Blog : perspectiefneming

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Ontkoppeling als taal naar vertrouwen

Na de pauze loopt hij het lokaal binnen. Op zijn rug een zware rugtas waar de negatieve energie uitpuilt. In zijn ogen zie ik direct dat het moeilijk gaat worden hem te bereiken. Ontkoppeld met zichzelf. Zijn woorden en houding naar zichzelf zijn destructief. De uiting gaat naar anderen. En wanneer hij op zijn plek gaat zitten richt hij zijn pijlen direct op mij.

“Ik wil naar mijn escapeklas!”

Zijn dwingende toon zou mij mogelijk in beweging moeten brengen. Maar omdat ik niet weet in welk lokaal hij zijn escape zou willen pakken, plaats ik de intentie om hem naar een oplossingsgerichte mindset te begeleiden. Hij heeft er vaker gezeten, dus hij weet zelf naar welk lokaal hij kan. Na mijn vraag volgt een spervuur.

“Jij moet dat weten! Jij bent leraar! Kijk op de lijst, mongool!”

Lees verder

Zo. Alsjeblieft!

Zo. Alsjeblieft!

Met een plof zet de leerkracht zijn broodtrommel neer. Het zakje met wat appels, waar waarschijnlijk wat butsen in zitten, en zijn pakje drinken volgen met dezelfde kracht. “Zo, alsjeblieft! En ik hoop dat groep 7 geen last van je heeft!”

Het geluid van de klap waarmee de broodtrommel de tafel raakt is niet eens hetgeen mij van mijn beeldscherm doet opkijken. Het is de energie waarmee de leerkracht als een wervelstorm, het kind onder zijn oksel gegrepen, de gezamenlijke ruimte in komt. Ja, duidelijke taal. Zover is zeker. Alleen, welke pedagogische waarden er onder deze boodschap schuil gaan is mij een raadsel. Het ‘geen last van je hebben’ impliceert enkel onmacht dat als schuld en schaamte op het kind geprojecteerd wordt.

Wanneer de leerkracht de jongen de rug toekeert verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Zo’n glimlach waarmee het kind lijkt te willen zeggen: ‘zo, alsjeblieft. Nu heb ik het voor elkaar. Ik heb je waar ik je hebben wil. Waarom weet ik niet precies, maar samen in een ruimte zijn lijkt me op dit moment niet zo handig.’ Of was het een glimlach waarmee hij zijn verbazing bedekte?

Lees verder

Regisseur van je eigen leven

Regisseur van je eigen leven

Mei 2012. Vier jaar geleden. Ik zag bij toeval een programma over het filmfestival in Cannes. Niet dat ik het programma helemaal aan het volgen was maar je kent dat wel: een beetje bankhangen en surfen op internet. Ik was bezig met het bewerken van foto’s. Beelden van momenten aan het herbeleven en een plaats aan het geven in mijn ‘hall of brain’. Het filmfestival op de achtergrond.

Ineens hoor ik Antoinette Beumer iets zeggen over het willen lesgeven. En op alles wat maar met onderwijs of opvoeding te maken heeft, spitst mijn oren. Haar woorden waren helder.

Wat ik regisseurs zou willen leren is dat je eigenlijk van te voren heel goed moet weten wat je wilt halen maar dat je dan op de set alles moet loslaten.”

Lees verder

Op nul beginnen

Op nul beginnen

Deze tijd, de herfst, is voor mij een speciale tijd. Bladeren vallen, net als inzichten en ervaringen. Een kleurrijke voedingsbodem ontstaat waardoor iets nieuws kan groeien. Vandaag, wanneer ik wakker word, daalt een inzicht: iedere dag een nieuwe, verse start maken is voor mij een uitdaging! Iedere dag op nul beginnen. Dat.

