Zorgvuldig over de schutting

Zorgvuldig over de schutting

Zorgvuldig over de schutting

#zondaggedachte

Een kennis vroeg mij van de week advies. De vader wist niet zo goed wat te doen, maar wist wel dat iets ergens wrong. Een beklemmend gevoel van spanning omdat het voor de man niet klopte… De vader werd na een aanmelding teruggebeld door de schoolleider die hem adviseerde op een andere school in de wijk te gaan kijken. Het voelde als weggestuurd worden.

Dat hij met zijn gezin gaat verhuizen was mij al eerder ter ore gekomen. Dat een school gezocht werd voor het kind ook. Dat er een rondleiding was geweest werd ooit al genoemd, samen met dat ze enthousiast waren. Dat de aanmelding had plaatsgevonden was het laatste dat ik had meegekregen. Tot van de week dus.

Tijdens het telefoongesprek met de vader was de schoolleider duidelijk. Er was contact geweest met de school uit de andere regio, en op basis van de informatie rondom gedrag en uitslagen van de niet-methodetoetsen (in de volksmond ‘cito’s’) was het voorstel om een andere school uit dezelfde wijk te gaan verkennen. Het verwarde de vader. Verwarren omdat zij enthousiast werden na rondleiding. Verwarren omdat het verhaal van het kind zelf meer omvat dan informatie van de vorige school. Op mijn beurt deel ik vader dat het gesprek aan de telefoon mogelijk ook omvangrijker is geweest dan slechts het advies een andere school te gaan bekijken. En deel ik dat ik beide scholen niet ken, maar even uitga van positieve intenties. De schoolleider kent tenslotte diens eigen school en die van de buren.

Toch begrijp ik, ook als professional, het gevoel van vader wel. Heb ik eerder gesprekken gevoerd met schoolleiders en intern begeleiders over aanmeldingen die niet zuiver behandeld werden. Aanmeldingen die aan de voordeur werden tegengehouden omdat het schoolniveau of het handelingsvermogen van leerkrachten voorop stonden. Mogelijk nog staan. Het niveau leidend over de rug van kinderen. Het handelingsvermogen als een bescherming, misschien zelfs als ontzorgen. En ja, dit zijn zware aantijgingen. En nee, dat hoeft in deze casus voor deze vader dus ab-so-luut niet het geval te zijn. Toch is het beklemmende gevoel bij vader er niet voor niets.

Op zoek naar antwoorden bevraag ik vader. Vragen waar de informatie van de huidige school leidend zijn. Om de context en mogelijke keuzes van de schoolleider beter te begrijpen. Ieder verhaal heeft namelijk een bredere context. En al snel deelt vader emotioneel dat zijn kind nu ‘zwemt’. Geen gevoel van veiligheid ervaart, mede omdat het kind bijna dagelijks uit de klas wordt gezet. Dat de relatie met de leerkracht onder spanning staat. Duidelijk. Een terechte vraag vanuit vader aan mij of zijn kind wel werkelijk gezien wordt. Dat weet ik niet, want ik ken de leerkracht en de context niet. Maar dat de motivatie om tot leren te komen al een tijd geen vraag meer is lijkt een logisch gevolg.

…en thuis en bij zijn sport is mijn kind niet zoals het beeld dat de leerkracht schetst!?” Uiteraard! Professionals zullen die vraag enerzijds met een ‘ja, duhuh!?’ afdoen, anderzijds nieuwsgierig zijn naar dat wat maakt dat het gedrag van een kind dan zo anders is.

Enerzijds omdat een schoolcontext (nog) altijd anders is dan de context thuis, waar ouders zijn en een basis van veiligheid waardoor het veel makkelijker is voor een kind om met hen emoties te delen of te uiten. Een leerkracht voelt niet altijd even veilig. En meer uitgenodigd voelen dan wanneer er tussen de 50 of 60 ogen op je gericht zijn. Ogen met een allemaal oordelen. Oordelen die sterker zijn als je als kind niet het gevoel hebt jezelf te mogen zijn. Uitgesloten wordt buiten de klas. Wat zouden die 50/60 ogen denken wanneer je buiten de klas bent? Wat wordt hen geleerd? Dat het oké is om buiten te sluiten? Het oké is dat je het niet meer weet met een kind? Of die context sport, waar het vaak om teams gaat die eigenlijk maar één doel hebben: samen leren spelen om door het samen zelf te ontwikkelen en beter te worden.

Anderzijds, de nieuwsgierigheid. De professional, die het onderwijs er niet bij doet als bij baan maar leermeester is. Meesterschap toont door te leren van het gehele zijn van het kind. Meester is in het bij elkaar houden van de groep en inzet om aan te zetten tot individuele ontwikkeling!

Wat is er nodig voor een leerkracht om een kind in het gehele zijn iedere dag opnieuw te ontmoeten?

Gedrag is altijd een uiting van iets anders. Gedrag is de uiting van dat wat er aan de binnenkant gebeurt. Het ‘zwemmen’ is een onophoudelijke stimulans voor een kind om zich te uiten. En ieder kind doet dat anders op het gehele palet van introvert tot en met extravert!

