuw rent de jongen naar school, klopt aan, loopt het klaslokaal in, staat op zijn dagelijkse plek voor in de klas, voor de groep kinderen die wél op tijd zijn, reikt zijn hand uit richting de leraar en wacht op zijn dagelijkse klap. Maar deze blijft uit… In plaats van de mep op zijn hand legt de man de liniaal in de hand van de jongen.

Een eerste stap naar herstel, zo zou je het kunnen interpreteren.

De leraar draait zijn eigen hand om. De jongen kijkt wat verbaasd en vragend naar zijn leermeester. Moet hij…? Moet hij echt zelf de man op zijn hand slaan? Het voorbeeld volgen van wat hem pijn doet? Tijd neemt de man in ieder geval niet want binnen enkele seconden volgt een knieval. Vanuit een nederige positie kust de leraar de hand van het kind om vervolgens via een eenzelfde ooghoogte het kind te omhelzen. Tranen volgen op het gezicht van de volwassen man.

Na het zien van de korte film ontvouwt zich binnen het team een open gesprek. Over dat men het goed vindt hoe de man de ontstane situatie en routine lijkt te herstellen. ‘Hij stelt zich kwetsbaar op’ en ‘hij kan sorry zeggen’ hoor ik als legitimering om mij heen. Jazeker, mooie intenties en tegelijkertijd blijft er bij mij één existentiële vraag rondzingen in mijn hoofd: Welke pijn wordt geheeld met deze interventie…die van het kind of die van de volwassene?

‘Maak heel wat is gebroken’, luidt het advies van Max van Manen dat te lezen is zijn boek over tactvol handelen. Deze video maakt expliciet hoe gemakkelijk het is om vanuit eigen perceptie (eerder opgedane subjectieve ervaringen) en projectie (het ligt niet aan mij, het ligt aan jou) de ander breken. Het maakt duidelijk hoe precair relaties zijn als je als volwassen ander eigenschappen of emoties van jezelf probeert te ontkennen, verbergen of verdringen waardoor de ander (mogelijk geheel onbewust) gebroken wordt. Daar bewust van worden, door het andere perspectief, maakt dat je eerst je eigen (sociale) pijn dient te helen alvorens je de pijn van de ander kan helen. Precies dat is waar congruentie over gaat!

Want pas als eigen pijn is geheeld kun je er helemaal zijn voor de ander. Heeft het kind gevraagd om een omhelzing? Heeft het gevraagd om de kus op diens hand? In de video lijkt de regie bij de volwassen ander te liggen. Het gezicht van het kind is niet te zien. De armen van het kind gaan niet omhoog. Wat communiceert de jongen mogelijk daarmee?

Congruentie vraagt om overeenstemming tussen het denken, het voelen en het handelen. Nog te vaak is er een verschil tussen het denken en wat wordt gezegd en/of gedaan. Precies om dat verschil gaat het of congruentie wordt ervaren. Het verschil maakt discongruentie voelbaar. Een kind vertrouwt de volwassen ander als het overeenstemming is. Dat maakt dat pedagoog betrouwbaar, wanneer het voorbij verwachtingen en vooronderstellingen congruent weet te handelen. Echt weet te zijn, waarbij: je jezelf kent, weet hoe je overkomt en weet wat je uitstraalt. Als je dit niet weet en dus met een liniaal slaat, waarbij de liniaal slechts verworden is tot metafoor, dan is er de nood om jezelf te leren kennen! Dan is het van groot belang om eigen dieperliggende motieven te onderzoeken, want niemand wil een ander breken. an is het van groot belang om je eigen innerlijke houding te beschouwen, omdat die houding altijd gericht is op ‘de wil’. Op wat je een kind gunt.

Je persoonlijkheid leg je dus lángs de meetlat, zeker als pedagoog!

(Ow ja, de link naar de korte film wil ik je uiteraard niet onthouden.)

 

About the Author

Leave a Reply