Ooit was er die collega, die mij niet het weekend in liet gaan. Eerder op die dag had er zich een voorval plaatsgevonden: Okke gooide een stoel door het lokaal, smeet de klasdeur open en rende weg. Hij werd opgevangen, gefixeerd en de bedreiging van Okke diende als inzet en ‘legitimering’ voor verwijdering van school.

Mijn collega zag aan mij dat ik het voorval niet kon loslaten en mee het weekend in zou nemen. Die mij-kunnen-ze-niets-maken-houding bleek voor hem iets te doorzichtig. 

Lees verder

Rolwisseling

Rolwisseling

ingevdgoorEen gastartikel van mijn vrouw Inge van de Goor, docent bij het Mill-Hillcollege in Goirle.

 

Toen mijn rol voor één dag veranderde en ‘gamen’ het antwoord was.

Donderdag 28 mei 2015, 8.00 uur

Boterhammen gesmeerd, tas gepakt en uitgezwaaid door man en kinderen. Op de fiets naar school zoals ik al bijna vijftien jaar een aantal keren in week doe. Dezelfde route. Nu een ander gevoel. Volgende week 38, maar ik voel me 13. Ik ben onderweg naar mijn eerste schooldag op mijn ‘nieuwe’ school. Een juf met een missie: rolwisseling, samen met mavo2C een dag mee. Mijn doel en actieonderzoek: ervaren hoe een dag op deze school verloopt. Als leerling!

Lees verder

Iets fout doen, omdat het goed is!

Iets fout doen, omdat het goed is!

De school staat in rep en roer. Overal beweging en een wat gespannen sfeer. De grote dag is aangebroken. Vandaag de dag waar iedereen zo lang naar uit heeft gekeken. Na vandaag de druk van ketel. Er stond ook wel wat op het spel, van ‘oranje naar groen’ als missie. Rood de kleur van een vallend doek.

Voor de zomervakantie was er al weken  lang aan gewerkt. De laatste weken waren het meest intensief. Puntjes op de ‘i’ werd het genoemd. Op sommige momenten had het echter meer weg van ‘teaching to the test’.

Als ze binnen komen worden ze opgevangen door mijn leidinggevende. De tassen worden op diens kantoor gezet en zij begeven zich onder de mensen.

Lees verder

Over de grens van mijn comfortzone.

Over de grens van mijn comfortzone.

Na mijn middelbare school startte ik met de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Eigenlijk wist ik daarvoor nog helemaal niet wat ik wilde gaan doen in mijn werkende toekomst. Als een puber met lange haren en Metal-shirts, zoekend naar mezelf in de overgang naar adolescent, was werken nou niet echt iets dat me kon boeien. Men vond ‘iets met mensen’ wel bij me passen. Ik volgde maar wat anderen in mij dachten te zien…

Het was het beging van ’98, een jaar aan het einde van een vorige eeuw. Een nieuwe uitdaging diende zich aan. Alleen wist ik dat toen nog niet.

Een half jaar eerder startte het tweede jaar van de opleiding; een jaar lang stage. Stage op een ZML-school, onderwijs aan kinderen die Zeer Moeilijk tot Leren komen. Tegenwoordig vergelijkbaar met praktijkonderwijs, inclusief de ‘cluster 3’-leerlingen van nu. Eén dag in de twee weken naar school. Om te reflecteren, een nood om even los te komen van een intensief proces.

In mijn stageklas, die gevuld was met kinderen in de leeftijd van 8/9 jaar, deed ik mijn eerste ervaringen op met een groep kinderen die, afgezonderd van een reguliere context, anders leerden: meer individueel, grote verschillen in perspectieven en veel nadruk op sociale vaardigheden.

Net voor de kerstvakantie het bericht van het afhaken van een medestudent. Een klas waarin meervoudig gehandicapte kinderen begeleid werden. De uitdaging bleek te groot voor haar.