Wanneer er wordt geconcentreerd of wordt ‘gedrukt’ op slechts gedrag, en niet het verhaal achter het gedrag, heeft dat altijd (!) invloed op het gehele functioneren van een kind. Wordt een kind door ieder verbaal of fysiek buitensluiten bevestigd in het afgewezen worden. Afgewezen zijn. Bevestigd er niet bij te mogen horen. Wat is er nodig voor herstel? Is er überhaupt ruimte voor herstel? Tja, als afgewezen dan wordt het zien van een kind of het zichzelf laten zien wel verdomd lastig. Zou een leerkracht dit systeem doorhebben? Als het vast zit in de waan van de dag. Als het net zo vast zit in hetzelfde (school)systeem waar kinderen, om welke reden dan ook niet welkom zijn in de klas. Bij de groep. Waar de basis voor sociaal-emotioneel leren er niet is.

Basisveiligheid wordt naast relatie ook gecreëerd door aan te sluiten op de zone van de naaste ontwikkeling. Naast de hand en het oogcontact aan het begin van de dag en het gevoel van beschikbaarheid en luisteren naar het verhaal gewoon leren. Want ieder kind wil leren! Het gaat niet over óf kennis óf relatie. Het gaat over en-en, waarbij ook de houding van het kind wordt meegenomen. Leren verantwoordelijkheid te nemen over je gedrag en dit leren reguleren en managen. Een triangulatie van en-en-en, waarbij er geen enkele ‘en’ los staat maar verbonden is en om elkaar heen draait.

Wat is er nodig voor een nieuwe school om een kind in zijn/haar gehele zijn te ontmoeten en zuiver te weten wat er nodig is?

Technisch gezien is het heel simpel, een school heeft zorgplicht! Dat betekent dat de school van aanmelding altijd moet onderzoeken of het de benodigde ondersteuning kan bieden. Maar! Als ouders al weten dat het kind extra ondersteuning nodig heeft, hebben ouders de plicht dit vooraf te melden. It takes a villige to raise a child, maar dat kan de stad alleen als er door ouders in de kaarten gekeken mag worden. Open kaart als belangrijkste joker tot evenwaardig samenwerken!

Als een schoolleider -die de school, leerkrachten, de groepen én leerlingen kent het niet lukt de benodigde ondersteuning te bieden, mag het de leerling pas uitschrijven wanneer er een andere passende school is gevonden. Het is aan de school van aanmelding die plek voor het kind te zoeken. De schoolleider kent de buren, ouders niet. Maar dat betekent niet dat ouders hier geen proactieve rol in kunnen spelen. It takes

Het kan dus niet zijn dat een kind over de schutting wordt gegooid, aan de voordeur wordt tegengehouden of ouders naar een andere school worden gestuurd. Als er op basis van één telefoongesprek met de huidige school het gevoel bekruipt dat het ‘t onderwijs voor een kind niet passend te maken is, lijken er stappen over te zijn geslagen. Lijken, omdat er altijd voor dat moment legitieme redenen kunnen zijn een kind nog niet aan te nemen. Echter, wees daarover open en nooit eenzijdig over de rug van een kind! Die boomrang komt terug.

In tijd heeft een school van aanmelding zes weken om te beslissen of het een kind wel/niet aan kan nemen. Die zes weken kunnen overigens eenmalig verlengd worden met vier weken als nog niet alle informatie duidelijk is. Niet duidelijk omdat belangrijke stappen (nog) te doorlopen zijn om een duidelijk en breed beeld te vormen van wat een kind nodig heeft. Stappen waarbij een aantal vragen leidend zijn:

Wie is het kind in alle mogelijk-/onmogelijkheden en wat is het verhaal achter het kind? Wie zijn de ouders, wat is hun verhaal en welke verwachtingen hebben zij van het kind, diens ontwikkeling en de school? Welke leerkracht heeft het kind nodig? En welke thuis-/schoolomgeving biedt de (basis)veiligheid voor het kind om tot leren te komen?

Concreet lopen er voor vader twee zuiver te bewandelen paden. Paden die los van elkaar staan maar elkaar kruisen op weg naar het vinden van een nieuwe, veilige plek:

  1. Het pad van de huidige school om het kind goed en vanuit ecologisch perspectief in beeld te brengen: bevorderende en uitdagende factoren zoals de (leer)behoeften (aan erkenning), de relatie met zichzelf, anderen en als belangrijkste aspect de leerkracht (hoe wordt het kind bemoedigd), zelfregulatie/-management (leren verantwoordelijkheid te nemen en dragen) en welke rol de omgeving speelt/aangepast dient te worden (time-in i.p.v. time-out).
  2. Het pad van het vinden van een nieuwe school en het in kaart brengen van de noden en behoeften, alvorens een goede afweging gemaakt kan worden.

Onderwijs passend maken of een juiste school vinden is een complex geheel waar meerdere antwoorden leiden tot een specifieker beeld van wat er nodig is. Waar onderzoek aan de voorkant, naast het ontwikkelingsbeeld van het kind, de ontwikkeling van de school voedt. Voeden met slecht één doel: onderwijs passend maken. Waar over schoolse en zorgschuttingen heen gekeken wordt om elkaar zuiver en scherp te houden. Waar schuttingen mogelijk afgebroken kunnen worden. Scholen in, thuis op bezoek gaan en bouwen aan een gemeenschap! Waar hoge pedagogische en cognitieve verwachtingen zorgen voor perspectief en het zorgvuldig omgaan met elkaar. Van schuttingen naar zorgvuldig veranderen van ‘over’ naar ‘met’.

About the Author

Leave a Reply