Met de mededeling dat ik vanaf januari tijdens de lunch zou gaan ondersteunen in deze klas, kon ik het doen. Het hakte erin! Kijk, ondersteunen bij kinderen met leermoeilijkheden, prima! Komt daar als uitdaging een ‘zeer moeilijk’-classificatie bij, ook goed. Maar kinderen verzorgen waarbij leren in mijn perceptie niet eens speelt, dat was niet wat ik voor ogen had met dat ‘iets met mensen’ van mijn omgeving!?

Een keus was er niet, de mededeling een piketpaal.

Mijn toenmalige stagebegeleider zag een volgende stap in mijn ontwikkeling. Een stap die ik zelf maar moeilijk kon zien. Harder botsen tegen de grenzen van mijn comfortzone, dat was wat ik nog nooit eerder zo had ervaren.

De twijfel sloeg toe!

Een twijfel die uiteindelijk meer over mijzelf ging, dan dat ik open stond om de nieuwe taak als uitdaging aan te gaan! Angst.

Ze was veertien jaar, zat in een rolstoel, blind en had een ontwikkelingsleeftijd van drie/vier maanden. Tijdens de lunch helpen met eten en daarna verschonen. Dat was ‘alles’. Als een berg zag ik op tegen starten!

Alles was nieuw: een klas binnenstappen waar alle leerlingen in alles ondersteuning nodig hadden, een ander helpen met eten (ik noemde het voeren), het vastgeplakte brood van haar gehemelte halen waardoor slikken werd vergemakkelijkt, haar helpen met drinken met een speciale beker waarvan ik het bestaan niet eens wist, communiceren op een niveau die totaal nieuw was (ik wist niet eens dat communicatie mogelijk was) en dan het ‘ergste’ van alles: een veertien jarige meid verschonen!? Help!

Een half jaar later baalde ik dat mijn stage erop zat! Niet in de laatste plaats omdat ik gehecht was geraakt aan een bijzonder mens. Ze kreeg in de loop van de eerste weken zelfs een naam: Renée! Natuurlijk had ze die al vanaf haar geboorte. Maar ik was vooral met mezelf bezig. De focus op de grote verschillen tussen haar en mezelf. Genderverschillen, op wat zij allemaal niet kon, wat ik onsmakelijk vond en dat het toch niet mijn roeping was een veertienjarige een schone luier om te doen!?

Na een aantal weken merkte ik dat Renée enthousiast werd als ik om twaalf uur de klas binnenkwam. Op haar manier was ze blij mij te ‘zien’. Ik kwam er achter dat ze mijn grappen – die ik nodig had mijn onzekerheid te verbergen en ervaringen te verwerken – kon waarderen wanneer ik bepaalde, unieke geluiden hoorde.

We kregen een band en ik had het niet eens door. Aftasten ging over in doen, de grote verschillen tussen ons vervaagde.

Tijdens het zo gehate verschonen kregen we de grootste lol. Alsof er ‘een knop’ omging verliepen de momenten ontspannen, lachten we samen ieder op onze eigen wijze en was het de intonatie en energie in mijn monologen waarop Renée reageerde.

comfortzone-quote2Wat ik in het begin vergat, was dat we beide mens zijn. Beide behoefte aan contact. Ieder op onze eigen manier, maar samen zo hetzelfde. Beide behoefte aan ondersteuning: zij in haar dagelijkse levensbehoeften, ik tijdens deze uitdaging. Beide jong in onze ontwikkeling, en samen willen leren.

De verbinding die ontstond draag ik nog dagelijks met me mee. Renée heeft bijgedragen in de persoon wie ik ben. Zij is voor mij de brug geweest in communicatie op een totaal andere ‘laag’: los van leeftijd, niveau en verwachtingen. Zo vol van eigen, in het moment en contact.

Zij heeft bijgedragen aan het waarderen en zien van details. Het samen onze eigen taal creëren om elkaar te ontmoeten en begrijpen. Verstaan door dichtbij elkaar te staan, daar over de grens van mijn comfortzone.

Straf op tijd.

Straf op tijd.

Hij heeft het er al weken over. School. En in het bijzonder over de activiteiten die de dag net iets anders maken: muziekles na school, het schoolreisje, de juffendag, zwembad- en waterpistolendag, de musical, de films in plaats van de rekenles, de ruildag en het welkom van de aanstaande groep-drieërs. Vol enthousiasme vertelt hij over zijn belevingen en wat de aankomende dagen en weken met hem doen.

Tijd is voor hem een relatief begrip. ‘Nu’ is duidelijk. De vraag ‘hoeveel nachten slapen’ ondersteunt hem dagen te ordenen. Het gevoel van tijdsduur te ontwikkelen. Spanning ervaren en het een plek te geven op zijn eigen tijdlijn.

Al een dag of twaalf gingen zijn ogen in de ochtend, middag en avond vaker naar de klok. De ‘hoeveel nachten’-vraag transformeert in ‘de grote wijzer‘-bevestiging. Om zeven uur ’s ochtends weet hij over hoeveel uur de groep-vierders voor even zouden uitvliegen naar groep vijf. En dat hij, samen met de overgebleven klasgenoten, de nu nog kleuters zou ontvangen. Spelend op de drempel, hij als oudste in de klas.

Tijdens het tienminutengesprek vorige week luisterden we de eerste vijftien minuten naar zijn tegenvallende resultaten. Van begrijpend lezen tot de kwartieren in het uur die nog niet geautomatiseerd waren. De CITO lag uitgedraaid op tafel, de kleuren ons welbekend. De tijd van analyses leek voorbij.

Een vraag kwam in mij op. Of hij zijn werk begrijpt en wel eens vragen stelt? Over nachten of grote wijzers. Over het construct van de vraag, het belang van de context, samenhang van teksten en/of formuleren van het antwoord. Een vragende blik kwam ons tegemoet.

Ja, een goed idee het hem te vragen…

Wat verwonderd sloot hij tijdens het gesprek aan. Een vragen- en woordenvuur probeerde hij te verwerken. Steeds kleiner wordend liet hij de eerste zinnen indalen. De boodschap die ik eruit filterde, begreep en hoorde was: durf te vragen! De veiligheid lijkt te ontbreken. Wellicht wat wederzijds begrip.

Spokend in het donker wordt hij vannacht wakker. Verschillende nachtmerries volgden elkaar op. Het bed van ons, ouders, biedt de veiligheid die hij nu zo nodig heeft. Wat hij droomt houdt hij voor zichzelf. Heeft nog niet de taal zijn dromen woorden te geven. Herbeleven is nog te lastig. Delen een uitdaging.

beschikbaarheid-quote1-klDeze ochtend is hij niet wakker te krijgen. Half opstaan en weer gaan liggen met dichte ogen die niet open zijn geweest. Vier keer een kwartier later komt hij op school aan. Uitslapen wordt het wel eens genoemd. Bijkomen is wat het was. Met ‘ongeoorloofd’ wordt de veroordeling geveld. Het warme welkom is een tijdloze kilte.

Morgen gaan we luisteren. Naar het perspectief van de leerkracht. onGEoorLOOFd zal vast ONGEHOORloofD zijn. Het volgen van protocollen zal een eigen proces blijken. Een dictee waar hij middenin aansluit. Storend. Een absentielijst die nog onderweg is naar de klas. Drukte.

In de ochtendstress zullen we snel moeten zijn. Op naar school! En in de deuropening roept hij hard naar binnen: “Het is kwart over acht, we moeten gaan anders krijg ik straf!”

verRIJKEnde opVOEDING.

verRIJKEnde opVOEDING.

Al een tijd volg ik op sociale media de school van mijn kinderen. Het is prettig om als ouder up-to-date te blijven van welke activiteiten er zich binnen/buiten de school afspelen. Doorgaans ‘like’ ik. Afgelopen week een gevoel van ‘dislike’! Alleen, die knop bestaat niet. En enkel een like/dislike is ook zo nietszeggend.

Als Feie de school inloopt en doorgeeft dat hij eerst nog naar de tandarts gaat, vraagt zijn lerares dit ook door te geven bij de juf van de verrijkingsklas. Wachtend op mij in de deuropening meldt hij mij zijn eerstvolgende bestemming.

De juf loopt op mij af met de vraag hoe laat we een afspraak hebben. Zij zou met de groep op excursie gaan. Naar de McDonalds. Een rondleiding waar Feie dan nog bij aan zou kunnen sluiten. Like!

Wanneer ik Feie afzet na het tandartsbezoek is de rondleiding al in volle gang. Een prettige sfeer. Vragende kinderen. Verwonderde blikken.

’s Avonds valt mijn oog op een foto. Blije kinderen voor de McDonalds. Lachend, zwaaiend en het laatste slokje. Het bekertje uitknijpend. Tot op de laatste druppel geslaagd lijkt me!?

De eerste reactie onder de foto die ik lees verbaast me!

‘Dat vind ik jammer… Van wie komt dit initiatief?’

Deze opmerking kan natuurlijk vanalles betekenen. Van het jammer vinden niet te kunnen participeren tot het oordeel op de McDonalds. Ik ga uit van het eerste. Totdat ik verder lees… Mijn mond valt open. De honger vergaat me!

‘Ik heb van S. net geleerd dat McDonalds echt best gezond is! … Terwijl de rest van de wereld juist steeds beter snapt dat het superslecht is. Misschien toch een misser, dit?’En een andere ouder post nog een link naar de 14 ingrediënten van een frietje.

Oké, wat een uitstapje naar de Mac al niet kan losmaken. Ik verbaas me. Los van het oordeel op de ‘Mac’, vind ik het juist een positieve ontwikkeling dat een school de moeite neemt leerlingen de wereld te laten zien!

Ik weet nog goed dat we een jaar of acht geleden ontdekten dat er een traditionele vernieuwingsschool in onze wijk stond. Een Montessori-school. En laat Maria nu een sterk pedagogisch statement hebben gehad: ‘Help mij het zelf te doen!’

Parallel aan Maria Montessori leefde Janus Korczak, voor mij een pedagogiekheld. Als ik de reacties onder de foto zie staan, denk ik aan zijn statements: ‘we kunnen ons kind geen vrijheid geven, zolang we zelf geketend zijn’ en ‘uit angst voor de dood van het kind, ontnemen we hem vaak het leven’.

Statements die neigen naar zelfopvoeding, met de kanttekening dat je altijd een ander nodig hebt om te ont-wikkelen! En het toeval wil dat kinderen ouders/opvoeders hebben. Niet voor niets. Net als dat de school onderdeel is van het leven van een kind. opVOEDING als centrale rol in het leven van een kind. Opvoeding verrijkt. Net als excursies dat doen. Kinderen laten ontdekken. Details en het grote geheel leren (over)zien. Hen leren hun eigen plek in te nemen. Het zelf te doen!

Kinderen zijn kinderen, leven in het moment. Zij zijn (nog) niet bezig met oordelen. Hebben (nog) geen angsten over wat er in voedsel zit. Kinderen verwonderen. Bevragen ons. Leren langzaam en spelenderwijs de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te dragen.

Een MISser wordt gezegd. Ik weet het niet. Welke impact zou dit bezoek aan de McDonalds op de lange termijn hebben voor Feie? Ik ga er niet eens over nadenken!

Vroeger toen ik net zo oud als Feie was, gingen we tijdens een kinderfeestje naar de McDonalds. Toen nog de Mac met rood en geel. We kregen ook een rondleiding. En mochten daarna zelf hamburgers bakken.

Een avontuur! Ik was niet bezig met waar het vlees van een hamburger vandaan kwam.

Mijn pedagogisch statement in deze context en in lijn met Montessori zou zijn: ‘Help en leer mij zelf te waarderen!’

Zelf ga ik niet met mijn kinderen naar de McDonalds. Een bewuste keuze. Legitimeren doe ik wanneer zij met de vraag komen! Tegelijkertijd leer ik hen gezond te leven. En bewust keuzes te maken. Waarom wel/geen vlees bijvoorbeeld. Een keus die zij uiteindelijk zelf mogen maken. Als zij die verantwoordelijkheid kunnen dragen.

Een McDonalds uitsluiten heeft weinig zin in mijn ogen. Hetzelfde willen we doen met roken, alcohol en drugs. En ik denk aan Korczak.

Ik wil mijn kinderen leren hoe zij hun plek innemen. Hoe zij sterk in de wereld kunnen staan. En dat wil ik samen met hen verkennen. Van en met elkaar leren! En daarin mogen de diversiteit van mensen en plekken op de wereld er zijn. School speelt een belangrijke rol. Er gaat niets boven samen opvoeden van kinderen. Samen onze kinderen verder brengen. Luisteren, volgen, spelen, ontdekken en open de wereld in. Educeren!

Wanneer we denken in ‘missers’ en oordelen, hoe leren kinderen dan zelf waarderen?

Mensschap vraagt oefening!

Mensschap vraagt oefening!

Het houdt me bezig.
Parijs. Dat ene beeld.
Die voor even eenzame man.

een-2Bleerling

En dan deze tweet van ‘een leerling’.
Als reactie op de gebeurtenissen.
Vertrouwen in jezelf! Mooi.

Bijna tegelijkertijd zie ik op Facebook een bericht voorbij komen. Over Aboutaleb, de burgervader van Rotterdam. Op de dag van de desbetreffende aanslag, spreekt hij zich uit. Vooral zijn emotie. Begrijpelijk! Hij is het zat! En ik lees die ene tweet van ‘een leerling’ nog eens. Zou Aboutaleb boos zijn?

Aboutaleb

Natuurlijk is hij boos! Wie niet. Dat wat er is gebeurd, is verwerpelijk. Zo ver mogelijk.
En tegelijkertijd direct mijn vragen als ik de uitspraken van Aboutaleb in Nieuwsuur hoor:

Wat drijft iemand tot een actie als deze?
Wat maakt dat we -als samenleving- ogenschijnlijk weinig begrip hebben voor emoties van anderen?
Hoe draagt satire bij aan de open dialoog, juist ook tussen de tekenaar/schrijver en ontvanger?
Welke verantwoordelijkheid hebben de media?

Het houdt me bezig.

Een wisseling van woorden met Marcel Kesselring.
Prettig om gedachten te ordenen.
Gedachten in woorden een plek geven.
Het mezelf verhouden tot de ander.
Andere meningen. Verkennen.
En het scherpstellen van mijn eigen visie.
Op mens. Op mijn taak en rol als opvoeder én leraar.

Ronald, ik ben van de dialoog maar soms houd het echt op. Weet niet met welke dialoog je deze mensen nog überhaupt kan bereiken of had kunnen bereiken – niets verplicht je om in Frankrijk of Nederland te wonen, toch?

Met welke dialoog je deze mensen kan- of had kunnen bereiken. Nu? Geen enkele. Het gaat juist om wat we nu wél kunnen doen. Ik denk terug aan ‘een leerling’. Mensen gaan naar andere landen. Ze rotten op! Om daar te leren hier pijn te doen. Angst te zaaien. Wat leert dat ons?

Ik vind wel dat we veel meer moeten weten hoe het zover komt dat mensen radicaliseren.

Deze ‘vraag’ naar perspectiefneming is geniaal. Eerst begrijpen. Ik zou het ook willen weten. Wat hen drijft tot gedachten, en later acties, die werkelijk die niet de mijne zijn. Zodat ik mijn kinderen kan uitleggen hoe zij zich weer verhouden tot denkconcepten, acties en gebeurtenissen als deze. Zou ik hen ooit het onderliggende verklaren?

Wat het mij tot nu toe leert is dat ik denk dat een oordeel ontstaat vanuit onwetendheid. Een gebrek aan begrip en (zelf)vertrouwen.

Blijkbaar woekert er al jaren iets in de westerse samenleving, misschien is dit nu juist het moment dat Europeanen dichter bij elkaar komen en dat dit de echte dialoog start “wat voor Europa zijn we en willen we zijn.

Woekeren. Een bijzonder woord. Ongewenst groeit er iets voort als betekenis. Het functionele waarom van geschiedenis: wat was ooit en is de functie van een wapen? Het spel van macht en onmacht. Over uitsluiten gesproken. Eeuwenoud.

Het houdt me bezig.

Een leerling zegt: ‘als je sterk genoeg bent’.
Een sterker ‘wapen’ is er volgens mij niet,
in je kracht staan! Dicht bij jezelf.
(zelf)Vertrouwen volgt. Toch?

En waarom alleen Europeanen? Volgens mij start het bij het gezin, bij de buurt en in de school, de klas. Waar ook ter wereld. Waar ook ter wereld is de mogelijkheid er om te leren sterk genoeg te zijn. Om te oefenen. We noemen het opvoeding en onderwijs. Cultuur bepalend, dat wel. Het inzicht en gesprek hierover als brug.

De dialoog, het gesprek door wederzijdse woorden. Zolang we maar dezelfde betekenis aan woorden geven en de moeite doen het onderliggende gevoel samen te ervaren. Begrijpen. De tijd nemen om te luisteren naar wat er gezegd wil worden. Doorvragen helpen mij om dat wat gezegd wil worden te snappen. Snappen op weg naar begrijpen. Het helpt mij mijn mening en argumenten te verruimen. Begrijpen vraagt oefenen om mijn perceptie en standvastige visie ‘even’ los te laten.

De dialoog waar emoties mogen zijn. Pokon voor de relatie. Waar kwetsbaarheid juist sterk is. Zelfs sterker maakt. Waar persoonlijke inzichten bijdragen aan persoonlijke groei. Vanuit ‘het zelf’ als brug naar de ander. Insluiten.

Daarom zou ik de vraag ‘klein’ willen beginnen. Less is more. Wie ben ik en hoe verhoud ik me vreedzaam tot mezelf, de ander en de wereld?

Deze existentiële vraag die in mijn ogen ook direct de essentie is van ons opvoeden en ons onderwijs. Kinderen bevoorwaarden zichzelf te blijven (her)ontdekken. Het brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom leren we denken en doen op school. Van taal, rekenen via creëren naar wereldvakken. Leert ieder kind zijn/haar eigen verhaal.

Ronald, helemaal eens met je opmerking dat we bij onderwijs moeten beginnen, daarom vind ik dat we het op scholen veel meer moeten hebben over burgerschap, veel belangrijker dan al toetsen. De eerste vraag van een onderwijsinspecteur moet zijn: wat doe jij structureel op school met kinderen met burgerschap. En nee, burgerschap is geen vak, het is de kern van onderwijs.

Bij onderwijs beginnen… En ouders dan? School heeft natuurlijk ook een gedeelde verantwoordelijkheid rondom opvoeden, maar de focus ligt op kennis en vaardigheden. Spelen met deze topics in een pedagogische context. Ouders zijn hoofdverantwoordelijk voor de opvoeding. Het lijkt me daarom belangrijk om als school ook met ouders in gesprek te gaan. Over hoe zij ‘school’ zien, ‘opvoeding’ en ‘burgerschap’. Maar ook in gesprek over de gebeurtenissen in Parijs. Afstemmen. Iedereen hoort erbij. Ook de verhalen van ouders.

Het houdt me bezig,

Burgerschap.
Voor mij een statisch begrip.
Het kind leren ‘een burger’ te zijn.
Vrijheid binnen kaders.

Mensschap klinkt natuurlijk niet. De inhoud: leren om zelf ‘sterk te zijn’. Vragen durven stellen. Zelfs een doorvraag. Vreedzame keuzes maken. Weten dat je altijd een keus hebt. Welke goed voelt en waarom. Maar ook leren als mens van waarde te zijn. En dan vooral veel oefenen! Fouten mogen maken en door fouten te vieren groeien. Open met elkaar absolute waarheden in twijfel trekken. Met oog en respect voor diversiteit in mens en visie.

Het vraagt verantwoordelijkheid. Om binnen de vrijheid van de kaders keuzes te maken, te starten en te voorleven. Om iedereen te betrekken in het proces.

Helaas lossen we daar de problemen van vandaag niet mee op en in dat opzicht ben ik het met onze burgemeester eens. …

Probleem. Wat is een probleem? Volgens mij niets anders dan een brug tussen de situatie NU en de gewenste situatie. Vandaag is nu. Dus hoe kan welke brug dienend zijn. Samen het ‘waarom’ onderzoeken.

Vele meningen over het wel/niet bespreken van de gebeurtenissen in Parijs met kinderen zie en hoor ik voorbij komen. Vaak met argumenten om het gelijk te verankeren. Het houdt mij bezig, maar mijn kinderen en leerlingen ook? Zo nee, wat maakt dat ik het wel zou bespreken? Meenemen als verhaal, ‘inspiratie’ en voorbeeld wanneer de eerste vraag komt!

Op HetKind.org lees ik een les van Roel van Dael. Hij raakt met zijn woorden:

De werkelijkheid bestaat niet uit losse feiten en gebeurtenissen, maar uit relaties! … Dan kunnen we de leerinhoud onmogelijk in vakjes gaan opdelen. De ecologische, sociale en economische aspecten zijn namelijk onlosmakelijk verweven met elkaar.

De holistische benadering juig ik toe! Hij legitimeert:

We krijgen dus te maken met tal van duurzaamheidsvraagstukken, waar we niet zomaar een oplossing voor vinden. … We moeten het totaalbeeld achterhalen! Dit kan enkel door over te schakelen naar een constructieve systeembenadering. We laten de kinderen, die van nature systeemdenkers zijn, zelf hun kennis ontwikkelen! …

Kennis construeren door de dialoog met elkaar aan te gaan. De opvoeder/leraar niet als alwetende, maar samen kennis en ervaringen open leggen, delen en holistisch -vanuit verschillende invalshoeken- benaderen. Samen onderwijs maken en dragen. Waar rolwisseling (apprenticeship) er mag zijn! En daar kunnen we vandaag al mee beginnen.

Het houdt me bezig.
Vooral wat het vraagt.

Te beginnen met kwetsbaarheid en moed. Zonder (waarden)oordeel, wel/niet vanuit oude pijn, het gesprek durven aangaan met de ander. Bewust zijn van je bewustzijn. De objectieve subjectiviteit ont-moeten. Dan de ander. De open vraag van oprechte (kinderlijke) verwondering. Waarderen van waarden. Het conceptualiseren en vormen van een standpunt dat op voorhand flexibel is, en waar ieder mens en iedere situatie uniek is.

Ik denk terug aan ‘een leerling’.
Zij weet het, schrijft ze.
Voor haar en nu, in deze situatie.
Zij als leermeester, ik lees als apprentice.

Ik voel dat het nog ergens wringt.
Voor mij en in deze situatie.
Vertrouwen in jezelf, als aanslagpleger.
Het was er volgens mij.
In de ander ook.
Maar in het leven?

Het blijft me bezighouden.